Besluit liften

[Regeling vervallen per 20-04-2016.]
Geldend van 23-12-1998 t/m 31-08-2003

Besluit van 22 augustus 1996 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, de Mijnwet 1903, de Mijnwet continentaal plat en de Woningwet met betrekking tot liften

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 1996, Directie Arbeidsomstandigheden, nr. ARBO/APM/96/00974, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op richtlijn nr. 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende liften (PbEG L 213);

Gelet op de artikelen 1, eerste lid, aanhef, en onderdelen a en b, 2, 3, eerste en tweede lid, 6, 12, derde lid, en 25a van de Wet op de gevaarlijke werktuigen, artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnwet 1903 en artikel 26, eerste lid, onder b, van de Mijnwet continentaal plat, alsmede de artikelen 2 en 120 van de Woningwet;

De Raad van State gehoord (advies van 21 juni 1996, nr. W12.96.0174);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 15 augustus 1996, Directie Arbeidsomstandigheden, nr. ARBO/APM/96/01500, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 1

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a. wet: Wet op de gevaarlijke werktuigen;

    • b. richtlijn: richtlijn nr. 95/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1995 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende liften (PbEG L 213);

    • c. lift: een vast opgesteld werktuig in gebouwen of bouwwerken dat bepaalde stopplaatsen van een gebouw of bouwwerk bedient, met behulp van een kooi die langs vaste, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende leiders beweegt, en die bestemd is voor vervoer van

      • personen,

      • personen en goederen,

      • uitsluitend goederen indien de kooi betreedbaar is en uitgerust met bedieningsorganen die in de kooi of binnen het bereik van een zich aldaar bevindende persoon zijn gesitueerd;

    • d. modellift: een representatieve lift waarvan het technisch dossier laat zien hoe de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen in acht worden genomen voor liften die zijn afgeleid van het met behulp van objectieve parameters gedefinieerde model en in welke liften identieke veiligheidscomponenten worden gebruikt;

    • e. veiligheidscomponenten: de in bijlage IV van de richtlijn genoemde onderdelen van liften die essentieel zijn voor de veilige werking;

    • f. kooi: een aan alle zijden, met inbegrip van de vloer en het plafond, met volle wanden afgesloten onderdeel van de lift waarin personen of goederen worden vervoerd;

    • g. Europese Economische Ruimte: het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;

    • h. keuringsinstantie: een ingevolge artikel 5, eerste lid, van de wet in het kader van de richtlijn aangewezen dienst, instelling, onderzoekings-bureau of onderneming dan wel een door een andere lid-staat bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen aangemelde instantie.

  • 2 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder liften: vast opgestelde hefwerktuigen als bedoeld in het eerste lid, onder c, die een vaste baan in de ruimte volgen, maar niet langs vaste leiders bewegen.

Artikel 2

[Vervallen per 20-04-2016]

Voor de toepassing van dit besluit is een kooi betreedbaar indien een persoon er zonder moeite kan binnengaan.

Artikel 3

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Als gevaarlijke werktuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden aangewezen liften.

  • 2 Als beveiligingsmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de wet worden aangewezen veiligheidscomponenten.

Artikel 4

[Vervallen per 20-04-2016]

Dit besluit is niet van toepassing op:

  • a. kabelbaaninstallaties, met inbegrip van kabelsporen, voor openbaar of niet-openbaar personenvervoer;

  • b. liften die speciaal zijn ontworpen en gebouwd voor militaire doeleinden of het handhaven van de orde;

  • c. mijnliften;

  • d. toneelhefwerktuigen;

  • e. liften die in vervoermiddelen zijn ingebouwd;

  • f. liften die met een machine zijn verbonden en uitsluitend bestemd zijn om de toegang tot de werkplek mogelijk te maken;

  • g. tandradbanen;

  • h. bouwliften bestemd voor het vervoer van personen.

Hoofdstuk II. Vervaardiging

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 5

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Liften en veiligheidscomponenten zijn zodanig ontworpen en vervaardigd, hebben zodanige eigenschappen en zijn van zodanige vermeldingen voorzien dat zij geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van personen of goederen, wanneer zij op passende wijze zijn geïnstalleerd en onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.

  • 2 Liften voldoen aan de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen.

  • 3 Veiligheidscomponenten voldoen aan de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen of zijn zodanig dat de liften, waarop zij zijn aangebracht, aan deze veiligheids- en gezondheidseisen voldoen.

Artikel 6

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 2 De onderlinge overeenkomst tussen een serie voorzieningen of inrichtingen die aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, voldoen, mag met behulp van berekeningen of aan de hand van het ontwerp worden aangetoond.

Artikel 7

[Vervallen per 20-04-2016]

Degene die verantwoordelijk is voor de verwezenlijking van het gebouw of het bouwwerk en degene die de lift installeert stellen elkaar in kennis van de nodige gegevens en treffen passende maatregelen teneinde de goede werking van de lift te waarborgen.

Hoofdstuk III. Keuring en certificering

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 8

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Liften worden onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure overeenkomstig dit artikel, zijn voorzien van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de keuringsinstantie, en gaan vergezeld van de in bijlage II, onder B, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, die de in evengenoemde bijlage II, onder B, genoemde gegevens bevat.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde CE-markering mag uitsluitend worden aangebracht op:

    • a. liften die zijn ontworpen in overeenstemming met een lift of model-lift waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage V, onder B, van de richtlijn is afgegeven, of in overeenstemming met een lift waarvoor een kwaliteitsborgingssysteem is gehanteerd dat voldoet aan de eisen genoemd in bijlage XIII van de richtlijn, aangevuld met een controle van het ontwerp, wanneer dit niet geheel voldoet aan de geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en waarvoor tevens bij de bouw, installatie en keuring een van de volgende procedures is gevolgd:

      • de procedure van de eindcontrole, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, of

      • de procedure van het kwaliteitsborgingssysteem, bedoeld in bijlage XII van de richtlijn, of

      • de procedure van het kwaliteitsborgingssysteem, bedoeld in bijlage XIV van de richtlijn;

    • b. liften die de eenheidskeuring, bedoeld in bijlage X van de richtlijn, hebben ondergaan;

    • c. liften waarvoor het kwaliteitsborgingssysteem is gehanteerd, bedoeld in bijlage XIII van de richtlijn, aangevuld met een controle van het ontwerp wanneer dit niet geheel voldoet aan de geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

  • 3 In het technisch dossier van een modellift als bedoeld in het tweede lid, onder a, moeten alle variaties tussen de modellift en de daarvan af te leiden liften duidelijk met vermelding van de maximale en minimale waarden worden aangegeven.

Artikel 9

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Veiligheidscomponenten worden onderworpen aan een overeenstemmingsbeoordelingsprocedure overeenkomstig het in dit artikel bepaalde, zijn voorzien van de in bijlage III van de richtlijn bedoelde CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de keuringsinstantie, en gaan vergezeld van de in bijlage II, onder A, van de richtlijn bedoelde EG-verklaring van overeenstemming, die de in evengenoemde bijlage II, onder A, genoemde gegevens bevat.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde CE-markering mag uitsluitend worden aangebracht op:

    • a. veiligheidscomponenten die zijn ontworpen in overeenstemming met een model van een veiligheidscomponent waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage V, onder A, van de richtlijn is afgegeven en waarvoor de procedure van produktiecontroles, bedoeld in bijlage XI van de richtlijn, is gevolgd;

    • b. veiligheidscomponenten die zijn ontworpen in overeenstemming met een model van een veiligheidscomponent waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek als bedoeld in bijlage V, onder A, van de richtlijn is afgegeven en waarvoor de procedure van het kwaliteitsborgingssysteem, bedoeld in bijlage VIII van de richtlijn, is gehanteerd;

    • c. veiligheidscomponenten waarvoor de procedure van volledige kwaliteitsborging, bedoeld in bijlage IX van de richtlijn, is gehanteerd.

Artikel 10

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Degene die een EG-verklaring van overeenstemming als bedoeld in artikel 8, eerste lid, afgeeft, bewaart een afschrift daarvan gedurende tien jaar nadat de vervaardiging van de veiligheidscomponent wordt stopgezet.

  • 2 Degene die een EG-verklaring van overeenstemming als bedoeld in artikel 9, eerste lid, afgeeft, bewaart een afschrift daarvan gedurende tien jaar na het in de handel brengen van de lift.

  • 3 Afschriften van de EG-verklaring van overeenstemming, alsmede van de verslagen van de proeven in verband met de eindcontrole, bedoeld in bijlage VI van de richtlijn, worden desgevraagd door de fabrikant aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, de lid-staten of andere keuringsinstanties ter beschikking gesteld.

Artikel 11

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Van voorgenomen wijzigingen in een lift, het model van een lift of het model van een veiligheidscomponent waarvoor een certificaat van EG-typeonderzoek is afgegeven, wordt de keuringsinstantie die dit certificaat heeft afgegeven onverwijld in kennis gesteld.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde keuringsinstantie beoordeelt de wijzigingen en deelt mee of het certificaat van EG-typeonderzoek voor de gewijzigde lift of het gewijzigde model geldig is dan wel aanvullingen behoeft.

  • 3 Indien de in het eerste lid bedoelde keuringsinstantie van oordeel is dat de wijzigingen van invloed kunnen zijn op de overeenstemming met de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen, wordt de gewijzigde lift of het gewijzigde model aan het in bijlage V van de richtlijn bedoelde EG-typeonderzoek onderworpen en wordt bij goedkeuring een aanvulling op het oorspronkelijke certificaat afgegeven.

Artikel 12

[Vervallen per 20-04-2016]

Een gedraging in strijd met de artikelen 8, 9, 10 en 11 is verboden.

Artikel 13

[Vervallen per 20-04-2016]

De verplichtingen van de artikelen 8, 9 en 11 rusten tevens op degene die voor eigen gebruik een lift of veiligheidscomponent bouwt.

Artikel 14

[Vervallen per 20-04-2016]

Liften en veiligheidscomponenten die zijn voorzien van de CE-markering en vergezeld gaan van de EG-verklaring van overeenstemming worden vermoed te voldoen aan artikel 5, tweede, respectievelijk derde lid.

Artikel 15

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 De CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de keuringsinstantie, en de minimumaanwijzingen, plaat en instructies, bedoeld in punt 5 van bijlage I van de richtlijn, worden duidelijk zichtbaar in iedere kooi aangebracht.

  • 2 De CE-markering, in voorkomend geval gevolgd door het identificatienummer van de keuringsinstantie, wordt op elke veiligheidscomponent aangebracht. Indien dit niet mogelijk is, wordt de CE-markering aangebracht op een etiket dat vast met de veiligheidscomponent is verbonden.

  • 3 Op liften en veiligheidscomponenten worden geen merktekens aangebracht die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis of grafische vorm van de CE-markering. Andere merktekens mogen worden aangebracht op voorwaarde dat de zichtbaarheid en leesbaarheid van de CE-markering er niet door worden verminderd.

Intrekking certificaat van EG-typeonderzoek

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 16

[Vervallen per 20-04-2016]

De keuringsinstantie trekt een door haar afgegeven certificaat van EG-typeonderzoek in, indien de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van bijlage I van de richtlijn zodanig zijn gewijzigd dat het model niet voldoet aan de gewijzigde eisen op het tijdstip waarop deze volgens de richtlijn van toepassing zijn.

Keuring

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 17. Keuring

[Vervallen per 20-04-2016]

Liften worden vóór de ingebruikneming, ten hoogste twaalf maanden na de ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste achttien maanden gekeurd. Indien bij de keuring blijkt dat een lift ten minste voldoet aan de vervaardigingsvoorschriften van artikel 5 wordt een certificaat van goedkeuring afgegeven.

Hoofdstuk IV. Verkeer en gebruik

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 18

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Een lift gaat vergezeld van een instructieboek en een liftboek als bedoeld in punt 6.2 van bijlage I van de richtlijn.

  • 2 Een veiligheidscomponent gaat vergezeld van een instructieboek als bedoeld in punt 6.1 van bijlage I van de richtlijn.

Artikel 19

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Degene die een lift voorhanden heeft, die in gebruik of voor gebruik gereed is, of die een lift aflevert of tentoonstelt, is verplicht ervoor te zorgen dat die lift en de daarop aangebrachte veiligheidscomponenten in goede staat van onderhoud verkeren.

  • 2 Degene die een lift voorhanden heeft of gebruikt is verplicht ervoor te zorgen dat die lift en de daarop aangebrachte veiligheidscomponenten overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover de lift hetzij is afgekeurd hetzij is onklaar gemaakt hetzij anderszins kennelijk niet meer voor gebruik is bestemd.

Artikel 20

[Vervallen per 20-04-2016]

Degene die een lift voorhanden heeft, is verplicht ervoor te zorgen dat:

  • a. in liftschachten geen leidingen of installaties worden aangebracht die niet voor de werking of veiligheid van de lift zijn vereist;

  • b. machinekamers, schijvenruimten en schachtputten niet worden gebruikt als bergruimte van voorwerpen, welke niet tot de lift behoren;

  • c. machinekamers, schijvenruimten en luiken, bestemd voor inspectie en onderhoud, zijn afgesloten met slot en sleutel;

  • d. de onder c bedoelde sleutels zijn voorzien van aanduidingen en op een uitsluitend voor bevoegden toegankelijke plaats worden bewaard;

  • e. in de machinekamers een aanwijzing is opgehangen, waarin is aangegeven, op welke wijze de machine kan worden getornd.

Artikel 21

[Vervallen per 20-04-2016]

Degene die een lift voorhanden heeft, welke is voorzien van een merk van afkeuring is verplicht er voor te zorgen dat de schachtdeuren van de lift niet zonder bijzondere hulpmiddelen kunnen worden geopend en op of nabij elke schachtdeur van de lift duidelijk en opvallend een opschrift is aangebracht waaruit blijkt dat de lift buiten dienst is gesteld.

Artikel 22

[Vervallen per 20-04-2016]

Liften of veiligheidscomponenten die niet in overeenstemming zijn met dit besluit mogen op (jaar-)beurzen, exposities en bij demonstraties worden tentoongesteld en gedemonstreerd, mits op een zichtbaar bord is aangegeven dat de liften en veiligheidscomponenten niet in overeen-stemming zijn met dit besluit en niet te koop zijn voordat zij door de fabrikant of zijn in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde, in overeenstemming zijn gebracht met dit besluit. Bij demonstraties zijn alle nodige veiligheidsmaatregelen genomen om de bescherming van personen te waarborgen.

Hoofdstuk V. Merk van afkeuring

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 23

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Het is verboden een op een lift of een veiligheidscomponent aangebracht merk van afkeuring te verwijderen, te beschadigen of onleesbaar te maken.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van de ambtenaren die op grond van artikel 12, eerste lid, eerste zin, van de wet ten aanzien van liften en veiligheidscomponenten aangewezen zijn.

  • 3 Bij ministeriële regeling worden ten aanzien van merken van afkeuring nadere regels gesteld.

Hoofdstuk VI. Overige bepalingen

[Vervallen per 20-04-2016]

Waarschuwingsplicht

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 24

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Indien naar het oordeel van Onze Minister bepaalde liften of veiligheidscomponenten die voorzien zijn van de CE-markering, op passende wijze zijn geïnstalleerd en worden onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, desondanks gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van personen of goederen, kan hij de fabrikant, diens in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde dan wel degene die deze liften of veiligheidscomponenten in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, gelasten om de bezitters dan wel de vermoedelijke bezitters van die liften of veiligheidscomponenten, onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen van het gevaar.

  • 2 Indien de fabrikant, diens in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde dan wel degene die deze liften of veiligheidscomponenten in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, de krachtens het eerste lid gelaste maatregelen niet onverwijld of niet op doeltreffende wijze uitvoert, kan Onze Minister die maatregelen treffen op kosten van de genoemde personen.

  • 3 Onze Minister geeft van de maatregelen of de intrekking daarvan onverwijld kennis aan betrokkenen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen en doet daarvan mededeling in de Staatscourant.

Noodmaatregelen

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 25

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Indien naar het oordeel van Onze Minister bepaalde liften of veiligheidscomponenten die voorzien zijn van de CE-markering, op passende wijze zijn geïnstalleerd en worden onderhouden en overeenkomstig hun bestemming worden gebruikt, gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van personen of goederen, kan hij:

    • a. een verbod uitvaardigen tot het vervaardigen, het in Nederland invoeren, verhandelen en in bedrijf stellen van die liften of veiligheidscomponenten, of

    • b. de fabrikant, diens in de Europese Economische Ruimte gevestigde gemachtigde dan wel degene die deze liften of veiligheidscomponenten in de Europese Economische Ruimte in de handel brengt, verplichten om overeenkomstig de daarbij gegeven aanwijzingen passende maatregelen te nemen om die liften en veiligheidscomponenten zoveel mogelijk uit de handel te nemen.

  • 2 Onze Minister neemt een maatregel krachtens het eerste lid in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat.

  • 3 Onze Minister geeft van de maatregelen of de intrekking daarvan onverwijld kennis aan betrokkenen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen en doet daarvan mededeling in de Staatscourant.

  • 4 Een gedraging in strijd met een krachtens het eerste lid genomen maatregel is verboden.

Keuringsinstanties

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 26

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Voor een aanwijzing als keuringsinstantie komen in aanmerking instanties die ten minste voldoen aan de in bijlage VII van de richtlijn neergelegde voorwaarden.

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen aan de keuringsinstantie nadere voorwaarden worden gesteld.

Artikel 27

[Vervallen per 20-04-2016]

Een wijziging van een van de bijlagen van de richtlijn waarnaar in dit besluit wordt verwezen, treedt voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 27a

[Vervallen per 20-04-2016]

Artikel 10, derde lid, van de wet is mede van toepassing op het voorhanden hebben en het gebruiken van een lift in de huishouding.

Artikel 28

[Vervallen per 20-04-2016]

  • 1 Dit besluit is niet van toepassing op liften en veiligheidscomponenten die voor 1 juli 1997 in bedrijf zijn gesteld.

  • 2 Dit besluit is niet van toepassing op:

    • a. liften en veiligheidscomponenten die zijn vervaardigd in overeenstemming met de bepalingen van het Liftenbesluit I en voor 1 juli 1999 in de handel zijn gebracht en in bedrijf zijn gesteld, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 5;

    • b. veiligheidscomponenten die zijn voorzien van het EEG-merkteken en vergezeld gaan van het certificaat van overeenstemming, bedoeld in artikel 6 van de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 juni 1987 ter uitvoering van de EEG-richtlijnen 84/528/EEG en 84/529/EEG (hef- en verladingsapparatuur; liften met elektrische aandrijving) (Stcrt. 1987, 124) en voor 1 juli 1999 in de handel zijn gebracht en in bedrijf zijn gesteld, voor zover zij niet alsnog in overeenstemming zijn gebracht met artikel 5.

  • 3 Met betrekking tot de liften en veiligheidscomponenten, bedoeld in de voorgaande leden, waarop dit besluit niet wordt toegepast en waarop ingevolge een of meer andere wettelijke regelingen de CE-markering wordt aangebracht, worden op de bij die liften of veiligheidscompo-nenten gevoegde documenten, handleidingen of gebruiksaanwijzingen de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend-gemaakte referenties van de aan die wettelijke regelingen ten grondslag liggende richtlijnen vermeld.

Artikel 33

[Vervallen per 20-04-2016]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1997 met dien verstande dat:

  • a. artikel 29, onderdeel A, in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 januari 1995,

  • b. artikel 29, onderdeel B, in werking treedt met ingang van 1 januari 1997.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 22 augustus 1996

Beatrix

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

F. H. G. de Grave

Uitgegeven de tiende september 1996

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Terug naar begin van de pagina