Regeling schorsing geldigheid tenaamstelling

Geldend van 06-06-2020 t/m heden

Regeling schorsing geldigheid kentekenbewijs

Artikel 1

De aanvraag van een schorsing op de wijze, bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van het Kentekenreglement alsmede de aanvraag van beëindiging van de schorsing op de wijze, bedoeld in artikel 51, eerste lid onder a, van het Kentekenreglement, geschiedt bij een bij een erkende instantie als bedoeld in de artikelen 61a, eerste lid, van de wet of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst.

Artikel 1a

De schorsing eindigt door verloop van een jaar, twee jaar of drie jaar nadat de schorsing is verleend, afhankelijk van de keuze van de eigenaar of houder van het motorrijruig of de aanhangwagen.

Artikel 2

Indien een schorsing betrekking heeft op een reeds geschorste tenaamstelling en plaatsvindt op de in artikel 50, eerste lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement aangegeven wijze, geldt de datum waarop de reeds bestaande schorsing zou eindigen vermeerderd met een jaar, twee jaar of drie jaar in de aantekening van schorsing wordt vermeld, indien de aanvraag plaatsvindt uiterlijk twee maanden voor de datum waarop de reeds lopende schorsing eindigt.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

A. Jorritsma-Lebbink

Terug naar begin van de pagina