Besluit Kroonbenoemingen politie

Geldend van 17-05-2002 t/m 31-12-2012

Besluit van 5 augustus 1994, in verband met de aanduiding van benoemingen bij koninklijk besluit bij de politie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 30 mei 1994, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA94/U1617 gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, directoraat-generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding, directie Politie, hoofdafdeling Politieorganisatie en Bedrijfsvoering;

Gelet op de artikelen 25, derde lid, en 52 van de Politiewet 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 27 juni 1994, nummer W04.94.0344);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 27 juli 1994, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Politie, hoofdafdeling Personeel, Onderwijs en Informatievoorziening, afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid, nr. EA94/2254 uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, directoraat-generaal Politie en Criminaliteitsbestrijding, directie Politie, hoofdafdeling Politieorganisatie en Bedrijfsvoering;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Bij koninklijk besluit worden benoemd, bevorderd, geschorst en ontslagen de plaatsvervangend korpschef van een regionaal politiekorps, alsmede de overige ambtenaren die behoren tot de leiding van een regionaal korps en die een functie vervullen die tenminste wordt gewaardeerd overeenkomstig schaal 14 als bedoeld in bijlage I van het Besluit bezoldiging politie, alsmede de overige ambtenaren die een functie vervullen die tenminste wordt gewaardeerd overeenkomstig schaal 15 als bedoeld in bijlage I van het Besluit bezoldiging politie.

Artikel 2

De voordracht van het koninklijk besluit tot benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van het Korps landelijke politiediensten geschiedt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, het hoofd van het landelijk parket en de Raad voor het Korps landelijke politiediensten gehoord.

Artikel 3

  • 1 De voordracht van het koninklijk besluit tot benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van de ambtenaren die geen deel uitmaken van de leiding van een regionaal politiekorps, onderscheidenlijk van het Korps landelijke politiediensten geschiedt door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 2 De voordracht van het koninklijk besluit tot benoeming, bevordering, schorsing en ontslag van de bijzondere ambtenaren van politie geschiedt door Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 5 augustus 1994

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken,

D. IJ. W. de Graaff-Nauta

Uitgegeven de dertiende september 1994

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Terug naar begin van de pagina