Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties

[Regeling vervallen per 01-01-2014.]
Geldend van 12-11-2000 t/m 30-03-2004

Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gezien het advies van de Bosbouwvoorlichtingsraad en de Natuurbeschermingsraad;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

[Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 1

[Vervallen per 01-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b. instelling:

instelling als bedoeld in artikel 3, zijnde een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid of een stichting;

c. terreinen:

gronden, daaronder begrepen natuurterreinen, wateren, landgoederen, bossen en andere houtopstanden, alsmede de op die gronden gelegen objecten, die van belang of van potentieel belang zijn om hun natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuur-historische betekenis of vanwege bosbouwkundige waarden;

d. natuurontwikkeling:

het scheppen van de abiotische en biotische omstandigheden voor de ontwikkeling van natuurwaarden van nationale of internationale betekenis door middel van daarop toegesneden eenmalige maatregelen voor inrichting en beheer;

e. verwerving:

verwerving van het recht van eigendom of het recht van erfpacht;

f. beheer:

al hetgeen in een terrein wordt verricht ten behoeve van instandhouding en ontwikkeling van de in dat terrein aanwezige waarden van natuurwetenschappelijke, landschappelijke of cultuur-historische betekenis of vanwege de bosbouwkundige waarden, alsmede de daarmee verbonden administratie;

g. inrichting:

het geschikt maken van een terrein voor de instandhouding, het herstel of de ontwikkeling van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuur-historische waarden of bosbouwkundige waarden en het daarmee samenhangende beheer;

h. natuurgebied:

natuurgebied als bedoeld in artikel 1, onderdeel t, van de Subsidieregeling natuurbeheer.

i. invloedssfeer:

gedeelte van een provincie, aangegeven op een door de minister en Gedeputeerde Staten vastgestelde kaart, waarbinnen een instelling eerstaangewezene is om terreinen te verwerven of in beheer te verkrijgen.

j. project:

geheel van onderscheidbare éénmalige activiteiten, gericht op één of meer concrete resultaten ter instandhouding, herstel of ontwikkeling van

natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuur-historische waarden of bosbouwkundige waarden;

k. directeur:

de Directeur Natuurbeheer;

l. bureau:

bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;

m. hervestiginskosten:

kosten verbonden aan bedrijfshervestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Regeling verlening hervestigingstoeslag, voor zover ter tegemoetkoming in die kosten op grond van die regeling een toeslag is verleend.

n. DLG:

Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

o. verordening (EG) nr. 1257/1999:

verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 mei 1999 betreffende steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L160).

Artikel 2

[Vervallen per 01-01-2014]

De minister kan met betrekking tot terreinen op aanvraag subsidies verlenen voor:

  • a. verwerving;

  • b. vergoeding ter beëindiging van pachtovereenkomsten;

  • c. beheer;

  • d. projecten.

Artikel 3

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Voor subsidies als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, komen in aanmerking de volgende instellingen:

    • a. Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland;

    • b. Stichting Het Groninger Landschap;

    • c. Vereniging It Fryske Gea;

    • d. Stichting Het Drentse Landschap;

    • e. Stichting Het Overijssels Landschap;

    • f. Stichting Het Geldersch Landschap;

    • g. Stichting Het Utrechts Landschap;

    • h. Stichting Het Zuidhollands Landschap;

    • i. Stichting Het Noordhollands Landschap;

    • j. Stichting Het Zeeuwse Landschap;

    • k. Stichting Het Noordbrabants Landschap;

    • l. Stichting Het Limburgs Landschap;

    • m. Stichting Het Flevolandschap.

  • 2 Onverminderd het eerste lid, komen tot en met uiterlijk 31 december 2002 voor subsidies als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, tevens in aanmerking de volgende instellingen:

    • a. Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels;

    • b. Stichting Marke Vragender Veen;

    • c. G.A. van der Lugtstichting;

    • d. Stichting Edwina van Heek;

    • e. Stichting Gooisch Natuurreservaat.

  • 3 In afwijking van het tweede lid, komen de in dat lid genoemde instellingen tot een door de minister vast te stellen of nader vast te stellen tijdstip uitsluitend in aanmerking voor subsidies als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, voor zover die subsidies betrekking hebben op terreinen die zijn gelegen binnen gebieden die zijn aangegeven in een door de minister goedgekeurd begrenzingenplan. Ter verkrijging van de goedkeuring wordt het begrenzingenplan vóór 1 december 1993 bij de directeur ingediend. Wijzigingen in het goedgekeurde begrenzingenplan behoeven vóóraf de goedkeuring van de minister.

  • 4 Voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, komen uitsluitend in aanmerking Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland en Stichting Unie van Provinciale Landschappen.

Artikel 3a

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 2 De aan een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, te verlenen subsidie, als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, onderscheidenlijk onderdeel d, kan voor het kalenderjaar 2000, 2001, onderscheidenlijk 2002, op niet meer hectares betrekking hebben dan onderscheidenlijk overeenkomt met 85%, 60% en 30% van het bij de desbetreffende instelling, op het tijdstip van inwerkingtreding van de Subsidieregeling natuurbeheer, in beheer zijnde areaal.

Artikel 4

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een subsidie als bedoeld in artikel 2 wordt slechts verleend:

    • a. voorzover de behoefte aan een subsidie ten genoegen van de minister wordt aangetoond;

    • b. indien aannemelijk wordt gemaakt dat met inbegrip van de subsidie een sluitende exploitatie is verzekerd.

  • 2 De verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, wordt in ieder geval geweigerd, indien een terrein is gelegen buiten de invloedssfeer van de instelling die een aanvraag tot subsidieverlening heeft ingediend, behoudens ingeval de eerstaangewezene op grond van de door de minister en gedeputeerde staten vastgestelde kaart, met de desbetreffende verwerving of het desbetreffende beheer schriftelijk heeft ingestemd.

Artikel 4a

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De minister stelt jaarlijks voor alle in artikel 2 genoemde categorieën subsidies gezamenlijk of voor elke categorie afzonderlijk een subsidieplafond vast.

  • 2 Indien het subsidieplafond wordt overschreden, kan de minister besluiten dat vanaf een door hem vast te stellen tijdstip geen aanvragen tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2 meer kunnen worden ingediend. Dit besluit kan één of enkele categorieën subsidies betreffen.

  • 3 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.

Paragraaf 2. Verwerving

[Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 6

[Vervallen per 01-01-2014]

Een subsidie voor de kosten van verwerving van een terrein als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt slechts verleend, indien naar het oordeel van de minister het terrein vanuit een oogpunt van natuur- of landschapsbescherming of bescherming van cultuur-historische of bosbouwkundige waarden aankoopwaardig is danwel het terrein is gelegen in een, op grond van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling begrensd natuurontwikkelingsproject of reservaatsgebied, of in een natuurgebied, dan wel een gebied dat als natuurgebied zal worden begrensd, alsmede het aankoopbedrag redelijk is.

Artikel 7

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 6, bedraagt ten hoogste vijftig procent van de voor een subsidie in aanmerking te nemen subsidiabele kosten, met dien verstande dat de subsidie vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit andere hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt, alsmede vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, niet meer dan honderd procent van het totaal van die kosten mag bedragen.

  • 2 Als subsidiabele kosten worden aangemerkt:

    • a. het aankoopbedrag;

    • b. het kadastraal recht en het registratierecht;

    • c. veiling- en notariskosten;

    • d. overdrachtsbelasting voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;

    • e. schenkingsrecht voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;

    • f. het afkoopbedrag van de landinrichtingsrente voor zover die rust op het verworven terrein;

    • g. kosten verbonden aan het verlies bij verkoop of sloop van gebouwen;

    • h. hervestigingskosten, voor zover deze kosten bij verkoop van gronden door het bureau aan de betrokken instelling in het aankoopbedrag van een terrein worden doorberekend.

  • 3 De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening besluiten dat tot een door hem vast te stellen maximumbedrag als subsidiabele kosten tevens worden aangemerkt:

    • a. kosten van het wegwerken van het ten tijde van de verwerving aanwezige achterstallig onderhoud;

    • b. kosten verbonden aan kleine investeringen ten behoeve van de inrichting van een terrein;

    • c. kosten verbonden aan het tenietgaan van het op een terrein gevestigd recht van opstal;

    • d. taxatie- en bemiddelingskosten.

  • 4 Kosten als bedoeld in de onderdelen a tot en met c van het derde lid worden niet als subsidiabele kosten aangemerkt, voor zover deze kosten verband houden met de verwerving van een terrein ten behoeve van natuurontwikkeling.

  • 5 In afwijking van het eerste lid, kan de minister besluiten de subsidie, bedoeld in het eerste lid, te verhogen, voor zover naar zijn oordeel het betrokken terrein gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van hoge actuele natuur-, landschappelijke, cultuur-historische of bosbouwkundige waarden van nationale of internationale betekenis en die waarden aan acute bedreiging bloot staan, en de verwerving van dat terrein naar zijn oordeel slechts kan worden gerealiseerd met een extra subsidie.

Artikel 8

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht om:

    • a. de daadwerkelijke verwerving van het terrein ten laatste te laten plaatsvinden binnen een tijdvak van twaalf weken na de subsidieverlening;

    • b. voorzover de subsidieverlening tevens betrekking heeft op de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel f, of derde lid, onderdelen a tot en met c, die kosten te maken binnen een tijdvak van twee jaren na de subsidieverlening.

  • 2 Op verzoek van de betrokken instelling kan de minister de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verlengen tot en met een door hem vast te stellen of nader vast te stellen tijdstip.

Artikel 9

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 6, wordt — uitgezonderd in geval van verwerving ten behoeve van natuurontwikkeling — in opdracht van de minister uitbetaald door de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland uit een lening die genoemde vereniging onder garantstelling van de Staat heeft afgesloten uitsluitend ten bate van de instelling aan welke de subsidie is verleend en ten behoeve van de verwerving van het terrein, bedoeld in artikel 6. De Staat vergoedt in dat geval de kosten van rente en aflossing van die lening.

  • 2 De minister kan het bepaalde in het eerste lid vanaf een door hem vast te stellen tijdstip tot en met een door hem vast te stellen of nader vast te stellen tijdstip buiten toepassing verklaren.

Paragraaf 3. Vergoeding ter beëindiging van pachtovereenkomsten

[Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 10

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een subsidie voor de kosten van vergoeding ter beëindiging van een op een terrein gevestigde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt slechts verleend, voorzover een instelling eigenaar of erfpachter is van een terrein waarop reeds vóór het tijdstip dat het terrein door die instelling is verworven, pachtrechten zijn gevestigd, en waarvoor naar het oordeel van de minister beëindiging van de op het terrein gevestigde pachtovereenkomst gewenst is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuur-historische of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling alsmede de hoogte van de vergoeding redelijk is.

  • 2 De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste vijftig procent van de kosten van de vergoeding ter beëindiging van de op een terrein gevestigde pachtovereenkomst, met dien verstande dat de subsidie vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt, alsmede vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, niet meer dan honderd procent van het totaal van die kosten mag bedragen.

  • 3 De subsidieontvanger is verplicht om de beëindiging ten laatste te laten plaatsvinden binnen een tijdvak van twaalf weken na de subsidieverlening.

Paragraaf 4. Beheer

[Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 11

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een subsidie voor de kosten van beheer, als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, wordt slechts verleend, voorzover de minister heeft verklaard dat dit beheer noodzakelijk is.

  • 2 Een verklaring als bedoeld in het eerste lid, is niet vereist ten aanzien van terreinen:

    • a. die zijn verworven met een subsidie van de minister in de kosten van verwerving;

    • b. waarvoor vóór 1 januari 1993 een subsidie in de kosten van beheer door de minister is verleend;

    • c. waarvoor in een voorafgaand jaar reeds een verklaring als bedoeld in het eerste lid, is afgegeven.

Artikel 12

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Onverminderd artikel 11, moet de instelling — om voor een subsidie in aanmerking te komen — ten behoeve van de betrokken terreinen beschikken over een beheersvisie die overeenkomstig een door de minister vast te stellen model is opgesteld en waarmee de minister heeft ingestemd.

  • 2 De beheersvisie heeft betrekking op het beheer gedurende een door de minister vast te stellen tijdvak van ten minste vijf jaren en ten hoogste twintig jaren.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het betreft:

    • a. nieuw verworven terreinen gedurende het jaar waarin de verwerving plaatsvindt en vijf kalenderjaren nadien;

    • b. terreinen met een omvang van minder dan tien hectaren:

      • 1º. die geheel op zichzelf staan;

      • 2º. waarvan geen aaneengesloten bos, waaronder kapvlakten mede begrepen, van ten minste vijf hectare deel uit maakt;

      • 3º. waarvoor geen uitbreiding wordt voorzien, en

      • 4º. die niet zijn verworven als een eerste aankoop ten behoeve van een verdere uitbreiding.

Artikel 13

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Ter verkrijging van de instemming, bedoeld in artikel 12, eerste lid, wordt een daartoe strekkend verzoek tezamen met de beheersvisie gericht aan de minister en ingediend bij de directeur.

  • 2 Uiterlijk zes maanden voordat de beheersvisie waarmee de minister heeft ingestemd, ophoudt te gelden, respectievelijk de termijn, bedoeld in artikel 12, derde lid, verloopt, dient de instelling overeenkomstig het eerste lid, een nieuwe beheersvisie in.

  • 3 Indien de minister van oordeel is dat het beheer zoals vervat in de ingediende beheersvisie niet verantwoord is vanuit een oogpunt van de instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige waarden van natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuur-historische of bosbouwkundige betekenis, geeft hij dit met redenen omkleed te kennen en stelt hij de instelling in de gelegenheid de beheersvisie aan te passen binnen een door hem vast te stellen termijn.

Artikel 14

[Vervallen per 01-01-2014]

Wijzigingen in een beheersvisie waarmee de minister heeft ingestemd, behoeven vooraf de instemming van de minister.

Artikel 15

[Vervallen per 01-01-2014]

De subsidieverlening voor de kosten van beheer wordt voor het lopende jaar ingetrokken indien:

  • a. een beheer wordt gevoerd dat niet in overeenstemming is met de beheersvisie waarmee de minister heeft ingestemd;

  • b. de betrokken grond door verandering van gedaante naar het oordeel van de minister niet langer is aan te merken als terrein.

Artikel 16

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De subsidie in de kosten van het beheer bestaat uit een jaarlijks door de minister per instelling per kalenderjaar vast te stellen basisbedrag.

  • 2 Voor zover de in beheer zijnde totale oppervlakte van terreinen nà 31 december 1992 per saldo is toegenomen, wordt aan het in het vorige lid bedoelde basisbedrag een jaarlijks door de minister vast te stellen bedrag per hectare, gerelateerd aan de toename van de totale oppervlakte van terreinen nà die datum, toegevoegd.

  • 3 Voor zover de in beheer zijnde oppervlakte van terreinen nà 31 december 1992 per saldo is afgenomen, wordt het in het eerste lid genoemde basisbedrag verlaagd met een door de minister vast te stellen bedrag per hectare, gerelateerd aan de afname van de totale oppervlakte van terreinen nà die datum.

  • 4 De minister maakt bij de vaststelling van de hoogte van de subsidie, bedoeld in het tweede en derde lid, onderscheid tussen landelijke en provinciale instellingen.

  • 5 Onverminderd het vierde lid, kan de minister bij de vaststelling van de hoogte van de subsidie, bedoeld in het tweede en derde lid, onderscheid maken tussen door hem aan te wijzen of nader aan te wijzen wateren en de overige terreinen.

  • 6 Op de subsidie, bedoeld in het eerste lid, worden in mindering gebracht subsidies die door de minister uit anderen hoofde dan deze regeling met hetzelfde oogmerk worden verstrekt.

Paragraaf 5. Projecten

[Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 18

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De subsidie, bedoeld in artikel 17, wordt jaarlijks toegekend tot en met een door de minister jaarlijks vast te stellen maximum bedrag.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, bedraagt de subsidie — uitgezonderd voor zover de subsidie wordt aangewend voor inrichtingsprojecten ten behoeve van natuurontwikkeling of reservaatvorming – ten hoogste tachtig procent van de daadwerkelijke netto-kosten van de goedgekeurde projecten, met dien verstande dat de subsidie vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt, alsmede vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, niet meer dan honderd procent van het totaal van die kosten mag bedragen.

  • 3 Voor zover de subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt aangewend voor inrichtingsprojecten ten behoeve van natuurontwikkeling of reservaatvorming bedraagt de subsidie ten hoogste vijftig procent van de daadwerkelijke nettokosten van de goedgekeurde projecten, met dien verstande dat de subsidie vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt, alsmede vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, niet meer dan honderd procent van het totaal van die kosten mag bedragen.

Paragraaf 6. Bepalingen omtrent de wijze van aanvragen alsmede omtrent de toekenning van bijdragen

[Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 19

[Vervallen per 01-01-2014]

Aanvragen tot subsidieverlening alsmede andere in het kader van deze paragraaf over te leggen bescheiden worden gericht aan de minister en ingediend bij de directeur.

Artikel 20

[Vervallen per 01-01-2014]

  • a. Een aanvraag tot subsidieverlening voor de kosten van verwerving van een terrein als bedoeld in artikel 6 wordt uiterlijk ingediend op de dag vóór het passeren van de koopakte.

  • b. Een aanvraag tot subsidieverlening voor de kosten van vergoeding ter beëindiging van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 10 wordt uiterlijk ingediend op de dag vóór de beëindiging van de pachtovereenkomst.

Artikel 21

[Vervallen per 01-01-2014]

Een aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 6, respectievelijk artikel 10, gaat in ieder geval vergezeld van:

  • a. een kadastrale omschrijving van het terrein ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd;

  • b. een begroting van de met de verwerving, respectievelijk de beëindiging van de pachtovereenkomst, gemoeide kosten;

  • c. in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, en

  • d. voor zover het betreft een aanvraag tot subsidieverlening voor de kosten van verwerving van een terrein en die verwerving niet kan worden aangemerkt als een uitbreidingsaankoop, een globale visie op het na te streven beheer van het terrein.

Artikel 23

[Vervallen per 01-01-2014]

De minister kan op aanvraag een voorschot verlenen tot ten hoogste vijfennegentig procent van het bedrag vermeld in de beschikking tot subsidieverlening onderscheidenlijk van het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.

Artikel 24

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Binnen twaalf weken nadat een terrein daadwerkelijk is verworven, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in, vergezeld van:

    • a. een afschrift van de notariële akte van de aankoop van het betrokken terrein;

    • b. een overzicht van de kosten, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen a tot en met e, en — in voorkomend geval — een overzicht van de kosten, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel d, en c, in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend.

  • 2 Binnen twaalf weken nadat met betrekking tot een terrein de pachtovereenkomst is beëindigd, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in, vergezeld van:

    • a. een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst danwel een afschrift van het besluit van de Pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de Pachtwet;

    • b. een overzicht van de kosten verbonden aan de beëindiging van de pachtovereenkomst, en

    • c. in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend.

Artikel 25

[Vervallen per 01-01-2014]

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling ten aanzien van de subsidies, bedoeld in de artikelen 6 en 10.

Artikel 26

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening voor de kosten van beheer gaat vergezeld van een raming van de oppervlakte naar de stand op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, van onderscheidenlijk:

Artikel 27

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De minister geeft een beschikking tot verlening van de subsidie voor de kosten van beheer.

  • 2 Voorzover van toepassing, gaat de beschikking vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 11, eerste lid.

Artikel 28

[Vervallen per 01-01-2014]

De minister kan op aanvraag een voorschot verlenen tot ten hoogste vijfennegentig procent van het bedrag vermeld in de beschikking tot subsidieverlening onderscheidenlijk van het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.

Artikel 29

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Voor 1 juni van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidie voor de kosten van beheer betrekking heeft, dient de subsidieontvanger in drievoud een aanvraag tot subsidievaststelling in. De minister geeft richtlijnen ten aanzien van de inrichting van het activiteitenverslag en het financieel verslag, bedoeld in artikel 4:75, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2 Het financieel verslag, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste:

    • a. de baten en lasten volgens de begroting;

    • b. een staat van werkelijke baten en lasten en een toelichting daarop;

    • c. een overzicht van de baten en lasten van het voorafgaande jaar;

    • d. een opgave van de totale oppervlakte van de terreinen die op 1 januari van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, feitelijk worden beheerd;

    • e. een specificatie van de terreinen die in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk zijn verworven of vervreemd.

  • 5 De minister kan op een desbetreffend verzoek van de subsidieontvanger toestaan dat wordt volstaan met een rapport van bevindingen van een accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel e, van de Wet op de accountant-administratieconsulenten. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Gelijktijdig met de financieel verslag, wordt door de instelling overgelegd:

    • a. een opgave van de beheersvisies met vermelding van de termijn waarvoor de minister zijn instemming heeft gegeven;

    • b. een verklaring dat de terreinen met inachtneming van de beheersvisies, bedoeld in onderdeel a, in stand zijn gehouden.

Artikel 31

[Vervallen per 01-01-2014]

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling voor de kosten van beheer.

Artikel 32

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverlening voor de kosten van uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 17, wordt jaarlijks vóór 1 oktober van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, ingediend.

  • 2 De aanvrage gaat vergezeld van:

    • a. een projectenlijst als bedoeld in artikel 17, eerste lid;

    • b. een begroting van de met de projecten gemoeide kosten alsmede in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend.

Artikel 33

[Vervallen per 01-01-2014]

De minister geeft een beschikking tot subsidieverlening voor de kosten van uitvoering van projecten.

Artikel 34

[Vervallen per 01-01-2014]

De minister kan op aanvraag een voorschot verlenen tot ten hoogste tachtig procent van het bedrag vermeld in de beschikking tot subsidieverlening onderscheidenlijk van het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld, aan de hand van een door de instelling in te dienen kostenoverzicht van de projecten. Een aanvraag tot voorschotverlening kan slechts tweemaal per jaar binnen een door de minister vast te stellen tijdvak worden ingediend.

Artikel 35

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 In het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de subsidie, bedoeld in artikel 17, betrekking heeft, neemt de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland in de financieel verslag, bedoeld in artikel 29, het volgende op:

    • a. een specificatie van de per project uitgevoerde werkzaamheden en de daarmee verband houdende kosten alsmede van eventuele opbrengsten en subsidies en andere bijdragen;

    • b. in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend;

    • c. een overzicht van de projecten die in het laatstbedoelde kalenderjaar zijn afgerond.

Artikel 36

[Vervallen per 01-01-2014]

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling voor de kosten van de uitvoering van projecten.

Paragraaf 7. Overige bepalingen

[Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 37

[Vervallen per 01-01-2014]

De instelling draagt er zorg voor, dat de subsidie wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor zij wordt verstrekt en dat alle verder uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen worden nagekomen.

Artikel 38

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De instelling is verplicht een deugdelijke administratie en een doelmatig financieel beheer te voeren ten aanzien van de activiteiten waar de subsidieverlening betrekking op heeft en alle documenten waaronder afschriften van de notariële akten en koopcontracten te bewaren gedurende tenminste 3 jaren na datum van de subsidievaststelling conform artikel 4 van verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG (PbEG L388).

  • 2 Omtrent de wijze van administreren kan de minister richtlijnen geven.

Artikel 39

[Vervallen per 01-01-2014]

De instelling is verplicht mededeling te doen van alleen of met anderen opgerichte of nog op te richten privaatrechtelijke rechtspersonen die de financiële positie van de instelling in betekenende mate beïnvloeden of kunnen beïnvloeden. Zij is gehouden op verzoek van de minister inzage te verschaffen of te doen verschaffen in de financiële jaarstukken van zodanige rechtspersonen.

Artikel 40

[Vervallen per 01-01-2014]

Behoudens goedkeuring van de minister wordt een met een subsidie als bedoeld in artikel 6 verworven terrein of een gedeelte daarvan niet vervreemd of in erfpacht uitgegeven, noch wordt het kenmerkend karakter van het terrein of delen ervan in strijd met het beheersvisie gewijzigd, dan wel aan derden toestemming daartoe verleend. Aan de goedkeuring kan de minister voorwaarden verbinden.

Artikel 41

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 2 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt — uitgezonderd in geval een subsidie als bedoeld in artikel 6 is toegekend — uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de financiële vergoeding verschuldigd wordt met dien verstande dat — in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen — wordt uitgegaan van het bedrag dat de instelling als schadevergoeding ontvangt. Indien het onroerend goed betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.

  • 3 In geval een subsidie als bedoeld in artikel 6 is toegekend, wordt bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen ten tijde van verwerving.

  • 4 Toepassing van het eerste lid blijft achterwege, indien de activiteiten van de instelling nà toestemming van de minister door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen.

Artikel 43

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 2 Terugvordering van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten blijft achterwege, indien het terrein aan de Staat wordt overgedragen.

Artikel 44

[Vervallen per 01-01-2014]

De instelling beschikt over statuten, die aan de minister ter kennisneming worden overgelegd. De instelling stelt de minister onverwijld in kennis van wijziging van de statuten.

Artikel 45

[Vervallen per 01-01-2014]

Aan de toekenning van een subsidie kunnen geen rechten worden ontleend voor subsidies in daarop volgende jaren.

Artikel 46

[Vervallen per 01-01-2014]

Bij beëindiging van de instelling behoeft de bestemming van een batig liquidatiesaldo de goedkeuring van de minister.

Artikel 46a

[Vervallen per 01-01-2014]

Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of – vaststelling heeft ingediend of ernstig nalatig of opzettelijk anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van de verordening (EG) nr. 1257/99, of indien een beschikking tot subsidieverlening is gewijzigd of ingetrokken op grond van artikel 46b of een beschikking tot subsidievaststelling is gewijzigd of ingetrokken op grond van artikel 46c, wordt voor het betreffende kalenderjaar subsidieverlening geweigerd.

Artikel 46b

[Vervallen per 01-01-2014]

Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk onjuiste gegevens heeft ingediend bij de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling of ernstig nalatig of opzettelijk anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van de verordening (EG) nr. 1257/99 wordt de beschikking tot subsidieverlening op grond van deze regeling gewijzigd of ingetrokken op een zodanige wijze dat voor het betreffende kalenderjaar geen recht op een bijdrage bestaat.

Artikel 46c

[Vervallen per 01-01-2014]

Indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk onjuiste gegevens heeft ingediend bij de aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling of ernstig nalatig of opzettelijk anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van de verordening (EG) nr. 1257/99 wordt de beschikking tot subsidievaststelling gewijzigd of ingetrokken op een zodanige wijze dat voor het betreffende kalenderjaar geen recht op een bijdrage bestaat.

Artikel 46d

[Vervallen per 01-01-2014]

Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of subsidievaststelling heeft ingediend of opzettelijk anderszins foute gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op titel II, hoofdstuk IX van de verordening (EG) nr. 1257/1999, of indien in geval van opzet een verleende subsidie is gewijzigd of ingetrokken op grond van artikel 46b of een vastgestelde subsidie is gewijzigd of ingetrokken op grond van artikel 46c, wordt tevens geen subsidie verleend in het daaropvolgende jaar.

Artikel 46e

[Vervallen per 01-01-2014]

Indien de aanvrager in een jaar opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend of opzettelijk anderszins foute gegevens heeft verstrekt wordt geen subsidie verleend voor het daaropvolgende jaar.

Artikel 46f

[Vervallen per 01-01-2014]

Op een verleende of vastgestelde subsidie worden in mindering gebracht de bedragen, die voor het verwerven van hetzelfde terrein uit anderen hoofde van overheidswege worden verstrekt, voorzover de subsidie en de ontvangen bedragen gezamenlijk meer bedragen dan 100% van de subsidiabele kosten op grond van deze regeling.

Artikel 46g

[Vervallen per 01-01-2014]

Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast alle daartoe aangewezen medewerkers van DLG.

Artikel 47

[Vervallen per 01-01-2014]

Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 37 tot en met 47 is tevens van toepassing op de Stichting Unie van Provinciale Landschappen.

Paragraaf 9. Overgangs- en slotbepalingen

[Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 50

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 In afwijking van artikel 12, wordt de subsidie, bedoeld in artikel 11, gedurende het jaar 1993 toegekend ten behoeve van terreinen waarvoor bij de inwerkingtreding van deze regeling reeds een subsidie in de kosten van het beheer wordt verstrekt.

  • 2 Voor terreinen als bedoeld in het eerste lid, ter zake waarvan geen visie met betrekking tot het beheer is ingediend waarmee de minister heeft ingestemd, wordt een visie uiterlijk 31 december 1997 ingediend bij de directeur.

  • 3 Voor zover een visie met betrekking tot het beheer is ingediend, maar de minister nog niet met die visie heeft ingestemd, wordt deze visie door de directeur in behandeling genomen als ware deze ingediend in het kader van deze regeling.

  • 4 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing, voor zover het betreft terreinen die vóór 1 januari 1993 met een bijdrage in de kosten van verwerving zijn verworven en waarvoor vóór die datum niet reeds een bijdrage in de kosten van beheer is verstrekt.

Artikel 51

[Vervallen per 01-01-2014]

Visies met betrekking tot het beheer waarmee de minister vóór 1 januari 1993 heeft ingestemd alsmede de krachtens de Regeling bijdragen bos en landschapsbouw 1991 goedgekeurde beheersplannen worden gelijk gesteld met een beheersvisie gedurende het tijdvak waarvoor de instemming of goedkeuring is gegeven tot en met uiterlijk 31 december 2007.

Artikel 52

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 In afwijking van de artikelen 26, 29, 32 en 35 kan tot en met uiterlijk 31 december 1994 voor de opstelling van in het kader van deze regeling in te dienen begrotingen, financiële verslagen en activiteitenverslagen als boekjaar worden gehanteerd de periode vanaf 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar als bedoeld in de in dit artikellid genoemde artikelen tot en met 30 september in het daaropvolgende jaar.

  • 2 In geval gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, wordt de uiterste datum voor het indienen van de bescheiden, bedoeld in de artikelen 26, 29, 32 en 35, met een termijn van twaalf weken vervroegd.

Artikel 53

[Vervallen per 01-01-2014]

[Red: Wijzigt de Wijziging Regeling bijdragen bos en landschapsbouw 1991.]

Artikel 54

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 [Red: Wijzigt de Regeling bijdragen bos en landschapsbouw 1991.]

  • 2 Te rekenen vanaf 1 januari 1993 vervallen voor de in het eerste lid bedoelde instellingen alle uit de Regeling bijdragen bos en landschapsbouw, respectievelijk de Regeling bijdragen bos en landschapsbouw 1991, voortvloeiende rechten, met uitzondering van de rechten die voortvloeien uit artikel 10, vierde lid, van eerstgenoemde regeling, respectievelijk laatstgenoemde regeling.

  • 3 Voor zover nà 31 december 1992 subsidies op grond van een regeling als genoemd in het tweede lid zijn uitbetaald, wordt voor het jaar 1993 het bedrag van die subsidies, met uitzondering van de toeslag, bedoeld in het tweede lid, in mindering gebracht op het bedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 11.

Artikel 56

[Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 1993.

  • 3 Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties.

's-Gravenhage, 16 juli 1993

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

P. Bukman

Terug naar begin van de pagina