Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985

Geldend van 01-06-2000 t/m 30-09-2012

Besluit van 5 juni 1985, houdende Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 15 april 1985, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, no. J. 2430;

Overwegende dat het wenselijk is mede ter uitvoering van verordening (EEG) no. 3626/82 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 december 1982 (Pb EG L384), een herzien Reglement minimummaten en gesloten tijden vast te stellen;

Gelet op de artikelen 2a, 4, 9 en 16 van de Visserijwet 1963 (Stb. 312);

Gehoord het Produktschap voor Vis en Visprodukten, het Visserijschap, het Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven, de Nederlandse Vereniging voor Sportvissersfederaties, het Centraal Nederlands Hengelaarsverbond en de Voorlopige Adviesraad voor de Binnenvisserij;

De Raad van State gehoord (advies van 30 mei 1985, no. W.11.85.0214/06.05.22);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 31 mei 1985 no. J3589, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Vis, behorende tot de onderstaande soorten dient onmiddellijk nadat deze is opgehaald, weer in hetzelfde water te worden teruggezet, indien de vis, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, niet ten minste de achter de desbetreffende soort vermelde maat heeft:

bot

20 cm

rietvoorn

15 cm

serpeling

15 cm

beekforel

25 cm

regenboogforel

25 cm

baars

22 cm

kopvoorn

30 cm

sneep

30 cm

winde

30 cm

zeelt

25 cm

aal

28 cm

barbeel

30 cm

snoekbaars

42 cm

snoek

45 cm

vlagzalm

35 cm

beekridder

25 cm

bronforel

25 cm

Artikel 2

Vis, behorende tot de onderstaande soorten dient onmiddellijk nadat deze is opgehaald in de achter de desbetreffende soort vermelde gesloten tijd, weer in hetzelfde water te worden teruggezet:

  • a. baars, barbeel, kopvoorn, serpeling, sneep, snoekbaars, winde en vlagzalm: 1 april tot en met 31 mei;

  • b. snoek: 1 maart tot en met 30 juni;

  • c. beekforel, beekridder en bronforel: 1 oktober tot en met 31 maart;

  • d. zalm en zeeforel: 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 3

Het is verboden niet verduurzaamde vis voorhanden of in voorraad te hebben, aan te voeren, te vervoeren, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te leveren, te bewerken of te verwerken indien:

  • a. behorende tot de soorten genoemd in artikel 1, deze, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, niet ten minste de achter de desbetreffende soort vermelde maat heeft;

  • b. behorende tot de soorten in artikel 2, onderdelen a tot en met c, in het bij de desbetreffende soort vermelde tijdvak, uitgezonderd de eerste zes dagen daarvan.

Artikel 4

Het is verboden gerookte aal, welke, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, kleiner is dan 25 cm, voorhanden of in voorraad te hebben, te vervoeren, te koop aan te bieden, te vervreemden, af te leveren, te bewerken of te verwerken.

Artikel 5

Het is verboden op of in de nabijheid van enig water vis behorende tot de in artikel 1 genoemde soorten voorhanden of in voorraad te hebben, indien deze vis in zodanige toestand is gebracht, dat daardoor de vaststelling van de maat wordt bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt.

Artikel 6

Degenen die gerechtigd zijn de aaldogger- en aalhoekwantvisserij uit te oefenen, is het in afwijking van het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3, toegestaan baars met een lengte, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, kleiner dan 15 cm, in het tijdvak van 1 maart tot en met 31 oktober tot een hoeveelheid van ten hoogste 5 kg te behouden, voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren, voorzover aannemelijk is dat deze als lokaas zal worden gebruikt.

Artikel 7

Degenen die bevoegd zijn tot het vissen met de hengel, is het in afwijking van het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3, toegestaan baars met een lengte, gemeten van de punt van de snuit tot het uiteinde van de staartvin, kleiner dan 15 cm, in het tijdvak van 1 juli tot en met de laatste dag van februari tot een hoeveelheid van ten hoogste 30 stuks te behouden, voorhanden of in voorraad te hebben en te vervoeren, voorzover aannemelijk is dat deze als lokaas zal worden gebruikt.

Artikel 8

In afwijking van het bepaalde in artikel 3, aanhef en onderdeel b, is het toegestaan na de zesde dag na de aanvang van de gesloten tijd vis van de in artikel 2, onderdelen a, b en c bedoelde soorten, welke op die dag opgeslagen is in een door Onze Minister geregistreerd vrieshuis:

  • a. in dat vrieshuis voorhanden of in voorraad te hebben;

  • b. naar een werkplaats tot het verwerken of bewerken van vis of een daartoe behorende inrichting te vervoeren, aldaar voorhanden of in voorraad te hebben, te bewerken of te verwerken;

  • c. nadien te vervoeren, mits het vervoer van de vis is gedekt door een door de directeur van de Visserijen afgegeven geldig geleidebiljet van een door Onze Minister vastgesteld model.

Artikel 9

Het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3 geldt niet voor vis waarvan wordt aangetoond dat deze afkomstig is uit een viskwekerij.

Artikel 10

Onze Minister kan verbieden vis, behorende tot andere soorten dan genoemd in artikel 1, voorhanden of in voorraad te hebben, aan te voeren, te vervoeren, te koop aan te bieden te vervreemden, af te leveren, te bewerken of te verwerken:

  • a. indien deze van een kleinere afmeting is dan Onze Minister voor deze soort heeft bepaald;

  • b. in een door Onze Minister voor deze soort te bepalen tijdvak.

Artikel 11

Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de bepalingen bij of krachtens dit besluit.

Artikel 12

Aan vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend. Zij kunnen te allen tijde worden ingetrokken.

Artikel 16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 17

Dit besluit kan worden aangehaald als "Reglement minimummaten en gesloten tijden", met vermelding van het jaartal van het Staatsblad, waarin het zal worden geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 5 juni 1985

Beatrix

De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij,

A. Ploeg

Uitgegeven de zesde juni 1985

De Minister van Justitie,

F. Korthals Altes

Terug naar begin van de pagina