Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

[Regeling vervallen per 01-01-2015.]
Geldend van 01-02-2005 t/m 30-06-2005

Wet van 14 december 1967, houdende algemene verzekering bijzondere ziektekosten

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen vast te stellen inzake een algemene, de gehele bevolking omvattende verplichte verzekering bijzondere ziektekosten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder:

    • a. "Onze Minister": Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

    • b. ziekenfonds: een rechtspersoon, toegelaten overeenkomstig artikel 34 van de Ziekenfondswet;

    • c. ziektekostenverzekeraar: een rechtspersoon, toegelaten overeenkomstig artikel 33;

    • d. instelling:

      • 1°. een instelling, toegelaten overeenkomstig artikel 8;

      • 2°. een in het buitenland gevestigde rechtspersoon die in het desbetreffende land zorg verleent in het kader van het in dat land geldende socialezekerheidsstelsel, dan wel zich richt op het verlenen van zorg aan specifieke groepen van publieke functionarissen;

    • e. uitvoerend orgaan: een orgaan als bedoeld in artikel 38;

    • f. het College: het College voor zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet;

    • g. het College toezicht: het College van toezicht op de zorgverzekeringen, bedoeld in de Ziekenfondswet;

    • h. uitvoeringsorgaan: een ziekenfonds, een ziektekostenverzekeraar en een uitvoerend orgaan;

    • i. Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: het fonds, bedoeld in artikel 38 van de Wet financiering volksverzekeringen;

    • j. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;

    • k. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000.

  • 2 Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:

    • a. echtgenoot: geregistreerde partner;

    • b. echtgenoten: geregistreerde partners;

    • c. gehuwd: als partner geregistreerd;

    • d. gehuwde: als partner geregistreerde.

  • 3 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:

    • a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;

    • b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

  • 4 Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

  • 5 Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:

    • a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;

    • b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;

    • c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of

    • d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.

  • 6 Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d.

  • 7 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid.

Artikel 2

[Vervallen per 01-01-2015]

Ingezetene in de zin van deze wet is degene, die in Nederland woont.

Artikel 3

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Waar iemand woont en waar een lichaam gevestigd is, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden schepen en luchtvaartuigen welke in Nederland hun thuishaven hebben, ten opzichte van de bemanning als deel van Nederland beschouwd.

  • 3 Hij die Nederland metterwoon heeft verlaten en binnen een jaar nadien metterwoon terugkeert zonder inmiddels in de Nederlandse Antillen, Aruba of op het grondgebied van een andere Mogendheid te hebben gewoond, wordt ook voor de duur van zijn afwezigheid geacht in Nederland te hebben gewoond.

Artikel 4

[Vervallen per 01-01-2015]

In de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering wordt, voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, voorzien door de uitvoeringsorganen en het College zorgverzekeringen.

Hoofdstuk II. Kring der verzekerden

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 5

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die:

    • a. ingezetene is;

    • b. geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in afwijking van het eerste lid, uitbreiding dan wel beperking worden gegeven aan de kring der verzekerden. In die algemene maatregel van bestuur kan aan het College zorgverzekeringen worden opgedragen op een aanvraag van een belanghebbende die bij de algemene maatregel van bestuur van de verzekering ingevolge deze wet is uitgezonderd, een verklaring af te geven dat hij niet verzekerd is.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, uitbreiding worden gegeven aan de kring der verzekerden voor zover het betreft:

    • a. vreemdelingen die rechtmatig in Nederland arbeid verrichten dan wel hebben verricht;

    • b. vreemdelingen die, na in Nederland rechtmatig verblijf te hebben genoten als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, tijdig toelating in aansluiting op dat verblijf hebben aangevraagd, dan wel bezwaar hebben gemaakt of beroep hebben ingesteld tegen de intrekking van het besluit tot toelating, totdat op die aanvraag, dat bezwaar of dat beroep is beslist.

Artikel 5a

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een overeenkomst met betrekking tot de verzekering van geneeskundige verzorging of de kosten daarvan vervalt met ingang van de dag waarop en voor zover voor een verzekerde ingevolge deze wet uit deze wet aanspraken voortvloeien gelijkwaardig aan die, welke aan genoemde overeenkomst kunnen worden ontleend.

  • 2 Een ziektekostenverzekeraar verlaagt voor alle verzekerden in gelijke mate en naar rato van het vervallen gedeelte van de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten de tarieven van gesloten en nieuw af te sluiten ziektekostenverzekeringsovereenkomsten.

  • 3 De premie, welke degene wiens verzekering krachtens het bepaalde in het eerste lid geheel of gedeeltelijk is vervallen, heeft vooruitbetaald, wordt door de ziektekostenverzekeraar al naar gelang van het vervallen gedeelte der overeenkomst terugbetaald, onder aftrek van ten hoogste 25 percent van het terug te betalen bedrag voor administratiekosten.

Artikel 5b

[Vervallen per 01-01-2015]

Zo nodig in afwijking van artikel 5 en de daarop berustende bepalingen:

  • a. wordt als verzekerde aangemerkt de persoon van wie de verzekering op grond van deze wet voortvloeit uit de toepassing van bepalingen van een verdrag of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie;

  • b. wordt niet als verzekerde aangemerkt de persoon op wie op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie de wetgeving van een andere mogendheid van toepassing is.

Hoofdstuk III. De aanspraken

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 6

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De verzekerden hebben aanspraak op zorg ter voorkoming van ziekten en ter voorziening in hun geneeskundige behandeling, verpleging en verzorging.

    Tot deze zorg behoren voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid of strekkende tot verbetering van levensomstandigheden, alsmede maatschappelijke dienstverlening.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aard, inhoud en omvang van de zorg waarop aanspraak bestaat, geregeld, en kunnen voor het tot gelding brengen van de aanspraken voorwaarden worden gesteld.

  • 3 De uitvoeringsorganen dragen er zorg voor dat de bij hen ingeschreven verzekerden hun aanspraken op zorg tot gelding kunnen brengen.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de aanspraak op zorg slechts tot gelding kan worden gebracht indien de verzekerde bijdraagt in de kosten daarvan. De bijdrage kan verschillen naar gelang de groep waartoe de verzekerde behoort en de zorg die verstrekt wordt, en kan mede afhankelijk gesteld worden van het inkomen van de verzekerde en diens echtgenoot.

  • 5 Het derde lid is niet van toepassing met betrekking tot het verlenen van zorg onder verantwoordelijkheid, waaronder begrepen de financiële verantwoordelijkheid, van Onze Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak.

Artikel 7

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor militairen in werkelijke dienst treden de aanspraken inzake geneeskundige verzorging door of vanwege de Militair Geneeskundige Dienst in de plaats van de aanspraken krachtens deze wet.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt een regeling getroffen voor de verzekerden die, onder voorwaarden en regelen te stellen door Onze Minister van Defensie, als gezinslid van een militair aanspraak hebben op geneeskundige behandeling, verpleging en verzorging of een tegemoetkoming in de kosten daarvan jegens Onze Minister van Defensie. Bij deze algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat voor de betrokken verzekerden de aanspraken, voortvloeiende uit de desbetreffende van Onze Minister van Defensie uitgaande regeling in de plaats treden van de aanspraken krachtens deze wet.

  • 3 Bij of krachtens de in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld inzake een uitkering door het College zorgverzekeringen aan Onze Minister van Defensie ten laste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten in verband met het vervallen van de aanspraken ingevolge deze wet.

  • 4 Al hetgeen de verdere uitvoering van dit artikel betreft wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld. Daarbij kan tevens de controle worden geregeld op het verlenen van zorg ingevolge de aanspraken bedoeld in het tweede lid.

Artikel 8

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een instelling die zorg als bedoeld in artikel 6 verleent, moet als zodanig zijn toegelaten.

  • 2 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een instelling, behorende tot een bij de maatregel aan te wijzen categorie van instellingen, voor de toepassing van deze wet als toegelaten wordt aangemerkt.

  • 3 Het College zorgverzekeringen beslist op aanvragen om toelating.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan de aard van de te leveren gegevens worden bepaald, alsmede de wijze waarop en de termijn waarbinnen de aanlevering van deze gegevens geschiedt.

Artikel 8b

[Vervallen per 01-01-2015]

Een toelating wordt geweigerd:

  • a. met betrekking tot instellingen die een ziekenhuisvoorziening in de zin van de Wet ziekenhuisvoorzieningen in stand houden: voor zover de instelling niet voldoet aan de ingevolge die wet geldende voorschriften inzake spreiding en behoefte;

  • b. met betrekking tot de overige instellingen: voor zover de instelling niet voldoet aan de door Onze Minister vast te stellen voorschriften inzake spreiding en behoefte.

Artikel 8d

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Instellingen, aangewezen door Onze Minister, in overeenstemming met hetzij Onze Minister van Justitie, hetzij Onze Minister van Defensie, worden beschouwd als instellingen in de zin van deze wet.

  • 2 Academische ziekenhuizen worden beschouwd als instellingen in de zin van deze wet.

Artikel 8e

[Vervallen per 01-01-2015]

Indien bij de aanvraag tot toelating gegevens over de omvang van de te verlenen zorg of de werkwijze van de instelling zijn verstrekt, verricht de instelling zijn werkzaamheden volgens die gegevens, behoudens voor zover bij de toelating anders is bepaald.

Artikel 8f

[Vervallen per 01-01-2015]

Een toelating wordt ingetrokken:

Artikel 8g

[Vervallen per 01-01-2015]

Een toegelaten instelling is verplicht, voor zover het College zorgverzekeringen zulks voor de toepassing van deze paragraaf behoeft, deze alle gevraagde mondeling en schriftelijke inlichtingen en gegevens te verstrekken en inzage te geven van boeken en bescheiden, welke betrekking hebben op het gevoerde beheer en de verrichte werkzaamheden.

Artikel 8h

[Vervallen per 01-01-2015]

Indien een maatregel als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, eerste volzin, aanhef en onder a, of tweede volzin, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen is getroffen, wordt de toelating geacht dienovereenkomstig te zijn gewijzigd dan wel ingetrokken. In afwijking van artikel 62 kan ter zake geen voorziening worden gevraagd.

Artikel 9

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Voor degene, die verzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet en als zodanig bij een ziekenfonds is ingeschreven, dan wel in verband met zijn geneeskundige verzorging verzekerd is bij een ziektekostenverzekeraar, geldt met inachtneming van hetgeen overigens in dit artikel is bepaald de inschrijving bij het ziekenfonds, onderscheidenlijk de verzekering bij de ziektekostenverzekeraars, tevens als inschrijving voor de toepassing van deze wet. Voor degene, die deelnemer is aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren geldt het deelnemerschap tevens als inschrijving voor de toepassing van deze wet.

  • 2 Degene, die noch bij een ziekenfonds is ingeschreven noch bij een ziektekostenverzekeraar is verzekerd noch deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, doch die als verzekerde in de zin van deze wet de aanspraken, welke hem ingevolge deze wet toekomen, geldend wil maken, meldt zich met inachtneming van het krachtens het derde lid bepaalde daartoe aan, hetzij bij een ziekenfonds dan wel bij een ziektekostenverzekeraar, werkende in de gemeente of het deel van de gemeente waar hij woont. Deze zijn verplicht hem voor dit doel als verzekerde in te schrijven.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen betreffende de inschrijving nadere en zonodig van deze wet afwijkende regels worden gesteld.

  • 4 Onverminderd het eerste en tweede lid komt voor degene, die vrijwillig verzekerde is ingevolge artikel 32a, de inschrijving eerst tot stand nadat hij de beschikking, bedoeld in artikel 32b, derde lid, heeft overgelegd.

  • 5 Het uitvoeringsorgaan waarbij betrokkene wordt ingeschreven, stelt de Sociale verzekeringsbank terstond van de inschrijving in kennis.

Artikel 9a

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Burgemeester en wethouders voorzien erin dat in hun gemeente ten behoeve van de inwoners een onafhankelijk indicatieorgaan werkzaam is, dat kosteloos besluit of een inwoner is aangewezen op een van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van zorg.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de samenstelling en de werkwijze van het indicatieorgaan, alsmede over de geldigheidsduur van besluiten als bedoeld in het eerste lid.

  • 3 Een indicatieorgaan verricht geen andere dan bij of krachtens de wet opgedragen taken.

  • 4 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aan indicatieorganen werkzaamheden worden opgedragen die verband houden met de taken die bij de wet zijn opgedragen. Burgemeester en wethouders kunnen het indicatieorgaan advies vragen omtrent toekenning van voorzieningen waarbij de gezondheid of het maatschappelijk functioneren van een persoon van belang is.

Artikel 9b

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Aanspraak op zorg, aangewezen ingevolge artikel 9a, eerste lid, bestaat slechts indien en gedurende de periode waarvoor het bevoegde indicatieorgaan op een door de verzekerde ingediende aanvraag heeft besloten dat deze naar aard, inhoud en omvang op die zorg is aangewezen.

  • 2 In afwijking van het eerste lid worden er bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld voor gevallen waarin het besluit niet afgewacht kan worden.

  • 3 De aanspraak op andere vormen van zorg dan die zijn aangewezen ingevolge artikel 9a, eerste lid, kan slechts tot gelding worden gebracht voor zover de verzekerde, gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening, daarop naar aard, inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld door wie en op welke wijze wordt beoordeeld of de verzekerde aangewezen is op een bepaalde vorm van zorg. Deze regels zijn zodanig dat wordt gewaarborgd dat de beoordeling onafhankelijk geschiedt.

  • 5 Het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van de Wet op de jeugdzorg, met betrekking tot een jeugdige van wie een beroepsbeoefenaar, behorende tot een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen beroepsgroep of een daarmee in die maatregel gelijkgestelde behandelaar, een redelijk vermoeden heeft dat bij de jeugdige sprake is van een bij of krachtens die maatregel aangewezen psychische stoornis van een bij die maatregel aan te geven ernst en tevens het vermoeden heeft dat de jeugdige, zijn ouders, stiefouders of anderen die de jeugdige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden, niet zijn aangewezen op jeugdzorg waarop aanspraak bestaat op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Bij de maatregel, bedoeld in de eerste volzin, worden tevens regels gesteld omtrent de informatie die de beroepsbeoefenaar in een geval als bedoeld in die volzin verstrekt aan de betrokken stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg.

Artikel 9c

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De verzekerde is verplicht desgevraagd aan het uitvoeringsorgaan, waarbij hij zich aanmeldt onderscheidenlijk waarbij hij is ingeschreven of waaraan hij deelneemt, een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht terstond ter inzage te verstrekken, voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.

  • 2 Het uitvoeringsorgaan stelt voor zover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet de identiteit vast van de persoon bedoeld in het eerste lid aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en neemt daarvan aard en nummer op in de administratie.

Artikel 10

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De verzekerde die zijn aanspraak op zorg tot gelding wil brengen, wendt zich daartoe tot een persoon of een instelling naar eigen keuze, met wie of met welke het uitvoeringsorgaan waarbij hij is ingeschreven tot dat doel een overeenkomst als bedoeld in artikel 42 heeft gesloten.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan een uitvoeringsorgaan een verzekerde die een aanspraak op zorg tot gelding kan brengen toestemming verlenen zich voor deze zorg tot een niet door het uitvoeringsorgaan gecontracteerde persoon of instelling te wenden. In dit geval heeft de verzekerde in plaats van aanspraak op deze zorg, aanspraak op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de voor deze zorg gemaakte kosten.

  • 3 Bij ministeriële regeling:

    • a. wordt bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden de verzekerde voor het verkrijgen van een aanspraak op vergoeding als bedoeld in het tweede lid, geen toestemming van het uitvoeringsorgaan behoeft;

    • b. wordt de hoogte van de vergoeding bepaald, waarbij deze voor verschillende gevallen verschillend kan worden vastgesteld;

    • c. kunnen voorwaarden worden bepaald waaraan de verzekerde moet voldoen, wil toestemming kunnen worden verleend;

    • d. kan worden bepaald in welke gevallen geen toestemming wordt verleend.

  • 4 In de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat verzekerden, om hun aanspraak op zorg tot gelding te brengen, door het uitvoeringsorgaan ingeschreven moeten zijn op naam van een persoon of instelling als bedoeld in het eerste lid. Tevens kunnen daarin bepalingen worden opgenomen ter beperking van het aantal ten name van een persoon of instelling in te schrijven verzekerden. Bij reglement van het uitvoeringsorgaan kan het aantal overschrijvingen van een verzekerde in een bepaald tijdvak aan een maximum worden gebonden en kunnen regels worden gesteld betreffende de tijdstippen van overschrijving.

  • 5 De in het eerste lid genoemde verplichting, zich te wenden tot een door het uitvoeringsorgaan gecontracteerde persoon of instelling, geldt niet voor de zorg, bedoeld in artikel 6, vijfde lid.

  • 6 Het verlenen van zorg, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, geschiedt overeenkomstig hetgeen daarover elders is bepaald.

Artikel 11

[Vervallen per 01-01-2015]

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke mate en onder welke voorwaarden aanspraak bestaat op zorg of op een vergoeding ter zake van zorg, bedoeld in artikel 6, verleend in of buiten Nederland, in gevallen, waarin aan een verzekerde als gevolg van in die algemene maatregel van bestuur omschreven omstandigheden zorg is verleend, welke hij, hadden die omstandigheden zich niet voorgedaan, op de in artikel 10 omschreven wijze had kunnen verkrijgen.

Artikel 12

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg worden aangewezen waarvoor een uitvoeringsorgaan bij reglement kan bepalen dat bij hem ingeschreven verzekerden, in afwijking van artikel 6, eerste lid, in plaats van aanspraak op deze zorg, jegens hem aanspraak op vergoeding van de voor deze zorg gemaakte kosten hebben.

  • 3 Indien voor de betrokken vorm van zorg krachtens artikel 6, vierde lid, een eigen bijdrage is vastgesteld, wordt de vergoeding met deze eigen bijdrage verminderd.

  • 4 In afwijking van het tweede lid kan bij algemene maatregel van bestuur voor een of meer van de in het eerste lid bedoelde vormen van zorg worden bepaald dat het uitvoeringsorgaan bevoegd is bij reglement te bepalen dat de in artikel 10, eerste lid, neergelegde verplichting zich te wenden tot een door het uitvoeringsorgaan gecontracteerde persoon of instelling, voor bij hem ingeschreven verzekerden niet geldt.

  • 5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste tot en met vierde lid nadere regels worden gesteld.

Artikel 12a

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien een uitvoeringsorgaan in de onmogelijkheid verkeert op voor hem aanvaardbare voorwaarden met een genoegzaam aantal personen of instellingen ter zake van een of meer vormen van zorg overeenkomsten als bedoeld in artikel 42 te sluiten, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat de bij het uitvoeringsorgaan ingeschreven verzekerden tijdelijk in plaats van aanspraak op deze zorg, jegens hun uitvoeringsorgaan aanspraak hebben op vergoeding van de voor deze zorg gemaakte kosten.

  • 2 In de ministeriële regeling wordt tevens bepaald onder welke voorwaarden en tot welk bedrag aanspraak op vergoeding bestaat en kunnen nadere regels voor de aanspraak op een vergoeding worden gesteld.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een vorm van zorg is aangewezen in een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 12, eerste lid, zonder dat van de in het vierde lid van dat artikel bedoelde mogelijkheid gebruik is gemaakt.

Artikel 13

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat zorg wordt voortgezet na het tijdstip waarop de verzekering is geëindigd of dat een aanspraak op een vergoeding bestaat voor zorg die wordt verleend na dat tijdstip. Daarbij kunnen beperkingen en voorwaarden worden gesteld. De wijze waarop een zodanige aanspraak tot gelding wordt gebracht, wordt daarbij eveneens geregeld.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan voor gevallen of omstandigheden waarin de kosten van het verlenen van de desbetreffende zorg in redelijkheid niet of niet volledig ten laste van de in deze wet geregelde verzekering dienen te komen, worden bepaald dat:

    • a. de zorg wordt geweigerd;

    • b. de zorg op een later tijdstip ingaat;

    • c. een hogere bijdrage van de verzekerde wordt gevorderd dan krachtens artikel 6, vierde lid, is vastgesteld; of

    • d. een vergoeding van gemaakte kosten geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.

Artikel 14

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Onverminderd het bij of krachtens deze wet bepaalde kan het uitvoeringsorgaan bij reglement de voorwaarden vaststellen waaronder de aanspraken, bedoeld in de artikelen 6 en 10 tot en met 13, tot gelding worden gebracht.

  • 2 Het uitvoeringsorgaan zorgt er voor dat de bij hem ingeschreven verzekerden bij inschrijving en vervolgens periodiek het reglement of een weergave van de inhoud daarvan ontvangen.

  • 3 Het uitvoeringsorgaan verstrekt eenieder op diens verzoek het reglement of een weergave van de inhoud daarvan.

Artikel 15

[Vervallen per 01-01-2015]

Een uitvoeringsorgaan is verplicht zijn werkzaamheden op een doelmatige wijze uit te voeren. Het treft de nodige maatregelen ter voorkoming van onnodige verstrekking van zorg en van uitgaven, welke hoger dan noodzakelijk zijn.

Artikel 16

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Ten aanzien van het verlenen van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen zorg, bedoeld in artikel 6, kan bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald, dat de administratie geheel of ten dele wordt verricht door een of meer door Onze Minister aan te wijzen rechtspersonen en dat de controle geheel of ten dele wordt uitgeoefend door een of meer door Onze Minister aan te wijzen rechtspersonen.

    Daarbij wordt tevens bepaald, volgens welke regels en onder wiens verantwoordelijkheid in zodanig geval de administratie wordt verricht en de controle wordt uitgeoefend, alsmede op welke wijze de kosten hiervan worden gedekt uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten.

  • 2 Controle op het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, wordt geregeld bij ministeriële regeling, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.

  • 3 Bij de in artikel 6, vierde lid, bedoelde maatregel wordt nader bepaald of en in welke mate wordt afgeweken van het bepaalde in het eerste lid.

Hoofdstuk IV. De op te brengen middelen; vrijstelling wegens gemoedsbezwaren

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 17

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verzekerde die de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, aan het uitvoeringsorgaan, waarbij hij is ingeschreven, een, voor alle verzekerden gelijke, bij ministeriële regeling vast te stellen premie is verschuldigd. Bij de algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ten aanzien van daarbij aangegeven groepen van verzekerden een afwijkende premie kan worden vastgesteld.

  • 2 Bij de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de betaling van de premie en de gevolgen van niet tijdige betaling.

  • 3 De premie wordt aangewend ter dekking van de kosten van zorg en van vergoedingen die aan de uitvoering van deze wet voor het uitvoeringsorgaan zijn verbonden.

  • 4 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

Artikel 32

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Degene, die gemoedsbezwaren heeft tegen de in deze wet geregelde verzekering, alsmede de rechtspersoon waarbij natuurlijke personen zijn betrokken die zodanige gemoedsbezwaren hebben, kunnen van verplichtingen, welke hun bij of krachtens Hoofdstuk II van de Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129) zijn opgelegd, overeenkomstig het bij of krachtens paragraaf 8 van dat hoofdstuk bepaalde, worden vrijgesteld.

  • 2 De aan een verzekerde verleende vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt tevens als vrijstelling voor de verplichtingen bij of krachtens artikel 17.

Hoofdstuk IVA. Vrijwillige verzekering

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 32a

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Het eerste lid is slechts van toepassing op personen die onmiddellijk voorafgaand aan de ingangsdatum van de vrijwillige verzekering ten minste een jaar onafgebroken verzekerd zijn geweest ingevolge deze wet.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op personen die buiten Nederland arbeid verrichten of een uitkering ontvangen krachtens een buitenlandse wettelijke regeling.

  • 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere groepen van rechthebbenden op uitkeringen of pensioenen dan bedoeld in het eerste lid worden aangewezen die de verzekering op grond van deze wet vrijwillig kunnen voortzetten, dan wel kan daarbij worden bepaald dat de echtgenoot van een persoon als bedoeld in het eerste lid of in dit lid deze verzekering vrijwillig kan voortzetten.

Artikel 32b

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Aanmelding voor de vrijwillige verzekering geschiedt uiterlijk twaalf maanden na de dag, waarop de verzekering ingevolge artikel 5 is geëindigd, bij de Sociale verzekeringsbank.

  • 2 De vrijwillige verzekering ingevolge artikel 32a gaat in op de dag volgend op die waarop de verzekering ingevolge artikel 5 is geëindigd.

  • 3 De Sociale verzekeringsbank verstrekt bij beschikking aan de persoon, die voldoet aan de in dit hoofdstuk gestelde voorwaarden, een verklaring waaruit blijkt dat betrokkene is verzekerd ingevolge artikel 32a en vanaf welke datum.

  • 4 Degene, die vrijwillig is verzekerd ingevolge artikel 32a is verplicht aan de Sociale verzekeringsbank de gegevens te verschaffen die deze behoeft voor de vaststelling van de premie voor de vrijwillige verzekering. Tevens is hij verplicht de Sociale verzekeringsbank en het uitvoeringsorgaan op verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de vrijwillige verzekering.

  • 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de aanmelding voor de vrijwillige verzekering en de te verschaffen gegevens en inlichtingen.

Artikel 32c

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De vrijwillige verzekering ingevolge artikel 32a eindigt:

    • a) met ingang van de dag, waarop betrokkene niet langer voldoet aan de in artikel 32a gestelde voorwaarden;

    • b) met ingang van de eerste dag van de tweede maand volgend op die waarin de Sociale verzekeringsbank een schriftelijke opzegging van de verzekerde heeft ontvangen;

    • c) met ingang van de dag, waarop de betrokkene van rechtswege verzekerd wordt ingevolge artikel 5;

    • d) met ingang van de dag, volgend op de laatste dag van de door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de premie, bedoeld in artikel 25 van de Wet financiering volksverzekeringen, uiterlijk moet zijn betaald indien die betaling niet heeft plaatsgevonden;

    • e) met ingang van de dag volgend op de laatste dag van de door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn waarbinnen de voor de uitvoering van de vrijwillige verzekering verlangde gegevens moeten zijn verstrekt indien die gegevens niet zijn verstrekt.

  • 2 De Sociale verzekeringsbank en het uitvoeringsorgaan waarbij betrokkene is ingeschreven, stellen elkaar over en weer terstond in kennis van het einde van de vrijwillige verzekering.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de beëindiging van de vrijwillige verzekering.

Hoofdstuk V. De Uitvoeringsorganen

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 33

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een rechtspersoon welke als ziektekostenverzekeraar werkzaam is, moet daartoe zijn toegelaten door het College zorgverzekeringen.

  • 3 Toelating als ziektekostenverzekeraar wordt verleend indien de aanvrager een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is:

    • a. die ingevolge haar statuten ten doel heeft in een daarin aangegeven werkgebied het ziektekostenverzekeringsbedrijf uit te oefenen,

    • b. die voldoet aan de overige bij of krachtens deze wet aan ziektekostenverzekeraars gestelde eisen, en

    • c. waarvan ook overigens is te verwachten dat zij de taak van een ziektekostenverzekeraar naar behoren zal uitoefenen.

Artikel 34

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Bij de beschikking tot toelating als ziektekostenverzekeraar kunnen aan de ziektekostenverzekeraar met het oog op een goede uitvoering van deze wet verplichtingen worden opgelegd.

  • 2 Ook op een later tijdstip kunnen aan de ziektekostenverzekeraar met het oog op een goede uitvoering van deze wet verplichtingen worden opgelegd. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin treedt niet in werking dan na verloop van vier weken na de dag waarop zij is bekendgemaakt.

Artikel 35

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De toelating wordt ingetrokken indien de ziektekostenverzekeraar:

    • a. niet meer voldoet aan de eisen, vervat in artikel 33, derde lid, of de aan hem opgelegde verplichtingen, of

    • b. in ernstige mate handelt in strijd met de bij enig wettelijk voorschrift ten aanzien van ziektekostenverzekeraars gestelde eisen of anderszins zijn taak niet naar behoren vervult.

  • 2 Op aanvraag van de ziektekostenverzekeraar wordt de toelating met ingang van een daarbij te bepalen datum ingetrokken.

  • 3 Het College zorgverzekeringen regelt de gevolgen van de intrekking van de toelating en de afwikkeling der lopende zaken.

Artikel 36

[Vervallen per 01-01-2015]

Van beschikkingen ingevolge de artikelen 33, 34, tweede lid, en 35 wordt mededeling gedaan in de Staatscourant, onder vermelding van het werkgebied van de betrokken ziektekostenverzekeraar.

Artikel 38

[Vervallen per 01-01-2015]

Een orgaan, dat een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren uitvoert, en zich als zodanig bij het College zorgverzekeringen heeft aangemeld, is uitvoerend orgaan.

Artikel 40a

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Bij de verstrekking van gegevens door uitvoeringsorganen en de in de artikelen 56 en 57 genoemde organen en personen wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van dit sociaal-fiscaalnummer.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen personen en instellingen.

Artikel 41

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het is een ziektekostenverzekeraar en een uitvoerend orgaan verboden zelf diensten of zaken te leveren, welke behoren tot de zorg, bedoeld in artikel 6.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet ten aanzien van het in gebruik geven van medische hulpmiddelen.

  • 3 Het is een ziektekostenverzekeraar en een uitvoerend orgaan verboden aan een instelling in de zin van deze wet gelden voor bedrijfsuitoefening te verschaffen, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar voor die instelling te verbinden, zich voor die instelling sterk te maken, zich tot zekerheid voor een schuld van die instelling te verbinden, dan wel aan die instelling bestuurlijk deel te nemen.

  • 4 De in het eerste en derde lid bedoelde verboden gelden niet in door het College zorgverzekeringen aan te geven gevallen. Het College zorgverzekeringen kan ontheffing van het bepaalde in het eerste en derde lid verlenen in bijzondere gevallen.

  • 5 Een ontheffing ingevolge het vierde lid kan onder beperkingen worden verleend; aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

    Ook na het verlenen van een ontheffing kunnen daaraan beperkingen worden gesteld of voorschriften worden verbonden dan wel kunnen beperkingen of voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.

  • 6 Een ontheffing kan worden ingetrokken:

    • a. indien wordt gehandeld in strijd met aan de ontheffing verbonden voorschriften;

    • b. indien gedurende drie achtereenvolgende jaren geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking daarvan.

  • 7 Van besluiten als bedoeld in het vierde, vijfde en zesde lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 41a

[Vervallen per 01-01-2015]

Het is een ziektekostenverzekeraar verboden personen als verzekerden in te schrijven die woonachtig zijn buiten de gemeente, gemeenten of delen daarvan, waar de rechtspersoon volgens zijn statuten zijn werkzaamheden als ziektekostenverzekeraar wil uitoefenen.

Hoofdstuk VI. Overeenkomsten

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 42

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Uitvoeringsorganen sluiten schriftelijke overeenkomsten met personen en instellingen die zorg kunnen verlenen waarop ingevolge artikel 6 aanspraak bestaat.

  • 2 De duur van een overeenkomst bedraagt maximaal vijf jaar.

  • 3 Met personen en instellingen die vormen van zorg verlenen als bedoeld in artikel 6, vijfde lid, worden wat deze vormen van zorg betreft geen overeenkomsten gesloten.

  • 4 Indien na beëindiging door het uitvoeringsorgaan van een overeenkomst voor een bepaalde vorm van zorg geen aansluitende overeenkomst voor die vorm van zorg met dezelfde persoon of instelling tot stand komt, behoudt de verzekerde zolang die zorg noodzakelijk is jegens het uitvoeringsorgaan aanspraak op ononderbroken voortzetting van die vorm van zorg, te verlenen door dezelfde persoon of instelling, wanneer die zorg is aangevangen voor de datum waarop de overeenkomst met die persoon of instelling voor die desbetreffende vorm van zorg is beëindigd.

  • 5 Gedurende de tijdelijke voortzetting van de zorg, bedoeld in het vierde lid, gelden tussen het uitvoeringsorgaan en de persoon of instelling de voorwaarden van de overeenkomst waaronder de zorg aan de in het vierde lid bedoelde verzekerde is aangevangen.

Artikel 43

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De overeenkomsten bevatten ten minste bepalingen over:

    • a. het tijdstip waarop de overeenkomst aanvangt te werken, de duur van de overeenkomst en tussentijdse beëindiging van de overeenkomst;

    • b. de aard, de kwaliteit, de doelmatigheid en de omvang van de te verlenen zorg;

    • c. de prijs van de te verlenen zorg;

    • d. de wijze waarop de verzekerden van informatie worden voorzien;

    • e. de controle op de naleving van de overeenkomst, waaronder begrepen de controle op de te verlenen dan wel verleende zorg en op de juistheid van de daarvoor in rekening gebrachte bedragen;

    • f. de administratieve voorwaarden die partijen bij de uitvoering van de overeenkomst in acht zullen nemen.

  • 2 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels over de inhoud van de overeenkomsten worden gesteld.

Artikel 44

[Vervallen per 01-01-2015]

Overeenkomsten die in strijd met het bij of krachtens de artikelen 42 of 43 bepaalde zijn gesloten, zijn nietig.

Artikel 45

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een uitvoeringsorgaan is verplicht met iedere instelling op haar verzoek een overeenkomst te sluiten als bedoeld in artikel 42, eerste lid, tenzij het uitvoeringsorgaan daartegen ernstige bezwaren heeft.

  • 2 Voor zover een uitvoeringsorgaan een statutair omschreven werkgebied heeft, is de in het eerste lid bedoelde verplichting beperkt tot de instellingen die zijn gelegen binnen dit werkgebied en de instellingen waarvan de bevolking van dit werkgebied naar verwachting regelmatig gebruik zal maken.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg of categorieën van instellingen worden aangewezen waarvoor het eerste lid niet geldt.

  • 4 Het College zorgverzekeringen kan bij het verlenen van een ontheffing van artikel 41, eerste lid, bepalen of en in hoeverre van het gestelde in het eerste en tweede lid van dit artikel kan worden afgeweken.

Artikel 46

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, die met een uitvoeringsorgaan een overeenkomst als bedoeld in artikel 42, eerste lid, heeft gesloten, is gehouden op daartoe door een ander uitvoeringsorgaan gedaan verzoek met deze een gelijke overeenkomst te sluiten, tenzij die instelling daartegen ernstige bedenkingen heeft.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen vormen van zorg of categorieën van instellingen worden aangewezen waarvoor het eerste lid niet geldt.

Hoofdstuk VII. Beheer van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 48

[Vervallen per 01-01-2015]

De Rijksbelastingdienst biedt jaarlijks voor 1 november een verklaring aan het College zorgverzekeringen aan omtrent de rechtmatigheid van ontvangsten over het afgelopen kalenderjaar betreffende de ingevolge de Wet financiering volksverzekeringen geheven premies Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel 49

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het College zorgverzekeringen is tegenover personen of instellingen, die ter zake van aan verzekerden verleende zorg op grond van deze wet vorderingen hebben op een ziekenfonds of een ziektekostenverzekeraar, aansprakelijk voor de betaling daarvan, wanneer dat ziekenfonds of die ziektekostenverzekeraar verkeert in de toestand, dat hij heeft opgehouden te betalen.

  • 2 Het Rijk is tegenover het College zorgverzekeringen aansprakelijk voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk VIII. Het verstrekken van inlichtingen

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 56

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een ieder verstrekt op verzoek aan het College zorgverzekeringen, het College toezicht, Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Rijksbelastingdienst, het gemeentebestuur, de uitvoeringsorganen en de indicatieorganen, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, of aan een daartoe door of vanwege een van deze instanties aangewezen persoon kosteloos alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de desbetreffende instantie.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in schriftelijke vorm, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij het in het eerste lid bedoelde verzoek.

  • 3 Een ieder geeft op verzoek van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de terzake verlangde medewerking, voorzover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet door de desbetreffende rechtspersoon.

Artikel 57

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De in artikel 56, eerste lid, bedoelde instanties zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan elkaar of aan een daartoe door of vanwege een van deze instanties aangewezen persoon de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet. De verstrekking van de gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald.

  • 2 Publiekrechtelijke lichamen zijn verplicht hun medewerking te verlenen bij het verkrijgen van inlichtingen, benodigd voor de uitvoering van deze wet. De verstrekking van de gegevens geschiedt kosteloos, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald.

    Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen regelen stellen met betrekking tot de wijze waarop en de vorm waarin de inlichtingen worden verstrekt.

  • 3 Alle ambtenaren tot afgifte van uittreksels uit registers van burgerlijke stand bevoegd, zijn verplicht aan een in artikel 56, eerste lid, bedoelde instantie de door deze gevraagde uittreksels uit de registers kosteloos toe te zenden.

  • 4 Griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, verstrekken op verzoek, kosteloos, aan het College zorgverzekeringen, aan het College toezicht en aan de ziekenfondsen alle gegevens, inlichtingen en uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze wet door de desbetreffende rechtspersoon.

Hoofdstuk IX. Bezwaar en beroep

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 58

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een beslissing van een uitvoeringsorgaan of een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, op bezwaar inzake een aanspraak op zorg of op een vergoeding ingevolge deze wet wordt niet genomen dan nadat daaromtrent door het College zorgverzekeringen op verzoek van het bestuursorgaan advies is uitgebracht.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover het bezwaarschrift betrekking heeft op een ingevolge het bepaalde krachtens deze wet verschuldigde bijdrage, waarvan de hoogte niet afhankelijk is van een medisch oordeel.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing indien:

    • a. het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is,

    • b. aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen, of

    • c. het College zorgverzekeringen geen advies heeft uitgebracht binnen de in het vierde lid genoemde termijn of heeft medegedeeld geen advies te zullen uitbrengen.

  • 4 Het College zorgverzekeringen brengt een advies als bedoeld in het eerste lid uit binnen tien weken na ontvangst van alle gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van het verzoek noodzakelijk zijn, en zendt gelijktijdig afschrift daarvan aan de belanghebbende.

Artikel 59

[Vervallen per 01-01-2015]

Het beroep en het hoger beroep inzake een geschil van uitsluitend geneeskundige aard wordt behandeld met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 61

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan ieder der partijen beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens een der artikelen 1, tweede lid, 2, 3 en 5.

  • 2 Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij de Centrale Raad van Beroep de plaats inneemt van een gerechtshof.

Artikel 62

[Vervallen per 01-01-2015]

Een belanghebbende kan tegen ingevolge deze wet genomen besluiten, niet zijnde besluiten als bedoeld in artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht, van Onze Minister, het College zorgverzekeringen en van het College toezicht, beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De eerste volzin geldt niet ten aanzien van een besluit van het bestuur van College zorgverzekeringen krachtens artikel 5, derde lid, tweede volzin.

Artikel 64

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Bij afwijzing van verzoeken als bedoeld in de artikelen 45 en 46 kan de beslissing van het College zorgverzekeringen worden ingeroepen.

  • 2 Het eerste lid geldt niet voor zover er voor uitvoeringsorganen of instellingen op grond van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels geen verplichting bestaat tot het sluiten van in artikel 42 bedoelde overeenkomsten.

Hoofdstuk IXA. De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 65a

[Vervallen per 01-01-2015]

Bij de vaststelling van de schadevergoeding, waarop de verzekerde naar burgerlijk recht aanspraak kan maken ter zake van een feit, dat aanleiding geeft tot het verlenen van zorg, bedoeld in artikel 6, houdt de rechter rekening met de aanspraken, die de verzekerde krachtens deze wet heeft.

Artikel 65b

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Behoudens toepassing van het derde lid, eerste volzin, heeft een uitvoeringsorgaan voor de krachtens deze wet gemaakte kosten verhaal op degene, die in verband met het in artikel 65a bedoelde feit jegens de verzekerde naar burgerlijk recht tot schadevergoeding is verplicht, doch ten hoogste tot het bedrag, waarvoor deze bij het ontbreken van de aanspraken krachtens deze wet naar burgerlijk recht aansprakelijk zou zijn, verminderd met een bedrag, gelijk aan dat van de schadevergoeding tot betaling waarvan de aansprakelijke persoon jegens de verzekerde naar burgerlijk recht is gehouden.

  • 2 Voorzover de geldswaarde van de in het eerste lid bedoelde verleende zorg niet kan worden vastgesteld, wordt deze bepaald op een geschat bedrag. Onze Minister kan hieromtrent nadere regels stellen.

  • 3 Het College zorgverzekeringen kan met verzekeraars een overeenkomst sluiten inhoudende een door die verzekeraars aan het College zorgverzekeringen te betalen afkoopsom voor de voor de komende periode te verwachten schadelast tengevolge van de schadeplichtigheid van diens verzekerden ingevolge het eerste lid. De overeenkomst heeft geen betrekking op de schadelast van een uitvoeringsorgaan dat voor de aanvang van de onderhandelingen over de bedoelde overeenkomst aan het College zorgverzekeringen te kennen heeft gegeven van zijn bevoegdheid in het eerste lid gebruik te maken. Het College zorgverzekeringen stelt voor aanvang van de periode waarvoor een afkoopsom is overeengekomen, uitvoeringsorganen op de hoogte van de totstandkoming van bedoelde overeenkomst.

Artikel 65c

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien de verzekerde in dienstbetrekking werkzaam is, geldt artikel 65b, ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte werkgever van de verzekerde, onderscheidenlijk ten aanzien van de naar burgerlijk recht tot schadevergoeding verplichte persoon, die in dienstbetrekking staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde jegens wie naar burgerlijk recht verplichting tot schadevergoeding bestaat, slechts indien het feit als genoemd in artikel 65a is te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van die werkgever onderscheidenlijk persoon.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt mede als werkgever beschouwd degene, die krachtens het eerste lid van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering mede als werkgever wordt beschouwd, ongeacht de bij het tweede lid van dat artikel bedoelde uitzonderingen.

Artikel 65d

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een uitvoeringsorgaan kan van hem, die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, opzettelijk aanspraken als verzekerde bij hem doet gelden onderscheidenlijk deed gelden, alsmede van hem, die daaraan opzettelijk zijn medewerking verleent onderscheidenlijk heeft verleend, geheel of gedeeltelijk het bedrag vorderen van de zorg of van de vergoedingen die hem te veel of ten onrechte zijn verleend. Voorzover de geldswaarde van de in de eerste volzin bedoelde zorg niet vaststaat, kan deze worden vastgesteld op een geschat bedrag.

  • 2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld betreffende de in het eerste lid bedoelde terugvordering.

Hoofdstuk X. Strafbepalingen

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 66

[Vervallen per 01-01-2015]

Hij die werkzaamheden verricht, welke ingevolge deze wet uitsluitend aan uitvoeringsorganen zijn toegestaan, of die zodanige werkzaamheden blijft verrichten nadat zijn toelating overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 der Ziekenfondswet of artikel 35 van deze wet is ingetrokken, of die voorwaarden waaronder toelating is verleend overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 68

[Vervallen per 01-01-2015]

Hij die niet voldoet aan een der verplichtingen, bedoeld in artikel 56, derde lid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 68a

[Vervallen per 01-01-2015]

Overtreding van artikel 41a wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 71

[Vervallen per 01-01-2015]

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur, strekkende tot uitvoering van deze wet, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, indien en voor zover deze overtreding bij die algemene maatregel als strafbaar feit is aangeduid.

Artikel 73

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 74

[Vervallen per 01-01-2015]

Bij het opsporen van een bij of krachtens deze wet strafbaar gesteld feit hebben de in artikel 73 bedoelde personen toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

Hoofdstuk XI. Overgangs- en slotbepalingen

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 76a

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De voordracht tot het vaststellen van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikel 5, derde en vierde lid, en artikel 6, wordt gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

  • 2 Indien een algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 6, geen zodanige invloed heeft op de geldelijke omvang van de verstrekkingen dat zulks verhoging of verlaging van de in artikel 11, tweede lid, van de Wet financiering volksverzekeringen bedoelde premies tot gevolg heeft, zal, in afwijking van het eerste lid, een voordracht tot het vaststellen daarvan worden gedaan door Onze Minister.

Artikel 77

[Vervallen per 01-01-2015]

Voor zover deze wet niet anders bepaalt, wordt hetgeen tot haar uitvoering nodig is bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld.

Artikel 79

[Vervallen per 01-01-2015]

Deze wet wordt aangehaald als: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk , 14 december 1967

JULIANA.

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

B. ROOLVINK.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

R. J. H. KRUISINGA.

De Staatssecretaris van Financiën,

F. H. M. GRAPPERHAUS.

Uitgegeven de negentiende december 1967.

De Minister van Justitie,

C. H. F. POLAK.

Terug naar begin van de pagina