Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting

Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 7 van de Wet op de kansspelbelasting (Stb. 1961, 313), artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301) en artikel 1 van de Wet van 24 december 1927 (Stb. 416);

Besluit:

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij deze regeling bepaalde wordt verstaan onder:

a. wet:

Wet op de kansspelbelasting;

b. belasting:

kansspelbelasting.

Artikel 1a

Het tijdstip waarop de belasting, bedoeld in artikel 6 van de wet, in het kalenderjaar is verschuldigd, is:

  • a. de laatste dag van de kalendermaand waarin de prijs ter beschikking is gesteld, indien:

  • b. de laatste dag van het kalenderkwartaal waarin de prijs ter beschikking is gesteld, indien:

    • 1°. de afgedragen belasting, bedoeld in artikel 6 van de wet, in de aan het kalenderjaar voorafgaande twee kalenderjaren per kwartaal gemiddeld niet meer heeft bedragen dan € 15.000; en

    • 2°. aan de inhoudingsplichtige in de aan het kalenderjaar voorafgaande twee kalenderjaren niet meer dan twee naheffingaanslagen zijn opgelegd ter zake van de belasting, bedoeld in artikel 6 van de wet.

Artikel 2

  • 2 Elk kansspel dient als één post in het register te worden geboekt. Voor elke post wordt tenminste één blad gebruikt.

  • 3 Elke post dient in te houden:

    • a. een omschrijving van het kansspel;

    • b. de dag of dagen waarop het kansspel plaatsvindt;

    • c. een specificatie van de prijzen met, voor zover de prijzen niet in geld bestaan, vermelding van de waarde als bedoeld is in artikel 3, derde lid, van de wet;

    • d. het totale bedrag van de ter beschikking gestelde en niet van de belasting vrijgestelde prijzen in geld;

    • e. het totale bedrag van de ter beschikking gestelde en niet van de belasting vrijgestelde prijzen, welke niet in geld bestaan;

    • f. het totale bedrag waarover de belasting wordt berekend;

    • g. het tijdstip of de tijdstippen, waarop de prijzen ter beschikking zijn gesteld;

    • h. het bedrag van de belasting;

    • i. de dag waarop de belasting is afgedragen.

Artikel 3

  • 1 De nota als bedoeld is in artikel 7, tweede lid, van de wet dient in te houden:

    • a. een omschrijving van het kansspel alsmede een aanduiding van het lot of onderdeel van het lot, waarop de prijs is gevallen;

    • b. de naam en het adres van de gerechtigde tot de prijs;

    • c. een omschrijving van de prijs met, voor zover de prijs niet in geld bestaat, vermelding van de waarde als bedoeld is in artikel 3, derde lid, van de wet;

    • d. het bedrag waarover de belasting is berekend;

    • e. het tijdstip, waarop de prijs ter beschikking is gesteld;

    • f. het bedrag van de ingehouden belasting.

  • 2 De nota's dienen naar volgorde van afgifte van een per kansspel doorlopend nummer te worden voorzien. De nummering kan ook geschieden in series, voorzien van een aanduiding per serie.

  • 3 Van elke nota dient een dubbel te worden aangehouden, voorzien van hetzelfde volgnummer als het eerste exemplaar.

Artikel 5

  • 1 Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsbeschikking kansspelbelasting.

  • 2 Zij treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

's-Gravenhage, 30 oktober 1961

De

Staatssecretaris

van Financiën,
Voor deze:
De

directeur-generaal voor fiscale zaken in algemene dienst

,

C. P. Tuk

Terug naar begin van de pagina