Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)

Geldend van 01-10-2019 t/m 31-12-2019

Wetstechnische informatie voor Artikel 30e

Informatie geldend op 01-10-2019

Regelgeving die op dit artikel is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Beleidsregels en circulaires die betrekking hebben op dit artikel

Geen

Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit artikel

Geen

Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar het hoofdstuk, paragraaf e.d. waar dit artikel deel van uitmaakt

Verwijzingen naar Eerste Boek

    Overzicht van wijzigingen voor dit artikel

    (geldig op 01-10-2019)

    Opmerking

    Als gevolg van de gefaseerde inwerkingtreding van de wetgeving waarmee digitaal procederen mogelijk wordt gemaakt (KEI-wetgeving) zijn gedurende enige tijd twee verschillende versies van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geldend, één voor de gevallen waarin digitaal procederen geldt en één voor de gevallen waarin dat nog niet het geval is. Zie voor het overzicht gefaseerde inwerkingtreding van de KEI-wetgeving: http://www.rijksoverheid.nl/KEI. Zie voor de geconsolideerde tekst van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering die geldt in het geval van niet-digitaal procederen: http://wetten.overheid.nl/BWBR0039872.
    OntstaansbronInwerkingtreding
    Datum van inwerkingtredingTerugwerkende krachtBetreftOndertekeningBekendmakingKamerstukkenOndertekeningBekendmakingOpmerking
    01-09-2017 Wijziging 13-07-2016 Stb. 2016, 288 34059 01-05-2017 Stb. 2017, 174 Inwtr. 1
    01-03-2017 Nieuw 13-07-2016 Stb. 2016, 288 34059 25-01-2017 Stb. 2017, 16 Alg. 2, Inwtr. 3

    Opmerkingen

    1. Treedt in werking voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, waarin partijen niet in persoon kunnen procederen en met uitzondering van procedures die worden ingesteld op grond van de artikelen 254, 438, tweede tot en met vijfde lid, 486, eerste lid, 613, 642q, 771 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 27 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 122 van de Faillissementswet en de Onteigeningswet.1)

    2. De artikelen III en IV van Stb. 2016/288 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.2)

    3. Treedt uitsluitend in werking voor zover het betreft vorderingsprocedures bij de Hoge Raad.3)

    Terug naar begin van de pagina