KruimelpadGeldend op 11-02-2010
Subsidieregeling sterktes in innovatie
Aanvragen dienen plaats te vinden per individueel project.
Door een duidelijke beantwoording van de vragen kan worden vermeden dat de behandeling van een aanvraag dient te worden opgeschort voor het vragen van nadere informatie.
U dient er rekening mee te houden dat de beslissingsprocedure doorgaans tussen acht en dertien weken zal vergen, te rekenen vanaf het moment dat de ontvangst van de volledig ingevulde en gedocumenteerde aanvraag wordt bevestigd. Een aanvraag wordt eerst geacht volledig te zijn ingediend na ontvangst door de minister van een volledig ingevuld aanvraagformulier inclusief de daarin genoemde bijlagen.
Als u vragen heeft, kunt u zich wenden tot:
EVD, agentschap van het ministerie van Economische Zaken, unit internationale financiering (070) 778 8085
Een scheepswerf is een bedrijf dat in Nederland zeeschepen ontwikkelt, ontwerpt, (ver)bouwt en uitrust.
U dient over een vaste bouwlocatie te beschikken om als scheepswerf in de zin van deze Regeling te kunnen worden aangemerkt.
Het aantal werknemers dat gedurende het afgelopen boekjaar voltijds arbeid heeft verricht binnen uw onderneming (verrichte arbeid in deeltijd en seizoensarbeid meetellen naar evenredigheid).
De SBI-code wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onder andere gebruikt om bedrijfseenheden te rubriceren naar hunhoofdactiviteit, de zogenaamde standaard bedrijfsindeling.
Een groep is een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
1. een natuurlijke rechtspersoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:
– meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
– volledig aansprakelijk vennoot is van,
– of overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.
Subsidie wordt uitsluitend verleend voor de bouw van de volgende zichzelf voorstuwende schepen in de handelsvaart:
– Schepen van 100bt of meer voor het vervoer van passagiers en/of goederen;
– Schepen van 100bt of meer voor het verrichten van een speciale dienst (bijvoorbeeld baggerschepen en ijsbrekers);
– Sleepboten van 365 kW of meer;
Voor verbouw wordt uitsluitend subsidie verleend indien het een zeeschip in de handelsvaart van 1000bt of meer betreft, en voor zover de uitgevoerde werken een ingrijpende wijziging van het laadplan, de romp, het voorstuwingsmechanisme of de passagiersverblijven met zich brengen.
Bij sleepboten dient het vermogen in kW te worden vermeld.
Ook (ver)bouwcontracten tussen verschillende rechtspersonen binnen een Groep kunnen voor subsidie in het kader van deze Regeling in aanmerking komen.
De afkorting cgt staat voor compensated gross tonnage en is een maat voor de complexiteit van een schip. Voor de meeste schepen volgt de cgt-waarde uit de volgende internationaal vastgestelde formule1 , met vaste factoren per scheepstype (zie onderstaande tabel).
cgt = A * gtB
hierbij staat:
– gt voor het gross tonnage van het schip;
– de factor A voor de invloed van het scheepstype;
– de factor B voor de invloed van de grootte van het schip.
Scheepstype | A | B |
|---|---|---|
Oil tankers (double hull) | 48 | 0.57 |
Chemical tankers | 84 | 0.55 |
Bulk carriers | 29 | 0.61 |
Combined carriers | 33 | 0.62 |
General cargo ships | 27 | 0.64 |
Reefers | 27 | 0.68 |
Full container | 19 | 0.68 |
Ro ro Vessels | 32 | 0.63 |
Car carriers | 15 | 0.70 |
LPG carriers | 62 | 0.57 |
LNG carriers | 32 | 0.68 |
Ferries | 20 | 0.71 |
Passenger ships | 49 | 0.67 |
Aanvullend op deze OESE-factoren zijn voor onderstaande scheepstypen specifieke cgt-factoren bepaald.
Jachten: A= 75 B= 0,65
Sleephopperzuigers A= 25 B= 0,73
Snijkopzuigers: A= 26 B= 0,75
Non Cargo Carrying Vessels A= 71 B= 0,61
Voorbeeld: een 'chemical tanker' (dus factor A=84 en factor B=0.55) van 3.950 gt geeft als uitkomst een cgt waarde van 7.987.
Geen subsidie wordt verstrekt indien ten tijde van de aanvraag al een contract is afgesloten. Dit geldt ook indien dit contract opschortende of ontbindende voorwaarden bevat.
Subsidie is uitsluitend beschikbaar voor het in Nederland (ver)bouwen van een schip. Dit betekent dat de scheepsnieuwbouwactiviteiten in principe in Nederland dienen plaats te vinden. Daarbij is echter wel oog voor het feit dat in sommige gevallen Nederlandse werven de (ver)bouw van delen van het schip, zoals het casco, in het buitenland uitbesteden.
Indien alle bouwfases in Nederland plaatsvinden is per definitie sprake van bouwen in Nederland.
Geef per bouwfase een omschrijving daarvan, de locatie waar deze fase wordt uitgevoerd (plaats, evt. land) en het percentage van de bouwkosten dat daarop betrekking heeft. In geval van uitbesteding van werk dient tevens de onderaannemer te worden vermeld.
Indien alle bouwfases buiten Nederland plaatsvinden is in ieder geval geen sprake van bouwen in Nederland. De aanvraag komt dan niet in aanmerking voor subsidie.
Indien niet alle bouwfases in Nederland plaatsvinden, dient u op een andere wijze aan te tonen dat het schip in Nederland zal worden gebouwd/verbouwd. De wijze waarop u dat doet staat u vrij. Een tweetal in ieder geval aanvaardbare onderbouwingsvarianten zijn onder 4.4 en 4.5 geïndiceerd.
Hierbij dient een kostenopbouw van de contractprijs bijgevoegd te worden op basis van de gekozen variant.
Bij deze onderbouwingsvariant dient de toerekening van kosten aan de categorieën Eigen produktie (I), Nederlandse toeleveringen (II) en Buitenlandse toeleveringen (III) plaats te vinden op basis van de vestigingsplaats van de toeleverancier die factureert en waaraan betaling verschuldigd is.
Bij deze onderbouwingsvariant dient de toerekening van kosten aan de categorieën Eigen produktie (I), Nederlandse toeleveringen (II) en Buitenlandse toeleveringen (III) plaats te vinden op basis van de mate waarin het toegeleverde product van Nederlandse origine is.
U dient de kerngegevens van het innovatieproject in het aanvraagformulier te vermelden. In een bijlage dient u deze zodanig uit te werken dat kan worden beoordeeld of sprake is van een technologische innovatie die in Europees perspectief als vernieuwend kan worden aangemerkt. Tevens dient te kunnen worden vastgesteld dat het innovatieproject het risico van technologische of industriële mislukking in zich draagt.
Het gaat hier om de namen van betrokken partijen, hun aandeel in het project en een omschrijving van de activiteit.
U dient hier te beschrijven wat de thans gangbare toepassingspraktijk is bij het te vernieuwen product of proces.
Waarom is de door u beoogde innovatieve stap in Europees perspectief als vernieuwend aan te merken?
Subsidiabel zijn drie verschillende type innovatieprojecten (A, B of C).
Per type innovatieproject zijn diverse in het model kostenverantwoording aangegeven activiteiten, subsidiabel.
Per subsidiabele activiteit dient u de gemaakte en betaalde kosten naar de onderscheiden categorieën uit te splitsen. Het kan daarbij zowel gaan om de kosten van de werf (manuren) als om de kosten voor de levering van goederen en diensten door derden (voor zover deze rechtstreeks en uitsluitend verband houden met het innovatieproject).
U dient de begrote kosten voor de levering van goederen en diensten door derden onder de posten materiaal; uitbesteed werk; externe dienstverlening; gebruiksklare toeleveringen en overig, naar afzonderlijke kostenposten uit te splitsen in een bijlage. Posten kleiner dan EUR 25.000 hoeven niet nader gespecificeerd te worden en kunnen per kostensoort in een verzamelpost worden opgenomen.
Kosten zijn slechts subsidiabel voor zover deze plaatsvinden na de datum waarop de subsidie is aangevraagd (eventueel uitgezonderd de kosten voor haalbaarheidsonderzoeken die binnen twaalf maanden voor de aanvraag zijn uitgevoerd).
De subsidie bedraagt maximaal 20 procent van de voor subsidie in aanmerking komende kosten.
Het gaat hierbij onder meer om de in artikel 10e.7 van de Subsidieregeling sterktes in innovatie genoemde aspecten, en een eventuele aanvraag voor faillissement c.q. surséance van betaling voor de aanvrager en eventuele andere vormen van aan het project verstrekte staatssteun.
U dient er rekening mee te houden dat de beslistermijn op uw verzoek tot vaststelling van de subsidie 13 weken kan vergen, te rekenen vanaf ontvangst door de minister van een volledig ingevuld vaststellingsformulier inclusief de daarin genoemde bijlagen.
Door een duidelijke beantwoording van de vragen kan worden vermeden dat de behandeling van een aanvraag dient te worden opgeschort voor het vragen van nadere informatie.
Als u vragen heeft, kunt u zich wenden tot:
EVD, agentschap van het ministerie van Economische Zaken, unit internationale financiering (070) 778 8085
Bij sleepboten dient het vermogen in kW te worden vermeld.
De afkorting cgt staat voor compensated gross tonnage en is een maat voor de complexiteit van een schip. Voor de meeste schepen volgt de cgt-waarde uit de volgende internationaal vastgestelde formule2 , met vaste factoren per scheepstype (zie tabel).
cgt = A * gtB
hierbij staat:
– gt voor het gross tonnage van het schip;
– de factor A voor de invloed van het scheepstype;
– de factor B voor de invloed van de grootte van het schip.
Scheepstype | A | B |
|---|---|---|
Oil tankers (double hull) | 48 | 0.57 |
Chemical tankers | 84 | 0.55 |
Bulk carriers | 29 | 0.61 |
Combined carriers | 33 | 0.62 |
General cargo ships | 27 | 0.64 |
Reefers | 27 | 0.68 |
Full container | 19 | 0.68 |
Ro ro Vessels | 32 | 0.63 |
Car carriers | 15 | 0.70 |
LPG carriers | 62 | 0.57 |
LNG carriers | 32 | 0.68 |
Ferries | 20 | 0.71 |
Passenger ships | 49 | 0.67 |
Aanvullend op deze OESE-factoren zijn voor onderstaande scheepstypen specifieke cgt-factoren bepaald:
Jachten: A= 75 B= 0,65
Sleephopperzuigers A= 25 B= 0,73
Snijkopzuigers: A= 26 B= 0,75
Non Cargo Carrying Vessels A= 71 B= 0,61
Voorbeeld: een 'chemical tanker' (dus factor A=84 en factor B=0.55) van 3.950 gt geeft als uitkomst een cgt waarde van 7.987.
Subsidie wordt alleen verleend als sprake is van een in Nederland gebouwd of verbouwd schip. Ook indien de bouw van delen van het schip, zoals het casco, in het buitenland heeft plaatsgevonden, kan in de zin van de regeling sprake zijn van (ver)bouwen in Nederland.
Geef per bouwfase een omschrijving daarvan, de locatie waar deze fase is uitgevoerd (plaats, eventueel land) en het percentage van de bouwkosten dat daarop betrekking heeft. In geval van uitbesteding van werk dient tevens de onderaannemer te worden vermeld.
Indien alle bouwfases buiten Nederland plaatsvinden is in ieder geval geen sprake van bouwen in Nederland. De aanvraag komt dan niet in aanmerking voor subsidie.
Indien niet alle bouwfases in Nederland plaatsvinden, dient u op een andere wijze aan te tonen dat het schip in Nederland is gebouwd/verbouwd. De wijze waarop u dat doet staat u vrij. Een tweetal in ieder geval aanvaardbare onderbouwingsvarianten zijn onder 5.4 en 5.5 geïndiceerd.
Hierbij dient een kostenopbouw van de contractprijs bijgevoegd te worden op basis van de gekozen variant.
Bij deze onderbouwingsvariant dient de toerekening van kosten aan de categorieën Eigen productie (I), Nederlandse toeleveringen (II) en Buitenlandse toeleveringen (III) plaats te vinden op basis van de vestigingsplaats van de toeleverancier die factureert en waaraan betaling verschuldigd is.
Bij deze onderbouwingsvariant dient de toerekening van kosten aan de categorieën Eigen productie (I), Nederlandse toeleveringen (II) en Buitenlandse toeleveringen (III) plaats te vinden op basis van de mate waarin het toegeleverde product van Nederlandse origine is.
U dient in het kort verslag uit te brengen over het al dan niet bereikt hebben van de doelstelling(en) van het innovatieproject.
U dient de resultaten van het innovatieproject zowel vanuit innovatief (6.2) als budgettair (6.3) perspectief te relateren aan de geplande uitkomsten van het project.
De subsidie is beperkt tot de kosten voor investeringen, ontwerp, technische en testactiviteiten (inclusief de kosten voor de levering van goederen en diensten door derden), die rechtstreeks en uitsluitend voortvloeien uit het innovatieproject en die hebben plaatsgevonden na de datum waarop de subsidie is aangevraagd (eventueel uitgezonderd de kosten voor haalbaarheidsonderzoeken die binnen twaalf maanden voor de aanvraag zijn uitgevoerd.
U dient de verantwoorde kosten onder materiaal; uitbesteed werk; externe dienstverlening; gebruiksklare toeleveringen; alsmede onder de post overige uit te splitsen in een bijlage.
De subsidie bedraagt maximaal 20 procent van de in aanmerking komende kosten.
Voor zover voor dit innovatieproject ook andere staatsteun is toegekend, wordt deze in mindering gebracht op de steun die onder deze regeling ten hoogste kan worden verstrekt. U dient opgave te doen van eventuele bedragen waarvoor staatsteun is verkregen dan wel aangevraagd door uw onderneming en uw toeleveranciers.
Het gaat hierbij onder meer om de in artikel 10e.7 van de Subsidieregeling sterktes in innovatie genoemde aspecten. Ook dient u melding te maken van zowel het in faillissement c.q. surseance van betaling geraken van uw onderneming, als van wijzigingen in het projectplan, vertragingen in de bouw en wijziging of beëindiging van het contract tussen uw onderneming en opdrachtgever.
Het verzoek tot vaststelling van deze subsidie dient door een daartoe bevoegde bestuurder van de onderneming te worden ondertekend. De gevraagde verklaring houdt o.m. in dat eventuele afwijkingen van het projectplan aan de minister van Economische Zaken zijn gemeld, conform artikel 37, eerste lid van het kaderbesluit EZ-subsidies.
Als bijlage bij dit formulier is een controleprotocol te vinden op www.evd.nl/siz waarin aan de accountant, die is belast met de controle op deze aanvraag tot subsidievaststelling, aanwijzingen worden gegeven met betrekking tot de reikwijdte en de intensiteit van de te verrichten controle. In het protocol wordt ook het object van de controle nader aangegeven. Hierdoor wordt overigens niet beoogd een aanpak van de controle voor te schrijven: de onderzoeksaanpak is de verantwoordelijkheid van de accountant.
De controle kan worden uitgevoerd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De gevraagde verklaring kan ook worden verstrekt door een niet als openbaar accountant optredend intern accountant, mits deze volstaat aan de bepalingen welke gesteld zijn in deel B2 van de Verordening Gedragscode van het Koninklijk NIVRA.