Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
Kruimelpad

Wet- en regelgeving

Instellingen (nu: volledige regeling), opent een nieuw venster

Geselecteerde elementen (1)

Geldend op 09-06-2012


  • Uitvoeringsregeling Meststoffenwet


  • [ Onbenoemd ]

  • bijlage Aa. , behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

    I. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

    • 1. reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van suiker uit suikerbieten en die met name bestaat uit calciumcarbonaat, organische stof afkomstig van suikerbieten en water (schuimaarde).

    • 2. Reststof, die uitsluitend bestaat uit calciumcarbonaat in de vorm van tot granulaat vermalen eierschalen die zijn vrijgekomen bij de industriële verwerking van eieren, en die is gehygiëniseerd door verhitting (calciumcarbonaat van verwerkte eierschalen).

    • 3. Reststof die is vrijgekomen bij de fabriekmatige productie van drinkwater uit grond- of oppervlaktewater en die met name bestaat uit calciumcarbonaat (kalkslib van drinkwaterbereiding).

    • 4. Reststof die is vrijgekomen bij de fermentatieve productie van het antibioticum 7-amino-de-acetoxy-cefalosporinezuur en die met name bestaat uit zwavel, kalium en stikstof (reststof bij 7-ADCA productie).

    • 5. Reststof die is vrijgekomen bij de zuivering van steenzout bij de fabrieksmatige productie van zuiver natriumchloride en die bestaat uit calciumcarbonaat, water, magnesiumhydroxide en sporen gips en keukenzout (kalkhoudende reststof van zoutwinning),

    • 6. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van urean uit kalkammonsalpeter en ureum en die bestaat uit calciumcarbonaat (kalk), water en de filterhulpstof amorf aluminiumsilicaat (kalkhoudende filterkoek die vrijkomt bij de productie van anorganische meststoffen).

    • 7. Reststof die is vrijgekomen bij de industriële productie van bakkersgist door fermentatie van verdunde melasse van suikerbieten en suikerriet en die bestaat uit een donkerbruine viskeuze suspensie van kristallen van kaliumsulfaat (kaliumsulfaatsuspensie).

    • 8. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van alcohol door fermentatie van melasse die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit een donkerbruine stroperige vloeistof (vinassekali) of bestaat uit een ingedikte donkerbruine stroperige vloeistof (ingedikte vinassekali).

    • 9. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van lucht uit een bedrijfshal, waar (gecomposteerd) zuiveringsslib met houtsnippers wordt gecomposteerd door middel van het wassen met een verdunde waterige oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een pH-neutrale oplossing van ammoniumsulfaat in water (ammoniumsulfaathoudende spuiwater van chemische luchtwassers van composteerhallen).

    • 10. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van blauwzuur (waterstofcyanide) uit methaan en ammoniak volgens het BMA-proces en die bestaat uit een oplossing van ammoniumsulfaat in water met een maximaal blauwzuurgehalte van 0,00027% (ammoniumsulfaatoplossing in water van blauwzuurproductie volgens BMA-proces).

    • 11. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van fabrieksaardappelen tot zetmeel en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater (ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater).

    • 12. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol door fermentatie van het glucosehoudend bijproduct van de verwerking van tarwe tot tarwegluten en tarwezetmeel na toevoeging van gist, waaruit de alcohol door destillatie is verwijderd en dat met propionzuur en boterzuur gestabiliseerd kan zijn en die bestaat uit waterig slib met residuen van vergiste tarwebestanddelen en gist (tarwegistconcentraat)

    • 13. Reststof die is vrijgekomen bij het verwijderen van kalium uit glycerine van biodieselproductie uit koolzaad door middel van precipitatie en in hoofdzaak bestaat uit gedroogde kaliumsulfaat (Kaliumsulfaat van biodieselproductie).

    • 14. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen).

    • 15. Reststof die is vrijgekomen bij de ontzwaveling van rookgassen afkomstig van afgedankte katalysatorpellets gebruikt voor het kraken van olie van olieraffinaderijen al dan niet onder toevoeging van metaalhoudende slibben en/of filterkoeken, nadat deze in een wervel bed oven of een roterende trommeloven thermisch zijn behandeld om molybdeen, kobalt, nikkel en vanadium terug te winnen. De rookgassen worden gefilterd en met luchtwassers wordt zwaveldioxide aan magnesiumhydroxide tot magnesiumsulfiet gebonden dat vervolgens geoxideerd wordt tot een oplossing van magnesiumsulfaat in water met minder dan 100 mg fluoride per kg (waterige oplossing van magnesiumsulfaat van rookgasreiniging).

    • 16. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van aardappelen door het scheiden van resten aardappel, vet en onoplosbaar zetmeel waarna de geschoonde vloeistof anaëroob wordt gezuiverd en dan koolzuurgas wordt verwijderd en vervolgens magnesiumoxide wordt toegevoegd en het dan gevormde precipitaat wordt afgescheiden en gewassen, ontwaterd en eventueel gedroogd en die bestaat uit magnesiumammoniumfosfaat (magnesiumammoniumfosfaat van aardappelproceswater).

    • 17. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van wei van kaasproductie na verwijdering van eiwit en calcium- en magnesiumfosfaten en die bestaat uit een oplossing van natriumchloride en kaliumchloride in water (natrium- en kaliumchlorideoplossing in water afkomstig van kaasproductie).

    • 18. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van methionine en die bestaat uit een waterige oplossing van kaliumbicarbonaat, enig kaliumcarbonaat en resten methionine, alanine en dimeren van methionine (kaliumbicarbonaat uit methionineproductie).

    • 19. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van papier en karton en die bestaat uit een mengsel van geschoond papiercellulose en oppervlaktewater (stabilisator voor het bodemoppervlak op basis van papiercellulose).

    • 20. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumhydroxide-suspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalk uit poederkoolgestookte elektriciteitscentrale).

    • 21. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumcarbonaatsuspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalksteen).

    • 22. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van lucht uit een bedrijfshal met tunnels waarin pluimveemest wordt gecomposteerd, gedroogd en gepelleteerd, door middel van het wassen met een verdunde waterige oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een zure oplossing van ammoniumsulfaat in water (ammoniumsulfaathoudend spuiwater van chemische luchtwassers van mestkorrelinstallaties voor pluimveemest).

    • 23. Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en dat uitsluitend bestaat uit het perssap van pulp van vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en destillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienperssap).

    II. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld

    (Categorieën afvalstoffen of reststoffen)

    • 1. Reststof die is vrijgekomen bij de chemische reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van de stallucht met ammoniak in een verdunde oplossing van zwavelzuur en die bestaat uit een ammoniumsulfaatoplossing in water (spuiwater uit luchtwassers met een chemische wasstap).

    • 2. Reststof die is vrijgekomen bij de biologische reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van stallucht met water en geleid over materiaal met een ruimtelijke structuur waarop nitrificerende bacteriën ammonium omzetten in nitriet en vervolgens in nitraat en die bestaat uit een zeer sterk verdunde pH-neutrale zwavel- en stikstofhoudende oplossing in water (spuiwater luchtwassers met een biologische wasstap).

    • 3. reststof die is vrijgekomen bij de reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van stallucht met water (spuiwater uit luchtwassers met een water wasstap).

    III. Stoffen die bij de productie van meststoffen kunnen worden gebruikt

    • 1. Reststof die is vrijgekomen bij de productie van magnesiumcalciumhydroxide uit gebrand dolomietkalksteen (magnesiumcalciumoxide gevormd uit magnesiumcalciumcarbonaat) en die bestaat uit grijswit granulaat van magnesiumcalciumoxide en magnesiumcalciumhydroxide (granulaat van magnesiumcalciumhydroxide),

    • 2. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumhydroxide-suspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalk uit poederkoolgestookte elektriciteitscentrale).

    • 3. Reststof die is vrijgekomen bij rookgasontzwavelinginstallaties van de poederkoolgestookte elektriciteitscentrale met bijstook van biomassa na wassen met een calciumcarbonaatsuspensie en afscheiding en droging en die bestaat uit calciumsulfaatdihydraat (rookgasontzwavelinggips van kalksteen).

    IV. Eindproducten van bewerkingsprocédés die als meststof kunnen worden verhandeld

    Categorie 1.

    Product dat verkregen is door vergisting van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met als nevenbestanddeel uitsluitend één of meer van de stoffen die genoemd zijn onder de in onderstaande tabel onderscheiden categorieën of subcategorieën, met dien verstande dat de stoffen genoemd onder categorie G uitsluitend worden gebruikt als nevenbestanddeel indien tevens de maximale waarden waarnaar in categorie G wordt verwezen niet worden overschreden (covergiste mest):

    A

    Stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van een landbouwbedrijf

    A1

    Gewas(-producten) voor humane consumptie of diervoeders

    1

    Weidegras, op het veld gedroogd weidegras, weidekuilgras, snijmaïs, kuilmaïs/maïssilage, korrelmaïs, corn cob mix (CCM), gerstkorrels, haverkorrels, roggekorrels, tarwekorrels, aardappelen, suikerbieten, voederbieten, uien, witlofpennen, zaad van erwten, gehele plantsilage van erwten, zaad van lupinen, bonen/peulen van veldbonen, zonnebloempitten, zaad van kool- of raapzaad, stro van koolzaad, zaad van olievlas, zaad van vezelvlas, groente en fruit behorend tot de in bijlage A opgenomen bladgewassen, koolgewassen, kruiden, vruchtgewassen, stengel-/knol-/wortelgewassen en fruitteeltgewassen.

    A2

    Gewas(-producten) voor de biogasproductie

    1

    Energiemaïs

    B

    stoffen van plantaardige herkomst afkomstig van natuurterrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit gebruik meststoffen

    1

    Weidegras en op het veld gedroogd weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen.

    B1

    Weidegras afkomstig van grasland als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit gebruik meststoffen.

    C

    Stoffen afkomstig uit de voedings- en genotmiddelenindustrie

    C1

    Stoffen van plantaardige herkomst

    1

    Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater met een droge stofpercentage van minimaal 50% (protamylasse).

    2

    Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig verwerken van aardappelen tot zetmeel, vezels en eiwit en die bestaat uit resten aardappelzetmeel die met een bezinker zijn afgescheiden uit het vrijkomende afvalwater (primair aardappelzetmeelslib).

    3

    Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol door fermentatie van het glucosehoudend bijproduct van de verwerking van tarwe tot tarwegluten en tarwezetmeel na toevoeging van gist, waaruit de alcohol door destillatie is verwijderd en dat met propionzuur en boterzuur gestabiliseerd kan zijn en die bestaat uit waterig slib met residuen van vergiste tarwebestanddelen en gist (tarwegistconcentraat).

    4

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen aardappelen en die bestaat uit aardappelschillen in water (aardappelstoomschillen).

    5

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van schillen met behulp van stoom van vooraf gewassen wortelen en die bestaat uit wortelschillen in water (wortelstoomschillen).

    6

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van zetmeel, eiwit, kiemen en vezel van maïs en die bestaat uit ingedampt (geconcentreerd) weekwater met een drogestofgehalte van minimaal 50% (geconcentreerd maïsweekwater).

    7

    Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte frisdranken of licht alcoholische dranken die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte frisdranken of licht-alcoholische dranken en is vrij van verpakkingsmateriaal (vloeibaar mengsel van frisdranken en licht alcoholische dranken).

    8

    Reststof die met behulp van water en fysische processen al dan niet als ingedikte vloeibare reststroom is vrijgekomen bij de fabrieksmatige scheiding van tarwebloem in tarwezetmeel en tarwe-eiwit (gluten) bestemd voor de levensmiddelenindustrie (tarwezetmeel).

    9

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van conserven en die bestaat uit een mengsel van uitgeselecteerde droge witte bonen of uitgeselecteerde geweekte geblancheerde witte bonen die ongeschikt zijn voor humane consumptie (mengsel van witte bonen).

    10

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bewerking van tarwebloem tot gluten, zemelen en zetmeel bestemd voor de levensmiddelenindustrie en die bestaat uit een geconcentreerde suikerrijke deelstroom (tarweindampconcentraat).

    11

    Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig mechanisch schillen van gewassen sinaasappelen voor de productie van sinaasappelsap bestemd voor menselijke consumptie (schilresten van sinaasappelen).

    12

    Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig ontslijmen van ruwe, niet ontslijmde, plantaardige olie – uitsluitend afkomstig van zaden van koolzaad, raapzaad, sojaboon of zonnebloem – door middel van fysische scheiding en waarbij het hydrofiel gedeelte van de olie in water oplost dan wel een zwak zure oplossing vormt en die bestaat uit fosfolipiden, wateroplosbare vetten, olie en eventueel zuurresten in water (waterig lecithine-oliemengsel).

    13

    Reststof die is vrijgekomen bij het filteren door mechanische scheiding van zuiver plantaardige olie, waarin voorgesneden en geblancheerde patat van aardappelen met vooraf aangebracht beslag, battermix of kruiden is voorgebakken en die bestaat uit resten beslag/battermix met zetmeel- en olieresten. (aardappelvetkruim).

    14

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van sojadranken door verwerking van ontpelde sojabonen en die bestaat uit een mengsel van kookvocht en de afgescheiden slecht oplosbare fractie (mengsel van okara en kookvocht).

    15

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van vooraf gewassen aardappelen, gele koolraap, witte koolraap, witte bieten en knolselderij tot luchtgedroogde groenten waarbij deze met een stoomschiller worden geschild, afgeborsteld en met water afgespoeld en vervolgens gedroogd met lucht. De reststof bestaat uit de vaste delen die met een zeefbocht zijn afgescheiden van de afvalwaterstroom die uit de stoomschiller komt en uit de knollen die na het schillen vanwege rot of kleurafwijking zijn uitgesorteerd. (stoomschillen van knolgewassen).

    16

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten en die bestaat uit gereinigde brokstukken van de biet, met name de dunne uiteinden, en delen van bietenbladeren, al dan niet ingekuild. (bietenpunten).

    17

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van suikerbieten via een proces van wassen, snijden en extraheren met heet water ten behoeve van de winning van suiker en dat uitsluitend bestaat uit het geperste snijdsel (bietenperspulp).

    18

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en die uitsluitend bestaat uit al dan niet ontwaterde, vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en distillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienpulp).

    19

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van uien en dat uitsluitend bestaat uit het perssap van pulp van vermalen en gekookte uien, dat resteert na het kook- en destillatieproces ten behoeve van de winning van uienolie (uienperssap).

    20

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van geschoonde en gewassen zetmeelaardappelen die zijn fijn gemaakt met behulp van raspen en waaruit aardappelzetmeel en aardappelvruchtwater zijn verwijderd en dat vervolgens met persen ontwaterd is (aardappelpersvezels).

    21

    Reststof die is vrijgekomen bij het brouwen van bier en bestaat uit uitgetrokken en afgewerkte mout en dat uitsluitend bestaat uit het omhulsel van kaf, vruchtwand of zaadhuid en niet in warm water oplosbare bestanddelen van gerst of tarwe (bierbostel).

    22

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwerking van cichoreiwortelen tot inuline en fructosestroop en dat uitsluitend bestaat uit het uitgewassen en uitgeperste snijdsel (cigarant).

    23

    Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit eiwit en/of zetmeel is verwijderd en waaruit eventueel vocht door persing is onttrokken en hoofdzakelijk bestaat uit celwanden en zetmeel (erwten(pers)vezel).

    24

    Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit celwanden en zetmeel verwijderd is en hoofdzakelijk bestaat uit eiwit (erwteneiwit).

    25

    Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van gemalen en gezeefde erwten waaruit eiwit en/of zetmeel onttrokken is en gemengd is met erwteneiwit (erwtencrème).

    26

    Reststof die is vrijgekomen bij de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van kool- en raapzaadschilfers en hoofdzakelijk bestaat uit celwanden, zetmeel en eiwit afkomstig van koolzaad of raapzaad (koolzaadschroot of raapzaadschroot).

    27

    Bijproduct die vrijgekomen is bij de verwerking van geschoonde gerst tot gort, grutten of bloem en vrijwel uitsluitend bestaat uit het endospermen fijne schilddeeltjes (doppen) van de gerstkorrel (gersteslijpmeelpellets).

    28

    Reststof die is vrijgekomen bij de bereiding van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels en overwegend bestaat uit gries, fijne tarwestof van doorval door zeven en afzuiginstallaties, afgekeurde bloem, tarwebloem, gebroken tarwe en onkruidzaden (tarwevoergriespellets).

    29

    Reststof die is vrijgekomen bij de verwerking van geschoonde gerstekorrels tot mout en die in hoofdzaak bestaat uit de gerstpellen (gerstpellen).

    30

    Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol uit vergist beslag van graan nadat de alcohol (ethanol, bioethanol) door destillatie is verwijderd en dat in hoofdzaak bestaat uit de vaste residuen van granen al dan niet gedroogd (graanspoeling, gedroogde graanspoeling).

    31

    Reststof verkregen bij de verwerking van geschoonde, gebrande en gemalen koffiebonen tot koffie-extract en die bestaat uit het bezinksel van gemalen geëxtraheerde gebrande en gemalen koffiebonen (koffiedik).

    C2

    Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst

    1

    Reststof die is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte vloeibare zuivelproducten die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. De reststof bestaat uit uitgepakte vloeibare zuivelproducten of mengsels daarvan en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte vloeibare zuivelproducten en mengsels daarvan).

    2

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige bereiding van consumptie-ijs en die bestaat uit grondstofresten, ijsmixresten en afgekeurde ijsproducten en vrij is van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (ijsafval).

    3

    Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte voedingsmiddelen die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte voedingsmiddelen die oorspronkelijk bestemd waren voor humane consumptie en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie).

    4

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige verwijdering van lactose door scheiding uit het permeaat dat is verkregen door ultrafiltratie van zoete kaaswei (delactosed permeate liquid).

    5

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige productie van uitsluitend de voedingsmiddelen salades, sauzen en quiches en die bestaat uit slib na fysisch chemische zuivering van afvalwater door flocculatie en flotatie (voedingsmiddelen flotatieslib).

    6

    Reststof die is vrijgekomen bij de productie van brood en banket en die bestaat uit resten brood, koek, banket en deegresten en die zijn uitgevallen bij het productieproces en oorspronkelijk bestemd waren om in voedingsmiddelen te verwerken en niet bestaan uit veegvuil, productievreemde delen, keukenafval en etensresten (bakkerijrestproducten).

    7

    Reststof die is vrijgekomen bij de bereiding van kaas, kwark of caseïne en hoofdzakelijk bestaat uit melksuiker (lactose), resten eiwit en resten melkvet en mineralen van melk. De reststof kan geconcentreerd of gedroogd zijn (wei, weiconcentraat of gedroogde wei).

    8

    Reststof die is vrijgekomen bij het ontkorsten van kaas afkomstig van gepasteuriseerde koeienmelk en bestemd is voor levensmiddelen en die bestaat uit kaas, kaaskorst en maximaal 3% kaaskorstbedekkingsmiddel van copolymeren van vinylacetaat en maximaal 0,0006% Natamycine (E235) bevat (kaasschaafsel).

    D

    Stoffen afkomstig uit de diervoederindustrie

    E

    Stoffen afkomstig uit andere industrieën

    1

    Reststof die is vrijgekomen bij de fabrieksmatige winning van biodiesel uit raapzaadolie of koolzaadolie door omestering met methanol en scheiding onder invloed van de zwaartekracht (glycerine).

    F

    Hulpstoffen of toevoegmiddelen

    1

    Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van drinkwater uit grondwater of oppervlaktewater en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide en water (ijzerwater).

    G

    Stoffen waar de in bijlage II, onder tabel 1, bij het besluit opgenomen maximale waarden voor zware metalen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel en de in bijlage II, onder tabel 4, bij het besluit opgenomen maximale waarden voor organische microverontreinigingen, uitgedrukt in milligrammen per kilogram van het desbetreffende waardegevende bestanddeel voor gelden.

    G1

    Plantaardige stoffen en stoffen afkomstig van de verwerking van plantaardige producten

    1.

    Reststof die verkregen wordt bij de verwerking van aardappelen dat in hoofdzaak uit aardappel Solanum tuberosum. L. en aardappelresten bestaat en vrij is van verpakkingsmateriaal. Dierlijke vetten kunnen aanwezig zijn (aardappelrestanten)

    2.

    Reststof verkregen bij de verwerking van groenten bestemd voor levensmiddelenproducten en resteert na het snijden, wassen en of blancheren. Dierlijke vetten kunnen aanwezig (groentenrestanten).

    3.

    Reststof bestaande uit zaad van de zonnebloem Helianthus annuus L. (zonnebloemzaad).

    4.

    Reststof die vrijkomt bij het winnen van olie door persing uit zaad van zonnebloemen Helianthus annuus L. (zonnebloemzaadschilfers).

    5.

    Reststof die vrijkomt bij het schillen van zonnebloemzaad Helianthus annuus L. (zonnebloemzaadschillen).

    6.

    Reststof van de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van zonnebloemzaadschilfers Helianthus annuus L. die maximaal 1% bleekaarde bevat (zonnebloemzaad, geextraheerd).

    7.

    Reststof die vrijkomt bij de winning van olie door extractie en geschikte hittebehandeling van schilfers van zonnebloemzaden Helianthus annuus L. waarvan de doppen gedeeltelijk of volledig zijn verwijderd en die maximaal 1% bleekaarde bevat (zonnebleomzaadschroot, ontdopt).

    8.

    Reststof die vrijkomt bij het maaien van randen langs akkers en bestaat uit de vegetatieresten met onder andere zonnebloemen Helianthus annuus L. (maaisel van zonnebloemen).

    9.

    Reststof bestaande uit graankorrels van Tricticum aestivum L., Triticum durum Dosf. en andere gecultiveerde tarwesoorten (tarwe).

    10.

    Reststof verkregen door het kiemen van brouwtarwe en het schonen van mout, bestaande uit kiemwortels, graankorrels, doppen en kleine gebroken gemoute tarwekorrels (tarwekiemwortels).

    11.

    Reststof verkregen door gemalen of gebroken tarwe in vochtige, warme omstandigheden onder druk te behandelen en is afgescheiden van voorverstijfselde tarwe (tarwe, voorverstijfseld).

    12.

    Reststof verkregen door uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt bloemt te bereiden en waaruit bloem is verwijderd en dat in hoofdzaak bestaat uit fijne schilddelen en enkele andere delen van de korrel (tarwevoerbloem).

    13.

    Reststof verkregen bij de productie van tarwevlokken door gepelde tarwe te stomen en te pletten en dat bestaat uit resten tarwedoppen en tarwevlokken (tarwevlokken).

    14.

    Reststof verkregen bij de productie van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt en dat overwegend bestaat uit deeltjes van de schil en voorts uit korreldeeltjes waaruit minder endosperm is verwijder dan bij tarwegries (tarwevoer).

    15.

    Reststof verkregen bij de bereiding van bloem of mout uit geschoonde tarwekorrels of ontdopte spelt en waaruit tarwegries is verwijderd dat overwegend bestaat uit resten deeltjes van de schil, stof en endosperm (tarwegries).

    16.

    Reststof verkregen door een gecombineerd procedé van het mouten en gisten van tarwe en tarwezemelengrint en dat is gedroogd en gemalen (gemoute en gegiste tarwedeeltjes).

    17.

    Reststof verkregen bij de verwerking van tarwe en die in hoofdzaak bestaat uit vezels (tarwevezel).

    18.

    Reststof verkregen bij de bereiding van bloem, en dat overwegend bestaat uit al dan niet geplette tarwekiemen, waaraan eventueel nog delen van het endosperm en van de schil hechten (tarwekiemen).

    19.

    Reststof verkregen door het gisten van tarwekiemen en waarvan de micro-organismen zijn geïnactiveerd (tarwekiemen, gegist).

    20

    Reststof van de productie van zetmeel of ethanol uit tarwe en bestaat uit geëxtraheerd tarweeiwit, eventueel gehydrolyseerd (tarwe-eiwit).

    21.

    Reststof van de productie van tarwezetmeel en gluten en bestaat uit gries waarvan de kiemen eventueel gedeeltelijk zijn verwijderd en waaraan tarwepersspa, gebroken tarwe en andere reststoffen van tarwezetmeel en het raffineren van zetmeelproducten kunnen zijn toegevoegd (tarweglutenvoer).

    22.

    Reststof verkregen bij de productie van zetmeel/glucose en gluten uit tarwe (tarwezetmeel, vloeibaar).

    23.

    Reststof verkregen na natte extractie van eiwit en zetmeel dat eventueel gehydrolyseerd is (tarweperssap).

    24.

    Reststof verkregen na gisting van tarwezetmeel na productie van alcohol (tarweconcentraat).

    25.

    Reststof verkregen na het schonen van brouwtarwe bestaande uit kleine brouwtarwekorrels en fracties van gebroken brouwtarwekorrels die vóór het brouwprocedé zijn gescheiden (brouwtarwevoermeel).

    26.

    Reststof die verkregen is door opzuiging zijn verkregen tijdens korreloverdracht (brouwtarwe en moutkorrel).

    27.

    Reststof verkregen door het schonen van brouwtarwe, en bestaat uit fracties van doppen en korrels (brouwtarwedoppen).

    28.

    Reststof verkregen uit gekiemde granen, gedroogd, gemalen en/of geëxtraheerd (moutkiemen).

    29

    Reststof verkregen door het kiemen van brouwgranen en het schonen van mout, bestaande uit kiemwortels, graankorrels, doppen en kleine gebroken gemoute graankorrels en dat eventueel gemalen is (moutkiemwortels).

    30.

    Reststof verkregen door de bereiding van maïszetmeel en dat hoofdzakelijk uit gluten bestaat verkregen door afscheiden van het zetmeel (maisgluten)

    31.

    Reststof verkregen bij de verwerking van groenten bestemd voor levensmiddelenproducten en resteert na het snijden, wassen en of blancheren (groentenresiduen).

    32.

    Reststof verkregen bij de oogst van bloembollen en bestaat uit restmateriaal van de teelt; dit zijn bollen (inclusief kralen) of knollen die niet goed gegroeid zijn, zieke bollen of knollen, bolhuiden en pelresten (bloembollen).

    33.

    Reststof verkregen bij het in bloei trekken van bollen en knollen, bloembollenloof en/of bestaat uit halve of hele bollen en niet marktbare bloemtakken (waterbloeitulpen)

    34.

    Reststof verkregen bij het sorteren van bloembollen en bestaat uit restmateriaal; dit zijn te kleine en/of beschadigde bollen (inclusief kralen) of knollen, bolhuiden en pelresten (afval bij het sorteren van bloembollen).

    35.

    Reststof verkregen bij de oogst van bloembollen afkomstig van biologische productiemethoden en bestaat uit restmateriaal van de teelt; dit zijn bollen (inclusief kralen) of knollen die niet goed gegroeid zijn, zieke bollen of knollen, bolhuiden en pelresten (biologische bloembollen).

    36.

    Reststof verkregen bij winning van olie door persing uit het gedroogde, door de zaadhuid bedekte endosperm van het zaad van de kokospalm Cocos Nucifera L. (kokosschilfers).

    37.

    Reststof verkregen bij winning van olie door persing uit kool- en raapzaad (raapzaadolie).

    38.

    Reststof verkregen bij winning van olie door persing uit zoveel mogelijk van de steenschaal ontdane zaden van de volgende soorten oliepalm: Elaes guineensis Jacq., Coroza oleifera (HBK), L., H. Baily (Elaeis melanococca auct.) (palmolie)

    39.

    Reststof verkregen door het malen van voederrijst, bestaande uit de buitenste lagen van de korrel (zaadhuid, zaadvlies, kern, aleuron) met een deel van de kiem (rijstevoermeel).

    40.

    Reststof verkregen bij de verwerking van onbehandeld hout en in hoofdzaak bestaat uit poeder of schilfers hout (zaagsel).

    41.

    Reststof verkregen bij winning van olie door persing uit zaad van zonnenbloemen Helianthus annuus L. (zonnebloemolie).

    42.

    Enkelvoudige concentraten en grondstoffen die bij de VGI of diervoederindustrie wegens non-conformiteiten als niet GMP-waardig werden afgekeurd.

    43.

    Reststof die vrijgekomen is bij de oogst van tarwe en bestaat uit stof van tarwe, kaf, kafdeeltjes, tarwekorrel, delen van tarwekorrels en stroresten (kaf, stro van kaf en koren).

    44.

    Resten van granen welke door middel van een zeef ontdaan worden van vreemde bestanddelen (zeefresten graanverwerkende industrie).

    45.

    Reststof die vrijgekomen is bij de verwerking van suikerbieten of suikerriet en in hoofdzaak bestaat uit suikers die resteren na suikerproductie (melasse).

    46.

    Reststof die vrijgekomen is bij de verwerking van sojabonen en in hoofdzaak uit suikers bestaat (sojasuiker).

    47.

    Reststof die vrijgekomen is bij de verwerking van sojabonen en in hoofdzaak uit het extract van onthulde en ontvette sojabonen dat vrijkomt bij de productie van soja-eiwitconcentraten (sojamelasse).

    48.

    Product bestaande uit het stroopachtige residu, dat verkregen wordt bij het bereiden of het raffineren van de suikerfractie van citrusvruchten (cirtusmelasse).

    49.

    Reststof verkregen bij de bereiding van inuline uit wortels van Cichorium intybus L., en hoofdzakelijk bestaat uit geschoonde delen cichorei en delen van het loof (staartjes en blad van cichoreiwortelen).

    50.

    Reststof verkregen bij het schillen van schorseneren Scorzonera hispanica L. en verkregen via een stoombehandeling en in hoofdzaak bestaat uit gestoomde schillen in water waarna eventueel gepureerd is (stoomschillen van schorseneren).

    51.

    Reststof verkregen bij het ontdoppen van gegiste en vervolgens geroosterde cacaobonen van de vrucht van Theobroma cacao L. en dat in hoofdzaak bestaat uit gebroken doppen (cacaodoppen).

    52.

    Reststof verkregen van de productie van aardappellen tot frites bestemd voor levensmiddel en bestaat uit gefrituurde aardappelresten (voorgebakken frites).

    53.

    Reststof verkregen bij de bierbereiding en bestaat uit bier dat niet als een drank voor menselijke consumptie kan worden verkocht (voerbier).

    54.

    Rest product welke vrijkomt bij het drogen en algemeen malen van complete kruidenplanten of delen daarvan zonder extractie of toevoeging van andere stoffen (kruidenresten).

    55.

    Reststof die verkregen wordt bij de productie van sap van Malus domestica L. of ciderproductie en hoofdzakelijk bestaat uit geperste inwendige pulp en schillen die eventueel gedroogd zijn en eventueel pectinevrij gemaakt is (appelpulp).

    56.

    Reststof die verkregen wordt bij het sorteren van groenten bestemd voor levensmiddelen en vrij is van verpakkingsmateriaal. (sorteerafval van groenten).

    57.

    Reststof die verkregen wordt bij de verwerking van aardappelen en dat in hoofdzaak uit aardappel Solanum tuberosum. L. en aardappelresten bestaat en vrij is van verpakkingsmateriaal (aardappelrestanten).

    58.

    Reststof die vrijgekomen is bij de verwerking van aardappeleiwit afkomstig van zetmeelaardappelen en dat resteert na wassen en opwerking van het aardappeleiwit tot diervoeder en als slib wordt weggevangen uit afvalwater (slib dat vrijkomt bij de productie van aardappeleiwit).

    59.

    Reststof verkregen bij de verwerking van groenten bestemd voor levensmiddelenproducten en resteert na het snijden, wassen en of blancheren (groentenrestanten).

    60.

    Reststof verkregen bij de versnijding van groenten en fruit bestemd voor levensmiddelenproducten en resteert na het het snijden, wassen en of blancheren (snijafval van groenten en fruit).

    61.

    Reststof die is vrijgekomen bij de productie van alcohol uit vergist beslag van graan nadat de alcohol (ethanol, bioethanol) door destillatie is verwijderd en dat in hoofdzaak bestaat uit de vaste residuen van granen al dan niet gedroogd (graanspoeling, gedroogde graanspoeling) (graanspoeling).

    62.

    Reststof van de alcoholdistilleerderij, verkregen door het drogen van de vaste residuen van gegiste granen, waaraan een deel van de spelingsiroop of de geëvaporeerde draf is toegevoegd (donker gedroogde spoeling)

    63.

    Restproduct van de alcoholdistilleerderij verkregen door het drogen van vaste residuen van gegiste granen (gedroogde spoeling).

    64.

    Restproduct van de alcoholdistilleerderij verkregen door het drogen van vaste residuen van gegiste granen (concentrated distillers solubles).

    65.

    Reststof verkregen door het evaporeren van het concentraat van de bostel na gisting en distillatie van graan gebruik bij de productie van alcohol uit graan (graanbostelsiroop)

    66.

    Reststof verkregen als de vaste fractie door het centrifugeren en/of filteren van de bostel uit gegiste en gedistilleerde granen gebruikt bij de productie van alcohol uit granen (graanbostel).

    67.

    Reststof dat achterblijft in de kolf na de eerste (draf-) distillatie van een moutdistilleerderij (spoeling).

    68.

    Reststof verkregen na de eerste (draf-)distillatie van een moutdistilleerderij, geproduceerd door het evaporeren van de spoeling die in de kolf achterblijft (spoelingsiroop).

    69.

    Reststof van de moutwhiskyproductie en dat bestaat uit de residuen van de extractie van gemoute gerst met heet water (draf).

    70.

    Reststof verkregen door de productie van bier, moutextract en whisky spirit en dat bestaat uit residuen van de extractie van gemalen mout met heet water en eventueel andere suiker- of zetmeelrijke toevoegsels (maischefiltergranen).

    71.

    Reststof verkregen uit gekiemde granen, gedroogd, gemalen en/of geëxtraheerd (moutkiemen).

    72.

    Reststof die is vrijgekomen bij het brouwen van bier en bestaat uit uitgetrokken en afgewerkte mout en dat uitsluitend bestaat uit het omhulsel van kaf, vruchtwand of zaadhuid en niet in warm water oplosbare bestanddelen van gerst of tarwe (bierbostel).

    73.

    Residuen van plantaardige oliën die vrijkomen bij de productie van glycerinen welke niet meer food- of feedwaardig zijn.

    74.

    Reststof die vrijkomt bij het beheer van wegbermen en bestaat uit de gemaaide vegetatie van grassen en kruiden en vrij is van hout, houtresten en zwerfvuil (bermmaaisel).

    75.

    Reststof die vrijkomt bij het beheer van slootkanten en bestaat uit de gemaaide vegetatie van grassen en kruiden en vrij is van hout, zwerfvuil en bagger (slootmaaisel).

    G2

    Stoffen van dierlijke herkomst al dan niet gecombineerd met stoffen van plantaardige herkomst en stoffen afkomstig van de verwerking van dierlijke producten

    1.

    Reststof die vrijkomt bij de productie van biodiesel uit dierlijke vetten en oliën en in hoofdzaak bestaat uit glycerine (glycerine).

    2.

    Reststof die vrijkomt bij de productie van diervoeders bestemd voor gezelschapsdieren en bestaat uit resten van mengsels van voedermiddelen. Dierlijke vetten kunnen aanwezig zijn (petfood).

    3.

    Reststof die vrijkomt bij de zuivering van afvalwater van een slachterij en bestaat uit dierlijk weefsel en ongeboren mest (slib van slachterij).

    4.

    Reststof die vrijkomt bij de melkproductie en bestaat uit rauwe melk die door de aanwezigheid van residuen antibiotica niet meer geschikt zijn voor gebruik als levensmiddel (rauwe boerderijmelk met resten antibiotica).

    5.

    Niet meer GMP+ waardige producten welke afgekeurd zijn wegens non-conformiteiten (voerresten).

    6.

    Permeaat van bewerking van wei waaruit lactose is verwijderd (weipermeaat).

    7.

    Reststof die is vrijgekomen bij de bereiding van kaas, kwark of caseïne en hoofdzakelijk bestaat uit melksuiker (lactose), resten eiwit en resten melkvet en mineralen van melk. De reststof kan geconcentreerd of gedroogd zijn (wei, weiconcentraat of gedroogde wei).

    G3

    Stoffen afkomstig uit overige bronnen

    1.

    Slib welke vrijkomt bij het reinigen van de bekkens in de waterzuivering (flotatieslib).

    2.

    Rest-oliën welke worden ingezameld bij restaurants, hotels, cafetaria’s etc. en welke alleen nog geschikt zijn voor technische toepassing (frituurolie)

    3.

    Residu van bewerkte ontoliede bleekaarde.Bleekaarde is een fossiele kaolienklei (montmorilloniet) die zeer poreus van structuur is (ontoliede bleekaarde).

    4.

    Reststof die als mengsel is vrijgekomen bij het fabrieksmatig uitpakken door een daartoe gespecialiseerd bedrijf van uitsluitend verpakte voedingsmiddelen die afkomstig zijn van detailhandel, groothandel of producenten en uitsluitend wegens overschrijding van de houdbaarheidsdatum, verpakkingsfouten of verkeerde bewaring ongeschikt zijn geworden voor humane consumptie. Het mengsel bestaat uit uitgepakte voedingsmiddelen die oorspronkelijk bestemd waren voor humane consumptie en is vrij van verpakkingsmateriaal en reinigingswater (uitgepakte voedingsmiddelen voor humane consumptie).

    5.

    Reststof die is vrijgekomen bij de productie van brood en banket en die bestaat uit resten brood, koek, banket en deegresten en die zijn uitgevallen bij het productieproces en oorspronkelijk bestemd waren om in voedingsmiddelen te verwerken en niet bestaan uit veegvuil, productievreemde delen, keukenafval en etensresten (bakkerijrestproducten).

    Categorie 2.

    Product dat verkregen is door vergisting van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met F onder categorie 1 (digestaat van plantaardige covergistingsmaterialen).

    Categorie 3.

    Verpompbaar product dat verkregen is na mechanische scheiding van de door vergisting verkregen digestaat van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met F onder categorie 1 (dunne fractie uit digestaat van plantaardige covergistingsmaterialen).

    Categorie 4.

    Niet verpompbaar product dat verkregen is na mechanische scheiding van de door vergisting verkregen digestaat van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met F onder categorie 1 (dikke fractie uit digestaat van plantaardige covergistingsmaterialen).