Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Geselecteerde elementen (1)

Geldend op 29-01-2010


  • Kieswet


  • [ Onbenoemd ]


    Afdeling II De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden


    Hoofdstuk J De stemming


    § 1 Algemene bepalingen

  • Artikel J 1

    • 1. De stemming vindt plaats op de drieënveertigste dag na de kandidaatstelling.

    • 2. De stemming vangt aan om zeven uur dertig en duurt tot eenentwintig uur.

    • 3. Burgemeester en wethouders kunnen voor stembureaus waar dat wenselijk is met het oog op de plaats waar de bureaus zitting houden bepalen dat de stemming in deze stembureaus aanvangt op een eerder of een later tijdstip dan zeven uur dertig en eindigt op een eerder tijdstip dan eenentwintig uur. De burgemeester brengt deze tijdstippen ten minste veertien dagen voor de stemming ter openbare kennis.

    • 4. De stemopneming van stembureaus, bedoeld in het derde lid, vindt plaats om eenentwintig uur op een door burgemeester en wethouders vast te stellen en bekend te maken plaats. De plaats van stemopneming wordt bekend gemaakt in de openbare kennisgeving, bedoeld in het derde lid.

    • 5. Een stemlokaal als bedoeld in het derde lid is, met uitzondering van een stemlokaal van een stembureau als bedoeld in artikel J 4a, op de dag van de stemming tenminste acht uur aaneengesloten geopend.