Regeling Verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde GGZ

[Regeling vervallen per 01-01-2015.]
Geraadpleegd op 28-03-2024.
Geldend van 01-01-2014 t/m 31-12-2014

Regeling Verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde GGZ

Ingevolge artikel 62 juncto 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van de aanlevering van informatie en gegevens aan de NZa.

Artikel 1. Reikwijdte

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Deze beleidsregel is van toepassing op geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (GGZ) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis GGZ. Dit wordt verder aangeduid als gespecialiseerde GGZ.

Artikel 2. Begripsbepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 2.1 Zorgaanbieder

    De natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig geestelijke gezondheidszorg verleent, als bedoeld in artikel 1 van deze regeling, voor zover deze ingevolge een beschikking van de NZa dient te declareren in DBC’s.

    Waar in deze regeling wordt gesproken van zorgaanbieder wordt ingevolge artikel 62, eerste lid, Wmg, ook gedoeld op degene die een administratie voert als bedoeld in artikel 44, van de Wmg.

    Waar in deze regeling wordt gesproken van zorgaanbieder wordt ingevolge artikel 62, tweede lid, Wmg, ook gedoeld op degene die ten behoeve van de zorgaanbieder gegevens verzamelt, bewaart en bewerkt, alsmede op de groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien zorgaanbieders daartoe behoren.

  • 2.2 MDS (Minimale Dataset)

    Dataset van gegevens als bedoeld in artikel 4 van deze regeling.

  • 2.3 DBC

    Diagnose Behandeling Combinatie.

  • 2.4 DBC-zorgproduct

    een DBC omvat het traject dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een gespecialiseerde GGZ-aanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De DBC vormt de basis voor de declaratie van deze geleverde zorg.

  • 2.5 DIS (DBC Informatiesysteem)

    Onafhankelijke afdeling binnen Stichting DBC-Onderhoud, die diensten aanbiedt om aanlevering van de MDS mogelijk te maken, te weten verzameling, opslag en uitlevering van gegevens.

  • 2.6 zorgtraject

    Een initiële DBC, met eventueel één of meerdere vervolg-DBC’s, vormt het zorgtraject. Dit zorgtraject omvat de totale zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van één primaire diagnose.

  • 2.7 DBC-traject

    De gehele periode waarin alle activiteiten (openen / typeren / registreren / sluiten van één DBC) in het kader van de behandeling van een patiënt worden uitgevoerd.

  • 2.8 DBC-prestatiecode

    De twaalfcijferige code, die het afgesloten en gevalideerde DBC-traject beschrijft. De code bestaat uit het samenstelsel van de codes van het zorgtype, de diagnoseclassificatie, de productgroep voor behandeling en de zorgvraagzwaarte.

  • 2.9 Geleverd zorgprofiel

    Lijst met alle per patiënt uitgevoerde en geregistreerde zorgactiviteiten zoals deze binnen een DBC-traject plaatsvinden. Ook zorgactiviteiten binnen het DBC-traject uitgevoerd door andere zorgaanbieders in het kader van onderlinge dienstverlening zijn onderdeel van het geleverde zorgprofiel van een DBC-traject.

  • 2.10 Gedeclareerde prijs

    Prijs van het DBC-traject of overige cliëntgebonden productie zoals deze op de factuur staat welke is verstuurd aan de patiënt of diens zorgverzekeraar.

  • 2.11 Circuit

    Het circuit geeft de doelgroep van de op genezing gerichte geestelijke gezondheidszorg aan, waaronder volwassenen, ouderen, kinderen en jeugd en verslavingszorg.

  • 2.12 Cliëntgebonden productie

    Cliëntgebonden productie buiten de DBC-systematiek: De producten die geen deel uitmaken van het geleverde zorgprofiel van een DBC en apart worden gedeclareerd.

  • 2.13 ZorgTTP

    ZorgTTP is een onafhankelijke organisatie werkzaam is als 'Trusted Third Party' op het gebied van zorg en welzijn. ZorgTTP verzorgt pseudonimisering van de MDS-gegevensstroom.

Artikel 3. Doel

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

De in artikel 4 bedoelde MDS-gegevens moeten aangeleverd worden door de zorgaanbieders als genoemd in artikel 1 van deze regeling ten behoeve van:

  • a. de uitvoering van de wettelijke taken van de NZa met betrekking tot het onderhoud van de prestatiebeschrijvingen en tarieven die deel uitmaken van het DBC-systeem. Dit om de publieke belangen van de zorg te borgen. Hieronder vallen de Wmg-taken op het gebied van tarifering en budgettering.

  • b. het verstrekken van informatie aan het Ministerie van VWS over de ontwikkeling van de bekostiging en financiering van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg.

  • c. het monitoren en analyseren van marktontwikkelingen en zo nodig ingrijpen op grond van wettelijke taken of de Minister van VWS adviseren nadere maatregelen te treffen in die deelsectoren van de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg.

Artikel 4. Minimale Dataset GGZ

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

De minimale dataset gespecialiseerde GGZ omvat de in de navolgende tabel vermelde gegevens over alle in een kalendermaand gedeclareerde prestaties. Identificerende persoonsgegevens als bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de Wmg worden gepseudonimiseerd aangeleverd.

Identificatie zorgaanbieder

Unieke identificatie zorgaanbieder (AGB-code)1

1 Dit betreft de AGB-instellingscode voor toegelaten instellingen en de AGB-praktijkcode voor niet aan instellingen verbonden vrijgevestigde zorgaanbieders.

Cliënt

Patiëntgegevens (gepseudonimiseerd):

– Naam cliënt

– Geboortedatum

– Geslacht

– Postcode

– Burgerservicenummer

Unieke identificatie zorgverzekeraar (conform UZOVI-register)

Productie per cliënt

A. DBC-trajecten

DBC:

– Zorgtrajectnummer

– Begindatum zorgtraject

– Einddatum zorgtraject

– Circuit

– Zorgtype

– Volledig diagnoseprofiel (DSMIV)

Behandeling:

– Begindatum DBC-traject

– Einddatum DBC-traject

– Afsluitreden DBC

– Gedeclareerde prijs

Geleverd zorgprofiel binnen het DBC-traject:

– Activiteiten, verrichtingen, overige deelprestaties en producten, zoals gedefinieerd in de Regeling gespecialiseerde GGZ

– Datum + tijdsduur activiteiten/producten

– Beroep behandelaar

B. Cliëntgebonden productie buiten de DBC-systematiek:

– Beroep behandelaar

– Overige producten

– Datum overige producten

Artikel 5. Maandelijkse aanlevering MDS

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Zorgaanbieders zijn verplicht eenmaal per maand elektronisch de MDS zoals genoemd in artikel 4, te verstrekken aan DIS. De levering hiervan vindt uiterlijk voor het einde van de opvolgende maand plaats.

  • 2 In afwijking van lid 1 van dit artikel is een zorgaanbieder van wie de jaarlijkse omzet niet meer bedraagt dan € 250.000 per jaar, dan wel die jaarlijks gemiddeld minder dan 200 DBC’s registreert, gerechtigd de elektronische MDS eenmaal per kwartaal aan te leveren. De levering geschiedt in dat geval uiterlijk voor het eerste kwartaal op 30 april, voor het tweede kwartaal op 31 juli, voor het derde kwartaal op 31 oktober en voor het vierde kwartaal op 31 januari van het opvolgende jaar.

  • 3 In afwijking van lid 1 van dit artikel is een zorgaanbieder van wie de jaarlijkse omzet niet meer bedraagt dan € 70.000 per jaar, dan wel die jaarlijks gemiddeld minder dan 50 DBC’s registreert, gerechtigd de elektronische MDS eenmaal per half jaar aan te leveren. De levering geschiedt in dat geval uiterlijk op 31 juli en 31 januari van het opvolgende jaar.

  • 4 Aanlevering aan DIS vindt plaats na pseudonimisering van de patiëntgegevens door gebruikmaking van de software van ZorgTTP. De gegevens worden aangeleverd aan DIS en worden vervolgens aan de NZa beschikbaar gesteld.

  • 5 Voor aanlevering aan DIS via ZorgTTP wordt gebruik gemaakt van de meest recente aanleverspecificatie met de daarin opgenomen technische vereisten. Deze aanleverspecificatie ligt vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling bij de NZa ter inzage. Op verzoek van een belanghebbende wordt dit format toegezonden. Het format kan worden geraadpleegd op www.DISportal.nl.

  • 6 Mutaties en aanvullingen op de MDS-informatie van productie afgesloten in enig jaar (t) worden uiterlijk op het daaropvolgende jaar (t+1) aangeleverd bij DIS als onderdeel van de reguliere maandelijkse gegevenslevering.

Artikel 6. Uitzonderingsbepaling

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De verplichting voor een zorgaanbieder tot aanlevering van de MDS aan DIS, zoals genoemd in artikel 5 van deze regeling, geldt niet indien het MDS-gegevens betreft die betrekking hebben op gedeclareerde prestaties c.q. DBC-facturen die onder de uitzonderingsbepaling van artikel 6 van de ‘Regeling ‘gespecialiseerde GGZ’ vallen.

  • 2 Een zorgaanbieder die in aanmerking wenst te komen voor de vrijstelling als bedoeld in het vorige lid, moet dit aangeven middels ondertekening van de verklaring als bedoeld in artikel 6.1 van de ‘Regeling gespecialiseerde GGZ’.

  • 3 Ondertekening van de in het vorige lid genoemde verklaring blijft achterwege, indien het MDS-gegevens betreft die betrekking hebben op gedeclareerde prestaties c.q. facturen aan zelf betalende cliënten als bedoeld in artikel 6.6 van de ‘Regeling gespecialiseerde GGZ’.

Artikel 7. Getrouwe aanlevering MDS

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Door de feitelijke verstrekking van MDS-gegevens verklaart de zorgaanbieder alle gegevens betreffende de MDS volledig en naar waarheid te hebben ingevuld.

Artikel 8. Intrekking oude regel(s)

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de ‘Regeling Verplichte aanlevering minimale dataset GGZ Zvw’, kenmerk NR/CU-526 ingetrokken.

Artikel 9. Inwerkingtreding en citeerregel

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2014.

Ingevolge artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) zal deze regeling in de Staatscourant worden gepubliceerd.

Deze regeling kan worden aangehaald als: 'Regeling Verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde GGZ’.

Nederlandse Zorgautoriteit,

T.W. Langejan,

voorzitter Raad van Bestuur.
Naar boven