Verordening PT bestemmingsheffing vruchtenwijn 2003

Geraadpleegd op 17-04-2024.
Geldend van 01-01-2003 t/m heden

Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 3 juli 2002, houdende vaststelling bestemmingsheffing ten behoeve van de vruchtenwijnhandel in Nederland voor het jaar 2003 (Verordening PT bestemmingsheffing vruchtenwijn jaar 2003)

HET BESTUUR VAN HET PRODUCTSCHAP TUINBOUW,

gelet op de artikelen 95 en 126, van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en

gelet op de artikelen 14, 15 en 19, van de Instellingsverordening Productschap Tuinbouw 1998;

gehoord de sectorcommissie Groenten en Fruit, d.d. 20 juni 2002;

BESLUIT:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

  • 1 In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 2 en 3, van de Instellingsverordening Productschap Tuinbouw 1998.

  • 2 In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    a.

    het productschap:

    het Productschap Tuinbouw;

    b.

    het bestuur:

    het bestuur van het productschap;

    c.

    de voorzitter:

    de voorzitter van het productschap;

    d.

    de vruchtenwijn:

    een gegiste drank die is bereid uit het sap van ander fruit dan druiven, met een alcoholgehalte van ten minste 1,2 volumeprocenten bij 20°C;

    e.

    de ondernemer:

    de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld en die vruchtenwijn invoert dan wel uitslaat in de zin van de Wet op de accijns.

§ 2. Heffing

Artikel 2

De ondernemer is voor het jaar 2003 verplicht voor vruchtenwijn aan het productschap een heffing te betalen ten bedrage van € 0,21 per hectoliter ter zake van de invoer dan wel de uitslag in de zin van de Wet op de accijns.

Artikel 3

  • 1 In de gevallen waarin op basis van de Wet op de accijns teruggaaf wordt verleend van op vruchtenwijn geheven accijns, wordt op verzoek van de ondernemer teruggaaf van de heffing verleend die ter zake is geheven.

  • 2 De ondernemer dient door middel van een teruggaafbeschikking van de douane voor de accijns zijn recht op teruggaaf van de heffing aan te tonen.

Artikel 4

De heffing als bedoeld in artikel 2 bedraagt maximaal € 0,21 p/hl, wordt door het productschap geïnd, en is bestemd voor het milieufonds wijn van het Productschap Wijn:

Artikel 5

  • 1 Indien de ondernemer de gegevens die hem krachtens de Verordening PT algemene bepalingen, ten behoeve van de onderhavige verordening zijn gevraagd, niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan door de voorzitter te ramen omvang van de grondslag die op de ondernemer ingevolge deze verordening van toepassing is, in welk geval de heffing met € 40, = wordt verhoogd in verband met administratiekosten.

  • 2 Gelijktijdig met het verstrekken van de gegevens als bedoeld in het eerste lid, verstrekt de ondernemer een afschrift van zijn aangifte op grond van de Wet op de accijns over 2002.

  • 3 Indien de ondernemer niet in staat is gebleken een afschrift van de aangifte op grond van de Wet op de accijns te verstrekken, kan de voorzitter de ondernemer verplichten een door een accountant afgegeven verklaring te overleggen met betrekking tot de hoeveelheid in de handel gebrachte vruchtenwijn in 2002.

Artikel 6

  • 1 De oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing vindt plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt door de voorzitter door middel van toezending of uitreiking aan de ondernemer van een heffingsnota.

  • 2 iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat ten minste:

    • a. naam en adres van de ondernemer;

    • b. een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend, en

    • c. het totaal van de heffing.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, kan de voorzitter de ondernemer een voorlopige heffing opleggen tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

  • 4 Voorschotten als bedoeld in het derde lid, worden verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

Artikel 7

De voorzitter kan, indien hem uit te zijner beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming als bedoeld in artikel 4, niet in overeenstemming blijkt met de werkelijkheid, een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens herzien en opnieuw opleggen.

Artikel 8

  • 1 Betaling geschiedt binnen 30 dagen na dagtekening van de heffingsnota.

  • 2 In afwijking van het eerste lid is de nota terstond invorderbaar:

    • a. zodra het faillissement van de ondernemer is aangevraagd

    • b. zodra de ondernemer het drijven van de onderneming beëindigt of van het voornemen daartoe blijkt, of

    • c. zodra de ondernemer zich metterwoon in het buitenland heeft gevestigd of van het voornemen daartoe blijkt.

Artikel 9

Aan de ondernemer, die niet of niet geheel binnen de in artikel 9 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen de daaruit voortvloeiende extra kosten van € 22,50 in rekening worden gebracht, alsmede de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

Artikel 10

De invorderingskosten voortvloeiend uit het niet betalen binnen de gestelde termijn als bedoeld in artikel 8 en 9, zijn voor rekening en risico van de ondernemer.

Artikel 11

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 10.

Artikel 12

  • 1 De gegevens verkregen uit hoofde van het bepaalde in deze verordening dienen in handen van de voorzitter of door deze aan te wijzen personen van het secretariaat van het productschap te worden gesteld.

  • 2 Deze gegevens mogen slechts worden gebezigd voor de vervulling van de taak van het productschap.

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 13

  • 1 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

  • 2 Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2003, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt terug tot en met 1 januari 2003.

De verordening en de daarbij behorende toelichting worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Zoetermeer, 3 juli 2002

J. van der Veen

voorzitter

C. Kuijvenhoven

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 28 november 2002 en door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 25 juli 2002, nr. TRCJZ/2002/8040.

Naar boven