Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Geldend op 21-10-2009


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Zijn de namen van betrokkene bij de naturalisatie c.q. optie gewijzigd of vastgesteld, dan doet zich na intrekking van het Nederlanderschap één van de volgende drie situaties voor:

    • -

      Betrokkene bezit na intrekking een vreemde nationaliteit. Op zijn namen is na de intrekking het recht van toepassing van het land waarvan hij de nationaliteit bezit. Dat vloeit voort uit artikel 1 WCN (zie tekst hieronder). In de meeste gevallen zal dat betekenen dat betrokkene terugkeert naar de namen die hij onmiddellijk vóór zijn naturalisatie c.q. optie had, tenzij de destijds verkregen naamswijziging of -vaststelling wordt erkend door het land waarvan hij de nationaliteit bezit (bijvoorbeeld op grond van de op 4 september 1958 te Istanbul gesloten CIEC-Overeenkomst inzake verandering van geslachtsnamen en voornamen (Trb. 1960, 48).

    • -

      Betrokkene is na intrekking staatloos. Hij behoudt in dat geval de namen zoals die destijds zijn gewijzigd of vastgesteld.

    • -

      Betrokkene herkrijgt als gevolg van de intrekking zijn oorspronkelijke nationaliteit (naar mag worden aangenomen, zal dat zelden het geval zijn). Op zijn namen is na de intrekking het recht van toepassing van het land van de nieuwe nationaliteit. Dat vloeit voort uit artikel 4, eerste lid, WCN (zie tekst hieronder). In de meeste gevallen zal dat betekenen dat betrokkene terugkeert naar de namen die hij onmiddellijk vóór zijn naturalisatie c.q. optie droeg.

    De terugwerkende kracht van een intrekkingsbesluit op grond van artikel 14, eerste lid, RWN ziet uitsluitend op het Nederlanderschap. Dit betekent dat indien betrokkene, die na deze intrekking niet staatloos is geworden en die op grond van het recht van het land waarvan hij de nationaliteit bezit, terugkeert naar zijn ‘oude’ namen, in ieder geval (ook na de intrekking bezien) vanaf de verlening c.q. verkrijging van het Nederlanderschap tot de intrekking daarvan rechtens de namen heeft gedragen zoals die voor hem bij de naturalisatie c.q. optie zijn gewijzigd of vastgesteld.

    Wordt het intrekkingsbesluit in gevallen als hier bedoeld herroepen of vernietigd, dan herleeft de situatie van vóór de intrekking. Wat betreft de namen betekent dat, dat betrokkene alsdan geacht moet worden sedert de verlening c.q. verkrijging van het Nederlanderschap rechtens de namen te dragen zoals die voor hem bij de naturalisatie c.q. optie zijn gewijzigd of vastgesteld.

    Artikel 1 WCN luidt:

    De geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling worden bepaald door het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Onder recht zijn mede begrepen de regels van internationaal privaatrecht. Uitsluitend voor de vaststelling van de geslachtsnaam en de voornaam worden de omstandigheden waarvan deze afhangen beoordeeld naar dat recht. Bezit de betrokkene de nationaliteit van meer dan één Staat, dan geldt het recht van dat land waarvan hij de nationaliteit heeft, waarmee hij alle omstandigheden in aanmerking genomen de sterkste band heeft.

    Artikel 4, eerste lid, WCN luidt:

    Ingeval van verandering van nationaliteit is het recht van de Staat van de nieuwe nationaliteit van toepassing, daaronder begrepen de regels van dat recht nopens de gevolgen van de nationaliteitsverandering voor de naam.