Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Geldend op 22-11-2011


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • De optie- en naturalisatiegelden zijn verschuldigd alvorens een verklaring van optie of verzoek tot verlening van het Nederlanderschap in behandeling wordt genomen. De betaling wordt in Nederland voldaan bij de autoriteit die de verklaring of het verzoek in ontvangst neemt, namelijk de burgemeester. Eerst na ontvangst van de betaling dan wel na de beslissing op een ontheffingsverzoek wordt het ingediende verzoek om naturalisatie dan wel de verklaring van optie in behandeling genomen (zie de nota van toelichting bij het BON). Ongeacht het verdere verloop van de naturalisatieprocedure - toewijzing, afwijzing of intrekking van het verzoek nadat de behandeling is begonnen - zijn de rechten verschuldigd betaald (vergelijk artikelen 2 en 3 BON).

    De hoogte van het verschuldigde bedrag voor het afleggen van de optieverklaring of voor het verzoek om naturalisatie wordt in beginsel vastgesteld (ingevolge de in paragrafen 1.1, 1.3, 2.2 tot en met 2.4 en 2.6 opgenomen richtlijnen) op het moment dat de verklaring of het verzoek door de burgemeester in ontvangst wordt genomen.

    Vrijgesteld van en ingelicht over de optiegelden (model 1.25) en naturalisatiegelden (model 2.8)

    Modellen van een schriftelijke bevestiging door betrokkene dat hij is geïnformeerd over de hoogte en de termijn van de te betalen naturalisatiegelden en dat hij instemt met de betaling van de opgelegde naturalisatiegelden dan wel is vrijgesteld van de betaling dan wel een verzoek om ontheffing heeft ingediend, zijn opgenomen als model 1.25 en model 2.8. De vaststelling van de hoogte van de te betalen naturalisatiegelden is een voorbereidingshandeling zoals bedoeld in artikel 6:3 Awb en is niet afzonderlijk vatbaar voor bezwaar of beroep.

    Buiten behandelingstelling

    Uitgangspunt is dat de leges worden betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie. Het verschuldigde bedrag wordt ineens voldaan, betaling in termijnen is niet mogelijk. Wordt niet betaald op het moment van het afleggen van de optieverklaring respectievelijk de indiening van het verzoek om naturalisatie, dan wordt betrokkene op dat moment op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken te betalen (hiervoor zijn model 1.25 en model 2.8 beschikbaar). De termijn van zes weken vloeit voort uit artikel 6 BON. Vindt de betaling van het verschuldigde bedrag niet plaats binnen deze zes weken, dan wordt de verklaring of het verzoek buiten behandeling gesteld (artikel 6 BON). Een besluit tot buitenbehandelingstelling wegens niet- of niet tijdige betaling wordt schriftelijk meegedeeld aan betrokkene (artikel 4, tweede lid, BVVN). Daarvoor zijn beschikbaar de modellen 1.26 en 2.23.

    Is verzocht om ontheffing van optie- of naturalisatiegelden, dan wordt de zes-wekentermijn opgeschort tot de dag waarop op het ontheffingsverzoek (negatief) is beslist.

    Tegen de buitenbehandelingstelling van een optieverklaring of een verzoek om naturalisatie kan binnen zes weken bezwaar worden aangetekend bij de Minister van Justitie. Het bezwaar wordt behandeld door het regiokantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst waar de gemeente onder valt.

    Stelt de burgemeester een verzoek om naturalisatie buiten behandeling, dan brengt hij geen advies uit aan de Minister. Zowel indien de verzoeker bezwaar aantekent tegen de buitenbehandelingstelling, als wanneer de verzoeker dat niet doet, stuurt de burgemeester het dossier inzake het verzoek om naturalisatie aan de IND.

    Overgangsregeling legesverhoging per 1 januari 2011

    Voor verzoeken om naturalisatie die zijn ingediend bij de gemeente na 31 oktober 2010, maar vóór 1 januari 2011 en waarvoor de verschuldigde betaling van de leges niet direct heeft plaatsgevonden, geldt het volgende. Om als op tijd ingediend te gelden, moet een vóór 1 januari 2011 gedateerd en door verzoeker ondertekend model 2.1 (verzoek om naturalisatie) in het dossier aanwezig zijn. Dit voor 1 januari 2011 ingevulde en ondertekende model moet in het dossier aanwezig zijn, omdat er anders geen sprake is van een rechtsgeldige aanvraag in het kader van de Awb. Deze overgangsregeling geldt dus uitdrukkelijk alleen voor verzoeken waarbij model 2.1 tussen 31 oktober 2010 en 1 januari 2011 is ingevuld en ondertekend.

    In afwijking van hetgeen in paragraaf 3.7.4 bij artikel 7 is opgenomen, wordt de verzoeker die de verschuldigde leges niet direct bij indiening van het verzoek om naturalisatie voldoet een termijn gegund tot 1 maart 2011 om de leges alsnog te voldoen dan wel aan te vullen als bedoeld in art. 4:5, eerste lid Awb.

    Bij betaling van een tussen 31 oktober 2010 en 1 januari 2011 ingediend naturalisatieverzoek vóór 1 maart 2011 gelden nog de leges van vóór 1 januari 2011. Wordt in deze gevallen niet vóór 1 maart 2011 betaald, dan wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 Awb buitenbehandeling gesteld. Deze buitenbehandelingstelling moet ingevolge art. 4:5, vierde lid Awb binnen vier weken na 1 maart 2011 aan de verzoeker worden bekendgemaakt. Dit betekent dat de verzoeker de beslissing van buitenbehandelingstelling voor 29 maart 2011 moet hebben ontvangen.

    Zolang het verzoek niet buitenbehandeling is gesteld, kunnen de leges nog betaald worden en kan het verzoek nog aangevuld worden met ontbrekende documenten. Wordt ná 28 februari 2011, maar vóór de buitenbehandelingstelling alsnog betaald, dan heft de burgemeester de leges zoals die vanaf 1 januari 2011 gelden. De overgangsperiode is dan namelijk verstreken en de legesbedragen zoals die gelden vanaf 1 januari 2011 zijn dan van toepassing.

    De gemeente verstrekt bij verzoeken ingediend gedurende de overgangsperiode (dus na 31 oktober 2010 tot 1 januari 2011) bij model 2.8 aan verzoekers een bijlage met de volgende tekst:

    ‘Voor naturalisatieverzoeken die op of na 1 november 2010, maar voor 1 januari 2011 zijn ingediend, geldt dat de leges uiterlijk 1 maart 2011 moeten zijn betaald. Alleen dan gelden de legestarieven zoals die tot 1 januari 2011 golden. Heeft u op 1 maart 2011 nog niet betaald, dan zal uw verzoek op zijn laatst 28 maart 2011 buiten behandeling gesteld worden. Wordt op of na 1 maart 2011 – maar vóór de buitenbehandelingstelling – alsnog betaald, dan gelden de nieuwe tarieven van 2011.’