Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Geldend op 06-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • In paragraaf 1.3 van de algemene toelichting op artikel 12 RWN is weergegeven in welke gevallen een minderjarig kind dat deelt in de naturalisatie, kan delen in de naamsvaststelling of naamswijziging van de ouder. Dat is mogelijk indien het kind:

    • minderjarig is; én

    • deelt in de naturalisatie van de verzoeker; én

    • de verzoeker wiens naam wordt vastgesteld of gewijzigd de wettelijke vertegenwoordiger van het kind is.

    Het kan echter ook voorkomen dat de (hoofd)verzoeker niet verzoekt zijn minderjarige kind te laten delen in zijn naamsvaststelling, maar om naamsvaststelling van de naam van het kind conform de geslachtsnaam of een naam uit de namenreeks van de andere ouder, terwijl die andere ouder (al) Nederlander is of niet tegelijkertijd naturaliseert. Deze naamsvaststelling is mogelijk indien de gewenste geslachtsnaam in de naam of namenreeks van het kind zelf voorkomt. Komt de gewenste naam alleen in de naam of namenreeks van de andere ouder en niet in de naam van het kind voor, dan kan deze naam als geslachtsnaam voor het minderjarige kind worden vastgesteld als is aangetoond dat deze andere ouder daadwerkelijk een (juridische) ouder van betrokkene is (en dus als zodanig in de GBA is geregistreerd).

    Voorbeeld:

    Het Pakistaanse kind Mohammad Jafar Houssien naturaliseert mee met zijn moeder. De vader van het kind, Jafar Houssien Mahmoud, is niet met zijn vrouw en kind meegekomen naar Nederland en verblijft nog in het land van herkomst. De moeder wil echter graag dat voor haar zoon een naam uit de namenreeks van haar man als geslachtsnaam wordt vastgesteld. Voor het kind kan sowieso de naam Jafar of de naam Houssien als geslachtsnaam worden vastgesteld, aangezien deze namen ook in zijn eigen namenreeks voorkomen. De naam Mahmoud mag hij echter alleen krijgen, als is aangetoond dat Jafar Houssien Mahmoud daadwerkelijk zijn (juridische) vader is.

    Minderjarig kind waarvan de naam uit één bestanddeel bestaat

    Een minderjarig kind waarvan de naam uit één bestanddeel bestaat, deelt in beginsel in de naamsvaststelling van verzoeker. Indien gewenst kan echter ook een naam van de andere ouder (of een voorouder) als geslachtsnaam van het kind worden vastgesteld, als is aangetoond dat deze andere (voor)ouder daadwerkelijk een (voor)ouder van betrokkene is (en dus als zodanig in de GBA is geregistreerd op grond van een geboorteakte of Voe).

    Meerderjarig geworden kinderen

    Een meerderjarig geworden kind mag soms, bij wijze van uitzondering op de in paragraaf 1 geformuleerde beleidsregel, een naam die niet in zijn eigen naam of namenreeks voorkomt als geslachtsnaam laten vaststellen bij naturalisatie. Dit mag alleen in het geval de gewenste naam afkomstig is van één van de juridische ouders van betrokkene én als die naam reeds voor andere leden van het (kern)gezin als geslachtsnaam is vastgesteld bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap. Dit is dus alleen mogelijk als de andere gezinsleden éérder dan betrokkene tot Nederlander zijn genaturaliseerd.

    Voorbeeld

    De Egyptische Kamal Abdel Walad naturaliseert tot Nederlander en laat daarbij voor hem en zijn twee meenaturaliserende, minderjarige kinderen de naam Walad als geslachtsnaam vaststellen. Een half jaar later dient zijn negentienjarige zoon Ashraf Kamal Abdel zelfstandig een verzoek om naturalisatie in. Hoewel de naam Walad niet voorkomt in de namenreeks van Ashraf, kan hij toch deze naam als geslachtsnaam kiezen, aangezien zijn vader en jongere zusjes reeds deze naam als geslachtsnaam hebben verkregen.