Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

Geldend op 07-04-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Sedert 1 april 2003 is in verschillende artikelen in de RWN als voorwaarde opgenomen dat een vreemdeling een bepaalde periode, van één jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, RWN), twee jaar (artikel 8, tweede lid, RWN), drie jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, artikel 8, vierde en vijfde lid, RWN en artikel 11, derde, vierde en vijfde lid, RWN), vijf jaar (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, RWN), veertien jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of vijftien jaar (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder g en h, RWN) onafgebroken in het Koninkrijk moet zijn toegelaten.8[1]Dit houdt in dat er in de vereiste periode geen zogeheten ‘verblijfsgaten’ mogen voorkomen. Een verblijfsgat leidt tot een onderbreking van de hierboven genoemde termijnen. Na de onderbreking begint de termijn opnieuw te lopen.

    Of sprake is van een verblijfsgat is op zich een vreemdelingrechtelijke vraag. Ter verduidelijking wordt hierover het volgende opgemerkt. Verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning vindt plaats met ingang van de dag waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden.

    • Indien de vreemdeling tijdig, dat wil zeggen vóór de afloop van zijn verblijfsvergunning, om verlenging heeft verzocht en hij op dat moment voldoet aan de voorwaarden, is de vergunning in aansluiting op de eerdere vergunning verleend. Er is geen verblijfsgat.

    • Indien de vreemdeling niet tijdig om verlenging heeft gevraagd, dat wil zeggen pas na afloop van zijn verblijfsvergunning, is de vergunning op zijn vroegst pas vanaf de datum van de aanvraag verleend en dus niet in aansluiting op de eerdere vergunning (zie artikel 26, tweede en derde lid, Vw 2000, artikel 44, vijfde lid, Vw 2000 en artikel 3.80 tot en met 3.82 Vb 2000). Dit betekent dat er een verblijfsgat is ontstaan. Door het bestuursorgaan dat beslist op de aanvraag om verlenging wordt hierop een uitzondering gemaakt indien de aanvraag niet tijdig is ingediend wegens omstandigheden die de vreemdeling niet zijn toe te rekenen.9[2]In dat geval is in de toelatingsprocedure de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht en in aansluiting op de eerdere vergunning verleend.

    Sedert 1 februari 1996 worden de verblijfsrechtelijke gegevens vanuit het vreemdelingenadministratiesysteem (VAS) aangeleverd aan de GBA. Vanaf 13 april 2004 voert de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de vreemdelingenadministratie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is derhalve tevens verantwoordelijk voor het leveren van verblijfsrechtelijke gegevens aan de GBA.

    In de GBA zijn op de persoonslijst van een vreemdeling de historische en actuele gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling opgenomen. De burgemeester onderzoekt aan de hand van het verblijfsdocument in samenhang met de gegevens in de GBA de verblijfsrechtelijke status van een optant of een naturalisandus en van de personen om wier medeverkrijging/medeverlening is verzocht (artikel 10, eerste lid, BVVN en artikel 36, eerste lid, BVVN). Of wordt voldaan aan de vereiste periode van onafgebroken toelating zal de burgemeester in veel gevallen kunnen afleiden uit het verblijfsdocument en de gegevens in de GBA. In andere gevallen zal de duur van de onafgebroken toelating alleen kunnen worden beoordeeld door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) aan de hand van gegevens in de vreemdelingenadministratie (zonodig in combinatie met de vreemdelingenkaart). In die situatie zal de burgemeester de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verzoeken (model 2.17 of model 2.18) om aan hem een bericht omtrent toelating af te geven. Het is overigens de bedoeling dat een bericht omtrent toelating alleen wordt gevraagd indien de burgemeester niet of in onvoldoende mate beschikt over voldoende gegevens. Ook in gevallen waarbij de gegevens in GBA en het overgelegde verblijfsdocument elkaar tegenspreken of er anderszins omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel bestaat over de juiste verblijfsrechtelijke positie van de optant of verzoeker, dient een bericht omtrent toelating te worden gevraagd.

    Enkele situaties waarbij op grond van het verblijfsdocument van de vreemdeling in samenhang met de gegevens in de GBA aanstonds duidelijk is of al dan niet wordt voldaan aan de vereiste periode van onafgebroken toelating en waarbij het vragen om een bericht omtrent toelating achterwege kan blijven:

    • betrokkene is nog steeds in het bezit van een geldige verblijfsvergunning (zal meestal een verblijfsvergunning regulier of asiel voor onbepaalde tijd zijn) die reeds vóór de betreffende periode van toelating aan hem is verleend. Het kan voorkomen dat deze verblijfsvergunning is verleend vóór 1 april 2001, de datum van inwerkingtreding van Vw 2000, en na die datum is omgezet in een verblijfsvergunning op grond van Vw 2000.10[3]. Om te bepalen of sprake is van de vereiste periode van onafgebroken toelating mag de periode van vóór 1 april 2001 worden meegeteld11[4];

    • betrokkene is voor het eerst in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning op een moment gelegen tijdens de voor hem vereiste periode van onafgebroken toelating. Aanstonds is duidelijk dat niet aan de voorwaarde wordt voldaan (voor optanten/ verzoekers die hun verblijfsrecht ontlenen aan het EG-Verdrag, de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat of het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije wordt, gelet op de mogelijke complexiteit van deze zaken, niettemin om een bericht omtrent toelating gevraagd).

    Hieronder enkele situaties waarbij het verblijfsdocument in samenhang met de verblijfstitelgegevens in de GBA onvoldoende uitsluitsel geven over de vraag of wordt voldaan aan de vereiste periode van onafgebroken toelating en waarbij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt gevraagd om afgifte van een bericht omtrent toelating:

    • tijdens de vereiste periode van onafgebroken toelating is de verblijfsvergunning van de vreemdeling een of meerdere keren verlengd12[5];

    • de vreemdeling ontleent zijn verblijfsrecht aan het EG-Verdrag, de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat dan wel het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije13[6].

  • ^ [1]

    De onafgebroken periode van toelating van vóór 1 april 2003 kan worden meegeteld.

  • ^ [2]

    Er zal niet snel sprake zijn van een situatie waarin een niet-tijdige indiening is te wijten aan omstandigheden die de vreemdeling niet zijn toe te rekenen. Hierbij is van belang dat er algemene voorlichtingsfolders zijn die de vreemdeling wijzen op het belang van een tijdige indiening. Ook is er een rappelsysteem dat wordt gebruikt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om de vreemdeling er schriftelijk op te wijzen dat hij zijn verblijfsvergunning op tijd moet verlengen.

  • ^ [3]

    Op 1 april 2001 zijn op grond van overgangsbepaling artikel 115 Vw 2000 de op dat moment geldige verblijfstitels op grond van Vw 1965van rechtswege omgezet in verblijfstitels op grond van Vw 2000. De oude GBA- codes zijn op die datum komen te vervallen en zijn vervangen door nieuwe codes. Omdat er sprake is van een van rechtswege omzetting van de verblijfstitel blijft de oorspronkelijke datum ingang geldigheid van de verblijfstitel in de GBA gehandhaafd. Bij die omzetting zijn dan ook geen verblijfsgaten ontstaan.

  • ^ [4]

    Vóór 1 april 2001 moeten deze vreemdelingen dan op grond van Vw 1965 in het bezit zijn geweest van een vergunning tot vestiging (GBA-code 10), een vergunning tot verblijf al dan niet onder beperking (GBA-codes 9, 11, 12, 13, 19 of 20), een verblijfsvergunning op grond van artikel 10, tweede lid, Vw 1965 (GBA-code 11), een voorwaardelijke vergunning tot verblijf op grond van artikel 9a Vw 1965 (GBA-code 14), een toelating als vluchteling (GBA-code 10). Indien een vreemdeling vóór 1 april 2001 zijn verblijfsrecht ontleende aan het EG-Verdrag (GBA-codes 15, 16 of 18) of het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije verdient het aanbeveling om het verblijfsrecht te laten beoordelen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en een bericht omtrent toelating op te vragen. Voor meer specifieke informatie over verblijfstitelgegevens in de GBA wordt verwezen naar de brief aan de burgemeesters d.d. 12 maart 2001 van de Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffende de aanpassing van verblijfsrechtelijke aantekeningen in de GBA als gevolg van de invoering van de Vw 2000 , kenmerk BPR2001/U59025.

  • ^ [5]

    Het opvragen van een bericht omtrent toelating is echter niet noodzakelijk indien uit de verblijfstitelgegevens in de GBA (en de GBA-codes) duidelijk blijkt dat gedurende de vereiste periode van onafgebroken toelating de ingangsdatum van iedere nieuwe vergunning aansluit op de einddatum van de eerdere vergunning (er is dan sprake van een onafgebroken reeks GBA-codes).

  • ^ [6]

    Ook hier geldt dat het opvragen van een bericht omtrent toelating niet noodzakelijk is indien uit het verblijfsdocument en de gegevens in de GBA duidelijk blijkt dat sprake is van een onafgebroken periode van toelating (betrokkene overlegt bijvoorbeeld een geldig EU/EER verblijfsdocument voor vijf jaar dat is verleend vóór de vereiste periode van onafgebroken toelating of de ingangsdatum van een nieuwe vergunning sluit aan op de einddatum van de eerdere vergunning).