Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese [...] lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, Brussel, 24-11-2017[Regeling treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.]

Geldend van 24-11-2017 t/m heden

Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds

Authentiek : NL

Brede en versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

PREAMBULE

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Republiek Kroatië,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

de Republiek Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „de lidstaten” genoemd,

De Europese Unie, en

De Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „Euratom” genoemd,

enerzijds, en

de Republiek Armenië

anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd

Rekening houdend met de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij delen, en met hun wens om de banden die in het verleden tot stand zijn gebracht door de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, verder te ontwikkelen tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, dat op 22 april 1996 te Luxemburg is ondertekend en op 1 juli 1999 in werking is getreden (PSO) en nauwe en intensieve samenwerking te bevorderen die is gebaseerd op gelijk partnerschap in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid (ENB) en het Oostelijk Partnerschap, alsook op grond van deze overeenkomst;

Erkennend de bijdrage van het gezamenlijke ENB-actieplan EU-Armenië, met inbegrip van zijn inleidende bepalingen, en het belang van de partnerschapsprioriteiten voor het versterken van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië en voor het bevorderen van het proces van hervormingen en de aanpassing van de wetgeving, zoals hierna vermeld, in de Republiek Armenië, aldus bijdragend tot grotere politieke en economische samenwerking;

Zich verbindend tot de verdere versterking van de eerbiediging van de fundamentele vrijheden, de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de democratische beginselen, de rechtsstaat en behoorlijk bestuur;

Erkennend het feit dat interne hervormingen voor meer democratie en markteconomie, enerzijds, en de duurzame beslechting van conflicten, anderzijds, met elkaar verbonden zijn. Om die reden zullen duurzame processen voor democratische hervormingen in de Republiek Armenië een steun zijn voor de opbouw van vertrouwen en stabiliteit in de hele regio;

Zich verbindend tot verdere bevordering van de politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling van de Republiek Armenië, onder meer door de ontwikkeling van de civiele samenleving, de opbouw van instellingen, de hervorming van het openbare bestuur en het ambtenarenapparaat, de bestrijding van corruptie, meer handel en economische samenwerking, inclusief goed bestuur op het gebied van belastingen, de vermindering van de armoede en verregaande samenwerking over een breed spectrum van gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals justitie, vrijheid en veiligheid;

Zich verbindend tot volledige tenuitvoerlegging van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948, het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950 en de Slotakte van Helsinki van 1975 van de OVSE;

Herinnerend aan de wil van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten binnen overeengekomen vormen, in het bijzonder door nauw samen te werken in het kader van de Verenigde Naties (VN) en de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE);

Zich verbindend tot de internationale verplichtingen tot bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake ontwapening en non-proliferatie, alsook nucleaire veiligheid en beveiliging;

Erkennend dat de actieve deelname van de Republiek Armenië aan regionale samenwerkingsvormen van belang is, met inbegrip van de regionale samenwerkingsvormen die door de Europese Unie worden ondersteund; erkennend het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan;

Ernaar strevend de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie en de relevante beleidspunten van de Republiek Armenië; erkennend het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan;

Erkennend het belang van de verbintenis van de Republiek Armenië tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict in Nagorno-Karabakh te komen, en de noodzaak om een dergelijke oplossing zo spoedig mogelijk te bereiken, in het kader van de onderhandelingen die worden geleid door de voorzitters van de Minsk-groep van de OVSE; tevens erkennend de noodzaak om deze oplossing te bereiken op basis van de doelstellingen en beginselen die zijn vervat in het Handvest van de Verenigde Naties en in de Slotakte van Helsinki van de OVSE, meer bepaald die betrekking hebben op het afzien van de dreiging met of het gebruik van geweld, op de territoriale integriteit van staten, en op gelijke rechten voor en zelfbeschikking van de volkeren, en die zijn weerspiegeld in alle verklaringen die zijn uitgegeven in het kader van het dubbele voorzitterschap van de Minsk-groep van de OVSE sinds de 16e OVSE-ministerraad van 2008; tevens nota nemend van de duidelijke verbintenis van de Europese Unie om dit proces voor een oplossing te steunen;

Zich inzettend voor het voorkomen en bestrijden van corruptie, het bestrijden van georganiseerde misdaad, en meer samenwerking bij terrorismebestrijding;

Zich inzettend voor een verdieping van hun dialoog en samenwerking op het gebied van migratie, asiel en grensbeheer, via een integrale aanpak met aandacht voor reguliere migratie, en voor samenwerking gericht op het aanpakken van irreguliere migratie, mensenhandel en de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, die op 1 januari 2014 in werking is getreden (de overnameovereenkomst);

Opnieuw bevestigend dat de toegenomen mobiliteit van de burgers van de partijen in een veilige en goed beheerde omgeving een elementaire doelstelling blijft, en overwegend te zijner tijd een visumdialoog in te stellen met de Republiek Armenië, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit is voldaan, met inbegrip van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, die op 1 januari 2014 in werking is getreden (de visumversoepelingsovereenkomst) en de overnameovereenkomst;

Zich inzettend voor de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Europese Unie bevestigend om bij te dragen tot de economische hervormingen in de Republiek Armenië;

Erkennend de bereidheid van de partijen om de economische samenwerking te verdiepen, met inbegrip van handelsgerelateerde kwesties, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van de partijen, en door de transparante en niet-discriminatoire toepassing van deze rechten en plichten;

Ervan overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en de stimulering van concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering;

Zich inzettend voor de eerbiediging van de beginselen van duurzame ontwikkeling,

Zich inzettend voor de inachtneming van milieubescherming met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking en tenuitvoerlegging van multilaterale internationale overeenkomsten;

Zich inzettend voor de verbetering van de zekerheid en veiligheid van de energievoorziening, door de ontwikkeling van geschikte infrastructuur te vergemakkelijken, door betere marktintegratie en geleidelijke aanpassing aan kernaspecten van het EU-acquis, waarnaar hierna wordt verwezen, onder meer door de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, rekening houdend met de verbintenissen van de Republiek Armenië tot naleving van de beginselen van gelijke behandeling van energie leverende, energie doorvoerende en energie verbruikende landen;

Zich inzettend voor een hoge mate van nucleaire veiligheid en beveiliging, zoals hieronder uiteengezet;

Erkennend dat meer samenwerking op energiegebied nodig is, en dat de partijen het engagement zijn aangegaan om de bepalingen van het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest volledig te respecteren;

Ernaar strevend het niveau van de volksgezondheid en veiligheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, met respect voor de beginselen van duurzame ontwikkeling, ecologische behoeften en klimaatverandering;

Zich inzettend voor meer contacten van mens tot mens, onder meer door samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap en technologie, onderwijs en cultuur, jongeren en sport;

Zich inzettend voor de bevordering van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking;

Erkennend de verbintenis van de Republiek Armenië om de wetgeving van het land in de relevante sectoren geleidelijk aan te passen aan die van de Europese Unie, dezelve doeltreffend uit te voeren in het kader van de ruimere hervormingspogingen, en de bestuurlijke en institutionele capaciteit te ontwikkelen in de mate die nodig is voor de toepassing van deze overeenkomst, alsook erkennend de voortdurende steun van de Europese Unie, overeenkomstig alle beschikbare samenwerkingsinstrumenten, met inbegrip van technische, financiële en economische bijstand in samenhang met die verbintenis, rekening houdend met het ritme van de hervormingen en de economische behoeften van de Republiek Armenië;

Wijzend op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie, die door de EU zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zouden zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve bilaterale betrekkingen, de Republiek Armenië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden is/zijn door dergelijke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zouden mogelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden genomen, niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij zij te kennen hebben gegeven deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig protocol nr. 21; voorts nota nemend van het feit dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie zouden komen te vallen onder protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat gehecht is aan voornoemde Verdragen,

Zijn als volgt overeengekomen1:

TITEL I. DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE BEGINSELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 1. Doelstellingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

  • a. het brede politieke en economische partnerschap en de samenwerking tussen de partijen te bevorderen, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en nauwe banden, met inbegrip van een toenemende betrokkenheid van de Republiek Armenië bij het beleid, de programma’s en de agentschappen van de Europese Unie;

  • b. het kader voor een politieke dialoog te versterken op alle terreinen van wederzijds belang, om nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen te bevorderen;

  • c. bij te dragen tot de versterking van de democratie en de politieke, economische en institutionele stabiliteit in de Republiek Armenië;

  • d. vrede en stabiliteit te bevorderen, te bewaren en te versterken, zowel op regionaal als op internationaal niveau, onder meer door de inspanningen te bundelen om bronnen van spanning weg te nemen, de grensbeveiliging op te schroeven en grensoverschrijdende samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap te bevorderen;

  • e. de samenwerking te verbeteren op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, om zo de rechtsstaat en het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te versterken;

  • f. mobiliteit en contacten van persoon tot persoon te bevorderen;

  • g. steun te verlenen aan de inspanningen van de Republiek Armenië voor de ontwikkeling van haar economische potentieel via internationale samenwerking, ook door de aanpassing van de wetgeving aan die van het EU-acquis, zoals hieronder uiteengezet;

  • h. een nauwere handelssamenwerking op te zetten met blijvende samenwerking op het gebied van regelgeving op relevante terreinen, overeenkomstig de rechten en plichten die voortvloeien uit het WTO-lidmaatschap; alsmede

  • i. de voorwaarden te scheppen voor steeds nauwere samenwerking op andere terreinen van wederzijds belang.

Artikel 2. Algemene beginselen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De partijen wijzen er nogmaals op dat zij vasthouden aan de beginselen van een vrije markteconomie, duurzame ontwikkeling, regionale samenwerking en effectief multilateralisme.

  • 3 De partijen herbevestigen dat zij de beginselen van goed bestuur, alsmede hun internationale verplichtingen, met name in het kader van de VN, de Raad van Europa en de OVSE zullen eerbiedigen.

  • 4 De partijen zetten zich in voor corruptiebestrijding, de strijd tegen de verschillende vormen van transnationale georganiseerde misdaad en terrorisme, de bevordering van duurzame ontwikkeling, effectief multilateralisme en de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder meer via het EU-initiatief betreffende de kenniscentra op het gebied van chemische, biologische, radiologische en nucleaire risicobestrijding. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale vrede en stabiliteit.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 3. Doelstellingen van de politieke dialoog [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De politieke dialoog tussen de partijen over alle gebieden van wederzijds belang, met inbegrip van het buitenlands en veiligheidsbeleid en binnenlandse hervormingen, wordt verder ontwikkeld en versterkt. Deze dialoog zal de doeltreffendheid versterken van de politieke samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met erkenning van het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan.

  • 2 De doelstellingen van de politieke dialoog zijn:

    • a. het verder ontwikkelen en versterken van een politieke dialoog over alle zaken van wederzijds belang;

    • b. het politieke partnerschap versterken en de doeltreffendheid van de samenwerking op buitenlands en veiligheidsbeleid vergroten;

    • c. de bevordering van internationale vrede, stabiliteit en veiligheid, op basis van effectief multilateralisme;

    • d. meer samenwerking en dialoog tussen de partijen over internationale veiligheid en crisisbeheer, met name om wereldwijde en regionale problemen en daarmee samenhangende bedreigingen aan te pakken;

    • e. versterking van de samenwerking in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor;

    • f. meer resultaatgerichte en praktische samenwerking tussen de partijen om te komen tot vrede, veiligheid en stabiliteit op het Europese continent;

    • g. meer respect voor de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, de mensenrechten en fundamentele vrijheden, alsook de persvrijheid en de rechten van personen die behoren tot nationale minderheden, en consolidering van binnenlandse politieke hervormingen;

    • h. verdere ontwikkeling van dialoog en meer samenwerking tussen de partijen op het vlak van veiligheid en defensie;

    • i. de bevordering van een vreedzame oplossing van conflicten;

    • j. de bevordering van de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, als neergelegd in het VN-Handvest, en van de beginselen die aan de grondslag liggen van de betrekkingen tussen deelnemende staten, zoals neergelegd in de Slotakte van Helsinki van de OVSE; alsmede

    • k. de bevordering van regionale samenwerking, de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap en de verhoging van de regionale veiligheid, ook door stappen te nemen om de grenzen te openen ter bevordering van regionale handel en grensverkeer.

Artikel 4. Binnenlandse hervormingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen op de volgende terreinen:

  • a. de ontwikkeling, consolidatie en verhoging van de stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat;

  • b. de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

  • c. verdere vooruitgang met de hervorming van de rechterlijke macht en de wetgeving, om de onafhankelijkheid, kwaliteit en doeltreffendheid van de rechterlijke macht, de openbare aanklager en de rechtshandhaving te garanderen;

  • d. versterking van de bestuurlijke capaciteit en waarborging van de onpartijdigheid en doeltreffendheid van de organen voor rechtshandhaving;

  • e. voortzetting van de hervormingen van de overheidsdiensten en opbouw van een verantwoordelijk, efficiënt, transparant en professioneel overheidsapparaat; alsmede

  • f. een doeltreffende corruptiebestrijding, in het bijzonder met het oog op de versterking van de internationale samenwerking inzake corruptiebestrijding en een doeltreffende tenuitvoerlegging van de desbetreffende internationale rechtsinstrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003.

Artikel 5. Buitenlands en veiligheidsbeleid [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het vlak van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, met erkenning van het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan, en zij besteden bijzondere aandacht aan conflictpreventie en crisisbeheer, risicobeperking, cyberveiligheid, de hervorming van de veiligheidssector, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en wapenuitvoercontrole. De samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke belangen en is gericht op meer doeltreffendheid van het beleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van bilaterale, internationale en regionale fora, meer bepaald de OVSE.

  • 2 De partijen bevestigen opnieuw hun eerbiediging van de beginselen en normen van het internationaal recht, zoals onder meer neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en verbinden zich ertoe deze beginselen te ondersteunen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen.

Artikel 6. Ernstige misdaden waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd en het Internationaal Strafhof [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen te nemen op nationaal en internationaal niveau, onder meer op het niveau van het Internationaal Strafhof.

  • 2 De partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid. De partijen streven naar meer samenwerking ter bevordering van vrede en internationale gerechtigheid door het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof en de bijhorende instrumenten te ratificeren en ten uitvoer te leggen, rekening houdend met hun wettelijke en constitutionele kaders.

  • 3 De partijen komen overeen nauw samen te werken om volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te voorkomen, door gebruik te maken van de passende bilaterale en multilaterale kaders.

Artikel 7. Conflictpreventie en crisisbeheersing [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen intensiveren per geval de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheersing, in het bijzonder met het oog op de mogelijke deelname van de Republiek Armenië aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheersing onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen.

Artikel 8. Regionale stabiliteit en de vreedzame oplossing van conflicten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op om betere voorwaarden te creëren voor verdere regionale samenwerking door het bevorderen van open grenzen via grensoverschrijdend verkeer, betrekkingen van goed nabuurschap en democratische ontwikkeling, aldus bijdragend tot stabiliteit en veiligheid, en zij werken samen voor een vreedzame beslechting van conflicten.

  • 2 De in lid 1 genoemde inspanningen verlopen volgen de gezamenlijke beginselen voor handhaving van internationale vrede en veiligheid als bepaald in het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere relevante multilaterale documenten waartoe de partijen zich hebben verbonden. De partijen onderstrepen het belang van bestaande overeengekomen vormen voor de vreedzame beslechting van conflicten.

  • 3 De partijen wijzen erop dat wapencontrole en vertrouwenwekkende en veiligheidsbevorderende maatregelen van groot belang blijven voor de veiligheid, voorspelbaarheid en stabiliteit in Europa.

Artikel 9. Massavernietigingswapens, non-proliferatie en ontwapening [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, zoals terroristen en andere criminele groepen, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en stabiliteit vormt. De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere relevante internationale verplichtingen op dit gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel onderdeel van deze overeenkomst vormt.

  • 2 De partijen komen overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor:

    • a. door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere relevante internationale instrumenten, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan; alsmede

    • b. door verder een doeltreffend systeem van nationale uitvoercontroles op te zetten, met inbegrip van controles op de uitvoer en de doorvoer van goederen die verband houden met massavernietigingswapens, alsook controles op het eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik in het kader van massavernietigingswapens.

  • 3 De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog op te zetten ter begeleiding en consolidatie van de in dit artikel genoemde elementen.

Artikel 10. Handvuurwapens en lichte wapens en de controle op de uitvoer van conventionele wapens [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen dat de illegale productie en handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor, alsmede buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.

  • 2 De partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor na te komen en volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen waarbij zij partij zijn, en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.

  • 3 De partijen verbinden zich ertoe samen te werken en te zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor, en de vernietiging van excessieve voorraden, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau.

  • 4 Voorts komen de partijen overeen hun samenwerking voort te zetten op het vlak van de controle op conventionele wapens, overeenkomstig het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie en overeenkomstig de relevante nationale wetgeving van de Republiek Armenië.

  • 5 De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog op te zetten ter begeleiding en consolidatie van de in dit artikel genoemde elementen.

Artikel 11. Bestrijding van terrorisme [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevestigen opnieuw het belang van de strijd tegen en het voorkomen van terrorisme en komen overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme in al zijn vormen en uitingen te voorkomen en te bestrijden.

  • 2 De partijen komen overeen dat het essentieel is dat het terrorisme wordt bestreden met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en in volledige overeenstemming met het internationale recht, met inbegrip van het internationale recht inzake de mensenrechten, het internationale vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en alle relevante internationale instrumenten in verband met terrorismebestrijding.

  • 3 De partijen benadrukken het belang van de universele ratificatie en de volledige tenuitvoerlegging van alle VN-verdragen en protocollen die verband houden met terrorismebestrijding. De partijen komen overeen de dialoog te blijven bevorderen over het ontwerp voor een Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme en samen te werken bij de tenuitvoerlegging van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties, alsmede bij alle relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad en verdragen van de Raad van Europa. De partijen komen tevens overeen samen te werken met het oog op een internationale consensus over de preventie en bestrijding van terrorisme.

TITEL III. JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 12. De rechtsstaat en respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Bij hun samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht hechten de partijen bijzonder belang aan de versterking van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot het gerecht en het recht op een eerlijk proces, als gegarandeerd door het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens, alsook procedurele waarborgen in strafzaken en met betrekking tot de rechten van slachtoffers.

  • 2 De partijen werken ten volle samen voor een doeltreffend functioneren van de instellingen op het gebied van de rechtshandhaving, de bestrijding van corruptie en de rechtsbedeling.

  • 3 Respect voor de mensenrechten, niet-discriminatie en de fundamentele vrijheden is de leidraad voor alle samenwerking inzake vrijheid, veiligheid en recht.

Artikel 13. Bescherming van persoonsgegevens [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen samen te werken om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen overeenkomstig de internationale rechtsinstrumenten en -normen van de Europese Unie, de Raad van Europa en andere internationale organen.

Artikel 14. Samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen herbevestigen het belang van een gezamenlijk beheer van migratiestromen tussen hun grondgebieden en brengen een brede dialoog tot stand over alle kwesties in verband met migratie, waaronder reguliere migratie, internationale bescherming en de strijd tegen irreguliere migratie, mensensmokkel en mensenhandel.

  • 2 Op basis van een specifieke analyse van de behoeften, die plaatsvindt via onderling overleg tussen de partijen, werken de partijen samen overeenkomstig hun desbetreffende wetgeving. De samenwerking richt zich met name op:

    • a. de aanpak van de grondoorzaken van migratie;

    • b. de ontwikkeling en uitvoering van nationale wetgeving en werkwijzen met betrekking tot internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen en het protocol inzake de status van vluchtelingen van 1967 en andere relevante internationale instrumenten, zoals het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, en teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van non-refoulement gerespecteerd wordt;

    • c. de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;

    • d. de opzet van een doelmatige en preventieve aanpak van irreguliere migratie, smokkel van migranten en mensenhandel, onder meer door netwerken en criminele organisaties van handelaren en smokkelaars te bestrijden en de slachtoffers van deze praktijken te beschermen, binnen het kader van de relevante internationale instrumenten;

    • e. kwesties als de organisatie, opleiding, beste werkwijzen en andere operationele maatregelen op het gebied van migratiebeheer, de beveiliging van documenten, visumbeleid, grensbeheer en informatiesystemen over migratie.

  • 3 Samenwerking kan ook de circulaire migratie vergemakkelijken en komt ten goede aan de ontwikkeling.

Artikel 15. Verkeer van personen en overname [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De partijen blijven de mobiliteit van de burgers bevorderen via de visumversoepelingsovereenkomst en overwegen te zijner tijd een dialoog over visumliberalisering in te stellen, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit is voldaan. De partijen werken samen om irreguliere migratie te bestrijden, onder meer door de overname-overeenkomst uit te voeren, en het beleid inzake grensbeheer alsook wettelijke en operationele kaders te bevorderen.

Artikel 16. Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, met inbegrip van transnationale activiteiten, zoals:

    • a. migrantensmokkel en mensenhandel;

    • b. smokkel van en illegale handel in vuurwapens, inclusief in handvuurwapens en lichte wapens;

    • c. smokkel van en illegale handel in drugs;

    • d. smokkel van en illegale handel in goederen;

    • e. illegale economische en financiële activiteiten zoals namaak, fiscale fraude en fraude bij openbare aanbestedingen;

    • f. verduistering van middelen van door internationale donoren gefinancierde projecten;

    • g. actieve en passieve corruptie, zowel in de openbare als in de particuliere sector;

    • h. het vervalsen van documenten en het afleggen van onjuiste verklaringen; alsmede

    • i. cybercriminaliteit.

  • 2 De partijen verbeteren de bilaterale, regionale en internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties, met inbegrip van de mogelijke ontwikkeling van samenwerking tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving („Europol”) en de desbetreffende autoriteiten van de Republiek Armenië. De partijen verbinden zich tot de effectieve tenuitvoerlegging van de relevante internationale normen, met name die welke in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad van 2000 en de drie protocollen daarbij, zijn opgenomen. De partijen werken samen aan het voorkomen en bestrijden van corruptie overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003, de aanbevelingen van de Groep van Staten tegen corruptie („GRECO”) van de Raad van Europa, en van de OESO, voor transparantie inzake vermogensverklaringen, de bescherming van klokkenluiders, en de openbaarmaking van informatie over uiteindelijke begunstigden van juridische entiteiten.

Artikel 17. Drugs [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van het voorkomen en bestrijden van drugs en nieuwe psychoactieve stoffen. Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om drugs te voorkomen en te bestrijden, het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar drugs, waarbij de schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt met het oog op een beperking van de schade, en op het doeltreffender voorkomen dat chemische precursoren onrechtmatig worden gebruikt voor de illegale productie van verdovende middelen en psychotrope of psychoactieve stoffen.

  • 2 De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om de in lid 1 genoemde doelstellingen te bereiken. De maatregelen worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen beginselen die in de relevante internationale verdragen zijn uiteengezet, en beogen de aanbevelingen ten uitvoer te leggen die zijn vervat in het slotdocument van de speciale zitting van de Algemene Vergadering van de VN over het mondiale drugsprobleem in april 2016.

Artikel 18. Witwassen van geld en terrorismefinanciering [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen en relevante niet-financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, of voor de financiering van terrorisme. Deze samenwerking strekt zich uit tot inbeslagneming van vermogensbestanddelen of gelden die uit de opbrengsten van criminele activiteiten zijn verkregen.

  • 2 Door samenwerking op dit gebied moet het mogelijk worden relevante informatie uit te wisselen in het kader van de respectieve wetgeving van de partijen en relevante internationale instrumenten en passende normen vast te stellen voor de voorkoming en bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, die vergelijkbaar zijn met die van de relevante internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force inzake het witwassen van geld.

Artikel 19. Samenwerking in de strijd tegen terrorisme [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 In overeenstemming met de beginselen die ten grondslag liggen aan de strijd tegen het terrorisme als beschreven in artikel 11, bevestigen de partijen opnieuw het belang van rechtshandhaving en een justitiële aanpak in de strijd tegen het terrorisme en komen zij overeen samen te werken bij de voorkoming en bestrijding van terrorisme, in het bijzonder door:

    • a. informatie uit te wisselen over terroristische groepen en personen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht, in het bijzonder ten aanzien van gegevensbescherming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

    • b. ervaringen uit te wisselen inzake de voorkoming en bestrijding van terrorisme, inzake middelen en methoden en de technische aspecten ervan, en inzake opleiding, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving;

    • c. van gedachten te wisselen over radicalisering en rekrutering, en over middelen om radicalisering tegen te gaan en rehabilitatie te bevorderen;

    • d. standpunten en ervaringen uit te wisselen met betrekking tot grensoverschrijdend verkeer en reizen van terrorismeverdachten en met betrekking tot terroristische dreigingen;

    • e. beste werkwijzen te delen ten aanzien van de bescherming van de mensenrechten bij de strijd tegen terrorisme, in het bijzonder met betrekking tot strafrechtelijke procedures;

    • f. de strafbaarstelling van terroristische misdrijven te waarborgen; alsmede

    • g. maatregelen te nemen tegen de dreiging van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair terrorisme en de nodige maatregelen te treffen om te voorkomen dat chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen worden verworven, overgedragen en gebruikt voor terroristische doeleinden en dat illegale handelingen worden verricht tegen risicovolle chemische, biologische, radiologische en nucleaire faciliteiten.

  • 2 De samenwerking is gebaseerd op de relevante beschikbare beoordelingen, in wederzijds overleg tussen de partijen.

Artikel 20. Juridische samenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen de juridische samenwerking in burgerlijke en handelszaken uit te bouwen, met name wat betreft de onderhandelingen over, en de ratificatie en tenuitvoerlegging van multilaterale verdragen inzake juridische samenwerking in burgerlijke zaken, in het bijzonder de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.

  • 2 Wat de juridische samenwerking in strafzaken betreft, streven de partijen naar verbetering van de samenwerking op het gebied van wederzijdse juridische bijstand op basis van de multilaterale overeenkomsten ter zake. Waar nodig impliceert dit de toetreding tot en uitvoering van de relevante internationale instrumenten van de VN en de Raad van Europa, en nauwere samenwerking tussen Eurojust en de bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië.

Artikel 21. Consulaire bescherming [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Republiek Armenië stemt ermee in dat de consulaire en diplomatieke autoriteiten van alle vertegenwoordigde lidstaten bescherming bieden aan alle onderdanen van een lidstaat die niet over een permanente vertegenwoordiging in de Republiek Armenië beschikt die effectief in staat is in een concreet geval consulaire bescherming te bieden, op dezelfde voorwaarden als aan de onderdanen van de betrokken lidstaat.

TITEL IV. ECONOMISCHE SAMENWERKING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

HOOFDSTUK 1. ECONOMISCHE DIALOOG [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 22 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De Europese Unie en de Republiek Armenië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door het inzicht in de basiselementen van hun economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid te verbeteren.

  • 2 De Republiek Armenië zet verdere stappen voor de ontwikkeling van een goed functionerende markteconomie en voor de geleidelijke aanpassing van haar economische en financiële regelgeving en beleidsmaatregelen aan die van de Europese Unie, zoals goedgekeurd door deze overeenkomst. De Europese Unie ondersteunt de Republiek Armenië bij het garanderen van gezond macro-economisch beleid, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de centrale bank en prijsstabiliteit, gezonde overheidsfinanciën, een houdbaar stelsel van wisselkoersen en een houdbare betalingsbalans.

Artikel 23 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen daartoe overeen een regelmatige economische dialoog te voeren om:

  • a. informatie uit te wisselen over macro-economische trends en beleid, evenals over structurele hervormingen, met inbegrip van strategieën voor economische ontwikkeling;

  • b. deskundigheid en beste werkwijzen uit te wisselen op gebieden als overheidsfinanciën, monetair en wisselkoersbeleid, beleid in de financiële sector en economische statistieken;

  • c. informatie en ervaringen uit te wisselen over regionale economische integratie, met inbegrip van de werking van de Europese economische en monetaire unie;

  • d. de stand van zaken te bekijken van de bilaterale samenwerking op het gebied van economie, financiën en statistiek.

Artikel 24. Regelingen voor interne controle en audit in de openbare sector [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen op het gebied van de interne controle bij de overheid en externe audit, met de volgende doelstellingen:

  • a. het ontwikkelen en uitvoeren van het stelsel voor interne controle bij de overheid overeenkomstig het beginsel van gedecentraliseerde verantwoordingsplicht, met inbegrip van een onafhankelijke interne auditfunctie in de gehele overheidssector van de Republiek Armenië, door middel van aanpassing aan algemeen aanvaarde internationale normen en methoden en goede parktijken van de Europese Unie, op basis van het hervormingsprogramma voor interne controle van de overheidsfinanciën dat de regering van de Republiek Armenië heeft goedgekeurd;

  • b. de ontwikkeling van een adequaat financieel inspectiesysteem in de Republiek Armenië ter aanvulling op de interne auditfunctie (zonder deze te overlappen);

  • c. steunverlening aan de centrale harmonisatie-eenheid voor interne controle van de overheidsfinanciën in de Republiek Armenië en versterking van de capaciteit ervan om het hervormingsproces te sturen;

  • d. verdere versterking van de Rekenkamer als de hoogste audit-instantie in de Republiek Armenië, met name wat betreft de financiële, organisatorische en operationele onafhankelijkheid ervan in overeenstemming met internationaal aanvaarde normen voor de externe audit („INTOSAI”); alsmede

  • e. de uitwisseling van gegevens, ervaring en goede praktijk.

HOOFDSTUK 2. BELASTINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 25 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren.

Artikel 26 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Ten aanzien van artikel 25 erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van inlichtingen en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op het niveau van de Europese Unie onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van belastingen en het opzetten van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen van goed bestuur, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten.

Artikel 27 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen intensiveren en versterken hun samenwerking bij de verbetering en ontwikkeling van het belastingstelsel en de belastingdienst van de Republiek Armenië, met inbegrip van de verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, de verzekering van doeltreffende belastinginning en de intensivering van de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking. De partijen maken geen onderscheid tussen ingevoerde producten en gelijkaardige binnenlandse producten, overeenkomstig de artikelen I en III van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 („GATT 1994”). De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude en belastingontwijking, in het bijzonder carrouselfraude, alsook met betrekking tot verrekenprijzen en regelingen tegen offshore-activiteiten.

Artikel 28 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ontwikkelen hun samenwerking om tot gezamenlijke beleidsmaatregelen te komenter voorkoming en bestrijding van fraude met en smokkel van accijnsproducten. De samenwerking omvat de uitwisseling van informatie. Met het oog daarop streven de partijen naar meer onderlinge samenwerking binnen de regionale context en overeenkomstig de Kadervovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatieinzake tabaksontmoediging van 2003.

Artikel 29 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 3. STATISTIEKEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 30 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistieken en dragen zo bij tot de lange-termijndoelstelling tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. De verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in de Europese Unie en in de Republiek Armenië en hen in staat stelt op basis hiervan gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het EU-acquis inzake statistiek, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde de nationale statistische productie af te stemmen op de Europese normen en standaarden.

Artikel 31 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking op statistisch gebied is gericht op:

  • a. verdere versterking van de capaciteit van het nationale stelsel voor statistiek, inclusief de wettelijke grondslag, de productie van gegevens en metagegevens van goede kwaliteit, verspreidingsbeleid en gebruiksvriendelijkheid, en rekening houdend met gebruikers in de publieke en private sector, de academische wereld en de maatschappij in het algemeen;

  • b. verdere aanpassing van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië aan de normen en praktijk die worden gehanteerd in het Europees Statistisch Stelsel;

  • c. verfijning van de gegevensverstrekking aan de Europese Unie, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methodologiën, waaronder statistische classificaties;

  • d. verbetering van de professionele capaciteit en de bestuurscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de statistieknormen van de Europese Unie te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië;

  • e. uitwisseling van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis; alsmede

  • f. bevordering van kwaliteitszorg en kwaliteitsbeheer in alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens.

Artikel 32 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen in het kader van het Europees Statistisch Stelsel, waarbinnen Eurostat het bureau voor de statistiek van de Europese Unie is. Deze samenwerking moet de professionele onafhankelijkheid van het bureau voor de statistiek en de toepassing van de beginselen van de Praktijkcode Europese statistieken verzekeren, alsook de aandacht richten op de volgende punten:

  • a. demografische statistieken, met inbegrip van tellingen en sociale statistieken;

  • b. landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen;

  • c. bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;

  • d. macro-economische statistieken, met inbegrip van nationale rekeningen, statistieken in verband met buitenlandse handel, statistieken in verband met de betalingsbalans en statistieken in verband met buitenlandse directe investeringen;

  • e. energiestatistieken, met inbegrip van energiebalansen;

  • f. milieustatistieken;

  • g. regionale statistieken; alsmede

  • h. horizontale activiteiten, met inbegrip van kwaliteitszorg en -beheer, statistische classificaties, opleiding, verspreiding en gebruik van moderne informatietechnologieën.

Artikel 33 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma's reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de verdere afstemming met het EU-acquis inzake statistiek, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees Statistisch Stelsel. Bij de productie van statistische gegevens ligt de nadruk op een groter gebruik van administratieve gegevens en het verder stroomlijnen van statistische enquêtes, rekening houdend met de noodzaak om de responslast te verminderen. De geproduceerde gegevens moeten relevant zijn voor de opzet van en het toezicht op het beleid op de belangrijkste gebieden van het sociale en economische leven.

Artikel 34 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Voor zover mogelijk moeten de activiteiten binnen het Europees Statistisch Stelsel, met inbegrip van de opleiding, openstaan voor deelname van de Republiek Armenië.

Artikel 35 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië aan EU-acquis inzake statitsiek verloopt in overeenstemming met het jaarlijks bijgewerkte compendium voor de statistiek van Eurostat, dat door de partijen als bijlage bij deze overeenkomst wordt beschouwd.

TITEL V. SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

HOOFDSTUK 1. VERVOER [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 36 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen:

  • a. vergroten en versterken hun samenwerking inzake vervoer, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;

  • b. bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen; en

  • c. streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden.

Artikel 37 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking inzake vervoer omvat de volgende gebieden:

  • a. de ontwikkeling van een duurzaam nationaal vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, met name om milieuvriendelijke, efficiënte, veilige en betrouwbare vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van vervoersgerelateerde overwegingen in andere beleidsgebieden te bevorderen;

  • b. de ontwikkeling van sectorspecifieke strategieën in het licht van het nationale beleid voor het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, over zee, door de lucht en intermodaal (met inbegrip van de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen); dit omvat tevens tijdschema's en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen;

  • c. de verbetering van het infrastructuurbeleid, zodat infrastructuurprojecten voor de diverse vervoerswijzen beter kunnen worden geïdentificeerd en geëvalueerd;

  • d. de uitwerking van financieringsstrategieën voor onderhoud, capaciteitsbeperkingen en ontbrekende infrastructuurverbindingen, alsmede aansporing en bevordering van de deelname van de private sector aan vervoersprojecten;

  • e. de toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;

  • f. de samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van vervoerstechnologieën zoals intelligente vervoerssystemen; alsmede

  • g. de bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtevaartsystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer.

Artikel 38 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Met de samenwerking wordt tevens gestreefd naar verbetering van het verkeer van personen en goederen en de doorstroming van het vervoer tussen de Republiek Armenië, de Europese Unie en derde landen in de regio, de bevordering van open grenzen met grensoverschrijdend verkeer, door administratieve en technische en andere belemmeringen weg te nemen, de bestaande vervoersnetwerken te verbeteren en de infrastructuur te moderniseren, in het bijzonder van de belangrijkste verkeersnetwerken tussen de partijen.

  • 2 De samenwerking omvat maatregelen om grensoverschrijdend verkeer te faciliteren, rekening houdend met de specifieke kenmerken van niet aan zee gelegen landen, zoals vermeld in de relevante internationale instrumenten.

  • 3 De samenwerking omvat informatie-uitwisseling en gezamenlijke activiteiten:

    • a. op regionaal niveau, in het bijzonder met inachtneming van de vooruitgang die is geboekt in het kader van regionale regelingen voor vervoerssamenwerking, zoals de Transportcorridor Europa-Kaukasus-Azië („TRACECA”) en andere vervoersinitiatieven op internationaal niveau, met inbegrip van internationale vervoersorganisaties en internationale overeenkomsten en verdragen die door de partijen zijn geratificeerd; alsmede

    • b. in het kader van de diverse vervoersagentschappen van de Europese Unie, en het Oostelijk Partnerschap.

Artikel 39 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het luchtvervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun wederzijdse commerciële behoeften, moeten de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer worden geregeld volgens de overeenkomst betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië.

  • 2 Alvorens de overeenkomst betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte te sluiten, nemen de partijen geen maatregelen die meer beperkingen of discriminatie tot gevolg hebben dan het geval was op de dag die voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel 40 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 41 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie aan als bedoeld in bijlage I bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

  • 2 De aanpassing kan ook geschieden via sectorale overeenkomsten.

HOOFDSTUK 2. SAMENWERKING INZAKE ENERGIE, MET INBEGRIP VAN NUCLEAIRE VEILIGHEID [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 42 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen werken samen op energiegebied op basis van de beginselen van partnerschap, wederzijdse belangen, transparantie en voorspelbaarheid. De samenwerking beoogt aanpassing van de regelgeving in de energiesector op de hierna genoemde gebieden, rekening houdend met de noodzaak van toegang tot veilige, milieuvriendelijke en betaalbare energie.

  • 2 De samenwerking richt zich onder meer op de volgende gebieden:

    • a. energiestrategieën en -beleidsmaatregelen, inclusief de bevordering van energiezekerheid en de diversiteit in energievoorziening en stroomopwekking;

    • b. vergroting van de energiezekerheid, inclusief door de diversificatie van energiebronnen en -routes te stimuleren;

    • c. de ontwikkeling van concurrerende energiemarkten;

    • d. de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en energiebesparing;

    • e. de bevordering van regionale samenwerking inzake energie en inzake de integratie binnen regionale markten;

    • f. de bevordering van gemeenschappelijke regelgevende kaders om de handel te vergemakkelijken in olieproducten, elektriciteit en eventueel in andere energiegrondstoffen, alsook van gelijke marktvoorwaarden in termen van nucleaire veiligheid, met het oog op een hoog niveau van veiligheid en beveiliging;

    • g. de civiele nucleaire sector, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de Republiek Armenië, en met specifieke aandacht voor een hoog niveau van nucleaire veiligheid, op basis van de normen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en de normen en praktijken van de Europese Unie als hierna vernoemd, alsook voor een hoog niveau van nucleaire beveiliging, op basis van internationale richtsnoeren en praktijken. De samenwerking op dat gebied omvat het volgende:

      • i. de uitwisseling van technologieën, beste praktijken en opleiding op het gebied van veiligheid, beveiliging en afvalbeheer, teneinde de veilige werking van kerncentrales te garanderen;

      • ii. de sluiting en veilige ontmanteling van de kerncentrale van Medzamor en de spoedige goedkeuring van een routekaart of actieplan daartoe, rekening houdend met de noodzaak van de vervanging van deze kerncentrale door nieuwe capaciteit om de energiezekerheid en de voorwaarden voor duurzame ontwikkeling van de Republiek Armenië te garanderen;

    • h. prijsbeleid, doorvoer en vervoer, met name een algemeen kostengebaseerd systeem voor de transmissie van energiebronnen, indien en wanneer dat passend is, en, voorkomend geval, verdere preciseringen met betrekking tot de toegang tot koolwaterstoffen;

    • i. de bevordering van regelgevingsaspecten die de grondbeginselen van de regulering van de energiemarkt en van niet-discriminatoire toegang tot energienetwerken en -infrastructuren tegen een concurrerende, transparante en kosteneffectieve prijs, en een adequaat en onafhankelijk toezicht weerspiegelen;

    • j. wetenschappelijke en technische samenwerking, met inbegrip van de uitwisseling van informatie voor de ontwikkeling en verbetering van technologieën voor de productie, het vervoer, de levering en het eindgebruik van energie, met bijzondere aandacht voor energie-efficiënte en milieuvriendelijke technologieën.

Artikel 43 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 44 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan de instrumenten aan als bedoeld in bijlage II en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 3. MILIEU [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 45 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieu-aangelegenheden en dragen zo bij tot de langetermijndoelstelling van duurzame ontwikkeling en een groenere economie. Verwacht wordt dat betere bescherming van het milieu voordelen zal bieden voor burgers en bedrijven in de Europese Unie en in de Republiek Armenië, onder meer door verbetering van de volksgezondheid, het behoud van natuurlijke hulpbronnen, grotere economische en milieu-efficiëntie en door het gebruik van moderne, schonere technologieën die bijdragen aan duurzamere productiepatronen. De partijen werken samen en houden rekening met hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid op het gebied van milieubescherming en de multilaterale overeenkomsten op dat gebied.

Artikel 46 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De samenwerking is gericht op het behoud, de bescherming, de verbetering en het herstel van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de menselijke gezondheid, het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de bevordering van maatregelen op internationaal niveau voor het aanpakken van regionale of mondiale milieuproblemen, onder andere op het gebied van:

    • a. goed bestuur op milieugebied en horizontale kwesties, onder meer strategische planning, milieueffectbeoordeling en strategische milieueffectbeoordeling, onderwijs en opleiding, systemen voor toezicht en milieu-informatie, inspectie en handhaving, milieu-aansprakelijkheid, bestrijding van milieumisdrijven, grensoverschrijdende samenwerking, publieke toegang tot milieu-informatie, besluitvormingsprocedures en doeltreffende administratieve en gerechtelijke beroepsprocedures;

    • b. luchtkwaliteit;

    • c. waterkwaliteit en bronnenbeheer, met inbegrip van de beheersing van overstromingsrisico's, waterschaarste en droogten;

    • d. afvalbeheer;

    • e. natuurbescherming, met inbegrip van bosbouw en behoud van biodiversiteit;

    • f. industriële verontreiniging en industriële gevaren;

    • g. beheer van chemicaliën.

  • 2 Samenwerking is ook gericht op de integratie van het milieu in andere beleidsdomeinen dan het milieubeleid.

Artikel 47 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen zorgen onder voor:

  • a. uitwisseling van informatie en deskundigheid;

  • b. samenwerking op regionaal en internationaal niveau, in het bijzonder met betrekking tot de multilaterale milieu-overeenkomsten die de partijen hebben geratificeerd; alsmede

  • c. waar gepast, samenwerking in het kader van de relevante agentschappen.

Artikel 48 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a. de ontwikkeling van een algemene nationale milieustrategie voor de Republiek Armenië, die bestrijkt:

    • i. geplande institutionele hervormingen (voorzien van tijdschema's) om de tenuitvoerlegging en handhaving van milieuwetgeving te waarborgen;

    • ii. de verdeling van de bevoegdheden voor het milieubeheer over de nationale, regionale en gemeentelijke overheden;

    • iii. procedures voor de besluitvorming en uitvoering van besluiten;

    • iv. procedures voor het bevorderen van de integratie van milieuzaken in andere beleidsterreinen;

    • v. de bevordering van maatregelen voor een groene economie en eco-innovatie, de vaststelling van de nodige personele en financiële middelen en een herzieningsmechanisme; alsmede

  • b. de ontwikkeling van sectorspecifieke strategieën voor de Republiek Armenië, met vaststelling van duidelijke tijdschema’s en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsstrategieën voor investeringen in infrastructuur en technologie, betreffende:

    • i. luchtkwaliteit;

    • ii. beheer van waterkwaliteit en watervoorraden;

    • iii. afvalbeheer;

    • iv. biodiversiteit, natuurbescherming en bosbeheer;

    • v. industriële verontreiniging en industriële risico’s; alsmede

    • vi. chemicaliën.

Artikel 49 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 50 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage III bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 4. KLIMAATACTIE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 51 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking om de klimaatverandering te bestrijden. De partijen werken samen en houden rekening met hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, alsook met hun onderlinge afhankelijkheid tussen bilaterale en multilaterale verbintenissen op dat gebied.

Artikel 52 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Met de samenwerking worden maatregelen bevorderd op nationaal, regionaal en internationaal niveau, onder meer inzake:

  • a. matiging van de klimaatverandering;

  • b. aanpassing aan de klimaatverandering;

  • c. markt- en niet-marktmechanismen voor de aanpak van de klimaatverandering;

  • d. onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, exploitatie, overdracht en verspreiding van nieuwe, innovatieve, veilige en duurzame koolstofarme en aanpassingstechnologieën;

  • e. geleidelijke opname van klimaataspecten in het algemene en sectorale beleid; alsmede

  • f. bewustmaking, voorlichting en opleiding.

Artikel 53 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen zorgen voor onder meer het volgende:

    • a. uitwisseling van informatie en deskundigheid;

    • b. uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en uitwisseling van informatie over schonere en milieuvriendelijkere technologieën;

    • c. uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer met betrekking tot multilaterale milieu-overeenkomsten die door de partijen zijn geratificeerd, zoals het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering van 1992 („UNFCCC”) en de Overeenkomst van Parijs van 2015, en in voorkomend geval uitvoering van gezamenlijke activiteiten in het kader van de relevante instanties.

  • 2 De partijen schenken bijzondere aandacht aan grensoverschrijdende vraagstukken en regionale samenwerking.

Artikel 54 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:

  • a. maatregelen ter uitvoering van de Overeenkomst van Parijs overeenkomstig de beginselen als neergelegd in de onderhavige overeenkomst;

  • b. maatregelen ter vergroting van de capaciteit om doeltreffende klimaatactie te ondernemen;

  • c. de ontwikkeling van een algemene klimaatstrategie en een actieplan op de lange termijn voor verzachting van en aanpassing aan de klimaatverandering;

  • d. de ontwikkeling van kwetsbaarheids- en aanpassingsevaluaties;

  • e. de ontwikkeling van een koolstofarm ontwikkelingsplan;

  • f. de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van langetermijnmaatregelen ter verzachting van de klimaatverandering door vermindering van de uitstoot van broeikasgassen;

  • g. maatregelen ter voorbereiding van emissiehandel;

  • h. maatregelen ter bevordering van technologieoverdracht;

  • i. maatregelen voor de geleidelijke opname van klimaataspecten in sectorale beleidsdomeinen; alsmede

  • j. maatregelen inzake de ozonlaagafbrekende stoffen en gefluoreerde gassen.

Artikel 55 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 56 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage IV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 5. INDUSTRIE- EN ONDERNEMINGSBELEID [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 57 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake het industrie- en ondernemingsbeleid en verbeteren zo het ondernemingsklimaat voor alle marktdeelnemers, maar met bijzondere nadruk op kleine en middelgrote ondernemingen. De versterkte samenwerking moet leiden tot een beter administratief en regelgevingskader voor bedrijven uit de Europese Unie en de Republiek Armenië die in de Europese Unie en in de Republiek Armenië actief zijn en moet gebaseerd zijn op het industriebeleid en het beleid van de Europese Unie inzake kleine en middelgrote ondernemingen, rekening houdend met internationaal erkende beginselen en praktijken op dit gebied.

Artikel 58 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen om:

  • a. strategieën voor de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen uit te voeren, op basis van de beginselen van de Small Business Act voor Europa, en toe te zien op het uitvoeringsproces door regelmatige rapportage en dialoog. Deze samenwerking zal tevens aandacht hebben voor micro-ondernemingen en ambachtelijke bedrijven die van zeer groot belang zijn voor zowel de economie van de Europese Unie als die van de Republiek Armenië;

  • b. betere randvoorwaarden voor vergroting van het concurrentievermogen door uitwisseling van informatie en goede praktijken tot stand te brengen. Deze samenwerking omvat het beheer van structuurwijzigingen (herstructureringen) en milieu- en energievraagstukken, zoals energie-efficiëntie en schonere productie;

  • c. regelgeving en praktijk te vereenvoudigen en rationaliseren, met specifieke aandacht voor de uitwisseling van goede praktijken inzake regelgevingstechniek, ook wat de beginselen van de Europese Unie betreft;

  • d. de ontwikkeling van een innovatiebeleid aan te moedigen door middel van uitwisseling van informatie en goede praktijken over de commercialisering van onderzoek en ontwikkeling (waaronder instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven), ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;

  • e. meer contacten tussen bedrijven uit de Europese Unie en bedrijven uit de Republiek Armenië en tussen deze bedrijven en de autoriteiten van de Europese Unie en de Republiek Armenië aan te moedigen;

  • f. activiteiten op het gebied van exportpromotie in de Republiek Armenië te ondersteunen;

  • g. een bedrijfsvriendelijker klimaat, met het oog op een groter groeipotentieel en meer investeringsmogelijkheden te bevorderen; alsmede

  • h. de modernisering en herstructurering van de industrie van de Republiek Armenië in bepaalde sectoren te ondersteunen.

Artikel 59 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Hierbij zullen ook vertegenwoordigers worden betrokken van bedrijven uit de Europese Unie en bedrijven uit de Republiek Armenië.

HOOFDSTUK 6. VENNOOTSCHAPSRECHT, BOEKHOUDING EN AUDIT, EN CORPORATE GOVERNANCE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 60 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen dat voor een goed functionerende markteconomie met een voorspelbaar en transparant ondernemingsklimaat doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van vennootschapsrecht en corporate governance noodzakelijk zijn, alsook op het gebied van boekhouding en audit, en benadrukken het belang van convergentie van de regelgeving op dit gebied.

  • 2 De partijen werken samen op de volgende gebieden:

    • a. uitwisseling van beste praktijken die ervoor zorgen dat informatie over de organisatie en vertegenwoordiging van geregistreerde ondernemingen beschikbaar is en kan worden geraadpleegd op een transparante en makkelijk toegankelijke manier;

    • b. verdere ontwikkeling van het beleid voor corporate governance, in overeenstemming met de internationale normen, met name die van de OESO;

    • c. uitvoering en consistente toepassing van de internationale standaarden voor financiële verslaglegging („IFRS”) voor de geconsolideerde jaarrekeningen van beursgenoteerde vennootschappen;

    • d. reglementering van en toezicht op het beroep van auditor en accountant;

    • e. internationale controlenormen en de gedragscode van de Internationale Federatie van Accountants („IFAC”); de samenwerking op dit gebied heeft tot doel het professionele niveau van auditors te verhogen door beroepsorganisaties, auditorganisaties en auditors de regels en gedragscodes te doen volgen.

HOOFDSTUK 7. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BANKWEZEN, VERZEKERINGEN EN ANDERE FINANCIËLE DIENSTEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 61 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen zijn het eens over het belang van doeltreffende wetgeving en praktijken en over samenwerking op het gebied van financiële diensten, met het oog op:

  • a. betere regelgeving inzake financiële diensten;

  • b. passende en doeltreffende bescherming van investeerders en consumenten van financiële diensten;

  • c. bevordering van de integriteit en de stabiliteit van het mondiale financiële stelsel;

  • d. betere samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties;

  • e. bevordering van onafhankelijk en doeltreffend toezicht.

HOOFDSTUK 8. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 62 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen stimuleren de samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij ten behoeve van burgers en bedrijven door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie („ICT”) en betere kwaliteit van dienstverlening tegen betaalbare prijzen. Deze samenwerking dient de toegang tot de elektronische-communicatiemarkt te vereenvoudigen en concurrentie en investeringen in de sector aan te moedigen.

Artikel 63 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking strekt zich met name uit tot de volgende onderwerpen:

  • a. uitwisseling van informatie en beste praktijken over de uitvoering van nationale informatie-maatschappijstrategieën, onder meer met initiatieven ter bevordering van breedbandtoegang, ter verbetering van de netwerkbeveiliging en tot ontwikkeling van openbare onlinediensten;

  • b. uitwisseling van informatie, beste praktijken en ervaringen ter bevordering van een omvattend regelgevingskader voor elektronische communicatie, en meer bepaald ter versterking van de bestuurlijke capaciteit van de nationale onafhankelijke regelgevende instantie, voor een beter gebruik van spectrumcapaciteit en ter bevordering van de interoperabiliteit van netwerken in de Republiek Armenië en met de Europese Unie.

Artikel 64 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen bevorderen de samenwerking tussen de regelgevende instanties van de Europese Unie en de nationale regelgevende instantie van de Republiek Armenië op het gebied van elektronische communicatie.

Artikel 65 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage V bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 9. TOERISME [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 66 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen op het gebied van het toerisme, met het oog op de verdere ontwikkeling van een concurrerende en duurzame toerismebedrijfstak die economische groei en empowerment bevordert en werkgelegenheid en buitenlandse deviezen genereert.

Artikel 67 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking op bilateraal, regionaal en Europees niveau wordt gebaseerd op de volgende beginselen:

  • a. respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, in het bijzonder in plattelandsgebieden;

  • b. het belang van het culturele erfgoed; alsmede

  • c. positieve interactie tussen toerisme en milieubehoud.

Artikel 68 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking richt zich in het bijzonder op de volgende onderwerpen:

  • a. uitwisseling van informatie, beste praktijken, ervaring en kennis, onder meer inzake innovatieve technologieën;

  • b. totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen openbare, particuliere en gemeenschapsbelangen, teneinde de duurzame ontwikkeling van het toerisme te waarborgen;

  • c. bevordering en ontwikkeling van toerismeproducten en -markten, infrastructuur, personele middelen en institutionele structuren, alsook identificatie en eliminatie van belemmeringen voor reisdiensten;

  • d. ontwikkeling en uitvoering van een efficiënt beleid en efficiënte strategieën, met inbegrip van de juridische, administratieve en financiële aspecten;

  • e. opleiding en capaciteitsopbouw op het gebied van toerisme, teneinde de dienstverlening te verbeteren; alsmede

  • f. ontwikkeling en promotie van op de gemeenschap gebaseerd toerisme.

Artikel 69 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 10. LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 70 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen om de ontwikkeling van de landbouw en het platteland te bevorderen, met name door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen.

Artikel 71 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking tussen de partijen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling omvat onder andere de volgende doelstellingen:

  • a. vergroten van het wederzijds begrip van het beleid inzake landbouw en plattelandsontwikkeling;

  • b. versterken van de bestuurlijke capaciteit op centraal en lokaal niveau voor het plannen, evalueren en tenuitvoerleggen van beleid overeenkomstig de regelgeving van de Europese Unie en beste praktijken;

  • c. bevorderen van de modernisering en duurzaamheid van de landbouwproductie;

  • d. delen van kennis en beste praktijken in verband met het beleid inzake plattelandsontwikkeling, ter bevordering van het sociale en economische welzijn van plattelandsbewoners;

  • e. verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector en van de efficiëntie en transparantie van de markten;

  • f. bevorderen van een kwalitatief beleid en controlemechanismen daarvoor, met name geografische aanduidingen en biologische landbouw;

  • g. verspreiden van kennis en bevorderen van voorlichtingsdiensten aan landbouwproducenten; alsmede

  • h. verbeteren van de harmonisering van kwesties binnen het kader van internationale organisaties waarvan de partijen lid zijn.

HOOFDSTUK 11. VISSERIJ EN MARITIEM BEHEER [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 72 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen ten aanzien van kwesties van wederzijds belang in verband met visserij en maritiem beheer, waarbij zij inzetten op een nauwere bilaterale, multilaterale en internationale samenwerking in de visserijsector.

Artikel 73 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ondernemen gezamenlijke acties, wisselen informatie uit en helpen elkaar ter bevordering van:

  • a. verantwoorde visvangst en verantwoord visserijbeheer in overeenstemming met de beginselen van duurzame ontwikkeling, om de visbestanden en ecosystemen gezond te houden; alsmede

  • b. samenwerking binnen de relevante multilaterale en internationale organisaties die verantwoordelijk zijn voor het beheer en het behoud van levende aquatische hulpbronnen, met name door het passende internationale toezicht en de instrumenten ter rechtshandhaving te versterken.

Artikel 74 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ondersteunen initiatieven zoals de uitwisseling van ervaringen en het verlenen van steun om te zorgen voor de uitvoering van een duurzaam visserijbeleid, te weten:

  • a. beheer van visserij en aquacultuurhulpbronnen;

  • b. inspectie en controle van visserij-activiteiten;

  • c. inzameling van gegevens over de vangst en de aanvoer, en biologische en economische gegevens;

  • d. efficiëntere markten, met name door organisaties van producenten aan te moedigen, informatie aan consumenten te verstrekken, en door handelsnormen en traceerbaarheid;

  • e. de duurzame ontwikkeling van gebieden aan een meeroever of met vijvers of een riviermonding, en met een significante werkgelegenheid in de visserijsector; alsmede

  • f. institutionele uitwisseling van ervaringen inzake wetgeving voor duurzame aquacultuur en de praktische uitvoering ervan in natuurlijke bassins en kunstmatige meren.

Artikel 75 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Rekening houdend met hun samenwerking op het gebied van visserij, vervoer, milieu en andere maritieme beleidsgebieden, werken de partijen tevens samen en verlenen onderlinge bijstand, waar nodig, inzake maritieme kwesties, met name door actief steun te verlenen aan een geïntegreerde benadering van maritieme zaken en goed bestuur in de relevante regionale en internationale fora.

HOOFDSTUK 12. MIJNBOUW [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 76 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake de mijnbouw en de productie van grondstoffen om het wederzijds begrip te bevorderen, het ondernemingsklimaat te verbeteren en informatie-uitwisseling en samenwerking inzake vraagstukken op andere gebieden dan het energiegebied te bevorderen, in het bijzonder wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen.

Artikel 77 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen om de volgende punten te verwezenlijken:

  • a. onderlinge uitwisseling van informatie over de ontwikkelingen in de mijnbouw- en grondstoffensectoren;

  • b. uitwisseling van informatie over kwesties in verband met grondstoffenhandel met het oog op de bevordering van bilaterale uitwisselingen;

  • c. uitwisseling van informatie en beste praktijken in verband met duurzame ontwikkeling in de mijnbouw; alsmede

  • d. uitwisseling van informatie en beste werkwijzen in verband met opleiding, vaardigheden en veiligheid in de mijnbouw.

HOOFDSTUK 13. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK, TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING EN INNOVATIE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 78 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen bevorderen samenwerking op alle gebieden van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling en innovatie op basis van wederzijds voordeel en afhankelijk van geschikte en doeltreffende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel 79 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De in artikel 78 bedoelde samenwerking bestrijkt:

  • a. een beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie;

  • b. de facilitering van adequate toegang tot de respectievelijke programma's van elke partij;

  • c. initiatieven voor meer onderzoekscapaciteit en de deelname van onderzoeksinstellingen van de Republiek Armenië aan het kaderprogramma van de Europese Unie voor onderzoek;

  • d. het stimuleren van gezamenlijke onderzoeksprojecten op alle gebieden van onderzoek en innovatie;

  • e. opleidingsactiviteiten en mobiliteitsprogramma’s voor wetenschappers, onderzoekers en ander onderzoekspersoneel betrokken bij activiteiten inzake onderzoek en innovatie van de partijen;

  • f. de vergemakkelijking, in het kader van de geldende wetgeving, van het vrije verkeer van onderzoekspersoneel dat deelneemt aan de activiteiten krachtens deze overeenkomst en het grensoverschrijdende verkeer van goederen die voor deze activiteiten worden gebruikt; alsmede

  • g. andere vormen van samenwerking voor onderzoek en innovatie op basis van onderlinge overeenstemming.

Artikel 80 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Bij het uitvoeren van dergelijke samenwerkingsactiviteiten moet worden gestreefd naar synergieën met activiteiten die worden gefinancierd door het Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie („ISTC”) en andere activiteiten in het kader van de financiële samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië, als bedoeld in titel VII, hoofdstuk 1.

HOOFDSTUK 14. CONSUMENTENBESCHERMING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 81 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen aan een hoog niveau van consumentenbescherming en aan verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming.

Artikel 82 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk kan de samenwerking omvatten:

  • a. het streven naar aanpassing van de consumentenwetgeving van de Republiek Armenië aan die van de Europese Unie, met vermijding van handelsbelemmeringen;

  • b. de bevordering van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenbescherming, met inbegrip van consumentenwetgeving en de handhaving daarvan, de veiligheid van consumentenproducten, systemen voor de uitwisseling van informatie, consumentenopvoeding en empowerment, en schadeloosstelling van consumenten;

  • c. opleidingsactiviteiten voor overheidsambtenaren en andere vertegenwoordigers van consumentenbelangen; alsmede

  • d. de bevordering van de oprichting van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumenten.

Artikel 83 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 15. WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 84 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen versterken hun dialoog en samenwerking ter bevordering van de Agenda voor waardig werk van de Internationale Arbeidsorganisatie („ILO”), het werkgelegenheidsbeleid, gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, de sociale bescherming, sociale integratie, gelijke kansen en antidiscriminatie, en dragen aldus bij tot de bevordering van meer en betere banen, armoedebestrijding, betere sociale samenhang, duurzame ontwikkeling en betere levenskwaliteit.

Artikel 85 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking die is gebaseerd op de uitwisseling van informatie en beste praktijken, kan een aantal kwesties bestrijken op een van de volgende gebieden:

  • a. armoedebestrijding en grotere sociale samenhang;

  • b. het werkgelegenheidsbeleid, met het oog op meer en betere banen met correcte arbeidsvoorwaarden, onder meer om de informele economie en informele werkgelegenheid terug te dringen;

  • c. de bevordering van actieve arbeidsmarktmaatregelen en van doeltreffende arbeidsbemiddelingsdiensten ter modernisering van de arbeidsmarkt en tot aanpassing aan de behoeften van de arbeidsmarkt;

  • d. de bevordering van een meer inclusieve arbeidsmarkt en meer inclusieve sociale-opvangsystemen ter integratie van benadeelde bevolkingsgroepen, zoals personen met een handicap en personen uit minderheidsgroepen;

  • e. gelijke kansen en antidiscriminatie, ter bevordering van de gelijkheid tussen de geslachten en gelijke kansen voor mannen en vrouwen, alsook ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of ethnische afkomst, godsdienst of geloof, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid;

  • f. sociaal beleid gericht op betere sociale bescherming en de modernisering van socialebeschermingsstelsels in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;

  • g. de bevordering van de deelname van de sociale partners en van de sociale dialoog, onder meer door een versterking van de capaciteit van alle relevante belanghebbenden;

  • h. de bevordering van gezondheid en veiligheid op het werk; alsmede

  • i. de bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Artikel 86 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen moedigen de participatie aan van alle relevante belanghebbenden, in het bijzonder maatschappelijke organisaties en de sociale partners, in de beleidsontwikkeling en de beleidshervormingen in de Republiek Armenië en in de samenwerking tussen de partijen in het kader van deze overeenkomst.

Artikel 87 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante regionale, multilaterale en internationale fora en organisaties.

Artikel 88 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen bevorderen maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht en moedigen verantwoorde zakelijke praktijken aan, zoals bepleit in de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, het Global Compact van de Verenigde Naties, de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de ILO, en ISO 26000.

Artikel 89 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

Artikel 90 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.

HOOFDSTUK 16. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN GEZONDHEID [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 91 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van de volksgezondheid om het niveau ervan te verhogen, overeenkomstig gemeenschappelijke waarden en beginselen, en als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei.

Artikel 92 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking heeft betrekking op de preventie en controle van overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, onder meer door de uitwisseling van gezondheidsinformatie, de bevordering van de integratie van gezondheid in alle beleidsterreinen, samenwerking met internationale organisaties, met name de Wereldgezondheidsorganisatie, evenals door het bevorderen van de uitvoering van internationale gezondheidsovereenkomsten, zoals het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie van 2003 en de Internationale Gezondheidsregeling.

HOOFDSTUK 17. ONDERWIJS, OPLEIDING EN JONGEREN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 93 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen werken samen inzake onderwijs en opleiding om de samenwerking en de beleidsdialoog te versterken, teneinde de onderwijs- en opleidingsstelsels van de Republiek Armenië op één lijn te brengen met het beleid en de praktijken van de Europese Unie. De partijen werken samen ter bevordering van een leven lang leren en moedigen samenwerking en transparantie aan op alle niveaus van onderwijs en opleiding, met speciale aandacht voor beroepsonderwijs en hoger onderwijs.

Artikel 94 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking op het vlak van onderwijs en opleiding wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:

  • a. bevordering van een leven lang leren, dat essentieel is voor groei en werkgelegenheid en volledige participatie van de burger in de maatschappij mogelijk maakt;

  • b. modernisering van het onderwijs en de opleidingssystemen, met inbegrip van opleidingsstelsels voor ambtenaren en een verbetering van de kwaliteit, de relevantie en de toegang tijdens de hele opleidingsloopbaan, vanaf de vroegschoolse educatie en opvang tot het hoger onderwijs;

  • c. bevordering van convergentie en gecoördineerde hervormingen in het hoger onderwijs op een manier die strookt met de agenda van de Europese Unie voor hoger onderwijs en de Europese ruimte voor hoger onderwijs (Bologna-proces);

  • d. versterking van de internationale academische samenwerking, meer deelname aan de samenwerkingsprogramma's van de Europese Unie en de toename van de mobiliteit van studenten en docenten;

  • e. aanmoediging van het leren van vreemde talen;

  • f. ontwikkeling van het nationale kader voor kwalificaties ter verbetering van de transparantie en de erkenning van kwalificaties en competenties binnen het Europees netwerk van informatiecentra en de nationale informatiecentra inzake de academische erkenning („ENIC-NARIC”), binnen het Europees kwalificatiekader;

  • g. meer samenwerking voor de verdere ontwikkeling van beroepsonderwijs en opleiding, rekening houdend met goede praktijken in de Europese Unie; alsmede

  • h. verbetering van het begrip van en de kennis over het Europese integratieproces, de academische dialoog over de betrekkingen tussen de EU en het Oostelijk Partnerschap, en de deelname aan alle relevante programma’s van de Europese Unie, met inbegrip van de overheidsdiensten.

Artikel 95 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van jongeren met het oog op:

  • a. versterkte samenwerking en uitwisselingen op het gebied van jongeren en niet-formeel onderwijs voor jongeren en jeugdwerkers;

  • b. de vergemakkelijking van de actieve deelname van alle jongeren aan het maatschappelijke leven;

  • c. steun voor de mobiliteit van jongeren en jeugdwerkers ter bevordering van de interculturele dialoog en de verwerving van kennis, vaardigheden en bevoegdheden buiten de formele onderwijssystemen, ook door vrijwilligerswerk; alsmede

  • d. bevordering van de samenwerking tussen jongerenorganisaties ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties.

HOOFDSTUK 18. SAMENWERKING OP CULTUURGEBIED [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 96 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen bevorderen de samenwerking op cultureel gebied en houden terdege rekening met de beginselen die zijn opgenomen in het verdrag van de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur („UNESCO”) betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 2005. De partijen streven naar een regelmatige beleidsdialoog over gebieden van wederzijds belang, zoals de ontwikkeling van de cultuurindustrie in de Europese Unie en de Republiek Armenië. De samenwerking tussen de partijen stimuleert de interculturele dialoog, ook via deelname van de cultuursector en maatschappelijke organisaties van de Europese Unie en de Republiek Armenië.

Artikel 97 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Deze samenwerking richt zich onder meer op:

  • a. samenwerking en uitwisseling op cultureel gebied;

  • b. mobiliteit van kunst en kunstenaars en versterking van de capaciteit van de culturele sector;

  • c. interculturele dialoog;

  • d. cultuurbeleidsdialoog;

  • e. het programma Creatief Europa; alsmede

  • f. samenwerking in internationale fora zoals de UNESCO en de Raad van Europa, om de culturele diversiteit te ontwikkelen en te behouden en het culturele en historische erfgoed beter te benutten.

HOOFDSTUK 19. SAMENWERKING OP AUDIOVISUEEL EN MEDIAGEBIED [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 98 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen bevorderen samenwerking op audiovisueel gebied. De samenwerking biedt versterking aan de audiovisuele sector in de Europese Unie en de Republiek Armenië, meer bepaald door de opleiding van beroepsbeoefenaars en de uitwisseling van informatie.

Artikel 99 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 Samenwerking kan onder meer betrekking hebben op de opleiding van journalisten en andere mediaberoepen, alsook steun voor de media.

Artikel 100 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Deze samenwerking richt zich onder meer op:

  • a. een dialoog over audiovisueel en mediabeleid;

  • b. samenwerking in internationale fora (zoals UNESCO en de WTO); alsmede

  • c. samenwerking op audiovisueel en mediagebied, waaronder samenwerking op het gebied van de cinema.

HOOFDSTUK 20. SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN SPORT EN BEWEGING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 101 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van sport en beweging, meer bepaald door de uitwisseling van informatie en goede praktijken ten behoeve van een gezonde levensstijl, goed bestuur en de sociale en educatieve waarden van sport, om bedreigingen voor de sport zoals doping, wedstrijdvervalsing, racisme en geweld tegen te gaan, binnen de Europese Unie en de Republiek Armenië.

HOOFDSTUK 21. MAATSCHAPPELIJKE SAMENWERKING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 102 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen voeren een dialoog over maatschappelijke samenwerking, met de volgende doelstellingen:

  • a. het intensiveren van de contacten en de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen alle maatschappelijke sectoren in de Europese Unie en de Republiek Armenië;

  • b. het verzekeren van een betere kennis en begrip van de Republiek Armenië, ook van haar geschiedenis en cultuur, in de Europese Unie en meer bepaald bij maatschappelijke organisaties die in de lidstaten zijn gevestigd, waardoor mogelijkheden en uitdagingen van toekomstige betrekkingen beter worden begrepen; alsmede

  • c. het verkrijgen van meer kennis van en inzicht in de Republiek Armenië over de Europese Unie, en in het bijzonder bij de maatschappelijke organisaties in de Republiek Armenië, met onder meer aandacht voor de waarden waarop de Europese Unie is gebaseerd, haar beleid en haar werking.

Artikel 103 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevorderen de dialoog en samenwerking tussen belanghebbenden van maatschappelijke organisaties van beide partijen als integraal onderdeel van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië.

  • 2 Deze dialoog en samenwerking beogen:

    • a. de betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties te garanderen bij de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië;

    • b. de deelname van maatschappelijke organisaties aan het openbare besluitvormingsproces te bevorderen, met name door een open, transparante, en regelmatige dialoog op te zetten tussen enerzijds openbare instellingen en anderzijds representatieve maatschappelijke organisaties;

    • c. de facilitering van een proces van institutionele opbouw en consolidatie van de maatschappelijke organisaties op diverse manieren, met inbegrip van: lobbying, informele en formele netwerken, wederzijdse bezoeken en werkplaatsen, in het bijzonder met het oog op een beter wettelijk kader voor de maatschappelijke organisaties; alsmede

    • d. de vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties van beide partijen vertrouwd te maken met het proces van overleg en dialoog tussen het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de sociale partners, en de overheden, in het bijzonder met het oog op de versterking van het maatschappelijk middenveld in het beleidsvormingsproces van de Republiek Armenië.

Artikel 104 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt door de partijen een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 22. REGIONALE ONTWIKKELING, GRENSOVERSCHRIJDENDE EN REGIONALE SAMENWERKING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 105 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevorderen wederzijds begrip en bilaterale samenwerking op het gebied van het regionaal ontwikkelingsbeleid, inclusief methoden om regionaal beleid en bestuur en partnerschap op verschillende niveaus te formuleren en uit te voeren, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van kansarme gebieden en territoriale samenwerking, teneinde communicatiekanalen tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie en ervaringen te bevorderen tussen nationale, regionale en lokale overheden, sociaal-economische actoren en het maatschappelijk middenveld.

  • 2 Partijen werken met name samen met het oog op een aanpassing van de praktijk van de Republiek Armenië aan de volgende beginselen:

    • a. versterking van goed bestuur op meerdere niveaus voor zover het centrale, regionale en lokale niveau is betroffen, met bijzondere aandacht voor manieren om de betrokkenheid van regionale en lokale belanghebbenden te vergroten;

    • b. consolidering van het partnerschap tussen alle belanghebbenden van de regionale ontwikkeling; alsmede

    • c. medefinanciering via de financiële bijdrage van de partijen die betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging van programma's en projecten voor regionale ontwikkeling.

Artikel 106 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen ondersteunen en versterken de betrokkenheid van lokale en regionale overheden bij regionale samenwerking, inclusief grensoverschrijdende samenwerking en de daarmee verband houdende beheersstructuren, bevorderen de samenwerking door een passend wetgevend kader tot stand te brengen, ondersteunen en ontwikkelen maatregelen voor capaciteitsopbouw en bevorderen de versterking van grensoverschrijdende en regionale economische en zakelijke netwerken.

  • 2 De partijen werken samen om de institutionele en operationele capaciteit van instellingen van de Republiek Armenië op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening te consolideren, onder meer door:

    • a. verbetering van interinstitutionele coördinatie en in het bijzonder het mechanisme van verticale en horizontale interactie van centraal en lokaal bestuur met het oog op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van regionaal beleid;

    • b. ontwikkeling van de capaciteit van regionale en lokale overheden om grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen, rekening houdend met de regelgeving en de praktijk van de Europese Unie; alsmede

    • c. uitwisseling van kennis, informatie en beste praktijken inzake het beleid voor regionale ontwikkeling met het oog op grotere economische welstand voor lokale gemeenschappen en de eenvormige ontwikkeling van regio’s.

Artikel 107 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen versterken en stimuleren de ontwikkeling van de grensoverschrijdende samenwerking op andere terreinen die onder deze overeenkomst vallen, onder meer vervoer, energie, milieu, communicatienetwerken, cultuur, onderwijs, toerisme en gezondheid.

  • 2 De partijen versterken de samenwerking tussen hun regio’s in de vorm van transnationale en interregionale programma’s, ter ondersteuning van de deelname van de regio's van de Republiek Armenië aan Europese regionale structuren en organisaties en ter bevordering van hun economische en institutionele ontwikkeling door het uitvoeren van projecten van gezamenlijk belang.

  • 3 De in lid 2 genoemde activiteiten vinden plaats in de context van:

    • a. voortdurende territoriale samenwerking met Europese regio’s, met inbegrip van transnationale en grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s;

    • b. samenwerking in het kader van het Oostelijk Partnerschap, met organen van de Europese Unie, waaronder het Comité van de Regio’s, en deelname aan diverse Europese regionale projecten en initiatieven; alsmede

    • c. samenwerking met onder meer het Europees Economisch en Sociaal Comité („EESC”) en de Waarnemingspost voor de ruimtelijke ordening van het Europees grondgebied („ESPON”).

Artikel 108 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.

HOOFDSTUK 23. CIVIELE BESCHERMING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 109 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid en de multilaterale activiteiten op dat gebied.

Artikel 110 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking is gericht op een betere preventie van, en voorbereiding en respons op natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen.

Artikel 111 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en voeren gezamenlijke activiteiten uit op bilaterale basis en/of in het kader van multilaterale programma's. De samenwerking kan onder meer verlopen via de tenuitvoerlegging van specifieke overeenkomsten en/of administratieve regelingen die de partijen op het gebied van civiele bescherming met elkaar hebben gesloten. De partijen kunnen gezamenlijk specifieke richtsnoeren en/of werkplannen overeenkomen voor de overwogen of geplande activiteiten in het kader van deze overeenkomst.

Artikel 112 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking kan onder meer de volgende doelstellingen bestrijken:

  • a. de uitwisseling van contactgegevens en de regelmatige bijwerking ervan om de continuïteit van de dialoog te waarborgen en om elkaar 24 uur per dag te kunnen bereiken;

  • b. vergemakkelijking van wederzijdse bijstand bij ernstige noodsituaties, waar nodig en afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende middelen;

  • c. de uitwisseling, 24 uur per dag, van vroegtijdige waarschuwingen en geactualiseerde informatie over grootschalige noodsituaties die de Europese Unie of de Republiek Armenië treffen, alsmede verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;

  • d. de uitwisseling van informatie over het verstrekken van bijstand door de partijen aan derde landen voor noodsituaties waarvoor het mechanisme voor civiele bescherming van de EU wordt geactiveerd;

  • e. samenwerking inzake gastlandsteun bij verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;

  • f. uitwisseling van beste praktijken en richtlijnen inzake de preventie van, paraatheid voor en respons op rampen;

  • g. samenwerking inzake rampenrisicovermindering door onder meer: verbanden tussen instellingen en belangenbehartiging; informatie, onderwijs en communicatie; beste praktijken ter voorkoming of verzachting van de gevolgen van natuurrampen;

  • h. samenwerking om de kennis over rampen en risico’s en risicobeoordeling voor rampenbeheer te verbeteren;

  • i. samenwerking ten aanzien van de beoordeling van de gevolgen van rampen voor het milieu en de volksgezondheid;

  • j. de uitnodiging van deskundigen voor specifieke technische werkgroepen en symposia over civiele-beschermingsvraagstukken;

  • k. de uitnodiging, per geval, van waarnemers voor specifieke oefeningen en opleidingsactiviteiten die door de Europese Unie en/of de Republiek Armenië worden georganiseerd; alsmede

  • l. de versterking van de samenwerking inzake de doeltreffendste wijze om de beschikbare civiele beschermingscapaciteit in te zetten.

TITEL VI. HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

HOOFDSTUK 1. HANDEL IN GOEDEREN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 113. Meestbegunstigingsbehandeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op goederen van een ander land waaraan een partij preferentiële behandeling heeft toegekend overeenkomstig GATT 1994.

Artikel 114. Nationale behandeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan deel uitmaken.

Artikel 115. Invoerrechten en -heffingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij past invoerrechten en -heffingen toe overeenkomstig de verplichtingen van de WTO-Overeenkomst.

Artikel 116. Uitvoerrechten, belastingen of andere heffingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Geen van beide partijen stelt douanerechten, belastingen of andere heffingen vast of handhaaft deze, ter zake van of in verband met de uitvoer van voor het grondgebied van de andere partij bestemde goederen, die hoger zijn dan deze welke op soortgelijke, voor verkoop in het binnenland bestemde goederen worden geheven.

Artikel 117. Invoer- en uitvoerbeperkingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Geen van de partijen mag verboden of beperkingen, andere dan rechten, belastingen en andere heffingen, invoeren of handhaven, in de vorm van contingenten, invoer- of uitvoervergunningen of andere maatregelen, ter zake van de invoer van een goed van de andere partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd, in overeenstemming met artikel XI van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop. Hiertoe worden artikel XI van GATT 1994 en de aantekeningen erop mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

  • 2 De partijen wisselen informatie en beste praktijken uit in verband met uitvoercontroles op goederen voor tweeërlei gebruik, met als doel de convergentie van de uitvoercontroles van de Europese Unie en de Republiek Armenië te bevorderen.

Artikel 118. Gereviseerde goederen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen behandelen gereviseerde goederen op dezelfde manier als gelijkaardige nieuwe goederen. Een partij kan eisen dat gereviseerde goederen van een specifiek etiket worden voorzien om misleiding van de consument te voorkomen.

  • 2 Voor alle duidelijkheid: artikel 117, lid 1, is van toepassing op verboden en beperkingen op gereviseerde goederen.

  • 3 In overeenstemming met haar verplichtingen in het kader van deze overeenkomst en de WTO-overeenkomst kan een partij eisen dat gereviseerde goederen:

    • a. als zodanig worden geïdentificeerd voor distributie of verkoop op haar grondgebied; alsmede

    • b. voldoen aan alle toepasselijke technische vereisten die van toepassing zijn op gelijkaardige nieuwe goederen.

  • 4 Indien een partij verboden of beperkingen invoert of handhaaft op gebruikte goederen, worden deze maatregelen niet toegepast op gereviseerde goederen.

  • 5 In de zin van dit artikel wordt onder „gereviseerd goed” verstaan:

    • a. een goed dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit onderdelen die zijn verkregen uit goederen die reeds gebruikt werden; alsmede

    • b. een goed dat vergelijkbare prestaties en werkingsvoorwaarden vertoont als het originele nieuwe goed en waarvoor dezelfde garantie wordt gegeven als aan het nieuwe goed.

Artikel 119. Tijdelijke invoer van goederen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen verlenen elkaar ontheffing van invoerheffingen en -rechten op tijdelijk ingevoerde goederen, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in voor hen bindende internationale overeenkomsten op dit gebied. Deze ontheffing wordt toegepast volgens de wet- en regelgeving van elke partij.

Artikel 120. Doorvoer [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen achten het beginsel van de vrije doorvoer een essentiële voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst. In dat verband verlenen de partijen vrije doorvoer over hun douanegebied aan goederen die zijn verzonden uit of zijn bestemd voor het douanegebied van de andere partij, in overeenstemming met artikel V van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan deel uitmaken.

Artikel 121. Handelsbescherming [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De bestaande rechten en plichten als genoemd in lid 1, en de maatregelen die daaruit voortvloeien, vallen niet onder de bepalingen in deze overeenkomst over geschillenbeslechting.

Artikel 122. Uitzonderingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevestigen dat hun bestaande rechten en plichten in het kader van artikel XX van GATT 1994 en de aantekeningen daarbij van toepassing zijn op de handel in goederen waarop deze overeenkomst van toepassing is. Daartoe worden artikel XX van GATT 1994 en de aantekeningen daarop mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij deel uit van deze overeenkomst.

  • 2 De partijen komen overeen dat alvorens een onder i) en j) van artikel XX van GATT 1994 bedoelde maatregel te nemen, de partij die voornemens is maatregelen te nemen de andere partij alle relevante informatie verstrekt, teneinde een oplossing te zoeken die voor beide partijen aanvaardbaar is. De partijen kunnen besluiten tot elke maatregel die aan de moeilijkheden een einde maakt. Indien binnen 30 dagen na het verstrekken van dergelijke informatie geen overeenstemming is bereikt, kan de partij krachtens dit artikel ten aanzien van het betrokken goed maatregelen toepassen. Wanneer door uitzonderlijke, kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk de voorzorgsmaatregelen nemen die nodig zijn om de situatie aan te pakken, en stelt zij de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis.

HOOFDSTUK 2. DOUANE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 123. Douanesamenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen intensiveren hun samenwerking op douanegebied met het oog op de facilitering van handel, de waarborging van een transparant handelsklimaat, de bevordering van de continuïteit van de toeleveringsketen en van de consumentenveiligheid, het tegenhouden van goederenstromen waarmee inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten wordt gemaakt en bestrijding van smokkel en fraude.

  • 2 Om de in lid 1 genoemde doelstellingen te bereiken, en binnen de beschikbare middelen, werken de partijen samen met onder meer als doel:

    • a. de douanewet- en regelgeving, -praktijken en daarmee verband houdende bindende besluiten te verbeteren en de douaneprocedures te vereenvoudigen, overeenkomstig de internationale verdragen en normen die van toepassing zijn op douanegebied en op het gebied van handelsfacilitering, met inbegrip van de normen van de Wereldhandelsorganisatie, de Werelddouaneorganisatie, meer bepaald de internationale overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, als gewijzigd (herziene Overeenkomst van Kyoto), en rekening houdend met de instrumenten en beste praktijken van de Europese Unie, zoals douaneblauwdrukken;

    • b. de instelling van moderne douanesystemen, waaronder moderne technologieën voor de afhandeling van douaneformaliteiten, regelingen voor geautoriseerde marktdeelnemers, geautomatiseerde op risico gebaseerde analyse en controles, vereenvoudigde procedures voor de vrijgave van goederen, controles na douaneafhandeling, transparante vaststelling van de douanewaarde en regelingen voor partnerschappen tussen de douane en ondernemingen;

    • c. de hoogste integriteitsnormen op het gebied van douane te bevorderen, meer bepaald aan de grenzen, door toepassing van maatregelen die de beginselen weerspiegelen als neergelegd in de verklaring van de Internationale Douaneraad betreffende goed bestuur en integriteit van de douanedienst, als laatstelijk herzien in 2003 („herziene verklaring van Arusha van de Werelddouaneorganisatie”);

    • d. de uitwisseling van beste praktijken en de verstrekking van opleiding en technische ondersteuning voor planning en capaciteitsopbouw en voor het waarborgen van de strengste integriteitsnormen;

    • e. in voorkomend geval informatie en gegevens uit te wisselen, met inachtneming van de wettelijke voorschriften van elke partij inzake de vertrouwelijkheid van gevoelige gegevens en de bescherming van persoonsgegevens;

    • f. waar nodig en passend gecoördineerde douaneacties te ondernemen tussen de douane-autoriteiten van de partijen;

    • g. waar nodig en passend wederzijdse erkenning van programma's inzake geautoriseerde marktdeelnemers en douanecontroles, met inbegrip van gelijkwaardige maatregelen voor handelsbevordering;

    • h. waar nodig en passend koppeling van de respectievelijke douanedoorvoerregelingen; alsmede

    • i. de uitvoering te verbeteren van douanegerelateerde verplichtingen in de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië, met inbegrip van samenwerking inzake de oorsprong van goederen.

Artikel 124. Wederzijdse administratieve bijstand [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Onverminderd andere vormen van samenwerking waarin deze overeenkomst voorziet, met name in artikel 123, verlenen de partijen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, overeenkomstig de bepalingen van Protocol II inzake wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden bij deze overeenkomst.

Artikel 125. Douanewaarde [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen passen de bepalingen toe van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van GATT 1994, met inbegrip van de daaropvolgende wijzigingen, op de vaststelling van de douanewaarde van de goederen in de handel tussen de partijen. Deze bepalingen worden hierbij in deze overeenkomst opgenomen en maken daarvan deel uit.

  • 2 De partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van kwesties met betrekking tot de douanewaarde.

Artikel 126. Subcomité douane [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Hierbij wordt het subcomité douane opgericht.

  • 2 De taken van het subcomité douane omvatten regelmatig overleg en toezicht op de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk, waaronder aangelegenheden op het gebied van de douanesamenwerking, handelsbevordering, grensoverschrijdende douanesamenwerking en grensoverschrijdend beheer inzake douaneaangelegenheden, technische bijstand in douaneaangelegenheden, oorsprongsregels, handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane, alsmede wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden.

  • 3 Het subcomité douane heeft onder meer de volgende taken:

HOOFDSTUK 3. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 127. Doel [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen tussen de partijen te faciliteren, door een kader te bieden voor de preventie, identificatie en wegwerking van onnodige handelsbelemmeringen binnen het toepassingsgebied van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst is opgenomen.

Artikel 128. Toepassingsgebied en definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op het opstellen, het aannemen en de toepassing door elke partij van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures zoals omschreven in de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die de handel in goederen tussen de partijen kunnen beïnvloeden.

  • 2 Onverminderd lid 1 is dit hoofdstuk noch op sanitaire en fytosanitaire maatregelen zoals omschreven in bijlage A bij de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, die in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst is opgenomen, noch op de aankoopspecificaties die door overheidsinstanties zijn opgesteld om in hun eigen productie- of verbruiksbehoeften te voorzien, van toepassing.

Artikel 129. Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die hierbij in de onderhavige overeenkomst wordt opgenomen en hier deel van uitmaakt.

Artikel 130. Samenwerking op het gebied van technische handelsbelemmeringen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften, metrologie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectievelijke systemen te verbeteren en de toegang tot hun respectievelijke markten te vergemakkelijken. Tot dit doel streven de partijen ernaar om samenwerkingsmechanismen en -initiatieven op regelgevingsgebied in kaart te brengen en te ontwikkelen die geschikt zijn voor de specifieke onderwerpen of sectoren en die kunnen bestaan uit, maar niet beperkt zijn tot:

    • a. de uitwisseling van informatie en ervaringen over het opstellen en de toepassing van hun respectievelijke technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

    • b. de samenwerking tot de mogelijke convergentie of aanpassing van de technische regelgeving en de conformiteitsbeoordelingsprocedures;

    • c. de aanmoediging van samenwerking tussen hun respectievelijke organisaties voor metrologie, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en accreditatie; alsmede

    • d. de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen in de bevoegde regionale en multilaterale fora die verband houden met normen, technische voorschriften, conformiteitsbeoordelingsprocedures en accreditatie.

  • 2 De partijen bevorderen de wederzijdse handel door:

    • a. te trachten de verschillen te verkleinen die tussen hen bestaan met betrekking tot technische voorschriften, metrologie, normalisatie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures, onder andere door de toepassing van internationaal overeengekomen instrumenten op dit gebied aan te moedigen;

    • b. het gebruik van accreditatie te bevorderen, overeenkomstig de internationale regelgeving, ter ondersteuning van de evaluatie van de technische competentie van de conformiteitsbeoordelingsorganen en hun activiteiten; alsmede

    • c. de Republiek Armenië en haar relevante nationale instanties te stimuleren deel te nemen aan en waar mogelijk lid te worden van Europese en internationale organisaties die zich bezighouden met normen, conformiteitsbeoordeling, accreditatie, metrologie en daarmee samenhangende taken.

  • 3 De partijen streven ernaar een proces op te starten en te handhaven voor een effectieve geleidelijke aanpassing van de technische regelgeving, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures van de Republiek Armenië aan die van de Europese Unie.

  • 4 Voor gebieden waarop deze aanpassing is voltooid, kunnen de partijen onderhandelingen openen over overeenkomsten inzake conformiteitsbeoordelingsprocedures en aanvaarding van industrieproducten.

Artikel 131. Markering en etikettering [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Onverminderd artikel 129 van deze overeenkomst bevestigen de partijen met betrekking tot de technische voorschriften voor de etikettering of merktekens opnieuw de beginselen van artikel 2, lid 2, van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, dat die voorschriften niet moeten worden opgesteld, vastgesteld of toegepast met het oogmerk of gevolg dat er onnodige belemmeringen voor de internationale handel ontstaan. Daartoe mogen dergelijke voorschriften voor de etikettering of merktekens de handel niet meer beperken dan voor het bereiken van een legitieme doelstelling noodzakelijk is, waarbij acht moet worden geslagen op de risico’s die zouden ontstaan wanneer niet aan die voorschriften wordt voldaan. De partijen bevorderen het gebruik van internationaal geharmoniseerde voorschriften voor merktekens. In voorkomend geval streven de partijen naar het gebruik van afneembare, niet-permanente etikettering.

  • 2 Meer bepaald geldt voor de partijen in verband met verplichte voorschriften voor de etikettering of merktekens het volgende:

    • a. zij streven ernaar hun respectievelijke vereisten inzake etikettering of merktekens in de wederzijdse handel tot een minimum te beperken, behalve waar het om de bescherming van de gezondheid, de veiligheid of het milieu, of om andere redelijke doelstellingen van overheidsbeleid gaat; alsmede

    • b. zij blijven gerechtigd te verlangen dat de informatie op het etiket of merkteken in een bepaalde door hen vastgestelde taal wordt gesteld.

Artikel 132. Transparantie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Onverminderd hoofdstuk 12 zorgt elke partij ervoor dat tijdens de procedures voor de ontwikkeling van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures belanghebbenden worden geraadpleegd in een vroeg en passend stadium, wanneer het nog mogelijk is om rekening te houden met hun opmerkingen en deze te verwerken, behalve als dit niet mogelijk is in geval van een noodsituatie of een dreigende noodsituatie in verband met veiligheid, volksgezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid.

  • 2 Overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen voorziet elke partij in een periode voor het indienen van opmerkingen in een vroeg en passend stadium na de kennisgeving van de voorgestelde technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures. Indien een overlegproces plaatsvindt over voorgestelde technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures dat openstaat voor het publiek, stelt elke partij de andere partij, of natuurlijke personen of rechtspersonen van de andere partij, in staat deel te nemen aan het openbare overleg onder dezelfde voorwaarden als die gelden voor de eigen natuurlijke personen of rechtspersonen.

  • 3 Elke partij zorgt ervoor dat goedgekeurde technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures openbaar worden gemaakt.

HOOFDSTUK 4. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 133. Doel [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit hoofdstuk heeft tot doel de beginselen uiteen te zetten die van toepassing zijn op sanitaire en fytosanitaire maatregelen in de handel tussen de partijen, alsook op de samenwerking op het gebied van dierenwelzijn. Deze beginselen worden door de partijen toegepast op een wijze die de handel faciliteert en tegelijk het beschermingsniveau van elke partij op het gebied van het leven of de gezondheid van mensen, dieren en planten garandeert.

Artikel 134. Multilaterale verplichtingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen.

Artikel 135. Beginselen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen garanderen dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen worden ontwikkeld en toegepast op basis van de beginselen van evenredigheid, transparantie, niet-discriminatie en wetenschappelijke rechtvaardiging, rekening houdend met internationale normen als neergelegd in het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten van 1951, de Wereldorganisatie voor diergezondheid en de Commissie van de Codex alimentarius.

  • 2 Elke partij ziet erop toe dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen niet leiden tot een willekeurig of ongerechtvaardigd onderscheid tussen het eigen grondgebied en dat van de andere partij bij gelijke of gelijkaardige omstandigheden. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen mogen niet worden toegepast op een manier die een verkapte beperking van het handelsverkeer zou betekenen.

  • 3 Elke partij draagt er zorg voor dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen, procedures en controles ten uitvoer worden gelegd.

  • 4 Elke partij antwoordt op een verzoek om informatie van de bevoegde autoriteit van de andere partij uiterlijk twee maanden na ontvangst van het verzoek en op een wijze die niet minder gunstig is voor ingevoerde producten dan voor soortgelijke binnenlandse producten.

Artikel 136. Invoervereisten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De invoervereisten van de partij van invoer gelden voor het hele grondgebied van de partij van uitvoer, met inachtneming van artikel 137.

  • 3 De in invoervergunningen vastgelegde vereisten mogen niet strenger zijn dan de sanitaire en veterinaire vereisten die zijn vastgesteld in de in lid 2 bedoelde certificaten.

Artikel 137. Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 Bij de vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen, wordt rekening gehouden met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologisch toezicht en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden.

Artikel 138. Inspecties en audits [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partij van invoer kan op eigen kosten inspecties en audits uitvoeren op het grondgebied van de partij van uitvoer om de inspectie- en certificatiesystemen van deze laatste te evalueren. Deze inspecties en audits worden uitgevoerd overeenkomstig de relevante internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen.

Artikel 139. Uitwisseling van informatie en samenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De partijen werken samen inzake kwesties van diergezondheid, dierenwelzijn en plantengezondheid, door de uitwisseling van informatie, deskundigheid en ervaringen, met als doel capaciteit op deze gebieden op te bouwen.

  • 3 De partijen stellen op verzoek van de andere partij tijdig een dialoog over sanitaire en fytosanitaire kwesties in verband met sanitaire, fytosanitaire en andere urgente kwesties die door dit hoofdstuk worden bestreken. Het Partnerschapscomité kan voor het voeren van deze dialoog een reglement van orde opstellen.

  • 4 De partijen wijzen contactpunten aan voor de communicatie over zaken die onder dit hoofdstuk vallen, en houden de lijst van contactpunten actueel.

Artikel 140. Transparantie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij zal:

  • a. streven naar transparantie met betrekking tot sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn en in het bijzonder met betrekking tot de sanitaire en fytosanitaire voorschriften die gelden voor invoer van de andere partij;

  • b. kennisgeving op verzoek van de andere partij, binnen twee maanden na de datum van een daartoe strekkend verzoek, van de sanitaire en fytosanitaire vereisten voor de invoer van specifieke producten en of een risicobeoordeling nodig is; alsmede

  • c. kennisgeving aan de andere partij van elk ernstig of significant openbaar risico in verband met dieren- of plantengezondheid, met inbegrip van voedselnoodsituaties. Deze kennisgeving geschiedt schriftelijk binnen twee werkdagen na de datum waarop dat risico is vastgesteld.

HOOFDSTUK 5. HANDEL IN DIENSTEN, VESTIGING EN ELEKTRONISCHE HANDEL [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 141. Doelstelling, reikwijdte en toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen herbevestigen hun respectievelijke verbintenissen ingevolge de WTO-overeenkomst, en leggen hierbij de noodzakelijke regels vast voor de geleidelijke wederzijdse liberalisering van het recht van vestiging en van de handel in diensten, alsmede voor samenwerking op het gebied van elektronische handel.

  • 2 Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten, die voorwerp zijn van hoofdstuk 8.

  • 3 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op door een partij verleende subsidies, die in hoofdstuk 10 worden behandeld.

  • 4 Overeenkomstig dit hoofdstuk behoudt elke partij het recht nieuwe regelingen in te voeren en te handhaven om legitieme beleidsdoelstellingen te bereiken.

  • 5 Dit hoofdstuk is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een partij zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

  • 6 Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een partij maatregelen toe te passen tot regeling van de toelating tot of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op haar grondgebied, daarbij inbegrepen de maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit van haar grenzen of voor het verzekeren van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, mits die maatregelen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die een partij op grond van een specifieke verbintenis uit dit hoofdstuk en de bijlagen bij deze overeenkomst toekomen, daardoor worden tenietgedaan of uitgehold.

Artikel 142. Definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratief optreden of in enige andere vorm;

  • b. „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen genomen door:

    • i. een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit van een partij; alsmede

    • ii. een niet-gouvernementele organisatie van een partij bij de uitoefening van bevoegdheden die zijn gedelegeerd door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten van die partij;

  • c. „natuurlijke persoon van een partij”: een onderdaan van een lidstaat of van de Republiek Armenië volgens hun respectievelijke wetgeving;

  • d. „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • e. „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van een lidstaat en van de Europese Unie respectievelijk de Republiek Armenië is opgericht, en die op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, respectievelijk op dat van de Republiek Armenië, zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft;een rechtspersoon die alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, of op dat van de Republiek Armenië, wordt niet als rechtspersoon van de Europese Unie respectievelijk van de Republiek Armenië beschouwd, tenzij zijn handelingen een daadwerkelijke en duurzame band met de economie van de Europese Unie respectievelijk de Republiek Armenië hebben;

  • f. niettegenstaande de vorige leden, geldt dat buiten de Europese Unie of de Republiek Armenië gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat respectievelijk de Republiek Armenië zeggenschap hebben, ook worden beschouwd als begunstigden van de bepalingen van deze overeenkomst, indien hun schepen overeenkomstig hun respectievelijke wetgeving in een lidstaat of de Republiek Armenië zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat of van de Republiek Armenië voeren;

  • g. „dochteronderneming van een rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft2;

  • h. „filiaal van een rechtspersoon”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, met een eigen managementstructuur en de nodige materiële voorzieningen om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij hoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • i. „vestiging”:

    • i. betekent, wat rechtspersonen van een partij betreft, rechtspersonen die economische activiteiten opnemen en uitoefenen door oprichting, met inbegrip van verwerving, van een rechtspersoon of van een filiaal of een vertegenwoordigingskantoor in de Europese Unie respectievelijk de Republiek Armenië;

    • ii. betekent, wat natuurlijke personen van een partij betreft, natuurlijke personen die economische activiteiten opnemen en uitoefenen als zelfstandige, alsmede door de oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen, waarover zij daadwerkelijk zeggenschap hebben;

  • j. „economische activiteiten”: omvatten activiteiten met een industrieel, commercieel en professioneel karakter, alsmede activiteiten van ambachtslieden, behoudens activiteiten die worden uitgevoerd bij de uitoefening van overheidsgezag;

  • k. „handelingen”: het verrichten van economische activiteiten;

  • l. „diensten”: alle diensten in elke sector, behalve diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;

  • m. „bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten en andere activiteiten”: elke dienst of activiteit die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers wordt verleend;

  • n. „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:

    • i. vanaf het grondgebied van een partij op het grondgebied van de andere partij; of

    • ii. op het grondgebied van een partij ten behoeve van de gebruiker van de dienst van de andere partij;

  • o. „dienstverlener uit een partij”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die een dienst verleent of wenst te verlenen; alsmede

  • p. „ondernemer”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit uitoefent of wenst uit te oefenen.

AFDELING B. VESTIGING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 143. Toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen die door de partijen zijn vastgesteld of worden gehandhaafd en die van invloed zijn op vestiging met betrekking tot alle economische activiteiten, met uitzondering van:

  • a. de winning, vervaardiging en verwerking3 van nucleair materiaal;

  • b. de productie van en handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c. audiovisuele diensten;

  • d. nationale maritieme cabotage4, alsmede

  • e. binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten5, ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen die daarvoor uit de dienst worden genomen;

    • ii. verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;

    • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

    • iv. grondafhandelingsdiensten; alsmede

    • v. exploitatie van luchthavens.

Artikel 144. Nationale behandeling en behandeling als meest begunstigde natie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Behoudens de in bijlage VIII-E vermelde voorbehouden kent de Republiek Armenië vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het volgende toe:

    • a. voor de vestiging van dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van natuurlijke personen of rechtspersonen van de Europese Unie, geen behandeling die minder gunstig is dan die welke aan de eigen rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren of aan die uit derde landen wordt toegekend, indien deze behandeling gunstiger is; alsmede

    • b. voor het exploiteren van dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen van de Europese Unie in de Republiek Armenië na vestiging ervan, een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan de eigen rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren of aan rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen uit derde landen wordt toegekend, indien deze behandeling gunstiger is6.

  • 2 Behoudens de in bijlage VIII-A vermelde voorbehouden kent de Europese Unie vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het volgende toe:

    • a. voor de vestiging van dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van natuurlijke personen of rechtspersonen van de Republiek Armenië, geen behandeling die minder gunstig is dan die welke aan de eigen rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren of aan die uit derde landen wordt toegekend, indien deze behandeling gunstiger is; alsmede

    • b. voor het exploiteren van dochterondernemingen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van natuurlijke personen of rechtspersonen van de Republiek Armenië in de Europese Unie na vestiging ervan, een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan de eigen rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren, of aan rechtspersonen, filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen uit derde landen wordt toegekend, indien deze behandeling gunstiger is.7

  • 3 Behoudens de in de bijlagen VIII-A en VIII-E vermelde voorbehouden stellen de partijen geen nieuwe maatregelen vast die met betrekking tot de vestiging van rechtspersonen van de andere partij op hun grondgebied, dan wel de handelingen van die rechtspersonen na vestiging, discrimineren ten opzichte van wat voor de eigen rechtspersonen geldt.

Artikel 145. Evaluatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van de voorwaarden voor vestiging evalueert het Partnerschapscomité, in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, regelmatig het juridische kader voor vestiging8 en het vestigingsklimaat.

Artikel 146. Andere overeenkomsten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat de rechten van investeerders van de partijen op een gunstigere behandeling waarin is voorzien in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat en de Republiek Armenië partij zijn, worden beperkt.

Artikel 147. Norm voor behandeling van filialen en vertegenwoordigingskantoren [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Het bepaalde in artikel 144 vormt geen beletsel voor de toepassing door een partij van bijzondere maatregelen met betrekking tot de vestiging en exploitatie op haar grondgebied van filialen en vertegenwoordigingskantoren van rechtspersonen van de andere partij die op het grondgebied van eerstgenoemde partij niet als rechtspersoon zijn erkend, wanneer deze bijzondere regels op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en vertegenwoordigingskantoren en filialen en vertegenwoordigingskantoren van op het grondgebied van eerstgenoemde partij erkende rechtspersonen of, voor wat financiële diensten betreft, om prudentiële redenen gerechtvaardigd zijn.

  • 2 Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, wat financiële diensten betreft, tot hetgeen om prudentiële redenen noodzakelijk is.

AFDELING C. GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 148. Toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening, met uitzondering van:

  • a. audiovisuele diensten;

  • b. nationale maritieme cabotage9; alsmede

  • c. binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten10, ongeacht of het gaat om lijndiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen die daarvoor uit de dienst worden genomen;

    • ii. verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;

    • iii. geautomatiseerde boekingssystemen („CRS”);

    • iv. grondafhandelingsdiensten; alsmede

    • v. exploitatie van luchthavens.

Artikel 149. Markttoegang [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Ten aanzien van de markttoegang via grensoverschrijdende dienstverlening behandelt elke partij diensten en dienstverleners van de andere partij niet minder gunstig dan waarin is voorzien in de specifieke verbintenissen die zijn neergelegd in de bijlagen VIII-B en VIII-F.

  • 2 Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag vaststellen of handhaven voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in de bijlagen VIII-B en VIII-F, omschreven als:

    • a. beperkingen van het aantal dienstverleners in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte; of

    • c. beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of het totale volume van de dienstenoutput, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.

Artikel 150. Nationale behandeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elk van de partijen behandelt in de sectoren waarvoor verbintenissen inzake de markttoegang in de bijlagen VIII-B en VIII-F zijn opgenomen, met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, diensten en dienstverleners van de andere partij in het kader van alle maatregelen die op de grensoverschrijdende dienstverlening van invloed zijn, niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners.

  • 2 Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners toekent.

  • 3 Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners van de betrokken partij, in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners van de andere partij.

  • 4 De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende diensten of dienstverleners.

Artikel 151. Lijsten van verbintenissen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De door elk van beide partijen ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners van de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in de bijlagen VIII-B en VIII-F vermeld.

  • 2 Onverminderd de bestaande of toekomstige rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van het Europees Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van 1989 en het Europees Verdrag inzake cinematografische coproductie van 1992, omvatten de lijsten van verbintenissen in de bijlagen VIII-B en VIII-F geen verbintenissen inzake audiovisuele diensten.

Artikel 152. Evaluatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen herziet het Partnerschapscomité, in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, regelmatig de in de artikelen 149 tot en met 151 bedoelde lijsten van verbintenissen. Bij deze evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met het proces van geleidelijke aanpassing, als bedoeld in de artikelen 169, 180 en 192, en de impact daarvan op de afschaffing van resterende belemmeringen voor de grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen.

AFDELING D. TIJDELIJK VERBLIJF VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 153. Toepassingsgebied en definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen betreffende de toelating tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van stafpersoneel, trainees, handelsvertegenwoordigers, dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep, onverminderd het bepaalde in artikel 141, lid 5.

  • 2 Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a. „stafpersoneel”: natuurlijke personen die bij een rechtspersoon van een partij, niet zijnde een organisatie zonder winstoogmerk11, in dienst zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van, dan wel voor een goed toezicht op, en een goede administratie en exploitatie van een vestiging, en die hetzij „zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden”, hetzij „binnen een onderneming overgeplaatste personen” zijn;

    • b. „zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden”: natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging, die geen diensten aanbieden noch verlenen en evenmin enige andere economische activiteit verrichten dan vereist is voor het opzetten van een vestiging, en die geen beloning ontvangen uit een in de gastpartij gevestigde bron;

    • c. „binnen de onderneming overgeplaatste personen”: natuurlijke personen die ten minste één jaar in dienst of partner van een rechtspersoon van een partij zijn en die tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij worden overgeplaatst, welke vestiging een dochteronderneming, filiaal of moedervennootschap van de rechtspersoon op het grondgebied van de andere partij kan zijn, en die hetzij „managers” of „specialisten” zijn;

    • d. „managers”: natuurlijke personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, en die ten minste:

      • i. leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;

      • ii. belast zijn met toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers; alsmede

      • iii. persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

    • e. „specialisten”: binnen een rechtspersoon van een partij werkzame personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden, de processen, de procedures of het management van de vestiging;voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is, met inbegrip van passende beroepservaring, voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;

    • f. „trainees”: natuurlijke personen die ten minste één jaar in dienst zijn van een rechtspersoon van een partij of een filiaal van die rechtspersoon, die universitair afgestudeerd zijn en die voor hun loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of -methoden tijdelijk naar een vestiging van die rechtspersoon op het grondgebied van de andere partij worden overgeplaatst12;

    • g. „handelsvertegenwoordigers”13: natuurlijke personen die vertegenwoordiger zijn van een dienstverlener of een aanbieder van goederen van een partij en die toegang tot en tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere partij beogen om over de verkoop van diensten of goederen te onderhandelen of voor die dienstverlener of aanbieder overeenkomsten voor de verkoop van diensten of goederen te sluiten, en die geen directe transacties met het publiek verrichten en geen beloning ontvangen uit een in de gastpartij gevestigde bron, en evenmin commissionairs zijn;

    • h. „dienstverleners op contractbasis”: natuurlijke personen in dienst bij een rechtspersoon van een partij, welke rechtspersoon zelf geen agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening is en welke evenmin via een dergelijk agentschap optreedt, die geen vestiging op het grondgebied van de andere partij heeft en die een bonafide contract voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij heeft gesloten, zodat de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract14;

    • i. „beoefenaren van een vrij beroep”: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een partij zijn gevestigd, geen vestiging op het grondgebied van de andere partij hebben en een bonafide contract (anders dan via een agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening) voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij hebben gesloten, zodat hun tijdelijke aanwezigheid op het grondgebied van die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract15;

    • j. „kwalificaties”: diploma’s, certificaten en andere bewijsstukken van een formele kwalificatie, afgegeven door een in de wet- of regelgeving of in administratieve bepalingen aangewezen autoriteit, waarbij de succesvolle afsluiting van een beroepsopleiding wordt geattesteerd.

Artikel 154. Stafpersoneel en trainees [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Voor elke sector waarvoor verbintenissen overeenkomstig afdeling B worden aangegaan, staat elk van beide partijen, behoudens de in bijlage VIII-C opgenomen voorbehouden, ondernemers van de andere partij toe natuurlijke personen uit die andere partij naar hun vestiging over te plaatsen, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel dan wel trainee als bedoeld in artikel 153 zijn. De toegang en het tijdelijke verblijf van stafpersoneel en trainees vinden plaats voor een periode van ten hoogste drie jaar voor binnen de onderneming overgeplaatste personen, van ten hoogste negentig dagen binnen een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden, en van ten hoogste één jaar voor trainees.

  • 2 Voor elke sector waarvoor verbintenissen overeenkomstig afdeling B worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anders bepaald in bijlage VIII-C, omschreven als beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen dat een ondernemer als stafpersoneel of als trainees in een bepaalde sector in dienst mag nemen, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en als discriminerende beperkingen.

Artikel 155. Handelsvertegenwoordigers [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor elke sector waarvoor verbintenissen overeenkomstig afdeling B of C worden aangegaan, staat elk van beide partijen, behoudens de in bijlage VIII-C opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van handelsvertegenwoordigers toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden.

Artikel 156. Dienstverleners op contractbasis [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen herbevestigen hun respectieve verplichtingen ingevolge de door hen in het kader van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten van de WTO aangegane verbintenissen ten aanzien van de toegang en het tijdelijke verblijf van dienstverleners op contractbasis.

  • 2 Overeenkomstig de bijlagen VIII-D en VIII-G staat elke partij toe dat dienstverleners op contractbasis van de andere partij op haar grondgebied diensten verlenen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

    • a. de natuurlijke personen worden voor het verlenen van een dienst tijdelijk aangetrokken als werknemer van een rechtspersoon die een dienstencontract heeft gesloten voor een periode van maximaal twaalf maanden;

    • b. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, bieden die diensten aan in de hoedanigheid van werknemer van de rechtspersoon die de diensten ten minste gedurende het jaar dat onmiddellijk aan de datum van indiening van de aanvraag voor toegang tot de andere partij voorafging, heeft verleend, en voorts beschikken zij op de datum van indiening van een verzoek om toegang tot de andere partij over ten minste drie jaar beroepservaring16 in de activiteitensector waarop de opdracht betrekking heeft;

    • c. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, zijn in het bezit van:

      • i. een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau blijkt17; alsmede

      • ii. de beroepskwalificaties die de wet- of regelgeving of andere maatregelen van de partij waar de dienst wordt verleend, voorschrijven voor het uitoefenen van een activiteit;

    • d. de natuurlijke persoon ontvangt op het grondgebied van de andere partij voor de dienstverlening geen andere beloning dan die welke wordt betaald door de rechtspersoon waarbij de natuurlijke persoon in dienst is;

    • e. de toelating tot en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op het grondgebied van de betrokken partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal zes maanden, dan wel, wat Luxemburg aangaat, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden dan wel voor de duur van de opdracht indien deze een kortere looptijd heeft;

    • f. de krachtens dit artikel verleende toegang betreft uitsluitend de dienstenactiviteit waarop de opdracht betrekking heeft en geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de partij waar de dienst wordt verleend; alsmede

    • g. het aantal personen dat onder het dienstencontract valt, mag niet hoger zijn dan voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijk is, zoals vereist kan zijn op grond van de wet- en regelgeving of andere maatregelen van de partij waar de dienst wordt verleend.

Artikel 157. Beoefenaren van een vrij beroep [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Overeenkomstig de bijlagen VIII-D en VIII-G staat elke partij toe dat beoefenaren van een vrij beroep van de andere partij op haar grondgebied diensten verlenen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de natuurlijke personen leveren voor het verlenen van een dienst tijdelijk arbeidsprestaties als op het grondgebied van de andere partij gevestigde zelfstandige, en hebben een dienstencontract gesloten voor een periode van maximaal twaalf maanden;

  • b. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, hebben op de datum van indiening van het verzoek om toegang tot dat grondgebied ten minste zes jaar beroepservaring in de economische sector waarop de opdracht betrekking heeft;

  • c. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, zijn in het bezit van:

    • i. een universitaire graad of een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau blijkt18; alsmede

    • ii. de beroepskwalificaties die de wet- of regelgeving of andere maatregelen van de partij waar de dienst wordt verleend, voorschrijven voor het uitoefenen van een activiteit;

  • d. de toelating tot en het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op het grondgebied van de betrokken partij vinden plaats voor een periode van bij elkaar opgeteld maximaal zes maanden, dan wel, wat Luxemburg aangaat, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden dan wel voor de duur van de opdracht indien deze een kortere looptijd heeft; alsmede

  • e. de krachtens dit artikel verleende toegang betreft uitsluitend de dienstenactiviteit waarop de opdracht betrekking heeft, en geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de partij waar de dienst wordt verleend.

AFDELING E. REGELGEVINGSKADER [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

ONDERAFDELING I. NATIONALE REGELGEVING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 158. Toepassingsgebied en definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Deze afdeling geldt voor maatregelen van de partijen die betrekking hebben op vergunningsvereisten en -procedures alsmede kwalificatievereisten en -procedures die van invloed zijn op:

    • a. grensoverschrijdende dienstverlening;

    • b. de vestiging op hun grondgebied van natuurlijke personen of rechtspersonen van een partij; alsmede

    • c. het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van de categorieën natuurlijke personen die zijn genoemd in artikel 153.

  • 2 Wat grensoverschrijdende dienstverlening aangaat, is deze afdeling alleen van toepassing op sectoren waarvoor de partij specifieke verbintenissen is aangegaan, en voor zover die specifieke verbintenissen van toepassing zijn. Wat vestiging aangaat, is deze afdeling niet van toepassing op sectoren voor zover een voorbehoud is gemaakt overeenkomstig de bijlagen VIII-A en VIII-E. Wat het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen aangaat, is deze afdeling niet van toepassing op sectoren voor zover een voorbehoud is gemaakt overeenkomstig de bijlagen VIII-C, VIII-D en VIII-G.

  • 3 Deze afdeling is niet van toepassing op maatregelen voor zover zij beperkingen vormen waarvoor lijsten worden opgesteld.

  • 4 Voor de toepassing van deze afdeling gelden de volgende definities:

    • a. „vergunningsvereisten”: andere materiële eisen dan kwalificatievereisten, waaraan een natuurlijke persoon of rechtspersoon moet voldoen om een vergunning voor het verrichten van de in lid 1 omschreven activiteiten te verkrijgen, te wijzigen of te verlengen;

    • b. „vergunningsprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die verzoekt om een vergunning voor het verrichten van de in lid 1 omschreven activiteiten, met inbegrip van de wijziging of verlenging van een vergunning, moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de vergunningsvereisten;

    • c. „kwalificatievereisten”: materiële eisen met betrekking tot de bevoegdheid van een natuurlijke persoon om een dienst te verlenen, die moeten worden aangetoond om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen;

    • d. „kwalificatieprocedures”: administratieve of procedureregels waaraan een natuurlijke persoon moet voldoen om aan te tonen dat is voldaan aan de kwalificatievereisten om een vergunning voor het verlenen van een dienst te kunnen krijgen; alsmede

    • e. „bevoegde autoriteit”: alle centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten of niet-gouvernementele organisaties die door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden uitoefenen, die een besluit nemen betreffende de afgifte van een vergunning voor het verlenen van een dienst, ook als dat vestiging inhoudt, of betreffende afgifte van een vergunning om zich te vestigen teneinde een andere economische activiteit dan dienstverlening uit te oefenen.

Artikel 159. Voorwaarden voor het verlenen van vergunningen en kwalificaties [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij draagt er zorg voor dat maatregelen inzake vergunningsvereisten en -procedures en kwalificatievereisten en -procedures gebaseerd zijn op criteria die de bevoegde autoriteiten beletten hun beoordelingsbevoegdheid op een willekeurige wijze uit te oefenen.

  • 2 De in lid 1 bedoelde criteria zijn:

    • a. evenredig met een doelstelling van het overheidsbeleid;

    • b. duidelijk en ondubbelzinnig;

    • c. objectief;

    • d. vooraf vastgesteld;

    • e. vooraf openbaar gemaakt; alsmede

    • f. transparant en toegankelijk.

  • 3 Een vergunning wordt verleend zodra bij een passend onderzoek is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning is voldaan.

  • 4 Elke partij houdt gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve instanties of procedures in stand, of stelt deze in, waar of waarmee op verzoek van een betrokken ondernemer of dienstverlener administratieve besluiten met betrekking tot vestiging, grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken onverwijld kunnen worden onderzocht en, indien gerechtvaardigd, door passende maatregelen kunnen worden herzien. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van het orgaan dat bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, ziet elke partij erop toe dat de procedures daadwerkelijk in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.

  • 5 Indien het aantal voor een bepaalde activiteit beschikbare vergunningen beperkt is vanwege de schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen of de gebrekkige technische capaciteit, zorgt elke partij ten aanzien van potentiële kandidaten voor een selectieprocedure die alle waarborgen voor onpartijdigheid en transparantie biedt, met inbegrip van in het bijzonder een passende bekendmaking wat de aanvang, het verloop en de afronding van de procedure betreft.

  • 6 Onverminderd de in dit artikel genoemde vereisten, kan elke partij bij het opstellen van de voorschriften voor de selectieprocedure rekening houden met legitieme doelstellingen van overheidsbeleid, met inbegrip van overwegingen inzake gezondheid, veiligheid, milieubescherming en de instandhouding van cultureel erfgoed.

Artikel 160. Vergunnings- en kwalificatieprocedures [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Vergunnings- en kwalificatieprocedures en -formaliteiten zijn duidelijk, worden vooraf bekendgemaakt en waarborgen voor aanvragers dat hun aanvraag op objectieve en onpartijdige wijze wordt behandeld.

  • 2 Vergunnings- en kwalificatieprocedures en -formaliteiten zijn zo eenvoudig mogelijk en bemoeilijken of vertragen het verlenen van de dienst niet onnodig. Voor de vergunning verschuldigde vergoedingen19 die de aanvragers eventueel in het kader van hun aanvraag moeten betalen, zijn redelijk en evenredig met de kosten van de desbetreffende vergunningsprocedures.

  • 3 Elke partij zorgt ervoor dat de door de bevoegde autoriteit gevolgde procedures van de bevoegde autoriteit bij het verlenen van vergunningen en het nemen van besluiten onpartijdig zijn ten aanzien van alle aanvragers. De bevoegde autoriteit is bij haar besluitvorming onafhankelijk en is geen verantwoording verschuldigd aan verleners van de diensten waarvoor de vergunning vereist is.

  • 4 Wanneer voor aanvragen specifieke termijnen bestaan, krijgt een aanvrager de beschikking over een redelijke termijn voor het indienen van een aanvraag. De bevoegde autoriteit behandelt een aanvraag onverwijld. Waar mogelijk worden aanvragen in elektronische vorm geaccepteerd onder dezelfde voorwaarden inzake echtheid als aanvragen op papier.

  • 5 Elke partij ziet erop toe dat de behandeling van een aanvraag, inclusief het definitieve besluit, wordt voltooid binnen een redelijke termijn na de indiening van een volledige aanvraag. Elke partij streeft ernaar voor het behandelen van een aanvraag het normale tijdsbestek vast te stellen.

  • 6 De bevoegde autoriteit stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een aanvraag die haars inziens onvolledig is, de aanvrager daarvan in kennis, vermeldt, voor zover dit haalbaar is, welke aanvullende informatie nodig is om de aanvraag te vervolledigen en biedt de mogelijkheid om tekortkomingen te corrigeren.

  • 7 Waar mogelijk worden in plaats van originele documenten gewaarmerkte kopieën aanvaard.

  • 8 Indien de bevoegde autoriteit een aanvraag afwijst, wordt dat de aanvrager schriftelijk en zonder onnodige vertraging meegedeeld. In beginsel wordt de aanvrager desgevraagd ook in kennis gesteld van de redenen voor de afwijzing van de aanvraag en van de termijn waarbinnen tegen het besluit beroep kan worden ingesteld.

  • 9 Elke partij zorgt ervoor dat zodra een vergunning of licentie is verleend, deze overeenkomstig de daarin gestelde voorwaarden zo spoedig mogelijk in werking treedt.

ONDERAFDELING II. ALGEMEEN TOEPASSELIJKE BEPALINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 161. Wederzijdse erkenning [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.

  • 2 Elke partij moedigt de desbetreffende beroepsorganisaties op haar respectievelijk grondgebied aan aanbevelingen over wederzijdse erkenning van kwalificaties en beroepservaring aan het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken voor te leggen, opdat ondernemers en dienstverleners volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door elke partij toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van ondernemers en dienstverleners, in het bijzonder beoefenaren van een vrij beroep.

  • 3 Wanneer het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken een aanbeveling als bedoeld in lid 2 ontvangt, onderzoekt het deze binnen een redelijke termijn om vast te stellen of zij met deze overeenkomst in overeenstemming is, en op basis van de daarin vervatte informatie beoordeelt het met name:

    • a. de mate waarin de normen en de criteria die elke partij hanteert voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van dienstverleners en ondernemers, met elkaar verenigbaar zijn; alsmede

    • b. de mogelijke economische waarde van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van kwalificaties en beroepservaring.

  • 4 Indien aan de vereisten van lid 3 is voldaan, neemt het Partnerschapscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken de nodige maatregelen om tot onderhandelingen te komen over de wederzijdse erkenning en beveelt het vervolgens aan dat de bevoegde autoriteiten van de partijen de onderhandelingen opstarten.

Artikel 162. Transparantie en bekendmaking van vertrouwelijke informatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke algemene informatie over algemene maatregelen of internationale overeenkomsten die op deze overeenkomst betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. Elke partij richt ook één of meer informatiepunten op, die over al deze aangelegenheden op verzoek specifieke informatie verstrekken aan ondernemers en dienstverleners van de andere partij. De partijen stellen elkaar binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis van hun informatiepunten. Het is niet nodig dat de informatiepunten depositaris zijn van wet- en regelgeving.

  • 2 Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen.

ONDERAFDELING III. DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 163. Afspraak over diensten in verband met computers [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Bij de liberalisering van de handel in diensten in verband met computers overeenkomstig de afdelingen B, C, en D, gelden voor de partijen de bepalingen van de leden 2 tot en met 4.

  • 2 De centrale productenclassificatie („CPC”20) 84, de VN-code die wordt gebruikt voor het beschrijven van diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten in verband met computers: computerprogramma’s, gedefinieerd als de instructies waardoor computers kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan), gegevensverwerking en -opslag, en aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van klanten. De technologische ontwikkeling heeft geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket aanverwante diensten die alle of een deel van die basisfuncties kunnen omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing allemaal uit een combinatie van basisfuncties van diensten in verband met computers.

  • 3 Ongeacht of zij via een netwerk, zoals internet, worden geleverd, omvatten de diensten in verband met computers alle diensten op het gebied van:

    • a. advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;

    • b. computerprogramma’s, gedefinieerd als de instructies waardoor computers zelfstandig kunnen werken en met elkaar kunnen communiceren, plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma’s;

    • c. de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;

    • d. onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers; of,

    • e. opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma’s, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.

  • 4 Diensten in verband met computers maken het verlenen van andere diensten, zoals bankieren, elektronisch of anderszins, mogelijk. In dergelijke gevallen is het van belang een onderscheid te maken tussen ondersteunende diensten, zoals webhosting of applicatiehosting, en inhouds- of hoofddiensten, zoals bankieren, die elektronisch worden geleverd. In dergelijke gevallen valt de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84.

ONDERAFDELING IV. POSTDIENSTEN21 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 164. Toepassingsgebied en definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle postdiensten.

  • 2 Voor de toepassing van deze onderafdeling en van de afdelingen B, C, en D, gelden de volgende definities:

    • a. „vergunning”: een vergunning die door een regelgevende autoriteit aan een individuele aanbieder moet worden verleend alvorens deze een bepaalde activiteit mag uitvoeren of een bepaalde dienst mag verlenen; alsmede

    • b. „universele dienst”: het op permanente basis verlenen van een minimale postdienst met een specifieke hoedanigheid, op het hele grondgebied van een partij.

Artikel 165. Preventie van marktverstorende praktijken [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij garandeert dat een verstrekker van postdiensten die tot universele dienst verplicht is, of een postmonopolie heeft, geen marktverstorende praktijken opzet, zoals:

  • a. het gebruik van inkomsten die zijn verkregen uit dergelijke diensten, om de levering van expresbesteldiensten of enige andere niet-universele besteldienst te kruissubsidiëren; alsmede

  • b. bonrechtmatig differentiëren tussen consumenten, zoals bedrijven, aanbieders van grote partijen post of tussenpersonen, met betrekking tot tarieven of andere voorwaarden voor de levering van een dienst waarvoor een verplichting tot universele dienst of een postmonopolie geldt.

Artikel 166. Universele dienst [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij heeft het recht vast te stellen welke universele-dienstverplichtingen zij in stand wenst te houden. Dergelijke verplichtingen worden niet per se concurrentiebeperkend geacht, mits zij op een transparante, niet-discriminerende en uit mededingingsoogpunt neutrale wijze worden uitgevoerd en voor de door de partij vastgestelde soort universele dienst geen grotere last vertegenwoordigen dan nodig is.

  • 2 De tarieven voor de universele dienst moeten betaalbaar zijn om aan de behoeften van de gebruikers tegemoet te komen.

Artikel 167. Vergunningen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij streeft ernaar alle vergunningen voor diensten die niet onder de universele dienst vallen, te vervangen door een eenvoudige registratie.

  • 2 Wanneer een vergunning vereist is:

    • a. zijn de voorwaarden voor een vergunning niet belastender dan nodig is voor het bereiken van het doel ervan en worden zij algemeen bekendgemaakt;

    • b. worden de redenen voor weigering van een vergunning de aanvrager desgevraagd meegedeeld; alsmede

    • c. voorziet elke partij in een beroepsprocedure bij een onafhankelijk orgaan, op een transparante, niet-discriminatoire en op objectieve criteria gebaseerde manier.

Artikel 168. Onafhankelijkheid van de regelgevende instantie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De regelgevende instantie is juridisch gescheiden van en niet aansprakelijk jegens verleners van post- en koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instantie neemt en de procedures die zij volgt, zijn ten aanzien van alle marktdeelnemers onpartijdig.

Artikel 169. Geleidelijke aanpassing [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen erkennen het belang van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië inzake postdiensten aan die van de Europese Unie.

ONDERAFDELING V. NETWERKEN EN DIENSTEN VOOR ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 170. Toepassingsgebied en definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor de verstrekking van elektronische-communicatienetwerken en -diensten die ingevolge de afdelingen B, C en D zijn geliberaliseerd.

  • 2 Voor de toepassing van deze onderafdeling gelden de volgende definities:

    • a. „elektronische-communicatienetwerk”: de transmissiesystemen en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, met inbegrip van netwerkelementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen;

    • b. „elektronische-communicatiedienst”: alle diensten die volledig of voornamelijk bestaan uit de verzending van signalen via elektronische-communicatienetwerken, met inbegrip van telecommunicatiediensten en transmissiediensten met behulp van netwerken die voor de omroep worden gebruikt; deze diensten hebben geen betrekking op diensten die met behulp van elektronische-communicatienetwerken en elektronische-communicatiediensten doorgezonden inhoud aanbieden of hierover redactionele controle hebben;

    • c. „openbare elektronische-communicatiedienst”: elke elektronische-communicatiedienst ten aanzien waarvan een partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden;

    • d. „openbaar elektronische-communicatienetwerk”: een elektronische-communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk wordt gebruikt om voor het publiek beschikbare elektronische-communicatiediensten aan te bieden ter ondersteuning van de overdracht van informatie tussen netwerkaansluitpunten;

    • e. „openbare telecommunicatiedienst”: elke telecommunicatie-vervoersdienst ten aanzien waarvan een partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden, zoals telegraaf, telefoon, telex en gegevensoverdracht waarbij transmissie geschiedt van in werkelijke tijd door de klant tussen twee of meer punten verzonden informatie zonder dat de vorm of inhoud van die informatie van eindpunt tot eindpunt wordt gewijzigd;

    • f. „regelgevende autoriteit in de elektronische-communicatiesector”: de instantie of instanties die door een partij belast is/zijn met de regelgeving inzake de in deze onderafdeling bedoelde elektronische communicatie;

    • g. „essentiële faciliteiten”: faciliteiten in het kader van een openbaar elektronische-communicatienetwerk en -dienst die:

      • i. uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal dienstverleners; alsmede

      • ii. bij het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;

    • h. „bijbehorende faciliteiten”: de bij een elektronische-communicatienetwerk en/of een elektronische-communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of die dienst mogelijk maken en/of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten, en die onder meer gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;

    • i. „grote aanbieder”22: in de elektronische-telecommunicatiesector, een aanbieder die de voorwaarden voor deelname (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor elektronische-communicatiediensten door zijn controle over essentiële faciliteiten of door zijn marktpositie te gebruiken, in belangrijke mate kan beïnvloeden;

    • j. „toegang”: het beschikbaar stellen van faciliteiten of diensten aan een andere dienstverlener, onder vastgestelde voorwaarden, met het doel elektronische-communicatiediensten te verlenen, en onder meer de toegang omvat tot:

      • i. netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten waarbij eventueel apparatuur kan worden verbonden met vaste of niet-vaste middelen (dit houdt met name toegang in tot het aansluitnet en tot faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn om diensten te kunnen aanbieden via het aansluitnet);

      • ii. materiële infrastructuur waaronder gebouwen, goten en masten;

      • iii. relevante programmatuursystemen waaronder operationele ondersteuningssystemen,

      • iv. informatiesystemen of databanken voor reservering, levering, bestelling, onderhouds- en herstelverzoeken en facturering;

      • v. nummervertaling of systemen met vergelijkbare functionaliteit;

      • vi. toegang tot vaste en mobiele netwerken, met name voor roaming; alsmede

      • vii. toegang tot virtuele netwerkdiensten;

    • k. „interconnectie”: de fysieke en logische koppeling van openbare elektronische-communicatienetwerken die door dezelfde of een andere dienstverlener worden benut om gebruikers van een dienstverlener in staat te stellen te communiceren met gebruikers van dezelfde of van een andere dienstverlener, of toegang te hebben tot diensten van een andere dienstverlener, diensten die kunnen worden verstrekt door de betrokken partijen of door andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;

    • l. „universele dienst”: het minimale pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van een partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar is voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie; elke partij beslist over het toepassingsgebied en de uitvoering van de universele dienst; alsmede

    • m. „nummerportabiliteit”: de mogelijkheid voor eindgebruikers van openbare elektronische-communicatiediensten om op dezelfde locatie dezelfde telefoonnummers te houden zonder dat de kwaliteit, de betrouwbaarheid of het gemak eronder lijdt wanneer binnen dezelfde categorie aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten van aanbieder wordt veranderd.

Artikel 171. Regelgevende autoriteit [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij draagt er zorg voor dat de regelgevende autoriteiten voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten juridisch gescheiden en functioneel onafhankelijk zijn van de aanbieders van elektronische-communicatienetwerken, -diensten of -uitrusting.

  • 2 Lidstaten die de eigendom van of de zeggenschap over aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten behouden, zorgen voor een daadwerkelijke structurele scheiding tussen de regelgevende taken en de met eigendom of zeggenschap verband houdende activiteiten. De regelgevende autoriteit handelt onafhankelijk en vraagt noch ontvangt aanwijzingen van enig ander orgaan in verband met de uitoefening van de taken die op grond van interne wetgeving aan haar zijn toegewezen.

  • 3 Elke partij draagt er zorg voor dat de regelgevende autoriteiten voldoende bevoegd zijn om de sector te reguleren, en beschikken over passende financiële en personele middelen om de taken die hun zijn toegewezen, uit te voeren. Alleen beroepsinstanties als bedoeld in lid 7 hebben de bevoegdheid om besluiten van de regelgevende autoriteiten op te schorten of te vernietigen.

    De taken van een regelgevende autoriteit worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan één instantie met die taken belast is. Elke partij draagt er zorg voor dat de regelgevende autoriteiten een afzonderlijke jaarlijkse begroting hebben. De begrotingen worden openbaar gemaakt.

  • 4 De beslissingen die de regelgevende instanties nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

  • 5 De bevoegdheden van de regelgevende autoriteiten worden op een transparante en tijdige manier uitgeoefend.

  • 6 De regelgevende autoriteiten hebben de bevoegdheid ervoor te zorgen dat aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en elektronische-communicatiediensten hun op verzoek onverwijld alle informatie, met inbegrip van financiële informatie, verstrekken die zij nodig hebben om hun taken overeenkomstig deze onderafdeling uit te oefenen. De gevraagde informatie staat in verhouding tot de uitoefening van de taken van de regelgevende autoriteiten en wordt overeenkomstig de vereisten van vertrouwelijkheid behandeld.

  • 7 Een door de beslissing van de regelgevende instantie getroffen gebruiker of aanbieder kan beroep tegen die beslissing aantekenen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk van de betrokken partijen is. Dit lichaam, bijvoorbeeld een rechtbank, bezit de nodige deskundigheid om zijn taken effectief te kunnen uitoefenen. Alle aspecten van de zaak worden terdege in rekening gebracht en er wordt een doeltreffend beroepsmechanisme ingesteld. Wat betreft beroepsinstanties die geen rechterlijke instantie zijn, draagt elke partij er zorg voor dat hun beslissingen altijd schriftelijk met redenen worden omkleed en tevens door een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke instantie kunnen worden getoetst. Beslissingen van beroepsinstanties worden op doeltreffende wijze ten uitvoer gelegd. In afwachting van de uitkomst van het beroep wordt de beslissing van de regelgevende autoriteit gehandhaafd, behalve wanneer overeenkomstig nationaal recht voorlopige maatregelen worden verleend.

  • 8 Elke partij draagt er zorg voor dat het hoofd van de regelgevende autoriteit, of, in voorkomend geval, de leden van het collegiale orgaan dat die functie binnen een regelgevend orgaan vervult, of hun plaatsvervangers, alleen kunnen worden ontslagen indien zij niet langer voldoen aan de voorwaarden om hun taken te vervullen zoals die vooraf in interne wetgeving zijn vastgelegd. Elke beslissing tot ontslag wordt op het ogenblik van het ontslag openbaar gemaakt. Het ontslagen hoofd van de regelgevende autoriteit, of, in voorkomend geval, de ontslagen leden van het collegiale orgaan dat die functie vervult, ontvangen een motivering en hebben het recht de openbaarmaking daarvan te verlangen, indien zulks anders niet zou geschieden; in dat geval wordt zij openbaar gemaakt.

Artikel 172. Vergunning voor het verlenen van elektronische-communicatienetwerken en -diensten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij staat het verlenen van elektronische-communicatienetwerken of -diensten toe, waar mogelijk, bij gewone kennisgeving. Na kennisgeving wordt van de betrokken dienstenverlener niet verlangd dat hij een expliciet besluit of andere bestuurshandeling van de regelgevende instantie moet verkrijgen alvorens de uit de machtiging voortvloeiende rechten te kunnen uitoefenen. De rechten en plichten die uit een dergelijke machtiging voortvloeien, worden in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt. De plichten moeten evenredig zijn met de betrokken dienstverlening.

  • 2 Waar nodig kan een partij een vergunning eisen voor het recht om gebruik te maken van radiofrequenties en nummers, teneinde:

    • a. schadelijke inmenging te vermijden;

    • b. de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;

    • c. een efficiënt spectrumgebruik te waarborgen; of

    • d. andere doelstellingen van algemeen belang te vervullen.

  • 3 Indien een partij een vergunning eist, geldt het volgende:

    • a. alle vergunningscriteria en de periode die normaal gezien nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, worden openbaar gemaakt;

    • b. de redenen voor afwijzing van een vergunning worden de aanvrager op diens verzoek schriftelijk bekend gemaakt; alsmede

    • c. de aanvrager van een vergunning kan zich ingeval een vergunning wordt geweigerd, tot een beroepsinstantie wenden.

  • 4 Eventuele administratieve kosten worden op een objectieve, transparante, proportionele en kostendrukkende wijze op de aanbieders verhaald. Administratieve kosten die door een partij worden verhaald op aanbieders die een dienst of een netwerk verlenen op grond van een machtiging als bedoeld in lid 1, of een vergunning als bedoeld in lid 2, blijven beperkt tot de feitelijke administratieve kosten die normaal worden gedaan bij het beheer, de controle en de afdwinging van de toepasselijke machtiging en vergunning. Dergelijke administratieve kosten kunnen de kosten omvatten voor internationale samenwerking, harmonisatie en normalisatie, marktanalyse, toezicht op de naleving en andere marktcontroles, alsook voor regelgevende werkzaamheden voor de voorbereiding en afdwinging van wetgeving en administratieve besluiten, zoals besluiten over toegang en interconnecties.

    Administratieve kosten als bedoeld in de eerste alinea omvatten geen veiling- of aanbestedingskosten of kosten van andere niet-discriminatoire middelen om concessies te verlenen, of verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst.

Artikel 173. Schaarse middelen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Alle procedures voor de toewijzing en het gunnen van rechten voor het gebruik van schaarse middelen, zoals radiospectra, nummers en doorgangsrechten, worden toegepast op open, objectieve, tijdige, transparante, niet-discriminerende en proportionele wijze. Elke partij baseert haar procedures op objectieve, transparante, niet-discriminatoire en proportionele criteria.

  • 2 De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van radiospectra die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

  • 3 Elke partij behoudt het recht maatregelen voor het vaststellen en toepassen van spectra en frequenties te treffen die tot gevolg kunnen hebben dat het aantal aanbieders van elektronische-communicatiediensten wordt beperkt, op voorwaarde dat dit geschiedt op een manier die overeenstemt met deze overeenkomst. Dit recht omvat de mogelijkheid om frequentiebanden toe te wijzen rekening houdend met bestaande en toekomstige behoeften en spectrumbeschikbaarheid. De maatregelen die een partij treft voor de toewijzing en toekenning van spectra en voor het beheer van de frequenties, worden niet beschouwd als maatregelen die op zich in strijd zijn met de artikelen 144, 149 en 150.

Artikel 174. Toegang en interconnectie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 In beginsel worden afspraken over toegang en interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken aanbieders.

  • 2 Elke partij zorgt ervoor dat elke verlener van elektronische-communicatiediensten, gerechtigd is en, indien hij daartoe wordt verzocht door een andere aanbieder, verplicht is tot het bedingen van interconnectie met andere aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Geen enkele partij handhaaft wettelijke of administratieve maatregelen die de aanbieders die toegang of interconnectie verlenen, ertoe verplichten voor gelijke diensten verschillende voorwaarden te hanteren voor verschillende aanbieders, of verplichtingen op te leggen die geen verband houden met de verleende diensten.

  • 3 Elke partij ziet erop toe dat dienstverleners die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere dienstverlener ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd verstrekt en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.

  • 4 Elke partij ziet erop toe dat een grote aanbieder op zijn grondgebied aan verleners van elektronische-communicatiediensten toegang verleent tot zijn essentiële faciliteiten, zoals netwerkelementen, bijbehorende faciliteiten en aanverwante diensten, op redelijke en niet-discriminatoire23 voorwaarden.

  • 5 Voor publieke telecommunicatiediensten wordt een interconnectie met een grote aanbieder verzekerd op elk technisch haalbaar punt in het netwerk. Deze interconnectie wordt geleverd:

    • a. op niet-discriminatoire voorwaarden, voorwaarden en tarieven (ook wat betreft technische normen, specificaties, kwaliteit en onderhoud), en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten van een dergelijke grote aanbieder, voor soortgelijke diensten van niet-gelieerde dienstverleners of voor soortgelijke diensten van dochterondernemingen of andere gelieerde ondernemingen;

    • b. binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (ook wat betreft technische normen, specificaties, kwaliteit en onderhoud) en tegen op de kosten gebaseerde tarieven die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de aanbieder niet hoeft te betalen voor netwerkonderdelen of -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft; alsmede

    • c. op verzoek via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.

  • 6 Elke partij draagt er zorg voor dat de procedures die van toepassing zijn op interconnectie met een grote aanbieder openbaar zijn en dat de grote aanbieders hun interconnectie-overeenkomsten of, in voorkomend geval, hun referentie-aanbiedingen voor interconnectie openbaar maken.

Artikel 175. Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote aanbieders [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij neemt of handhaaft passende maatregelen om te voorkomen dat aanbieders die alleen of met anderen gezamenlijk een grote aanbieder zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen. In dit verband wordt onder meer onder concurrentiebeperkende praktijken verstaan:

  • a. het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring;

  • b. het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; alsmede

  • c. het niet tijdig aan andere aanbieders beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze aanbieders voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel 176. Universele dienst [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij heeft het recht vast te stellen welke universele-dienstverplichtingen zij in stand wenst te houden.

  • 2 Deze verplichtingen worden niet per se concurrentiebeperkend geacht, mits zij op een evenredige, transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal met betrekking tot de mededinging en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door de partij wordt vastgesteld.

  • 3 Alle aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of -diensten komen in aanmerking om een universele dienst te verlenen. De aanwijzing van aanbieders van universele diensten geschiedt door middel van een efficiënt, transparant, objectief en niet-discriminerend mechanisme. Indien nodig beoordeelt elke partij of het verlenen van universele diensten een onbillijke last vormt voor de aanbieder die is aangewezen om de universele diensten te verlenen. Wanneer dit op grond van een dergelijke berekening gerechtvaardigd is, bepalen de regelgevende autoriteiten, rekening houdend met het eventuele marktvoordeel voor een aanbieder die de universele dienst verleent, of er een mechanisme nodig is om de betrokken aanbieder te compenseren of de nettokosten van de universele-dienstverplichtingen te delen.

Artikel 177. Nummerportabiliteit [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij draagt er zorg voor dat aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten nummerportabiliteit aanbieden tegen redelijke voorwaarden.

Artikel 178. Vertrouwelijkheid van inlichtingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij waarborgt het vertrouwelijke karakter van elektronische communicatie die via een openbaar elektronische-communicatienetwerk en via openbare elektronische-communicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel 179. Oplossing van geschillen inzake elektronische communicaties [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij draagt er zorg voor dat wanneer er in verband met de in deze onderafdeling bedoelde rechten en verplichtingen een geschil rijst tussen aanbieders van elektronische-communicatienetwerken of verleners van elektronische-communicatiediensten, de regelgevende autoriteit op verzoek van een van de betrokken partijen een bindende beslissing neemt om het geschil op zo kort mogelijke termijn, maar uiterlijk binnen vier maanden, tot een oplossing te brengen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden.

  • 2 Indien een dergelijk geschil betrekking heeft op grensoverschrijdende dienstverlening, coördineren de regelgevende autoriteiten hun inspanningen om het geschil tot een oplossing te brengen.

  • 3 De beslissing van de regelgevende autoriteit wordt openbaar gemaakt, met inachtneming van de vereisten inzake vertrouwelijke bedrijfsgegevens. De betrokken partijen krijgen een volledig verslag van de redenen waarop het besluit is gebaseerd, en hebben het recht ertegen in beroep te gaan, overeenkomstig artikel 171, lid 7.

  • 4 De procedure van dit artikel laat het recht van elk van de betrokken partijen om bij de rechterlijke instanties een procedure in te leiden, onverlet.

Artikel 180. Geleidelijke aanpassing [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen erkennen het belang van de geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië inzake elektronische-communicatienetwerken aan die van de Europese Unie.

ONDERAFDELING VI. FINANCIËLE DIENSTEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 181. Toepassingsgebied en definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Deze onderafdeling heeft betrekking op maatregelen inzake de verlening van financiële diensten, waar financiële diensten geliberaliseerd worden krachtens de afdelingen B, C en D.

  • 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk betekent „financiële dienst” elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten van een partij. Financiële diensten omvatten verzekeringen en verzekeringgerelateerde diensten, alsook bank- en andere financiële diensten.

  • 3 Verzekeringen en verzekeringgerelateerde diensten als bedoeld in lid 2 omvatten:

    • a. directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):

      • i. levensverzekering; alsmede

      • ii. schadeverzekering;

    • b. herverzekering en retrocessie;

    • c. verzekeringsbemiddeling, zoals makelaardij en agentschap; alsmede

    • d. hulpdiensten in de verzekeringssector, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en regeling van schade-eisen.

  • 4 Bank- en andere financiële diensten (met uitzondering van verzekeringen en verzekeringgerelateerde diensten) als bedoeld in lid 2 omvatten:

    • a. aanvaarding van deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

    • b. alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

    • c. financiële leasing;

    • d. alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder krediet-, betaal- en debetkaarten, reischeques en bankwissels;

    • e. garanties en verbintenissen;

    • f. transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten op de beurs, de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:

      • i. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);

      • ii. deviezen;

      • iii. afgeleide producten, zoals bijvoorbeeld termijnen en opties;

      • iv. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;

      • v. verhandelbare effecten; alsmede

      • vi. andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;

    • g. deelname aan de uitgifte van diverse soorten effecten, met inbegrip van het garanderen en plaatsen van effecten als (openbaar of particulier) agent en het verlenen van daarmee verband houdende diensten;

    • h. financiële bemiddeling;

    • i. beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;

    • j. betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

    • k. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software; alsmede

    • l. advies en bemiddeling en andere ondersteunende financiële diensten in verband met de in dit lid genoemde activiteiten, met inbegrip van kredietreferenties en -analyse, onderzoek en advies in verband met investeringen en beleggingsportefeuilles, alsmede advies over aankopen en over bedrijfsreorganisatie en -strategie.

  • 5 Voor de toepassing van deze onderafdeling gelden de volgende definities:

    • a. „verlener van financiële diensten”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon van een partij die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;

    • b. „openbare instantie”:

      • i. een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of

      • ii. een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld; alsmede

    • c. „nieuwe financiële dienst”: een dienst van financiële aard, zoals diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, maar die op het grondgebied van de andere partij wel wordt verleend.

Artikel 182. Prudentiële uitzonderingsbepaling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Geen enkele bepaling in deze overeenkomst staat eraan in de weg dat een van beide partijen prudentiële maatregelen vaststelt of handhaaft, zoals:

    • a. de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is; of

    • b. het verzekeren van de integriteit en stabiliteit van haar financiële stelsel.

  • 2 Deze maatregelen zijn niet belastender dan nodig is voor het bereiken van het doel ervan.

  • 3 Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele consumenten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van overheidsinstanties.

Artikel 183. Doeltreffende en transparante regelgeving [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij stelt alles in het werk om alle belanghebbenden vooraf kennis te geven van elke door haar beoogde algemene maatregel, zodat die belanghebbenden opmerkingen over die maatregel kunnen maken. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:

    • a. door officiële publicatie, of

    • b. in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.

  • 2 Elke partij stelt de belanghebbenden in kennis van haar voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.

    Op verzoek van een aanvrager stelt de desbetreffende partij deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de desbetreffende partij aanvullende informatie van de aanvrager verlangt, stelt zij deze daarvan onverwijld in kennis.

  • 3 Elke partij stelt alles in het werk opdat internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector en voor de strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking op haar grondgebied ten uitvoer worden gelegd en worden toegepast. Dergelijke internationaal overeengekomen normen zijn onder meer:

    • a. de „Core Principles for Effective Banking Supervision” van het Bazels Comité voor het bankentoezicht;

    • b. de „Insurance Core Principles” van de International Association of Insurance Supervisors;

    • c. de „Objectives and Principles of Securities Regulation” van de International Organisation of Securities Commissions;

    • d. de „Agreement on Exchange of Information on Tax Matters” van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO);

    • e. het „Statement on Transparency and exchange of information for tax purposes” van de G20; alsmede

    • f. de „Veertig aanbevelingen inzake het witwassen van geld” en de „Negen bijzondere aanbevelingen inzake terrorismefinanciering” van de Financial Action Task Force.

  • 4 De partijen nemen nota van de „Ten Key Principles for Information Exchange” die door de ministers van Financiën van de G7-landen zijn aangenomen en zullen alles doen wat nodig is opdat deze beginselen onderling worden toegepast.

Artikel 184. Nieuwe financiële diensten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij staat verleners van financiële diensten uit de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen die soortgelijk zijn aan diensten voor het verlenen waarvan zij krachtens haar interne wetgeving onder vergelijkbare omstandigheden aan haar eigen verleners van financiële diensten toestemming zou verlenen. De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en de vergunning kan uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen, overeenkomstig artikel 182.

Artikel 185. Gegevensverwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij staat verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar haar grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.

  • 2 Lid 1 doet op generlei wijze afbreuk aan het recht van de partijen om persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer te beschermen, zolang dit recht niet wordt misbruikt om deze overeenkomst te omzeilen.

  • 3 Elke partij zorgt voor de vaststelling of handhaving van passende waarborgen voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de grondrechten en de vrijheid van natuurlijke personen, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens.

Artikel 186. Specifieke uitzonderingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden in het kader van een pensioenregeling van de overheid of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens de interne regelgeving van die partij in concurrentie met openbare instanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

  • 2 Geen enkele bepaling van deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere openbare instantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

  • 3 Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden voor rekening van of met garantiestelling door of gebruikmaking van de financiële middelen van de partij of haar openbare instanties.

Artikel 187. Zelfregulerende organisaties [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelname aan dan wel toegang tot een zelfregulerend lichaam, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, clearinmaatschappijen of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van de artikelen 144 en 150 worden nageleefd.

Artikel 188. Clearing- en betalingssystemen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Onder de voorwaarden voor toekenning van nationale behandeling als bedoeld in de artikelen 144 en 150, verschaft elke partij aan op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten van de andere partij toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt geen toegang te verschaffen tot de faciliteiten van kredietverstrekker in laatste instantie van een partij.

Artikel 189. Financiële stabiliteit en regulering van financiële diensten in de Republiek Armenië [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen erkennen het belang van een adequate regulering van de financiële diensten om de financiële stabiliteit, eerlijke en efficiënte markten en de bescherming van investeerders, depositohouders, polishouders of personen jegens wie door verleners van financiële diensten een fiduciaire verplichting is aangegaan, te garanderen. Voor deze regulering van de financiële diensten bieden de internationale normen voor beste praktijkstandaarden het algemene ijkpunt, met name de manier waarop zij worden toegepast in de Europese Unie. In die context past de Republiek Armenië haar regulering van de financiële diensten in voorkomend geval aan de wetgeving van de Europese Unie aan.

ONDERAFDELING VII. VERVOERSDIENSTEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]