Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de aanpassing [...] Eijsden-Margraten en Maastricht en de Belgische stad Wezet, Amsterdam, 28-11-2016[Regeling treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.]

Geldend van 28-11-2016 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de aanpassing van de grens tussen de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht en de Belgische stad Wezet

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de aanpassing van de grens tussen de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht en de Belgische stad Wezet [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds,

en

het Koninkrijk België, anderzijds,

hierna te noemen „de verdragsluitende partijen”,

Verwijzend naar:

Vaststellende dat door het rechttrekken en normaliseren van de Maas en andere werkzaamheden in de Maas in de loop van de decennia 1960–1980, bij de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht en de Belgische stad Wezet, zich door aanslibbing eilandjes hebben aangehecht aan de oevers van de Maas van zowel Nederland als België.

Overwegende dat hierdoor onduidelijk is geworden wat de gevolgen zijn voor de grens bij Eijsden-Margraten, Maastricht en Wezet in het licht van de Grensregeling van 1843.

Verlangende de grens tussen beide verdragsluitende partijen aan te passen aan de gewijzigde situatie als gevolg van het bovengenoemde rechttrekken en normaliseren van de Maas en de andere werkzaamheden in de Maas.

Gelet op het proces-verbaal van 30 augustus 2016 van de Belgisch-Nederlandse grenscommissie belast met het formuleren van een voorstel voor de afbakening van de rijksgrens tussen de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht, en de Belgische stad Wezet.

Komen het volgende overeen:

Artikel 1 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De grens tussen de verdragsluitende partijen, ter plaatse waar deze wordt doorsneden door de Maas, wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit verdrag gewijzigd overeenkomstig de volgende artikelen.

Artikel 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De grens gelegen tussen de grenspalen 45 en 49 zal voortaan het midden van de bedding van de Maas volgen.

  • 2 De grens verbindt meer bepaald, achtereenvolgens, en telkens over de kortste afstand, de volgende grenspunten: 45001 tot en met 45009, 46001 tot en met 46003, 47001 tot en met 47011, en 48001 tot en met 48006.

  • 3 De Belgische territoriale gebieden die aan de Nederlandse zijde van de nieuwe grens komen te liggen, worden overgedragen aan Nederland. De Nederlandse territoriale gebieden die aan de Belgische zijde van de nieuwe grens komen te liggen, worden overgedragen aan België.

Artikel 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De gewijzigde grenslijn en de onderscheiden overgedragen territoriale gebieden worden ter verduidelijking ingetekend op de als bijlage opgenomen kaart, die integrerend onderdeel uitmaakt van dit verdrag.

  • 2 De coördinaten van de grenspunten vermeld onder artikel 2 staan eveneens weergegeven op de als bijlage opgenomen kaart.

  • 3 De coördinaten van de grenspunten staan weergegeven onder de volgende drie geodetische coördinatensystemen: het Belgische Lambert systeem (LB 72), het Nederlandse systeem van driehoeksmeting (RD) en het Europees Terrestrisch Referentiesysteem (ETRS).

  • 4 Indien de metingen verschillende resultaten opleveren tussen deze drie geodetische coördinatensystemen, is het Europees Terrestrisch Referentiesysteem (ETRS) doorslaggevend.

Artikel 4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De Commissaris van de Koning in de provincie Limburg en de Gouverneur van de provincie Luik geven aan de permanente commissie belast met het onderhoud en de instandhouding van de grenspalen gelegen langs de grens tussen de Belgische provincie Luik en de Nederlandse provincie Limburg de bijzondere opdracht om over te gaan tot de eventuele herplaatsing van de grenspalen en hulpgrenspalen als zij dit overeenkomstig de gewijzigde grens nodig acht.

  • 2 Voor de uitvoering van deze opdracht wordt de permanente commissie uitgebreid met de burgemeesters van de betrokken steden of gemeenten of hun plaatsvervangers, en tijdelijk omgevormd tot een commissie ad hoc.

  • 3 Van de door haar verrichte werkzaamheden maakt deze ad hoc commissie een proces-verbaal op in achtvoudig origineel. Deze zijn aan zowel Nederlandse als Belgische zijde bestemd voor de Minister van Buitenlandse Zaken, het bestuur dat bevoegd is voor het kadaster, de in het eerste lid vermelde provincies en de in het tweede lid vermelde steden of gemeenten.

Artikel 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Het Koninkrijk der Nederlanden doet afstand van zijn rechten met betrekking tot het gebied dat tot Nederland behoorde en dat vanaf de inwerkingtreding van dit verdrag tot België behoort. Het Koninkrijk België doet afstand van zijn rechten met betrekking tot het gebied dat tot België behoorde en dat vanaf de inwerkingtreding van dit verdrag tot Nederland behoort.

Artikel 6 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Na de inwerkingtreding van dit verdrag dragen de verdragsluitende partijen elkaar de hypothecaire en kadastrale registers en bijbehorende akten, geschriften en kaarten, welke betrekking hebben op de over en weer afgestane gebieden, over. Indien het niet mogelijk is deze documenten in originele exemplaren over te dragen, gebeurt dit via gewaarmerkte afschriften of uittreksels uit deze registers. De verdragsluitende partijen letten erop dat de wederzijds bevoegde autoriteiten in onderling overleg de overdracht tot stand brengen.

Artikel 7 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Het openbaar vermogen met alle rechten, lasten en verplichtingen in de overgedragen territoriale gebieden bedoeld in artikel 2 van dit verdrag behoort toe aan de verdragsluitende partij waaraan deze gebieden zijn afgestaan.

  • 2 De in Nederland gelegen registergoederen en de in België gelegen onroerende goederen die deel uitmaken van de overgedragen gebieden bedoeld in artikel 2 van dit verdrag, gaan in eigendom over naar de verdragsluitende partij waaraan deze gebieden zijn overgedragen.

  • 3 De op het tijdstip van de grenswijziging bestaande rechten van particulieren met betrekking tot de overgedragen gebieden bedoeld in artikel 2 van dit verdrag zullen door de verdragsluitende partij waaraan deze gebieden zijn afgestaan, worden geëerbiedigd.

  • 4 Overschrijvingen in de hypothecaire en kadastrale registers welke in verband met de in artikel 2 van dit verdrag bedoelde gebiedsoverdracht verplichtend worden opgelegd binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van dit verdrag, zullen ambtshalve vrij van kosten, rechten en belastingen geschieden.

Artikel 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit verdrag treedt in werking op 1 januari van het jaar volgend op de dag van uitwisseling van de laatste kennisgeving van de verdragsluitende partijen betreffende de voltooiing van hun respectieve nationaal vereiste grondwettelijke of wettelijke procedures.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in twee exemplaren te Amsterdam, op 28 november 2016, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

A.G. KOENDERS

Voor het Koninkrijk België,

D. REYNDERS

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Gemeenschappelijke Verklaring bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voor de aanpassing van de grens tussen de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht en de Belgische stad Wezet [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

I. ALGEMEEN DEEL [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Deze Gemeenschappelijke Verklaring vormt een overeenstemming tussen Partijen als vermeld in artikel 31, tweede lid, onder a, van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht (23 mei 1969, Trb. 1972, 51, en BS 25 december 1993) en wordt door Partijen beschouwd als een primair middel van interpretatie.

De documenten die de voorbereidende werkzaamheden en de omstandigheden waaronder dit Verdrag werd gesloten weergeven, zoals het Proces-Verbaal van 30 augustus 2016 van de Belgisch-Nederlandse grenscommissie belast met het formuleren van een voorstel voor de afbakening van de rijksgrens tussen de Nederlandse gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht en de Belgische stad Wezet, kunnen als beleidsvoorbereidende documenten van niet-juridische aard, in geval van noodzaak, aanvullende middelen van uitleg vormen, in de zin van artikel 32 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht.

Voorgeschiedenis en inhoud Verdrag

Het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België ondertekenden op 24 februari 1961 het Verdrag tot verbetering van de verbinding tussen het Albertkanaal en het Julianakanaal waarin werd overeengekomen om de Maas recht te trekken en te normaliseren ter verbetering van de scheepvaart. De vereiste waterbouwkundige werkzaamheden werden in de daarop volgende jaren uitgevoerd (in de loop van de decennia 1960–1980). Als gevolg daarvan hebben zich eilandjes vastgehecht aan de oevers van de Maas van zowel België als Nederland.

Dit heeft tot moeilijkheden geleid bij de handhaving van de openbare orde (drugshandel en problemen van zedelijke aard) omdat onvoldoende duidelijk was welke staat bevoegd rechtsmacht kan uitoefenen op de aangehechte eilandjes.

Het is daarom wenselijk de grens, zoals vastgesteld in de op 8 augustus 1843 te Maastricht tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de grensscheiding, met Reglement voor het plaatsen van grenspalen („Grensregeling van 1843”) aan te passen.

Aangezien de bedding van de rivier verlegd werd zoals hierboven gesteld door het normaliseren in 1961, is de bruikbaarheid van het in de genoemde „Grensregeling van 1843” neergelegde thalwegbeginsel (dit is de lijn die de diepste punten in de rivier verbindt) komen te vervallen (zie artikel 11, paragraaf 5, van de „Grensregeling van 1843”), en heeft het de voorkeur uit te gaan van het middellijnbeginsel (dit is het midden van de nieuwe bedding van de genormaliseerde rivier).

Het toepassen van het middellijnbeginsel zorgt ervoor dat de Maas weer een grensrivier wordt op de plaatsen waar dit oorspronkelijk was voorzien in de „Grensregeling van 1843”, namelijk ter hoogte van de stad Wezet in België en de gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht in Nederland. De beide Maasoevers zullen op die plaatsen opnieuw volledig tot het territorium van Nederland dan wel België behoren.

Verder leidt de bouw van een nieuwe (vierde) sluis bij Ternaaien, die werd ingehuldigd op 13 november 2015, tot onduidelijkheid. Volgens de „Grensregeling van 1843” ligt genoemde vierde sluis op Belgisch grondgebied, maar de uitloper van de voorhaven op Nederlands grondgebied. Echter, op basis van het middellijnbeginsel, komt de genoemde vierde sluis evenals de voorhaven geheel op Belgisch grondgebied te liggen.

Op grond van artikel VI van het op 19 april 1839 te Londen tot stand gekomen Tractaat tussen Oostenrijk, Frankrijk, Groot-Brittannië, Pruisen en Rusland, enerzijds, en het Koninkrijk der Nederlanden, anderzijds, betreffende de scheiding van België, en op grond van het Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de scheiding der wederzijdse grondgebieden („Verdrag der XXIV artikelen van Londen van 19 april 1839”), dat een bijlage vormt bij het eerstgenoemde Tractaat, moeten wijzigingen van de grens worden voorbereid door commissarissen van beide landen. De bevindingen van de daartoe aangestelde commissarissen zijn vastgesteld bij een proces-verbaal van 30 augustus 2016.

Het genoemde proces-verbaal is de basis voor het onderhavige verdrag waarin de genoemde grenswijziging is opgenomen. De grens tussen België en Nederland zal tussen de grenspalen 45 en 49 in het midden van de Maas komen te liggen, dit in afwijking van het thalwegbeginsel. De bij het proces-verbaal gevoegde kaart geeft de precieze coördinaten weer van de gewijzigde grens.

Sinds januari 2014 hebben de in België en Nederland bevoegde autoriteiten overleg gepleegd om tot formele afspraken te komen betreffende enkele specifieke gevolgen van een grenswijziging, op het vlak van natuurbescherming, en tevens ruimtelijke ordening en waterbeheer. Dit werd verwezenlijkt met een memorandum van overeenstemming dat op 23 juni 2016 te Wezet werd ondertekend.

II. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 1 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De grenscorrectie betreft uitsluitend het grensgebied langs de Maas. De precieze invulling daarvan staat beschreven in de artikelen die volgen.

Artikel 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

In de plaats van het thalwegbeginsel, dat werd aanvaard in 1843, komt het middellijnbeginsel. De grens zal voortaan lopen langs het midden van de nieuwe bedding van de genormaliseerde rivier de Maas.

Er wordt gepreciseerd dat dit nieuwe principe van toepassing zal zijn in het gedeelte van de Maas dat loopt tussen de op het land gelegen grenspalen 45 en 49.

In de rivier zelf gaat het om de kortste afstand tussen grenspunten 45001 tot en met 45009, 46001 tot en met 46003, 47001 tot en met 47011, en 48001 tot en met 48006.

Het toepassen van het middellijnbeginsel zorgt ervoor dat de Maas weer een grensrivier wordt op de plaatsen waar dit oorspronkelijk was voorzien in 1843, namelijk ter hoogte van de stad Wezet in België en de gemeenten Eijsden-Margraten en Maastricht in Nederland. De beide Maasoevers zullen op die plaatsen opnieuw volledig tot het territorium van Nederland dan wel België behoren.

Artikel 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

In de bijlage bij dit verdrag is een kaart opgenomen die de nieuwe grenslijn en de krachtens dit verdrag overgedragen gebieden grafisch weergeeft.

Deze kaart geeft ook de coördinaten weer van de onder artikel 2 vermelde grenspunten. Deze coördinaten staan weergegeven op basis van drie geodetische coördinatensystemen, waarvan twee nationaal en één Europees. Als de metingen verschillende resultaten opleveren, zal het Europese systeem beslissend zijn.

Artikel 4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Het is mogelijk dat de grenspalen op het land dienen te worden herplaatst om in overeenstemming te zijn met de nieuwe grens.

Hiervoor zal een bijzonder en tijdelijk mandaat worden gegeven aan de permanente grenspalencommissie die op 15 september 2016 werd opgericht door de Commissaris van de Koning in de Provincie Limburg (Nederland) en de Gouverneur van de Provincie Luik (België).

Deze grenspalencommissie werd opgericht naar het voorbeeld van de permanente grenspalencommissie die in 1978 werd opgericht door de Commissaris van de Koningin in de Provincie Limburg (Nederland) en de Gouverneur van de Provincie Limburg (België).

Het herplaatsen van grenspalen vereist een bijzonder mandaat, waarbij de permanente commissie tijdelijk wordt omgevormd naar een ad-hoc commissie, waaraan ook de burgemeesters van de stad Wezet en de gemeenten Eijsden-Margraten en/of Maastricht zullen deelnemen.

Artikel 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Met de grenscorrectie vindt een wederzijdse overdracht van grondgebied en de daartoe behorende rechten tussen Nederland en België plaats.

Artikel 6 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Omdat voorzien is in de onderlinge overdracht van grondgebied en de daartoe behorende rechten, is het ook noodzakelijk om bepaalde officiële documenten onderling over te dragen.

Bij voorkeur worden originele documenten overgedragen, of desnoods gewaarmerkte afschriften. De overige modaliteiten van overdracht moeten onderling nog worden afgesproken door de bevoegde autoriteiten van beide landen.

Artikel 7 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit artikel regelt enkele gevolgen van de overdracht van de territoriale gebieden, vermeld in artikel 2, derde lid.

Het eerste lid beschrijft de overdracht van publieke soevereine rechten die op het grondgebied van de verdragsluitende partijen rusten.

Het tweede lid verwijst naar de overdracht van Nederlandse registergoederen en Belgische onroerende goederen.

Het derde lid bepaalt dat de bestaande rechten van particuliere personen blijvend dienen te worden gerespecteerd.

Het vierde lid bepaalt dat de noodzakelijke overschrijvingen in de hypothecaire en kadastrale gegevens binnen een maand na de datum van inwerkingtreding van het verdrag en kosteloos gebeuren.

Artikel 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit artikel regelt het tijdstip van inwerkingtreding van het verdrag.

GEDAAN in twee exemplaren te Amsterdam op 28 november 2016, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

A.G. KOENDERS

Voor het Koninkrijk België,

D. REYNDERS

Authentiek : FR

Traité entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume de Belgique visant à adapter la frontière entre les communes néerlandaises d'Eijsden-Margraten et de Maastricht et la ville belge de Visé [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Le Royaume des Pays-Bas, d'une part,

et

le Royaume de Belgique, d'autre part,

ci-après dénommés « les parties contractantes »,

Rappelant

Constatant que la rectification et la normalisation du tracé de la Meuse et d'autres travaux réalisés dans les décennies 1960 à 1980 ont entraîné, au niveau des communes néerlandaises d’Eijsden-Margraten et de Maastricht et de la ville belge de Visé, le rattachement d’îles aux rives néerlandaise et belge de la Meuse par des alluvions ;

Considérant qu’à la lumière du Traité frontalier de 1843, les conséquences pour la frontière au niveau d’Eijsden-Margraten, de Maastricht et de Visé sont incertaines ;

Désireux d'adapter la frontière entre les deux parties contractantes à la nouvelle situation résultant des travaux de rectification et de normalisation de la Meuse susmentionnés et des autres travaux dans la Meuse ;

Vu le procès-verbal du 30 août 2016 de la Commission frontalière belgo-néerlandaise chargée de formuler une proposition en vue de délimiter la frontière entre les communes néerlandaises d’Eijsden-Margraten et Maastricht et la ville belge de Visé ;

Sont convenus ce qui suit :

Article 1er [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dès l'entrée en vigueur du présent traité, la frontière entre les parties contractantes est modifiée à son point de rencontre avec la Meuse, conformément aux articles suivants.

Article 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 La frontière entre les bornes-frontières 45 et 49 suivra désormais le milieu du lit de la Meuse.

  • 2 La frontière relie notamment, et à chaque fois sur la distance la plus courte, les points-frontières successifs suivants : 45001 à 45009, 46001 à 46003, 47001 à 47011, et 48001 à 48006.

  • 3 Les parties de territoire belge se trouvant du côté néerlandais de la nouvelle frontière sont transférées aux Pays-Bas. Les parties de territoire néerlandais se trouvant du côté belge de la nouvelle frontière sont transférées à la Belgique.

Article 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 La frontière modifiée et les parties de territoire respectivement transférées sont reportées pour toute clarté sur la carte figurant en annexe, qui fait partie intégrante du présent traité.

  • 2 Les coordonnées des points-frontières mentionnés à l’article 2 sont également indiquées sur la carte en annexe.

  • 3 Les coordonnées des points-frontières sont exprimées dans les trois systèmes de coordonnées géodésiques suivants : le système belge Lambert (LB 72), le système de triangulation néerlandais (RD) et le système européen de référence terrestre (ETRS).

  • 4 Si les mesures de ces trois systèmes de coordonnées géodésiques fournissent des résultats différents, le résultat du système européen de référence terrestre (ETRS) prévaut.

Article 4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Le Commissaire du Roi de la Province du Limbourg et le Gouverneur de la Province de Liège donnent à la commission permanente, chargée de l’entretien et de la préservation des bornes-frontières sur la frontière entre la Province belge de Liège et la Province néerlandaise de Limbourg, la mission spécifique de procéder au replacement éventuel des bornes-frontières et des bornes auxiliaires qu’elle juge nécessaire, conformément à la frontière modifiée.

  • 2 Pour l’exécution de cette mission, la commission permanente est élargie aux bourgmestres des villes ou communes concernées ou à leurs suppléants, et temporairement transformée en commission ad hoc.

  • 3 Cette commission ad hoc rédige un procès-verbal de ses travaux effectués en huit exemplaires. Ils sont destinés, tant du côté néerlandais que du côté belge, au Ministre des Affaires étrangères, à l’administration compétente pour le cadastre, aux provinces mentionnées au premier paragraphe et aux villes ou communes mentionnées au deuxième paragraphe.

Article 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Le Royaume des Pays-Bas renonce à ses droits sur les parties de territoire qui appartenaient aux Pays-Bas et qui appartiennent à la Belgique à partir de l’entrée en vigueur du présent traité. Le Royaume de Belgique renonce à ses droits sur les parties de territoire qui appartenaient à la Belgique et qui appartiennent aux Pays-Bas à partir de l’entrée en vigueur du présent traité.

Article 6 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Après l’entrée en vigueur du présent traité, les parties contractantes s’échangeront les registres hypothécaires et cadastraux ainsi que les actes, les écrits et les cartes y afférents et relatifs aux parties de territoire cédées réciproquement. S’il n’est pas possible d’en remettre les versions originales, il en sera délivré des copies ou des extraits certifiées conformes des registres. Les parties contractantes veillent à la concertation entre les autorités compétentes des deux pays pour la réalisation du transfert.

Article 7 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Les biens publics avec tous les droits, charges et obligations qui s’y rattachent dans les parties de territoire transférées visées à l'article 2 du présent traité sont dévolus à la partie contractante à laquelle ces parties de territoire ont été cédées.

  • 2 Les biens cadastrés néerlandais et les biens immobiliers belges situés sur les parties de territoire transférées visées à l’article 2 du présent traité sont transférés à la partie contractante à laquelle ces parties de territoire ont été cédées.

  • 3 Les droits des particuliers existant au moment de la modification de la frontière et concernant les parties de territoire transférées visées à l’article 2 du présent traité seront respectés par la partie contractante à laquelle ces parties de territoire ont été cédées.

  • 4 Les transcriptions dans les registres hypothécaires et cadastraux, requises dans le cadre du transfert de territoire visé à l’article 2 du présent traité et devant être obligatoirement effectuées dans le mois qui suit la date de l’entrée en vigueur du présent traité, seront d’office nettes de tous frais, droits et taxes.

Article 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Le présent traité entre en vigueur au 1er janvier de l'année qui suit la date de l'échange de la dernière notification des parties contractantes relative à l’accomplissement de leurs procédures constitutionnelles ou légales respectives requises au niveau national.

EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés, ont signé le présent traité.

FAIT en deux exemplaires à Amsterdam, le 28 novembre 2016, en langues néerlandaise et française, les deux textes faisant également foi.

Pour le Royaume des Pays-Bas,

A.G. KOENDERS

Pour le Royaume de Belgique,

D. REYNDERS

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Déclaration commune annexée au Traité entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume de Belgique visant à adapter la frontière entre les communes néerlandaises d'Eijsden-Margraten et de Maastricht et la ville belge de Visé [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

I. PARTIE GÉNÉRALE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

La présente déclaration commune constitue un accord entre les parties, comme stipulé à l’article 31, deuxième paragraphe, sous a, de la Convention de Vienne sur le droit des traités (23 mai 1969, Trb. 1972, 51, et M.B. du 25 décembre 1993) et est considérée comme moyen principal d’interprétation par les deux parties.

Les documents qui donnent un aperçu des travaux préparatoires et des circonstances dans lesquelles le traité a été conclu, tels que le procès-verbal du 30 août 2016 de la Commission frontalière belgo-néerlandaise chargée de formuler une proposition en vue de délimiter la frontière entre les communes néerlandaises d’Eijsden-Margraten et de Maastricht et la ville belge de Visé, en tant que documents préparatoires de nature non juridique, peuvent servir, en cas de besoin, de moyens complémentaires d’interprétation au sens de l’article 32 de la Convention de Vienne sur le droit des traités.

Historique et contenu du Traité

Le 24 février 1961, le Royaume de Belgique et le Royaume des Pays-Bas ont conclu le traité en vue de l’amélioration de la liaison entre le canal Albert et le canal Juliana par lequel ils sont convenus de rectifier et de normaliser le tracé de la Meuse afin d’améliorer les conditions de navigation. Les travaux hydrauliques nécessaires ont été effectués au cours des années suivantes (durant les décennies 1960–1980). Ils ont entraîné un rattachement d’îles aux rives belge et néerlandaise de la Meuse.

Cet état de choses a occasionné des problèmes de maintien de l’ordre public (trafic de stupéfiants et problèmes de mœurs) en raison du manque de clarté quant à l’État ayant compétence juridictionnelle sur les îles rattachées.

Il est donc souhaitable d’adapter la frontière, comme l’établit la Convention de limites entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume de Belgique, y compris le Règlement pour l’abornement, conclue à Maastricht le 8 août 1843 (« Traité frontalier de 1843 »).

Étant donné que le lit fluvial a été déplacé, en raison de la normalisation de 1961, comme spécifié ci-dessus, l’utilisation du principe du thalweg (qui correspond à la ligne reliant les points les plus bas de la rivière) prévu dans le « Traité frontalier de 1843 » est devenue caduque (voir article 11, paragraphe 5, du « Traité frontalier de 1843 »), et il est préférable d’opter pour le principe de la ligne médiane (qui correspond au milieu du nouveau lit de la rivière normalisée).

Par l’application du principe de la ligne médiane, la Meuse redevient une rivière frontalière aux endroits initialement prévus par le « Traité frontalier de 1843 », à savoir à hauteur de la ville de Visé en Belgique et des communes d’Eijsden-Margraten et de Maastricht aux Pays-Bas. À ces endroits, les deux rives de la Meuse appartiendront à nouveau entièrement soit au territoire néerlandais soit au territoire belge.

De plus, la construction d’une nouvelle (quatrième) écluse à Lanaye, inaugurée le 13 novembre 2015, est source d’incertitude. À la lumière des dispositions du « Traité frontalier de 1843 », cette quatrième écluse se trouve sur le territoire belge, mais le prolongement de l’avant-port se situe sur le territoire néerlandais. Sur la base du principe de la ligne médiane, la quatrième écluse précitée ainsi que l’avant-port se retrouvent entièrement sur le territoire belge.

Conformément à l’article VI du Traité du 19 avril 1839, conclu à Londres entre l’Autriche, la France, la Grande-Bretagne, la Prusse et la Russie, d’une part, et le Royaume des Pays-Bas, d’autre part, relatif à la séparation de la Belgique, et conformément au Traité entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume de Belgique relatif à la séparation de leurs territoires respectifs (« Traité des XXIV articles de Londres du 19 avril 1839 ») qui constitue une annexe au Traité précité, toute modification de la frontière doit être préparée par des commissaires des deux pays. Les constatations des commissaires désignés à cet effet sont consignées dans le procès-verbal du 30 août 2016.

Le procès-verbal précité sert de base au traité dans lequel figure la modification de frontière. La frontière entre la Belgique et les Pays-Bas entre les bornes-frontières 45 et 49 sera établie au milieu de la Meuse, en dérogation au principe du thalweg. La carte jointe au procès-verbal mentionne les coordonnées précises de la frontière modifiée.

Depuis janvier 2014, les autorités belges et néerlandaises compétentes se sont concertées afin de parvenir à des accords formels sur diverses conséquences spécifiques d’une modification de la frontière, notamment dans les domaines de la protection de la nature, de l’aménagement du territoire et de la gestion des eaux. Cette concertation s’est concrétisée dans un protocole d’accord signé le 23 juin 2016 à Visé.

II. DISCUSSION ARTICLE PAR ARTICLE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Article 1er [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

La rectification de la frontière concerne uniquement la région frontalière le long de la Meuse. Sa portée est précisée dans les articles ci-après.

Article 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Le principe de la ligne médiane remplace le principe du thalweg, qui avait été accepté en 1843. La frontière suivra désormais le milieu du nouveau lit normalisé de la rivière la Meuse.

Il est précisé que ce nouveau principe sera d’application dans la partie de la Meuse qui coule entre les bornes-frontières terrestres 45 et 49.

Dans la rivière elle-même, il s’agit de la plus courte distance entre les points-frontières 45001 à 45009, 46001 à 46003, 47001 à 47011, et 48001 à 48006.

Par l’application du principe de la ligne médiane, la Meuse redevient une rivière frontalière aux endroits initialement prévus en 1843, à savoir à hauteur de la ville de Visé en Belgique et des communes d’Eijsden-Margraten et de Maastricht aux Pays-Bas. À ces endroits, les deux rives de la Meuse appartiendront à nouveau entièrement soit au territoire néerlandais soit au territoire belge.

Article 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

En annexe au présent traité est jointe une carte qui représente graphiquement la nouvelle frontière et les parties de territoire transférées en vertu du traité.

Cette carte reprend également les coordonnées des points-frontières mentionnés à l’article 2. Ces coordonnées sont indiquées sur la base de trois systèmes de coordonnées géodésiques, dont deux nationaux et un européen. Si les mesures fournissent des résultats différents, le résultat du système européen prévaudra.

Article 4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Il est possible que les bornes-frontières terrestres doivent être déplacées afin d’être conformes à la nouvelle frontière.

Un mandat spécial temporaire sera octroyé à cet effet à la commission permanente des bornes-frontières, créée le 15 septembre 2016 par le Commissaire du Roi de la Province du Limbourg (Pays-Bas) et le Gouverneur de la Province de Liège (Belgique).

Cette commission des bornes-frontières a été créée selon l’exemple de la commission permanente des bornes-frontières fondée en 1978 par le Commissaire de la Reine de la Province du Limbourg (Pays-Bas) et le Gouverneur de la Province de Liège (Belgique).

Le déplacement des bornes-frontières exige un mandat spécial, par lequel la commission permanente est temporairement transformée en commission ad hoc, à laquelle les bourgmestres de la ville de Visé et des communes d’Eijsden-Margraten et/ou de Maastricht participeront également.

Article 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

La rectification de la frontière implique le transfert réciproque des parties de territoire et des droits qui en découlent entre les Pays-Bas et la Belgique.

Article 6 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Compte tenu du transfert réciproque du territoire et des droits qui en découlent, il est nécessaire de se transmettre également certains documents officiels.

Les documents transférés seront de préférence des originaux, ou, le cas échéant, des copies certifiées conformes. Les autres modalités de transfert doivent encore être convenues entre les autorités compétentes des deux pays.

Article 7 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Ledit article régit certains effets du transfert de parties de territoire mentionné à l’article 2, troisième paragraphe.

Le premier paragraphe décrit la transmission des droits publics souverains liés au territoire des parties contractantes.

Le deuxième paragraphe se réfère à la transmission des biens cadastrés néerlandais et des biens immobiliers belges.

Le troisième paragraphe détermine que les droits existants des particuliers doivent continuer à être respectés.

Le quatrième paragraphe stipule que les transcriptions des données hypothécaires et cadastrales requises ont lieu dans le mois qui suit la date de l’entrée en vigueur du traité et sont gratuites.

Article 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Ledit article fixe la date d’entrée en vigueur du traité.

FAIT en deux exemplaires à Amsterdam, le 28 novembre 2016, en langues néerlandaise et française, les deux textes faisant également foi.

Pour le Royaume des Pays-Bas,

A.G. KOENDERS

Pour le Royaume de Belgique,

D. REYNDERS