Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van [...] Gemeenschap van België betreffende de coproductie van films, Brussel, 25-02-2016[Regeling treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.]

Geldend van 25-02-2016 t/m heden

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Gemeenschap van België betreffende de coproductie van films

Authentiek : NL

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Gemeenschap van België betreffende de coproductie van films [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Franse Gemeenschap van België

Hierna te noemen: „de partijen”,

  • Zich bewust van de bijdrage die hoogwaardige audiovisuele coproducties zouden kunnen leveren aan de ontwikkeling van filmindustrieën alsmede aan de bevordering van de economische en culturele uitwisseling tussen de partijen;

  • Gelet op het Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie waaraan de verdragsluitende partijen gebonden zijn;

  • Overwegende dat het wenselijk is een kader vast te stellen voor bilaterale betrekkingen op het gebied van film en, meer bepaald, voor hun coproducties;

  • Ervan overtuigd dat deze culturele en economische samenwerking zal bijdragen aan het smeden van nauwere banden tussen de beide partijen;

  • Overwegende de institutionele veranderingen die in België hebben plaatsgevonden en, meer bepaald, de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, waarbij aan de Gemeenschappen exclusieve bevoegdheden zijn toegekend omtrent aangelegenheden die binnen hun mandaat vallen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De bevoegde autoriteiten erkennen coproducties waarop dit Verdrag van toepassing is. De bevoegde autoriteit in de Franse Gemeenschap van België is het Centre du Cinéma et de l’Audiovisuel en de bevoegde autoriteit in Nederland is het Nederlands Filmfonds.

  • 2 De partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van wijzigingen van hun bevoegde autoriteiten.

Artikel 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Binnen het kader van dit Verdrag wordt onder het begrip „film”, ongeacht de duur, het medium en het genre (met name speelfilm, animatie, documentaire), verstaan alle films die voldoen aan de wet- en regelgeving die van toepassing is op de filmindustrie op het grondgebied van elk van de partijen en die primair worden geproduceerd om in filmtheaters en bioscopen te worden vertoond.

  • 2 Uitsluitend indien de nationale wet- en regelgeving van beide partijen daarin voorzien, zijn de bepalingen van het Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op coproducties voor televisie, video en andere categorieën van audiovisuele werken.

  • 3 Op terminologie gebruikt maar niet omschreven in dit Verdrag, zijn de bepalingen van toepassing van het op 2 oktober 1992 in Straatsburg gesloten Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie dan wel herzieningen van dat verdrag die door beide partijen zijn goedgekeurd.

Artikel 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De films die in het kader van dit Verdrag worden gecoproduceerd, worden door de bevoegde autoriteiten van elk van de partijen aangewezen als nationale films, overeenkomstig de toepasselijke wet- en regelgeving op het grondgebied van elk van de partijen.

  • 2 De coproducenten van films die binnen het kader van dit Verdrag worden gecoproduceerd hebben toegang tot ondersteuning en andere financiële voordelen op het grondgebied van elk van de partijen overeenkomstig hun nationale wet- en regelgeving.

  • 3 De bevoegde autoriteiten doen elkaar de teksten toekomen van de nationale wet- en regelgeving van elk van de partijen voor zover die betrekking hebben op ondersteuning en financiële voordelen voor films. Indien deze teksten op enigerlei wijze door een van de partijen worden gewijzigd, verplichten de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende partij zich ertoe de inhoud van die wijziging te doen toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de andere partij.

Artikel 4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De coproducenten van films die binnen het kader van dit Verdrag worden geproduceerd dienen hun hoofdvestiging dan wel een nevenvestiging te hebben op het grondgebied van een van de partijen.

Artikel 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De voordelen die met dit Verdrag inzake coproductie worden beoogd, worden toegekend aan coproducenten die over een voldoende toegeruste financiële en technische organisatie en voldoende professionele kwalificaties en ervaring beschikken. De beide partijen houden elkaar via hun bevoegde autoriteiten op de hoogte van deze erkenning.

Artikel 6 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Ieder verzoek aan de desbetreffende bevoegde autoriteiten om voorlopige toegang tot de voordelen uit hoofde van dit Verdrag voor een gecoproduceerde film wordt gedaan met inachtneming van de door iedere partij verplichte procedures en van de minimale voorwaarden vervat in de Bijlage bij dit Verdrag (voorlopige goedkeuring).

  • 2 Voor definitieve toegang tot de voordelen van dit Verdrag dienen gecoproduceerde films uiterlijk binnen vier maanden nadat zij voor vertoning in filmtheaters en bioscopen op het grondgebied van een van de partijen zijn vrijgegeven, te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de voorwaarden vervat in de Bijlage bij dit Verdrag (definitieve goedkeuring).

  • 3 De bevoegde autoriteiten doen elkaar alle informatie toekomen over de toewijzing dan wel weigering, wijziging of intrekking van een verzoek om toegang. Alvorens een verzoek te weigeren, treden beide bevoegde autoriteiten met elkaar in overleg.

  • 4 Voorlopige of definitieve goedkeuring kan uitsluitend met wederzijdse instemming van beide bevoegde autoriteiten worden ingetrokken in het geval van substantiële wijzigingen in de artistieke, financiële of technische kenmerken van de gecoproduceerde film zoals omschreven in het verzoek om voorlopige of definitieve goedkeuring.

Artikel 7 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Het aandeel van de respectieve bijdragen van de coproducent(en) van elk van de partijen in een gecoproduceerde film bedraagt ten minste 10% (tien procent) en ten hoogste 90% (negentig procent) van de totale productiekosten van de film.

  • 2 Elke coproducent levert een doelmatige artistieke en technische bijdrage en voldoet aan de desbetreffende voorwaarden van elk van de partijen.

  • 3 De deelname van de coproducent met de kleinste inbreng bestaat ten minste uit:

    • 1. een auteur of een hoofd van een departement; en

    • 2. één hoofdrolspeler dan wel twee acteurs die bijrollen vervullen of, na voorafgaande instemming van de bevoegde autoriteit, een tweede auteur of een tweede hoofd van een departement.

  • 4 Wanneer een van de coproducenten slechts deelneemt door middel van een financiële bijdrage is de desbetreffende gecoproduceerde film uitgesloten van de voordelen uit hoofde van dit Verdrag.

Artikel 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De belangrijkste artistieke en technische functies in een gecoproduceerde film worden bekleed door personen in de volgende categorieën:

    Wat betreft de Franse Gemeenschap in België:

    • personen met de Belgische nationaliteit; of

    • personen die deel uitmaken van de Franse Gemeenschap in België en hun vaste woonplaats in België hebben; of

    • personen met de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie; of

    • personen met de nationaliteit van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 (hierna te noemen: de EER-Overeenkomst).

    Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden:

    • personen met de Nederlandse nationaliteit; of

    • personen die hun vaste woonplaats in het deel van het Koninkrijk der Nederlanden hebben bedoeld in artikel 17, vierde lid; of

    • personen met de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie; of

    • personen met de nationaliteit van een andere staat die partij is bij de EER-Overeenkomst.

  • 2 Bij iedere gecoproduceerde film zijn de voornaamste artistieke en technische professionals afkomstig uit een van de partijen. Het aandeel in en de samenstelling van de belangrijkste artistieke en technische professionals van elk van de partijen wordt door middel van onderhandelingen tussen de coproducenten bepaald voordat de film voor voorlopige goedkeuring aan de bevoegde autoriteiten van de beide partijen wordt voorgelegd.

  • 3 Personen die niet behoren tot een van de in het eerste lid van dit artikel genoemde categorieën kunnen, wanneer de film dit vereist, bij wijze van uitzondering worden aanvaard als de gelijken van personen die wel deel uitmaken van een van de in het eerste lid van dit artikel genoemde categorieën na overeenstemming tussen de beide bevoegde autoriteiten.

  • 4 De partijen komen overeen dat ook wanneer een film wordt gecoproduceerd met een of meer coproducenten uit andere staten waarmee een van de partijen een coproductieovereenkomst of -verdrag heeft gesloten, de bevoegde autoriteiten per geval kunnen besluiten voor die film toegang te verlenen tot de voordelen uit hoofde van dit Verdrag. Het aandeel van de bijdragen van een staat aan een dergelijke coproductie is ten minste 10% (tien procent) en ten hoogste 80% (tachtig procent) van de totale productiekosten van de film.

  • 5 Het maken van studio-opnamen en het filmen op locatie voor een gecoproduceerde film vindt bij voorkeur plaats in een studio op het grondgebied van een van de (of beide) partijen, dan wel in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere lidstaat die partij is bij de EER-Overeenkomst. De bevoegde autoriteiten van beide partijen kunnen, wanneer het script of de oorspronkelijke plaats van handeling in de film zulks vereist, om redenen van artistieke aard besluiten dat het filmen op locatie elders geschiedt.

  • 6 Van elke gecoproduceerde film worden twee ondertitelde versies gemaakt: een Franstalige en een Nederlandstalige. De dialogen kunnen andere talen omvatten indien het script dat vereist.

Artikel 9 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Er dient over de gehele linie een evenwicht te worden bewaard tussen de partijen ten aanzien van de betrokkenheid van acteurs en artistieke professionals en de financiële en technische bijdrage (studio’s, laboratoria en postproductie) van de beide partijen. Dit evenwicht wordt gecontroleerd en geëvalueerd door de in artikel 14, tweede lid genoemde gemengde commissie.

  • 2 Ten behoeve van deze controle en evaluatie stellen de bevoegde autoriteiten van beide partijen op basis van het dossier voor de procedure inzake de toegang van een film tot de voordelen uit hoofde van dit Verdrag een overzicht op van alle subsidies en financieringsbronnen.

Artikel 10 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Om aanspraak te kunnen maken op de voordelen uit hoofde van dit Verdrag dienen de coproducenten gezamenlijk eigenaar te zijn van de materiële onderdelen van de film, met inbegrip van de filmmaster, en alle overige bronmaterialen van de gecoproduceerde film. Voorts heeft iedere coproducent het recht kopieën van de gecoproduceerde film te maken voor exploitatie in zijn eigen land. Het filmmateriaal wordt bewaard op een door de coproducenten onderling overeen te komen locatie die voor ieder van hen toegankelijk is.

Artikel 11 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De titelrol, trailers en al het promotiemateriaal voor in het kader van dit Verdrag gecoproduceerde films dienen de status van de film als officiële coproductie van Nederland en de Franse Gemeenschap van België te vermelden.

Artikel 12 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De verdeling van alle opbrengsten uit de exploitatie van een film die in het kader van dit Verdrag is gecoproduceerd, geschiedt in principe naar rato van de bijdrage van elk van de coproducenten. Mits met redenen omkleed kunnen bijdragen met betrekking tot acteren en artistieke en technische betrokkenheid in aanmerking worden genomen.

  • 2 Onverminderd het in het eerste lid van dit artikel vermelde beginsel kunnen de coproducenten ervoor kiezen in plaats van de opbrengsten, het grondgebied te verdelen waarvan zij alle opbrengsten ontvangen, of een combinatie van beide formules toe te passen, met inachtneming van de uiteenlopende omvang van de bestaande markten op het grondgebied van de partijen.

  • 3 De bevoegde autoriteiten streven naar afstemming van de regelingen voor toewijzing van opbrengsten voor terugbetaling van ondersteuning en andere financiële voordelen die door de partijen conform hun nationale procedures en regels worden verstrekt.

Artikel 13 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De overeenkomst tussen de coproducenten dient te voorzien in een regeling ten aanzien van de opbrengsten die worden gegenereerd met de internationale verkoop en distributie van de in het kader van dit Verdrag gecoproduceerde film.

  • 2 De partijen komen overeen de meest geschikte middelen te gebruiken om de distributie en promotie van de gecoproduceerde films op hun grondgebied te bevorderen.

  • 3 De partijen komen overeen de meest geschikte middelen te gebruiken om publiciteit te genereren voor de in het kader van dit Verdrag gecoproduceerde films en deze onder de aandacht van het publiek te brengen tijdens nationale filmfestivals, filmopleidingen, programma’s ter bevordering van deelname aan filmfestivals en andere culturele evenementen.

  • 4 Voor de presentatie van in het kader van dit Verdrag gecoproduceerde films op filmfestivals ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de coproducent met de grootste inbreng, tenzij anders is overeengekomen tussen de coproducenten.

Artikel 14 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De bevoegde autoriteiten stellen elkaar in kennis van de toepassing van dit Verdrag teneinde problemen op te lossen in verband met de interpretatie van de bepalingen van dit Verdrag. Voorts doen de bevoegde autoriteiten van beide partijen ter versterking van de samenwerking tussen de partijen via dit Verdrag per geval een voorstel voor wijziging van dit Verdrag in het belang van de partijen.

  • 2 Er wordt een gemengde commissie ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van de regeringen van de partijen, de bevoegde autoriteiten en de filmindustrie, dat de toepassing van het Verdrag zal toetsen en evalueren en eventuele wijzigingen zal aanbevelen.

  • 3 De gemengde commissie komt eenmaal per twee jaar bijeen, afwisselend in Nederland en in de Franse Gemeenschap van België.

  • 4 Voorts komt de gemengde commissie bijeen binnen 3 (drie) maanden na een verzoek daartoe door een van de partijen, met name in het geval van een relevante wetswijziging bij een van de partijen of wanneer er ernstige problemen zijn ontstaan bij de toepassing van dit Verdrag.

  • 5 De bevoegde autoriteiten wisselen alle informatie met elkaar uit ten aanzien van coproductie, uitwisseling van films en alle algemene details omtrent de cinematografische betrekkingen tussen de partijen.

Artikel 15 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De Bijlage bij dit Verdrag maakt integraal onderdeel uit van dit Verdrag.

  • 2 De bevoegde autoriteiten besluiten gezamenlijk over gedetailleerde maatregelen binnen het kader van dit Verdrag teneinde de uitvoering en toepassing van dit Verdrag te bevorderen.

Artikel 16 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Iedere wijziging van het Verdrag wordt door de partijen gezamenlijk overeengekomen en treedt in werking overeenkomstig artikel 17, tweede lid.

  • 2 Eventuele wijzigingen van de Bijlage bij dit Verdrag worden, niettegenstaande het eerste lid van dit artikel, overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten door middel van een diplomatieke notawisseling en treden in werking op de in die nota vermelde datum.

Artikel 17 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Dit Verdrag wordt gesloten voor onbepaalde tijd.

  • 2 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de grondwettelijke of nationale voorwaarden voor inwerkingtreding is voldaan.

  • 3 Dit Verdrag blijft van kracht tenzij het door een van de partijen wordt opgezegd. Elke partij kan dit Verdrag via een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg opzeggen. Zes maanden na de ontvangst van een dergelijke kennisgeving van de andere partij houdt dit Verdrag op van kracht te zijn. Beëindiging van dit Verdrag heeft geen gevolgen voor de voltooiing van coproducties die reeds voor de beëindiging van dit Verdrag waren goedgekeurd.

  • 4 Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 18 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Zodra dit Verdrag in werking treedt, treedt de briefwisseling houdende vaststelling van een addendum bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de culturele en intellectuele betrekkingen (Brussel, 26 maart 1969) buiten werking.

GEDAAN in tweevoud te Brussel op 25 februari 2016 in de Nederlandse en de Franse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

JET BUSSEMAKER,

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Voor de Regering van de Franse Gemeenschap van België,

JOËLLE MILQUET,

Vice-President, Minister van Onderwijs, Cultuur en Kind

RUDY DEMOTTE,

Minister-President

Bijlage [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1) Voorlopige goedkeuring

    Teneinde toegang tot dit Verdrag te verkrijgen dienen de coproducenten van elk van beide partijen hun verzoek om toegang uiterlijk 30 dagen voordat met het filmen wordt begonnen vergezeld te doen gaan van een aan de bevoegde autoriteiten geadresseerd bestand met daarin:

    • een document inzake de verwerving van de auteursrechten voor exploitatie van de film;

    • een beknopte inhoud met nauwkeurige informatie over de aard van het onderwerp van de film;

    • een lijst van de beoogde cast en crew (de bij de film betrokken artistieke en technische professionals);

    • het voorlopige werkplan met een indicatie van het aantal dagen en/of weken dat het filmen zal duren (in de studio en daarbuiten) en van de landen (of regio’s) waar de opnamen zullen plaatsvinden;

    • een geraamde en gedetailleerde begroting en een financieel plan, met inbegrip van de kosten en middelen van elke partij;

    • de coproductieovereenkomst(en);

    • elk ander document dat de bevoegde autoriteiten verlangen om de artistieke, technische en financiële aspecten van de film te kunnen onderzoeken.

    De bevoegde autoriteit van de partij met de kleinste inbreng verleent pas haar goedkeuring na ontvangst van het advies van de bevoegde autoriteit van de partij met de grootste inbreng.

  • 2) Definitieve goedkeuring

    Uiterlijk vier maanden na vrijgave voor vertoning in filmtheaters en bioscopen op het grondgebied van een van de partijen dienen de producenten bij hun bevoegde autoriteiten een bestand in met daarin:

    • een actuele versie van het voorlopige bestand;

    • overeenkomsten met of bevestigingen van deelname van de regisseur, cast en crew die door de betrokken coproducent zijn ondertekend;

    • plannen voor promotie en distributie binnen en buiten het bioscoopcircuit;

    • de opening credits en aftiteling.