Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag betreffende de invoering van of de handhaving van methodes tot vaststelling van minimum lonen, Genève, 16-06-1928

Geldend van 13-11-1964 t/m heden

Verdrag betreffende de invoering van of de handhaving van methodes tot vaststelling van minimum lonen

Authentiek : EN

LEAGUE OF NATIONS

INTERNATIONAL LABOUR CONFERENCE.
Convention concerning the creation of minimum wage fixing machinery.

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Eleventh Session on 30 May 1928, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to minimum wage fixing machinery, which is the first item on the Agenda of the Session, and

Having determined that these proposals shall take the form of an international convention,

adopts, this sixteenth day of June of the year one thousand nine hundred and twenty eight, the following Convention, which may be cited as the Minimum Wage-Fixing Machinery Convention, 1928, for ratification by the Members of the International Labour Organisation, in accordance with the provisions of the Constitution of the International Labour Organisation:

Article 1

  • 1 Each Member of the International Labour Organisation which ratifies this Convention undertakes to create or maintain machinery whereby minimum rates of wages can be fixed for workers employed in certain of the trades or parts of trades (and in particular in home working trades) in which no arrangements exist for the effective regulation of wages by collective agreement or otherwise and wages are exceptionally low.

  • 2 For the purpose of this Convention the term „trades” includes manufacture and commerce.

Article 2

Each Member which ratifies this Convention shall be free to decide, after consultation with the organisations, if any, of workers and employers in the trade or part of trade concerned, in which trades or parts of trades, and in particular in which home working trades or parts of such trades, the minimum wage fixing machinery referred to in Article 1 shall be applied.

Article 3

  • 1 Each Member which ratifies this Convention shall be free to decide the nature and form of the minimum wage fixing machinery, and the methods to be followed in its operation:

  • 2 Provided that

    • (1) Before the machinery is applied in a trade or part of trade, representatives of the employers and workers concerned, including representatives of their respective organisations, if any, shall be consulted as well as any other persons, being specifically qualified for the purpose by their trade or functions, whom the competent authority deems it expedient to consult;

    • (2) The employers and workers concerned shall be associated in the operation of the machinery, in such manner and to such extent, but in any case in equal numbers and on equal terms, as may be determined by national laws or regulations;

    • (3) Minimum rates of wages which have been fixed shall be binding on the employers and workers concerned so as not to be subject to abatement by them by individual agreement, nor, except with the general or particular authorisation of the competent authority, by collective agreement.

Article 4

  • 1 Each Member which ratifies this Convention shall take the necessary measures, by way of a system of supervision and sanctions, to ensure that the employers and workers concerned are informed of the minimum rates of wages in force and that wages are not paid at less than these rates in cases where they are applicable.

  • 2 A worker to whom the minimum rates are applicable and who has been paid wages at less than these rates shall be entitled to recover, by judicial or other legalised proceedings, the amount by which he has been underpaid, subject to such limitation of time as may be determined by national laws or regulations.

Article 5

Each Member which ratifies this Convention shall communicate annually to the International Labour Office a general statement giving a list of the trades or parts of trades in which the minimum wage fixing machinery has been applied, indicating the methods as well as the results of the application of the machinery and, in summary form, the approximate numbers of workers covered, the minimum rates of wages fixed, and the more important of the other conditions, if any, established relevant to the minimum rates.

Article 6

The formal ratifications of this Convention under the conditions set forth in the Constitution of the International Labour Organisation shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article 7

  • 1 This Convention shall be binding only upon those members whose ratifications have been registered with the International Labour Office.

  • 2 It shall come into force twelve months after the date on which the ratifications of two Members of the International Labour Organisation have been registered with the Director-General.

  • 3 Thereafter, this Convention shall come into force for any Member twelve months after the date on which its ratification has been registered.

Article 8

As soon as the ratifications of two Members of the International Labour Organisation have been registered with the International Labour Office, the Director-General of the International Labour Office shall so notify all the Members of the International Labour Organisation. He shall likewise notify them of the registration of ratifications which may be communicated subsequently by other Members of the Organisation.

Article 9

  • 1 A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention first comes into force, by an act communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration. Such denunciation shall not take effect until one year after the date on which it is registered with the International Labour Office.

  • 2 Each Member which has ratified this Convention and which does not, within the year following the expiration of the period of ten years mentioned in the preceding paragraph, exercise the right of denunciation provided for in this Article, will be bound for another period of five years, and, thereafter, may denounce this Convention at the expiration of each period of five years under the terms provided for in this Article.

Article 10

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article 11

The French and English texts of this Convention shall both be authentic.

Vertaling : NL

VOLKENBOND.

INTERNATIONALE ARBEIDSCONFERENTIE.
Verdrag betreffende de invoering of de handhaving van methoden tot vaststelling van minimumloonen.

De Algemeene Conferentie van de Internationale Organisatie van den Arbeid, door den Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 30 Mei 1928, in hare elfde zitting, besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende methoden van vaststelling van minimumloonen, welk onderwerp het eerste punt van de agenda der zitting is, en besloten hebbende, dat deze voorstellen den vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

neemt heden, den 16en Juni 1928, het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden “Verdrag betreffende de invoering of de handhaving van methoden tot vaststelling van minimumloonen, 1928”, ter bekrachtiging door de leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid, zulks overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

Artikel 1

  • 1 Elk lid van de Internationale Organisatie van den Arbeid, dat dit verdrag bekrachtigt, verbindt zich om in te voeren of te handhaven methoden, welke het mogelijk maken om minimumloonen vast te stellen voor de arbeiders, werkzaam in industrieën of takken van industrie (en in het bijzonder in de huisindustrie), waar geen doeltreffend stelsel voor de vaststelling van loonen door collectief contract of anderszins bestaat, en waarin de loonen buitengewoon laag zijn.

  • 2 Onder „industrieën” worden voor de toepassing van dit verdrag verstaan zoowel de industrie als de handel.

Artikel 2

Elk lid, dat dit verdrag bekrachtigt, is vrij om na raadpleging van de werkgevers- en arbeidersorganisaties, indien die voor de betrokken industrie of tak van industrie bestaan, te beslissen, op welke industrieën of takken van industrie en in ’t bijzonder op welke huisindustrieën of welke takken van huisindustrie de methoden tot vaststelling van minimumloonen, als bedoeld bij artikel 1, toegepast zullen worden.

Artikel 3

Elk lid, dat dit verdrag bekrachtigt, is vrij in het bepalen van de methode van vaststelling van minimumloonen, zoo ook in de wijze van toepassing daarvan, behoudens dat:

  • 1°. voordat tot toepassing dier methoden op eene industrie of een bepaalden tak van eene industrie wordt overgegaan, de vertegenwoordigers van de betrokken werkgevers en arbeiders geraadpleegd moeten worden, daaronder begrepen de vertegenwoordigers van hunne onderscheidene organisaties, indien zulke organisaties bestaan, zoomede alle andere personen, die in het bijzonder op dit punt deskundig zijn door hun beroep of hunne werkzaamheden en tot wie de bevoegde autoriteit het wenschelijk acht zich te wenden;

  • 2°. de betrokken werkgevers en arbeiders deel moeten hebben aan de toepassing van die methoden op de wijze en in de mate, welke de nationale wet zal bepalen, echter in elk geval in gelijken getale en op voet van gelijkheid;

  • 3°. de vastgestelde minimumloonen zoowel voor de betrokken werkgevers als voor de arbeiders bindend zijn; zij zullen noch bij individueele overeenkomsten door hen kunnen worden verlaagd, noch bij collectieve overeenkomsten, tenzij krachtens algemeene of bijzondere machtiging van de bevoegde autoriteit.

Artikel 4

  • 1 Elk lid, dat dit verdrag bekrachtigt, moet de noodige maatregelen nemen, door middel van de instelling van een systeem van contrôle en waarborgen, opdat eenerzijds de betrokken werkgevers en arbeiders kennis krijgen van de geldende minimumloonen en anderzijds de loonen, die inderdaad betaald worden, niet lager zijn dan de minimumloonen, die van toepassing zijn.

  • 2 Elke arbeider, voor wien de vastgestelde minimumloonen gelden en die loon ontvangen heeft lager dan het vastgestelde minimum, moet het recht hebben om langs gerechtelijken of anderen wettelijken weg het bedrag van het loon, dat hem nog verschuldigd is, in te vorderen binnen een termijn, die vastgesteld kan worden door de nationale wet.

Artikel 5

Elk lid, dat dit verdrag bekrachtigt, moet elk jaar aan het Internationaal Arbeidsbureau eene algemeene opgave doen van de industrieën of takken van industrie, waarop de methoden van vaststelling van minimumloonen toegepast zijn, en moet aangeven de wijzen van toepassing van de methoden, zoo ook de resultaten. Die opgave moet summiere gegevens bevatten omtrent het aantal arbeiders, dat bij benadering valt onder de regeling, de hoogte van de vastgestelde loonen en — zoo noodig — de andere belangrijkste maatregelen betreffende de minimumloonen.

Artikel 6

De officieele bekrachtigingen van dit verdrag, overeenkomstig het bepaalde in het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, zullen worden medegedeeld aan den Directeur-Generaal van het Internationale Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.

Artikel 7

  • 1 Dit verdrag zal slechts verbindend zijn voor de leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid, die hunne bekrachtiging door den Directeur-Generaal hebben doen inschrijven.

  • 2 Het zal van kracht worden twaalf maanden, nadat de bekrachtigingen van twee leden door den Directeur-Generaal zullen zijn ingeschreven.

  • 3 Het zal van kracht worden twaalf maanden, nadat de bekrachtigingen van twee leden door den Directeur-Generaal zullen zijn ingeschreven.

  • 4 Vervolgens zal dit verdrag voor ieder der andere leden in werking treden twaalf maanden na den datum, waarop de bekrachtiging van dat lid door het Internationaal Arbeidsbureau zal zijn ingeschreven.

Artikel 8

Zoodra de bekrachtigingen van twee leden der Internationale Organisatie van den Arbeid door het Internationaal Arbeidsbureau zijn ingeschreven, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeeling doen aan alle leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid. Hij zal hen eveneens in kennis stellen met de inschrijvingen van de bekrachtigingen, die hem later door andere leden der Organisatie zullen worden medegedeeld.

Artikel 9

  • 1 Ieder lid, dat dit verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na den datum, waarop dit verdrag van kracht begint te worden, zulks bij eene verklaring, toegezonden aan den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door dezen in te schrijven. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar, nadat zij door het Internationaal Arbeidsbureau is ingeschreven.

  • 2 Ieder lid, dat dit verdrag heeft bekrachtigd, dat binnen den termijn van een jaar na verloop van den termijn van tien jaar, bedoeld in het vorig lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, zal voor een nieuwen termijn van vijf jaren gebonden zijn en zal in het vervolg dit verdrag kunnen opzeggen na verloop van elken termijn van vijf jaren onder de voorwaarde, bedoeld in dit artikel.

Artikel 10

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 11

Zoowel de Fransche als de Engelsche tekst van dit verdrag is authentiek.