Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië betreffende de eigendom en het onderhoud van onderzeese kabels, 's-Gravenhage, 05-04-1898

Geldend van 01-01-1897 t/m heden

Verdrag tussen Nederland en Groot-Brittannië betreffende de eigendom en het onderhoud van onderzeese kabels

Authentiek : NL

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en in HoogstDerzelver naam Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk, en Hare Majesteit de Koningin van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Ierland, Keizerin van Indië, wenschende dat de twee onderzeesche telegraafkabels, zoowel als alle nieuwe onderzeesche kabels, hetzij voor telegraphische, hetzij voor telephonische doeleinden, welke de kusten van de twee landen verbinden of zullen verbinden, in den vervolge het gemeenschappelijk eigendom van detwee landen zullen zijn, hebben, tot het aangaan van een verdrag, daartoe als HoogstDerzelver Gevolmachtigden aangewezen:

Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk der Nederlanden, den heer WILLEM HENDRIK DE BEAUFORT, Minister van Buitenlandsche Zaken,

en Hare Majesteit de Koningin van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Ierland, Keizerin van Indië, den heer HENRY HOWARD, HoogstDerzelver Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister bij het Nederlandsche Hof,

die, na overlegging van hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen:

Artikel 1

De overeenkomst van den 15den Maart 1880, gewijzigd bij de overeenkomst van den 30sten Maart 1889, wordt bij het tegenwoordig verdrag ingetrokken en vervangen door de volgende bepalingen.

Artikel 2

De gelegde en te leggen onderzeesche kabels tusschen Nederland en het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Ierland zullen het gemeenschappelijk eigendom zijn van de twee landen.

Dientengevolge zullen zonder onderling goedvinden van beide landen geene vergunningen worden gegeven tot aanleg en exploitatie van onderzeesche kabels tusschen de Nederlandsche en Britsche kusten.

Artikel 3

Nederland zal de helft van den eigendom van de twee bestaande, thans aan het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Ierland toebehoorende onderzeesche kabels van Lowestoft en Benacre naar Zandvoort verkrijgen.

Voor dien gemeenschappelijken eigendom zal Nederland aan het Vereenigd Koninkrijk betalen de som van 14907 pond en 10 shillings sterling.

De betaling zal geschieden zoodra de uitwisseling der akten van bekrachtiging zal hebben plaats gehad, met eene bijbetaling van 3% per jaar van af den 1sten Januari 1897 tot den dag, waarop de betaling zal plaats hebben.

Artikel 4

Indien in het belang van het verkeer het leggen van nieuwe of meerdere onderzeesche kabels noodig mocht worden, zullen de voorwaarden en de wijze van aanschaffen en leggen tusschen de twee Staats-Telegraaf-Administratiën in onderling overleg worden geregeld.

De kosten zullen door de twee landen tot gelijke aandeelen worden gedragen.

Artikel 5

De kosten van het deugdelijk onderhoud van de Nederlandsch-Britsche onderzeesche kabels worden door de twee landen voor gelijke deelen gedragen.

Artikel 6

De Staats-Telegraaf-Administratiën van de twee landen zullen in onderling overleg en ten meesten nutte van het verkeer de wijze van het gebruik der onderzeesche kabels regelen.

De bediening van de onderzeesche kabels in elk van de twee landen zal plaats hebben door de ambtenaren van de Staats-Telegraaf-Administratiën, zonder tusschenpersonen.

De landlijnen, noodig voor de verbinding van de onderzeesche kabels met het binnenlandsche telegraafnet, zullen aangelegd en onderhouden worden voor rekening van elk land afzonderlijk.

Elk land zal voor eigen rekening inrichten en onderhouden eene voldoende loods op de plaats, waar de onderzeesche kabels eindigen en de landlijnen beginnen, en elke loods zal van alle benoodigde instrumenten en toestellen voorzien zijn.

Artikel 7

De kabeltaksen voor alle telegrammen, welke in rechtstreeksch verkeer tusschen Nederland en het Vereenigd Koninkrijk of in doorzending langs de Nederlandsch-Britsche onderzeesche kabels worden gewisseld, zullen gelijkelijk tusschen de twee landen verdeeld worden.

Artikel 8

Het verkeer tusschen Nederland en het Vereenigd Koninkrijk zal plaats hebben langs de rechtstreeksche onderzeesche kabels, zoolang die bruikbaar zijn, tenzij de afzender een anderen weg bepaaldelijk heeft voorgeschreven.

Artikel 9

Dit verdrag wordt geacht, na de uitwisseling der akten van bekrachtiging, in werking te zijn getreden op den 1sten Januari 1897.

Ingeval een der Hooge Contracteerende Partijen daartoe het verlangen te kennen geeft, kan deze overeenkomst worden herzien. In dat geval treden de herziene bepalingen in werking 6 maanden nadat omtrent die bepalingen overeenstemming is verkregen.

Dit verdrag zal, zoo spoedig doenlijk, worden bekrachtigd. De uitwisseling der akten van bekrachtiging zal daarop zonder verwijl volgen.

Ter oorkonde waarvan de wederzijdsche Gevolmachtigden deze overeenkomst hebben onderteekend en van hunne zegels voorzien.

Gedaan, in dubbel, te 's Gravenhage den 5den April 1898

(w. g.) W. H. DE BEAUFORT.

(w. g.) HENRY HOWARD.