Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België strekkende [...] het andere land, toe te laten om kosteloos te procederen, Brussel, 31-10-1892

Geldend van 30-01-1894 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België strekkende om wederkerig ingezetenen, onderdanen van het andere land, toe te laten om kosteloos te procederen

Authentiek : FR

CONVENTION.

Sa Majesté la Reine des Pays-Bas et en Son nom Sa Majesté la Reine-Régente du Royaume et Sa Majesté le Roi des Belges, désirant d'un commun accord conclure une Convention pour assurer réciproquement le bénéfice de l'assistance judiciaire aux nationaux de l'autre pays, ont nommé, à cet effet, pour leurs plénipotentiaires, savoir;

Sa Majesté la Reine-Régente du Royaume des Pays-Bas, M. le Baron GERICKE DE HERWIJNEN, Chevalier Grand Croix de l'Ordre de Lion Néerlandais, Chevalier de 1er classe de l'Ordre du Lion d'or de la Maison de Nassau, Grand Cordon de l'Odre de LÉOPOLD de Belgique, etc. etc., Envoyé Extraordinaire et Ministre Plénipotentiaire de Sa Majesté la Reine des Pays-Bas près Sa Majesté le Roi des Belges;

et Sa Majesté le Roi des Belges, M. AUGUSTE BEERNAERT, Son Ministre des Finances et des Affaires Etrangères ad interim, Officier de Son Ordre de LÉOPOLD, Grand Croix des Ordres de l'Etoile Africaine, de la Légion d'honneur, de l'Aigle rouge, etc. etc.;

lesquels, après s'être communiqué leurs pleins pouvoirs trouvés en bonne et due forme, sont convenus des articles suivants:

Article I

Les Néerlandais résidant depuis au moins dix-huit mois en Belgique et les Belges résidant depuis au moins dix-huit mois dans les Pays-Bas seront réciproquement admis au bénéfice de l'assistance judiciaire gratuite sur le même pied que les nationaux et en se conformant à la législation de l'Etat où l'assistance judiciaire gratuite est réclamée.

Article II

L'autorité chargée de délivrer le certificat d'indigence pourra faire prendre, par rapport à l'état de fortune de l'étranger qui demande l'assistance, des renseignements auprès des autorités de l'Etat auquel celui-ci appartient.

Article III

L'admission au bénéfice de l'assistance judiciaire gratuite, accordée en vertu de l'article premier entraine de plein droit la dispense de toute caution ou dépôt, qui, sous quelque dénomination que ce soit, peut être exigée aux termes de la législation de l'Etat où l'action est introduite, des étrangers plaidant contre les nationaux de cet Etat.

Article IV

Dans le cas où quelque difficulté surgirait au sujet de l'interprétation de la présente Convention, les Hautes Parties Contractantes s'engagent à se soumettre à la décision d'une commission d'arbitres.

Cette commission sera composée d'un nombre égal d'arbitres choisis par les Hautes Parties Contractantes et d'un arbritre désigné par ces arbitres.

Article V

La présente Convention est conclue pour cinq années, à partir du jour de l'échange des actes de ratification. Dans le cas où aucune des deux Hautes Parties Contractantes n'aurait notifié une année avant l'expiration de ce terme son intention d'en faire cesser les effets, la Convention continuera à être obligatoire encore une année et ainsi de suite d'année en année à compter du jour où l'une des Parties l'aura dénoncée.

La présente Convention sera ratifiée et les ratifications en seront échangées à Bruxelles aussitôt que possible après l'accomplissement des formalités constitutionnelles dans les deux Pays.

En foi de quoi les soussignés ont signé en double la présente Convention et y ont apposé leur cachet.

Bruxelles, le 31 Octobre 1892.

(L. S.) (signé) L. GERICKE.

(L. S.) (signé) A. BEERNAERT.

Vertaling : NL

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en in Hoogstderzelver naam Hare Majesteit de Koningin-Regentes van het Koninkrijk en Zijne Majesteit de Koning der Belgen, wenschende in gemeen overleg eene overeenkomst te sluiten om wederkeerig aan de onderdanen van het andere land het voorrecht van kosteloozen rechtsbijstand te verzekeren, hebben tot dat einde tot hunne gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin-Regentes van het Koninkrijk der Nederlanden den heer Baron GERICKE VAN HERWIJNEN, Ridder Grootkruis van de Orde van den Nederlandschen Leeuw, Ridder der 1ste klasse van de Orde van den Gouden Leeuw van het Huis van Nassau, Grootkruis van de Orde van LEOPOLD van België, enz., enz., Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden bij Zijne Majesteit den Koning der Belgen;

en Zijne Majesteit de Koning der Belgen den heer AUGUSTE BEERNAERT, Hoogstdeszelfs Minister van Financiën en van Buitenlandsche Zaken ad interim, Officier van Hoogstdeszelfs Leopoldsorde, Grootkruis der Orden van de Afrikaansche Ster, van het Legioen van Eer, van den Rooden Adelaar, enz., enz.;

die, na mededeeling hunner in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende artikelen zijn overeengekomen.

Artikel I

De Nederlanders sedert ten minste achttien maanden in België hunne woonplaats hebbende en de Belgen sedert ten minste achttien maanden hunne woonplaats in Nederland hebbende, zullen wederkeerig worden toegelaten tot het voorrecht van den kosteloozen rechtsbijstand op denzelfden voet als de eigen onderdanen en onder naleving van de wetgeving van den Staat, waar de kostelooze rechtsbijstand wordt verlangd.

Artikel II

De overheid belast met de afgifte van de verklaring van onvermogen zal bevoegd zijn omtrent den vermogenstoestand van den vreemdeling die den bijstand verzoekt, inlichtingen te doen inwinnen bij de overheden van den Staat, waartoe deze behoort.

Artikel III

De toelating tot het voorrecht van den kosteloozen rechtsbijstand, verleend op grond van artikel één, heeft van rechtswege ten gevolge de vrijstelling van het geven van elke zekerheidsstelling of voorafgaande storting, die, onder welke benaming ook, krachtens de wetgeving van den Staat alwaar de eisch wordt ingesteld, gevorderd kan worden van de vreemdelingen die een rechtsgeding voeren tegen de onderdanen van dien Staat.

Artikel IV

Ingeval zich eenige moeilijkheid mocht voordoen ten opzichte der uitlegging van de tegenwoordige Overeenkomst, verbinden zich de Hooge Contracteerende Partijen zich te onderwerpen aan de beslissing eener commissie van scheidslieden.

Deze commissie zal zijn samengesteld uit een gelijk getal scheidslieden gekozen door de Hooge Contracteerende Partijen en een scheidsman door deze scheidslieden aangewezen.

Artikel V

De tegenwoordige Overeenkomst wordt gesloten voor vijf jaren, te rekenen van den dag der uitwisseling van de akten van bekrachtiging. Ingeval geen der beide Hooge Contracteerende Partijen één jaar vóór het verstrijken van dat tijdsverloop het voornemen heeft te kennen gegeven haar buiten werking te stellen, zal de Overeenkomst van kracht blijven gedurende nog een jaar, en zoo vervolgens van jaar tot jaar, te rekenen van den dag waarop eene der Partijen haar zal hebben opgezegd.

De tegenwoordige Overeenkomst zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen te Brussel worden uitgewisseld zoodra mogelijk na de vervulling der grondwettelijke formaliteiten in de beide Landen.

Ten blijke waarvan de ondergeteekenden de tegenwoordige Overeenkomst in dubbel hebben geteekend en van hun zegel voorzien.

Brussel, den 31sten October 1892.

(L. S.) (get.) L. GERICKE.

(L. S.) (get.) A. BEERNAERT.