Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Handelsverdrag tussen Nederland en Canada, Ottawa, 11-07-1924

Geldend van 28-10-1925 t/m heden

Handelsverdrag tussen Nederland en Canada

Authentiek : EN

His Majesty the King of the United Kingdom of Great Britain and Ireland and of the British Dominions beyond the Seas, Emperor of India, and Her Majesty the Queen of the Netherlands, being desirous of improving and extending the commercial relations between the Netherlands and Canada, have resolved to conclude a Convention with that object and have named as their respective Plenipotentiaries, that is to say;

His Majesty the King of the United Kingdom of Great Britain and Ireland and of the British Dominions beyond the Seas, Emperor of India:

The Honourable JAMES ALEXANDER ROBB, a Member of His Majesty's Honourable Privy Council for Canada, a Member of the Parliament of Canada, Acting Minister of Finance and Receiver General of Canada;

The Honourable THOMAS ANDREW LOW, a Member of His Majesty's Honourable Privy Council for Canada, a Member of the Parliament of Canada, Minister of Trade and Commerce of Canada;

And Her Majesty the Queen of the Netherlands:

Monsieur THEODORE HERMAN DE MEESTER, Consul General of the Netherlands in Montreal;

Who, after communicating to each other their respective full powers, found in good and due form, have agreed upon the following Articles:

Article 1

Articles the produce or manufacture of Canada imported into the Netherlands and articles the produce or manufacture of the Netherlands imported into Canada shall not be subjected to other or higher duties or charges than those paid on the like articles the produce or manufacture of any other foreign country. Nor shall any prohibition or restriction be maintained or imposed on the importation of any article the produce or manufacture of Canada into the Netherlands, or of any article the produce or manufacture of the Netherlands into Canada which shall not equally extend to the importation of like articles being the produce or manufacture of any other foreign country. This last provision is not applicable to the sanitary and other prohibitions occasioned by the necessity of protecting the safety of persons or of cattle, or of plants useful to agriculture.

Article 2

Articles the produce or manufacture of Canada exported to the Netherlands and articles the produce or manufacture of the Netherlands exported to Canada shall not be subjected to other or higher duties or charges than those paid on the like articles exported to any other foreign country. Nor shall any prohibition or retriction be imposed on the exportation of any article from Canada to the Netherlands or from the Netherlands to Canada which shall not equally extend to the exportation of the like articles to any other foreign country.

Article 3

Articles the produce or manufacture of Canada passing in transit through the Netherlands and articles the produce or manufacture of the Netherlands passing in transit through Canada shall be reciprocally free from all transit duties whether they pass through direct or whether during transit they are unloaded, warehoused or reloaded.

Article 4

It is understood that in all matters governing the import, export and transit of merchandise the Netherlands grants to Canada and Canada grants to the Netherlands the treatment of the most favoured nation.

Article 5

The name „Netherlands” whereever used in this Convention shall be held to include the Netherlands Indies, Surinam and Curaçao.

The present Convention, after being approved by the Parliament of Canada and by the competent authority on the part of the Netherlands, shall be ratified and the ratifications shall be exchanged at Ottawa as soon as possible. It shall come into force immediately upon the exchange of ratifications and shall be binding upon the Contracting Parties during four years from the date of its coming into force. In case neither of the Contracting Parties shall have given notice to the other twelve months before the expiration of the said period of four years of its intention to terminate the present Convention it shall remain in force until the expiration of one year from the date on which either of the Contracting Parties shall have given to the other notice of its intention to terminate it.

In witness whereof the respective Plenipotentiaries have signed this Convention in the English and the French languages and have affixed thereto their seals.

Done at Ottawa, this 11th day of July in the year 1924.

(L.S.) TH. DE MEESTER.

„ JAMES A. ROBB.

„ THOS. A. LOW.

Vertaling : NL

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en

Zijne Majesteit de Koning van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Ierland en de Britsche Overzeesche Bezittingen, Keizer van Indië,

de handelsbetrekkingen tusschen Nederland en Canada willende verbeteren en uitbreiden, hebben besloten, te dien einde een verdrag te sluiten en hebben onderscheidenlijk tot Hoogstderzelver gevolmachtigden benoemd te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden: den heer THEODORE HERMAN DE MEESTER, Consul-Generaal der Nederlanden te Montreal; en

Zijne Majesteit de Koning van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Ierland en de Britsche Overzeesche Bezittingen, Keizer van Indië:

den heer JAMES ALEXANDER ROBB, lid van Zijner Majesteits Geheimen Raad voor Canada, lid van het Canadeesche Parlement, waarnemend Minister van Financiën en Algemeen Ontvanger van Canada;

den heer THOMAS ANDREW LOW, lid van Zijner Majesteits Geheimen Raad voor Canada, lid van het Canadeesche Parlement, Minister van Handel;

die, na elkander hunne, in goeden en behoorlijken vorm bevonden, volmachten te hebben medegedeeld, tot overeenstemming zijn gekomen nopens de volgende artikelen:

Artikel 1

De voortbrengselen van den bodem of van de nijverheid van Nederland ingevoerd in Canada en de voortbrengselen van den bodem of van de nijverheid van Canada ingevoerd in Nederland, zullen aan geen andere of hoogere rechten of belastingen onderworpen worden dan die, welke worden of zullen worden geheven van soortgelijke voortbrengselen van elk ander vreemd land. Verder zal ten aanzien van den invoer van eenig voortbrengsel van den bodem of van de nijverheid van Nederland in Canada of ten aanzien van den invoer van eenig voortbrengsel van den bodem of van de nijverheid van Canada in Nederland geen verbod of beperkende bepaling mogen worden gehandhaafd of uitgevaardigd, hetwelk of welke niet tezelfder tijd van toepassing zal zijn op den invoer van soortgelijke voortbrengselen van elk ander vreemd land. Dit laatste voorschrift is niet toepasselijk op de verbodsbepalingen van sanitairen of anderen aard, welke zijn erkend als noodzakelijk voor de bescherming van personen, van vee of van voor den landbouw nuttige planten.

Artikel 2

De voortbrengselen van den bodem of van de nijverheid van Nederland, uitgevoerd naar Canada, en de voortbrengselen van den bodem of van de nijverheid van Canada, uitgevoerd naar Nederland, zullen aan geen andere of hoogere rechten of belastingen onderworpen worden dan die, welke zullen worden geheven bij den uitvoer van soortgelijke voortbrengselen naar elk ander vreemd land. Verder zal ten aanzien van den uitvoer van eenig voortbrengsel van Nederland naar Canada of van Canada naar Nederland geen verbod of beperkende bepaling worden uitgevaardigd, hetwelk of welke niet tezelfder tijd van toepassing zal zijn op den uitvoer van soortgelijke voortbrengselen naar elk ander vreemd land.

Artikel 3

De voortbrengselen van den bodem of van de nijverheid van Nederland, doorgevoerd door Canada, en de voortbrengselen van den bodem of van de nijverheid van Canada, doorgevoerd door Nederland, zullen wederkeerig vrijgesteld zijn van alle doorvoerrechten, hetzij zij rechtstreeks worden doorgevoerd, hetzij zij gedurende den doorvoer worden overgeladen, opgeslagen of weder ingeladen

Artikel 4

Het is wel verstaan, dat in al wat betreft den in-, uit- en doorvoer van goederen, Nederland aan Canada en Canada aan Nederland verleent de behandeling der meestbegunstigde natie.

Artikel 5

Telkens wanneer in dit verdrag van „Nederland” gesproken wordt, zal deze naam insluiten Nederlandsch-Indië, Suriname en Curaçao.

Dit verdrag zal, na door de bevoegde Nederlandsche autoriteit en door het Canadeesche Parlement te zijn goedgekeurd, bekrachtigd worden en de bekrachtigingsoorkonden zullen zoo spoedig mogelijk te Ottawa worden uitgewisseld. Het zal in werking treden terstond na de uitwisseling van genoemde bekrachtigingsoorkonden en de verdragsluitende Partijen binden gedurende vier jaren te rekenen van den datum van zijne inwerkingtreding. Indien geen der verdragsluitende Partijen twaalf maanden vóór het verloopen van genoemden termijn van vier jaren aan de andere kennis heeft gegeven van haar voornemen om dit verdrag te doen eindigen, zal het van kracht blijven tot na het verloop van een jaar, te rekenen van den dag, waarop een der verdragsluitende Partijen aan de andere haar voornemen om het verdrag op te zeggen heeft kenbaar gemaakt.

Ter oorkonde waarvan de onderscheiden gevolmachtigden dit verdrag, in de Engelsche en de Fransche taal opgesteld, hebben onderteekend en er hun zegel aan hebben gehecht.

Gedaan te Ottawa, heden den 11en Juli 1924.

(L.S.) TH. DE MEESTER.

„ JAMES A. ROBB.

„ THOS. A. LOW.