Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds, Tegucigalpa, 29-06-2012[Regeling treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.]

Geldend van 29-06-2012 t/m heden

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds

Authentiek : NL

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd, en

de Europese Unie,

enerzijds, en

de Republiek Costa Rica,

de Republiek El Salvador,

de Republiek Guatemala,

de Republiek Honduras,

de Republiek Nicaragua,

de Republiek Panama,

hierna „Midden-Amerika”,

anderzijds,

gelet op de traditionele historische, culturele, politieke, economische en sociale banden tussen de partijen en de wens om de betrekkingen op basis van gemeenschappelijke beginselen en waarden te versterken, voortbouwend op de bestaande mechanismen die de betrekkingen tussen de partijen bepalen, alsmede de wens om de biregionale banden op gebieden van gemeenschappelijk belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren in een sfeer van wederzijds respect, gelijkheid, non-discriminatie, solidariteit en wederzijds profijt;

gelet op de positieve ontwikkelingen in beide regio’s gedurende de laatste twee decennia, waardoor bij de bevordering van gemeenschappelijke doelen en belangen een nieuwe fase kan worden ingeluid met diepgaandere, modernere en permanentere betrekkingen, met als doel een biregionale associatie tot stand te brengen die beantwoordt aan zowel de huidige binnenlandse uitdagingen als de nieuwe internationale realiteit;

de nadruk leggend op het belang dat de partijen hechten aan de consolidatie van de politieke dialoog en het economisch samenwerkingsproces dat tot op heden bestaat tussen de partijen op grond van de Dialoog van San José, die is gestart in 1984 en die sindsdien bij diverse gelegenheden is hervat;

herinnerend aan de conclusies van de Top van Wenen van 2006, met inbegrip van de toezeggingen die door Midden-Amerika zijn gedaan met betrekking tot verdieping van de regionale economische integratie;

erkennend de vooruitgang die is geboekt in het Midden-Amerikaanse economische integratieproces, zoals de ratificatie van de Convenio Marco para el Establecimiento de la Unión Aduanera Centroamericana en het Tratado sobre Inversión y Comercio de Servicios, alsmede de implementatie van een gerechtelijk mechanisme dat moet zorgen voor handhaving van de regionale economische wetgeving in de gehele Midden-Amerikaanse regio;

herbevestigend dat zij de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten zoals verwoord in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens respecteren;

herinnerend aan hun engagement voor de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur;

uitgaand van het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid en in de overtuiging van het belang van het voorkomen van illegaal drugsgebruik en van het beperken van de schadelijke effecten daarvan, met inbegrip van de strijd tegen de verbouwing, de productie, de verwerking en het verhandelen van drugs en hun precursoren, alsmede tegen witwaspraktijken;

er nota van nemend dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Unie, tenzij de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de republieken van de MA-partij ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21 niet langer gebonden zijn als deel van de Europese Unie, moet de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de republieken van de MA-partij onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op zichzelf gebonden door de bepalingen van deze overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het aan die verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken;

onderstrepend hun engagement om samen te werken aan het verwezenlijken van de doeleinden van armoedebestrijding, werkgelegenheidsschepping, rechtvaardige en duurzame ontwikkeling, met inachtneming van de kwetsbaarheid voor natuurrampen, milieubehoud, milieubescherming en biodiversiteit, en de geleidelijke integratie van de republieken van de MA-partij in de wereldeconomie;

herbevestigend het belang dat de partijen hechten aan de beginselen en regels ten aanzien van de internationale handel, met name diegene die zijn opgenomen in de overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994 (hierna „WTO-Overeenkomst” genoemd), en de multilaterale overeenkomsten die zijn gehecht aan de WTO-Overeenkomst, alsmede aan de noodzaak om deze op een transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;

overwegend het verschil in economische en sociale ontwikkeling dat bestaat tussen de republieken van de MA-partij en de EU-partij en de gedeelde doelstelling om het proces van economische en sociale ontwikkeling in Midden-Amerika kracht bij te zetten;

de wens uitdrukkend hun economische betrekkingen te versterken, in het bijzonder handel en investeringen, ter versterking en verbetering van de huidige mate van toegang van de republieken van de MA-partij tot de markt van de Europese Unie, om zo bij te dragen aan de economische groei in Midden-Amerika en de vermindering van de ongelijkheden tussen de twee regio’s;

ervan overtuigd dat deze overeenkomst een klimaat zal creëren dat bevorderlijk is voor groei binnen duurzame economische betrekkingen tussen de partijen, met name in de sectoren handel en investeringen, die essentieel zijn voor de verwezenlijking van de economische en sociale ontwikkeling en van technologische innovatie en modernisering;

onderstrepend de noodzaak om voort te bouwen op de beginselen, doelstellingen en mechanismen die de betrekkingen tussen de twee regio’s bepalen, in het bijzonder de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds, en de Republiek Costa Rica, de Republiek El Salvador, de Republiek Guatemala, de Republiek Honduras, de Republiek Nicaragua en de Republiek Panama anderzijds, ondertekend in 2003 (hierna „de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking van 2003”), alsmede de Raamovereenkomst inzake samenwerking van 1993 die door dezelfde partijen is ondertekend;

zich bewust van de noodzaak om in beide regio’s duurzame ontwikkeling te bevorderen door middel van een ontwikkelingspartnerschap waar alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector, bij zijn betrokken, overeenkomstig de beginselen van de Consensus van Monterrey en de Verklaring van Johannesburg, en het bijbehorende Uitvoeringsplan;

herbevestigend dat de staten bij de uitoefening van hun soevereine bevoegdheid om hun natuurlijke hulpbronnen overeenkomstig hun eigen milieu- en ontwikkelingsbeleid te exploiteren, duurzame ontwikkeling moeten bevorderen;

indachtig de noodzaak om een uitgebreide dialoog over migratie te ontwikkelen ter versterking van de biregionale samenwerking inzake migratievraagstukken in het kader van die delen van deze overeenkomst welke betrekking hebben op politieke dialoog en samenwerking, en om te zorgen voor effectieve bevordering en bescherming van de mensenrechten van alle migranten;

erkennend dat geen enkele bepaling van deze overeenkomst in welk opzicht ook mag verwijzen naar of geïnterpreteerd of uitgelegd mag worden als de bepaling van een standpunt van de partijen in lopende of toekomstige bilaterale of multilaterale handelsbesprekingen;

de nadruk leggend op de wil om samen te werken in internationale fora inzake kwesties van wederzijds belang;

lettend op het strategisch partnerschap dat tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied in het kader van de topontmoeting van Rio in 1999 tot stand is gekomen en dat op de topontmoetingen van Madrid in 2002, Guadalajara in 2004, Wenen in 2006, Lima in 2008 en Madrid in 2010 opnieuw is bevestigd;

rekening houdend met de verklaring van Madrid van mei 2010;

hebben besloten deze overeenkomst te sluiten:

DEEL I. ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE OVEREENKOMST [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 1. Beginselen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Respect voor de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten zoals verwoord in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en voor de rechtsstaat, vormt het fundament van het binnenlandse en internationale beleid van beide partijen en vormt een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.

  • 2 De partijen bevestigen hun verbintenis om duurzame ontwikkeling te bevorderen, hetgeen een leidend beginsel vormt voor de uitvoering van deze overeenkomst, waarbij met name rekening wordt gehouden met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. De partijen zorgen voor een passend evenwicht tussen de economische, sociale en milieuaspecten van duurzame ontwikkeling.

  • 3 De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan goed bestuur en de rechtsstaat, hetgeen in het bijzonder het primaat van het recht, de scheiding der machten, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, duidelijke besluitvormingsprocedures op het niveau van de overheidsinstellingen, transparante en verantwoordelijke instellingen, goed en transparant beheer van de publiekszaken op plaatselijk, regionaal en nationaal niveau, en de uitvoering van maatregelen ter voorkoming en bestrijding van corruptie behelst.

Artikel 2. Doelstellingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen dat deze overeenkomst de volgende doelstellingen heeft:

  • a. versterking en consolidatie van de betrekkingen tussen de partijen door middel van een associatie op basis van drie onderling afhankelijke en fundamentele delen: politieke dialoog, samenwerking en handel, op basis van wederzijds respect, wederkerigheid en gemeenschappelijk belang; bij de uitvoering van deze overeenkomst wordt volledig gebruik gemaakt van de institutionele overeenkomsten en mechanismen die de partijen zijn overeengekomen;

  • b. ontwikkeling van een geprivilegieerd politiek partnerschap op basis van waarden, beginselen en gemeenschappelijke doelstellingen, met name respect voor en bevordering van de democratie en de mensenrechten, duurzame ontwikkeling, goed bestuur en de rechtsstaat, met het engagement deze waarden en beginselen op het wereldtoneel te bevorderen en te beschermen op zodanige wijze dat dit bijdraagt aan de versterking van het multilateralisme;

  • c. versterking van de biregionale samenwerking op alle gebieden van gemeenschappelijk belang met als doel een duurzamere en rechtvaardigere sociale en economische ontwikkeling in beide regio’s te verwezenlijken;

  • d. uitbreiding en diversifiëring van de biregionale handelsbetrekkingen van de partijen conform de WTO-Overeenkomst en de specifieke doelstellingen en bepalingen die zijn opgenomen in deel IV van deze overeenkomst, hetgeen moet bijdragen aan meer economische groei, geleidelijke verbetering van de levenskwaliteit in beide regio’s en betere integratie van beide regio’s in de wereldeconomie;

  • e. versterking en verdieping van het progressieve proces van regionale integratie op gebieden van gemeenschappelijk belang, als een manier om de uitvoering van deze overeenkomst te bevorderen;

  • f. versterking van betrekkingen van goed nabuurschap en van het beginsel van een vreedzame oplossing van geschillen;

  • g. op zijn minst behoud, maar bij voorkeur ontwikkeling van het niveau van goed bestuur en de bestaande sociale, arbeids- en milieunormen door middel van de doelmatige uitvoering van de internationale verdragen die door de partijen zijn ondertekend op het moment van inwerkingtreding van deze overeenkomst; en

  • h. aanmoediging van meer handel en investeringen tussen de partijen, waarbij rekening wordt gehouden met de speciale en differentiële behandeling teneinde de structurele ongelijkheden tussen de beide regio’s te verkleinen.

Artikel 3. Toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen behandelen elkaar als gelijken. Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat deze de soevereiniteit van een republiek van de MA-partij ondermijnt.

TITEL II. INSTITUTIONEEL KADER [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 4. Associatieraad [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Er wordt een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en de uitvoering daarvan. De Associatieraad komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten. De Associatieraad komt, indien nodig en overeengekomen door beide partijen, bijeen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders. Om de politieke dialoog te versterken en efficiënter te maken, zullen tevens ad-hocvergaderingen op werkniveau worden aangemoedigd.

  • 2 De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

  • 3 De Associatieraad behandelt tevens voorstellen en aanbevelingen van de partijen die strekken tot verbetering van de betrekkingen die worden gevestigd op grond van deze overeenkomst.

Artikel 5. Samenstelling en reglement van orde [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De Associatieraad bestaat uit vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de EU-partij en van elk van de republieken van de MA-partij, overeenkomstig de respectieve interne regelingen van de partijen en rekening houdend met de specifieke kwesties (politieke dialoog, samenwerking en/of handel) die tijdens een bepaalde sessie worden behandeld.

  • 2 De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

  • 3 De leden van de Associatieraad kunnen zich doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van de Associatieraad vastgestelde voorwaarden.

  • 4 De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de EU-partij enerzijds en een vertegenwoordiger van één republiek van de MA-partij anderzijds, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.

Artikel 6. Beslissingsbevoegdheid [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in deze overeenkomst worden genoemd.

  • 2 De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die voor de uitvoering ervan de nodige maatregelen treffen overeenkomstig de interne regelgeving en de wettelijke procedures van elke partij.

  • 3 De Associatieraad kan tevens passende aanbevelingen doen.

  • 4 De Associatieraad stelt besluiten en aanbevelingen vast in onderling overleg tussen de partijen. In het geval van de republieken van de MA-partij is voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen hun consensus vereist.

  • 5 De in lid 4 vastgestelde procedure geldt tevens voor alle andere bij deze overeenkomst ingestelde bestuursorganen.

Artikel 7. Associatiecomité [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De Associatieraad wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, dat bestaat uit vertegenwoordigers op het niveau van hoge ambtenaren van de EU-partij en van elk van de republieken van de MA-partij, rekening houdend met de specifieke kwesties (politieke dialoog, samenwerking en/of handel) die tijdens een bepaalde sessie worden behandeld.

  • 2 Het Associatiecomité wordt belast met de algemene uitvoering van deze overeenkomst.

  • 3 De Associatieraad stelt het reglement van orde van het Associatiecomité vast.

  • 4 Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet of in de gevallen waarin de Associatieraad die bevoegdheid aan het Associatiecomité heeft gedelegeerd. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn besluiten overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 4 tot en met 6.

  • 5 Het Associatiecomité komt in het algemeen eenmaal per jaar bijeen voor een algehele evaluatie van de uitvoering van deze overeenkomst, beurtelings in Brussel en in Midden-Amerika; de datum en de agenda worden van tevoren door de partijen in onderling overleg vastgesteld. Bij onderling akkoord kunnen er op verzoek van een van de partijen speciale vergaderingen worden bijeengeroepen. Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door een vertegenwoordiger van elk van de partijen.

Artikel 8. Subcomités [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Het Associatiecomité wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de bij deze overeenkomst ingestelde subcomités.

  • 2 Het Associatiecomité kan besluiten tot instelling van aanvullende subcomités. Het kan besluiten de aan een subcomité toegewezen taak te wijzigen of een subcomité te ontbinden.

  • 3 Subcomités komen op een passend niveau eenmaal per jaar of op verzoek van een van de partijen of van het Associatiecomité bijeen. Vergaderingen in persoon worden beurtelings in Brussel en in Midden-Amerika gehouden. Vergaderingen kunnen ook worden gehouden met alle voor de partijen beschikbare technologische middelen.

  • 4 Subcomités worden beurtelings voor een periode van één jaar voorgezeten door een vertegenwoordiger van de EU-partij enerzijds en een vertegenwoordiger van één republiek van de MA-partij anderzijds.

  • 5 De oprichting of het bestaan van een subcomité staat er niet aan in de weg dat de partijen een aangelegenheid direct aan het Associatiecomité kunnen voorleggen.

  • 6 De Associatieraad stelt het reglement van orde vast waarin de samenstelling en de taken van dergelijke subcomités en hoe deze functioneren worden bepaald, voor zover niet reeds bepaald door deze overeenkomst.

  • 7 Er wordt een subcomité Samenwerking ingesteld. Dit zal het Associatiecomité bijstaan bij de uitvoering van zijn taken met betrekking tot deel III van deze overeenkomst. Het subcomité heeft ook de volgende taken:

    • a. zorg voor alle aan samenwerking gerelateerde aangelegenheden waarvoor het Associatiecomité mandaat heeft verleend;

    • b. toezicht op de algehele uitvoering van deel III van deze overeenkomst;

    • c. bespreking van alle aan samenwerking gerelateerde kwesties die van invloed kunnen zijn op de werking van deel III van deze overeenkomst.

Artikel 9. Parlementair Associatiecomité [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit comité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Parlamento Centroamericano (PARLACEN), en in het geval van republieken van de MA-partij die geen lid zijn van PARLACEN, vertegenwoordigers die worden aangewezen door hun respectieve Nationale Congres; de leden van het comité zullen bijeenkomen en van gedachten wisselen. Het comité bepaalt zelf de frequentie van zijn bijeenkomsten en wordt beurtelings voorgezeten door een van beide zijden.

  • 2 Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

  • 3 Het Parlementair Associatiecomité kan de Associatieraad om relevante inlichtingen over de uitvoering van deze overeenkomst verzoeken. De Associatieraad verstrekt het Parlementair Associatiecomité de gevraagde informatie.

  • 4 Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.

  • 5 Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

Artikel 10. Gemengd Raadgevend Comité [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Er wordt een Gemengd Raadgevend Comité opgericht, dat als raadgevend orgaan dient voor de Associatieraad. De werkzaamheden bestaan in het indienen bij de Associatieraad van zienswijzen van organisaties uit het maatschappelijk middenveld met betrekking tot de uitvoering van deze overeenkomst, onverminderd andere processen overeenkomstig artikel 11. Verder is het de taak van het Gemengd Raadgevend Comité om bij te dragen aan de bevordering van de dialoog en de samenwerking tussen organisaties uit het maatschappelijk middenveld in de Europese Unie en die in Midden-Amerika.

  • 2 Het Gemengd Raadgevend Comité bestaat uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van enerzijds het Europees Economisch en Sociaal Comité en anderzijds het Comité Consultivo del Sistema de la Integración Centroamericana (CC-SICA) en het Comité Consultivo de Integración Económica (CCIE).

  • 3 Het Gemengd Raadgevend Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 11. Maatschappelijk middenveld [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevorderen bijeenkomsten van vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld in de Europese Unie en in Midden-Amerika, waaronder de academische gemeenschap, de sociale en economische partners, en non-gouvernementele organisaties.

  • 2 De partijen komen op regelmatige basis bijeen met deze vertegenwoordigers zodat zij hen kunnen informeren over de uitvoering van deze overeenkomst en kennis kunnen nemen van hun suggesties in dit verband.

DEEL II. POLITIEKE DIALOOG [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 12. Doelstellingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen dat de doelstellingen van de politieke dialoog tussen de republieken van de MA-partij en de EU-partij als volgt zijn:

  • a. totstandbrenging van een geprivilegieerd politiek partnerschap op basis van met name respect voor en bevordering van democratie, vrede, mensenrechten, de rechtsstaat, goed bestuur en duurzame ontwikkeling;

  • b. verdediging van gemeenschappelijke waarden, beginselen en doelstellingen door deze te bevorderen op internationaal niveau, in het bijzonder bij de Verenigde Naties;

  • c. versterking van de Verenigde Naties als centrum van het multilaterale systeem, met als doel mondiale problemen doelmatig aan te pakken;

  • d. uitbreiding van de politieke dialoog om ten behoeve van gezamenlijke initiatieven op internationaal niveau een brede uitwisseling van opvattingen, standpunten en informatie te bewerkstelligen;

  • e. samenwerking op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, met als doel hun standpunten te coördineren en gezamenlijke initiatieven van wederzijds belang te nemen in het kader van de relevante internationale fora.

Artikel 13. Terreinen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat de politieke dialoog alle aspecten van wederzijds belang op regionaal dan wel internationaal niveau betreft.

  • 2 De politieke dialoog tussen de partijen maakt de weg vrij voor nieuwe initiatieven ten behoeve van gemeenschappelijke doelstellingen en voor het vaststellen van gemeenschappelijke standpunten op terreinen als: regionale integratie; de rechtsstaat; goed bestuur; democratie; mensenrechten; bevordering en bescherming van de rechten en fundamentele vrijheden van inheemse volkeren en personen, zoals erkend door de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Inheemse Volkeren; gelijke kansen en gendergelijkheid; de structuur en oriëntatie van internationale samenwerking; migratie; armoedebestrijding en sociale cohesie; fundamentele arbeidsnormen; bescherming van het milieu en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen; regionale veiligheid en stabiliteit, met inbegrip van de strijd tegen onveiligheid van burgers; corruptie; drugs; transnationale georganiseerde misdaad; de handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor; de strijd tegen terrorisme; het voorkomen en vreedzaam oplossen van conflicten.

  • 3 De dialoog op grond van deel II omvat overeenkomstig de internationale verbintenissen van de partijen tevens de internationale verdragen inzake mensenrechten, goed bestuur, fundamentele arbeidsnormen en het milieu, en richt zich in het bijzonder op de effectieve uitvoering daarvan.

  • 4 De partijen kunnen op elk moment overeenkomen een extra onderwerp als terrein voor politieke dialoog toe te voegen.

Artikel 14. Ontwapening [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen samen te werken en bij te dragen aan de versterking van het multilateraal systeem op het vlak van conventionele ontwapening door volledige naleving en uitvoering op nationaal vlak van hun bestaande verplichtingen op grond van internationale verdragen en overeenkomsten en overige relevante internationale instrumenten op het vlak van conventionele ontwapening.

  • 3 De partijen erkennen verder dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, en de excessieve accumulatie en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging vormen voor de vrede en de internationale veiligheid. Zij komen daarom overeen samen te werken in de strijd tegen de illegale handel in en het excessief accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, en komen tevens overeen gezamenlijk te werken aan de regulering van de legale handel in conventionele wapens.

  • 4 De partijen komen daarom overeen hun verplichtingen ten aanzien van de handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor op grond van de bestaande internationale overeenkomsten en de geldende resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, alsmede hun verbintenissen in het kader van andere op dit gebied geldende internationale instrumenten, zoals het Actieprogramma van de Verenigde Naties inzake handvuurwapens en lichte wapens, na te leven en volledig uit te voeren.

Artikel 15. Massavernietigingswapens [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen zijn van oordeel dat de proliferatie van kern-, chemische en biologische massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.

  • 2 De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor door de volledige naleving en uitvoering op nationaal niveau van hun bestaande verplichtingen op grond van de ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere relevante internationale verplichtingen.

  • 3 De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.

  • 4 De partijen komen bovendien overeen om samen te werken en bij te dragen aan het doel van non-proliferatie door:

    • a. maatregelen te nemen die gericht zijn op de ondertekening of ratificatie van of de toetreding tot, naargelang het geval, alle andere relevante internationale instrumenten, en op de volledige uitvoering en naleving daarvan;

    • b. een doeltreffend systeem van nationale exportcontroles op te zetten om de uitvoer en doorvoer van met massavernietigingswapens verband houdende goederen te controleren, met inbegrip van de controle van technologieën voor tweeërlei gebruik op eindgebruik voor massavernietigingswapens, met doeltreffende sancties op inbreuken op deze exportcontroles.

  • 5 De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van hun samenwerking op dit vlak.

Artikel 16. Terrorismebestrijding [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen herbevestigen het belang van terrorismebestrijding en komen overeen samen te werken om terrorisme te voorkomen en te bestrijden, overeenkomstig de internationale mensenrechten, het internationale humanitaire recht en het internationaal vluchtelingenrecht, de relevante internationale verdragen en instrumenten, de relevante VN-resoluties, en hun respectieve wet- en regelgeving, alsmede de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties, die is vervat in Resolutie 60/288 van de Algemene Vergadering van de VN van 8 september 2006.

  • 2 Zij doen dit in het bijzonder:

    • a. in het kader van de volledige uitvoering van de internationale verdragen en instrumenten, met inbegrip van alle relevante resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;

    • b. door informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en de netwerken die hen ondersteunen, overeenkomstig het nationale en internationale recht;

    • c. door samen te werken ten aanzien van middelen en methoden om terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat betreft opleiding, en door ervaring uit te wisselen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme en de bescherming in het kader van de strijd tegen het terrorisme;

    • d. door meningen over wetgevingskaders en beste praktijken uit te wisselen, alsmede technische en bestuurlijke ondersteuning te bieden;

    • e. door overeenkomstig hun respectieve wetgevingen gegevens uit te wisselen;

    • f. door technische bijstand en opleiding inzake onderzoeksmethoden, informatietechnologie, ontwerp van preventieprotocollen, waarschuwingen en effectieve reacties op terroristische dreigingen of daden; en

    • g. door van gedachten te wisselen over preventiemodellen met betrekking tot overige illegale activiteiten die verband houden met terrorisme, zoals witwaspraktijken, handel in vuurwapens, vervalsing van identiteitsdocumenten en mensensmokkel.

Artikel 17. Ernstige misdaden waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdaden die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op intern en waar nodig internationaal niveau, onder meer in het Internationaal Strafhof.

  • 2 De partijen zijn van oordeel dat de oprichting van een doeltreffend functionerend Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor internationale vrede en gerechtigheid en dat het Strafhof een effectief instrument is om de ernstigste misdaden waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd, te onderzoeken en de daders ervan te vervolgen indien nationale gerechtshoven niet bereid of in staat zijn dit te doen, zulks gelet op de complementariteit van het Internationaal Strafhof ten aanzien van nationale rechtspraak in strafzaken.

  • 3 De partijen komen overeen samen te werken aan de bevordering van de universele onderschrijving van het Statuut van Rome door:

    • a. verder stappen te nemen om het Statuut van Rome uit te voeren en gerelateerde instrumenten te ratificeren en uit te voeren (zoals het Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof);

    • b. ervaring uit te wisselen met de regionale partners ten aanzien van de vaststelling van wetswijzigingen die vereist zijn om de ratificatie en uitvoering van het Statuut van Rome mogelijk te maken; en

    • c. maatregelen te treffen om de integriteit van het Statuut van Rome te waarborgen.

  • 4 Het blijft het soevereine besluit van elke staat om te bepalen wat het meest geschikte moment is om het Statuut van Rome te onderschrijven.

Artikel 18. Financiering voor ontwikkeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen internationale inspanningen te ondersteunen ter bevordering van beleidsmaatregelen en regels voor de financiering van ontwikkeling en ter versterking van de samenwerking om internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelen te verwezenlijken, waaronder de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, de verbintenissen van de Consensus van Monterrey en andere verwante fora.

  • 2 Ten behoeve hiervan, en met het doel meer inclusieve samenlevingen te bevorderen, erkennen de partijen de noodzaak om nieuwe en innovatieve financiële mechanismen te ontwikkelen.

Artikel 19. Migratie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan gezamenlijke beheersing van de migratiestromen tussen hun grondgebieden. In het besef dat armoede een van de grondoorzaken van migratie is en om de onderlinge samenwerking te versterken, zetten de partijen een brede dialoog op over alle kwesties in verband met migratie, waaronder illegale migratie, vluchtelingenstromen, mensensmokkel en mensenhandel. Het thema migratie, met inbegrip van braindrain, moet geïntegreerd worden in de nationale strategieën met betrekking tot economische en sociale ontwikkeling van de gebieden van herkomst van de migranten, mede rekening houdend met de historische en culturele banden tussen beide regio’s.

  • 2 De partijen komen overeen te zorgen voor de daadwerkelijke uitoefening, bescherming en bevordering van mensenrechten voor alle migranten en voor de naleving van de beginselen van eerlijkheid en transparantie bij de gelijke behandeling van migranten, en benadrukken het belang van de strijd tegen racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat en andere vormen van intolerantie.

Artikel 20. Milieu [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Met erkenning van het beginsel van gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid, zoals vastgelegd in de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling van 1992, bevorderen de partijen een dialoog op het vlak van het milieu en duurzame ontwikkeling door informatie uit te wisselen en initiatieven aan te moedigen betreffende plaatselijke en mondiale milieukwesties.

  • 2 Deze dialoog is onder andere gericht op de strijd tegen de bedreiging van klimaatverandering; het behoud van biodiversiteit; de bescherming en het duurzame beheer van bossen, onder meer om de door ontbossing en aantasting van bossen veroorzaakte uitstoot te verminderen; de bescherming van de water- en mariene hulpbronnen, stroomgebieden en waterrijke gebieden; het onderzoek naar en de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen en technologieën voor hernieuwbare energie; en de hervorming van het milieubestuur met het oog op verhoging van de efficiëntie ervan.

Artikel 21. Veiligheid van burgers [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen gaan een dialoog aan over de veiligheid van burgers, die fundamenteel is om menselijke ontwikkeling, democratie, goed bestuur en respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te bevorderen. Zij erkennen dat de veiligheid van burgers de nationale en regionale grenzen overschrijdt en derhalve de ondersteuning van een bredere dialoog en samenwerking op dit vlak vereist.

Artikel 22. Goed fiscaal bestuur [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Om de economische activiteit te versterken en te ontwikkelen, met inachtneming van de noodzaak een passend regelgevingskader te ontwikkelen, erkennen de partijen gemeenschappelijke en internationaal overeengekomen beginselen van goed fiscaal bestuur en verbinden zij zich ertoe deze toe te passen.

Artikel 23. Gemeenschappelijk economisch-financieel kredietfonds [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen zijn het eens over het belang om de inspanningen te vergroten om de armoede terug te dringen en de ontwikkeling van Midden-Amerika te ondersteunen, in het bijzonder die van de armste gebieden en bevolkingsgroepen.

  • 2 Daarom komen de partijen overeen te onderhandelen over de instelling van een Gemeenschappelijk economisch en financieel mechanisme, met inbegrip van onder meer interventie door de Europese Investeringsbank (EIB), de Latijns-Amerikaanse investeringsfaciliteit (LAIF) en technische bijstand door het regionale samenwerkingsprogramma voor Midden-Amerika. Dit mechanisme dient ter ondersteuning van de armoedebestrijding, ter bevordering van de ontwikkeling en het algehele welzijn van Midden-Amerika, alsmede ter bevordering van de sociaaleconomische groei en ter bevordering van een evenwichtige relatie tussen beide regio’s.

  • 3 Ten behoeve hiervan is een biregionale werkgroep ingesteld. Het mandaat van deze groep bestaat erin de instelling van een dergelijk mechanisme te onderzoeken, alsmede de modaliteiten van het functioneren daarvan.

DEEL III. SAMENWERKING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 24. Doelstellingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De algemene doelstelling van samenwerking is de uitvoering van deze overeenkomst te ondersteunen teneinde tot een effectief partnerschap tussen de twee regio’s te komen door de daarvoor benodigde middelen, mechanismen, instrumenten en procedures ter beschikking te stellen.

  • 2 De prioriteit ligt bij de volgende doelstellingen, die nader uiteen worden gezet in de titels I tot en met IX van dit deel:

    • a. het bevorderen van vrede en veiligheid;

    • b. het bijdragen aan het versterken van democratische instellingen, goed bestuur en de volledige toepasselijkheid van de rechtsstaat, gendergelijkheid, alle vormen van non-discriminatie, culturele diversiteit, pluralisme, bevordering van en respect voor mensenrechten, fundamentele vrijheden, transparantie en betrokkenheid van burgers;

    • c. het bijdragen aan sociale cohesie door middel van verlichting van armoede, ongelijkheid, sociale uitsluiting en alle vormen van discriminatie, met als doel de levenskwaliteit voor de volkeren van Midden-Amerika en de Europese Unie te verbeteren;

    • d. het bevorderen van economische groei met het oog op stimulering van duurzame ontwikkeling, vermindering van de ongelijkheden tussen en binnen de partijen en ontwikkeling van synergieën tussen de twee regio’s;

    • e. het verdiepen van het proces van regionale integratie in Midden-Amerika door uitbreiding van de mogelijkheden om deze overeenkomst uit te voeren en om van de voordelen ervan te profiteren, teneinde zo bij te dragen aan de economische, sociale en politieke ontwikkeling van geheel Midden-Amerika;

    • f. het versterken van de productie- en beheerscapaciteit en het verbeteren van de concurrentiepositie, teneinde handels- en investeringsmogelijkheden te openen voor alle economische en sociale spelers in de twee regio’s.

  • 3 De partijen streven bij het opstellen van hun beleid en beleidsmaatregelen naar de verwezenlijking van de hiervoor genoemde doelstellingen. Deze maatregelen kunnen innovatieve financiële mechanismen omvatten, die bedoeld zijn om bij te dragen aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en andere internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelen, overeenkomstig de verbintenissen van de Consensus van Monterrey en daaropvolgende fora.

Artikel 25. Beginselen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De samenwerking tussen de partijen gaat uit van de volgende beginselen:

  • a. de samenwerking ondersteunt en is complementair aan de inspanningen van de geassocieerde landen en regio’s om uitvoering te geven aan de prioriteiten die zijn bepaald door hun eigen ontwikkelingsbeleid en -strategieën, onverminderd de activiteiten die worden verricht tezamen met hun maatschappelijk middenveld;

  • b. de samenwerking is het resultaat van een dialoog tussen de geassocieerde landen en regio’s;

  • c. de partijen bevorderen de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en de plaatselijke autoriteiten bij het ontwikkelingsbeleid en bij hun samenwerking;

  • d. de samenwerkingsactiviteiten worden ontplooid op zowel nationaal als regionaal niveau op een wederzijds complementaire wijze teneinde de in deze overeenkomst opgenomen algemene en specifieke doelstellingen te ondersteunen;

  • e. bij de samenwerking wordt rekening gehouden met horizontale kwesties zoals democratie en mensenrechten, goed bestuur, inheemse volkeren, gender, milieu – met inbegrip van natuurrampen – en regionale integratie;

  • f. de partijen vergroten de doelmatigheid van hun samenwerking door binnen wederzijds overeengekomen kaders te opereren. Zij bevorderen harmonisatie, afstemming en coördinatie tussen donoren, en vervullen alle wederzijdse verplichtingen die verband houden met de verwezenlijking van de samenwerkingsactiviteiten;

  • g. de samenwerking omvat de technische en financiële steun als middel om bij te dragen aan de totstandbrenging van de doelstellingen van deze overeenkomst;

  • h. de partijen zijn het eens over het belang om rekening te houden met de verschillende niveaus van ontwikkeling bij de opzet van de samenwerkingsactiviteiten;

  • i. de partijen zijn het eens over het belang van voortdurende steun aan beleidsmaatregelen en strategieën van de middeninkomenslanden inzake armoedebestrijding, waarbij speciale aandacht uitgaat naar de landen met middellage inkomens;

  • j. de samenwerking in het kader van deze overeenkomst doet niets af aan de deelname van de republieken van de MA-partij, als ontwikkelingslanden, aan de activiteiten van de EU-partij op het vlak van onderzoek ten behoeve van ontwikkeling of andere programma’s voor ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie die gericht zijn op derde landen, met inachtneming van de regels en procedures van die programma’s.

Artikel 26. Modaliteiten en methodologie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Voor de uitvoering van de samenwerkingsactiviteiten komen de partijen het volgende overeen:

    • a. instrumenten kunnen een breed vlak aan bilaterale, horizontale of regionale activiteiten beslaan, zoals programma’s en projecten, met inbegrip van infrastructuurprojecten, budgettaire ondersteuning, sectorale beleidsdialoog, uitwisseling en overdracht van apparatuur, studies, effectbeoordelingen, statistieken en gegevensbestanden, uitwisseling van ervaring en deskundigen, opleiding, voorlichtings- en bewustmakingscampagnes, congressen en publicaties;

    • b. de uitvoerende instanties kunnen plaatselijke, nationale en regionale autoriteiten en organisaties uit het maatschappelijk middenveld en internationale organisaties omvatten;

    • c. de partijen stellen passende administratieve en financiële middelen ter beschikking om de uitvoering van de overeengekomen samenwerkingsactiviteiten conform hun eigen wet- en regelgeving en procedures mogelijk te maken;

    • d. alle bij de samenwerking betrokken entiteiten zijn gehouden aan een transparant en verantwoordelijk beheer van de middelen;

    • e. zij bevorderen innovatieve samenwerkings- en financieringsmodaliteiten en -instrumenten teneinde de efficiëntie van de samenwerking te vergroten, en zo optimaal gebruik te maken van deze overeenkomst;

    • f. uit hoofde van de samenwerking tussen de partijen worden innovatieve samenwerkingsprogramma’s voor de republieken van MA-partij vastgesteld en ontwikkeld;

    • g. de partijen stimuleren en bevorderen particuliere financiering en directe buitenlandse investeringen, met name aan de hand van financiering van de Europese Investeringsbank in Midden-Amerika overeenkomstig haar eigen procedures en financiële criteria;

    • h. de deelname van elke partij als geassocieerd partner in de kaderprogramma’s, specifieke programma’s en andere activiteiten van de andere partij wordt overeenkomstig de eigen regels en procedures bevorderd;

    • i. de deelname van de republieken van de MA-partij aan de thematische en horizontale samenwerkingsprogramma’s van de EU-partij voor Latijns-Amerika wordt bevorderd, onder andere door middel van mogelijke specifieke loketten;

    • j. de partijen bevorderen overeenkomstig hun eigen regels en procedures de trilaterale samenwerking op vlakken van gemeenschappelijk belang tussen de twee regio’s en met derde landen;

    • k. de partijen dienen alle praktische mogelijkheden voor samenwerking in hun wederzijds belang te onderzoeken.

  • 2 De partijen komen overeen overeenkomstig hun behoeften en in het kader van hun respectieve programma’s en wetgeving, de samenwerking tussen financiële instellingen te bevorderen.

Artikel 27. Evolutieve clausule [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Het feit dat een gebied of samenwerkingsactiviteit niet wordt vermeld in deze overeenkomst, wordt niet als zodanig uitgelegd dat dit een belemmering vormt voor de partijen om overeenkomstig hun respectieve wetgevingen te beslissen om op dat vlak of ten aanzien van die activiteit samen te werken.

  • 2 Er worden op voorhand geen mogelijkheden voor samenwerking uitgesloten. De partijen kunnen gebruikmaken van het Associatiecomité om praktische mogelijkheden voor samenwerking in wederzijds belang te onderzoeken.

  • 3 Wat de uitvoering van deze overeenkomst betreft, kunnen de partijen voorstellen op elk gebied de samenwerking uit te breiden, waarbij rekening wordt gehouden met de ervaring die is opgedaan gedurende de uitvoering daarvan.

Artikel 28. Statistische samenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen samen te werken met als doel overeenkomstig internationaal geaccepteerde normen betere statistische methoden en programma’s te ontwikkelen, met inbegrip van de verzameling van, verwerking van, kwaliteitscontrole op en verspreiding van statistieken, gericht op het genereren van indicatoren met een betere vergelijkbaarheid tussen de partijen, zodat de partijen gebruik kunnen maken van elkaars statistieken inzake handel in goederen en diensten, buitenlandse directe investeringen en meer in het algemeen alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen en waarover statistieken kunnen worden opgesteld. De partijen erkennen het nut van bilaterale samenwerking ter ondersteuning van deze doelstellingen.

  • 2 De samenwerking op dit gebied is ook gericht op:

    • a. de ontwikkeling van een regionaal statistisch systeem ter ondersteuning van de door de partijen overeengekomen prioriteiten voor regionale integratie;

    • b. werkzaamheden op het vlak van statistieken over wetenschap, technologie en innovatie.

  • 3 Deze samenwerking kan onder meer het volgende betreffen: technische uitwisseling tussen statistische bureaus in de republieken van de MA-partij en in de lidstaten van de Europese Unie en Eurostat, met inbegrip van de uitwisseling van wetenschappers; ontwikkeling van verbeterde, en waar van toepassing, consistente methoden voor de verzameling, uitsplitsing, analyse en interpretatie van gegevens; en organisatie van congressen, werkgroepen en opleidingsprogramma’s op het gebied van statistiek.

TITEL I. DEMOCRATIE, MENSENRECHTEN EN GOED BESTUUR [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 29. Democratie en mensenrechten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen werken samen met het oog op de verwezenlijking van de volledige naleving van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, die universeel, ondeelbaar, onderling verbonden en onderling samenhangend zijn, alsmede met het oog op het instellen en versterken van democratie.

  • 2 Deze samenwerking betreft onder andere het volgende:

    • a. effectieve uitvoering van de internationale instrumenten ten behoeve van de mensenrechten, alsmede de aanbevelingen die uitgaan van Verdragsorganen en Speciale Procedures;

    • b. integratie van de bevordering en bescherming van mensenrechten in nationaal beleid en ontwikkelingsplannen;

    • c. versterking van de mogelijkheden om democratische beginselen en praktijken toe te passen;

    • d. ontwikkeling en uitvoering van actieplannen inzake democratie en mensenrechten;

    • e. bewustmaking en onderwijs op het vlak van mensenrechten, democratie en een cultuur van vrede;

    • f. versterking van de democratische en aan mensenrechten gerelateerde instellingen, alsmede de wettelijke en institutionele kaders voor de bevordering en bescherming van mensenrechten;

    • g. ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven in wederzijds belang in het kader van relevante multilaterale fora.

Artikel 30. Goed bestuur [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen dat samenwerking op dit gebied moet dienen tot actieve ondersteuning van de regeringen door middel van acties die gericht zijn op met name:

  • a. respect voor de rechtsstaat;

  • b. waarborging van de scheiding der machten;

  • c. waarborging van de onafhankelijkheid en doelmatigheid van de rechterlijke macht;

  • d. bevordering van transparante, verantwoordelijke, efficiënte, stabiele en democratische instellingen;

  • e. bevordering van beleidsmaatregelen voor de waarborging van verantwoordelijkheid en transparant beheer;

  • f. bestrijding van corruptie;

  • g. versterking van goed en transparant bestuur op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau;

  • h. instellen en behouden van duidelijke besluitvormingsprocedures voor publieke autoriteiten op alle niveaus;

  • i. ondersteuning van de deelname van het maatschappelijk middenveld.

Artikel 31. Modernisering van staat en openbaar bestuur, met inbegrip van decentralisatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat het doel van samenwerking op dit gebied erin bestaat de wettelijke en institutionele kaders te verbeteren op basis van met name beste praktijken. Dit omvat de hervorming en modernisering van openbaar bestuur, met inbegrip van capaciteitsopbouw, ter ondersteuning en versterking van de processen van decentralisatie en om de organisatorische wijzigingen als gevolg van regionale integratie kracht bij te zetten, waarbij speciale aandacht uitgaat naar de organisatorische efficiëntie en de levering van diensten aan burgers, alsmede naar goed en transparant bestuur van de publieke middelen en verantwoordingsplicht.

  • 2 Deze samenwerking kan nationale en regionale programma’s en projecten omvatten die gericht zijn op de capaciteitsopbouw voor beleidsontwerp en de uitvoering en beoordeling van publieke beleidsmaatregelen, alsmede het versterken van de rechterlijke macht, en tegelijk het bevorderen van de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld.

Artikel 32. Preventie en oplossing van conflicten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat de samenwerking op dit gebied een integraal vredesbeleid moet bevorderen en onderhouden, met inbegrip van de preventie en oplossing van conflicten. Dit beleid is gestoeld op het beginsel van betrokkenheid en deelname van de samenleving, en is primair gericht op het ontwikkelen van regionale, subregionale en nationale capaciteiten. Het beleid waarborgt gelijke politieke, economische, sociale en culturele mogelijkheden voor alle onderdelen van de samenleving, zet de democratische legitimiteit kracht bij, bevordert de sociale cohesie en vormt een effectief mechanisme voor vreedzame verzoening van de belangen van de verschillende groepen, en stimuleert een actief en georganiseerd maatschappelijk middenveld, met name door gebruik te maken van de bestaande regionale instellingen.

  • 2 De samenwerking dient ter uitbreiding van de capaciteiten om conflicten op te lossen en kan onder meer het bieden van steun omvatten voor bemiddelings-, onderhandelings- en verzoeningsprocessen, voor strategieën ter bevordering van vrede, voor inspanningen om op regionaal niveau het vertrouwen en de veiligheid te verbeteren, voor inspanningen die worden geleverd om kinderen, vrouwen en ouderen te helpen, en voor maatregelen in de strijd tegen antipersoneelsmijnen.

Artikel 33. Versterking van de instellingen en de rechtsstaat [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen schenken bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat en de versterking van de instellingen op alle niveaus op het gebied van met name rechtshandhaving en rechtsbedeling. De samenwerking is met name gericht op de versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de verbetering van de doeltreffendheid daarvan.

TITEL II. JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 34. Bescherming van persoonsgegevens [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen samen te werken om het niveau van de bescherming van persoonsgegevens te verbeteren, zodat deze voldoet aan de hoogste internationale normen, zoals de „Guidelines for the Regulation of Computerized Personal Data Files”, zoals gewijzigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 14 december 1990, en om te werken aan het vrije verkeer van persoonsgegevens tussen de partijen, met inachtneming van hun interne wetgeving.

  • 2 De samenwerking inzake de bescherming van persoonsgegevens kan onder andere technische bijstand in de vorm van de uitwisseling van informatie en expertise omvatten, rekening houdend met de wet- en regelgeving van de partijen.

Artikel 35. Illegale drugs [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen werken samen met het oog op een integrale, geïntegreerde en evenwichtige aanpak op basis van doeltreffende actie en coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten, onder meer uit de gezondheidszorg, het onderwijs, de rechtshandhaving, de douane, sociale zaken, justitie en binnenlandse zaken, met als doel vraag en aanbod van illegale drugs en het effect daarvan op drugsgebruikers en de samenleving in haar geheel zo veel mogelijk te beperken, alsmede om meer vat te krijgen op omleggingen naar chemische precursoren die worden gebruikt voor de illegale productie van drugs en psychotrope stoffen, met inbegrip van omleggingen naar illegaal gebruik van drugs en psychotrope stoffen voor medisch en wetenschappelijk gebruik, en deze beter te kunnen voorkomen.

  • 2 Deze samenwerking gaat uit van het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid en de relevante internationale verdragen, alsmede de politieke verklaring en de speciale verklaring inzake richtsnoeren om de vraag naar drugs te verminderen en de overige belangrijke documenten die zijn aangenomen door de twintigste speciale zitting inzake drugs van juni 1998 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

  • 3 De samenwerking is gericht op coördinatie en uitbreiding van de gezamenlijke inspanningen om het probleem van de illegale drugshandel aan te pakken. Behoudens de overige samenwerkingsmechanismen, komen de partijen overeen dat op interregionaal niveau het coördinatie- en samenwerkingsmechanisme inzake drugs dat door de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied is ingesteld, ook voor dit doel zal worden gebruikt, en dat zij zullen samenwerken om de efficiëntie hiervan te vergroten.

  • 4 De partijen komen verder overeen samen te werken in de strijd tegen misdaad in verband met drugshandel, door middel van betere coördinatie met de relevante internationale organen en instellingen.

  • 5 De partijen werken samen met het oog op een integrale en evenwichtige aanpak via doeltreffende actie en coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten op het vlak van sociale zaken, justitie en binnenlandse zaken, met als doel:

    • a. uitwisseling van standpunten ten aanzien van wettelijke regelingen en beste praktijken;

    • b. bestrijding van het aanbod van, de handel in en de vraag naar drugs en psychotrope stoffen;

    • c. versterking van de justitiële en politionele samenwerking in de strijd tegen drugshandel;

    • d. versterking van de samenwerking op zee met het oog op een doelmatige strijd tegen drugshandel;

    • e. oprichting van informatie- en toezichtcentra;

    • f. omschrijving en toepassing van maatregelen om drugshandel, medische recepten (van drugs en psychotrope stoffen) en chemische precursoren te verminderen;

    • g. opzetten van gezamenlijke onderzoeksprogramma’s en -projecten, alsmede wederzijdse juridische bijstand;

    • h. stimulering van alternatieve ontwikkeling, in het bijzonder de bevordering van legale gewassen voor kleine producenten;

    • i. bevordering van opleiding en onderwijs van menselijke hulpbronnen met als doel het drugsgebruik en de drugshandel te voorkomen, alsmede de bestuurlijke controlesystemen te versterken;

    • j. ondersteuning van jeugdpreventieprogramma’s en onderwijs binnen en buiten schoolverband;

    • k. betere preventie alsmede behandeling, rehabilitatie en re-integratie van drugsgebruikers op basis van een breed scala aan modaliteiten, met inbegrip van schadebeperking met betrekking tot drugsmisbruik.

Artikel 36. Witwaspraktijken, met inbegrip van de financiering van terrorisme [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen samen te werken aan de preventie van het gebruik van hun financiële stelsels en ondernemingen voor het witwassen van opbrengsten die voortvloeien uit ernstige misdrijven en met name uit misdrijven in verband met illegale drugs en psychotrope stoffen en in verband met terroristische daden.

  • 2 Deze samenwerking omvat, waar van toepassing, overeenkomstig de normen die zijn vastgesteld door de Financial Action Task Force (FATF), administratieve en technische bijstand gericht op de ontwikkeling en uitvoering van regelgeving en het efficiënte functioneren van passende normen en mechanismen. De samenwerking zorgt met name voor de uitwisseling van relevante informatie en voor de vaststelling van passende normen ter bestrijding van witwaspraktijken en financiering van terrorisme overeenkomstig de normen die zijn aangenomen door internationale organen die actief zijn op dit gebied, en in overeenstemming met beste praktijken die in de internationale context worden gehanteerd.

Artikel 37. Georganiseerde misdaad en veiligheid van burgers [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen samen te werken bij de preventie en bestrijding van georganiseerde en financiële criminaliteit. Daartoe zorgen zij voor de bevordering en uitwisseling van goede praktijken en voor de toepassing van relevante overeengekomen internationale normen en instrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en de protocollen daarbij, en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie. Zij bevorderen met name getuigenbeschermingsprogramma’s.

  • 2 De partijen komen tevens overeen samen te werken aan een betere veiligheid van burgers, met name door ondersteuning van veiligheidsbeleid en -strategieën. Deze samenwerking dient bij te dragen aan de preventie van criminaliteit en kan activiteiten omvatten zoals regionale samenwerkingsprojecten tussen politionele en justitiële autoriteiten, opleidingsprogramma’s, en uitwisseling van beste praktijken voor het profileren van criminelen. Zij omvat verder onder meer gedachtewisselingen over wettelijke kaders, alsmede administratieve en technische bijstand gericht op versterking van de institutionele en operationele mogelijkheden van rechtshandhavingsinstanties.

Artikel 38. Bestrijding van corruptie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen het belang van het voorkomen en bestrijden van corruptie in de private en publieke sector en bevestigen opnieuw hun bezorgdheid over de ernst van de corruptie en de dreigingen die daarvan uitgaan voor de stabiliteit en veiligheid van democratische instellingen. Daartoe werken de partijen samen met het oog op de toepassing en bevordering van relevante internationale normen en instrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie.

  • 2 De partijen werken met name samen aan het volgende:

    • a. verbetering van de organisatorische doelmatigheid en waarborging van transparant beheer van de publieke middelen en verantwoordingsplicht;

    • b. versterking van de relevante instellingen, met inbegrip van rechtshandhavingsinstanties en de rechterlijke macht;

    • c. preventie van corruptie en omkoping in internationale transacties;

    • d. monitoring en beoordeling van beleidsmaatregelen ter bestrijding van corruptie op plaatselijk, regionaal, nationaal en internationaal niveau;

    • e. stimulering van acties ter bevordering van de waarden van een cultuur van transparantie, wettelijkheid en een wijziging in de houding van mensen ten aanzien van corrupte praktijken;

    • f. verdere ontwikkeling van de samenwerking ter aanmoediging van maatregelen om bezit terug te winnen, waarbij goede praktijken en capaciteitsopbouw worden bevorderd.

Artikel 39. Illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen werken samen aan de preventie en bestrijding van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor. Zij streven naar het coördineren van acties ter versterking van de wettelijke en institutionele samenwerking, alsmede het inzamelen en vernietigen van illegale handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor in handen van burgers.

  • 2 De partijen werken samen aan de bevordering van gezamenlijke initiatieven in de strijd tegen handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor. De partijen werken met name samen aan gezamenlijke initiatieven gericht op de uitvoering van de nationale, regionale en internationale programma’s, alsmede verdragen op dat gebied, zowel in een multilateraal als interregionaal kader.

Artikel 40. Terrorismebestrijding met volledig respect voor de mensenrechten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding behelst de toepassing van het kader en de normen zoals overeengekomen in artikel 16 van deel II.

  • 2 De partijen werken ook samen om ervoor te zorgen dat personen die deelnemen aan het financieren, plannen, voorbereiden of plegen van terroristische daden of die terroristische daden ondersteunen, voor het gerecht worden gebracht. De partijen komen overeen dat de strijd tegen het terrorisme wordt verricht op basis van de volledige naleving van alle resoluties van de Verenigde Naties, respect voor de soevereiniteit van de staten, alsmede respect voor een eerlijke rechtsgang, mensenrechten en fundamentele vrijheden.

  • 3 De partijen komen overeen samen te werken aan de preventie en onderdrukking van terroristische daden door middel van politionele en justitiële samenwerking.

TITEL III. SOCIALE ONTWIKKELING EN SOCIALE COHESIE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 41. Sociale cohesie met inbegrip van bestrijding van armoede, ongelijkheid en uitsluiting [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Erkennend dat sociale ontwikkeling en economische ontwikkeling hand in hand gaan, komen de partijen overeen dat de samenwerking gericht is op verbetering van de sociale cohesie door vermindering van armoede, onrechtvaardigheid, ongelijkheid en sociale uitsluiting, in het bijzonder met het oog op de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en het internationaal overeengekomen doel van bevordering van eerlijke globalisering en fatsoenlijk werk voor iedereen. Voor de verwezenlijking van deze doelstellingen worden aanzienlijke financiële middelen beschikbaar gesteld, zowel uit samenwerkingsbudgetten als nationale middelen.

  • 2 Daartoe werken de partijen samen aan de bevordering en ondersteuning van de uitvoering van:

    • a. economische beleidsmaatregelen met een sociale visie gericht op een meer inclusieve samenleving met een betere verdeling van de inkomsten teneinde de ongelijkheid en onrechtvaardigheid te verminderen;

    • b. handels- en investeringsmaatregelen, rekening houdend met de koppeling tussen handel en duurzame ontwikkeling, eerlijke handel, de ontwikkeling van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen op het platteland en in de stad en hun representatieve organisaties, en maatschappelijk verantwoord ondernemen;

    • c. een rechtvaardig en gezond fiscaal beleid ten behoeve van een betere herverdeling van rijkdom, toereikende niveaus van sociale uitgaven en inkrimping van de informele economie;

    • d. efficiënte publieke sociale uitgaven gekoppeld aan duidelijk vastgestelde sociale doelstellingen, teneinde tot een meer resultaatgeoriënteerde benadering te komen;

    • e. effectieve sociale beleidsmaatregelen en eerlijke toegang tot sociale diensten voor iedereen op tal van vlakken zoals onderwijs, gezondheid, voeding, sanitair, huisvesting, justitie en sociale zekerheid;

    • f. werkgelegenheidsbeleid gericht op fatsoenlijk werk voor iedereen en het creëren van economische kansen met specifieke aandacht voor de armste en kwetsbaarste groepen en de meest achtergestelde regio’s, en specifieke maatregelen ter bevordering van tolerantie voor culturele diversiteit op het werk;

    • g. sociale beschermingsregelingen op het gebied van onder andere pensioenen, gezondheid, ongevallen en werkloosheid, die uitgaan van het beginsel van solidariteit en toegankelijk zijn voor iedereen;

    • h. strategieën en beleidsmaatregelen ter bestrijding van vreemdelingenhaat en discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, geloofsovertuiging of etniciteit;

    • i. specifieke beleidsmaatregelen en programma’s gericht op de jeugd.

  • 3 De partijen komen overeen de uitwisseling te stimuleren van informatie over socialecohesieaspecten van nationale plannen of strategieën, alsmede van ervaringen met succes of mislukkingen met betrekking tot het opstellen en uitvoeren daarvan.

  • 4 De partijen trachten tevens gezamenlijk de bijdrage van de uitvoering van deze overeenkomst aan sociale cohesie te beoordelen.

Artikel 42. Werkgelegenheid en sociale bescherming [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen samen te werken aan de bevordering van werkgelegenheid en sociale bescherming door middel van acties en programma’s, die in het bijzonder gericht zijn op:

    • a. het zorgen voor fatsoenlijk werk voor iedereen;

    • b. het creëren van meer inclusieve en goed functionerende arbeidsmarkten;

    • c. het uitbreiden van de dekking van sociale bescherming;

    • d. het uitwisselen van beste praktijken op het gebied van werknemersmobiliteit en overdracht van pensioenrechten;

    • e. het bevorderen van de sociale dialoog;

    • f. het zorgen voor respect voor de fundamentele beginselen en rechten op het werk zoals vastgesteld door de Verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie, de zogeheten fundamentele arbeidsnormen, met name met betrekking tot de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen, het recht op collectieve onderhandelingen en non-discriminatie, de afschaffing van gedwongen en kinderarbeid, en gelijke behandeling van mannen en vrouwen;

    • g. het aanpakken van kwesties met betrekking tot de informele economie;

    • h. het geven van speciale aandacht aan achtergestelde groepen en aan de strijd tegen discriminatie;

    • i. het ontwikkelen van de kwaliteit van menselijke hulpbronnen door beter onderwijs en betere opleiding, met inbegrip van effectieve beroepsopleiding;

    • j. het verbeteren van de gezondheids- en veiligheidsomstandigheden op het werk, met name door krachtigere arbeidsinspectiediensten;

    • k. het stimuleren van werkgelegenheidsschepping en ondernemerschap door versterking van het institutionele kader dat nodig is voor het opzetten van kleine en middelgerote ondernemingen en het bevorderen van toegang tot krediet en microfinanciering.

  • 2 De activiteiten kunnen worden verricht op nationaal, regionaal en interregionaal niveau, met inbegrip van netwerken, wederzijds leren, vaststelling en verspreiding van goede praktijken, uitwisseling van informatie op basis van vergelijkbare statistische instrumenten en indicatoren en contacten tussen organisaties van sociale partners.

Artikel 43. Onderwijs en opleiding [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat de samenwerking gericht is op:

    • a. bevordering van rechtvaardige toegang tot onderwijs voor iedereen, met inbegrip van jongeren, vrouwen, oudere burgers, inheemse volkeren en minderheidsgroepen, waarbij speciale aandacht uitgaat naar de meest kwetsbare en gemarginaliseerde segmenten van de samenleving;

    • b. verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, waarbij de prioriteit uitgaat naar basisonderwijs;

    • c. betere afronding van het basisonderwijs en vermindering van voortijdig schoolverlaten in het verplicht middelbaar onderwijs;

    • d. verbetering van niet-formeel leren;

    • e. verbetering van de infrastructuur en uitrusting van de bestaande onderwijscentra;

    • f. bevordering van het onderwijs voor inheemse volkeren, met inbegrip van intercultureel tweetalig onderwijs;

    • g. bevordering van hoger onderwijs, alsmede beroepsopleiding en een leven lang leren.

  • 2 De partijen komen tevens overeen het volgende aan te moedigen:

    • a. samenwerking tussen hogeronderwijsinstellingen van de partijen en uitwisseling van studenten, onderzoekers en academici door middel van bestaande programma’s;

    • b. synergiëen tussen hogeronderwijsinstellingen en de private en publieke sector op overeengekomen gebieden teneinde de overgang naar de werksituatie te vergemakkelijken.

  • 3 De partijen komen overeen speciale aandacht te blijven besteden aan de ontwikkeling van de EU-LAC-kennisruimte en initiatieven zoals de gezamenlijke ruimte voor hoger onderwijs van de EU en Latijns-Amerika/Caraïben, in het bijzonder met het oog op stimulering van het delen en uitwisselen van ervaring en technische middelen.

Artikel 44. Volksgezondheid [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen samen te werken aan de ontwikkeling van efficiënte zorgstelsels, competent en toereikend medisch personeel, eerlijke financieringsmechanismen en socialebeschermingsregelingen.

  • 2 Speciale aandacht gaat uit naar sectorale hervormingen en de zorg voor eerlijke toegang tot hoogwaardige gezondheidsdiensten, voedsel- en voedingsveiligheid, met name voor kwetsbare groepen zoals gehandicapten, ouderen, vrouwen, kinderen en inheemse volkeren.

  • 3 De partijen richten zich verder op samenwerking ter bevordering van primaire gezondheidszorg en preventie door middel van geïntegreerde benaderingen en acties waarbij ook andere beleidsterreinen worden betrokken, met name ter bestrijding van hiv/aids, malaria, tuberculose, knokkelkoorts, de ziekte van Chagas en andere prioritaire overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, alsmede chronische ziekten; om kindersterfte te verminderen; om de gezondheid tijdens de zwangerschap te verbeteren; en om prioritaire gebieden zoals seksuele en voortplantingsgezondheid en de zorg voor en preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen en ongewenste zwangerschappen aan te pakken, zolang deze doelstellingen niet in strijd zijn met de nationale rechtskaders. Bovendien werken de partijen samen op het gebied van onderwijs, waterzuivering en gezondheidsgerelateerde thema’s.

  • 4 De samenwerking kan verder de ontwikkeling, uitvoering en bevordering stimuleren van het internationale gezondheidsrecht, met inbegrip van de Internationale Gezondheidsregeling en de Kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie ter bestrijding van tabaksgebruik.

  • 5 De partijen streven naar de totstandbrenging van associaties buiten het volksgezondheidsstelsel door middel van strategische partnerschappen met het maatschappelijk middenveld en andere spelers, waarbij de prioriteit uitgaat naar ziektepreventie en bevordering van de gezondheid.

Artikel 45. Inheemse volkeren en andere etnische groepen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen, die hun nationale, regionale en internationale verplichtingen nakomen en bevorderen, komen overeen dat hun samenwerkingsactiviteiten dienen bij te dragen tot grotere bescherming en bevordering van de rechten en fundamentele vrijheden van inheemse volkeren, zoals erkend door de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de rechten van inheemse volkeren. Deze samenwerkingsactiviteiten dragen tevens bij tot versterking en bevordering van de mensenrechten en fundamentele vrijheden van personen die behoren tot minderheden en etnische groepen.

  • 2 Speciale aandacht moet uitgaan naar armoedevermindering en de strijd tegen ongelijkheid, uitsluiting en discriminatie. De ontwikkeling van samenwerkingsactiviteiten dient, overeenkomstig de nationale en internationale verplichtingen van de partijen, te worden gericht naar de relevante internationale documenten en instrumenten met betrekking tot de rechten van inheemse volkeren, zoals Resolutie 59/174 van de Verenigde Naties inzake het tweede decennium voor „s werelds inheemse volkeren en Verdrag 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie over inheemse volkeren en stammen in onafhankelijke staten, zoals geratificeerd.

  • 3 De partijen komen verder overeen dat de samenwerkingsactiviteiten stelselmatig rekening houden met de sociale, economische en culturele identiteiten van deze volkeren en, waar nodig, voor effectieve deelname aan de samenwerkingsactiviteiten zorgen, met name op die gebieden die van groot belang voor hen zijn, zoals duurzaam beheer en gebruik van de grond en de natuurlijke hulpbronnen, het milieu, onderwijs, gezondheid, erfgoed en culturele identiteit.

  • 4 De samenwerking dient bij te dragen tot de bevordering van de ontwikkeling van inheemse volkeren. De samenwerking dient tevens bij te dragen tot de bevordering van de ontwikkeling van personen die tot organisaties van minderheden en etnische groepen behoren. Een dergelijke samenwerking verbetert ook hun capaciteiten op het gebied van onderhandelingen, bestuur en beheer.

Artikel 46. Kwetsbare groepen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat de samenwerking ten gunste van kwetsbare groepen prioriteit geeft aan maatregelen, met inbegrip van innovatieve beleidsmaatregelen en projecten, waarbij dergelijke kwetsbare groepen worden betrokken. Deze moeten gericht zijn op bevordering van menselijke ontwikkeling, armoedevermindering en de strijd tegen sociale uitsluiting.

  • 2 De samenwerking omvat de bescherming van de mensenrechten en de gelijke kansen van kwetsbare groepen, het creëren van economische mogelijkheden voor de armsten, alsmede specifieke sociale beleidsmaatregelen gericht op de ontwikkeling van menselijke capaciteiten door middel van onderwijs en opleiding, toegang tot de primaire sociale diensten, sociale veiligheidsnetten en justitie, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar onder meer gehandicapten en hun families, kinderen, vrouwen en ouderen.

Artikel 47. Gendergelijkheid [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat de samenwerking dient bij te dragen tot de versterking van beleidslijnen, programma’s en mechanismen die de gelijke participatie en kansen van mannen en vrouwen in alle sectoren van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te garanderen, verbeteren en verbreden, met name met het oog op de doelmatige uitvoering van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Waar nodig, worden positieve maatregelen ter ondersteuning van vrouwen overwogen.

  • 2 De samenwerking bevordert de integratie van het genderperspectief op alle relevante terreinen van samenwerking, met inbegrip van overheidsbeleid en ontwikkelingsstrategieën en -acties, alsmede indicatoren om het effect daarvan te meten.

  • 3 De samenwerking zou tevens moeten bijdragen tot gelijke toegang van mannen en vrouwen tot alle diensten en middelen op basis waarvan zij hun fundamentele rechten volledig kunnen uitoefenen, zoals met betrekking tot onderwijs, gezondheid, beroepsopleiding, arbeidsmogelijkheden, politieke besluitvorming, bestuursstructuren en private ondernemingen.

  • 4 Specifieke aandacht zal uitgaan naar programma’s ter bestrijding van geweld tegen vrouwen, met name door middel van preventie.

Artikel 48. Jeugd [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De samenwerking tussen de partijen ondersteunt alle relevante sectorale beleidsmaatregelen met betrekking tot de jeugd, met als doel de overerving van armoede en marginaliteit te voorkomen. Dit omvat steun aan gezinsbeleid en onderwijs, alsmede het bieden van arbeidsmogelijkheden aan jongeren, met name in arme regio’s, en het bevorderen van sociale en justitiële programma’s voor de preventie van jeugdcriminaliteit en de herintegratie in het economische en sociale leven.

  • 2 De partijen komen overeen de actieve deelname van jongeren aan de samenleving te bevorderen, met inbegrip van de vormgeving van beleidsmaatregelen die effect hebben op hun leven.

TITEL IV. MIGRATIE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 49. Migratie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Op basis van een specifieke analyse van de behoeften, die in onderling overleg door de partijen wordt verricht, werken de partijen samen overeenkomstig de desbetreffende vigerende EU-wetgeving en nationale wetgeving. De samenwerking richt zich met name op:

    • a. de grondoorzaken van migratie;

    • b. de ontwikkeling en uitvoering van nationale wetgeving en praktijken met betrekking tot internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen en het bijbehorende protocol van 1967 en andere relevante internationale instrumenten, en teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van non-refoulement gerespecteerd wordt;

    • c. de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale ingezetenen in de samenleving, onderwijs en opleiding van legale migranten en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat, en alle toepasselijke bepalingen met betrekking tot de mensenrechten van migranten;

    • d. de invoering van een doeltreffend beleid om het overmaken van geld te vergemakkelijken;

    • e. de tijdelijke en circulaire migratie, met inbegrip van het voorkomen van braindrain;

    • f. de invoering van een doeltreffend en integraal beleid inzake immigratie, smokkel van migranten en mensenhandel, met inbegrip van de vraag hoe netwerken en criminele organisaties van handelaars en smokkelaars kunnen worden bestreden en de slachtoffers van deze praktijken kunnen worden beschermd en ondersteund; alsmede alle andere vormen van migratie die niet overeenstemmen met het rechtskader van het land van bestemming;

    • g. de humane, veilige en waardige repatriëring van personen die geen legale verblijfsvergunning hebben, op grond van volledig respect voor de mensenrechten, alsmede de terugname van dergelijke personen overeenkomstig lid 2;

    • h. de uitwisseling van beste integratiepraktijken ten aanzien van migratie tussen de Europese Unie en de republieken van de MA-partij;

    • i. de ondersteunende maatregelen gericht op duurzame herintegratie van terugkerenden.

  • 2 In het kader van de samenwerking ter voorkoming en beheersing van immigratie die in strijd is met het rechtskader van het land van bestemming, komen de partijen eveneens overeen hun onderdanen die in strijd met het desbetreffende rechtskader op het grondgebied van de andere partij hebben verbleven, terug te nemen. Daartoe:

    • a. verbindt elke republiek van de MA-partij zich ertoe haar onderdanen die in strijd met het rechtskader van een lidstaat van de Europese Unie op het grondgebied van die lidstaat hebben verbleven, op verzoek en zonder verdere formaliteiten terug te nemen, deze onderdanen van passende identiteitsdocumenten te voorzien en hen alle administratieve faciliteiten die daartoe benodigd zijn, te verstrekken;

    • b. verbindt elke lidstaat van de Europese Unie zich ertoe zijn onderdanen die in strijd met het rechtskader van een republiek van de MA-partij op het grondgebied van die republiek van de MA-partij hebben verbleven, op verzoek en zonder verdere formaliteiten terug te nemen, deze onderdanen van passende identiteitsdocumenten te voorzien en hen alle administratieve faciliteiten die daartoe benodigd zijn, te verstrekken.

  • 3 Indien de terug te nemen persoon niet in het bezit is van documenten of andere bewijzen van zijn of haar nationaliteit, treffen de bevoegde diplomatieke en/of consulaire vertegenwoordigers van de desbetreffende lidstaat van de Europese Unie of de republiek van de MA-partij op verzoek van de desbetreffende republiek van de MA-partij of de lidstaat van de Europese Unie regelingen om deze persoon te ondervragen teneinde zijn of haar nationaliteit vast te stellen.

  • 4 De partijen komen overeen op verzoek en zo snel mogelijk een overeenkomst te sluiten tot vaststelling van de specifieke verplichtingen voor de lidstaten van de Europese Unie en de republieken van de MA-partij inzake terugname. Die overeenkomst betreft ook de terugname van onderdanen van andere landen en staatloze personen.

TITEL V. MILIEU, NATUURRAMPEN EN KLIMAATVERANDERING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 50. Samenwerking inzake het milieu [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen de kwaliteit van het milieu op plaatselijk, regionaal en mondiaal niveau te beschermen en te verbeteren teneinde te komen tot duurzame ontwikkeling, zoals vastgelegd in de Verklaring van Rio inzake milieu en ontwikkeling van 1992.

  • 2 Rekening houdend met het beginsel van gezamenlijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden, de prioriteiten en nationale ontwikkelingsstrategieën, besteden de partijen de nodige aandacht aan de relatie tussen armoede en het milieu en het effect van economische activiteit op het milieu, met inbegrip van het potentiële effect van deze overeenkomst.

  • 3 De samenwerking betreft in het bijzonder:

    • a. de bescherming en het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen, met inbegrip van bossen en visgronden;

    • b. de strijd tegen de vervuiling van zoete en zeewateren, lucht en bodem, onder andere door middel van goed beheer van afval, rioolwater, chemicaliën en andere gevaarlijke stoffen en materialen;

    • c. mondiale kwesties als klimaatverandering, aantasting van de ozonlaag, woestijnvorming, ontbossing, behoud van de biodiversiteit, en bioveiligheid;

    • d. in deze context zal de samenwerking gezamenlijke initiatieven trachten te bevorderen op het gebied van beperking van de klimaatverandering en aanpassing aan de nadelige effecten daarvan, met inbegrip van versterking van de koolstofmarktmechanismen.

  • 4 De samenwerking kan maatregelen omvatten als:

    • a. bevordering van de beleidsdialoog en de uitwisseling van beste milieupraktijken en ervaringen, en bevordering van capaciteitsopbouw, met inbegrip van institutionele versterking;

    • b. overdracht en gebruik van duurzame technologie en knowhow, met inbegrip van het creëren van stimuleringsmaatregelen en mechanismen voor innovatie en milieubescherming;

    • c. integratie van milieuoverwegingen met andere beleidsterreinen, met inbegrip van beheer van het grondgebruik;

    • d. bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen, onder meer door het duurzame gebruik van ecosystemen, diensten en goederen;

    • e. bevordering van milieubewustzijn en -voorlichting, alsmede grotere betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, met name plaatselijke gemeenschappen, bij inspanningen ten behoeve van milieubescherming en duurzame ontwikkeling;

    • f. stimulering en bevordering van regionale samenwerking op het gebied van milieubescherming;

    • g. ondersteuning bij de uitvoering en handhaving van de multilaterale milieuovereenkomsten waarbij de partijen partij zijn;

    • h. versterking van het milieubeheer, alsmede de toezicht- en controlesystemen.

Artikel 51. Beheer van natuurrampen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat de samenwerking op dit vlak gericht is op vermindering van de kwetsbaarheid van de Midden-Amerikaanse regio voor natuurrampen door ondersteuning van de nationale inspanningen, alsmede van het regionale kader voor het verminderen van de kwetsbaarheid voor en voor het reageren op natuurrampen, versterking van het regionale onderzoek, verspreiding van beste praktijken, het trekken van lessen uit de inspanningen inzake risicobeperking, en verder paraatheid, planning, monitoring, preventie, schadebeperking, respons en herstel. De samenwerking ondersteunt tevens inspanningen met betrekking tot harmonisatie van het rechtskader met de internationale normen, en de verbetering van de institutionele coördinatie en de overheidssteun.

  • 2 De partijen stimuleren strategieën ter vermindering van de maatschappelijke en ecologische kwetsbaarheid en ter versterking van de capaciteiten van plaatselijke gemeenschappen en instellingen voor risicobeperking.

  • 3 De partijen besteden specifieke aandacht aan verbetering van risicobeperking in al hun beleidsmaatregelen, waaronder territoriaal beheer, herstel en wederopbouw.

TITEL VI. ECONOMISCHE EN HANDELSONTWIKKELING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 52. Samenwerking en technische bijstand op het vlak van mededingingsbeleid [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Technische bijstand is onder andere gericht op institutionele capaciteitsopbouw en opleiding van medewerkers van de mededingingsautoriteiten, rekening houdend met de regionale dimensie, teneinde deze te ondersteunen bij het aanscherpen en effectief handhaven van de mededingingswetgeving op het gebied van kartelbestrijding en fusies, met inbegrip van het stimuleren van mededinging.

Artikel 53. Samenwerking douane en wederzijdse ondersteuning [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen bevorderen en faciliteren de samenwerking tussen elkaars douanediensten, teneinde te zorgen voor de verwezenlijking van de in hoofdstuk 3 (Douane en handelsbevordering) van titel II van deel IV van deze overeenkomst genoemde doelstellingen, met name met het oog op vereenvoudiging van de douaneprocedures en facilitering van de rechtmatige handel, met behoud van hun mogelijkheden tot controle.

  • 2 De samenwerking moet onder meer leiden tot:

    • a. het uitwisselen van informatie aangaande de douanewetgeving en -procedures, in het bijzonder op de volgende gebieden:

      • i. vereenvoudiging en modernisering van de douaneprocedures;

      • ii. vergemakkelijking van doorvoer;

      • iii. handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten;

      • iv. betrekkingen met het bedrijfsleven;

      • v. vrij verkeer van goederen en regionale integratie;

    • b. het ontplooien van gezamenlijke initiatieven op onderling overeen te komen gebieden;

    • c. het bevorderen van de coördinatie tussen alle betrokken grensinstanties, zowel intern als grensoverschrijdend.

  • 3 De partijen bieden elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden overeenkomstig de bepalingen van bijlage III bij deel IV van deze overeenkomst.

Artikel 54. Samenwerking en technische bijstand inzake douane en handelsbevordering [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen erkennen het belang van technische bijstand op het vlak van douane en handelsbevordering teneinde de maatregelen die zijn opgenomen in hoofdstuk 3 (Douane en handelsbevordering) van titel II van deel IV van deze overeenkomst uit te voeren. De partijen komen overeen onder meer op de volgende gebieden samen te werken:

  • a. het verbeteren van de institutionele samenwerking ter versterking van het proces van regionale integratie;

  • b. het verstrekken van expertise en capaciteitsopbouw inzake douaneaangelegenheden aan de bevoegde autoriteiten (onder andere certificering en verificatie van oorsprong) en technische aangelegenheden ten behoeve van de handhaving van regionale douaneprocedures;

  • c. het toepassen van mechanismen en moderne douanetechnieken, zoals risicobeoordeling, bindende uitspraken vooraf, vereenvoudigde procedures voor binnenkomst en vrijgave van goederen, douanecontroles en bedrijfsauditmethodes;

  • d. het invoeren van procedures en praktijken die zo veel mogelijk in overeenstemming zijn met internationale instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, met inbegrip van de WTO-regels en de instrumenten en normen van de Werelddouaneorganisatie (hierna de „WDO”), zoals de Internationale overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, zoals gewijzigd (herziene overeenkomst van Kyoto) en het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO; en

  • e. het invoeren van informatiesystemen en het automatiseren van douane en andere handelsprocedures.

Artikel 55. Samenwerking en technische bijstand inzake de overdracht van intellectuele eigendom en technologie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen het belang van samenwerking en technische bijstand op het vlak van intellectuele eigendom en komen overeen onder andere op de volgende gebieden samen te werken:

    • a. versterking van de institutionele samenwerking (bijvoorbeeld tussen bureaus voor intellectuele eigendom in de republieken van de MA-partij) en derhalve bevordering van de uitwisseling van informatie inzake rechtskaders voor intellectuele-eigendomsrechten en andere relevante beschermings- en handhavingsregels;

    • b. stimulering en bevordering van de ontwikkeling van contacten en samenwerking op het gebied van intellectuele eigendom, met inbegrip van bevordering en verspreiding van informatie tussen bedrijfskringen, het maatschappelijk middenveld, consumenten en onderwijsinstellingen;

    • c. het verstrekken van capaciteitsopbouw en opleiding (bijvoorbeeld voor rechters, aanklagers, douanebeambten en politieagenten) inzake handhaving van intellectuele-eigendomsrechten;

    • d. samenwerking ten aanzien van de ontwikkeling en verbetering van elektronische systemen van de bureaus voor intellectuele eigendom in de republieken van de MA-partij;

    • e. samenwerking inzake informatie-uitwisseling en het verlenen van expertise en technische bijstand over regionale integratie op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten.

  • 2 De partijen erkennen het belang van samenwerking ten aanzien van douaneaangelegenheden en zullen daarom de samenwerking bevorderen en vergemakkelijken teneinde grensmaatregelen met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten toe te passen, en in het bijzonder de informatie-uitwisseling en coördinatie tussen de relevante douaneadministraties uit te breiden. Deze samenwerking streeft naar versterking en modernisering van de prestaties van de douanes in de republieken van de MA-partij.

  • 3 De partijen erkennen tevens het belang van technische bijstand op het vlak van technologieoverdracht met als doel intellectuele eigendom beter te beschermen, en komen overeen onder meer bij de volgende activiteiten samen te werken:

    • a. de partijen bevorderen de overdracht van technologie, hetgeen zal geschieden op basis van programma’s voor academische, professionele en/of zakelijke uitwisselingen die gericht zijn op de overdracht van kennis van de EU-partij naar de republieken van de MA-partij;

    • b. de partijen erkennen het belang van het creëren van mechanismen ter versterking en bevordering van buitenlandse directe investeringen in de republieken van de MA-partij, met name in innovatieve en hightechsectoren. De EU stelt alles in het werk om instellingen en ondernemingen op haar grondgebied prikkels te bieden die gericht zijn op bevordering en aanmoediging van de overdracht van technologie aan instellingen en ondernemingen in de republieken van de MA-partij op zodanige wijze dat deze landen een levensvatbaar technologisch platform kunnen opbouwen;

    • c. evenzo zal de EU-partij programma’s faciliteren en bevorderen die gericht zijn op het creëren van activiteiten op het vlak van onderzoek en ontwikkeling in Midden-Amerika, teneinde aan de behoeften van de regio’s te voldoen, zoals toegang tot medicijnen, infrastructuur en technologische ontwikkeling ten behoeve van onder andere de ontwikkeling van hun bevolking.

Artikel 56. Samenwerking inzake vestiging, handel in diensten en elektronische handel [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De samenwerking omvat ondersteuning voor technische bijstand, opleiding en capaciteitsopbouw op onder andere de volgende gebieden:

    • a. verbetering van het vermogen van dienstverleners van de republieken van de MA-partij om informatie te verzamelen over en te voldoen aan de regels en normen van de EU-partij op het niveau van de Europese Unie en op nationaal en subnationaal niveau;

    • b. verbetering van de exportcapaciteit van dienstverleners van de republieken van de MA-partij, waarbij speciale aandacht uitgaat naar de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen;

    • c. bevordering van interactie en dialoog tussen dienstverleners van de EU-partij en de republieken van de MA-partij;

    • d. voorziening in de behoeften aan kwalificatie en normen in die sectoren waarvoor in deze overeenkomst verbintenissen worden aangegaan;

    • e. bevordering van de uitwisseling van informatie en ervaring en verlening van technische bijstand ten aanzien van de ontwikkeling en uitvoering van regels op nationaal en regionaal niveau, waar van toepassing;

    • f. instelling van mechanismen ter bevordering van investeringen tussen de EU-partij en de republieken van de MA-partij, en vergroting van de capaciteiten van agentschappen ter bevordering van investeringen in de republieken van de MA-partij.

Artikel 57. Samenwerking en technische bijstand op het vlak van technische handelsbelemmeringen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen erkennen het belang van technische bijstand op het vlak van technische handelsbelemmeringen en komen overeen onder andere op de volgende gebieden samen te werken:

  • a. verstrekking van expertise, capaciteitsopbouw, met inbegrip van de ontwikkeling en versterking van de relevante infrastructuur, opleiding en technische bijstand op het gebied van technische regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling, accreditatie en metrologie. Dit kan tevens activiteiten omvatten ter bevordering van het begrip en de naleving van de voorschriften van de Europese Unie, met name door kleine en middelgrote ondernemingen;

  • b. ondersteuning van de harmonisatie van de wetgeving en -procedures inzake technische handelsbelemmeringen binnen Midden-Amerika en bevordering van het verkeer van goederen binnen de regio;

  • c. bevordering van de actieve participatie van de vertegenwoordigers van de republieken van de MA-partij aan de werkzaamheden van relevante internationale organisaties met het oog op een bredere toepassing van internationale normen;

  • d. uitwisseling van informatie, ervaring en goede praktijken ter bevordering van de uitvoering van hoofdstuk 4 (Technische handelsbelemmeringen) van titel II van deel IV van deze overeenkomst. Dit kan programma’s omvatten ter bevordering van de handel op vlakken van gezamenlijk belang, zoals omschreven in hoofdstuk 4.

Artikel 58. Samenwerking en technische bijstand op het vlak van overheidsopdrachten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen erkennen het belang van samenwerking en technische bijstand op het vlak van overheidsopdrachten en komen overeen als volgt samen te werken:

  • a. in overeenkomst tussen de desbetreffende partijen, verbetering van de institutionele samenwerking en bevordering van de informatie-uitwisseling ten aanzien van rechtskaders aangaande overheidsopdrachten, aangevuld met de mogelijke introductie van een dialoogmechanisme;

  • b. op verzoek van een van de partijen, levering van capaciteitsopbouw en opleiding, met inbegrip van opleiding voor de particuliere sector inzake innovatieve middelen voor overheidsopdrachten in een concurrentiesituatie;

  • c. ondersteuning van publieksvoorlichtingsactiviteiten in de republieken van de MA-partij ten behoeve van de openbare sector, de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld met betrekking tot de bepalingen van titel V (Overheidsopdrachten) van deel IV van deze overeenkomst, in verband met de systemen van de Europese Unie voor overheidsopdrachten, en de kansen die Midden-Amerikaanse leveranciers kunnen krijgen in de Europese Unie;

  • d. ondersteuning voor het ontwikkelen, vestigen en laten functioneren van één enkel contactpunt voor informatie met betrekking tot overheidsopdrachten voor de gehele Midden-Amerikaanse regio. Dit contactpunt functioneert overeenkomstig de bepalingen van artikel 212, lid 1, onder d), artikel 213, artikel 215, lid 4, en artikel 223, lid 2, van titel V (Overheidsopdrachten) van deel IV van deze overeenkomst;

  • e. verbetering van de technologische mogelijkheden voor overheidsdiensten op centraal en subcentraal niveau of voor andere aanbestedende diensten.

Artikel 59. Samenwerking en technische bijstand inzake visserij en aquacultuur [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen het belang van economische, technische en wetenschappelijke samenwerking ten behoeve van een duurzame ontwikkeling van de visserij- en aquacultuursector. De doelstellingen van een dergelijke samenwerking zijn met name:

    • a. bevordering van een duurzame exploitatie en een duurzaam beheer van de visserij;

    • b. bevordering van beste praktijken ten aanzien van visserijbeheer;

    • c. verbetering van de gegevensverzameling teneinde rekening te kunnen houden met de best beschikbare wetenschappelijke informatie voor beoordeling en beheer van de visbestanden;

    • d. verbetering van de systemen van toezicht, controle en bewaking;

    • e. bestrijding van illegale, niet-gemelde of ongereglementeerde visserijactiviteiten.

  • 2 Deze samenwerking kan onder meer het volgende betreffen:

    • a. het beschikbaar stellen van technische expertise, ondersteuning en capaciteitsopbouw voor duurzaam beheer van de visbestanden, met inbegrip van de ontwikkeling van alternatieve viskwekerijen;

    • b. het uitwisselen van informatie, ervaring en capaciteitsopbouw voor duurzame sociale en economische ontwikkeling van de visserij- en aquacultuursector, waarbij specifieke aandacht uitgaat naar de verantwoordelijke ontwikkeling van ambachtelijke en kleinschalige visserij en aquacultuur en de diversificatie van hun producten en activiteiten, met inbegrip van met name de verwerkingsindustrie;

    • c. het ondersteunen van de institutionele samenwerking en het bevorderen van de informatie-uitwisseling inzake rechtskaders voor visserij en aquacultuur, met inbegrip van relevante internationale instrumenten;

    • d. het versterken van de samenwerking binnen internationale organisaties en met nationale en regionale organisaties voor visserijbeheer, waarbij technische bijstand wordt geboden, onder meer in de vorm van workshops en studies, om te zorgen voor een beter inzicht in de toegevoegde waarde van internationale rechtsinstrumenten voor de verwezenlijking van goed beheer van de mariene hulpbronnen.

Artikel 60. Samenwerking en technische bijstand op het vlak van ambachtelijke goederen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen erkennen het belang van samenwerkingsprogramma’s ter bevordering van acties die ertoe bijdragen dat ambachtelijke goederen die in de republieken van de MA-partij worden geproduceerd, profiteren van deze overeenkomst. Meer in het bijzonder kan de samenwerking op de volgende gebieden worden gericht:

  • a. ontwikkeling van de mogelijkheden ter bevordering van de markttoegang van ambachtelijke goederen uit Midden-Amerika;

  • b. capaciteitsopbouw van de entiteiten in Midden-Amerika met verantwoordelijkheid voor de bevordering van de export, met name ter ondersteuning van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (hierna „mkmo’s”) uit stedelijke en plattelandsregio’s, die nodig zijn voor de productie en export van ambachtelijke goederen, onder meer met betrekking tot douaneprocedures en technische voorschriften die gelden in de EU-markt;

  • c. bevordering van het behoud van deze culturele producten;

  • d. ondersteuning van de ontwikkeling van de infrastructuur die vereist is om mkmo’s te ondersteunen die zich bezighouden met de productie van ambachtelijke goederen;

  • e. capaciteitsopbouw ter verbetering van de bedrijfsprestaties van producenten van ambachtelijke goederen door middel van opleidingsprogramma’s.

Artikel 61. Samenwerking en technische bijstand op het vlak van biologische goederen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen erkennen het belang van samenwerkingsprogramma’s ter bevordering van de voordelen die biologische goederen die worden geproduceerd in de republieken van de MA-partij, kunnen hebben van deze overeenkomst. Meer in het bijzonder is de samenwerking onder andere op de volgende gebieden gericht:

  • a. ontwikkeling van de mogelijkheden ter bevordering van de markttoegang voor biologische goederen uit Midden-Amerika;

  • b. capaciteitsopbouw van de entiteiten in Midden-Amerika met verantwoordelijkheid voor de bevordering van de export, met name ter ondersteuning van mkmo’s uit stedelijke en plattelandsregio’s, die nodig zijn voor de productie en export van biologische goederen, onder meer met betrekking tot douaneprocedures, technische voorschriften en kwaliteitsnormen die gelden in de EU-markt;

  • c. ondersteuning van de ontwikkeling van de infrastructuur die vereist is om mkmo’s te ondersteunen bij de productie van biologische goederen;

  • d. capaciteitsopbouw ter verbetering van de bedrijfsprestaties van de producenten van biologische goederen door middel van opleidingsprogramma’s;

  • e. samenwerking bij de ontwikkeling van distributienetwerken in de EU-markt.

Artikel 62. Samenwerking en technische bijstand ten aanzien van voedselveiligheid, sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden, en vraagstukken van dierenwelzijn [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De samenwerking op dit vlak wordt toegespitst op versterking van de capaciteiten van de partijen ten aanzien van sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden en vraagstukken van dierenwelzijn, teneinde de toegang tot de markt van de andere partij te verbeteren en tegelijk de mate van bescherming van mensen, dieren en planten, alsmede het dierenwelzijn te waarborgen.

  • 2 Dit kan onder andere het volgende betreffen:

    • a. ondersteuning van de harmonisatie van sanitaire en fytosanitaire wetgeving en procedures binnen Midden-Amerika en bevordering van het verkeer van goederen binnen de regio;

    • b. beschikbaarstelling van expertise inzake de wettelijke en technische capaciteit om wetgeving op te stellen en te handhaven, alsmede om sanitaire en fytosanitaire controlesystemen te ontwikkelen (met inbegrip van uitroeiingsprogramma’s, voedselveiligheidssystemen en waarschuwingsmeldingen), en expertise inzake dierenwelzijn;

    • c. ondersteuning van de ontwikkeling en versterking van institutionele en administratieve capaciteiten in Midden-Amerika, zowel op regionaal als nationaal niveau, teneinde de sanitaire en fytosanitaire status te verbeteren;

    • d. ontwikkeling van capaciteiten in elk van de republieken van de MA-partij om aan de sanitaire en fytosanitaire voorschriften te voldoen teneinde de toegang tot de markt van de andere partij te verbeteren en tegelijk het beschermingsniveau te waarborgen;

    • e. verlening van advies en technische bijstand inzake de sanitaire en fytosanitaire regelgeving van de Europese Unie en de toepassing van de normen die vereist zijn voor de EU-markt.

  • 4 Het Associatiecomité controleert de voortgang van de samenwerking die wordt opgezet op grond van dit artikel en legt de resultaten van deze controle voor aan het subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden.

Artikel 63. Samenwerking en technische bijstand inzake handel en duurzame ontwikkeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 In aanvulling op de activiteiten die zijn omschreven in titel III (Sociale ontwikkeling en sociale cohesie) en titel V (Milieu, natuurrampen en klimaatverandering) van deel III van deze overeenkomst, komen de partijen overeen samen te werken, onder meer door acties inzake technische bijstand, opleiding en capaciteitsopbouw op onder andere de volgende gebieden te ondersteunen:

    • a. ondersteuning bij het opzetten van stimuleringsmaatregelen ten behoeve van milieubescherming en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, met name door middel van bevordering van legale en duurzame handel, bijvoorbeeld door middel van programma’s voor eerlijke en ethische handel, met inbegrip van programma’s die maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht impliceren, alsmede gerelateerde etiketterings- en marketinginitiatieven;

    • b. bevordering van handelsgerelateerde samenwerkingsmechanismen, zoals overeengekomen door de partijen, om bij te dragen aan de uitvoering van de huidige en toekomstige internationale klimaatveranderingsregeling;

    • c. bevordering van handel in producten die verkregen zijn uit duurzaam beheerde natuurlijke hulpbronnen, onder andere door middel van effectieve maatregelen met betrekking tot dieren in het wild en visgronden, en certificering van legaal en duurzaam geproduceerd hout. Hierbij gaat specifieke aandacht uit naar vrijwillige en flexibele mechanismen en marketinginitiatieven gericht op bevordering van ecologisch duurzame productiesystemen;

    • d. versterking van institutionele kaders, ontwikkeling en uitvoering van beleidsmaatregelen en programma’s met betrekking tot de uitvoering en handhaving van multilaterale milieuovereenkomsten en milieuwetgeving, zoals overeengekomen door de partijen, en ontwikkeling van maatregelen ter bestrijding van illegale handel die voor het milieu van belang is, onder andere door handhavingsactiviteiten en douanesamenwerking;

    • e. versterking van institutionele kaders, ontwikkeling en uitvoering van beleidsmaatregelen en programma’s met betrekking tot fundamentele beginselen en rechten op het werk (de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen, het recht op collectieve onderhandelingen, dwangarbeid, kinderarbeid, geen discriminatie op de arbeidsmarkt), en uitvoering en handhaving van de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (hierna de „ILO”) en de arbeidswetgeving, zoals overeengekomen door de partijen;

    • f. bevordering van gedachtewisselingen over de ontwikkeling van methoden en indicatoren voor duurzaamheidsbeoordeling en ondersteuning van initiatieven om gezamenlijk de bijdrage aan duurzame ontwikkeling van deel IV van deze overeenkomst te evalueren, te monitoren en te beoordelen;

    • g. versterking van de institutionele capaciteit ten aanzien van handels- en duurzame-ontwikkelingskwesties, en ondersteuning van de organisatie en bevordering van de overeengekomen kaders voor dialoog met het maatschappelijk middenveld over dergelijke zaken.

Artikel 64. Industriële samenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat industriële samenwerking de modernisering en herstructurering van de Midden-Amerikaanse industrie en de afzonderlijke sectoren bevordert, alsmede de industriële samenwerking tussen marktdeelnemers, met als doel de versterking van de particuliere sector op basis van voorwaarden die ten goede komen aan bescherming van het milieu.

  • 2 In initiatieven voor industriële samenwerking komen de door de partijen bepaalde prioriteiten tot uiting. Daarbij wordt rekening gehouden met regionale aspecten van industriële ontwikkeling en worden, waar van toepassing, transnationale partnerschappen bevorderd. De initiatieven zijn met name gericht op het instellen van een passend kader voor beter beheer van de knowhow en bevordering van de transparantie met betrekking tot de markten en voorwaarden voor zakelijke ondernemingen.

Artikel 65. Energie (met inbegrip van hernieuwbare energie) [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat het hun gezamenlijke doelstelling is om samenwerking te bevorderen op het vlak van energie, met name duurzame schone en hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie, energiebesparingstechnologie, elektriciteitsvoorziening op het platteland en regionale integratie van de energiemarkten, onder meer zoals vastgesteld door de partijen en overeenkomstig de interne wetgeving.

  • 2 De samenwerking kan onder andere het volgende betreffen:

    • a. formulering en planning van het energiebeleid, met inbegrip van onderling verbonden infrastructuren van regionaal belang, verbetering en diversifiëring van de energievoorziening en verbetering van de energiemarkten, waaronder vergemakkelijking van de doorvoer, transmissie en distributie binnen de republieken van de MA-partij;

    • b. management en opleiding voor de energiesector en overdracht van technologie en kennis, met inbegrip van de lopende werkzaamheden inzake normen met betrekking tot emissies bij energieopwekking en energie-efficiëntie;

    • c. bevordering van energiebesparing, energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en onderzoek naar het milieueffect van energieproductie en -verbruik, in het bijzonder de effecten op biodiversiteit, bosbouw en veranderingen in grondgebruik;

    • d. bevordering van de toepassing van schone ontwikkelingsmechanismen ter ondersteuning van klimaatveranderingsinitiatieven en de variabiliteit daarvan.

Artikel 66. Samenwerking op het gebied van de mijnbouw [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de mijnbouw, waarbij rekening wordt gehouden met de respectieve wetgevingen en interne procedures, alsmede aspecten van duurzame ontwikkeling, met inbegrip van milieubescherming en -behoud, door middel van initiatieven zoals bevordering van de uitwisseling van informatie, deskundigen, ervaring en ontwikkeling en overdracht van technologie.

Artikel 67. Eerlijk en duurzaam toerisme [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen het belang van de toerismesector voor de armoedebestrijding door middel van de sociale en economische ontwikkeling van plaatselijke gemeenschappen, en het grote economische potentieel van beide regio’s om ondernemingsactiviteiten op dit gebied te ontwikkelen.

  • 2 Om deze reden komen zij overeen eerlijk en duurzaam toerisme te bevorderen, en met name het volgende te ondersteunen:

    • a. de ontwikkeling van beleidsmaatregelen om de sociaaleconomische voordelen van het toerisme te optimaliseren;

    • b. de creatie en consolidatie van toeristische producten door middel van het bieden van niet-financiële diensten, opleiding en technische bijstand en diensten;

    • c. de verwerking van milieu-, culturele en sociale overwegingen in de ontwikkeling van de toerismesector, onder andere door bescherming en bevordering van cultureel erfgoed en natuurlijke hulpbronnen;

    • d. de betrokkenheid van plaatselijke gemeenschappen bij het proces van toeristische ontwikkeling, met name plattelands- en gemeenschapstoerisme en ecotoerisme;

    • e. marketing- en promotiestrategieën, de ontwikkeling van institutionele capaciteit en menselijke hulpbronnen, en de bevordering van internationale normen;

    • f. de bevordering van publiek-private samenwerking en associatie;

    • g. de ontwikkeling van beheersplannen voor nationale en regionale toeristische ontwikkeling;

    • h. de bevordering van informatietechnologie op het gebied van toerisme.

Artikel 68. Samenwerking op vervoersgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat de samenwerking op dit gebied wordt geconcentreerd op herstructurering en modernisering van de systemen voor vervoer en de daarmee samenhangende infrastructuur, met inbegrip van grensovergangen, op bevordering en verbetering van het verkeer van personen en goederen, en op verbetering van de toegang tot de markten voor stads-, lucht-, zee-, spoor- en wegvervoer en vervoer over de binnenwateren, door verbetering van het operationele en administratieve beheer van het vervoer en bevordering van strenge exploitatienormen.

  • 2 De samenwerking kan onder meer inhouden:

    • a. uitwisseling van informatie over het beleid van de partijen, met name wat betreft het stadsvervoer en de koppeling en interoperabiliteit van multimodale vervoersnetwerken, alsmede andere terreinen van wederzijds belang;

    • b. het beheer van binnenwateren, wegen, spoorwegen, havens en luchthavens, met inbegrip van passende samenwerking tussen de relevante autoriteiten;

    • c. projecten gericht op overdracht van Europese technologie op het gebied van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem GNSS en centra voor openbaar stadsvervoer;

    • d. verbetering van de normen voor veiligheid en voorkoming van verontreiniging, onder meer door samenwerking in passende internationale fora, gericht op betere handhaving van de internationale normen;

    • e. activiteiten die de ontwikkeling van het lucht- en zeevervoer bevorderen.

Artikel 69. Goed bestuur op belastinggebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden verbeteren de partijen de internationale samenwerking op fiscaal gebied teneinde het innen van rechtmatige belastingopbrengsten te bevorderen en maatregelen te ontwikkelen voor de daadwerkelijke uitvoering van gemeenschappelijke en internationaal geaccepteerde beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, zoals genoemd in artikel 22, deel II, van deze overeenkomst.

Artikel 70. Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen de concurrentiepositie en de integratie van rurale en stedelijke mkmo’s en hun vertegenwoordigende organisaties in de internationale markten te bevorderen, in het besef van hun bijdrage aan sociale cohesie door middel van armoedevermindering en het creëren van banen. De partijen doen dit door niet-financiële diensten, opleiding en technische bijstand te verstrekken, en door onder andere de volgende samenwerkingsactiviteiten te verrichten:

  • a. technische bijstand en overige bedrijfsontwikkelingsdiensten;

  • b. versterking van de plaatselijke en regionale institutionele kaders met het oog op het opzetten en de exploitatie van mkmo’s;

  • c. ondersteuning van mkmo’s, zodat zij kunnen deelnemen aan de goederen- en dienstenmarkten op plaatselijk en internationaal niveau, door middel van deelneming aan beurzen, handelsmissies en andere promotiemechanismen;

  • d. bevordering van productieve koppelingsprocessen;

  • e. bevordering van de uitwisseling van ervaring en beste praktijken;

  • f. stimulering van gezamenlijke investeringen, partnerschappen en bedrijfsnetwerken;

  • g. vaststelling en vermindering van belemmeringen voor mkmo’s om toegang tot financiële bronnen te krijgen, en totstandbrenging van nieuwe financieringsmechanismen;

  • h. bevordering van de overdracht van zowel technologie als kennis;

  • i. ondersteuning voor innovatie, alsmede onderzoek en ontwikkeling;

  • j. ondersteuning van het gebruik van kwaliteitsbeheerssystemen.

Artikel 71. Samenwerking inzake microkrediet en microfinanciering [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen zijn het erover eens dat, om de inkomensongelijkheid te reduceren, microfinanciering, met inbegrip van programma’s voor microkrediet, zelfstandige activiteiten genereert en een doelmatig instrument is om armoede te overwinnen en de kwetsbaarheid in tijden van economische crisis te verminderen, doordat gezorgd wordt voor een bredere deelname aan de economie. De samenwerking betreft het volgende:

  • a. uitwisseling van ervaringen en deskundigheid op het gebied van ethisch bankieren en bankieren op basis van een vereniging of een zelfbestuurde gemeenschap, en de versterking van duurzame programma’s voor microfinanciering, met inbegrip van certificerings-, toezicht- en validatieprogramma’s;

  • b. toegang tot microkrediet door de toegang tot door banken en financiële instellingen geboden financiële diensten te bevorderen door middel van stimuleringsmaatregelen en risicobeheersingsprogramma’s;

  • c. uitwisseling van ervaring op het vlak van beleidsmaatregelen en alternatieve wetgeving ter bevordering van het creëren van volksbankieren en ethisch bankieren.

TITEL VII. REGIONALE INTEGRATIE [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 72. Samenwerking inzake regionale integratie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat in het kader van de samenwerking op dit gebied het proces van regionale integratie in Midden-Amerika op alle vlakken wordt versterkt, in het bijzonder door de ontwikkeling en invoering van een gemeenschappelijke markt, met als doel geleidelijk een economische unie te creëren.

  • 2 De samenwerking steunt de activiteiten met betrekking tot het integratieproces van Midden-Amerika, in het bijzonder de ontwikkeling en versterking van gemeenschappelijke instellingen met als doel deze doelmatiger, controleerbaarder en transparanter te maken, en van hun interinstitutionele betrekkingen.

  • 3 De samenwerking versterkt de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij het integratieproces onder de voorwaarden die door de partijen zijn bepaald, en omvat ondersteuning van de overlegmechanismen en bewustmakingscampagnes.

  • 4 De samenwerking bevordert ook de ontwikkeling van gezamenlijk beleid en de harmonisering van de wetgevingskaders, voor zover deze onder de instrumenten voor de integratie van Midden-Amerika vallen. Dit geldt voor economisch beleid, zoals handel, douane, landbouw, energie, vervoer, communicatie en mededinging, maar ook voor de coördinatie van het macro-economisch beleid, zoals het monetaire en fiscale beleid en de overheidsfinanciën. De samenwerking bevordert verder de coördinatie van sectoraal beleid op gebieden zoals consumentenbescherming, milieu, sociale cohesie, veiligheid, voorkoming van en respons op natuurrisico’s en -rampen. Specifieke aandacht gaat uit naar de genderdimensie.

  • 5 De samenwerking kan ook investeringen bevorderen in gemeenschappelijke infrastructuur en netwerken, in het bijzonder aan de grenzen van de republieken van de MA-partij.

Artikel 73. Regionale samenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen alle beschikbare samenwerkingsinstrumenten te gebruiken om activiteiten te bevorderen op alle gebieden van samenwerking die onder deze overeenkomst vallen en die gericht zijn op de ontwikkeling van actieve samenwerking tussen de EU-partij en de republieken van de MA-partij, zonder de samenwerking tussen hen, tussen de republieken van de MA-partij en andere landen en/of gebieden in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied te ondermijnen. Er wordt naar gestreefd regionale en bilaterale samenwerkingsactiviteiten complementair te maken.

TITEL VIII. CULTURELE EN AUDIOVISUELE SAMENWERKING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 74. Culturele en audiovisuele samenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen met als doel het wederzijdse begrip te vergroten en evenwichtige culturele uitwisselingen, alsmede de verspreiding van culturele activiteiten, goederen en diensten en het verkeer van artiesten en beroepsmensen uit de culturele sector aan te moedigen, waarbij overeenkomstig hun respectieve wetgeving ook organisaties uit het maatschappelijk middenveld van de EU-partij en de republieken van de MA-partij worden betrokken.

  • 2 De partijen stimuleren de interculturele dialoog tussen personen, culturele instellingen en organisaties uit het maatschappelijk middenveld van de EU-partij en de republieken van de MA-partij.

  • 3 De partijen stimuleren de coördinatie in het kader van de UNESCO met het oog op bevordering van de culturele diversiteit, onder andere via overleg inzake de ratificatie en uitvoering van het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen door de EU-partij en de republieken van de MA-partij. De samenwerking omvat ook de bevordering van de culturele diversiteit, met inbegrip van die van inheemse volkeren, en de culturele praktijken van andere specifieke groepen, met inbegrip van het onderwijs in inheemse talen.

  • 4 De partijen komen overeen de samenwerking in de audiovisuele en mediasector, met inbegrip van radio en pers, te bevorderen door middel van gezamenlijke initiatieven op het vlak van opleiding, alsmede audiovisuele ontwikkeling en productie- en distributieactiviteiten, onder andere op het educatieve en culturele vlak.

  • 5 De samenwerking vindt plaats overeenkomstig de relevante nationale auteursrechtelijke bepalingen en de toepasselijke internationale overeenkomsten.

  • 6 De samenwerking op dit gebied omvat tevens de waarborging en bevordering van natuurlijk en cultureel erfgoed (materieel en immaterieel), met inbegrip van het voorkomen van en optreden tegen illegale handel in cultureel erfgoed, overeenkomstig de relevante internationale instrumenten.

  • 7 Aan deze overeenkomst is een protocol betreffende culturele samenwerking gehecht dat betrekking heeft op deze titel.

TITEL IX. KENNISMAATSCHAPPIJ [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 75. Informatiemaatschappij [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat informatie- en communicatietechnologieën essentiële sectoren in een moderne samenleving zijn en van cruciaal belang zijn voor de economische en sociale ontwikkeling en een soepele overgang naar een informatiemaatschappij. De samenwerking op dit gebied dient ertoe om bij te dragen tot de totstandbrenging van een degelijk regelgevings- en technologisch kader, om de ontwikkeling van deze technologieën te bevorderen, om beleidsmaatregelen te ontwikkelen die bijdragen aan vermindering van de digitale kloof en ontwikkeling van menselijke capaciteit, om rechtvaardige en inclusieve toegang te bieden tot informatietechnologie, en om optimaal gebruik te maken van deze technologieën voor de levering van diensten. In dit opzicht dient de samenwerking ook de uitvoering van deze beleidsmaatregelen te ondersteunen en bij te dragen aan betere interoperabiliteit van de elektronische communicatiediensten.

  • 2 De samenwerking op dit gebied is ook gericht op bevordering van:

    • a. de dialoog over en de uitwisseling van ervaringen ten aanzien van regelgevings- en beleidsmatige aangelegenheden met betrekking tot de informatiemaatschappij, waaronder het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën zoals e-overheidsdiensten, e-learning en e-gezondheidszorg, en beleidsmaatregelen gericht op verkleining van de digitale kloof;

    • b. uitwisseling van ervaring en beste praktijken ten aanzien van de ontwikkeling en introductie van toepassingen voor e-overheidsdiensten;

    • c. dialoog over en uitwisseling van ervaring ten aanzien van de ontwikkeling van e-commerce, de digitale handtekening en telewerken;

    • d. uitwisseling van informatie over normen, conformiteitsbeoordeling en typegoedkeuring;

    • e. gezamenlijke onderzoek- en ontwikkelingsprojecten inzake informatie- en communicatietechnologieën;

    • f. ontwikkeling van het gebruik van het Academic Advanced Network, dat wil zeggen zoeken naar oplossingen op de lange termijn om RedCLARA zelfvoorzienend te maken.

Artikel 76. Wetenschappelijke en technologische samenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De samenwerking op dit gebied is gericht op de ontwikkeling van wetenschappelijke, technologische en innovatieve capaciteit die alle activiteiten beslaat die binnen de onderzoekskaderprogramma’s vallen. Daartoe zullen de partijen een beleidsdialoog op regionaal niveau bevorderen, alsmede informatie-uitwisseling en de participatie van hun onderzoeksinstellingen en instellingen voor technologische ontwikkeling ten aanzien van de volgende wetenschappelijke en technologische samenwerkingsactiviteiten, overeenkomstig hun interne regels:

    • a. gezamenlijke initiatieven om mensen bewust te maken van de programma’s voor wetenschappelijke en technologische capaciteitsopbouw, alsmede de Europese programma’s op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie;

    • b. initiatieven ter bevordering van de deelname aan kaderprogramma’s en aan andere relevante programma’s van de Europese Unie;

    • c. gezamenlijke onderzoeksacties op vlakken van gemeenschappelijk belang;

    • d. gezamenlijke wetenschappelijke bijeenkomsten ter bevordering van informatie-uitwisseling en om gezamenlijke onderzoeksgebieden vast te stellen;

    • e. bevordering van geavanceerde wetenschappelijke en technologische studies die bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van de partijen op de lange termijn;

    • f. totstandbrenging van koppelingen tussen de openbare en particuliere sector, waarbij speciale nadruk wordt gelegd op de overdracht van wetenschappelijke en technologische resultaten naar nationale productieve systemen en sociale beleidsmaatregelen, en rekening wordt gehouden met milieuaspecten en de behoefte om schonere technologieën te gebruiken;

    • g. evaluatie van wetenschappelijke samenwerking en verspreiding van de resultaten;

    • h. bevordering, verspreiding en overdracht van technologie;

    • i. ondersteuning bij het opzetten van nationale innovatiesystemen, met als doel technologie te ontwikkelen en innovatie te bevorderen om passende antwoorden te vinden op de vraag van kleine en middelgrote ondernemingen en om onder andere de plaatselijke productie te stimuleren; en verder ondersteuning bij het opzetten van uitmuntendheidscentra en hightechgroepen;

    • j. bevordering van opleiding, onderzoek, ontwikkeling en toepassingen van kernwetenschap en -technologie voor medische toepassingen, waardoor de overdracht van technologie mogelijk wordt naar de republieken van de MA-partij op gebieden als gezondheidszorg, met name radiologie en nucleaire geneeskunde voor radiodiagnostiek en behandeling met radiotherapie, en die gebieden die de partijen overeenkomen vast te stellen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen en regels en met inachtneming van de jurisdictie van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie.

  • 2 Speciale aandacht zal uitgaan naar de opbouw van menselijk potentieel als langdurige basis voor wetenschappelijke en technologische uitmuntendheid en naar het creëren van duurzame banden tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, zowel op nationaal als regionaal niveau. Daartoe wordt de uitwisseling van onderzoekers en beste praktijken in onderzoeksprojecten bevorderd.

  • 3 In deze samenwerking worden op gepaste wijze onderzoekscentra, hogeronderwijsinstellingen en overige belanghebbenden, met inbegrip van mkmo’s, betrokken die gevestigd zijn op het grondgebied van de partijen.

  • 4 De partijen komen overeen alle mechanismen te gebruiken ter vergroting van de kwantiteit en kwaliteit van hooggekwalificeerde menselijke hulpbronnen, onder meer door opleiding, onderzoek in samenwerkingsverband, studiebeurzen en uitwisselingen.

  • 5 In het streven naar wetenschappelijke topprestaties tot wederzijds voordeel bevorderen de partijen de deelname van hun respectieve entiteiten aan elkaars wetenschappelijke en technologische programma’s, overeenkomstig hun bepalingen inzake de deelname van juridische entiteiten uit derde landen.

DEEL IV. HANDEL [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

TITEL I. INLEIDENDE BEPALINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 77. Oprichting van een vrijhandelszone en verband met de WTO-Overeenkomst [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De partijen herbevestigen hun bestaande1 rechten en verplichtingen ten opzichte van elkaar op grond van de WTO-Overeenkomst.

Artikel 78. Doelstellingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De doelstellingen van deel IV van deze overeenkomst zijn:

  • a. de uitbreiding en diversifiëring van de handel in goederen tussen de partijen door middel van vermindering of afschaffing van tarifaire en niet-tarifaire handelsbelemmeringen;

  • b. de bevordering van de handel in goederen, met name door middel van de overeengekomen bepalingen inzake douane en handelsbevordering, normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures alsmede sanitaire en fytosanitaire maatregelen;

  • c. de liberalisering van de handel in diensten overeenkomstig artikel V van de GATS;

  • d. de bevordering van economische regionale integratie op het gebied van douaneprocedures, technische voorschriften en sanitaire en fytosanitaire maatregelen ter bevordering van het goederenverkeer tussen en binnen de partijen;

  • e. de ontwikkeling van een klimaat dat bevorderlijk is voor grotere investeringsstromen, betere vestigingsvoorwaarden tussen de partijen op basis van het beginsel van niet-discriminatie, en vergemakkelijking van handel en investeringen tussen de partijen aan de hand van lopende betalingen en kapitaalverkeer met betrekking tot directe investeringen;

  • f. het daadwerkelijk, wederzijds en geleidelijk openstellen van de markten voor overheidsopdrachten van de partijen;

  • g. de adequate en effectieve bescherming van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstig de internationale verplichtingen die gelden voor de partijen, met als doel te zorgen voor een evenwicht tussen de rechten van de rechthebbenden en het openbaar belang, rekening houdend met de verschillen tussen de partijen en de bevordering van technologieoverdracht tussen de regio’s;

  • h. de bevordering van vrije en onvervalste mededinging in de economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen;

  • i. de invoering van een effectieve, eerlijke en voorspelbare regeling inzake geschillenbeslechting; en

  • j. de bevordering van internationale handel en investeringen tussen de partijen op een wijze die bijdraagt aan het doel van duurzame ontwikkeling door gezamenlijke werkzaamheden in samenwerkingsverband.

Artikel 79. Algemeen toepasselijke definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Tenzij anders bepaald, hebben onderstaande termen voor de toepassing van deel IV van deze overeenkomst de volgende betekenis:

  • „Midden-Amerika”: de republieken Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Panama;

  • „douanerechten”: alle soorten rechten en heffingen die worden opgelegd op of in verband met de invoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen die worden opgelegd op of in verband met die invoer. Daaronder vallen niet:

  • „dagen”: kalenderdagen, met inbegrip van weekenden en feestdagen, tenzij anders gedefinieerd in deze overeenkomst;

  • „geharmoniseerd systeem” of „GS”: het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, met inbegrip van de bijbehorende algemene interpretatieregels en de aantekeningen op afdelingen en hoofdstukken, zoals aangenomen en ten uitvoer gelegd door de partijen in hun respectieve tarifaire wetgeving;

  • „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • „maatregel”: elke handeling of nalatigheid, met inbegrip van alle wetten, regels, procedures, voorschriften en praktijken;

  • „onderdaan”: elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een republiek van de MA-partij heeft overeenkomstig hun respectieve wetgeving;

  • „persoon”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon;

  • „preferentiële tariefbehandeling”: het tarief van douanerechten dat op grond van deze overeenkomst van toepassing is op goederen van oorsprong.

TITEL II. HANDEL IN GOEDEREN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

HOOFDSTUK 1. NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 80. Doel [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen liberaliseren geleidelijk de handel in goederen overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst en overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994.

Artikel 81. Toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Tenzij anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.

AFDELING B. AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 82. Indeling van goederen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen is die welke is opgenomen in de respectieve tariefnomenclatuur van elke partij overeenkomstig het geharmoniseerd systeem.

Artikel 83. Afschaffing van douanerechten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij schaft de douanerechten op goederen van oorsprong uit de andere partij af overeenkomstig de lijsten die zijn opgenomen in bijlage I (Afschaffing van douanerechten). Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder „van oorsprong” verstaan conform de oorsprongsregels die zijn opgenomen in bijlage II (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking)2.

  • 2 Voor elk goed is het basistarief van de douanerechten waarop ingevolge lid 1 de achtereenvolgende verlagingen moeten worden toegepast, het basistarief dat in de lijsten staat vermeld.

  • 3 Indien een partij na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst op enig tijdstip het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verlaagt, dan geldt dat recht, indien en zolang het lager is dan het overeenkomstig de lijst van die partij berekende recht.

  • 4 Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst treden de partijen, indien een van hen daarom verzoekt, in overleg om te bezien of de afschaffing van douanerechten op invoer tussen de partijen kan worden bespoedigd en een breder toepassingsgebied kan krijgen. Een overeenkomst tussen de partijen waarbij de afschaffing van een douanerecht op een goed wordt bespoedigd of dat douanerecht wordt afgeschaft, prevaleert op een douanerecht dat of een afbouwcategorie die overeenkomstig hun lijsten voor dat goed is vastgesteld.

Artikel 84. Status-quo [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Geen van beide partijen verhoogt bestaande douanerechten of stelt nieuwe douanerechten vast op een goed van oorsprong uit de andere partij3. Dit weerhoudt geen van de partijen ervan:

  • a. een douanerecht na een eenzijdige verlaging te verhogen tot het in haar lijst vastgestelde niveau;

  • b. een douanerecht te handhaven of te verhogen, voor zover toegestaan door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO; of

  • c. de basistarieven van uitgesloten goederen te verhogen met als doel een gemeenschappelijk buitentarief te bereiken.

AFDELING C. NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 85. Nationale behandeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij verleent de nationale behandeling aan de goederen van de andere partij, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen erop. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop in deze overeenkomst opgenomen4.

Artikel 86. Invoer- en uitvoerbeperkingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Behalve voor zover anders bepaald in deze overeenkomst of in overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop, mag geen van beide partijen verboden of beperkingen vaststellen of handhaven op de invoer van een goed uit de andere partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd. Hiertoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop in deze overeenkomst opgenomen5.

Artikel 87. Vergoedingen en andere heffingen op invoer en uitvoer [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Overeenkomstig artikel VIII, lid 1, van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop, zorgt elke partij dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook (andere dan douanerechten, heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen of overige interne heffingen die in overeenstemming met artikel 85 van dit hoofdstuk worden opgelegd, en antidumpingrechten en compenserende rechten die worden toegepast ingevolge het interne recht van een partij en overeenkomstig hoofdstuk 2 (Handelsmaatregelen) van deze titel), die worden ingesteld op of in verband met invoer of uitvoer, worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en geen indirecte bescherming van interne goederen of een belasting op de invoer of uitvoer voor fiscale doeleinden vormen.

Artikel 88. Uitvoerrechten of -belastingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Tenzij anders is bepaald in deze overeenkomst, mag geen van beide partijen rechten of belastingen die worden ingesteld op of in verband met de uitvoer van goederen naar de andere partij, handhaven of vaststellen.

AFDELING D. LANDBOUW [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 89. Uitvoersubsidies voor landbouwproducten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De partijen stellen zich beide tot doel gezamenlijk binnen de WTO te werken om te zorgen voor parallelle afschaffing van alle vormen van uitvoersubsidie en de instelling van gedragscodes ten aanzien van alle uitvoermaatregelen van gelijke werking. Voor de toepassing hiervan omvatten uitvoermaatregelen van gelijke werking exportkredieten, regelingen voor exportkredietgarantie of -verzekering, uitvoerende staatshandelsondernemingen en voedselhulp.

  • 3 Geen van de partijen mag uitvoersubsidies handhaven, introduceren of herintroduceren op landbouwgoederen die bestemd zijn voor het grondgebied van de andere partij en die:

    • a. volledig en onmiddellijk geliberaliseerd zijn overeenkomstig bijlage I (Afschaffing van douanerechten); of

    • b. volledig maar niet onmiddellijk geliberaliseerd zijn en genieten van een rechtenvrij contingent bij inwerkingtreding van deze overeenkomst conform bijlage I (Afschaffing van douanerechten); of

    • c. onderworpen zijn aan een preferentiële behandeling, zoals vastgesteld op grond van deze overeenkomst, voor onder de posten 0402 en 0406 vallende producten, en genieten van een rechtenvrij contingent.

  • 4 Indien een partij in de gevallen beschreven in lid 3, onder a), b) en c), een uitvoersubsidie handhaaft, introduceert of herintroduceert, kan de getroffen/invoerende partij een aanvullend tarief toepassen waardoor het douanerecht voor de invoer van een dergelijk goed wordt verhoogd tot het niveau van het toegepaste meestbegunstigingsrecht (MFN) of, indien dit lager is, het basistarief dat is opgenomen in bijlage I (Afschaffing van douanerechten), voor de periode die is vastgesteld voor handhaving van de uitvoersubsidie.

  • 5 Voor producten die overeenkomstig bijlage I (Afschaffing van douanerechten) gedurende een overgangsperiode volledig geliberaliseerd worden en bij inwerkingtreding niet genieten van een rechtenvrij contingent, mag geen van de partijen aan het eind van die overgangsperiode uitvoersubsidies handhaven, introduceren of herintroduceren.

AFDELING E. VISSERIJ, AQUACULTUUR, AMBACHTELIJKE GOEDEREN EN BIOLOGISCHE PRODUCTEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 90. Technische samenwerking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

In de artikelen 59, 60 en 61 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst zijn maatregelen voor technische samenwerking vastgesteld om de handel in visserijproducten, aquacultuurproducten, ambachtelijke goederen en biologische producten tussen de partijen te verbeteren.

AFDELING F. INSTITUTIONELE BEPALINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 91. Subcomité Markttoegang voor goederen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen richten hierbij een subcomité Markttoegang voor goederen op overeenkomstig artikel 348 en zoals uiteengezet in bijlage XXI (Subcomités).

  • 2 De taken van het subcomité zijn onder meer:

    • a. toezien op de juiste toepassing en administratie van dit hoofdstuk;

    • b. als forum dienen voor overleg aangaande de interpretatie en toepassing van dit hoofdstuk;

    • c. de voorstellen beoordelen die door de partijen worden gedaan met betrekking tot de bespoediging van de afschaffing van tarieven en de opname van goederen in de lijsten;

    • d. relevante aanbevelingen doen aan het Associatiecomité ten aanzien van aangelegenheden die binnen zijn bevoegdheid liggen; en

    • e. alle overige zaken behandelen in opdracht van het Associatiecomité.

HOOFDSTUK 2. HANDELSMAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

AFDELING A. ANTIDUMPING- EN COMPENSERENDE MAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 92. Algemene bepalingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 Wanneer een antidumpingmaatregel of een compenserende maatregel op zowel regionaal als nationaal niveau kan worden ingesteld, zorgen de partijen ervoor dat een dergelijke antidumping- of compenserende maatregel ten aanzien van hetzelfde product niet tegelijkertijd door regionale en nationale autoriteiten wordt toegepast.

Artikel 93. Transparantie en rechtszekerheid [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen dat handelsmaatregelen volledig in overeenstemming met de WTO-voorschriften worden gehanteerd en uitgaan van een eerlijk en transparant systeem.

  • 2 De partijen, die de voordelen van rechtszekerheid en de voorspelbaarheid voor de marktdeelnemers erkennen, zorgen ervoor dat, waar van toepassing, hun respectieve interne wetgeving op het gebied van antidumping- en compenserende maatregelen geharmoniseerd en volledig verenigbaar is en blijft met de WTO-wetgeving.

  • 4 Op verzoek van de belanghebbenden verlenen de partijen hen de mogelijkheid te worden gehoord, zodat zij gedurende het onderzoek naar de antidumping- of compenserende maatregelen hun standpunt naar voren kunnen brengen. Dit heeft geen onnodige vertraging van het onderzoek tot gevolg.

Artikel 94. Algemeen belang [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Een partij kan ervoor kiezen geen antidumping- of compenserende maatregelen toe te passen indien op basis van de gedurende het onderzoek verstrekte informatie duidelijk kan worden geconcludeerd dat het niet in het algemeen belang is dergelijke maatregelen toe te passen.

Artikel 95. Regel van het laagste recht [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Indien een partij besluit om een antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumping- of subsidiemarge, maar is het wenselijk dat dit recht lager is dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne industrie kan worden opgeheven.

Artikel 96. Oorzakelijk verband [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Om antidumping- of compenserende maatregelen op te leggen dienen de onderzoekende autoriteiten overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, lid 5, van de Antidumpingovereenkomst en de bepalingen van artikel 15, lid 5, van de SCM-Overeenkomst, als onderdeel van het aantonen van een oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de schade voor de interne industrie, de schadelijke gevolgen van alle bekende factoren te scheiden en te onderscheiden van de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping of subsidies.

Artikel 97. Cumulatieve beoordeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Indien invoer uit meer dan één land gelijktijdig onderwerp is van antidumping- of antisubsidieonderzoeken, gaat de onderzoekende autoriteit van de EU-partij bijzonder zorgvuldig na of het in het licht van de concurrentievoorwaarden tussen de ingevoerde producten en van de concurrentievoorwaarden tussen de ingevoerde producten en het soortgelijke interne product, passend is de gevolgen van de invoer uit een republiek van de MA-partij cumulatief te beoordelen.

Artikel 98. Uitsluiting van procedures voor geschillenbeslechting [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen doen geen beroep op geschillenbeslechtingsprocedures op grond van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst voor kwesties die in het kader van deze afdeling ontstaan.

AFDELING B. VRIJWARINGSMAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

ONDERAFDELING B.1. ALGEMENE BEPALINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 99. Administratie van vrijwaringsprocedures [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij zorgt voor de consistente, onpartijdige en redelijke administratie van haar wet- en regelgeving, besluiten en uitspraken inzake de procedures voor de toepassing van vrijwaringsmaatregelen.

  • 2 Elke partij vertrouwt de vaststellingen van ernstige schade, of de dreiging daarvan, in het kader van vrijwaringsprocedures op grond van deze afdeling toe aan een bevoegde onderzoekende autoriteit. Deze vaststellingen worden onderworpen aan een beoordeling door gerechtelijke of administratieve instanties, voor zover de interne wetgeving daarin voorziet.

  • 3 Elke partij stelt rechtvaardige, tijdige, transparante en effectieve handelwijzen voor vrijwaringsprocedures op grond van deze afdeling vast, of handhaaft deze.

Artikel 100. Niet-cumulatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Geen van beide partijen mag met betrekking tot hetzelfde product tegelijkertijd:

ONDERAFDELING B.2. MULTILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 101. Algemene bepalingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen behouden hun rechten en verplichtingen op grond van artikel XIX van de GATT 1994, de Vrijwaringsovereenkomst, artikel 5 van de Landbouwovereenkomst en de Overeenkomst inzake oorsprongsregels.

Artikel 102. Transparantie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Niettegenstaande artikel 101 doet de partij die een onderzoek instelt of voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, op verzoek van de andere partij onmiddellijk ad hoc schriftelijk kennisgeving van alle relevante informatie, inclusief, voor zover van toepassing, over de opening van een vrijwaringsonderzoek, de voorlopige en de definitieve bevindingen van het onderzoek.

Artikel 103. Uitsluiting van procedures voor geschillenbeslechting [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen doen geen beroep op geschillenbeslechtingsprocedures op grond van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst voor bepalingen betreffende WTO-rechten en -verplichtingen die in het kader van deze afdeling ontstaan.

ONDERAFDELING B.3. BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 104. Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Indien, niettegenstaande onderafdeling B.2 (Multilaterale vrijwaringsmaatregelen), als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht op grond van deze overeenkomst, een product van oorsprong uit een partij wordt ingevoerd in het grondgebied van de andere partij in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de interne productie, en onder zodanige voorwaarden dat interne producenten die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigen, ernstige schade lijden of dreigen te lijden, kan de invoerende partij in overeenstemming met de in deze onderafdeling vervatte voorwaarden en procedures passende maatregelen vaststellen.

  • 2 Indien aan de voorwaarden van lid 1 wordt voldaan, mogen de vrijwaringsmaatregelen van de invoerende partij slechts een van de volgende zijn:

    • a. schorsing van de verdere verlaging van het douanerecht op het betrokken product, zoals bepaald in deze overeenkomst; of

    • b. verhoging van het douanerecht op het betrokken product tot een niveau dat niet hoger ligt dan het laagste van de volgende rechten:

      • i. het meestbegunstigingsrecht op het product dat van kracht is op het tijdstip waarop de maatregel wordt getroffen; of

      • ii. het meestbegunstigingsrecht op het product dat van kracht is op de dag die direct voorafgaat aan de datum waarop deze overeenkomst in werking treedt.

  • 3 In het geval van producten die reeds voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst volledig geliberaliseerd waren naar aanleiding van tariefpreferenties die voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst waren toegekend, gaat de EU-partij bijzonder zorgvuldig na of de toegenomen invoer het gevolg is van de verlaging of afschaffing van douanerechten ingevolge deze overeenkomst.

  • 4 Geen van voornoemde maatregelen wordt toegepast binnen de grenzen van de bij deze overeenkomst toegekende preferentiële rechtenvrije tariefcontingenten.

Artikel 105. Voorwaarden en beperkingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Een bilaterale vrijwaringsmaatregel mag niet worden toegepast:

    • a. behalve voor zover en zo lang hij noodzakelijk is om de in artikel 104 of 109 beschreven situatie te voorkomen of te herstellen;

    • b. gedurende een periode van meer dan twee jaar, al kan deze periode met nog eens twee jaar worden verlengd indien de bevoegde autoriteiten van de invoerende partij overeenkomstig de in deze onderafdeling gespecificeerde procedures vaststellen dat de maatregel noodzakelijk blijft om de in artikel 104 of 109 beschreven situaties te voorkomen of te herstellen, waarbij de totale toepassingsperiode van een vrijwaringsmaatregel, met inbegrip van de initiële toepassingsperiode en elke verlenging daarvan, niet langer mag zijn dan vier jaar; of

    • c. na afloop van de overgangsperiode, behalve met instemming van de andere partij, waarbij „overgangsperiode” staat voor een periode van tien jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. In het geval van een goed waarvoor op grond van de lijst in bijlage I (Afschaffing van douanerechten) van de partij die de maatregel toepast, wordt voorzien in een afschaffing van het tarief gedurende tien jaar of meer, staat overgangsperiode voor de periode van afschaffing van het tarief die voor dat goed in de lijst staat vermeld, aangevuld met drie jaar.

  • 2 Wanneer een partij een bilaterale vrijwaringsmaatregel niet langer toepast, is het douanerecht het tarief dat overeenkomstig de lijst van die partij voor dat goed van kracht zou zijn geweest.

Artikel 106. Voorlopige maatregelen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

In kritieke omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, mag een partij, zonder te hoeven voldoen aan de vereisten van artikel 116, lid 1, van dit hoofdstuk, een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen nadat voorlopig is vastgesteld dat er duidelijke bewijzen zijn voor een toename van de invoer van een goed van oorsprong uit de andere partij als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst, en dat dergelijke invoer de in artikel 104 of 109 beschreven situaties veroorzaakt of dreigt te veroorzaken. De duur van een dergelijke voorlopige maatregel mag niet langer zijn dan tweehonderd dagen en de partij dient gedurende die tijd te voldoen aan de relevante procedurele voorschriften, zoals vastgelegd in onderafdeling B.4 (Procedurele voorschriften van toepassing op bilaterale vrijwaringsmaatregelen). De partij betaalt alle tariefverhogingen onverwijld terug indien het in onderafdeling B.4 omschreven onderzoek niet uitwijst dat de voorwaarden van artikel 104 zijn vervuld. De duur van een voorlopige maatregel wordt gerekend als een deel van de in artikel 105, lid 1, onder b), beschreven periode. Indien de betrokken invoerende partij dergelijke voorlopige maatregelen neemt, stelt zij de andere betrokken partij daarvan in kennis en verwijst zij, op verzoek van de andere partij, de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het Associatiecomité.

Artikel 107. Compensatie en schorsing van concessies [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Een partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, treedt in overleg met de partij wier producten onder de maatregel vallen, teneinde overeenstemming te bereiken over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel die de vorm heeft van concessies met in wezen gelijkwaardige gevolgen voor de handel. De partij biedt uiterlijk dertig dagen na de toepassing van de bilaterale vrijwaringsmaatregel gelegenheid voor dergelijk overleg.

  • 2 Indien het overleg als bedoeld in lid 1 niet binnen dertig dagen leidt tot overeenstemming over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel, mag de partij wier producten onder de vrijwaringsmaatregel vallen, de toepassing schorsen van in wezen gelijkwaardige handelsconcessies aan de partij die de vrijwaringsmaatregel toepast.

Artikel 108. Tijdsduur tussen twee maatregelen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Ten aanzien van de invoer van een product waarop al eerder een vrijwaringsmaatregel van toepassing was, mag voordat een periode is verstreken die gelijk is aan de helft van de duur van de direct daaraan voorafgaande periode waarin de vrijwaringsmaatregel werd toegepast, niet opnieuw een vrijwaringsmaatregel als bedoeld in deze onderafdeling worden toegepast.

Artikel 109. Ultraperifere regio’s [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Wanneer een product van oorsprong uit een of meer republieken van de MA-partij in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden wordt ingevoerd in het grondgebied van een of meer ultraperifere regio’s van de EU-partij, dat hierdoor een verslechtering van de economische situatie van de betrokken ultraperifere regio(’s) van de EU-partij ontstaat of dreigt te ontstaan, mag de EU-partij, na eerst alternatieve oplossingen te hebben onderzocht, bij uitzondering vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt blijven tot het grondgebied van de betrokken regio(’s).

  • 2 Onverminderd de bepalingen van lid 1, zijn andere regels die in deze onderafdeling met betrekking tot bilaterale vrijwaringsmaatregelen zijn vastgesteld, eveneens van toepassing op alle vrijwaringsmaatregelen die op grond van dit artikel worden genomen.

  • 3 De Associatieraad kan bediscussiëren of in het geval van ernstige verslechtering, of de dreiging daarvan, van de economische situatie van zeer onderontwikkelde regio’s in de republieken van de MA-partij dit artikel ook op die regio’s van toepassing kan zijn.

ONDERAFDELING B.4. PROCEDURELE VOORSCHRIFTEN VAN TOEPASSING OP BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 110. Toepasselijk recht [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen leeft de bevoegde onderzoekende autoriteit de bepalingen van deze onderafdeling na; in gevallen die niet onder deze onderafdeling vallen, past de bevoegde onderzoekende autoriteit de bij haar interne wetgeving vastgestelde regels toe.

Artikel 111. Inleiding van een procedure [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Ingevolge de interne wetgeving van elke partij kunnen vrijwaringsprocedures door de bevoegde onderzoekende autoriteit worden ingeleid op eigen initiatief, na ontvangst van informatie van een of meer lidstaten van de Europese Unie, of op schriftelijke aanvraag van de in de interne wetgeving gespecificeerde entiteiten. Indien een procedure wordt ingeleid op basis van een schriftelijke aanvraag, dient de entiteit die de aanvraag indient, aan te tonen dat zij een vertegenwoordiger is van de interne industrie die een soortgelijk goed of een direct met het ingevoerde goed concurrerend goed produceert.

  • 2 Zodra de schriftelijke aanvraag is ingediend, wordt deze onverwijld beschikbaar gesteld voor publieke raadpleging, met uitzondering van de vertrouwelijke informatie die zij bevat.

  • 3 Als de bevoegde onderzoekende autoriteit een vrijwaringsprocedure inleidt, publiceert zij een bericht van inleiding van de procedure in het publicatieblad van de desbetreffende partij. Het bericht vermeldt de entiteit die de schriftelijke aanvraag heeft ingediend, indien van toepassing, het ingevoerde goed dat onderwerp van de procedure is, alsmede de post waaronder het goed valt en het tariefnummer waaronder het is geclassificeerd, de aard en het tijdstip van de vaststelling die moet worden gedaan, de tijd en plaats van de openbare hoorzitting of de termijn waarbinnen de belanghebbenden kunnen verzoeken te worden gehoord door de onderzoekende autoriteit, de termijn waarbinnen de belanghebbenden hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken en informatie kunnen indienen, de plaats waar de schriftelijke aanvraag en alle andere tijdens het verloop van de procedure ingediende niet-vertrouwelijke documenten kunnen worden ingezien, en de naam, het adres en het telefoonnummer van het kantoor waarmee contact kan worden opgenomen voor nadere informatie.

  • 4 Ten aanzien van een vrijwaringsprocedure die is ingeleid op basis van een schriftelijke aanvraag door een entiteit die beweert een vertegenwoordiger te zijn van de interne industrie, maakt de bevoegde onderzoekende autoriteit het overeenkomstig lid 3 vereiste bericht pas bekend nadat zij eerst zorgvuldig heeft beoordeeld of de schriftelijke aanvraag voldoet aan de voorschriften van de interne wetgeving.

Artikel 112. Onderzoek [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Een partij mag alleen vrijwaringsmaatregelen toepassen na een onderzoek door de bevoegde onderzoekende autoriteit van die partij overeenkomstig de in deze onderafdeling vastgestelde procedures. Dit onderzoek omvat ook de publicatie van een bericht om alle belanghebbenden naar behoren op de hoogte te brengen, alsmede publieke hoorzittingen of andere passende middelen om importeurs, exporteurs en andere belanghebbenden in staat te stellen hun bewijsstukken over te leggen en hun standpunt kenbaar te maken, met inbegrip van de mogelijkheid te antwoorden op de opmerkingen van andere partijen.

  • 2 Elke partij zorgt ervoor dat haar bevoegde onderzoekende autoriteit een dergelijk onderzoek afrondt binnen twaalf maanden na de datum waarop het is geopend.

Artikel 113. Bewijs van schade en oorzakelijk verband [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Bij het verrichten van haar onderzoek beoordeelt de bevoegde onderzoekende autoriteit alle relevante factoren van objectieve en kwantificeerbare aard die van invloed zijn op de toestand van de interne industrie, in het bijzonder het percentage en de hoeveelheid waarmee de invoer van het desbetreffende goed in absolute zin of in relatieve zin ten opzichte van de interne productie is toegenomen, het aandeel van de toegenomen invoer in de interne markt, en de wijzigingen in het niveau van verkoop, productie, productiviteit, bezetting, winst en verlies, en werkgelegenheid.

  • 2 Er zal pas worden vastgesteld of de toegenomen invoer de in artikel 104 of 109 beschreven situaties heeft veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, nadat het onderzoek op basis van objectief bewijsmateriaal heeft aangetoond dat er een duidelijk oorzakelijk verband bestaat tussen de toegenomen invoer van het desbetreffende goed en de in artikel 104 of 109 beschreven situaties. Indien andere factoren dan de toegenomen invoer gelijktijdig de in artikel 104 of 109 beschreven situaties veroorzaken, wordt de schade of ernstige verslechtering van de economische situatie niet toegeschreven aan de toegenomen invoer.

Artikel 114. Hoorzittingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Tijdens het verloop van de procedure waarborgt de bevoegde onderzoekende autoriteit het volgende:

  • a. er wordt een publieke hoorzitting gehouden, die naar behoren bekend wordt gemaakt, om alle belanghebbenden en alle representatieve consumentenverenigingen in staat te stellen in persoon of bij raadsman te verschijnen, bewijsstukken over te leggen en te worden gehoord over de ernstige schade of de dreiging daarvan, alsmede de passende herstelmaatregel daarvoor; of

  • b. alle belanghebbenden die binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn een schriftelijke aanvraag hebben ingediend, waaruit blijkt dat zij waarschijnlijk daadwerkelijk zullen worden getroffen door de uitkomst van het onderzoek en dat er bijzondere redenen zijn waarom zij moeten worden gehoord, wordt de gelegenheid geboden te worden gehoord.

Artikel 115. Vertrouwelijke informatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Informatie die vanwege haar aard vertrouwelijk is of die op vertrouwelijke basis wordt verstrekt, wordt, na opgave van redenen, door de bevoegde onderzoekende autoriteit als vertrouwelijk behandeld. Zonder machtiging van de verstrekkende partij wordt deze informatie niet openbaar gemaakt. Partijen die vertrouwelijke informatie verstrekken, kunnen worden verzocht niet-vertrouwelijke samenvattingen daarvan te verschaffen of, indien deze partijen verklaren dat de desbetreffende informatie niet kan worden samengevat, de redenen waarom geen samenvatting kan worden verstrekt. Indien de bevoegde onderzoekende autoriteit echter van oordeel is dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en indien de betrokken partij de informatie niettemin toch niet openbaar wil maken noch machtiging wil geven tot bekendmaking daarvan in algemene bewoordingen of in de vorm van een samenvatting, heeft de onderzoekende autoriteit het recht om de desbetreffende informatie buiten beschouwing te laten, tenzij op overtuigende wijze en uit passende bron kan worden aangetoond dat de informatie juist is.

Artikel 116. Kennisgevingen en publicaties [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Wanneer een partij van oordeel is dat een van de in artikel 104 of 109 beschreven omstandigheden zich voordoet, verwijst zij de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het Associatiecomité. Het Associatiecomité kan elke aanbeveling doen die nodig is om in de gerezen omstandigheden uitkomst te bieden. Indien het Associatiecomité geen aanbevelingen met betrekking tot het verhelpen van de omstandigheden heeft gedaan, of indien er binnen dertig dagen nadat de aangelegenheid aan het Associatiecomité werd voorgelegd geen andere bevredigende oplossing is bereikt, kan de invoerende partij overeenkomstig deze onderafdeling passende maatregelen vaststellen om de omstandigheden te verhelpen.

  • 2 De bevoegde onderzoekende autoriteit verstrekt de uitvoerende partij alle relevante informatie, met inbegrip van bewijs van schade of ernstige verslechtering van de economische situatie als gevolg van de toegenomen invoer, een nauwkeurige omschrijving van het desbetreffende product en de voorgestelde maatregelen, de voorgestelde datum van instelling en de verwachte duur.

  • 3 De bevoegde onderzoekende autoriteit publiceert tevens haar bevindingen en met redenen omklede conclusies ten aanzien van alle relevante aangelegenheden van feitelijke en juridische aard in het publicatieblad van de partij, met inbegrip van een beschrijving van het ingevoerde goed, van de situatie die aanleiding heeft gegeven tot het instellen van de maatregelen overeenkomstig artikel 104 of 109, van het oorzakelijk verband tussen de situatie en de toegenomen invoer, en onder vermelding van de vorm, het niveau en de duur van de maatregelen.

  • 4 De bevoegde onderzoekende autoriteit maakt geen informatie bekend die is verstrekt ingevolge een verbintenis met betrekking tot vertrouwelijke informatie die mogelijk is aangegaan in de loop van de procedure.

HOOFDSTUK 3. DOUANE EN HANDELSBEVORDERING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 117. Doelstellingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen het belang van aangelegenheden op het gebied van douane en handelsbevordering in het veranderende mondiale handelsstelsel. Zij komen overeen op dit gebied nauwer samen te werken om ervoor te zorgen dat de wetgeving en procedures ter zake, alsook de bestuurlijke capaciteit van de desbetreffende diensten, voldoen aan de doelstellingen van effectieve controle en bevordering van de handelsfacilitering, en helpen bij het stimuleren van de ontwikkeling en de regionale integratie van de republieken van de MA-partij.

  • 2 De partijen erkennen dat de legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid, met inbegrip van die met betrekking tot de veiligheid en de fraudebestrijding, op generlei wijze in het gedrang mogen komen.

Artikel 118. Douane en handelsgerelateerde procedures [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen komen overeen hun respectieve wet- en regelgeving en procedures op douanegebied te baseren op:

    • a. de internationale instrumenten en normen op douanegebied, met inbegrip van het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de Werelddouaneorganisatie en het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen;

    • b. de bescherming en vergemakkelijking van rechtmatige handel door een doeltreffende handhaving en naleving van de voorschriften van de douanewetgeving;

    • c. wetgeving die onnodige en discriminerende lasten vermijdt, waarborgt tegen douanefraude en voor verdere facilitering zorgt ten behoeve van een hoge mate van naleving;

    • d. de toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicobeheersing, vereenvoudigde procedures voor de binnenkomst en de vrijgave van goederen, controles na de vrijgave en bedrijfsauditmethodes;

    • e. een systeem van bindende uitspraken over douaneaangelegenheden, met name over de tariefindeling en de oorsprongsregels, in overeenstemming met de voorschriften in de wetgeving van de partijen;

    • f. de geleidelijke ontwikkeling van systemen, met inbegrip van die welke op informatietechnologie zijn gebaseerd, om elektronische gegevensuitwisseling binnen douanediensten en met andere verwante publieke instellingen te bevorderen;

    • g. regels die waarborgen dat de sancties voor geringe inbreuken op douanevoorschriften of procedurele eisen evenredig en niet-discriminerend zijn en dat hun toepassing niet tot onverantwoorde vertragingen leidt;

    • h. vergoedingen en heffingen die redelijk zijn, die de kosten van de dienst met betrekking tot een specifieke transactie niet te boven gaan en die niet ad valorem worden berekend; voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen opgelegd; en

    • i. de afschaffing van alle voorschriften ten aanzien van het verplichte gebruik van inspecties vóór verzending, zoals bedoeld in de WTO-Overeenkomst inzake inspecties vóór verzending, of van alle andere inspecties die op de plaats van bestemming vóór inklaring worden verricht door particuliere ondernemingen.

  • 3 Om hun werkmethoden te verbeteren en ervoor te zorgen dat hun optreden niet-discriminerend, transparant, doeltreffend, integer en te verantwoorden is, komen de partijen overeen:

    • a. voor zover mogelijk maatregelen te nemen om de door de douanediensten en andere verwante publieke instellingen verlangde gegevens en documentatie te verminderen, te vereenvoudigen en te standaardiseren;

    • b. waar mogelijk voorschriften en formaliteiten te vereenvoudigen, zodat goederen snel worden vrijgegeven en ingeklaard;

    • c. volgens de wetgeving van elke partij voor doeltreffende, snelle, niet-discriminerende en makkelijk toegankelijke beroepsprocedures te zorgen tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douane betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen; de eventuele kosten daarvan zijn vergelijkbaar met de kosten van de beroepsprocedures; en

    • d. maatregelen te nemen om te zorgen dat de hoogste integriteitsnormen worden gehandhaafd.

  • 4 De partijen zorgen ervoor dat de wetgeving inzake douane-expediteurs uitgaat van transparante en evenredige regels. Indien een partij het verplichte gebruik van douane-expediteurs vereist, zijn rechtspersonen gerechtigd te opereren op basis van hun interne, door de bevoegde autoriteit daartoe gemachtigde douane-expediteurs. Deze bepaling geldt onverminderd de standpunten van de partijen in multilaterale onderhandelingen.

Artikel 119. Doorvoer [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen waarborgen overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATT 1994 de vrije doorvoer over hun gebied.

  • 2 Eventuele beperkingen, controles of voorschriften moeten gebaseerd zijn op een geldige reden van openbare orde en moeten niet-discriminerend en evenredig zijn en overal op dezelfde wijze worden toegepast.

  • 3 Onverminderd rechtmatige douanecontroles en toezicht op doorvoergoederen, behandelen de partijen de doorvoer van goederen naar of uit het grondgebied van de andere partij niet ongunstiger dan de doorvoer van goederen over hun grondgebied.

  • 4 Overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATT 1994 passen de partijen regelingen toe om de doorvoer van goederen plaats te laten vinden zonder dat er douanerechten, doorvoerrechten of andere heffingen worden opgelegd met betrekking tot de doorvoer, met uitzondering van kosten voor vervoer of kosten die overeenkomen met de administratieve kosten van de doorvoer of met de kosten van de geleverde diensten, en met verstrekking van een passende garantie.

  • 5 De partijen bevorderen regionale doorvoerregelingen en leggen deze ten uitvoer teneinde handelsbelemmeringen te verminderen.

  • 6 De partijen zien erop toe dat alle betrokken autoriteiten en instanties op hun grondgebied gecoördineerd samenwerken om de doorvoer te vergemakkelijken en de grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen.

Artikel 120. Relaties met de bedrijfsgemeenschap [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen:

  • a. erop toe te zien dat alle wetgeving, procedures, vergoedingen en heffingen, samen met alle nodige aanvullende informatie, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg.

    De partijen geven algemene bekendheid aan administratieve berichten ter zake, met inbegrip van voorschriften en procedures bij binnenkomst van goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren, en contactpunten voor het inwinnen van informatie;

  • b. dat tijdig en regelmatig met vertegenwoordigers van de belanghebbenden wordt overlegd over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot douaneaangelegenheden; hiertoe worden door elke partij passende mechanismen voor regelmatig overleg opgericht;

  • c. te zorgen voor een redelijke tijdspanne tussen de bekendmaking en de inwerkingtreding van nieuwe of gewijzigde wetgeving, procedures, vergoedingen of heffingen6;

  • d. de samenwerking met de bedrijfsgemeenschap te stimuleren door toepassing van niet-arbitraire, openbaar toegankelijke procedures, zoals memoranda van overeenstemming op basis van die welke door de WDO zijn uitgevaardigd; en

  • e. erop toe te zien dat hun respectieve voorschriften en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden blijven aansluiten op de behoeften van de handelaren, dat hierbij de beste praktijken worden gevolgd en dat de handel hierdoor zo min mogelijk wordt beperkt.

Artikel 121. Douanewaarde [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 (hierna de „Overeenkomst inzake de douanewaarde” genoemd), is van toepassing op de vaststelling van de douanewaarde in de wederzijdse handel tussen de partijen.

Artikel 122. Risicobeheersing [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke partij maakt gebruik van risicobeheersingsystemen zodat haar douaneautoriteiten hun inspectiewerkzaamheden kunnen concentreren op goederen met een hoog risico, en de inklaring en het in het verkeer brengen van goederen met een laag risico worden vergemakkelijkt.

Artikel 123. Subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen richten hierbij een subcomité Douane, handelsbevordering en oorsprongsregels op, overeenkomstig artikel 348 en zoals uiteengezet in bijlage XXI (Subcomités).

  • 2 De taken van het subcomité zijn onder meer:

    • a. toezicht houden op de tenuitvoerlegging en het beheer van dit hoofdstuk en bijlage II (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking) van deze overeenkomst;

    • b. een forum bieden voor overleg en discussie over alle onderwerpen betreffende de douane, zoals met name douaneprocedures, douanewaarde, tariefindeling, douanenomenclatuur, douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden;

    • c. een forum bieden voor overleg en discussie over oorsprongsregels en administratieve samenwerking;

    • d. de samenwerking verbeteren bij de ontwikkeling, toepassing en handhaving van douaneprocedures, wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, oorsprongsregels en administratieve samenwerking;

    • e. wijzigingsverzoeken inzake de oorsprongsregels behandelen en de resultaten van de analyses en de aanbevelingen aan het Associatiecomité voorleggen;

    • f. de taken en functies uitvoeren zoals vastgelegd in bijlage II (Definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking) van deze overeenkomst;

    • g. de samenwerking verbeteren bij de capaciteitsopbouw en de technische bijstand; en

    • h. alle overige zaken behandelen in opdracht van het Associatiecomité.

  • 3 De partijen kunnen overeenkomen ad-hocvergaderingen bijeen te roepen inzake douanesamenwerking, oorsprongsregels of wederzijdse administratieve bijstand.

Artikel 124. Samenwerking en technische bijstand inzake douane en handelsbevordering [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De maatregelen inzake technische bijstand die vereist zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk, zijn vastgesteld in de artikelen 53 en 54 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK 4. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 125. Doelstellingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen te vergemakkelijken en te vergroten door onnodige handelsbelemmeringen tussen de partijen, die zich kunnen voordoen als gevolg van het opstellen, vaststellen en toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures in de zin van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (hierna „TBT-Overeenkomst” genoemd) te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen.

  • 2 De partijen verbinden zich ertoe samen te werken bij de versterking van de regionale integratie binnen de partijen inzake aangelegenheden die betrekking hebben op technische handelsbelemmeringen.

  • 3 De partijen verbinden zich ertoe de technische capaciteit inzake aangelegenheden met betrekking tot technische handelsbelemmeringen tot stand te brengen en te vergroten, met als doel de toegang tot hun respectieve markten te verbeteren.

Artikel 126. Algemene bepalingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen herbevestigen hun bestaande rechten en verplichtingen ten opzichte van elkaar op grond van de TBT-Overeenkomst, die hierbij wordt opgenomen in deze overeenkomst en er deel van uitmaakt. De partijen houden in het bijzonder rekening met artikel 12 van de TBT-Overeenkomst inzake speciale en differentiële behandeling.

Artikel 127. Toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op het opstellen, vaststellen en toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals omschreven in de TBT-Overeenkomst, die de handel in goederen tussen de partijen kunnen beïnvloeden.

Artikel 128. Definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van bijlage I bij de TBT-Overeenkomst.

Artikel 129. Technische voorschriften [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen dat zij optimaal gebruik maken van goede regelgevingspraktijken als bedoeld in de TBT-Overeenkomst. De partijen komen met name overeen:

  • a. relevante internationale normen te gebruiken als basis voor technische voorschriften, met inbegrip van conformiteitsbeoordelingsprocedures, tenzij dergelijke internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de nagestreefde legitieme doelstellingen; en indien internationale normen niet als basis worden gebruikt, aan de andere partij op verzoek uit te leggen waarom dergelijke normen ondoelmatig of ongeschikt voor het nagestreefde doel worden geacht;

  • b. de ontwikkeling van regionale technische voorschriften te bevorderen en ervoor te zorgen dat deze de bestaande nationale voorschriften vervangen, om zodoende de handel met en tussen de partijen te vergemakkelijken;

  • c. mechanismen vast te stellen voor betere informatievoorziening aan de industrieën van de andere partij over technische voorschriften (bijvoorbeeld via een openbare website); en

  • d. op verzoek en onverwijld aan de andere partij of haar marktdeelnemers informatie en, waar nodig, schriftelijke aanwijzingen te verstrekken over de wijze waarop aan hun technische voorschriften kan worden voldaan.

Artikel 130. Normen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De partijen verbinden zich ertoe:

    • a. te zorgen voor passende interactie tussen de regelgevende autoriteiten en de nationale, regionale of internationale normalisatie-instellingen;

    • b. te zorgen voor de toepassing van de beginselen van het „Besluit van de Commissie inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 van en bijlage 3 bij de overeenkomst”, dat door de TBT-commissie van de WTO op 13 november 2000 is vastgesteld;

    • c. ervoor te zorgen dat hun normalisatie-instellingen samenwerken teneinde te waarborgen dat de internationale normalisatiewerkzaamheden waar mogelijk worden gebruikt als basis voor de ontwikkeling van normen op regionaal niveau;

    • d. de ontwikkeling van regionale normen te bevorderen en te zorgen dat waar regionale normen worden aangenomen, deze de bestaande nationale normen volledig vervangen;

    • e. informatie uit te wisselen over het gebruik door de partijen van de normen in verband met technische voorschriften en, voor zover mogelijk, ervoor te zorgen dat de normen niet verplicht worden gemaakt; en

    • f. informatie en expertise uit te wisselen inzake de werkzaamheden van internationale, regionale en nationale normalisatie-instellingen en inzake de mate waarin internationale normen worden gebruikt als basis voor hun nationale en regionale normen, alsmede algemene informatie uit te wisselen over samenwerkingsovereenkomsten die door elk van de partijen worden gebruikt bij normalisatie.

Artikel 131. Conformiteitsbeoordeling en accreditatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen dat er een brede verscheidenheid aan conformiteitsbeoordelingsmechanismen bestaat, die ervoor zorgen dat de producten op het grondgebied van de partijen gemakkelijker worden aanvaard, waaronder:

    • a. aanvaarding van een conformiteitsverklaring van de leverancier;

    • b. aanwijzing van op het grondgebied van de andere partij gevestigde conformiteitsbeoordelingsinstanties;

    • c. acceptatie van de resultaten van de op het grondgebied van de andere partij gevestigde conformiteitsbeoordelingsinstanties; en

    • d. vrijwillige regelingen tussen conformiteitsbeoordelingsinstanties op het grondgebied van elke partij.

  • 2 Overeenkomstig hiermee verbindende partijen zich ertoe:

    • a. overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder 2, van de TBT-Overeenkomst conformiteitsbeoordelingsprocedures te verlangen die niet strikter zijn dan noodzakelijk is;

    • b. ervoor te zorgen dat, indien diverse conformiteitsbeoordelingsinstanties door een partij op grond van het toepasselijk recht van die partij gemachtigd zijn, de door die partij vastgestelde wettelijke maatregelen niet de vrijheid van marktdeelnemers beperkt om te kiezen waar zij de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsprocedures verrichten; en

    • c. informatie uit te wisselen over het accreditatiebeleid, en te beoordelen hoe optimaal gebruik kan worden gemaakt van internationale accreditatienormen en van internationale overeenkomsten waarbij de accreditatie-instellingen van de partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld met behulp van de mechanismen van de International Laboratory Accreditation Co-operation (ILAC) en het International Accreditation Forum (IAF).

Artikel 132. Speciale en differentiële behandeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 126 van dit hoofdstuk, komen de partijen het volgende overeen:

  • a. de partijen waarborgen dat de wettelijke maatregelen geen belemmering vormen voor het sluiten van vrijwillige overeenkomsten tussen de conformiteitsbeoordelingsinstanties in de republieken van de MA-partij en die in de EU-partij, en bevorderen voorts de deelname van dergelijke instanties aan deze overeenkomsten;

  • b. als een van de partijen een specifiek probleem met betrekking tot een bestaand of voorgesteld technisch voorschrift, een norm of een conformiteitsbeoordelingsprocedure vaststelt waardoor de handel tussen de partijen beïnvloed kan worden, kan deze uitvoerende partij opheldering en begeleiding vragen over hoe aan de maatregel van de invoerende partij kan worden voldaan. Deze laatste geeft onverwijld gehoor aan dit verzoek en neemt de door de uitvoerende partij geuite bezwaren in overweging;

  • c. op verzoek van de uitvoerende partij verbindt de invoerende partij zich ertoe via haar bevoegde autoriteiten onverwijld informatie te verstrekken over de technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures die voor een groep goederen of voor een specifiek goed gelden ten aanzien van het op de markt brengen daarvan op het grondgebied van de invoerende partij; en

  • d. overeenkomstig artikel 12, lid 3, van de TBT-Overeenkomst, houdt de EU-partij bij het opstellen of toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, rekening met de speciale ontwikkelings-, financierings- en handelsbehoeften van de republieken van de MA-partij, met als doel te waarborgen dat deze technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige belemmeringen voor hun uitvoer creëren.

Artikel 133. Samenwerking en technische bijstand [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen zijn het erover eens dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven tot wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot technische handelsbelemmeringen. In dit opzicht hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld die zijn opgenomen in artikel 57 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

Artikel 134. Samenwerking en regionale integratie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen nationale en regionale autoriteiten die zich met technische handelsbelemmeringen bezighouden, zowel in de openbare als in de particuliere sector, van belang is om de handel binnen de regio’s en tussen de partijen zelf te bevorderen. De partijen verbinden zich ertoe ten behoeve hiervan gezamenlijke acties te ondernemen, onder andere:

  • a. de samenwerking versterken op het gebied van normen, technische voorschriften, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectieve systemen te verbeteren, en op gebieden van gemeenschappelijk belang initiatieven voor handelsbevordering onderzoeken die leiden tot convergentie van de voorschriften van hun regelgeving. Daartoe kunnen zij zowel op horizontaal als op sectoraal niveau dialogen over regelgeving tot stand brengen;

  • b. ernaar streven om handelsbevorderende initiatieven in kaart te brengen, te ontwikkelen en te bevorderen die met name, doch niet uitsluitend, het volgende kunnen inhouden:

    • i. versterking van de samenwerking op regelgevingsgebied door, bijvoorbeeld, de uitwisseling van informatie, expertise en gegevens, alsmede door wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de manier waarop technische voorschriften worden ontwikkeld, te verbeteren in de zin van transparantie en overleg, en efficiënt gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;

    • ii. vereenvoudiging van procedures en voorschriften; en

    • iii. bevordering en aanmoediging van bilaterale samenwerking tussen hun respectieve openbare of particuliere instellingen voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditatie;

  • c. op verzoek voorstellen die een andere partij doet voor samenwerking in het kader van dit hoofdstuk op gepaste wijze in overweging nemen.

Artikel 135. Transparantie en kennisgevingsprocedures [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen:

  • a. te voldoen aan de verplichtingen inzake transparantie van de partijen zoals opgenomen in de TBT-Overeenkomst, en vroegtijdig te waarschuwen in het geval van de introductie van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures met een aanzienlijk effect op de handel tussen de partijen, en, in het geval dat dergelijke technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures worden geïntroduceerd, voldoende ruimte te laten tussen de bekendmaking ervan en de inwerkingtreding zodat marktdeelnemers gelegenheid hebben zich hieraan aan te passen;

  • b. de andere partij in het geval van kennisgeving overeenkomstig de TBT-Overeenkomst ten minste zestig dagen volgend op de kennisgeving de tijd te geven schriftelijke opmerkingen over het voorstel in te dienen, tenzij er zich dringende problemen inzake veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid voordoen of dreigen voor te doen, en, voor zover mogelijk, redelijke verzoeken tot verlenging van de termijn waarbinnen opmerkingen kunnen worden gemaakt, op gepaste wijze in overweging te nemen. Deze termijn wordt verlengd indien de TBT-commissie van de WTO dit aanbeveelt; en

  • c. op gepaste wijze rekening te houden met de standpunten van de andere partij indien een onderdeel van het proces voor de ontwikkeling van een technisch voorschrift of een conformiteitsbeoordelingsprocedure voorafgaand aan het WTO-kennisgevingsproces, overeenkomstig de procedures van elke regio aan een openbare raadpleging is onderworpen, en op de opmerkingen van de andere partij op verzoek schriftelijk te antwoorden.

Artikel 136. Markttoezicht [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen verbinden zich ertoe:

  • a. van gedachten te wisselen over markttoezicht en handhavend optreden; en

  • b. ervoor te zorgen dat het markttoezicht door de bevoegde autoriteiten op onafhankelijke wijze wordt verricht, met als doel belangenconflicten te vermijden.

Artikel 137. Vergoedingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen verbinden zich ertoe ervoor te zorgen dat:

  • a. vergoedingen voor de conformiteitsbeoordeling van producten van oorsprong uit het grondgebied van een van de partijen billijk zijn in vergelijking met de vergoedingen die worden gevraagd voor de conformiteitsbeoordeling van soortgelijke producten van nationale oorsprong of van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij, met inachtneming van de kosten van communicatie, vervoer en andere kosten die het gevolg zijn van het feit dat de bedrijfsruimten van de aanvrager en die van de conformiteitsbeoordelingsinstantie op verschillende plaatsen zijn gevestigd;

  • b. een partij de andere partij gelegenheid geeft bezwaar in te dienen tegen het bedrag dat wordt aangerekend voor de conformiteitsbeoordeling van producten indien de vergoeding excessief is in verhouding tot de kosten van de certificering en indien dit de concurrentiepositie van haar producten ondermijnt; en

  • c. de verwachte verwerkingsperiode voor alle verplichte conformiteitsbeoordelingen redelijk en billijk is voor ingevoerde en interne goederen.

Artikel 138. Merktekens en etikettering [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 De partijen komen met name het volgende overeen:

    • a. de partijen vereisen alleen merktekens of etikettering die voor de consument of gebruiker van het product relevant zijn, of om aan te geven dat het product voldoet aan de verplichte technische voorschriften7;

    • b. indien nodig met het oog op het risico van de producten voor de gezondheid of het leven van mensen, dieren of planten, voor het milieu of voor de nationale veiligheid, kunnen de partijen:

      • i. de goedkeuring, registratie of certificering van merktekens of etikettering vereisen als voorwaarde voor verkoop op hun respectieve markten; of

      • ii. voorschriften inzake de fysieke kenmerken of het ontwerp van een etiket invoeren, met name dat de informatie wordt geplaatst op een specifiek deel van het product of in een bepaalde vorm of omvang.

      Het voorgaande geldt onverminderd maatregelen die door de partijen worden genomen ingevolge hun interne regelgeving om te controleren of etiketten voldoen aan de bindende voorschriften, alsmede maatregelen die zij nemen om praktijken te controleren die misleidend kunnen zijn voor de consument;

    • c. in het geval dat een partij verlangt dat marktdeelnemers een uniek identificatienummer gebruiken, wordt een dergelijk nummer zonder onnodige vertraging en op niet-discriminerende grondslag aan de marktdeelnemers van de andere partij toegekend;

    • d. tenzij dit misleidend, tegenstrijdig of verwarrend is ten opzichte van de informatie die in het land van bestemming van de goederen moet worden verstrekt, staan de partijen het volgende toe:

      • i. informatie in meer talen dan alleen de taal die in het land van bestemming is voorgeschreven;

      • ii. internationale nomenclaturen, pictogrammen, symbolen en grafieken; en

      • iii. aanvullende informatie naast die welke in het land van bestemming van de goederen is voorgeschreven;

    • e. de partijen trachten, zolang de legitieme doelstellingen van de TBT-Overeenkomst hierdoor niet in gevaar komen en de informatie op juiste wijze de consument bereikt, niet-permanente of verwijderbare etiketten dan wel merktekens of etiketten in de begeleidende documentatie in plaats van op of aan het product zelf aangebracht, te aanvaarden; en

    • f. de partijen staan toe dat er in het land van bestemming etikettering of correcties op etikettering wordt of worden aangebracht alvorens de goederen op de markt worden gebracht.

  • 3 Rekening houdend met lid 2, komen de partijen overeen dat wanneer een partij merktekens of etikettering op textiel, kleding of schoeisel vereist, alleen van de volgende informatie kan worden verlangd dat deze permanent wordt aangebracht:

    • a. in het geval van textiel en kleding: de vezelsamenstelling, het land van oorsprong, veiligheidsinstructies voor specifieke gebruikswijzen en onderhoudsinstructies; en

    • b. in het geval van schoeisel: de belangrijkste grondstoffen van de hoofdonderdelen, veiligheidsinstructies voor specifieke gebruikswijzen en het land van oorsprong.

  • 4 De partijen passen de bepalingen van dit artikel uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toe.

Artikel 139. Subcomité Technische handelsbelemmeringen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen richten hierbij een subcomité Technische handelsbelemmeringen op, overeenkomstig artikel 348 en zoals uiteengezet in bijlage XXI (Subcomités).

  • 2 Het subcomité heeft de volgende taken:

    • a. alle zaken met betrekking tot de toepassing van dit hoofdstuk bespreken die van invloed kunnen zijn op de handel tussen de partijen;

    • b. toezicht houden op de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk, waarbij onverwijld een kwestie wordt behandeld wanneer door een van de partijen een dergelijke kwestie wordt voorgelegd in verband met de ontwikkeling, de vaststelling, de toepassing of de handhaving van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures; en, op verzoek van een van beide partijen, overleg plegen over kwesties die in verband met dit hoofdstuk aan de orde komen;

    • c. de informatie-uitwisseling inzake technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures vereenvoudigen;

    • d. een discussieforum bieden om binnen het toepassingsgebied en de doelstelling van dit hoofdstuk problemen of kwesties op te lossen die de handel belemmeren of beperken;

    • e. de samenwerking verbeteren bij de ontwikkeling en verbetering van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van het uitwisselen van informatie tussen de relevante openbare en particuliere organen die zich met deze aangelegenheden bezighouden, en directe interactie aanmoedigen tussen niet-gouvernementele instanties, zoals normalisatie-, accreditatie- en certificerende instellingen;

    • f. de informatie-uitwisseling vereenvoudigen over werkzaamheden die worden verricht bij niet-gouvernementele, regionale en multilaterale fora die zich bezighouden met activiteiten met betrekking tot technische voorschriften, normalisatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

    • g. uitzoeken hoe de handel tussen de partijen kan worden verbeterd;

    • h. rapporteren over de samenwerkingsprogramma’s die zijn ingesteld op grond van artikel 57 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst, de resultaten daarvan en het effect van deze projecten op de bevordering van de handel en de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk;

    • i. dit hoofdstuk evalueren in het licht van ontwikkelingen die met de TBT-Overeenkomst verband houden;

    • j. rapporteren aan het Associatiecomité inzake de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk, met name de vooruitgang ten aanzien van de verwezenlijking van de vastgestelde doelen en de bepalingen in verband met speciale en differentiële behandeling;

    • k. alle andere stappen doen waarvan de partijen menen dat deze zullen bijdragen aan de uitvoering van dit hoofdstuk;

    • l. een dialoog tot stand brengen tussen regelgevers overeenkomstig artikel 134, onder a), van dit hoofdstuk en, waar van toepassing, werkgroepen instellen om de verschillende kwesties te bespreken die van belang zijn voor de partijen. Niet-gouvernementele deskundigen en belanghebbenden kunnen deel uitmaken van deze werkgroepen of worden geraadpleegd; en

    • m. alle overige zaken behandelen in opdracht van het Associatiecomité.

HOOFDSTUK 5. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 140. Doelstellingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a. het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten op het grondgebied van de partijen te beschermen, en tegelijk de handel tussen de partijen binnen het toepassingsgebied van de uitvoering van dit hoofdstuk te bevorderen;

  • b. samen te werken voor de verdere uitvoering van de SPS-Overeenkomst;

  • c. ervoor te zorgen dat de sanitaire en fytosanitaire maatregelen geen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen tussen de partijen opwerpen;

  • d. rekening te houden met de ongelijkheden tussen de regio’s;

  • e. de samenwerking op sanitair en fytosanitair vlak te verbeteren overeenkomstig deel III van deze overeenkomst, met als doel de capaciteiten van een partij ten aanzien van sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden te versterken, teneinde de toegang tot de markt van de andere partij te verbeteren en tegelijk het niveau van bescherming van mensen, dieren en planten te waarborgen; en

  • f. geleidelijk een regio-tot-regio-aanpak van de handel in goederen door te voeren, met inachtneming van sanitaire en fytosanitaire maatregelen.

Artikel 141. Multilaterale rechten en verplichtingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen herbevestigen hun rechten en verplichtingen ingevolge de SPS-Overeenkomst.

Artikel 142. Toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden.

  • 2 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals omschreven in de TBT-Overeenkomst.

  • 3 Daarnaast is dit hoofdstuk van toepassing op de samenwerking op het terrein van dierenwelzijn.

Artikel 143. Definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities die zijn opgenomen in bijlage A bij de SPS-Overeenkomst.

Artikel 144. Bevoegde autoriteiten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De bevoegde autoriteiten van de partijen zijn de autoriteiten die bevoegd zijn voor de uitvoering van dit hoofdstuk, zoals vastgesteld in bijlage VI (Bevoegde autoriteiten). Overeenkomstig artikel 151 van dit hoofdstuk stellen de partijen elkaar in kennis van elke wijziging met betrekking tot de bevoegde autoriteiten.

Artikel 145. Algemene beginselen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De sanitaire en fytosanitaire maatregelen die door de partijen worden toegepast, gaan uit van de beginselen die zijn vastgelegd in artikel 3 van de SPS-Overeenkomst.

  • 2 De sanitaire en fytosanitaire maatregelen mogen niet worden gebruikt om ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen op te werpen.

  • 3 De procedures die worden ingesteld binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk, worden toegepast op transparante wijze, zonder onnodige vertragingen en onder voorwaarden en vereisten met inbegrip van kosten, die niet hoger zijn dan de werkelijke kosten van de dienst en die billijk zijn in verhouding tot vergoedingen die in rekening worden gebracht voor soortgelijke interne producten van de partijen.

  • 4 De partijen maken geen gebruik van de in lid 3 genoemde procedures, noch van de verzoeken om aanvullende informatie, om de toegang tot de markt zonder wetenschappelijke en technische rechtvaardiging te vertragen.

Artikel 146. Voorschriften voor invoer [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De uitvoerende partij zorgt ervoor dat de naar de invoerende partij uitgevoerde producten voldoen aan de sanitaire en fytosanitaire voorschriften van de invoerende partij.

  • 2 De invoerende partij garandeert dat de invoervoorwaarden worden toegepast op evenredige en niet-discriminerende wijze.

Artikel 147. Handelsbevordering [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Lijst van inrichtingen:

    • a. Voor de invoer van dierlijke producten verschaft de uitvoerende partij de invoerende partij een lijst van inrichtingen die voldoen aan de voorschriften van de invoerende partij.

    • b. Op verzoek van de uitvoerende partij, die bij haar verzoek de passende sanitaire garanties voegt, erkent de invoerende partij inrichtingen als bedoeld in bijlage VII (Voorschriften en bepalingen betreffende de erkenning van inrichtingen voor producten van dierlijke oorsprong), die gevestigd zijn op het grondgebied van de uitvoerende partij, zonder voorafgaande inspectie van de afzonderlijke inrichtingen. Deze erkenning dient overeen te stemmen met de voorschriften en bepalingen van bijlage VII, en blijft beperkt tot die productcategorieën waarvoor de invoer is toegestaan.

    • c. De in dit artikel bedoelde sanitaire garanties kunnen relevante en gerechtvaardigde informatie omvatten om de sanitaire status van de in te voeren levende dieren en dierlijke producten te garanderen.

    • d. Tenzij om aanvullende informatie wordt verzocht, neemt de invoerende partij de nodige wetgevende of administratieve maatregelen, overeenkomstig haar geldende wettelijke procedures, om binnen veertig werkdagen na ontvangst van het verzoek van de uitvoerende partij, dat vergezeld gaat van de passende sanitaire garanties, de invoer op die basis toe te staan.

    • e. De invoerende partij doet regelmatig verslag van de afgewezen verzoeken om erkenning, met vermelding van de non-conformiteiten waarop de besluiten om een inrichting niet te erkennen, zijn gebaseerd.

  • 2 Vergoedingen voor invoercontroles en -inspectie: de eventuele vergoedingen die worden opgelegd voor de procedures inzake ingevoerde producten, mogen slechts de door de bevoegde autoriteit voor het verrichten van de invoercontrole opgelopen kosten omvatten; de vergoedingen zijn niet hoger dan de werkelijke kosten van de dienst en zijn billijk ten aanzien van vergoedingen die in rekening worden gebracht voor soortgelijke interne producten.

Artikel 148. Verificaties [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Om het vertrouwen in de doeltreffende uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk te bewaren, heeft elke partij, binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk, het recht om:

    • a. een verificatie te verrichten van het geheel of een deel van het controlesysteem van de autoriteiten van de andere partij, overeenkomstig de richtsnoeren die zijn opgenomen in bijlage VIII (Richtsnoeren voor de uitvoering van verificaties), waarbij de kosten van een dergelijke verificatie worden gedragen door de partij die de verificatie verricht; en

    • b. informatie te ontvangen van de andere partij over haar controlesysteem en te worden geïnformeerd over de resultaten van de controles die door middel van dat systeem zijn uitgevoerd.

  • 2 De partijen wisselen de resultaten en conclusies van de op het grondgebied van de andere partij verrichte verificaties uit en maken deze algemeen bekend.

  • 3 Indien de invoerende partij besluit een verificatiebezoek te brengen aan de uitvoerende partij, stelt zij de andere partij daar ten minste zestig werkdagen van tevoren van in kennis, uitgezonderd in noodgevallen of als de betrokken partijen anderszins overeenkomen. Wijzigingen ten aanzien van dit bezoek worden overeengekomen door de betrokken partijen.

Artikel 149. Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen erkennen het concept van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen overeenkomstig de SPS-Overeenkomst, alsmede de normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (hierna de „OIE” genoemd) en het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten (hierna de „IPPC” genoemd). Het in artikel 156 van dit hoofdstuk genoemde subcomité kan de details van de procedure voor de erkenning van dergelijke gebieden nader definiëren, rekening houdend met de SPS-Overeenkomst en de desbetreffende normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de OIE en de IPPC. Deze procedure wordt tevens toegepast bij uitbraken en herbesmetting.

  • 2 Bij de vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen, wordt rekening gehouden met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologische surveillance en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden.

  • 3 Voor de vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen, brengen de partijen een nauwe samenwerking tot stand om vertrouwen in de door elke partij voor die vaststelling gevolgde procedures te verkrijgen.

  • 4 Bij de vaststelling van deze gebieden, ongeacht of dit voor het eerst gebeurt of na de uitbraak van een dierenziekte of het opnieuw optreden van een plantenplaag, baseert de invoerende partij haar eigen vaststelling van de dier- of plantgezondheidsstatus van de uitvoerende partij of delen daarvan in beginsel op de door de uitvoerende partij overeenkomstig de SPS-Overeenkomst en de desbetreffende normen, richtsnoeren en aanbevelingen van de OIC en het IPPC verstrekte informatie, en houdt zij rekening met de vaststelling die de uitvoerende partij heeft gedaan.

  • 5 Indien de invoerende partij voornoemde, door de uitvoerende partij gedane vaststelling niet aanvaardt, zet zij de redenen hiervoor uiteen en is zij bereid in overleg te treden.

  • 6 De uitvoerende partij levert het nodige bewijs om de invoerende partij objectief aan te tonen dat de desbetreffende gebieden ziekte- of plagenvrije gebieden, respectievelijk gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen zijn, en dat waarschijnlijk ook blijven. Hiertoe wordt aan de invoerende partij op verzoek redelijke toegang verleend voor inspectie, proeven en andere relevante procedures.

  • 7 De partijen erkennen het beginsel van compartimentering van de OIE en van plagenvrije productieplaatsen en -locaties van de IPPC. Zij zullen hun toekomstige aanbevelingen ter zake in overweging nemen. Het subcomité dat op grond van artikel 156 van dit hoofdstuk is ingesteld, doet dienovereenkomstig aanbevelingen.

Artikel 150. Gelijkwaardigheid [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Middels het subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden dat op grond van artikel 156 is ingesteld, kunnen de partijen bepalingen inzake gelijkwaardigheid opstellen en zullen zij aanbevelingen doen overeenkomstig de procedures die zijn vastgesteld in de institutionele bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel 151. Transparantie en uitwisseling van informatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen:

  • a. streven transparantie na op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn;

  • b. verbeteren het wederzijdse begrip van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen van elke partij en de toepassing ervan;

  • c. wisselen informatie uit over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling en de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die de handel tussen de partijen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, opdat de negatieve gevolgen ervan voor de handel zoveel mogelijk worden beperkt; en

  • d. delen op verzoek van een partij de op de invoer van specifieke producten toepasselijke voorschriften mede.

Artikel 152. Kennisgeving en overleg [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij stelt de andere partij binnen drie werkdagen schriftelijk in kennis van alle ernstige of aanzienlijke risico’s voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, met inbegrip van noodsituaties op voedselgebied.

  • 2 De kennisgevingen worden gedaan aan de contactpunten die zijn opgenomen in bijlage IX (Contactpunten en websites). Onder schriftelijke kennisgeving wordt kennisgeving per post, fax of e-mail verstaan.

  • 3 Indien een partij ernstige bedenkingen heeft ten aanzien van een risico voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, waarbij producten gemoeid zijn die worden verhandeld, dient overleg over de situatie op verzoek zo snel mogelijk plaats te vinden. Elke partij tracht in dergelijke omstandigheden alle nodige informatie te verstrekken teneinde handelsverstoringen te voorkomen.

  • 4 Het in lid 3 bedoelde overleg kan worden gepleegd via e-mail, video-/audioconferentie of elk ander wederzijds door de partijen overeengekomen middel. De verzoekende partij heeft de taak om de notulen van het overleg op te stellen, die formeel door de partijen moeten worden goedgekeurd.

Artikel 153. Noodmaatregelen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 In het geval van een ernstig risico voor het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, mag de invoerende partij zonder voorafgaande kennisgeving maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten. Voor zendingen die in doorvoer zijn tussen de partijen, kiest de invoerende partij de meest geschikte en evenredige oplossing teneinde onnodige handelsverstoringen te vermijden.

  • 2 De partij die de maatregelen neemt, stelt de andere partij zo snel mogelijk in kennis en in ieder geval niet later dan één werkdag na het vaststellen van de maatregel. De partijen kunnen verzoeken om informatie met betrekking tot de sanitaire en fytosanitaire situatie en de vastgestelde maatregelen, en de partijen antwoorden zodra de gevraagde informatie beschikbaar is.

  • 3 Op verzoek van elk van de partijen en overeenkomstig de bepalingen van artikel 152 van dit hoofdstuk, plegen de partijen binnen vijftien werkdagen na kennisgeving overleg over de situatie. Doel van dit overleg is het voorkomen van onnodige handelsverstoringen. De partijen kunnen opties overwegen voor de bevordering van de uitvoering of de vervanging van de maatregelen.

Artikel 154. Samenwerking en technische bijstand [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 2 Middels het subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden dat op grond van artikel 156 van dit hoofdstuk is ingesteld, stellen de partijen een werkprogramma op, waarin onder andere de nodige elementen worden beschreven van de samenwerking en technische bijstand voor het opbouwen en/of versterken van de capaciteit van de partijen inzake kwesties van gemeenschappelijk belang op het gebied van de gezondheid van mensen, dieren en planten en voedselveiligheid.

Artikel 155. Speciale en differentiële behandeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke republiek van de MA-partij mag direct overleg plegen met de EU-partij wanneer zij een specifiek probleem vaststelt met betrekking tot een door de EU-partij voorgestelde maatregel die de onderlinge handel kan beïnvloeden. Voor dergelijk overleg kunnen de besluiten van de SPS-commissie van de WTO, zoals document G/SPS/33 en de wijzigingen daarop, als richtsnoer worden gebruikt.

Artikel 156. Subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen richten hierbij een subcomité Sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden op overeenkomstig artikel 348 en zoals uiteengezet in bijlage XXI (Subcomités).

  • 2 Het subcomité kan elk vraagstuk behandelen dat verband houdt met de rechten en verplichtingen op grond van dit hoofdstuk. Het heeft in het bijzonder de volgende verantwoordelijkheden en taken:

    • a. aanbevelingen doen ten aanzien van de ontwikkeling van procedures of regelingen die voor de uitvoering van dit hoofdstuk nodig zijn;

    • b. toezicht houden op de voortgang bij de uitvoering van dit hoofdstuk;

    • c. een forum bieden voor discussie over problemen die zich voordoen door de toepassing van bepaalde sanitaire of fytosanitaire maatregelen, teneinde wederzijds aanvaardbare alternatieven te formuleren; Daartoe wordt het subcomité op verzoek van een partij met spoed bijeengeroepen voor overleg;

    • d. indien nodig, overleg plegen zoals vastgesteld in artikel 155 van dit hoofdstuk inzake speciale en differentiële behandeling;

    • e. indien nodig, overleg plegen zoals vastgesteld in artikel 157 van dit hoofdstuk over de beslechting van geschillen die zich voordoen in verband met dit hoofdstuk;

    • f. de samenwerking tussen de partijen inzake dierenwelzijn bevorderen; en

    • g. alle overige zaken behandelen in opdracht van het Associatiecomité.

  • 3 Het subcomité stelt op zijn eerste vergadering zijn reglement van orde vast, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het Associatiecomité.

Artikel 157. Geschillenbeslechting [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Indien een partij van oordeel is dat een maatregel van de andere partij in strijd is of kan zijn met de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk, kan zij verzoeken om technisch overleg in het bij artikel 156 opgerichte subcomité. De in bijlage VI (Bevoegde autoriteiten) genoemde bevoegde autoriteiten zullen dit overleg faciliteren.

  • 2 Indien een geschil onderwerp is van overleg in het subcomité overeenkomstig lid 1, vervangt dit overleg het overleg waarin artikel 310 van titel X (Geschillenbeslechting) van deel IV van deze overeenkomst voorziet, tenzij anderszins overeengekomen door de partijen bij het geschil. Het overleg in het subcomité wordt uiterlijk dertig dagen na de datum van indiening van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij de overleg plegende partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Dit overleg kan worden gepleegd via telefonische conferentie, videoconferentie of elk ander wederzijds door de partijen overeengekomen middel.

HOOFDSTUK 6. UITZONDERINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 158. Algemene uitzonderingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Artikel XX van de GATT 1994 en de aantekeningen daarop worden opgenomen in deze overeenkomst en maken er integraal deel van uit.

  • 2 De partijen erkennen dat artikel XX, onder b), van de GATT 1994 ook van toepassing kan zijn op milieumaatregelen die nodig zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren of planten, en dat artikel XX, onder g), van de GATT 1994 van toepassing is op maatregelen met betrekking tot de instandhouding van levende en niet-levende niet-hernieuwbare natuurlijke hulpbronnen.

  • 3 De partijen zijn het erover eens dat, voordat in artikel XX, onder i) en j), van de GATT 1994 bedoelde maatregelen worden genomen, de uitvoerende partij die voornemens is maatregelen te nemen, de andere partij op verzoek alle relevante informatie verstrekt. De partijen kunnen overeenkomen elk middel aan te wenden dat vereist is om een einde te maken aan de omstandigheden die tot de maatregelen nopen. Indien binnen dertig dagen geen overeenstemming is bereikt, kan de uitvoerende partij krachtens dit artikel maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product. Wanneer door uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk de voorzorgsmaatregelen nemen die strikt noodzakelijk zijn om de situatie te verhelpen, en stelt zij de andere partij onmiddellijk hiervan in kennis.

TITEL III. VESTIGING, HANDEL IN DIENSTEN EN ELEKTRONISCHE HANDEL [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 159. Doel en toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De partijen, die hun verbintenissen op grond van de WTO-Overeenkomst herbevestigen, leggen hierbij de noodzakelijke bepalingen vast voor de geleidelijke invoering van de vrijheid van vestiging en de geleidelijke liberalisering van de handel in diensten en voor samenwerking op het gebied van elektronische handel (hierna „e-commerce” genoemd).

  • 2 Niets in deze titel wordt zodanig uitgelegd dat het de privatisering vereist van overheidsondernemingen of van de dienstverlening van openbare nutsbedrijven bij de uitoefening van overheidsgezag, of dat het een verplichting inhoudt met betrekking tot overheidsopdrachten.

  • 3 De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies.

  • 4 Overeenkomstig de bepalingen van deze titel behoudt elke partij het recht regelgevend op te treden en nieuwe regelingen in te voeren om legitieme nationale beleidsdoelstellingen te bereiken.

  • 5 Deze titel is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een partij zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

  • 6 Niets in deze titel belet een partij maatregelen toe te passen tot regeling van de toegang van natuurlijke personen tot of hun tijdelijke verblijf op haar grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit en het verzekeren van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, al mogen deze maatregelen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die een partij op grond van een specifieke verbintenis toekomen, daardoor teniet worden gedaan of uitgehold8.

Artikel 160. Definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • a. „maatregel”: elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling, of in enige andere vorm;

  • b. „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen genomen door:

    • i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en

    • ii. niet-gouvernementele lichamen bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • c. „natuurlijke persoon van een partij”: een onderdaan van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een republiek van de MA-partij overeenkomstig hun respectieve wetgeving;

  • d. „rechtspersoon”: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • e. „rechtspersoon van de EU-partij” of „rechtspersoon van een republiek van de MA-partij”: een rechtspersoon die is gevestigd naar het recht van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een republiek van de MA-partij en die op het grondgebied van respectievelijk de EU-partij of een republiek van de MA-partij zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging heeft.

    Indien de rechtspersoon slechts zijn statutaire zetel of hoofdbestuur op het grondgebied van respectievelijk de Europese Unie of een republiek van de MA-partij heeft, wordt deze niet beschouwd als respectievelijk een rechtspersoon van de EU-partij of een rechtspersoon van een republiek van de MA-partij, tenzij hij omvangrijke zakelijke transacties verricht op het grondgebied van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een republiek van de MA-partij9; en

  • f. niettegenstaande het voorgaande punt vallen buiten de EU-partij of de republieken van de MA-partij gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk een republiek van de MA-partij zeggenschap hebben, tevens onder de bepalingen van deze overeenkomst indien hun schepen in die lidstaat van de Europese Unie of in een republiek van de MA-partij zijn geregistreerd overeenkomstig hun respectieve wetgeving en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van een republiek van de MA-partij voeren.

Artikel 161. Samenwerking inzake vestiging, handel in diensten en e-commerce [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen komen overeen dat het in hun gemeenschappelijk belang is initiatieven inzake wederzijdse samenwerking en technische bijstand te bevorderen ten aanzien van kwesties met betrekking tot vestiging, handel in diensten en e-commerce. In deze zin hebben de partijen een aantal samenwerkingsactiviteiten vastgesteld, die zijn opgenomen in artikel 56 van titel VI (Economische en handelsontwikkeling) van deel III van deze overeenkomst.

HOOFDSTUK 2. VESTIGING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 162. Definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „filiaal van een rechtspersoon van een partij”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;

  • b. „economische activiteit”: de activiteiten waarvoor verbintenissen zijn aangegaan in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging). „Economische activiteit” omvat geen activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, bijvoorbeeld activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;

  • c. „vestiging”:

    • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon10; of

    • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging,

      op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen;

  • d. „investeerder van een partij”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die door middel van het opzetten van een vestiging een economische activiteit tracht uit te oefenen of uitoefent; en

  • e. „dochteronderneming van een rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon van die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft11.

Artikel 163. Toepassingsgebied [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op vestiging12 in alle economische activiteiten zoals gedefinieerd in artikel 162, met uitzondering van:

  • a. de winning, vervaardiging en verwerking van nucleair materiaal;

  • b. de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c. audiovisuele diensten;

  • d. nationale cabotage en cabotage over de binnenwateren13; en

  • e. nationale en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i. diensten voor reparatie en onderhoud van vliegtuigen, gedurende welke een vliegtuig wordt onttrokken aan de luchtvaartdienst;

    • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS); en

    • iv. andere diensten die de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen ondersteunen, zoals opgenomen in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging).

Artikel 164. Markttoegang [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Ten aanzien van de markttoegang in het kader van vestiging behandelt elke partij vestigingen en investeerders van de andere partij niet minder gunstig dan is bepaald in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) vermelde specifieke verbintenissen.

  • 2 Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag vaststellen of handhaven voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in bijlage X, omschreven als:

    • a. beperkingen van het aantal vestigingen in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve rechten of de vereisten van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • c. beperkingen van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden, in de vorm van quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte14;

    • d. beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal, uitgedrukt als een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen; en

    • e. maatregelen die specifieke soorten vestigingen (dochteronderneming, filiaal, vertegenwoordiging)15 of joint ventures via welke een investeerder van de andere partij een economische activiteit kan uitoefenen, vereisen of ten aanzien van die vestigingen of joint ventures beperkingen opleggen.

Artikel 165. Nationale behandeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij behandelt binnen de in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) vermelde sectoren en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, vestigingen en investeerders van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke vestigingen en investeerders.

  • 2 Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan vestigingen en investeerders van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke vestigingen en investeerders toekent.

  • 3 Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van vestigingen of investeerders van de partij, in vergelijking met soortgelijke vestigingen of investeerders van de andere partij.

  • 4 De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende investeerders.

Artikel 166. Lijsten van verbintenissen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De sectoren waarvoor elk van beide partijen ingevolge dit hoofdstuk verbintenissen heeft aangegaan, en de beperkingen, voorwaarden en kwalificaties, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor vestigingen en investeerders van de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) vermeld.

Artikel 167. Andere overeenkomsten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Niets in deze titel wordt zodanig uitgelegd dat het de rechten beperkt van investeerders van de partijen op een gunstigere behandeling waarin is voorzien in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en een republiek van de MA-partij partijen zijn. Niets in deze overeenkomst wordt, direct dan wel indirect, onderworpen aan in die overeenkomsten vastgestelde procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat.

Artikel 168. Evaluatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De partijen zeggen toe het rechtskader inzake investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, en vervolgens met regelmatige tussenpozen in overeenstemming met hun uit internationale overeenkomsten voortvloeiende verbintenissen, te evalueren.

HOOFDSTUK 3. GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 169. Toepassingsgebied en definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening met uitzondering van:

    • a. audiovisuele diensten;

    • b. nationale cabotage en cabotage over de binnenwateren16; en

    • c. nationale en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

      • i. diensten voor reparatie en onderhoud van vliegtuigen, gedurende welke een vliegtuig wordt onttrokken aan de luchtvaartdienst;

      • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

      • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

      • iv. andere diensten die de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen ondersteunen, zoals opgenomen in bijlage XI (Lijsten van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening).

  • 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • a. „grensoverschrijdende dienstverlening”: het verlenen van een dienst:

      • i. vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);

      • ii. op het grondgebied van een partij ten behoeve van de dienstafnemer van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);

    • b. „diensten”: alle diensten in elke sector, behalve de in het kader van de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten;

      „in het kader van de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst”: elke dienst die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners wordt verleend;

    • c. „dienstverlener van een partij”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon van een partij die een dienst tracht te verlenen of verleent; en

    • d. „dienstverlening”: de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst.

Artikel 170. Markttoegang [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Ten aanzien van de markttoegang via de vormen van dienstlevering die zijn vermeld in artikel 169, lid 2, onder a), behandelt elke partij de diensten en dienstverleners van de andere partij niet minder gunstig dan is bepaald in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de in bijlage XI (Lijsten van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening) vermelde specifieke verbintenissen.

  • 2 Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag vaststellen of handhaven voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in bijlage XI, omschreven als:

    • a. beperkingen van het aantal dienstverleners in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners of de vereisten van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte; en

    • c. beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of het totale volume van de dienstenoutput, uitgedrukt in bepaalde numerieke eenheden, in de vorm van quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte17.

Artikel 171. Nationale behandeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke partij behandelt binnen de in bijlage XI (Lijsten van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening) opgenomen sectoren en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, diensten en dienstverleners van de andere partij in het kader van alle maatregelen die op de grensoverschrijdende dienstverlening van invloed zijn, niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners.

  • 2 Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners toekent.

  • 3 Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners van de partij, in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners van de andere partij.

  • 4 De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende diensten of dienstverleners.

Artikel 172. Lijsten van verbintenissen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De sectoren waarvoor elk van beide partijen ingevolge dit hoofdstuk verbintenissen heeft aangegaan, en de beperkingen, voorwaarden en kwalificaties, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners van de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage XI (Lijsten van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening) vermeld.

HOOFDSTUK 4. TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Artikel 173. Toepassingsgebied en definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen betreffende de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van stafpersoneel, afgestudeerde stagiairs, verkopers van zakelijke diensten, dienstverleners op contractbasis en zelfstandigen ingevolge artikel 159, lid 5, van deze titel.

  • 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • a. „stafpersoneel”: natuurlijke personen die bij een andere rechtspersoon van een partij dan een organisatie zonder winstoogmerk werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel een goed toezicht op en een goede administratie en exploitatie van een vestiging.

      Tot het stafpersoneel behoren tevens „zakelijke bezoekers” die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging en „binnen de onderneming overgeplaatste personen”:

      • i. „zakelijke bezoekers”: natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron die in de gastpartij is gevestigd;

      • ii. „binnen de onderneming overgeplaatste personen”: natuurlijke personen die ten minste een jaar werknemer of partner bij een rechtspersoon zijn en die tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij worden overgeplaatst. De betrokken natuurlijke persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren.

        „Managers”:

        Personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon, die in de eerste plaats het management van de vestiging leiden, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, met inbegrip van:

        • leiding geven aan de vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;

        • toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en deze werkzaamheden controleren;

        • persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan, of indienstneming of ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen.

        „Specialisten”:

        Binnen een rechtspersoon aangestelde personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging. Voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;

    • b. „afgestudeerde stagiairs”: natuurlijke personen die ten minste een jaar in dienst zijn van een rechtspersoon van een partij, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden tijdelijk naar een vestiging van de rechtspersoon op het grondgebied van de andere partij worden overgeplaatst18.

    • c. „verkopers van zakelijke diensten”: natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een dienstverlener van een partij en die tijdelijke toegang tot het grondgebied van de andere partij beogen om over de verkoop van diensten te onderhandelen of voor die dienstverlener overeenkomsten voor de verkoop van diensten te sluiten. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een in de gastpartij gevestigde bron;

    • d. „dienstverleners op contractbasis”: natuurlijke personen in dienst bij een rechtspersoon van een partij die geen vestiging op het grondgebied van de andere partij heeft en die een bonafide contract (anders dan door een agentschap zoals gedefinieerd door CPC 872)19 voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in laatstgenoemde partij heeft gesloten, zodat de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract;

    • e. „zelfstandigen”: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een partij zijn gevestigd, geen vestiging op het grondgebied van de andere partij hebben en een bonafide contract (anders dan door een agentschap zoals gedefinieerd door CPC 872) voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in laatstgenoemde partij hebben gesloten, zodat hun tijdelijke aanwezigheid in die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract20;

    • f. „kwalificaties”: diploma’s, certificaten en overige bewijsstukken (van formele kwalificatie) die zijn afgegeven door een ingevolge wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen aangewezen instantie en die getuigen van de succesvolle afronding van een beroepsopleiding.

Artikel 174. Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel geliberaliseerde sector staat de EU-partij, behoudens de in bijlage X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) of bijlage XII (Voorbehouden inzake stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs uit de EU-partij) opgenomen voorbehouden, investeerders van de republieken van de MA-partij toe natuurlijke personen uit die republieken van de MA-partij in hun vestiging in dienst te nemen, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel dan wel afgestudeerd stagiair zijn, zoals omschreven in artikel 173. De duur van het tijdelijke verblijf van stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs bedraagt ten hoogste drie jaar voor binnen de onderneming overgeplaatste personen, ten hoogste negentig dagen in een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers en ten hoogste een jaar voor afgestudeerde stagiairs.

    Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel geliberaliseerde sector worden de maatregelen die de EU-partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anders bepaald in bijlage XII, omschreven als beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen dat een investeerder als stafpersoneel of als afgestudeerde stagiairs in een bepaalde sector in dienst mag nemen, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en als discriminerende beperkingen.

  • 2 Voor elke in bijlage XIII (Lijsten van verbintenissen van de republieken van de MA-partij betreffende stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs) genoemde sector staan de republieken van de MA-partij, behoudens de in die bijlage opgenomen voorbehouden en voorwaarden, investeerders van de EU-partij toe natuurlijke personen van de EU-partij in hun vestiging in dienst te nemen, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel dan wel afgestudeerd stagiair zijn, zoals omschreven in artikel 173. De duur van het tijdelijke verblijf van stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs bedraagt ten hoogste één jaar, hetgeen kan worden verlengd tot de maximale duur die is toegestaan overeenkomstig de geldende bepalingen in de respectieve wetgeving van de partijen. De duur van het tijdelijke verblijf van zakelijke bezoekers bedraagt ten hoogste negentig dagen in een periode van twaalf maanden.

    Voor elke in bijlage XIII genoemde sector, en behoudens de in die bijlage opgenomen voorbehouden en voorwaarden, worden de maatregelen die een republiek van de MA-partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, omschreven als beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen dat een investeerder als stafpersoneel of als afgestudeerde stagiairs in een bepaalde sector in dienst mag nemen, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en als discriminerende beperkingen.

Artikel 175. Verkopers van zakelijke diensten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Voor elke overeenkomstig de hoofdstukken 2 en 3 van deze titel geliberaliseerde sector staat de EU-partij, behoudens de in de bijlagen X (Lijsten van verbintenissen inzake vestiging) en XI (Lijsten van verbintenissen inzake grensoverschrijdende dienstverlening) opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten van de republieken van de MA-partij toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen in een periode van twaalf maanden.

  • 2 Voor elke in bijlage XIV (Lijsten van verbintenissen van de republieken van de MA-partij inzake verkopers van zakelijke diensten) genoemde sector staan de republieken van de MA-partij, behoudens de in die bijlage opgenomen voorbehouden en voorwaarden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten van de EU-partij toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen in een periode van twaalf maanden.

Artikel 176. Dienstverleners op contractbasis en zelfstandigen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]