Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Spanje regelende de burgerlijke luchtlijnen, 's-Gravenhage, 20-06-1950

Geldend van 21-12-1968 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Spanje regelende de burgerlijke luchtlijnen

Authentiek : NL

OVEREENKOMST TUSSEN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN EN SPANJE REGELENDE DE BURGERLIJKE LUCHTLIJNEN

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Spaanse Regering, geleid door de wens het burgerlijk luchtvervoer tussen Nederland en Spanje te bevorderen, sluiten hierbij de navolgende Overeenkomst betreffende de exploitatie van geregelde luchtvervoersdiensten tussen hare landen:

Artikel I

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar wederkerig de rechten, opgesomd in de hieraan gehechte Bijlage, welke vereist zijn om de, in de Bijlage vervatte, internationale burgerlijke luchtlijnen en diensten in te stellen, onverschillig of deze diensten onmiddellijk dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke de rechten worden verleend, zullen worden geopend.

Artikel II

Elk van de luchtdiensten, genoemd in de Bijlage, heeft het recht in werking te treden, zodra de Overeenkomstsluitende Partij, welke krachtens Artikel I het recht heeft gekregen een of meer ondernemingen aan te wijzen om de betreffende lijn te exploiteren, die aanwijzing zal hebben gedaan. De Overeenkomstsluitende Partij, die dat recht zal hebben toegekend, zal, behoudens het bepaalde in het hiernavolgende Artikel VI, aan de belanghebbende onderneming of ondernemingen de benodigde exploitatievergunning moeten verlenen, hetgeen zij zonder dralen zal doen.

Artikel III

Teneinde elke bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat:

  • a) elk der Overeenkomstsluitende Partijen voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten billijke en redelijke tarieven kan opleggen of toestemming kan geven tot het opleggen daarvan. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen neemt echter op zich, dat deze tarieven niet hoger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van bedoelde luchthavens en faciliteiten door haar eigen luchtvaartuigen gebezigd op soortgelijke internationale diensten;

  • b) op motorbrandstoffen en smeeroliën, aan boord genomen van de luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij, en op reservedelen, motoren, uitrustingsstukken en in het algemeen het materieel, ingevoerd in het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij of op dat grondgebied door de andere Overeenkomstsluitende Partij of haar onderdanen aan boord genomen van een luchtvaartuig en uitsluitend bestemd voor gebruik door luchtvaartuigen van deze laatste, door de Overeenkomstsluitende Partij, op wier grondgebied het luchtvaartuig zal zijn binnengekomen, de nationale regeling betreffende het heffen van douanerechten, inspectiekosten en andere nationale rechten zal worden toegepast;

  • c) de luchtvaartuigen, welke gebruikt worden op de overeengekomen diensten, de voorraden van motorbrandstoffen, smeeroliën, reservedelen, gewone uitrustingstukken en proviand, welke aan boord blijven van de burgerlijke luchtvaartuigen van de luchtvaartonderneming van de Overeenkomstsluitende Partijen, welke gemachtigd zijn de routes en diensten, opgesomd in de Bijlage, te exploiteren, bij hun aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij hun vertrek daaruit vrijgesteld zullen zijn van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke andere rechten en tarieven, zelfs wanneer deze voorraden zouden worden gebruikt of verbruikt door deze luchtvaartuigen bij vluchten boven dat grondgebied;

  • d) de aldus vrijgestelde goederen slechts zullen mogen worden gelost met goedkeuring van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Deze goederen, die weer moeten worden uitgevoerd, zullen tot wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.

Artikel IV

De bewijzen van luchtvaardigheid, de bewijzen van geschiktheid en de vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een van de Overeenkomstsluitende Partijen, zullen door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de routes en diensten, opgesomd in de Bijlage.

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van geschiktheid en vergunningen, door een andere Staat aan haar eigen onderdanen uitgereikt, te weigeren.

Artikel V

  • a De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in en het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart of betreffende de exploitatie van en het vliegen met die luchtvaartuigen gedurende hun aanwezigheid binnen de grenzen van haar grondgebied, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij zonder onderscheid van nationaliteit en bedoelde luchtvaartuigen zullen deze moeten nakomen bij aankomst, bij vertrek en gedurende hun aanwezigheid binnen de grenzen van het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij;

  • b de passagiers, de bemanningen en de afzenders van goederen zullen gehouden zijn persoonlijk dan wel door tussenkomst van een derde, die in hun naam en voor hun rekening optreedt, de wetten en voorschriften na te leven, welke op het grondgebied van elk der Overeenkomstsluitende Partijen het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van de passagiers, bemanningen of goederen regelen, zoals die welke van toepassing zijn op de binnenkomst, op de formaliteiten voor in- en uitklaring, op de landverhuizing, op de paspoorten, op de douane, op de deviezen en op de quarantaine.

Artikel VI

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor om een luchtvaartonderneming van de andere Overeenkomstsluitende Partij een bewijs of een vergunning te onthouden of een zodanig bewijs of een zodanige vergunning te herroepen, wanneer zij niet het bewijs heeft, dat die onderneming voor een belangrijk deel het eigendom is van en het daadwerkelijk toezicht van die onderneming berust bij onderdanen van de ene of van de andere Overeenkomstsluitende Partij, dan wel in geval een luchtvaartonderneming de wetten van de staat, waarover gevlogen wordt, zoals die bedoeld in Artikel V hierboven, niet in acht neemt of niet voldoet aan de verplichtingen, welke deze Overeenkomst haar oplegt.

Artikel VII

De Overeenkomstsluitende Partijen zullen vrijelijk haar onderscheiden ondernemingen, waaraan een vergunning voor het uitoefenen van luchtverkeer is verleend, kunnen vervangen na voorafgaande mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij. De nieuw aangewezen onderneming zal alle rechten en verplichtingen van de vorige onderneming hebben. Deze vervanging zal onder geen enkel voorwendsel enige aansprakelijkheid voor de staat, die de vergunning verleent, met zich medebrengen.

Artikel VIII

De luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen elkaar op de hoogte houden van inbreuken op haar onderscheiden grondgebieden begaan door het personeel van de ondernemingen, waaraan een vergunning voor het uitoefenen van luchtvervoer is verleend. In geval een als ernstig aan te merken vergrijp wordt geconstateerd, heeft de bevoegde luchtvaartautoriteit het recht de terugroeping van de verantwoordelijke beambte te verzoeken. Indien zich een herhaling van de gemaakte feiten mocht voordoen, zal men alsdan het recht hebben de nietigverklaring te vragen van de vergunning, welke ten gunste van de betreffende luchtvaartonderneming is verleend.

Artikel IX

[Red: Wordt vervangen door de Internationale Overeenkomst inzake de procedure voor de vaststelling van tarieven voor geregelde luchtdiensten; Parijs, 10 juli 1967.]

Artikel X

Teneinde de luchtvaart te bevorderen zullen de Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen gezamenlijk bepalen, welke minimaal noodzakelijke faciliteiten zij elkaar wederzijds zullen bieden, wat betreft de installaties en diensten op de vliegvelden en op de routes, waaronder in het bijzonder vallen de luchtverkeersbeveiligingssystemen, de uitwisseling van inlichtingen, de te bezigen talen en maateenheden en de cijfercodes.

De faciliteiten en diensten zullen binnen het raam van ieders mogelijkheden en van de werkelijke uitvoerbaarheid door iedere Overeenkomstsluitende Partij worden verleend, waarbij zo nauw mogelijke aansluiting zal worden gezocht aan de geldende normen.

Artikel XI

Wanneer onderdanen of goederen van onderdanen van een der Overeenkomstsluitende Partijen bij vervoer door vliegtuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij schade ondervinden, zullen de onderscheiden Luchtvaartautoriteiten al het mogelijke doen, opdat de verschuldigde schadeloosstellingen binnen de kortst mogelijke tijd aan de belanghebbenden of aan de rechthebbenden worden uitbetaald.

De Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen zullen zich met elkaar verstaan nopens de regeling van alle vraagstukken, betreffende de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en haar Bijlage.

Artikel XII

De Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen zullen zich met elkaar verstaan nopens de regeling van alle vraagstukken, betreffende de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en haar Bijlage.

Artikel XIII

Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk zou achten de routes of voorwaarden, vermeld in de Bijlage van deze Overeenkomst, te wijzigen, zal zij kunnen verzoeken, dat de bevoegde Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen overleg plegen; een zodanig overleg zal moeten aanvangen binnen een termijn van 60 dagen te rekenen vanaf de datum van het verzoek. Wanneer deze autoriteiten tot overeenstemming geraken omtrent nieuwe of herziene voorwaarden, welke de Bijlage raken, zullen haar aanbevelingen terzake van kracht worden, nadat deze door een uitwisseling van diplomatieke nota's zullen zijn bevestigd.

Artikel XIV

Deze Overeenkomst zal van kracht worden op de dag van ondertekening. Van 1 Februari 1952 af kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen met een opzeggingstermijn van drie maanden de andere Partij haar opzegging van de Overeenkomst aankondigen.

Artikel XV

Alle geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlage, die niet rechtstreeks geregeld kunnen worden door middel van overleg, hetzij tussen de betrokken ondernemingen, hetzij tussen de luchtvaartautoriteiten, hetzij tenslotte tussen de onderscheiden Regeringen, zullen aan een scheidsrechterlijke beslissing worden onderworpen, hetzij van een Tribunaal, hetzij van ieder ander overeengekomen persoon of lichaam.

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, zich te houden aan de voorlopige maatregelen, die tijdens het onderzoek uitgevaardigd kunnen worden, evenals aan de scheidsrechterlijke beslissing, welke laatste in ieder geval als definitief wordt beschouwd.

Ten blijke waarvan de hiertoe behoorlijk gevolmachtigde Vertegenwoordigers deze Overeenkomst hebben ondertekend.

Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage, de 20 Juni 1950, in de Nederlandse en in de Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

STIKKER.

BIJLAGE behorende bij de Overeenkomst tussen HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN EN SPANJE regelende de burgerlijke luchtlijnen

I

De Nederlandse luchtvaartondernemingen, waaraan op grond van deze Overeenkomst vergunning is verleend, zullen het recht hebben over Spaans grondgebied te vliegen en technische landingen te maken als ook om passagiers, goederen en post in internationaal verkeer aan boord te nemen en af te zetten op de volgende routes:

Route I

Amsterdam

 

Frankfort aan de Main

 

Nice

 

Madrid

 

Lissabon

 

in beide richtingen.

Route II:

Amsterdam – Genève – Nice – Madrid – Lissabon – Sal en/of Dakar en/of Santa Maria (Azoren) – Paramaribo – Caracas – Curaçao, in beide richtingen.

Route III

Amsterdam – Brussel – Barcelona

 

in beide richtingen.

II

  • a) De Nederlandse luchtvaartonderneming of -ondernemingen aangewezen door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal alleen passagebiljetten kunnen verkopen van Madrid naar de plaatsen, welke in de reisroutes worden genoemd en met inachtneming van de ter zake geldende financiële bepalingen, welke door de Spaanse Regering zijn uitgevaardigd. Het bovenstaande geldt eveneens en „mutatis mutandis” voor de goederen.

  • b) Krachtens de Overeenkomst tussen de Spaanse Regering en de Portugese Regering van 31 Maart 1947 zal de bepaling van Artikel I van de Bijlage, betreffende het recht om passagiers, goederen en post in internationaal verkeer aan boord te nemen en af te zetten, niet van toepassing zijn op het traject tussen de grondgebieden van het Spaanse en het Portugese moederland.

III

De Spaanse luchtvaartonderneming of -ondernemingen, aangewezen door de Spaanse Regering behoudt (behouden) zich het recht voor op Nederlands grondgebied luchtdiensten te exploiteren in strikte wederkerigheid met de diensten genoemd in Artikel I van deze Bijlage en met commerciële rechten, overeenkomstig met die, welke aan de andere Partij zijn toegestaan.

IV

  • 1) De vervoerscapaciteit aangeboden door de ondernemingen, die door de Overeenkomstsluitende Partijen zijn aangewezen, zal nauw verband moeten houden met de vraag naar vervoer op de overeengekomen routes.

  • 2) Bij de toepassing van het in de bovenstaande alinea 1 neergelegde beginsel:

    • a) zullen de door een aangewezen onderneming aangeboden luchtdiensten als eerste doel hebben, het met een redelijke bezettingsgraad aanbieden van een capaciteit, die voldoet aan de normale en redelijkerwijze te verwachten behoeften van die onderneming in zake het vervoer van internationaal luchtverkeer, afkomstig uit of bestemd voor het grondgebied van de Partij, die de onderneming heeft aangewezen;

    • b) kan de krachtens punt a) aangeboden capaciteit worden verhoogd met een aanvullende capaciteit, die beantwoordt aan het vervoer van internationaal luchtverkeer, dat afkomstig is uit en bestemd is voor punten op de overeengekomen routes, gelegen op het grondgebied van andere Staten dan die, welke de onderneming heeft aangewezen. Een zodanige bijkomende aanvullende capaciteit zal verband houden met de behoeften aan vervoersgelegenheid van de gebieden waarover de luchtlijn voert, nadat rekening gehouden is met de bijzondere positie van de luchtdiensten die zijn ingesteld door de ondernemingen van de hierboven bedoelde Staten, voor zover zij op het geheel of een gedeelte van de overeengekomen routes internationaal luchtverkeer bewerkstelligen, dat afkomstig is uit of bestemd is voor hun grondgebied.

  • 3) Bij de ontwikkeling van de lange afstandslijnen, die zijn ingesteld om te beantwoorden aan de behoeften van het publiek aan een zodanig vervoer, zal de ontwikkeling van de locale en regionale diensten niet onnodig worden beïnvloed. Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst, wordt erkend, dat de ontwikkeling van zodanige locale en regionale diensten een primair recht is van de Overeenkomstsluitende Partijen.

  • 4) De Luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen op verzoek van een van haar overleg plegen, teneinde te onderzoeken, op welke wijze de bepalingen van deze Overeenkomst door de aangewezen Nederlandse en Spaanse ondernemingen worden toegepast en om zich te verzekeren, dat de belangen van hun locale en regionale diensten, alsook die van hun lange afstandsdiensten niet geschaad worden.

V

Tenminste acht dagen voordat daadwerkelijk van hun onderscheiden vergunningen gebruik wordt gemaakt, zullen de Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen elkaar wederkerig de volgende gegevens verstrekken: dienstregelingen, tarieven, frequenties en de typen van de voor haar diensten gebruikte luchtvaartuigen.

Elke verandering in die gegevens zal eveneens worden medegedeeld.

VI

De Postadministraties van de twee Overeenkomstsluitende Partijen zullen onderling een regeling treffen in zake het gebruik van de lijnen voor het vervoer van post door de lucht.

VII

Elke aangewezen onderneming zal, behoudens goedkeuring van de bevoegde Luchtvaartautoriteit van het betreffende grondgebied, op de luchthavens van de andere Overeenkomstsluitende Partij haar eigen technisch en administratief personeel kunnen onderhouden. Deze vergunning omvat het minimum aan personeel, dat onontbeerlijk is voor het normaal functionneren van de lijnen.

VIII

Zolang visa zijn vereist voor de toelating van vreemdelingen in beide landen, zullen de bemanningen, ingeschreven in het boordmanifest van de luchtvaartuigen van de beide landen, welke de luchtverbindingen onderhouden, vrijgesteld zijn van het verplichte visum. Zij zullen in het bezit dienen te zijn van een geldig paspoort en van een legitimatiebewijs, afgegeven door de luchtvaartmaatschappij, waarbij zij in dienst zijn.

In geval een lid van de bemanning, tengevolge van bepaalde omstandigheden, zou moeten achterblijven, zal de onderneming, waarbij hij in dienst is, maatregelen treffen, opdat hij kan terugkeren naar het land, waar de onderneming haar zetel heeft.