Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Regering van het Verenigd Koninkrijk betreffende Bepaalde Luchtdiensten, Londen, 13-08-1946

Geldend van 16-07-1982 t/m heden

Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Regering van het Verenigd Koninkrijk betreffende Bepaalde Luchtdiensten

Authentiek : NL

Overeenkomst tusschen de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk en de Nederlandsche Regeering betreffende Bepaalde Luchtdiensten.

De Nederlandsche Regeering en de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

wenschende een Overeenkomst te sluiten met het doel, zoo spoedig mogelijk bepaalde luchtdiensten naar, in en over Britsch en Nederlandsch grondgebied in te stellen,

hebben tot dat doel gevolmachtigden benoemd, die, daartoe behoorlijk gemachtigd, het volgende zijn overeengekomen:

Artikel 1

Elke overeenkomstsluitende partij verleent aan de andere overeenkomstsluitende partij de rechten, vermeld in de Bijlage behoorende bij deze Overeenkomst, met het doel de daarin omschreven luchtdiensten (hierna te noemen „de overeengekomen diensten”) in te stellen. De overeengekomen diensten kunnen onmiddellijk worden geopend dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de overeenkomstsluitende partij, waaraan de rechten zijn verleend.

Artikel 2

  • (1) Elk van de overeengekomen diensten kan in exploitatie worden genomen, zoodra de overeenkomstsluitende partij, waaraan de rechten zijn verleend, een of meer luchtvaartmaatschappijen voor de aangegeven route of routes heeft aangewezen, en de overeenkomstsluitende partij, die de rechten verleent, is, behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel en in artikel 6, verplicht onverwijld aan de betreffende luchtvaartmaatschappij(en) de passende exploitatievergunning te verleenen.

  • (2) Van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) kan worden verlangd, dat zij ten genoegen van de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partij, die de rechten verleent, aantoont (aantoonen), dat zij in staat is (zijn) de bepalingen na te komen, welke worden gesteld op grond van de wetten en voorschriften, welke gewoonlijk door die autoriteiten met betrekking tot de exploitatie van commercieele luchtvaartmaatschappijen worden gesteld.

Artikel 3

  • (1) De kosten voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten, welke elke der overeenkomstsluitende partijen in rekening kan brengen of doen brengen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere overeenkomstsluitende partij, mogen niet hooger zijn dan die, welke voor het gebruik van zoodanige luchthavens en faciliteiten zouden worden betaald door haar nationale luchtvaartuigen, in gebruik op gelijksoortige internationale diensten.

  • (2) Ten aanzien van motorbrandstof, smeerolie en reservedeelen, ingevoerd in of aan boord van luchtvaartuigen genomen op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen door of namens de door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) en uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de luchtvaartuigen van deze aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) wordt, voor wat betreft douanerechten, inspectiekosten of andere rechten, geheven door eerstgenoemde overeenkomstsluitende partij, een behandeling toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan de nationale luchtvaartmaatschappijen, welke zich bezig houden met internationaal luchtvervoer of aan de luchtvaartmaatschappij van de meest begunstigde natie.

  • (3) Luchtvaartuigen, welke gebezigd worden op de overeengekomen diensten en voorraden aan motorbrandstof, smeerolie, reservedeelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord van de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van een overeenkomstsluitende partij blijven, zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of kosten, zelfs indien zoodanige voorraden door deze luchtvaartuigen bij vluchten binnen dat grondgebied worden verbruikt. De onder vorenbedoelde vrijstelling vallende goederen mogen slechts worden gelost met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere overeenkomstsluitende partij. De geloste goederen, die weer zullen moeten worden uitgevoerd, zullen tot aan den wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.

Artikel 4

Geldige bewijzen van luchtwaardigheid en van geschiktheid, uitgereikt of geldig verklaard door een overeenkomstsluitende partij, worden voor wat de exploitatie van de overeengekomen diensten betreft, door de andere overeenkomstsluitende partij erkend. Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich echter het recht voor, voor vluchten boven zijn eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van geschiktheid, door een anderen Staat uitgereikt aan zijn eigen onderdanen, te weigeren.

Artikel 5

  • (1) De wetten en voorschriften van een overeenkomstsluitende partij, betreffende het binnenkomen in of vertrek uit haar grondgebied door luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zoodanige luchtvaartuigen tijdens het verblijf binnen haar grondgebied, zijn van toepassing op luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere overeenkomstsluitende partij.

  • (2) De wetten en voorschriften van een overeenkomstsluitende partij, betreffende het binnenkomen in of vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningen of lading van luchtvaartuigen (zooals voorschriften betreffende binnenkomst, het in- en uitklaren, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine) zijn van toepassing op de passagiers, bemanningen of lading van de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere overeenkomstsluitende partij gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste overeenkomstsluitende partij.

Artikel 6

Elke overeenkomstsluitende partij behoudt zich het recht voor, de rechten, vermeld in de bijlage, behoorende bij deze Overeenkomst, niet te verleenen of in te trekken in elk geval, waarin niet tot haar genoegen is gebleken, dat het overwegende eigendomsrecht en de daadwerkelijke leiding van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere overeenkomstsluitende partij berusten bij onderdanen van een der beide overeenkomstsluitende partijen, dan wel in geval de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) in gebreke blijft (blijven) de wetten en voorschriften, bedoeld in artikel 5, na te komen of anderszins de voorwaarden te vervullen, waaronder de rechten in overeenstemming met deze Overeenkomst worden verleend.

Artikel 7

Deze Overeenkomst zal worden geregistreerd bij de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie, opgericht ingevolge de Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, onderteekend te Chicago op 7 December 1944.

Artikel 8

Indien een van de overeenkomstsluitende partijen het wenschelijk acht, eenige bepaling van de bijlage behoorende bij deze Overeenkomst te wijzigen kan zoodanige wijziging worden aangebracht door rechtstreeksch tot overeenstemming leidend overleg tusschen de bevoegde luchtvaart-autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen.

Artikel 9

Geschillen tusschen de overeenkomstsluitende partijen, betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst of van de daarbij behoorende Bijlage, zullen in overeenstemming met de bepalingen van Artikel III, sectie 6(8), van de Tijdelijke Overeenkomst inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, onderteekend te Chicago op 7 December 1944, ter beslissing worden voorgelegd aan den Tijdelijken Raad, tenzij de overeenkomstsluitende partijen overeenkomen, het geschil te regelen door tusschenkomst van een in onderling overleg tusschen de overeenkomstsluitende partijen samengesteld Scheidsgerecht, dan wel door tusschenkomst van eenig ander persoon of orgaan. De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich, zich te houden aan de gegeven beslissing.

Artikel 10

Indien een algemeen multilateraal luchtvaartverdrag, dat door beide overeenkomstsluitende partijen wordt aanvaard, van kracht wordt, zal deze Overeenkomst met de bepalingen van zoodanig verdrag in overeenstemming worden gebracht.

Artikel 11

Elk der overeenkomstsluitende partijen kan te allen tijde aan de andere mededeeling doen van haar wensch deze Overeenkomst te beëindigen. Een zoodanige mededeeling zal tegelijkertijd worden gezonden aan de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie. Indien een zoodanige mededeeling wordt gedaan, zal deze Overeenkomst ophouden te bestaan twaalf maanden na het tijdstip waarop de mededeeling door de andere overeenkomstsluitende partij werd ontvangen, tenzij de mededeeling van opzegging in onderling overleg wordt ingetrokken voordat die termijn is verstreken. Indien van de ontvangst van de mededeeling door de andere overeenkomstsluitende partij geen bevestiging wordt ontvangen, wordt de mededeeling geacht te zijn ontvangen veertien dagen na de ontvangst van de mededeeling door de Voorloopige Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie.

Artikel 12

Deze Overeenkomst treedt in werking op den dag harer onderteekening.

Ter oorkonde waarvan de ondergeteekende gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hunne onderscheidene Regeeringen, deze Overeenkomst hebben onderteekend en van hun zegel(s) hebben voorzien.

Gedaan, den 13den Augustus negentienhonderd en zes en veertig in tweevoud te Londen in de Nederlandsche en Engelsche taal, welke beide teksten gelijkelijk authentiek zullen zijn.

(L.S.) WINSTER.

(L.S.) E. MICHIELS VAN VERDUYNEN.

BIJLAGE.

  • 1. De luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk voor de exploitatie van de luchtdiensten op de routes, genoemd in de Tabellen I en III, behoorende bij deze Bijlage, zullen voorloopig zijn:

    • (a) British Overseas Airways Corporation voor de routes 1, 2 en 3 van Tabel I en voor de routes 1 en 2 van Tabel III.

    • (b) British West Indian Airways, voor de route 4 van Tabel I en de routes 3 en 4 van Tabel III.

  • 2. De luchtvaartmaatschappij(en), aangewezen door de Nederlandsche Regeering voor de exploitatie van de luchtdiensten op de routes, genoemd in de Tabellen II en IV, behoorende bij deze bijlage, zullen voorloopig zijn de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën N.V. (K.L.M.) en later de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën N.V. (K.L.M.) en de Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart-Maatschappij N.V. (K.N.I.L.M.).

  • 3. Voor de exploitatie van luchtdiensten op de routes, genoemd in de Tabellen I en III, zal aan de aangewezen Britsche luchtvaartmaatschappijen, genoemd in paragraaf 1, hierboven, op Nederlandsch grondgebied worden verleend het recht van overvliegen en van landingen voor niet-commercieele doeleinden alsook het recht, in internationaal verkeer passagiers, vracht en post op te nemen en af te zetten, als hierna bepaald, en het recht tot het gebruik op de genoemde routes van luchtvaartterreinen en bijkomstige faciliteiten, bestemd voor internationaal verkeer.

  • 4. Voor de exploitatie van luchtdiensten op de route(s), genoemd in de Tabellen II en IV, zal aan de aangewezen Nederlandsche luchtvaartmaatschappij(en), genoemd in paragraaf 2, hierboven, op Britsch grondgebied worden verleend het recht van overvliegen en van landingen voor niet-commercieele doeleinden alsook het recht om in internationaal verkeer passagiers, vracht en post op te nemen en af te zetten, als hierna bepaald, en het recht tot het gebruik op de genoemde routes van luchtvaartterreinen en bijkomstige faciliteiten, bestemd voor internationaal verkeer.

  • 5.

    • (a) De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van het Vereenigd Koninkrijk zijn gerechtigd in plaatsen op Nederlandsch grondgebied, genoemd in de Tabellen I en III, lading af te zetten en op te nemen, opgenomen in of bestemd voor plaatsen op Britsch grondgebied, en daarenboven in de plaatsen, genoemd in Tabel III, de verdere lading, in deze Tabel genoemd, volgens de daarin vermelde voorwaarden.

    • (b) De aangewezen Nederlandsche luchtvaartmaatschappij(en) is (zijn) gerechtigd, in plaatsen op Britsch grondgebied, genoemd in de Tabellen II en IV, lading af te zetten en op te nemen, opgenomen in of bestemd voor plaatsen op Nederlandsch grondgebied en daarenboven in de plaatsen, genoemd in Tabel IV, de verdere lading, in deze Tabel genoemd, volgens de daarin vermelde voorwaarden.

    • (c) De luchtvervoersgelegenheid, geboden door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van Nederland en van het Vereenigd Koninkrijk moet nauw verband houden met de behoeften van het publiek aan zoodanig vervoer.

    • (d) De luchtvaartmaatschappijen, genoemd in paragraaf 1 en 2 hierboven, zullen met elkaar in overleg treden met de bedoeling tot overeenstemming te geraken betreffende de frequentie van de te exploiteeren diensten; bij dat overleg zullen in acht worden genomen de beginselen, vervat in punt (c) van deze paragraaf. In geval geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de aangelegenheid voorgelegd aan de overeenkomstsluitende partijen, die zullen trachten, overeenstemming te bereiken.

    • (e) Teneinde aan onverwachte behoeften van tijdelijken aard aan vervoersgelegenheid tegemoet te komen, kunnen de luchtvaartmaatschappijen, genoemd in paragraaf 1 en 2 hierboven, onderling zoodanige tijdelijke verhoogingen van de frequentie overeenkomen, als noodig zijn om aan de behoeften aan vervoersgelegenheid tegemoet te komen.

    • (f) De bepalingen van de punten (d) en (e) zijn niet van toepassing in de gevallen, waarin de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een overeenkomstsluitende partij een route exploiteert, welke niet bediend wordt door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere overeenkomstsluitende partij.

  • 6. Voor zoover de luchtvaartmaatschappij van een overeenkomstsluitende partij niet haar volledig aandeel in de op grond van punt (d) van paragraaf 5 overeengekomen frequentie wenscht te exploiteeren, kan die luchtvaartmaatschappij met de luchtvaartmaatschappij van de andere overeenkomstsluitende partij regelen, dat deze, met inachtneming van de bepalingen en voorwaarden tusschen hen overeengekomen en goedgekeurd door de betreffende overeenkomstsluitende partijen, meer diensten mag exploiteeren, mits echter de totale frequentie niet grooter zal zijn, dan die, welke overeengekomen is op grond van punt (d) van paragraaf 5. Een voorwaarde van elke zoodanige regeling dient mede te zijn, dat, indien de eerst-bedoelde luchtvaartmaatschappij te eeniger tijd zou besluiten de exploitatie te beginnen of de frequentie van haar diensten binnen de grenzen van haar overeengekomen aandeel te verhoogen, de andere luchtvaartmaatschappij dienovereenkomstig eenige of alle aanvullende diensten, welke zij exploiteerde, zal staken.

  • 7. Beide overeenkomstsluitende partijen gaan uit van de opvatting, dat de diensten van haar aangewezen luchtvaartmaatschappijen als eerste doel behouden het verschaffen van een vervoerscapaciteit, welke alleszins voldoet aan de behoeften aan vervoersgelegenheid tusschen het land, hetwelk de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en het land van de uiteindelijke bestemming van het verkeer. Het recht van de luchtvaartmaatschappij(en) van elk van de twee partijen onder respectievelijk Tabel III en IV om bij zoodanige diensten internationale lading op te nemen of af te zetten bestemd voor of afkomstig van derde landen op een punt of op punten van de routes genoemd in de Tabellen van deze Bijlage, wordt toegepast in overeenstemming met de algemeene beginselen van een ordelijke ontwikkeling, welke beide Regeeringen onderschrijven en is onderworpen aan het algemeene beginsel, dat de vervoerscapaciteit verband moet houden:

    • (a) met de behoefte aan vervoersgelegenheid tusschen het land van herkomst en de landen van bestemming;

    • (b) met de eischen, welke de exploitatie van doorgaande luchtlijnen stelt en

    • (c) met de behoefte aan vervoersgelegenheid van de gebieden waarover de luchtlijn voert nadat rekening is gehouden met de plaatselijke en regionale diensten.

  • 8. [Red: Wordt vervangen door de Internationale Overeenkomst inzake de procedure voor de vaststelling van tarieven voor geregelde luchtdiensten; Parijs, 10 juli 1967.]

TABEL I.

Britsche routes met eindpunt op Nederlandsch grondgebied.

1.

Londen

Amsterdam.

       

2.

Londen

Rotterdam

Amsterdam.

   

3.

Prestwick

Amsterdam.

       

4.

Trinidad

Curaçao.

       
 

Lydda

Rome

Genève of Marseille

Amsterdam

 

Teesside and/or Hull and/or Norwich

Amsterdam

       
 

Jersey and/or Guernsey

Amsterdam

       
 

Cardiff

Bristol

Amsterdam

   
 

Aberdeen

Edinburgh

Amsterdam

   
 

Leeds/Bradford-Humberside (Hull)

Amsterdam

       
 

West-Berlijn

Amsterdam

       
 

Aberdeen

Humberside

Amsterdam

   
 

East Midlands

Maastricht

       
 

Liverpool

Amsterdam

       
 

Southend

Amsterdam

       

Deze Tabel kan van tijd tot tijd worden herzien na overleg tusschen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen.

TABEL II.

Nederlandsche routes met eindpunt op Britsch grondgebied

1.

Amsterdam

Londen.

   

2.

Amsterdam

Rotterdam

Londen.

3.

Amsterdam

Manchester

Liverpool.

4.

Amsterdam

Prestwick.

   

5.

Beek (Limburg)

Eindhoven

Londen.

6.

Curaçao

Bermuda.

   
 

Amsterdam

Glasgow

   

Deze Tabel kan van tijd tot tijd worden herzien na overleg tusschen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen.

TABEL III.

Britsche routes voerende over Nederlandsch grondgebied.

  • 1. Poole — Biscarosse — Auguste — Cairo—Habbaniya—Bahrein — Karachi — Calcutta — Rangoon — Singapore — Batavia — Soerabaya—Koepang—Darwin—Brisbane—Sydney. (Vliegbootdienst.)

  • 2. Londen — Rome — Cairo —Bahrein—Karachi—Calcutta— Rangoon— Singapore— Soerabaya— Darwin—Brisbane—Sydney —Auckland/Wellington.

  • 3. Trinidad—Grenada—St. Martin—Miami.

  • 4. Trinidad—Georgetown—Paramaribo—Cayenne.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij van het Vereenigd Koninkrijk is gerechtigd, op de routes, genoemd in deze Tabel, in plaatsen op Nederlandsch grondgebied, lading opgenomen in of bestemd voor plaatsen buiten Nederlandsch grondgebied, af te zetten of op te nemen mits de vervoerscapaciteit in overeenstemming is met de bepalingen van de paragrafen 5 en 7 van deze Bijlage.

Deze Tabel kan van tijd tot tijd worden herzien na overleg tusschen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen.

TABEL IV.

Nederlandsche routes voerende over Britsch grondgebied.

  • 1. Amsterdam—Prestwick of Rineanna—Gander—New York, of Amsterdam—Azoren—Bermuda—New York.

  • 2. Curaçao—St. Kitts—St. Martin.

  • 3. Curaçao—Trinidad—Georgetown—Paramaribo.

  • 4. Amsterdam—Batavia waarschijnlijk via Napels—Cairo— Shaibah of Basrah—Karachi—Jodhpur—Calcutta—Bangkok— Medan—Singapore—Palembang.

  • 5. Amsterdam—Manchester—Dublin.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van Nederland is (zijn) gerechtigd, op de route(s), genoemd in deze Tabel, in plaatsen op Britsch grondgebied, lading, opgenomen in of bestemd voor plaatsen buiten Britsch grondgebied, af te zetten of op te nemen, mits de vervoerscapaciteit in overeenstemming is met de bepalingen van de paragrafen 5 en 7 van deze Bijlage.

Deze Tabel kan van tijd tot tijd worden herzien na overleg tusschen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen; bij deze herziening zal rekening worden gehouden met routes door de Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij N.V. voor exploitatie in overweging genomen.

EXCHANGE OF NOTES.

No. 1.
The Netherlands Ambassador to Mr. Ernest Bevin. Ambassade der Nederlanden, Londen, 13 Augustus 1946.

Excellentie,

In verband met de Overeenkomst tusschen de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk en de Nederlandsche Regeering betreffende bepaalde luchtdiensten, welke heden werd onderteekend, heb ik de eer te berichten, dat het der Nederlandsche Regeering niet wel doenlijk is om met betrekking tot de toepassing van de Overeenkomst op Nederlandsch Oost-Indië verplichtingen te aanvaarden ten aanzien van het verleenen van vergunning aan Britsche luchtdiensten voor tusschenlandingen op het grondgebied van Nederlandsch Oost-Indië, overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst.

De Nederlandsche Regeering is echter ten volle bereid al het mogelijke te doen om het verleenen van zoodanige vergunning te verzekeren.

Gelief, enz.

(w.g.) E. MICHIELS VAN VERDUYNEN.

No. 2.

Mr. Ernest Bevin to the Netherlands Ambassador. Foreign Office. 13th August 1946.

Your Excellency,

I have the honour to acknowledge the receipt of your note of to-day's date the translation of which is as follows:—

”In connexion with the Agreement between the Government of the United Kingdom and the Government of the Netherlands for Certain Air Services signed this day, I have the honour to state that the Government of the Netherlands is not in a position, as regards the application of the Agreement to the Netherlands East Indies, to accept obligations in respect of the grant of permission to British air services for intermediary landings in Netherlands East Indies territory in accordance with the terms of the Agreement.

”The Government of the Netherlands is, however, fully prepared to use its best endeavours to secure the grant of such permission.”

2. I have the honour to inform your Excellency, in reply, that it is noted with satisfaction that the Government of the Netherlands will use its best endeavours to secure the grant of the facilities in question desired on behalf of British air services in Netherlands East Indies territory. Your Government will, however, appreciate that in the event of these facilities not being forthcoming it may be necessary for His Majesty's Government to reconsider its position with regard to Schedules III and IV of the Annex to the Agreement.

I have, &c.

(Signed) ERNEST BEVIN.

No. 3.

Mr. Ernest Bevin to the Netherlands Ambassador. Foreign Office, 13th August 1946.

Your Excellency,

In connexion with the Agreement between the Government of the United Kingdom and the Government of the Netherlands for Certain Air Services signed this day, I have the honour to state that the Government of the United Kingdom is prepared to grant the right to pick up and set down traffic at Singapore on the route from Amsterdam to Batavia as shown in Schedule IV of the Annex to the Agreement. This right will be made subject to the satisfactory conclusion of the necessary negotiations between the Governments of the Netherlands and of India, and to the reservation made in the concluding sentence of my note of to-day's date relative to the grant of facilities to British air services in the Netherlands East Indies.

I have, &c.

(Signed) ERNEST BEVIN.

No. 4

The Netherlands Ambassador to Mr. Ernest Bevin. Ambassade der Nederlanden, Londen, 13 Augustus 1946.

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw schrijven van heden, waarvan de vertaling luidt als volgt:—

In verband met de Overeenkomst tusschen de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk en de Nederlandsche Regeering, betreffende bepaalde luchtdiensten, welke heden werd onderteekend, heb ik de eer te berichten, dat de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk bereid is het recht te verleenen tot het opnemen en afzetten van lading in Singapore op de route van Amsterdam naar Batavia als aangegeven in Tabel IV van de bijlage behoorende bij de Overeenkomst. Dit recht wordt afhankelijk gesteld van het tot een goed einde brengen van de noodzakelijke onderhandelingen tusschen de Nederlandsche Regeering en de Regeering van Britsch-Indië en van het voorbehoud, gemaakt in den slotzin van mijn brief van heden betreffende het verleenen van faciliteiten ten behoeve van Britsche luchtdiensten in Nederlandsch Oost-Indië.”

2. In antwoord hierop heb ik de eer te berichten, dat de Nederlandsche Regeering de noodige stappen zal ondernemen om de goedkeuring van de Regeering van Britsch-Indië voor het verleenen van het betreffende recht te verkrijgen.

Gelief, enz.

(w.g.) E. MICHIELS VAN VERDUYNEN.

No. 5.

Mr. Ernest Bevin to the Netherlands Ambassador. Foreign Office, 13th August 1946.

Your Excellency,

In connexion with Schedule IV of the Annex to the Agreement between the Government of the United Kingdom and the Government of the Netherlands for Certain Air Services signed this day, I have the honour to state that the Government of Bermuda is not prepared to grant the right to pick up or set down at Bermuda traffic destined for or embarked at New York. The grant of facilities to Netherlands aircraft at Bermuda is subject to the consent of the Government of the United States in accordance with the agreement in force between the Governments of the United States and of the United Kingdom. I understand that the Government of the Netherlands will take the necessary steps to secure such consent.

I have, &c.

(Signed) ERNEST BEVIN.

No. 6

The Netherlands Ambassador to Mr. Ernest Bevin. Ambassade der Nederlanden, Londen, 13 Augustus 1946.

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw schrijven van heden, waarvan de vertaling luidt als volgt:—

„In verband met Tabel IV van de Bijlage behoorende bij de Overeenkomst tusschen de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk en de Nederlandsche Regeering betreffende bepaalde luchtdiensten, welke heden werd onderteekend, heb ik de eer te berichten, dat de Regeering van Bermuda niet bereid is het recht te verleenen tot het opnemen of afzetten op Bermuda van lading, bestemd voor of opgenomen te New York. Het verleenen van faciliteiten aan Nederlandsche luchtvaartuigen op Bermuda is overeenkomstig de tusschen de Regeering van de Vereenigde Staten en de Regeering van het Vereenigd Koninkrijk van kracht zijnde overeenkomst onderworpen aan de goedkeuring van de Regeering van de Vereenigde Staten. Ik neem aan, dat de Nederlandsche Regeering de noodige stappen zal ondernemen om zoodanige goedkeuring te verkrijgen.”

2. In antwoord hierop heb ik de eer U te berichten, dat ik goede nota heb genomen van bovenvermelde mededeeling omtrent de weigering van de Regeering van Bermuda om de voorrechten van de Vijfde Vrijheid tusschen Bermuda en New York te verleenen.

3. Door de Nederlandsche Regeering zullen de noodige stappen worden ondernomen tot het verkrijgen van goedkeuring der Regeering van de Vereenigde Staten voor het verleenen van faciliteiten aan Nederlandsche luchtvaartuigen op Bermuda.

Gelief, enz.

(w.g.) E. MICHIELS VAN VERDUYNEN.