Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme tussen het Koninkrijk [...] Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland, Brussel, 02-02-2012

Geldend van 03-02-2015 t/m heden

Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland

Authentiek : NL

Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland

De verdragsluitende partijen, het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland (de „lidstaten van de eurozone” of „ESM-leden”);

Vastbesloten de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen;

Herinnerend aan de op 25 maart 2011 aangenomen conclusies van de Europese Raad betreffende de instelling van een Europees stabiliteitsmechanisme;

Overwegende hetgeen volgt:

  • 1. De Europese Raad heeft op 17 december 2010 overeenstemming bereikt over de noodzaak voor de lidstaten van de eurozone een permanent stabiliteitsmechanisme in te stellen. Dit Europees Stabiliteitsmechanisme („ESM”) zal de taken overnemen die momenteel door de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit („EFSF”) en het Europees financieel stabilisatiemechanisme („EFSM”) worden vervuld bij het verstrekken, indien nodig, van financiële bijstand aan lidstaten van de eurozone.

  • 2. Op 25 maart 2011 heeft de Europese Raad Besluit 2011/199/EU tot wijziging van artikel 136 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot een stabiliteitsmechanisme voor de lidstaten die de euro als munt hebben1 vastgesteld waarbij aan artikel 136 het volgende lid wordt toegevoegd: „De lidstaten die de euro als munt hebben kunnen een stabiliteitsmechanisme instellen dat geactiveerd wordt indien dat onontbeerlijk is om de stabiliteit van de eurozone in haar geheel te waarborgen. De verlening van financiële steun, indien vereist, uit hoofde van het mechanisme zal aan stringente voorwaarden gebonden zijn.”.

  • 3. Om de doeltreffendheid van de financiële bijstand te verhogen en het risico op financiële besmetting te voorkomen, zijn de staatshoofden dan wel regeringsleiders van de lidstaten die de euro als munt hebben op 21 juli 2011 overeengekomen „[het ESM] flexibeler te maken, verbonden met passende conditionaliteit”.

  • 4. De strikte inachtneming van het kader van de Europese Unie, het geïntegreerde macro-economische toezicht, en met name het stabiliteits- en groeipact, het kader voor macro-economische onevenwichtigheden en de regels inzake de economische governance van de Europese Unie, moet de eerste verdedigingslinie blijven tegen vertrouwenscrises die de stabiliteit van de eurozone aantasten.

  • 5. Op 9 december 2011 zijn de staatshoofden dan wel regeringsleiders van de lidstaten die de euro als munt hebben overeengekomen stappen te zetten in de richting van een sterkere economische unie met inbegrip van een begrotingspact en een versterkte coördinatie van het economische beleid die moet worden uitgevoerd middels een internationale overeenkomst, het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en governance in de economische en monetaire unie („VSCG”). Het VSCG zal bijdragen aan de ontwikkeling van engere coördinatie in de eurozone om te zorgen voor een volgehouden, degelijk en krachtig beheer van de openbare financiën en richt zich zodoende op een van de belangrijkste bronnen van financiële instabiliteit. Het Verdrag en het VSCG vullen elkaar aan in het bevorderen van budgettaire verantwoordelijkheid en solidariteit in de economische en monetaire unie. Onderkend en afgesproken wordt dat het verlenen van financiële bijstand in het kader van nieuwe programma’s uit hoofde van het ESM, vanaf 1 maart 2013, zal afhangen van de ratificatie van het VSCG door het betrokken ESM-lid en, bij het verstrijken van de in artikel 3, lid 2, VSCG bedoelde omzettingstermijn, van het naleven van de voorschriften van dat artikel.

  • 6. Gezien de sterke verwevenheid van de eurozone kunnen ernstige risico’s voor de financiële stabiliteit van de lidstaten die de euro als munt hebben, de financiële stabiliteit van de eurozone als geheel in gevaar brengen. Daarom kan het ESM stabiliteitssteun verstrekken op basis van stringente voorwaarden die passend zijn voor het gekozen financiële-bijstandinstrument, indien zulks onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit van de eurozone als geheel en van de lidstaten ervan te waarborgen. Het aanvankelijke maximale leningvolume van het ESM is vastgesteld op 500 000 miljoen EUR, met inbegrip van de uitstaande EFSF-stabiliteitssteun. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit Verdrag zal echter worden nagegaan of het maximale geconsolideerde leningvolume van het ESM en de EFSF toereikend is. Indien het aangewezen is, zal het volume door de Raad van gouverneurs van het ESM verhoogd worden, overeenkomstig artikel 10, bij de inwerkingtreding van dit Verdrag.

  • 7. Alle lidstaten van de eurozone worden ESM-leden. Wanneer een lidstaat van de Europese Unie toetreedt tot de eurozone, dient hij een ESM-lid te worden, met alle rechten en verplichtingen welke met die van de Verdragsluitende partijen overeenstemmen.

  • 8. Het ESM zal bij het verstrekken van stabiliteitssteun zeer nauw met het Internationaal Monetair Fonds („IMF”) samenwerken. Er zal naar actieve deelname van het IMF worden gestreefd, zowel op technisch als op financieel niveau. Van een lidstaat van de eurozone die om financiële bijstand van het ESM verzoekt, wordt verwacht dat hij, steeds als dit mogelijk is, een soortgelijk verzoek tot het IMF richt.

  • 9. Lidstaten van de Europese Unie die niet de euro als munt hebben („lidstaten van buiten de eurozone”) die, naast het ESM, op ad-hocbasis aan operaties voor stabiliteitssteun aan lidstaten van de eurozone deelnemen, zullen als waarnemers worden uitgenodigd op de ESM-vergaderingen waarop deze stabiliteitssteun en het monitoren ervan worden besproken. Zij krijgen tijdig inzage in alle informatie en worden op passende wijze geraadpleegd.

  • 10. Op 20 juni 2011 hebben de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie de Verdragsluitende partijen gemachtigd de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank („ECB”) te verzoeken de in dit Verdrag vastgestelde taken te vervullen.

  • 11. In zijn verklaring van 28 november 2010 heeft de Eurogroep gesteld dat in de voorwaarden van alle nieuwe overheidsobligaties van de eurozone gestandaardiseerde en identieke collectieve-actieclausules („CAC’s”) zullen worden opgenomen, zodat de marktliquiditeit gevrijwaard blijft. Zoals de Europese Raad op 25 maart 2011 verzocht had, heeft het Economisch en Financieel Comité de nadere wettelijke regelingen voor het opnemen van CAC’s in overheidsobligaties van de eurozone hun definitieve vorm gegeven.

  • 12. In overeenstemming met de IMF-praktijk, dient in uitzonderlijke gevallen een passende en evenredige betrokkenheid van de private sector overwogen te worden in gevallen waarin stabiliteitssteun wordt verstrekt in combinatie met een aantal voorwaarden onder de vorm van een macro-economisch aanpassingsprogramma.

  • 13. Net als het IMF zal het ESM stabiliteitssteun verlenen aan ESM-leden waarvoor de reguliere toegang tot marktfinanciering is verstoord of dreigt te worden verstoord. De staatshoofden dan wel regeringsleiders hebben derhalve verklaard dat de ESM-leningen, naar analogie van de leningen van het IMF, de status van bevoorrechte crediteur zullen genieten, met dien verstande dat het IMF als bevoorrechte crediteur een hogere status heeft dan het ESM. Deze status wordt van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag. Ingeval financiële bijstand door het ESM in de vorm van ESM-leningen volgt op een op het tijdstip van de ondertekening van dit Verdrag bestaand Europees programma voor het verlenen van financiële bijstand, zal het ESM dezelfde anciënniteit genieten als alle andere leningen en verplichtingen van het ESM-lid dat bijstand ontvangt, met uitzondering van de IMF-leningen.

  • 14. De lidstaten van de eurozone steunen gelijkwaardigheid in crediteurenstatus voor het ESM en andere staten die, in coördinatie met het ESM, leningen verstrekken op bilateraal niveau.

  • 15. In de ESM-leningsvoorwaarden voor lidstaten waarvoor een macro-economisch aanpassingsprogramma geldt, met inbegrip van de voorwaarden bedoeld in artikel 40 van dit Verdrag, moeten de financierings- en operationele kosten van het ESM worden afgedekt; de voorwaarden dienen aan te sluiten bij de leningsvoorwaarden van de overeenkomsten inzake financiële bijstand die ondertekend werden tussen de EFSF, Ierland en de Central Bank of Ireland enerzijds en de EFSF, de Portugese Republiek en de Banco de Portugal anderzijds.

  • 16. Geschillen tussen de Verdragsluitende partijen onderling of tussen de Verdragsluitende partijen en het ESM in verband met de uitlegging en de toepassing van dit Verdrag, dienen overeenkomstig artikel 273 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („VWEU”) aan de rechtsmacht van het Hof van Justitie van de Europese Unie te worden onderworpen.

  • 17. Het post-programmatoezicht zal worden uitgeoefend door de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie binnen het kader dat in de artikelen 121 en 136 VWEU is vastgelegd,

Zijn overeengekomen hetgeen volgt:

HOOFDSTUK 1. LIDMAATSCHAP EN DOEL

Artikel 1. Oprichting en leden

  • 1 Bij dit Verdrag richten de Verdragsluitende partijen tezamen een internationale financiële instelling op die de naam „Europees Stabiliteitsmechanisme” („ESM”) draagt.

  • 2 De Verdragsluitende partijen zijn de ESM-leden.

Artikel 2. Nieuwe leden

  • 1 Het lidmaatschap van het ESM staat open voor de andere lidstaten van de Europese Unie vanaf de inwerkingtreding van het overeenkomstig artikel 140, lid 2, VWEU vastgestelde besluit van de Raad van de Europese Unie tot intrekking van hun derogatie de euro aan te nemen.

  • 2 Nieuwe ESM-leden worden overeenkomstig artikel 44 onder dezelfde voorwaarden als bestaande ESM-leden tot het ESM toegelaten.

  • 3 Een nieuwe lidstaat die tot het ESM toetreedt na de instelling ervan, ontvangt aandelen in het ESM in ruil voor zijn kapitaalinbreng, die wordt berekend overeenkomstig de in artikel 11 bepaalde bijdragesleutel.

Artikel 3. Doel

Het doel van het ESM is het vrijmaken van middelen en het verstrekken van stabiliteitssteun, onder stringente voorwaarden die passend zijn voor het gekozen financiële-bijstandinstrument, ten gunste van ESM-leden die te maken hebben met of worden bedreigd door ernstige financieringsproblemen, indien zulks onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit van de eurozone in haar geheel en van de lidstaten ervan te vrijwaren. Daartoe wordt het ESM gemachtigd middelen te verwerven door financiële instrumenten uit te geven, dan wel door financiële of andere overeenkomsten of regelingen aan te gaan met ESM-leden, financiële instellingen of andere derden.

HOOFDSTUK 2. BESTUUR

Artikel 4. Structuren en stemprocedure

  • 1 Het ESM heeft een Raad van gouverneurs en een Raad van bewind, alsmede een directeur en ander specifiek personeel dat noodzakelijk wordt geoordeeld.

  • 2 De besluiten van de Raad van gouverneurs en de Raad van bewind worden genomen in onderlinge overeenstemming, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen of met gewone meerderheid van stemmen zoals in dit Verdrag is gespecificeerd. Voor alle besluiten moet een quorum aanwezig zijn van tweederde van de stemgerechtigde leden die ten minste tweederde van de stemrechten vertegenwoordigen.

  • 3 Voor de aanneming van een besluit in onderlinge overeenstemming is eenparigheid van stemmen vereist van de leden die aan de stemming deelnemen. Onthoudingen beletten niet dat een besluit in onderlinge overeenstemming wordt aangenomen.

  • 4 In afwijking van lid 3 wordt gebruik gemaakt van een spoedstemprocedure indien de Commissie en de ECB beide concluderen dat als niet dringend een besluit tot verlening of tenuitvoerlegging van financiële bijstand, zoals gedefinieerd in de artikelen 13 tot en met 18, wordt vastgesteld, zulks de economische en financiële duurzaamheid van de eurozone in gevaar kan brengen. Voor de aanneming van een besluit in onderlinge overeenstemming door de Raad van gouverneurs als bedoeld in artikel 5, lid 6, onder f) en g), en de Raad van bewind volgens die spoedprocedure is een gekwalificeerde meerderheid van 85% van de uitgebrachte stemmen vereist.

    Indien gebruik wordt gemaakt van de in de eerste alinea bedoelde spoedprocedure, gebeurt een overdracht van het reservefonds en/of het volgestorte kapitaal naar een noodreservefonds om een buffer te vormen die specifiek als doel heeft de risico’s die voortkomen uit de uit hoofde van die spoedprocedure verleende financiële steun af te dekken. De Raad van bewind kan besluiten het noodreservefonds af te schaffen en de inhoud ervan weer aan het reservefonds en/of het volgestorte kapitaal over te dragen.

  • 5 Voor de aanneming van een besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen is 80% van de uitgebrachte stemmen vereist.

  • 6 Voor de aanneming van een besluit met gewone meerderheid van stemmen is een meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist.

  • 7 De stemrechten van elk ESM-lid welke door een door dit ESM-lid aangestelde persoon of diens vertegenwoordiger in de Raad van gouverneurs of de Raad van bewind worden uitgeoefend, zijn gelijk aan het aan het betrokken lid toegewezen aantal aandelen in het maatschappelijk kapitaal van het ESM zoals vermeld in bijlage II bij dit Verdrag.

  • 8 Ingeval een ESM-lid verzuimt een deel van het bedrag te betalen dat het verschuldigd is uit hoofde van de krachtens de artikelen 8, 9 en 10 op hem rustende verplichtingen in verband met volgestorte aandelen of opvragingen van kapitaal, dan wel uit hoofde van de krachtens de artikelen 16 of 17 op hem rustende verplichtingen in verband met de terugbetaling van de financiële bijstand, is het betrokken ESM-lid, zolang dat verzuim voortduurt, niet gerechtigd zijn stemrechten uit te oefenen. De stemmingsdrempels worden dienovereenkomstig herberekend.

Artikel 5. Raad van gouverneurs

  • 1 Elk ESM-lid benoemt een gouverneur en een plaatsvervangend gouverneur. Deze benoemingen zijn te allen tijde herroepbaar. De gouverneur is een lid van de regering van dit ESM-lid en draagt verantwoordelijkheid voor financiën. De plaatsvervangend gouverneur is volledig bevoegd om namens de gouverneur op te treden wanneer deze niet aanwezig is.

  • 2 De Raad van gouverneurs besluit ofwel te worden voorgezeten door de voorzitter van de Eurogroep, als bedoeld in Protocol (nr. 14) betreffende de Eurogroep dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het VWEU is gehecht, ofwel om uit zijn leden een voorzitter en een vicevoorzitter te kiezen voor een periode van twee jaar. De voorzitter en de vicevoorzitter kunnen worden herverkozen. Er wordt onverwijld een nieuwe verkiezing georganiseerd indien de zittende voorzitter of vicevoorzitter niet langer de vereiste functie bekleedt om als gouverneur te worden aangewezen.

  • 3 Het lid van de Europese Commissie belast met economische en monetaire zaken en de president van de ECB, alsook de voorzitter van de Eurogroep (indien hij niet de voorzitter van de Raad van gouverneurs of een gouverneur is), mogen aan de vergaderingen van de Raad van gouverneurs deelnemen als waarnemers.

  • 4 Ook vertegenwoordigers van lidstaten van buiten de eurozone die, naast het ESM, op ad-hocbasis aan operaties voor stabiliteitssteun aan een lidstaat van de eurozone deelnemen, worden als waarnemers uitgenodigd op de vergaderingen van de Raad van gouverneurs waarop deze stabiliteitssteun en het monitoren ervan worden besproken.

  • 5 Andere personen, zoals onder meer vertegenwoordigers van instellingen of organisaties, zoals het IMF, kunnen door de Raad van gouverneurs op ad-hocbasis worden uitgenodigd om vergaderingen bij te wonen als waarnemers.

  • 6 De Raad van gouverneurs neemt in onderlinge overeenstemming de volgende besluiten:

    • a. om het noodreservefonds af te schaffen en de inhoud ervan weer aan het reservefonds en/of het volgestorte kapitaal over te dragen, in overeenstemming met artikel 4, lid 4;

    • b. om nieuwe aandelen uit te geven tegen andere voorwaarden dan a pari overeenkomstig artikel 8, lid 2;

    • c. om over te gaan tot de opvragingen van kapitaal overeenkomstig artikel 9, lid 1;

    • d. om het maatschappelijk kapitaal te wijzigen en het maximale leningvolume van het ESM aan te passen overeenkomstig artikel 10, lid 1;

    • e. om rekening te houden met een mogelijke actualisering van de sleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de ECB overeenkomstig artikel 11, lid 3, en de in bijlage I aan te brengen wijzigingen overeenkomstig artikel 11, lid 6;

    • f. om stabiliteitssteun door het ESM te verstrekken, met inbegrip van de voorwaarden inzake economisch beleid zoals vastgelegd in het in artikel 13, lid 3, bedoelde memorandum van overeenstemming, en om de keuze van instrumenten en de financiële en andere voorwaarden vast te stellen overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 18;

    • g. om aan de Europese Commissie mandaat te verlenen om, in overleg met de ECB, te onderhandelen over de aan elke financiële bijstand verbonden economische beleidsvoorwaarden overeenkomstig artikel 13, lid 3;

    • h. om het prijsstellingsbeleid en de prijsstellingsrichtsnoeren voor de financiële bijstand te wijzigen overeenkomstig artikel 20;

    • i. om de lijst van financiële-bijstandinstrumenten die door het ESM kunnen worden gebruikt te wijzigen overeenkomstig artikel 19;

    • j. om de uitvoeringsregels van de overdracht van EFSF-steun aan het ESM vast te stellen overeenkomstig artikel 40;

    • k. om de aanvraag tot toetreding tot het ESM door nieuwe leden goed te keuren overeenkomstig artikel 44;

    • l. om aanpassingen aan dit Verdrag aan te brengen als rechtstreeks gevolg van de toetreding van nieuwe leden, met inbegrip van de wijzigingen die in de verdeling van het kapitaal onder de ESM-leden moeten worden aangebracht, en de berekening van deze verdeling als rechtstreeks gevolg van de toetreding van een nieuw lid tot het ESM overeenkomstig artikel 44; en

    • m. om aan de Raad van bewind de in dit artikel opgesomde taken te delegeren.

  • 7 De Raad van gouverneurs neemt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de volgende besluiten:

    • a. om de gedetailleerde technische voorwaarden voor de toetreding van een nieuw lid tot het ESM overeenkomstig artikel 44 te bepalen;

    • b. om te worden voorgezeten door de voorzitter van de Eurogroep dan wel om met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de voorzitter en de vicevoorzitter van de Raad van gouverneurs te kiezen overeenkomstig lid 2;

    • c. om de organisatievoorschriften van het ESM en het reglement van orde van de Raad van gouverneurs en de Raad van bewind (waarin het recht is opgenomen om comités en ondersteunende organen op te richten) vast te leggen overeenkomstig lid 9;

    • d. om de lijst van activiteiten die onverenigbaar zijn met de functie van bewindvoerder of plaatsvervangend bewindvoerder vast te stellen overeenkomstig artikel 6, lid 8;

    • e. om de directeur te benoemen en diens ambtstermijn te beëindigen overeenkomstig artikel 7;

    • f. om andere fondsen in te stellen overeenkomstig artikel 24;

    • g. betreffende de te ondernemen acties om een schuld van een ESM-lid terug te vorderen overeenkomstig artikel 25, leden 2 en 3;

    • h. om de jaarrekening van het ESM goed te keuren overeenkomstig artikel 27, lid 1;

    • i. om de leden van het auditcomité te benoemen overeenkomstig artikel 30, lid 1;

    • j. om de externe auditors te aanvaarden overeenkomstig artikel 29;

    • k. om de immuniteit van de voorzitter van de Raad van gouverneurs, een gouverneur, een plaatsvervangend gouverneur, een bewindvoerder, een plaatsvervangend bewindvoerder of de directeur op te heffen overeenkomstig artikel 35, lid 2;

    • l. om het op het ESM-personeel toepasselijke belastingregime vast te stellen overeenkomstig artikel 36, lid 5;

    • m. betreffende een geschil overeenkomstig artikel 37, lid 2; en

    • n. alle andere noodzakelijke besluiten waarin dit Verdrag niet uitdrukkelijk voorziet.

  • 8 De voorzitter roept de vergaderingen van de Raad van gouverneurs bijeen en zit deze voor. De vicevoorzitter zit deze vergaderingen voor wanneer de voorzitter niet kan deelnemen.

  • 9 De Raad van gouverneurs stelt zijn reglement van orde en de organisatievoorschriften van het ESM vast.

Artikel 6. Raad van bewind

  • 1 Elke gouverneur benoemt één bewindvoerder en één plaatsvervangend bewindvoerder en maakt daarbij een keuze uit personen die in hoge mate competent zijn in economische en financiële zaken. Deze benoemingen zijn te allen tijde herroepbaar. De plaatsvervangend bewindvoerder is volledig bevoegd om namens de bewindvoerder op te treden wanneer deze niet aanwezig is.

  • 2 Het lid van de Europese Commissie belast met economische en monetaire zaken en de president van de ECB kunnen elk een waarnemer aanwijzen.

  • 3 Vertegenwoordigers van lidstaten van buiten de eurozone die, naast het ESM, op ad-hocbasis aan operaties voor financiële bijstand aan een lidstaat van de eurozone deelnemen, worden ook als waarnemers uitgenodigd op de vergaderingen van de Raad van bewind waarop deze financiële bijstand en het monitoren ervan worden besproken.

  • 4 Andere personen, zoals onder meer vertegenwoordigers van instellingen of organisaties, kunnen door de Raad van gouverneurs op ad-hocbasis worden uitgenodigd om vergaderingen bij te wonen als waarnemers.

  • 5 De Raad van bewind neemt besluiten bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen, tenzij in dit Verdrag anders is vermeld. Besluiten die genomen worden op grond van door de Raad van gouverneurs gedelegeerde bevoegdheden worden vastgesteld in overeenstemming met de in artikel 5, leden 6 en 7, vastgestelde toepasselijke stemmingsregels.

  • 6 Zonder afbreuk te doen aan de in artikel 5 omschreven bevoegdheden van de Raad van gouverneurs, draagt de Raad van bewind er zorg voor dat het ESM wordt beheerd in overeenstemming met dit Verdrag en met de organisatievoorschriften van het ESM die door de Raad van gouverneurs zijn vastgesteld. De Raad van bewind neemt de besluiten waarvoor hij krachtens dit Verdrag bevoegd is of die door de Raad van gouverneurs aan hem zijn gedelegeerd.

  • 7 Indien een functie in de Raad van bewind openvalt, wordt deze onmiddellijk opgevuld overeenkomstig lid 1.

  • 8 De Raad van gouverneurs bepaalt welke activiteiten onverenigbaar zijn met de functie van bewindvoerder of plaatsvervangend bewindvoerder, de organisatievoorschriften van het ESM en het reglement van orde van de Raad van bewind.

Artikel 7. Directeur

  • 1 De directeur wordt benoemd door de Raad van gouverneurs, die daarbij een keuze maakt uit kandidaten die de nationaliteit van een ESM-lid hebben, relevante internationale ervaring bezitten en in hoge mate competent zijn in economische en financiële zaken. De directeur mag tijdens het bekleden van zijn functie geen gouverneur, bewindvoerder of plaatsvervanger van een van beiden zijn.

  • 2 De ambtstermijn van de directeur is vijf jaar. Hij is eenmaal herbenoembaar. De directeur treedt echter af wanneer de Raad van gouverneurs zulks besluit.

  • 3 De directeur zit de vergaderingen van de Raad van bewind voor en neemt deel aan de vergaderingen van de Raad van gouverneurs.

  • 4 De directeur is het hoofd van het personeel van het ESM. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie, de aanstelling en het ontslag van het personeel overeenkomstig de door de Raad van bewind vast te stellen personeelsstatuten.

  • 5 De directeur vertegenwoordigt het ESM in rechte en leidt de lopende zaken van het ESM volgens de aanwijzingen van de Raad van bewind.

HOOFDSTUK 3. KAPITAAL

Artikel 8. Maatschappelijk kapitaal

  • 1 Het maatschappelijk kapitaal bedraagt 704.798,7 miljoen EUR. Het is verdeeld in zeven miljoen zevenenveertigduizend negenhonderdzevenentachtig aandelen, elk met een nominale waarde van 100 000 EUR, waarop kan worden ingeschreven volgens de in artikel 11 omschreven en in bijlage I bepaalde oorspronkelijke bijdragesleutel.

  • 2 Het maatschappelijk kapitaal is verdeeld in volgestorte aandelen en niet-volgestorte aandelen. De oorspronkelijke totale geaggregeerde nominale waarde van de volgestorte aandelen bedraagt 80.548,4 miljoen EUR. De aandelen in het maatschappelijk kapitaal waarop aanvankelijk wordt ingeschreven, worden uitgegeven a pari. De andere aandelen worden eveneens a pari uitgegeven, tenzij de Raad van gouverneurs onder bijzondere omstandigheden besluit deze onder andere voorwaarden uit te geven.

  • 3 De aandelen in het maatschappelijk kapitaal worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts overdraagbaar ingeval de overdrachten ten doel hebben uitvoering te geven aan aanpassingen in de in artikel 11 bepaalde bijdragesleutel, waarbij aandelen in die mate worden overgedragen dat de verdeling van de aandelen met de aangepaste sleutel overeenkomt.

  • 4 De ESM-leden verbinden er zich hierbij onherroepelijk en onvoorwaardelijk toe hun bijdrage tot het maatschappelijk kapitaal te leveren overeenkomstig hun in bijlage I vermelde bijdragesleutel. Zij geven tijdig gevolg aan alle opvragingen van kapitaal overeenkomstig de in dit Verdrag vastgelegde voorwaarden.

  • 5 De aansprakelijkheid van elk ESM-lid blijft onder alle omstandigheden beperkt tot zijn aandeel in het maatschappelijk kapitaal tegen de uitgifteprijs ervan. De ESM-leden zijn niet op grond van hun lidmaatschap aansprakelijk voor verplichtingen van het ESM. De verplichting van ESM-leden om overeenkomstig dit Verdrag tot het maatschappelijk kapitaal bij te dragen, wordt onverlet gelaten door het feit dat een dergelijk ESM-lid in aanmerking komt voor financiële bijstand van het ESM of dergelijke bijstand ontvangt.

Artikel 9. Opvragingen van kapitaal

  • 1 De Raad van gouverneurs kan te allen tijde niet-volgestort maatschappelijk kapitaal opvragen en een passende termijn vaststellen voor de betaling ervan door de ESM-leden.

  • 2 De Raad van bewind kan bij besluit met gewone meerderheid van stemmen niet-volgestort maatschappelijk kapitaal opvragen om het niveau van het volgestort kapitaal te herstellen wanneer het bedrag van het volgestort kapitaal als gevolg van de absorptie van verliezen is gedaald tot onder het in artikel 8, lid 2, vastgelegde niveau, dat door de Raad van gouverneurs kan worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 10, en een passende termijn vaststellen voor de betaling ervan door de ESM-leden.

  • 3 De directeur vraagt tijdig niet-volgestort maatschappelijk kapitaal op wanneer dat nodig is om te vermijden dat het ESM een geplande of andere betalingsverplichting jegens crediteuren van het ESM niet nakomt. De directeur stelt de Raad van bewind en de Raad van gouverneurs van een dergelijke opvraging in kennis. Wanneer een potentieel tekort aan ESM-middelen wordt vastgesteld, verricht de directeur deze opvraging(en) van kapitaal zo spoedig mogelijk teneinde te waarborgen dat het ESM over voldoende middelen beschikt om de aan crediteuren verschuldigde betalingen volledig en op tijd te kunnen verrichten. De ESM-leden verbinden er zich hierbij onherroepelijk en onvoorwaardelijk toe op verzoek elke door de directeur overeenkomstig dit lid verrichte opvraging van kapitaal te betalen binnen een termijn van zeven dagen na ontvangst.

  • 4 De Raad van bewind stelt de gedetailleerde voorwaarden vast die gelden voor opvragingen van kapitaal uit hoofde van dit artikel.

Artikel 10. Wijzigingen in het maatschappelijk kapitaal

  • 1 De Raad van gouverneurs evalueert op gezette tijden en ten minste om de vijf jaar het maximale leningvolume en de toereikendheid van het maatschappelijk kapitaal van het ESM. Hij kan besluiten het maatschappelijk kapitaal te wijzigen en artikel 8 en bijlage II dienovereenkomstig aan te passen. Dit besluit treedt in werking nadat de ESM-leden de depositaris in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun toepasselijke nationale procedures. De nieuwe aandelen worden aan de ESM-leden toegewezen volgens de in artikel 11 en bijlage I bepaalde bijdragesleutel.

  • 2 De Raad van bewind stelt de gedetailleerde voorwaarden vast die gelden voor alle of een deel van de wijzigingen die uit hoofde van lid 1 in het kapitaal worden aangebracht.

  • 3 Zodra een lidstaat van de Europese Unie als nieuw lid toetreedt tot het ESM, wordt het maatschappelijk kapitaal van het ESM automatisch verhoogd door de op dat ogenblik geldende respectieve bedragen te vermenigvuldigen met de ratio tussen de weging, in het kader van de in artikel 11 bepaalde aangepaste bijdragesleutel, van het nieuwe ESM-lid enerzijds en die van de bestaande ESM-leden anderzijds.

Artikel 11. Bijdragesleutel

  • 2 De bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het ESM is vermeld in bijlage I.

  • 3 De bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het ESM wordt aangepast wanneer:

    • a. een lidstaat van de Europese Unie als nieuw lid toetreedt tot het ESM en het maatschappelijk kapitaal van het ESM automatisch wordt verhoogd als gespecificeerd in artikel 10, lid 3; of

    • b. een einde komt aan de overeenkomstig artikel 42 vastgestelde tijdelijke correctie die gedurende een periode van twaalf jaar voor een ESM-lid is toegepast.

  • 4 De Raad van gouverneurs kan besluiten rekening te houden met eventuele actualiseringen van de in lid 1 bedoelde sleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de ECB wanneer de bijdragesleutel aangepast wordt overeenkomstig lid 3 of wanneer er een verandering optreedt in het maatschappelijk kapitaal, zoals gespecificeerd in artikel 10, lid 1.

  • 5 Indien de bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het ESM wordt aangepast, dragen de ESM-leden onderling maatschappelijk kapitaal over in die mate dat de verdeling van het maatschappelijk kapitaal met de aangepaste sleutel overeenkomt.

  • 6 Bij elke bij dit artikel bedoelde aanpassing wordt bijlage I gewijzigd bij besluit van de Raad van gouverneurs.

  • 7 De Raad van bewind treft alle andere maatregelen die voor de toepassing van dit artikel nodig zijn.

HOOFDSTUK 4. OPERATIES

Artikel 12. Beginselen

  • 1 Indien zulks onontbeerlijk is om de financiële stabiliteit van de eurozone als geheel en van de lidstaten ervan te waarborgen, kan het ESM stabiliteitssteun aan een ESM-lid verstrekken op basis van stringente voorwaarden die passend zijn voor het gekozen financiële-bijstandinstrument. Deze voorwaarden kunnen gaan van een macro-economisch aanpassingsprogramma tot de voortdurende inachtneming van vooraf vastgestelde voorwaarden om voor stabiliteitssteun in aanmerking te komen.

  • 3 Vanaf 1 januari 2013 worden in alle nieuwe overheidsobligaties van de eurozone met een looptijd van meer dan een jaar collectieve-actieclausules opgenomen op zulke wijze dat zij dezelfde rechtsgevolgen hebben.

Artikel 13. Procedure voor de toekenning van stabiliteitssteun

  • 1 Een ESM-lid kan tot de voorzitter van de Raad van gouverneurs een verzoek om stabiliteitssteun richten. In een dergelijk verzoek word(t)(en) de te overwegen financiële-bijstandinstrument(en) aangegeven. Na ontvangst van een dergelijk verzoek vertrouwt de voorzitter van de Raad van gouverneurs de Europese Commissie toe om, in overleg met de ECB:

    • a. te onderzoeken of er een risico voor de financiële stabiliteit van de eurozone als geheel of van de lidstaten ervan bestaat, tenzij de ECB reeds een analyse overeenkomstig artikel 18, lid 2, heeft voorgelegd;

    • b. te onderzoeken of de overheidsschuld houdbaar is. Verwacht wordt dat een dergelijk onderzoek, steeds als dit passend en mogelijk is, samen met het IMF wordt verricht;

    • c. de reële of potentiële financieringsbehoeften van het betrokken ESM-lid.

  • 2 Op grond van het verzoek van het ESM-lid en de in lid 1 bedoelde beoordeling kan de Raad van gouverneurs besluiten om, in beginsel, stabiliteitssteun aan het betrokken ESM-lid toe te kennen in de vorm van een financiële-bijstandfaciliteit.

  • 3 Indien een besluit overeenkomstig lid 2 wordt vastgesteld, draagt de Raad van gouverneurs de Europese Commissie op om – in overleg met de ECB en, steeds als dit mogelijk is, samen met het IMF – met het betrokken ESM-lid te onderhandelen over een memorandum van overeenstemming waarin de aan de financiële-bijstandfaciliteit verbonden voorwaarden worden beschreven. In de inhoud van het memorandum van overeenstemming worden de ernst van de aan te pakken zwakke punten en het gekozen financiële-bijstandinstrument aangegeven. Tegelijkertijd stelt de directeur van het ESM een door de Raad van gouverneurs aan te nemen voorstel voor een akkoord over een financiële-bijstandfaciliteit op waarin de financiële en andere voorwaarden en de keuze van instrumenten zijn vastgelegd.

    Het memorandum van overeenstemming is volledig consistent met de maatregelen tot coördinatie van het economische beleid waarin het VWEU voorziet, in het bijzonder met alle rechtsbesluiten van de Europese Unie, met inbegrip van adviezen, waarschuwingen, aanbevelingen of besluiten die tot het betrokken ESM-lid worden gericht.

  • 4 De Europese Commissie ondertekent het memorandum van overeenstemming namens het ESM, mits vooraf aan de voorwaarden van lid 3 is voldaan en de Raad van gouverneurs daarmee instemt.

  • 5 De Raad van bewind hecht zijn goedkeuring aan het akkoord over de financiële-bijstandfaciliteit, dat de financiële aspecten van de toe te kennen stabiliteitssteun bevat, en, in voorkomend geval, aan de uitbetaling van de eerste tranche van de bijstand.

  • 6 Het ESM zet een adequaat waarschuwingssysteem op om te garanderen dat het alle terugbetalingen die het ESM-lid in het kader van de stabiliteitssteun gehouden is te verrichten, tijdig ontvangt.

  • 7 De Europese Commissie wordt ermee belast om – in overleg met de ECB en, steeds als dit mogelijk is, samen met het IMF – toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden die aan de financiële-bijstandfaciliteit verbonden zijn.

Artikel 14. Preventieve financiële bijstand van het ESM

  • 1 De Raad van gouverneurs kan overeenkomstig artikel 12, lid 1, besluiten preventieve financiële bijstand te verlenen in de vorm van een aan voorwaarden onderworpen preventieve kredietlijn, dan wel in de vorm van een kredietlijn tegen verscherpte voorwaarden.

  • 2 De aan de preventieve financiële bijstand van het ESM verbonden voorwaarden worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, beschreven in het memorandum van overeenstemming.

  • 3 De financiële en andere voorwaarden van de preventieve financiële bijstand van het ESM worden vastgelegd in een door de directeur te ondertekenen akkoord over de preventieve financiële-bijstandfaciliteit.

  • 4 De Raad van bewind stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van de preventieve financiële bijstand van het ESM.

  • 5 Op voorstel van de directeur en na ontvangst van een verslag van de Europese Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 7, besluit de Raad van bewind in onderlinge overeenstemming of de kredietlijn moet worden gehandhaafd.

  • 6 Nadat het ESM-lid een eerste keer middelen heeft opgenomen (via een lening of een aankoop op de primaire markt), besluit de Raad van bewind in onderlinge overeenstemming op voorstel van de directeur en op basis van een onderzoek van de Europese Commissie in overleg met de ECB of de kredietlijn nog steeds adequaat is, dan wel of een andere vorm van financiële bijstand is vereist.

Artikel 15. Financiële bijstand voor de herkapitalisatie van financiële instellingen van een ESM-lid

  • 1 De Raad van gouverneurs kan besluiten een ESM-lid financiële bijstand in de vorm van leningen te verlenen met het specifieke doel de financiële instellingen van dat ESM-lid te herkapitaliseren.

  • 2 De voorwaarden die aan financiële bijstand voor de herkapitalisatie van financiële instellingen van een ESM-lid verbonden zijn, worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, beschreven in het memorandum van overeenstemming.

  • 3 Onverminderd de artikelen 107 en 108 VWEU worden de financiële en andere voorwaarden die aan financiële bijstand voor de herkapitalisatie van financiële instellingen van een ESM-lid verbonden zijn, vastgelegd in een door de directeur te ondertekenen akkoord over de financiële-bijstandfaciliteit.

  • 4 De Raad van bewind stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van financiële bijstand voor de herkapitalisatie van financiële instellingen van een ESM-lid.

  • 5 In voorkomend geval, neemt de Raad van bewind in onderlinge overeenstemming op voorstel van de directeur en na ontvangst van een verslag van de Europese Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 7, een besluit over de uitbetaling van de na de eerste tranche volgende tranches van de financiële bijstand.

Artikel 16. ESM-leningen

  • 1 De Raad van gouverneurs kan overeenkomstig artikel 12 besluiten financiële bijstand in de vorm van een lening aan een ESM-lid te verlenen.

  • 2 De aan de ESM-leningen verbonden voorwaarden worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, opgenomen in een macro-economisch aanpassingsprogramma dat in het memorandum van overeenstemming wordt beschreven.

  • 3 De financiële en andere voorwaarden van elke ESM-lening worden vastgelegd in een door de directeur te ondertekenen akkoord over de financiële-bijstandfaciliteit.

  • 4 De Raad van bewind stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van ESM-leningen.

  • 5 Op voorstel van de directeur en na ontvangst van een verslag van de Europese Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 7, neemt de Raad van bewind in onderlinge overeenstemming een besluit over de uitbetaling van de na de eerste tranche volgende tranches van de financiële bijstand.

Artikel 17. Steunvoorziening op de primaire markt

  • 1 De Raad van gouverneurs kan overeenkomstig artikel 12 besluiten regelingen te treffen voor de aankoop van obligaties van een ESM-lid op de primaire markt ten behoeve van een maximale kostenefficiëntie van de financiële bijstand.

  • 2 De aan de steunvoorziening op de primaire markt verbonden voorwaarden worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, beschreven in het memorandum van overeenstemming.

  • 3 De financiële en andere voorwaarden waaronder de aankoop van obligaties plaatsvindt, worden vastgelegd in een door de directeur te ondertekenen akkoord over de financiële-bijstandfaciliteit.

  • 4 De Raad van bewind stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van de steunvoorziening op de primaire markt.

  • 5 Op voorstel van de directeur en na ontvangst van een verslag van de Europese Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 7, neemt de Raad van bewind in onderlinge overeenstemming een besluit tot uitbetaling van de financiële bijstand aan een lidstaat die via operaties op de primaire markt bijstand ontvangt.

Artikel 18. Steunvoorziening op de secundaire markt

  • 1 De Raad van gouverneurs kan overeenkomstig artikel 12, lid 1, besluiten regelingen te treffen om operaties op de secundaire markt met betrekking tot de obligaties van een ESM-lid te verrichten.

  • 2 Besluiten over interventies op de secundaire markt om besmetting tegen te gaan, worden genomen op basis van een analyse van de ECB waarin wordt erkend dat er van uitzonderlijke omstandigheden op de financiële markten en risico’s voor de financiële stabiliteit sprake is.

  • 3 De aan de steunvoorziening op de secundaire markt verbonden voorwaarden worden overeenkomstig artikel 13, lid 3, beschreven in het memorandum van overeenstemming.

  • 4 De financiële en andere voorwaarden waaronder de operaties op de secundaire markt plaats dienen te vinden, worden vastgelegd in een door de directeur te ondertekenen akkoord over de financiële-bijstandfaciliteit.

  • 5 De Raad van bewind stelt de gedetailleerde richtsnoeren vast die gelden voor de regels van tenuitvoerlegging van de steunvoorziening op de secundaire markt.

  • 6 Op voorstel van de directeur besluit de Raad van bewind in onderlinge overeenstemming operaties op de secundaire markt aan te vatten.

Artikel 19. Evaluatie van de lijst van financiële-bijstandinstrumenten

De Raad kan de lijst van financiële-bijstandinstrumenten waarin de artikelen 14 tot en met 18 voorzien, aan een evaluatie onderwerpen en besluiten daarin wijzigingen aan te brengen.

Artikel 20. Prijsstellingsbeleid

  • 1 Bij de toekenning van stabiliteitssteun streeft het ESM volledige dekking van zijn operationele en financieringskosten na en hanteert het een passende marge.

  • 2 Voor alle financiële-bijstandinstrumenten wordt de prijsstelling nader gepreciseerd in een prijsstellingsrichtsnoer, dat door de Raad van gouverneurs wordt aangenomen.

  • 3 Het prijsstellingsbeleid kan opnieuw worden bezien door de Raad van gouverneurs.

Artikel 21. Transacties voor het aangaan van leningen

  • 1 Het ESM wordt gemachtigd op de kapitaalmarkten bij banken, financiële instellingen of andere personen of instellingen leningen aan te gaan voor het verwezenlijken van zijn doel.

  • 2 De uitvoeringsregels volgens welke transacties voor het aangaan van leningen worden gesloten, worden bepaald door de directeur overeenkomstig door de Raad van bewind vast te stellen gedetailleerde richtsnoeren.

  • 3 Het ESM maakt gebruik van passende risicobeheersinstrumenten, die regelmatig opnieuw worden bezien door de Raad van bewind.

HOOFDSTUK 5. FINANCIEEL BEHEER

Artikel 22. Beleggingsbeleid

  • 1 De directeur voert overeenkomstig door de Raad van bewind vast te stellen en regelmatig opnieuw te beoordelen richtsnoeren een prudent beleggingsbeleid voor het ESM teneinde de hoogste kredietwaardigheid ervan te garanderen. Het ESM is gemachtigd een deel van de opbrengst van zijn beleggingsportefeuille te gebruiken om zijn bedrijfs- en administratiekosten te dekken.

  • 2 De operaties van het ESM voldoen aan de beginselen van goed financieel en risicobeheer.

Artikel 23. Dividendbeleid

  • 1 De Raad van bewind kan met gewone meerderheid van stemmen besluiten een dividend aan de ESM-leden uit te keren wanneer het gezamenlijk bedrag van het volgestort kapitaal en het reservefonds meer bedraagt dan vereist is om de kredietverleningscapaciteit van het ESM te handhaven en wanneer de beleggingsopbrengst niet vereist is om een tekort in de voldoening van de crediteuren te vermijden. Dividenden worden uitgekeerd naar rato van de bijdragen aan het volgestort kapitaal, rekening houdend met de mogelijke versnelde betaling als bedoeld in artikel 41, lid 3.

  • 2 Zolang het ESM geen financiële bijstand aan een van zijn leden heeft verleend, wordt de opbrengst van de belegging van het volgestort kapitaal van het ESM aan de ESM-leden uitgekeerd volgens hun respectieve bijdrage aan het volgestort kapitaal, na aftrek van de operationele kosten, mits de beoogde effectieve kredietverleningscapaciteit volledig beschikbaar is.

  • 3 De directeur voert het dividendbeleid voor het ESM uit overeenkomstig door de Raad van bewind vast te stellen richtsnoeren.

Artikel 24. Reservefonds en andere fondsen

  • 1 De Raad van gouverneurs stelt een reservefonds en, indien nodig, andere fondsen in.

  • 2 Onverminderd artikel 23, worden de uit de ESM-operaties voortvloeiende netto-inkomsten en de van de ESM-leden ontvangen opbrengsten van de financiële sancties uit hoofde van de multilaterale toezichtprocedure, de buitensporigtekortprocedure en de procedure bij macro-economische onevenwichtigheden in het kader van het VWEU opzijgezet in een reservefonds.

  • 3 De middelen van het reservefonds worden belegd overeenkomstig door de Raad van bewind vast te stellen richtsnoeren.

  • 4 De Raad van bewind stelt alle regels vast die vereist zijn voor het instellen, het beheer en het gebruik van andere fondsen.

Artikel 25. Dekking van verliezen

  • 1 Uit ESM-operaties voortvloeiende verliezen worden ten laste gebracht van:

    • a. ten eerste het reservefonds;

    • b. ten tweede het volgestort kapitaal; en

    • c. ten slotte een passend bedrag van het niet-volgestort maatschappelijk kapitaal, dat overeenkomstig artikel 9, lid 3, wordt opgevraagd.

  • 2 Indien een ESM-lid verzuimt de betaling te verrichten die uit hoofde van een opvraging van kapitaal overeenkomstig artikel 9, lid 2 of 3, wordt verlangd, vindt een herziene, verhoogde opvraging van kapitaal bij alle ESM-leden plaats om ervoor te zorgen dat het ESM het vereiste totaalbedrag aan volgestort kapitaal ontvangt. De Raad van gouverneurs stelt een passende gedragslijn vast om ervoor te zorgen dat het betrokken ESM-lid zijn schuld jegens het ESM binnen een redelijke termijn vereffent. De Raad van gouverneurs heeft het recht de betaling van achterstandsrente over het achterstallige bedrag te eisen.

  • 3 Wanneer een ESM-lid zijn in lid 2 bedoelde schuld jegens het ESM vereffent, wordt het overschot aan kapitaal aan de overige ESM-leden terugbetaald volgens door de Raad van gouverneurs vast te stellen regels.

Artikel 26. Begroting

De Raad van bewind keurt jaarlijks de ESM-begroting goed.

Artikel 27. Jaarrekening

  • 1 De Raad van gouverneurs keurt de jaarrekening van het ESM goed.

  • 2 Het ESM publiceert een jaarverslag met een door auditors gecertificeerd overzicht van zijn rekeningen, en doet de ESM-leden een driemaandelijks beknopt overzicht van zijn financiële positie toekomen, alsook een winst-en-verliesrekening waaruit het resultaat van zijn werkzaamheden blijkt.

Artikel 28. Interne audit

Er wordt een interne auditfunctie opgezet volgens internationale standaarden.

Artikel 29. Externe controle

De rekeningen van het ESM worden gecontroleerd door onafhankelijke externe auditors die door de Raad van gouverneurs zijn geaccepteerd en verantwoordelijk zijn voor de certificering van de jaarrekening. De externe auditors zijn zonder voorbehoud bevoegd alle boeken en rekeningen van het ESM te onderzoeken en volledig over zijn transacties te worden geïnformeerd.

Artikel 30. Auditcomité

  • 1 Het auditcomité bestaat uit vijf leden die door de Raad van gouverneurs zijn benoemd voor hun competentie in financiële en auditzaken en omvat twee leden van de hoge controle-instanties van de ESM-leden – volgens een toerbeurtsysteem tussen deze instanties – en één lid van de Europese Rekenkamer.

  • 2 De leden van het auditcomité zijn onafhankelijk. Zij vragen noch aanvaarden instructies van de bestuursorganen van het ESM, de ESM-leden of andere publiek- of privaatrechtelijke organen.

  • 3 Het auditcomité voert onafhankelijke audits uit. Het inspecteert de ESM-rekeningen en gaat na of de operationele rekeningen en de balans in orde zijn. Het comité heeft volledige toegang tot alle ESM-documenten die het nodig heeft voor de uitvoering van zijn taken.

  • 4 Het auditcomité kan de Raad van bewind te allen tijde van zijn bevindingen in kennis stellen. Het stelt elk jaar een verslag op dat bij de Raad van gouverneurs moet worden ingediend.

  • 5 De Raad van gouverneurs maakt het jaarverslag toegankelijk voor de nationale parlementen en hoge controle-instanties van de ESM-leden en voor de Europese Rekenkamer.

  • 6 Alle aangelegenheden in verband met dit artikel worden nader gepreciseerd in de organisatievoorschriften van het ESM.

HOOFDSTUK 6. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 31. Vestiging

  • 1 Het ESM heeft zijn zetel en hoofdkantoor te Luxemburg.

  • 2 Het ESM kan een verbindingsbureau vestigen te Brussel.

Artikel 32. Rechtspositie, voorrechten en immuniteiten

  • 1 Teneinde het ESM in staat te stellen zijn doel te verwezenlijken, worden aan het ESM op het grondgebied van elk ESM-lid de rechtspositie en de voorrechten en immuniteiten, als vermeld in dit artikel, toegekend. Het ESM tracht erkenning van zijn rechtspositie en van zijn voorrechten en immuniteiten te verkrijgen op andere grondgebieden waar het functies vervult of activa bezit.

  • 2 Het ESM bezit volledige rechtspersoonlijkheid; het heeft volledige handelingsbevoegdheid om:

    • a. roerende en onroerende goederen te verkrijgen of te vervreemden;

    • b. overeenkomsten te sluiten;

    • c. in rechte op te treden; en

    • d. elke overeenkomst en/of alle protocollen betreffende de hoofdzetel te sluiten die nodig zijn om ervoor te zorgen dat zijn rechtspositie en zijn voorrechten en immuniteiten worden erkend en dat daaraan gevolg wordt gegeven.

  • 3 Het ESM, zijn eigendommen, fondsen en bezittingen, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van rechtsvervolging, behoudens voor zover het ESM uitdrukkelijk afstand doet van zijn immuniteit ten behoeve van een procedure of volgens de bepalingen van een overeenkomst, met inbegrip van de documentatie van de financieringsinstrumenten.

  • 4 De eigendommen, fondsen en bezittingen van het ESM, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook onder zich heeft, zijn vrijgesteld van onderzoek, vordering, verbeurdverklaring, onteigening of andere vormen van beslag op grond van een maatregel van bestuurlijke, gerechtelijke, bestuursrechtelijke of wetgevende aard.

  • 5 Het archief van het ESM en alle documenten die aan het ESM toebehoren of die het onder zich heeft, zijn onschendbaar.

  • 6 De terreinen van het ESM zijn onschendbaar.

  • 7 Elk ESM-lid dat en elke staat die de rechtspositie en de voorrechten en immuniteiten van het ESM heeft erkend, staat voor de officiële mededelingen van het ESM dezelfde behandeling toe als die welke de officiële mededelingen van een ESM-lid genieten.

  • 8 Voor zover zulks noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden waarin dit Verdrag voorziet, zijn alle eigendommen, fondsen en bezittingen van het ESM vrijgesteld van beperkingen, regelingen, controles en moratoria van welke aard ook.

  • 9 Het ESM is vrijgesteld van elke verplichting om te worden erkend of een vergunning te verkrijgen als kredietinstelling, verlener van beleggingsdiensten of enigerlei andere uit hoofde van de wetgeving van een ESM-lid erkende, vergunninghoudende of gereguleerde entiteit.

Artikel 33. Personeel van het ESM

De Raad van bewind stelt de arbeidsvoorwaarden van de directeur en ander personeel van het ESM vast.

Artikel 34. Beroepsgeheim

De leden of voormalige leden van de Raad van gouverneurs en van de Raad van bewind en alle andere personen die werkzaamheden voor of in verband met het ESM verrichten of hebben verricht, zijn gehouden inlichtingen die naar hun aard onder de geheimhoudingsplicht vallen, niet openbaar te maken. Ook na beëindiging van hun taken mogen zij geen onder het beroepsgeheim vallende inlichtingen openbaar maken.

Artikel 35. Immuniteiten van personen

  • 1 In het belang van het ESM genieten de voorzitter van de Raad van gouverneurs, gouverneurs, plaatsvervangend gouverneurs, bewindvoerders, plaatsvervangend bewindvoerders, alsmede de directeur en andere personeelsleden immuniteit van rechtsvervolging voor wat zij in hun officiële hoedanigheid hebben gedaan en genieten zij onschendbaarheid wat hun officiële papieren en documenten betreft.

  • 2 Met betrekking tot de voorzitter van de Raad van gouverneurs, de gouverneurs, de plaatsvervangend gouverneurs, de bewindvoerders, de plaatsvervangend bewindvoerders of de directeur, kan de Raad van gouverneurs, in de mate en onder de voorwaarden die hij bepaalt, afstand doen van de bij dit artikel verleende immuniteiten.

  • 3 De directeur kan gelijk welke immuniteit opheffen ten aanzien van gelijk welk lid van het personeel van het ESM (met uitzondering van hemzelf).

  • 4 Elk ESM-lid neemt terstond de nodige maatregelen om in zijn eigen wetgeving uitvoering te geven aan dit artikel en stelt het ESM daarvan in kennis.

Artikel 36. Vrijstelling van belasting

  • 1 In het kader van zijn officiële activiteiten zijn het ESM, zijn bezittingen, inkomsten, eigendommen en zijn operaties en transacties waartoe het op grond van dit Verdrag gemachtigd is, vrijgesteld van alle directe belastingen.

  • 2 De ESM-leden treffen, steeds als dit mogelijk is, passende maatregelen om kwijtschelding of teruggave te doen van het bedrag der indirecte belastingen en van belastingen op de verkoop, welke een deel vormen van de prijs van onroerende of roerende goederen, wanneer het ESM voor zijn officieel gebruik belangrijke aankopen doet van goederen in de prijs waarvan zodanige belastingen begrepen zijn.

  • 3 Geen enkele vrijstelling wordt verleend van belastingen, heffingen en rechten die niet anders zijn dan eenvoudige vergoedingen voor diensten van openbaar nut.

  • 4 Goederen die door het ESM worden ingevoerd en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn officiële werkzaamheden, worden vrijgesteld van alle invoerrechten en -heffingen, alsook van alle invoerverboden en -beperkingen.

  • 5 Volgens door de Raad van gouverneurs vast te stellen regels is het personeel van het ESM onderworpen aan een interne belasting ten bate van het ESM op de door het ESM betaalde salarissen en emolumenten. Vanaf de datum waarop deze belasting wordt geheven, zijn bedoelde salarissen en emolumenten van nationale inkomstenbelasting vrijgesteld.

  • 6 Op door het ESM uitgegeven schuldbekentenissen of waardepapieren, met inbegrip van de dividenden en renten daarvan, ongeacht wie deze in bezit heeft, wordt geen belasting geheven, van welke aard ook:

    • a. die een discriminatie inhoudt tegen dergelijke schuldbekentenissen of waardepapieren, uitsluitend wegens de oorsprong ervan; of

    • b. indien de plaats waar of de valuta waarin deze zijn uitgegeven, betaalbaar worden gesteld of worden betaald, of de plaats waar een kantoor van het ESM is gevestigd of waar het zijn bedrijf uitoefent, de enige rechtsgrond voor een dergelijke belasting is.

Artikel 37. Uitlegging en geschillenbeslechting

  • 1 Verschillen van mening die rijzen tussen een ESM-lid en het ESM, dan wel tussen ESM-leden onderling over de uitlegging of toepassing van de bepalingen van dit Verdrag en van de organisatievoorschriften van het ESM, worden ter beslissing voorgelegd aan de Raad van bewind.

  • 2 De Raad van gouverneurs neemt een besluit over elk geschil tussen een ESM-lid en het ESM, dan wel tussen ESM-leden onderling, in verband met de uitlegging en toepassing van dit Verdrag, met inbegrip van elk geschil over de verenigbaarheid met dit Verdrag van de door het ESM genomen besluiten. De stemrechten van het lid van de Raad van gouverneurs van het betrokken ESM-lid of de betrokken ESM-leden worden bij de stemming door de Raad van gouverneurs over dit besluit geschorst en de voor het nemen van dat besluit vereiste stemmingsdrempel wordt dienovereenkomstig herberekend.

  • 3 Indien een ESM-lid het in lid 2 bedoelde besluit betwist, wordt het geschil voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie is bindend voor de partijen bij de procedure, die gehouden zijn binnen de door genoemd Hof vastgestelde termijn de maatregelen te nemen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest.

Artikel 38. Internationale samenwerking

Met het oog op het bereiken van zijn doelen is het ESM gemachtigd overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag samen te werken met het IMF, elke staat die op ad-hocbasis financiële bijstand aan een ESM-lid verleent, en elke internationale organisatie of entiteit die speciale verantwoordelijkheden op aanverwante terreinen draagt.

HOOFDSTUK 7. OVERGANGSREGELINGEN

Artikel 39. Verhouding met leningen door de EFSF

Tijdens de overgangsfase die loopt van de inwerkingtreding van dit Verdrag tot de volledige opheffing van de EFSF, ligt het geconsolideerde bedrag aan door het ESM en de EFSF verstrekte leningen niet hoger dan 500 000 miljoen EUR, onverminderd de regelmatige evaluatie van de toereikendheid van het maximale leningvolume overeenkomstig artikel 10. De Raad van bewind stelt gedetailleerde richtsnoeren vast voor de berekening van de capaciteit voor het toekennen van nieuwe leningen teneinde te voorkomen dat het geconsolideerde leningplafond wordt overschreden.

Artikel 40. Overdracht van EFSF-steun

  • 1 In afwijking van artikel 13 kan de Raad van gouverneurs besluiten dat de toezeggingen tot het verlenen van financiële bijstand aan een ESM-lid welke de EFSF in het kader van haar akkoord met het betrokken lid heeft gedaan, door het ESM worden overgenomen, voor zover deze toezeggingen verband houden met niet-uitbetaalde en niet-gefinancierde delen van leenfaciliteiten.

  • 2 Het ESM kan, indien het daartoe door zijn Raad van gouverneurs wordt gemachtigd, de rechten van de EFSF verwerven en de verplichtingen van de EFSF overnemen, met name ten aanzien van alle of een deel van haar uitstaande rechten en verplichtingen in het kader van en in verband met haar bestaande leenfaciliteiten.

  • 3 De Raad van gouverneurs stelt de gedetailleerde uitvoeringsregels vast die nodig zijn om uitvoering te geven aan de in lid 1 bedoelde overdracht van de verplichtingen van de EFSF aan het ESM en aan een eventuele overdracht van rechten en verplichtingen als beschreven in lid 2.

Artikel 41. Betaling van het aanvangskapitaal

  • 1 Onverminderd lid 2, geschiedt de betaling van de volgestorte aandelen tot het bedrag waarop aanvankelijk door elk ESM-lid is ingeschreven, in vijf jaarlijkse termijnen van elk 20% van het totale bedrag. De eerste termijn wordt door elk ESM-lid betaald binnen vijftien dagen na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag. De resterende vier termijnen zijn betaalbaar op respectievelijk de eerste, tweede, derde en vierde verjaardag van de datum van betaling van de eerste termijn.

  • 2 Tijdens de periode van vijf jaar van betaling van het kapitaal in termijnen bespoedigen de ESM-leden tijdig vóór de uitgiftedatum de betaling van volgestorte aandelen opdat de verhouding tussen het volgestort kapitaal en het uitstaande bedrag aan ESM-uitgiften ten minste 15% blijft; zij waarborgen dat de gecombineerde kredietverleningscapaciteit van het ESM en de EFSF minimaal 500 000 miljoen EUR bedraagt.

  • 3 Een ESM-lid kan besluiten tot versnelde betaling van zijn aandeel in het volgestort kapitaal over te gaan.

Artikel 42. Tijdelijke correctie van de bijdragesleutel

  • 1 Aanvankelijk schrijven de ESM-leden op het maatschappelijk kapitaal in op basis van de in bijlage I vermelde oorspronkelijke bijdragesleutel. De tijdelijke correctie die in deze oorspronkelijke bijdragesleutel is verwerkt, is van toepassing voor een periode van twaalf jaar te rekenen vanaf de datum van aanneming van de euro door het betrokken ESM-lid.

  • 2 Indien het in euro luidend bruto binnenlands product (bbp) per capita tegen marktprijzen van een nieuw ESM-lid in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan zijn toetreding tot het ESM minder dan 75% van het gemiddeld bbp per capita tegen marktprijzen van de Europese Unie bedraagt, dan wordt op zijn overeenkomstig artikel 10 vastgestelde bijdragesleutel voor de inschrijving op het maatschappelijk kapitaal van het ESM een tijdelijke correctie toegepast en is deze gelijk aan de som van:

    • a. 25% van het procentuele aandeel in het ECB-kapitaal van de nationale centrale bank van het betrokken ESM-lid, zoals bepaald overeenkomstig artikel 29 van de ESCB-statuten; en

    • b. 75% van het procentuele aandeel van het betrokken ESM-lid in het in euro luidend bruto nationaal inkomen (bni) tegen marktprijzen van de eurozone in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan zijn toetreding tot het ESM.

      De onder a) en b) bedoelde percentages worden naar onder of naar boven afgerond op het kleinste veelvoud van 0,0001 procentpunt. De statistische termen zijn die gepubliceerd door Eurostat.

  • 3 Deze in lid 2 bedoelde tijdelijke correctie is van toepassing voor een periode van twaalf jaar te rekenen vanaf de datum van aanneming van de euro door het betrokken ESM-lid.

  • 4 Als gevolg van de tijdelijke correctie van de sleutel wordt het betreffende gedeelte van de krachtens lid 2 aan een ESM-lid toegewezen aandelen onder de ESM-leden die geen tijdelijke correctie genieten herverdeeld op basis van het overeenkomstig artikel 29 van de ESCB-statuten vastgestelde aandelenbezit in de ECB onmiddellijk voorafgaand aan de uitgifte van aandelen aan het toetredende ESM-lid.

Artikel 43. Eerste benoemingen

  • 1 Elk ESM-lid wijst binnen twee weken na de inwerkingtreding van dit Verdrag zijn gouverneur en zijn plaatsvervangend gouverneur aan.

  • 2 De Raad van gouverneurs benoemt de directeur en elke gouverneur benoemt een bewindvoerder en een plaatsvervangend bewindvoerder binnen twee maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag.

HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN

Artikel 44. Toetreding

Overeenkomstig artikel 2 staat dit Verdrag open voor toetreding door andere lidstaten van de Europese Unie na indiening van een toetredingsaanvraag door een dergelijke lidstaat van de Europese Unie bij het ESM nadat de Raad van de Europese Unie overeenkomstig artikel 140, lid 2, VWEU het besluit tot intrekking van zijn derogatie de euro aan te nemen heeft vastgesteld. De Raad van gouverneurs hecht zijn goedkeuring aan de toetredingsaanvraag van het nieuwe ESM-lid en aan de aan de toetreding verbonden gedetailleerde technische voorwaarden, alsook aan de aanpassingen die als rechtstreeks gevolg van de toetreding aan het Verdrag moeten worden aangebracht. Na de goedkeuring van de aanvraag door de Raad van gouverneurs treden de nieuwe ESM-leden toe na neerlegging van de akten van toetreding bij de depositaris, die de andere ESM-leden daarvan in kennis stelt.

Artikel 45. Bijlagen

De volgende bijlagen bij dit Verdrag maken een integrerend deel daarvan uit:

  • 1. bijlage I: Sleutel voor de ESM-bijdrage; en

  • 2. bijlage II: Inschrijvingen op het maatschappelijk kapitaal.

Artikel 46. Neerlegging

Dit Verdrag wordt neergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie („de depositaris”), dat alle ondertekenaars voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doet toekomen.

Artikel 47. Bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding

  • 1 Dit Verdrag wordt bekrachtigd, goedgekeurd of aanvaard door de ondertekenaars. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden neergelegd bij de depositaris.

  • 2 De depositaris stelt de andere ondertekenaars in kennis van elke neerlegging en van de datum waarop deze heeft plaatsgevonden.

Artikel 48. Inwerkingtreding

  • 1 Dit Verdrag treedt in werking op de datum waarop de akten van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding zijn neergelegd door de ondertekenaars waarvan de oorspronkelijke inschrijvingen ten minste 90% van het totale aantal inschrijvingen vermeld in bijlage II vertegenwoordigen. Indien nodig wordt de lijst van ESM-leden aangepast. De in bijlage I vermelde sleutel wordt dan herberekend, en het in artikel 8, lid 1, en bijlage II vermelde totale maatschappelijk kapitaal en de in artikel 8, lid 2, vermelde oorspronkelijke totale geaggregeerde nominale waarde van de volgestorte aandelen worden dienovereenkomstig verminderd.

  • 2 Dit Verdrag treedt voor elke ondertekenaar die nadien zijn akte van bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding neerlegt, in werking op de dag volgend op de datum van neerlegging.

  • 3 Voor elke lidstaat die overeenkomstig artikel 44 tot dit Verdrag toetreedt, treedt dit Verdrag in werking op de twintigste dag volgend op de neerlegging van zijn akte van toetreding.

GEDAAN te Brussel op de tweede februari van het jaar tweeduizend en twaalf in één oorspronkelijk exemplaar, waarvan de Duitse, Engelse, Estse, Finse, Franse, Griekse, Ierse, Italiaanse, Maltese, Nederlandse, Portugese, Sloveense, Slowaakse, Spaanse en Zweedse tekst gelijkelijk authentiek zijn; het wordt neergelegd in het archief van de depositaris, die een naar behoren voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan alle verdragspartijen.

Bij de toetreding van de Republiek Letland wordt de Letse tekst gelijkelijk authentiek; deze wordt neergelegd in het archief van de depositaris, die een naar behoren voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan alle verdragspartijen.

Bij de toetreding van de Republiek Litouwen wordt de Litouwse tekst gelijkelijk authentiek; deze wordt neergelegd in het archief van de depositaris, die een naar behoren voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan alle verdragspartijen.

Bijlage I. Sleutel voor de ESM-bijdrage

ESM-lid

ESM-sleutel (%)

Koninkrijk België

3,4534

Bondsrepubliek Duitsland

26,9616

Republiek Estland

0,1847

Ierland

1,5814

Helleense Republiek

2,7975

Koninkrijk Spanje

11,8227

Franse Republiek

20,2471

Italiaanse Republiek

17,7917

Republiek Cyprus

0,1949

Republiek Letland

0,2746

Republiek Litouwen

0,4063

Groothertogdom Luxemburg

0,2487

Malta

0,0726

Koninkrijk der Nederlanden

5,6781

Republiek Oostenrijk

2,7644

Portugese Republiek

2,4921

Republiek Slovenië

0,4247

Slowaakse Republiek

0,8184

Republiek Finland

1,7852

Totaal 100,0

De bovenstaande getallen zijn afgerond tot de vierde decimaal.

Bijlage II. Inschrijvingen op het maatschappelijk kapitaal

ESM-lid

Aantal aandelen

Inschrijving op het kapitaal (EUR)

Koninkrijk België

243.397

24.339.700.000

Bondsrepubliek Duitsland

1.900.248

190.024.800.000

Republiek Estland

13.020

1.302.000.000

Ierland

111.454

11.145.400.000

Helleense Republiek

197.169

19.716.900.000

Koninkrijk Spanje

833.259

83.325.900.000

Franse Republiek

1.427.013

142.701.300.000

Italiaanse Republiek

1.253.959

125.395.900.000

Republiek Cyprus

13.734

1.373.400.000

Republiek Letland

19.353

1.935.300.000

Republiek Litouwen

28.634

2.863.400.000

Groothertogdom Luxemburg

17.528

1.752.800.000

Malta

5.117

511.700.000

Koninkrijk der Nederlanden

400.190

40.019.000.000

Republiek Oostenrijk

194.838

19.483.800.000

Portugese Republiek

175.644

17.564.400.000

Republiek Slovenië

29.932

2.993.200.000

Slowaakse Republiek

57.680

5.768.000.000

Republiek Finland

125.818

12.581.800.000

Totaal 7.047.987 704.798.700.000
  • ^ [1]

    PB L 91 van 6.4.2011, blz. 1.