Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag betreffende de leeftijd waarop kinderen mogen worden toegelaten tot arbeid in de landbouw, Genève, 16-11-1921

Geldend van 13-11-1964 t/m heden

Verdrag betreffende de leeftijd waarop kinderen mogen worden toegelaten tot arbeid in de landbouw

Authentiek : EN

Convention concerning the age for admission of children to employment in agriculture (as modified by the Final Articles Revision Convention, 1946)

The General Conference of the International Labour Organisation,

Having been convened at Geneva by the Governing Body of the International Labour Office, and having met in its Third Session on 25 October 1921, and

Having decided upon the adoption of certain proposals with regard to the employment of children in agriculture during compulsory school hours, which is included in the third item of the agenda of the Session, and

Having determined that these proposals shall take the form of an international Convention,

adopts the following Convention, which may be cited as the Minimum Age (Agriculture) Convention, 1921, for ratification by the Members of the International Labour Organisation in accordance with the provisions of the Constitution of the International Labour Organisation:

Article 1

Children under the age of fourteen years may not be employed or work in any public or private agricultural undertaking, or in any branch thereof, save outside the hours fixed for school attendance. If they are employed outside the hours of school attendance, the employment shall not be such as to prejudice their attendance at school.

Article 2

For purposes of practical vocational instruction the periods and the hours of school attendance may be so arranged as to permit the employment of children on light agricultural work and in particular on light work connected with the harvest, provided that such employment shall not reduce the total annual period of school attendance to less than eight months.

Article 3

The provisions of Article 1 shall not apply to work done by children in technical schools, provided that such work is approved and supervised by public authority.

Article 4

The formal ratifications of this Convention, under the conditions set forth in the Constitution of the International Labour Organisation, shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.

Article 5

  • 1 This Convention shall come into force at the date on which the ratifications of two Members of the International Labour Organisation have been registered by the Director-General.

  • 2 It shall be binding only upon those Members whose ratifications have been registered with the International Labour Office.

  • 3 Thereafter, the Convention shall come into force for any Member at the date on which its ratification has been registered with the International Labour Office.

Article 6

As soon as the ratifications of two Members of the International Labour Organisation have been registered with the International Labour Office, the Director-General of the International Labour Office shall so notify all the Members of the International Labour Organisation. He shall likewise notify them of the registration of ratifications which may be communicated subsequently by other Members of the Organisation.

Article 7

Subject to the provisions of Article 5, each Member which ratifies this Convention agrees to bring the provisions of Articles 1, 2 and 3 into operation not later than 1 January 1924 and to take such action as may be necessary to make these provisions effective.

Article 8

Each Member of the International Labour Organisation which ratifies this Convention engages to apply it to its colonies, possessions and protectorates, in accordance with the provisions of Article 35 of the Constitution of the International Labour Organisation.

Article 9

A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention first comes into force, by an act communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration. Such denunciation shall not take effect until one year after the date on which it is registered with the International Labour Office.

Article 10

At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agenda of the Conference the question of its revision in whole or in part.

Article 11

The French and English texts of this Convention shall both be authentic.

Vertaling : NL

Verdrag betreffende de leeftijd waarop kinderen mogen worden toegelaten tot arbeid in de landbouw (zoals gewijzigd door het Verdrag tot herziening der slotartikelen, 1946)

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 25 oktober 1921 in haar derde zitting,

Besloten hebbende, verschillende voorstellen aan te nemen betreffende de arbeid van kinderen in de landbouw tijdens de uren van verplicht schoolbezoek, welk onderwerp vervat is in het derde punt van de agenda der zitting,

Besloten hebbende, dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal Verdrag,

Neemt het volgende Verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald als het „Verdrag betreffende de minimumleeftijd (landbouw), 1921”, ter bekrachtiging door de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, zulks overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

Artikel 1

Kinderen onder de veertien jaar mogen niet in dienst zijn van of arbeid verrichten in landbouwondernemingen, hetzij van de overheid, hetzij van particulieren, of in een toebehoren daarvan, tenzij buiten de voor schoolonderwijs bestemde uren, en deze arbeid dient, indien hij plaats heeft, van zodanige aard te zijn, dat hij hun regelmatig schoolbezoek niet kan schaden.

Artikel 2

Ten behoeve van praktische vakopleiding kunnen schooltijden en -uren zodanig geregeld worden, dat de kinderen voor lichte landbouwwerkzaamheden gebruikt kunnen worden, in het bijzonder voor lichte oogstwerkzaamheden. De totale schooltijd per jaar mag evenwel niet tot minder dan acht maanden worden teruggebracht.

Artikel 3

De bepalingen van artikel 1 zijn niet van toepassing op werkzaamheden van kinderen in vakscholen, mits deze werkzaamheden geschieden onder goedkeuring en toezicht van de overheid.

Artikel 4

De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag zullen, overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, ter kennis van de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau worden gebracht en door hem worden geregistreerd.

Artikel 5

  • 1 Dit Verdrag zal in werking treden zodra de bekrachtigingen van twee Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie door de Directeur-Generaal zullen zijn geregistreerd.

  • 2 Het zal slechts verbindend zijn voor de Leden die hun bekrachtiging hebben doen registreren bij het Internationaal Arbeidsbureau.

  • 3 Vervolgens zal dit Verdrag voor ieder Lid in werking treden op de dag waarop zijn bekrachtiging is ingeschreven bij het Internationaal Arbeidsbureau.

Artikel 6

Zodra de bekrachtigingen van twee Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie bij het Internationaal Arbeidsbureau zijn geregistreerd, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau hiervan kennis geven aan alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie. Hij zal hen eveneens in kennis stellen van de registratie van de bekrachtigingen die hem later door andere Leden van de Organisatie worden medegedeeld.

Artikel 7

Behoudens het bepaalde in artikel 5, verbindt ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt zich om de bepalingen van de artikelen 1, 2 en 3 uiterlijk op 1 januari 1924 in toepassing te brengen en zodanige maatregelen te nemen als nodig zullen blijken om deze doeltreffend te doen zijn.

Artikel 8

Ieder Lid van de Internationale Arbeidsorganisatie dat dit Verdrag bekrachtigt verbindt zich om het toe te passen op zijn koloniën, bezittingen en protectoraten overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie.

Artikel 9

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd kan het opzeggen na verloop van een tijdvak van tien jaar na de datum waarop dit Verdrag in werking is getreden, door middel van een verklaring toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze geregistreerd. De opzegging zal eerst een jaar nadat zij is geregistreerd bij het Internationaal Arbeidsbureau van kracht worden.

Artikel 10

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 11

De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.