Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Protocol No. II betreffende de strijdkrachten van de West-Europese Unie, Parijs, 23-10-1954[Regeling vervallen per 30-06-2011.]

Geldend van 06-05-1955 t/m 29-06-2011

Protocol No. II betreffende de strijdkrachten van de West-Europese Unie

Authentiek : EN

Protocol No. II. on Forces of Western European Union [Vervallen per 30-06-2011]

His Majesty the King of the Belgians, the President of the French Republic, President of the French Union, the President of the Federal Republic of Germany, the President of the Italian Republic, Her Royal Highness the Grand Duchess of Luxembourg, Her Majesty the Queen of the Netherlands, and Her Majesty the Queen of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland and of Her other Realms and Territories, Head of the Commonwealth, Signatories of the Protocol Modifying and Completing the Brussels Treaty,

Having consulted the North Atlantic Council,

Have appointed as their Plenipotentiaries:

His Majesty the King of the Belgians

His Excellency Mr. Paul-Henri Spaak, Minister of Foreign Affairs

The President of the French Republic, President of the French Union

His Excellency Mr. Pierre Mendès-France, Prime Minister, Minister of Foreign Affairs

The President of the Federal Republic of Germany

His Excellency Mr. Konrad Adenauer, Federal Chancellor, Federal Minister of Foreign Affairs

The President of the Italian Republic

His Excellency Mr. Gaetano Martino, Minister of Foreign Affairs

Her Royal Highness the Grand Duchess of Luxembourg

His Excellency Mr. Joseph Bech, Prime Minister, Minister of Foreign Affairs

Her Majesty the Queen of the Netherlands

His Excellency Mr. Johan Willem Beyen, Minister of Foreign Affairs

Her Majesty the Queen of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland and of her other Realms and Territories, Head of the Commonwealth

For the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

The Right Honourable Sir Anthony Eden, K.G., M.C., Member of Parliament, Principal Secretary of State For Foreign Affairs,

Have agreed as follows:

Article 1 [Vervallen per 30-06-2011]

  • 1 The land and air forces which each of the High Contracting Parties to the present Protocol shall place under the Supreme Allied Commander Europe in peacetime on the mainland of Europe shall not exceed in total strength and number of formations:

    • (a) for Belgium, France, the Federal Republic of Germany, Italy and the Netherlands, the maxima laid down for peacetime in the Special Agreement annexed to the Treaty on the Establishment of a European Defence Community signed at Paris, on 27th May, 1952; and

    • (b) for the United Kingdom, four divisions and the Second Tactical Air Force;

    • (c) for Luxembourg, one regimental combat team.

  • 2 The number of formations mentioned in paragraph 1 may be brought up to date and adapted as necessary to make them suitable for the North Atlantic Treaty Organisation, provided that the equivalent fighting capacity and total strengths are not exceeded.

  • 3 The statement of these maxima does not commit any of the High Contracting Parties to build up or maintain forces at these levels, but maintains their right to do so if required.

Article 2 [Vervallen per 30-06-2011]

As regards naval forces, the contribution to NATO Commands of each of the High Contracting Parties to the present Protocol shall be determined each year in the course of the Annual Review (which takes into account the recommendations of the NATO military authorities). The naval forces of the Federal Republic of Germany shall consist of the vessels and formations necessary for the defensive missions assigned to it by the North Atlantic Treaty Organisation within the limits laid down in the Special Agreement mentioned in Article 1, or equivalent fighting capacity.

Article 3 [Vervallen per 30-06-2011]

If at any time during the Annual Review recommendations are put forward, the effect of which would be to increase the level of forces above the limits specified in Articles 1 and 2, the acceptance by the country concerned of such recommended increases shall be subject to the unanimous approval of the High Contracting Parties to the present Protocol expressed either in the Council of Western European Union or in the North Atlantic Treaty Organisation.

Article 4 [Vervallen per 30-06-2011]

In order that it may establish that the limits specified in Articles 1 and 2 are being observed, the Council of Western European Union will regularly receive information acquired as a result of inspections carried out by the Supreme Allied Commander Europe. Such information will be transmitted by a high-ranking officer designated for the purpose by the Supreme Allied Commander Europe.

Article 5 [Vervallen per 30-06-2011]

The strength and armaments of the internal defence and police forces on the mainland of Europe of the High Contracting Parties to the present Protocol shall be fixed by agreements within the Organisation of Western European Union, having regard to their proper functions and needs and to their existing levels.

Article 6 [Vervallen per 30-06-2011]

Her Majesty the Queen of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland will continue to maintain on the mainland of Europe, including Germany, the effective strength of the United Kingdom forces which are now assigned to the Supreme Allied Commander Europe, that is to say four divisions and the Second Tactical Air Force, or such other forces as the Supreme Allied Commander Europe regards as having equivalent fighting capacity. She undertakes not to withdraw these forces against the wishes of the majority of the High Contracting Parties who should take their decision in the knowledge of the views of the Supreme Allied Commander Europe. This undertaking shall not, however, bind her in the event of an acute overseas emergency. If the maintenance of the United Kingdom forces on the mainland of Europe throws at any time too great a strain on the external finances of the United Kingdom, she will, through Her Government in the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, invite the North Atlantic Council to review the financial conditions on which the United Kingdom formations are maintained.

In witness whereof the above-mentioned Plenipotentiaries have signed the present Protocol, being one of the Protocols listed in Article I of the Protocol Modifying and Completing the Treaty, and have affixed thereto their seals.

Done at Paris this twenty-third day of October, 1954, in two texts, in the English and French languages, each text being equally authoritative, in a single copy, which shall remain deposited in the archives of the Belgian Government and of which certified copies shall be transmitted by that Government to each of the other Signatories.

Vertaling : NL

Protocol No. II. betreffende de strijdkrachten van de West-Europese Unie [Vervallen per 30-06-2011]

Zijne Majesteit de Koning der Belgen, de President van de Franse Republiek, President van de Franse Unie, de President van de Bondsrepubliek Duitsland, de President van de Italiaanse Republiek, Hare Koninklijke Hoogheid de Groothertogin van Luxemburg, Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, en Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en van Haar andere Rijken en Gebieden, Hoofd van het Gemenebest, Ondertekenaars van het Protocol tot wijziging en aanvulling van het Verdrag van Brussel,

Na overleg te hebben gepleegd met de Noord-Atlantische Raad,

Hebben als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen

Zijne Excellentie de Heer Paul-Henri Spaak, Minister van Buitenlandse Zaken,

De President van de Franse Republiek, President van de Franse Unie

Zijne Excellentie de Heer Pierre Mendès-France, Voorzitter van de Ministerraad, Minister van Buitenlandse Zaken,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland

Zijne Excellentie de Heer Konrad Adenauer, Bondskanselier, Bondsminister van Buitenlandse Zaken,

De President van de Italiaanse Republiek

Zijne Excellentie de Heer Gaetano Martino, Minister van Buitenlandse Zaken,

Hare Koninklijke Hoogheid de Groothertogin van Luxemburg

Zijne Excellentie de Heer Joseph Bech, Minister van Staat, Minister van Buitenlandse Zaken,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

Zijne Excellentie de Heer Johan Willem Beyen, Minister van Buitenlandse Zaken,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland en van haar andere Rijken en Gebieden, Hoofd van het Gemenebest

voor het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland

Zijne Excellentie Sir Anthony Eden, K.G., M.C., Lid van het Parlement, Minister van Buitenlandse Zaken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1 [Vervallen per 30-06-2011]

  • 1 De land- en luchtstrijdkrachten welke ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen, partij bij dit Protocol, in vredestijd onder bevel van de Geallieerde Opperbevelhebber Europa op het vasteland van Europa zal plaatsen, zullen in totale sterkte en aantallen formaties niet te boven gaan:

    • (a) voor België, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Italië en Nederland, de maxima voor vredestijd, nedergelegd in de bijzondere overeenkomst gevoegd bij het Verdrag tot Oprichting van de Europese Defensie Gemeenschap, ondertekend te Parijs op 27 Mei 1952; en

    • (b) voor het Verenigd Koninkrijk, vier divisies en de Tweede Tactische Luchtmacht;

    • (c) voor Luxemburg, een regimentsgevechtsgroep.

  • 2 Het aantal der in lid 1 genoemde formaties kan worden aangepast aan de behoeften van het ogenblik en kan zodanig worden gewijzigd als nodig mocht zijn teneinde haar geschikt te maken voor de NAVO, met dien verstande dat de overeenkomstige gevechtswaarde en totale sterkte niet wordt overschreden.

  • 3 De opsomming van deze maxima verplicht geen der Hoge Verdragsluitende Partijen, haar strijdkrachten tot dat maximum uit te breiden of op dat maximum te handhaven, maar geeft haar wel het recht zulks te doen indien dit nodig mocht zijn.

Artikel 2 [Vervallen per 30-06-2011]

Met betrekking tot de zeestrijdkrachten worden de bijdragen aan de NAVO-commando's van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen, partij bij dit Protocol, ieder jaar vastgesteld in de „Annual Review” (die rekening houdt met de aanbevelingen van de militaire autoriteiten van de NAVO). De zeestrijdkrachten van de Bondsrepubliek Duitsland zullen bestaan uit de schepen en formaties welke nodig zijn voor de verdedigingstaken welke de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie aan de Bondsrepubliek Duitsland zal toewijzen, binnen de grenzen van de in artikel 1 genoemde bijzondere overeenkomst, of zullen van gelijke gevechtswaarde zijn.

Artikel 3 [Vervallen per 30-06-2011]

Indien te eniger tijd tijdens de „Annual Review” aanbevelingen worden gedaan welke tot gevolg zouden hebben dat de omvang der strijdkrachten de in artikel 1 en 2 vermelde grenzen zou overschrijden, is de aanvaarding van de aanbevolen verhogingen door het betrokken land onderworpen aan de eenstemmige goedkeuring van de Hoge Verdragsluitende Partijen welke partij zijn bij dit Protocol, welke goedkeuring tot uitdrukking wordt gebracht hetzij in de Raad van de West-Europese Unie hetzij in de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie.

Artikel 4 [Vervallen per 30-06-2011]

Opdat de Raad van de West-Europese Unie kan vaststellen dat de in artikel 1 en 2 genoemde grenzen in acht worden genomen, zal hij regelmatig inlichtingen ontvangen welke verkregen zijn als resultaat van door de Geallieerde Opperbevelhebber Europa uitgevoerde inspecties. Deze inlichtingen zullen worden verstrekt door een hooggeplaatst officier die door de Geallieerde Opperbevelhebber Europa voor dat doel is aangewezen.

Artikel 5 [Vervallen per 30-06-2011]

De sterkte en de bewapening van de territoriale strijdkrachten en van de politietroepen op het vasteland van Europa der Hoge Verdragsluitende Partijen, partij bij dit Protocol, worden vastgesteld door middel van in het kader van de Organisatie van de West-Europese Unie gesloten overeenkomsten, waarbij rekening wordt gehouden met hun eigenlijke taak en behoeften en met de bestaande omvang.

Artikel 6 [Vervallen per 30-06-2011]

Hare Majesteit de Koningin van Groot-Britannië en Noord-Ierland zal op het vasteland van Europa, met inbegrip van Duitsland, de daadwerkelijke sterkte van de Britse strijdkrachten, welke thans zijn toegewezen aan de Geallieerde Opperbevelhebber Europa, blijven handhaven, d.w.z. vier divisies en de Tweede Tactische Luchtmacht, of andere strijdkrachten welke naar mening van de Geallieerde Opperbevelhebber Europa dezelfde gevechtswaarde hebben. Zij verbindt zich deze strijdkrachten niet terug te trekken tegen de wens van de meerderheid van de Hoge Verdragsluitende Partijen die haar beslissing dienen te nemen na kennis te hebben genomen van de inzichten van de Geallieerde Opperbevelhebber Europa. Zij zal zich echter niet aan deze verbintenis behoeven te houden wanneer in een of meer overzeese gebieden plotseling een noodtoestand mocht ontstaan. Indien het handhaven van Britse strijdkrachten op het vasteland van Europa te eniger tijd een te zware belasting mocht worden van de buitenlandse financiële middelen van het Verenigd Koninkrijk, zal Zij door bemiddeling van Haar Regering, de Noord-Atlantische Raad verzoeken de financiële voorwaarden waarop de Britse eenheden worden gehandhaafd opnieuw in ogenschouw te nemen.

Ten blijke waarvan de bovengenoemde gevolmachtigden dit Protocol, zijnde een van de Protocollen genoemd in artikel I van het Protocol tot wijziging en aanvulling van het Verdrag, hebben ondertekend en van hun zegel hebben voorzien.

Gedaan te Parijs, de 23ste October 1954, in twee teksten in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in een enkel exemplaar dat nedergelegd zal blijven in het archief van de Belgische Regering en waarvan deze Regering gewaarmerkte afschriften zal zenden aan ieder der andere ondertekenaars.