Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten, Mexico DF, 27-01-1950

Geldend van 05-02-1952 t/m heden

Handelsovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten

Authentiek : NL

HANDELSOVEREENKOMST TUSSEN NEDERLAND EN MEXICO

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten, bezield met de wens, de traditionele vriendschapsbanden tussen de beide landen nauwer aan te halen door middel van de handhaving van het beginsel van gelijke behandeling in onvoorwaardelijke en onbeperkte vorm als grondslag voor de handelsbetrekkingen, zijn het volgende overeengekomen:

I

Beide Regeringen komen overeen ter zake van de invoer, de uitvoer, de doorvoer en de opslag van goederen onder douaneverband elkander wederkerig de onvoorwaardelijke en onbeperkte behandeling van de meestbegunstigde natie te verlenen voor alles wat betreft de douanerechten en alle bijkomende rechten, heffingen en belastingen, de wijze van heffing of inning van deze rechten, heffingen en belastingen en de voorschriften, formaliteiten en verplichtingen, waaraan de douanehandelingen kunnen zijn onderworpen.

II

Ingevolge artikel I, zullen de producten van bodem en nijverheid van het grondgebied van een van beide landen, welke worden ingevoerd in het grondgebied van het andere land, in geen geval, ter zake van genoemd stelsel, worden onderworpen aan andere of hogere rechten, belastingen of heffingen, noch aan enige andere of drukkender voorschriften, formaliteiten en verplichtingen dan die, aan welke gelijksoortige producten van enig derde land zijn of in de toekomst mochten worden onderworpen.

III

Insgelijks zullen de producten van bodem en nijverheid uitgevoerd uit het grondgebied van een van beide landen naar het grondgebied van het andere land, in geen enkel geval, onder hetzelfde stelsel, worden onderworpen aan enige andere of hogere rechten, belastingen of heffingen, noch aan enige andere of drukkender voorschriften, formaliteiten en verplichtingen dan die, aan welke gelijksoortige producten met bestemming naar enig derde land zijn of in de toekomst mochten worden onderworpen.

IV

Alle gunsten, voordelen, tegemoetkomingen of vrijstellingen, welke door een van beide landen, in het genoemde stelsel, zijn of mochten worden toegekend aan de producten van bodem en nijverheid, afkomstig van een derde land zullen automatisch en onmiddellijk en zonder tegenprestatie worden toegekend aan de gelijksoortige producten van het andere land of bestemd voor het grondgebied daarvan.

V

Beide landen zullen elkander wederkerig en onvoorwaardelijk de behandeling van de meestbegunstigde natie verlenen, in hun handelsverkeer, wat betreft de vorm van toepassing van enigerlei soort contrôle der betalingsmiddelen of van internationale deviezenbepalingen, welke zij hebben vastgesteld of in de toekomst zullen vaststellen.

VI

Uitgezonderd van de in de voorgaande artikelen vastgelegde verplichtingen zijn:

  • a) De gunsten, voordelen, tegemoetkomingen of vrijstellingen, welke een van beide landen verleent of in de toekomst mocht verlenen met betrekking tot een vrijhandelsgebied, douane-unie of economische unie, waartoe een van beide landen reeds is toegetreden of zal toetreden;

  • b) De gunsten, voordelen, tegemoetkomingen of vrijstellingen, welke het Koninkrijk der Nederlanden verleent of in de toekomst mocht verlenen met betrekking tot de gebieden, welke op 1 Juli 1939 met Nederland of België door gemeenschappelijke souvereiniteit waren verbonden;

  • c) De gunsten, voordelen, tegemoetkomingen of vrijstellingen, welke een van beide landen verleent of in de toekomst mocht verlenen aan nabuurlanden met betrekking tot het grensverkeer;

  • d) Handelingen voortvloeiende uit bepalingen, ingegeven door overwegingen van morele of humanitaire aard of betrekking hebbende op de openbare veiligheid; op de handel in wapens, munitie en oorlogsmateriaal; op de bescherming van de openbare gezondheid; op de bescherming van dieren en planten tegen ziekten, insecten of schadelijke parasieten; op de verdediging van het nationale bezit op kunst-, historisch- of oudheidkundig gebied; op de uitvoer van goud of zilver in geld of baren, en in het algemeen op de fiscale of politionele middelen, te baat genomen om het in het gebied van een van beide landen op nationale producten toegepaste stelsel uit te strekken tot soortgelijke buitenlandse producten;

  • e) De voordelen, gunsten, tegemoetkomingen of vrijstellingen, welke een van beide landen mocht verlenen aan een derde land of aan derde landen krachtens speciale verdragen, overeenkomsten of regelingen van regionale aard, welke tot uitsluitend doel hebben het herstel of de economische ontwikkeling van de respectieve landen te vergemakkelijken.

VII

Enig geschil tussen beide regeringen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van deze overeenkomst, waarvoor langs diplomatieke weg geen bevredigende regeling kan worden getroffen, zal ter beoordeling worden voorgelegd aan het Internationale Hof van Justitie, tenzij de beide regeringen overeenkomen zulk een geschil op enige andere vredelievende wijze tot oplossing te brengen.

VIII

De onderhavige overeenkomst zal zo spoedig mogelijk worden bekrachtigd en de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden zal te 's-Gravenhage geschieden. Zij zal op de dag van uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden in werking treden en gedurende twee jaar van kracht blijven. Tenzij een van beide regeringen, ten minste zes maanden voor het einde van de overeenkomst, aan de ander zal hebben kennis gegeven van haar voornemen de overeenkomst te beeindigen, zal de overeenkomst stilzwijgend worden verlengd voor een tijdvak van een jaar en zo vervolgens, totdat een van beide regeringen, ten minste zes maanden voor het verstrijken van de lopende termijn, de andere regering in kennis zal hebben gesteld van haar voornemen de overeenkomst te beëindigen.

Opgemaakt in tweevoud, in het Nederlands en in het Spaans, in de Stad Mexico, de zevenentwintigste Januari negentienhonderdvijftig.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

CH. J. H. DAUBANTON,

Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister. Por el Gobierno de México:

MANUEL TELLO,

Subsecretario Encargado del Despacho de Relaciones Exteriores.

GEZANTSCHAP DER NEDERLANDEN

No. 120

Mexico, D.F. 27 Januari 1950.

Mijnheer de Onder-Secretaris, Waarnemend Hoofd van het Departement,

Met betrekking tot de heden ondertekende Handelsovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Mexico, heb ik de eer Uwer Excellentie mede te delen, dat, in overeenstemming met de desbetreffende onderhandeling, mijn Regering de maatregelen, strekkende ter uitvoering van het Nederlandse Monopoliesysteem in de agrarische sector, beschouwt als te zijn begrepen onder degene genoemd in het laatste gedeelte van lid d) van artikel VI van de genoemde Handelsovereenkomst.

Met betrekking tot de invoer van agrarische producten opent genoemd systeem de mogelijkheid tot nivellering van het verschil, dat mocht bestaan tussen de cifprijzen van ingevoerde agrarische producten en de als lonend voor de efficiente Nederlandse producent berekende prijzen voor dezelfde of overeenkomstige goederen middels de oplegging van de verplichting tot betaling ener heffing dan wel omgekeerd de verlening ener tegemoetkoming.

Bedoeld wordt, dat de uitzonderingen, waarop lid e) van Artikel VI van de onderhavige Handelsovereenkomst slaat, betrekking hebben op verplichtingen aangegaan door het Koninkrijk der Nederlanden in overeenstemming:

a) met het Verdrag nopens Europese Economische Samenwerking, ondertekend te Parijs op 16 April 1948; b) met de Overeenkomst tot Economische Samenwerking tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van de Verenigde Staten van Amerika, ondertekend op 2 Juli 1948, en c) met dergelijke bestaande of toekomstige contractuële verplichtingen; en wat Mexico betreft, op toekomstige contractuële verplichtingen van dergelijke aard ten bate van economische ontwikkeling.

Eveneens heb ik de eer Uwer Excellentie te kennen te geven, dat mijn Regering zich er mede verenigt, dat de onderhavige Overeenkomst van deze datum af voorlopig van kracht wordt onder het voorbehoud, dat de uitwisseling, waarop Artikel VIII nopens haar bekrachtiging betrekking heeft, plaats vinde.

Tenslotte heb ik de eer ter kennis van Uwe Excellentie te brengen, dat het Koninkrijk der Nederlanden, overeenkomstig zijn Grondwet, het moederland en de overzeese gebiedsdelen omvat.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik Uwer Excellentie de herhaalde verzekering te geven van mijn bijzondere hoogachting.

De Gezant,

CH. J. H. DAUBANTON.

Zijner Excellentie de Heer Manuel Tello, Onder-Secretaris, Waarnemend Hoofd van het Departement van Buitenlandse Betrekkingen Alhier.

SECRETARIO DE RELACIONES EXTERIORES

ESTADOS UNIDOS MEXICANOS

MEXICO

6-A-148

México, DF., 27 de enero de 1950.

Señor Ministro:

En respuesta a la atenta nota de Vuestra Excelencia, número 120 de esta fecha, tengo la honra de manifestar a Vuestra Excelencia, en relación con el Convenio de Comercio suscrito hoy entre nuestros respectivos Gobiernos, que el de México toma nota del principio y de la forma en que opera el Sistema Neerlandés de Monopolio para la importación de productos agrícolas y conviene en considerar que las medidas que bajo dicho Sistema puedan ser ejecutadas, están comprendidas entre las que menciona la parte final del Inciso d) del Artículo VI del propio Convenio.

Queda entendido que las excepciones a que se refiere el Inciso e) del Artículo VI del propio Convenio de Comercio, se refieren a obligaciones contraídas por el Reino de los Países Bajos, de conformidad: a) con la Convención de Cooperación Económica Europea firmada en París el 16 de abril de 1948; b) con el Acuerdo de Cooperación Económica entre los Gobiernos del Reino de los Países Bajos y de los Estados Unidos de América, firmado el 2 de julio de 1948, y c) con obligaciones contractuales similares existentes o futuras; y por parte de México, a obligaciones contractuales futuras de índole semejante para fines de desarrollo económico.

Asimismo me es honroso manifestar a Vuestra Excelencia que mi Gobierno está de acuerdo en que el Convenio de Comercio de referencia entre en vigor provisionalmente desde hoy, a reserva de que se efectúe el canje a que se refiere el Artículo VIII sobre su ratificación.

Por último, el Gobierno de México toma nota de que el Reino de los Países Bajos, según su Constitución, comprende el territorio metropolitano y los territorios de ultramar.

Aprovecho esta oportunidad para reiterar a Vuestra Excelencia el testimonio de mi alta y distinguida consideración.

MANUEL TELLO.

Al Excelentísimo señor Ch. J. H. Daubanton, Enviado Extraordinario y Ministro Plenipotenciario de los Países Bajos, Presente.

DEPARTEMENT VAN BUITENLANDSE

BETREKKINGEN

VERENIGDE MEXICAANSE STATEN

MEXICO

6-A-148

Mexico, D.F. 27 Januari 1950.

Mijnheer de Gezant,

In antwoord op Uwer Excellenties geëerde nota no. 120 van deze datum, heb ik de eer, met betrekking tot de heden ondertekende Handelsovereenkomst tussen onze respectieve Regeringen, Uwer Excellentie mede te delen, dat de Regering van Mexico kennis heeft genomen van het beginsel en de werkwijze van het Nederlandse monopoliesysteem voor wat betreft de invoer van agrarische producten en er mede instemt de maatregelen, welke onder genoemd systeem zouden kunnen worden ten uitvoer gelegd te beschouwen als te zijn begrepen onder degene, genoemd in het laatste gedeelte van lid d) van Artikel VI van de onderhavige Overeenkomst.

Bedoeld wordt, dat de uitzonderingen, waarop lid e) van Artikel VI van de onderhavige Handelsovereenkomst slaat, betrekking hebben op verplichtingen aangegaan door het Koninkrijk der Nederlanden in overeensteming: a) met het Verdrag nopens Europese Economische Samenwerking, ondertekend te Parijs op 16 April 1948; b) met de Overeenkomst tot Economische Samenwerking tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van de Verenigde Staten van Amerika, ondertekend op 2 Juli 1948, en c) met dergelijke bestaande of toekomstige contractuële verplichtingen; en wat Mexico betreft, op toekomstige contractuële verplichtingen van dergelijke aard ten bate van economische ontwikkeling.

Eveneens heb ik de eer Uwer Excellentie te kennen te geven, dat mijn Regering zich er mede verenigt, dat de genoemde Handelsovereenkomst van heden af voorlopig van kracht wordt, onder het voorbehoud, dat de uitwisseling, waarop Artikel VIII nopens haar bekrachtiging betrekking heeft, plaats vinde.

Tenslotte neemt de Regering van Mexico er kennis van, dat het Koninkrijk der Nederlanden, overeenkomstig zijn Grondwet, het Moederland en de overzeese gebiedsdelen omvat

Ik maak van deze gelegenheid gebruik Uwer Excellentie de herhaalde verzekering te geven van mijn bijzondere hoogachting.

MANUEL TELLO.

Zijner Excellentie de Heer Ch. J. H. Daubanton Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister der Nederlanden Alhier.