Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst ter uitvoering van artikel 45, vijfde lid van de Aanvullende Overeenkomst [...] Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten, Bonn, 03-08-1959

Geldend van 01-07-1963 t/m heden

Overeenkomst ter uitvoering van artikel 45, vijfde lid van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten

Authentiek : EN

Agreement to implement paragraph 5 of Article 45 of the Agreement to supplement the Agreement between the Parties to the North Atlantic Treaty regarding the Status of their Forces with respect to Foreign Forces stationed in the Federal Republic of Germany

For the purpose of implementing paragraph 5 of Article 45 of the Agreement to supplement the Agreement between the Parties to the North Atlantic Treaty regarding the Status of their Forces with respect to Foreign Forces stationed in the Federal Republic of Germany, signed at Bonn on 3rd August 1959 (hereinafter referred to as the „Supplementary Agreement”)

the Kingdom of Belgium,

Canada,

the French Republic,

the Federal Republic of Germany,

the Kingdom of the Netherlands,

the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, and

the United States of America,

have agreed as follows:

Article 1

The authorities of a force shall notify the Federal Minister of Defence of their annual programmes of manoeuvres and other training exercises in which units with the minimum strength of a brigade group or regimental combat team or equivalent formation will be taking part. The time of such notification shall be agreed upon with each individual force.

Article 2

Plans for the conduct of manoeuvres and other training exercises (sub-paragraph (b) of paragraph 5 of Article 45 of the Supplementary Agreement) shall be communicated to:

  • (a) the authorities of the Land and the Military District Administration (Wehrbereichsverwaltung) simultaneously in cases in which the manoeuvres or other training exercises are to be held in one Military District exclusively or, if two or more Military Districts are affected, units not exceeding battalion strength are to take part;

  • (b) the Federal Minister of Defence in cases in which the manoeuvres or other training exercises are to be conducted in two or more Military Districts and in which units exceeding battalion strength are to take part.

Artikel 3

  • 1 In cases falling under sub-paragraph (a) of Article 2 of the present Agreement, the periods of time specified in the Annex to the present Agreement shall apply for the communication of plans to the German authorities and for the latter to state their final opinion.

  • 2 In cases falling under sub-paragraph (b) of Article 2 of the present Agreement, the periods of time for the communication of plans stated in items 2 and 3 of the Annex to the present Agreement shall in each case be extended by two weeks.

  • 3 The German authorities shall inform the authorities of a force as early as possible of any objections to the plan. The joint discussions envisaged in paragraph 5 of Article 45 of the Supplementary Agreement shall be so expedited by the German authorities and the authorities of the force as to ensure that if possible, and if necessary at a higher level, agreement is reached within the period of time specified in the Annex to the present Agreement for the final opinion of the German authorities.

Article 4

In particular, plans shall contain the following data:

  • (a) designation (code name, nickname) and type of manoeuvre or other training exercise;

  • (b) time and date of the beginning and end of the manoeuvre or other training exercise, of assembly and departure, and of the preparatory measures;

  • (c) designation of the area in which the manoeuvre or other training exercise is to be conducted (to be accompanied by maps or sketch-maps on a suitable scale);

  • (d) approximate information about

    • (i) the total strength of the units engaging in the exercise,

    • (ii) the total number of wheeled and tracked vehicles,

    • (iii) the number of wheeled and tracked vehicles classified in or above Class 24 in Standardization Agreement 2021 (second edition),

    • (iv) the areas and roads where vehicles are principally to be engaged,

    • (v) number, type, engagement area and flight altitude of aircraft to be engaged, if any,

    • (vi) off-base landings or parachute jumps or drops proposed, if any, and where such exercises are probably to take place;

  • (e) information as to whether and if so, to what extent earthworks are envisaged and whether camouflage material will be required;

  • (f) information regarding any special arrangements desired (e.g. for the closing of public ways or stretches of water);

  • (g) information as to whether and if so, to what extent billets will require to be supplied.

Article 5

In the case of manoeuvres and other training exercises conducted by a force with other forces or with the German Armed Forces, the authorities of the force in command of the manoeuvre or other training exercise shall communicate the plans to the German authorities competent under Article 2 of the present Agreement.

Article 6

Notwithstanding the provisions of Articles 2 and 3 of the present Agreement, agreements may be concluded between the German authorities and the authorities of a force providing in the case of specific areas and specific categories of training exercises for a combined notification covering a specific period of time instead of individual notifications. Such agreements shall contain particulars as to how and to what extent exercises are to be conducted in such areas and the time limits within which the combined notification shall be made, as well as any other arrangements required.

Article 7

The present Agreement may be amended or supplemented by agreement between the Federal Government and the Government of a sending State. Such amendment or supplement shall not affect the provisions of the present Agreement as regards relations between the Federal Republic and the other sending States.

Article 8

The present Agreement shall be ratified or approved. The instruments of ratification or of approval shall be deposited by the signatory States with the Government of the United States of America which shall notify each signatory State of the date on which the instruments are deposited.

Article 9

The present Agreement, which shall enter into force on the same date as the Supplementary Agreement, shall be deposited in the Archives of the Government of the United States of America, which shall transmit certified copies thereof to each signatory State.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned Representatives duly authorized thereto have signed the present Agreement.

DONE at Bonn, this 3rd day of August 1959, in the German, English and French languages, all texts being equally authentic.

ANNEX to Article 3

Type of exercise

Minimum period before exercise begins

for communication of plans to the German authorities

for final opinion by German authorities

1. Exercises involving units up to battalion strength.................................................

4 weeks

2 weeks

2. Exercises involving units in excess of battalion strength and up to brigade group, regimental combat team or any formation of equivalent strength

6 weeks

2 weeks

3. Exercises involving units in excess of brigade group, regimental combat team or any formation of equivalent strength..............................................

14 weeks

6 weeks

Vertaling : NL

Overeenkomst ter uitvoering van artikel 45, vijfde lid van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten

Ter uitvoering van artikel 45, vijfde lid, van de Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de staten die partij zijn bij het Noordatlantische Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, met betrekking tot de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde buitenlandse krijgsmachten, ondertekend te Bonn op 3 augustus 1959 (hierna te noemen de „Aanvullende Overeenkomst”) zijn

Het Koninkrijk België,

Canada,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Franse Republiek,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Verenigde Staten van Amerika, en

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

overeengekomen als volgt:

Artikel 1

De autoriteiten van een krijgsmacht geven de Bondsminister van Verdediging kennis van hun jaarprogramma's voor manoeuvres en andere oefeningen, waaraan onderdelen van tenminste de sterkte van een brigade, een regimentsgevechtsgroep of een daaraan gelijkwaardige formatie deelnemen. Over het tijdstip waarop de kennisgeving dient te geschieden, wordt met iedere krijgsmacht afzonderlijk een regeling getroffen.

Artikel 2

Plannen voor het houden van manoeuvres en andere oefeningen (artikel 45, vijfde lid onder b, van de Aanvullende Overeenkomst) worden medegedeeld

  • (a) tegelijkertijd aan de autoriteiten van het Land en het Militaire Districtsbestuur (Wehrbereichsverwaltung), ingeval de manoeuvres of andere oefeningen uitsluitend in één Militair District zullen worden gehouden, of, indien daarbij twee of meer Districten betrokken zijn, slechts onderdelen zullen deelnemen die de sterkte van een bataljon niet te boven gaan;

  • (b) aan de Bondsminister van Verdediging, ingeval de manoeuvres of andere oefeningen zullen worden gehouden in twee of meer Militaire Districten en daaraan onderdelen zullen deelnemen die de sterkte van een bataljon te boven gaan.

Artikel 3

  • 1 In de gevallen van artikel 2 onder (a) van deze Overeenkomst zijn op de mededeling van plannen aan de Duitse autoriteiten en, wat deze autoriteiten betreft, op de bepaling van hun definitief standpunt, de termijnen toepasselijk die zijn aangegeven in de bijlage bij deze Overeenkomst.

  • 2 In de gevallen van artikel 2 onder (b) van deze Overeenkomst worden de termijnen voor de mededeling van plannen, genoemd in de punten 2 en 3 van de bijlage bij deze Overeenkomst, met twee weken verlengd.

  • 3 De Duitse autoriteiten stellen de autoriteiten van een krijgsmacht zo spoedig mogelijk op de hoogte van eventuele bezwaren tegen het plan. De gemeenschappelijke besprekingen, bedoeld in artikel 45, vijfde lid, van de Aanvullende Overeenkomst worden door de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de krijgsmacht in zodanige mate bespoedigd, dat, indien mogelijk, en zo nodig op een hoger niveau, overeenstemming wordt bereikt binnen de in de bijlage bij deze Overeenkomst aangegeven termijn waarbinnen de Duitse autoriteiten hun standpunt definitief bepalen.

Artikel 4

De plannen behelzen in het bijzonder de volgende gegevens:

  • (a) benaming (codenaam) en aard van de manoeuvre of andere oefening;

  • (b) datum en tijd van aanvang en einde van de manoeuvre of andere oefening, van aankomst en vertrek, en van de voorbereidende maatregelen;

  • (c) aanduiding van het gebied waar de manoeuvre of andere oefening zal worden gehouden (vergezeld van kaarten of schetsen op een behoorlijke schaal);

  • (d) globale inlichtingen over:

    • (i) de totale sterkte van de aan de oefening deelnemende onderdelen;

    • (ii) het totaal aantal wiel- en rupsvoertuigen;

    • (iii) het aantal wiel- en rupsvoertuigen, geclassificeerd in klasse 24 of een hogere klasse van Standardization Agreement 2021 (2de druk);

    • (iv) de gebieden en wegen waar de voertuigen voornamelijk moeten worden gebruikt;

    • (v) aantal, aard, oefengebied en vlieghoogte van eventueel te gebruiken luchtvaartuigen;

    • (vi) eventueel voorgenomen landingen buiten de luchtvaartterreinen, parachutesprongen, afwerpen van voorwerpen per parachute, en de plaats waar zodanige oefeningen waarschijnlijk gehouden zullen worden;

  • (e) inlichtingen over de vraag of, en zo ja in welke omvang, graafwerkzaamheden in de bedoeling liggen en of camouflagemateriaal benodigd is;

  • (f) inlichtingen over eventueel verlangde bijzondere regelingen (b.v. inzake de afsluiting van verkeerswegen of wateren);

  • (g) inlichtingen over de vraag of, en zo ja in welke omvang, in de behoefte aan inkwartiering moet worden voorzien.

Artikel 5

Indien een krijgsmacht manoeuvres en andere oefeningen houdt samen met andere krijgsmachten of met de Duitse strijdkrachten, delen de autoriteiten van de krijgsmacht die de leiding van de manoeuvre of andere oefening heeft, de plannen mede aan de ingevolge artikel 2 van deze Overeenkomst bevoegde Duitse autoriteiten.

Artikel 6

Ongeacht de bepalingen van de artikelen 2 en 3 van deze Overeenkomst kunnen tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van een krijgsmacht overeenkomsten worden gesloten, die met betrekking tot bepaalde gebieden en bepaalde soorten oefeningen, in een samenvattende opgave van de oefeningen voor een bepaald tijdvak, in plaats van afzonderlijke opgave per oefening, voorzien. Deze overeenkomsten behelzen bijzonderheden over de aard en omvang der oefeningen in deze gebieden en de termijnen binnen welke de gecombineerde mededelingen moeten worden ingediend, alsmede eventuele andere noodzakelijke regelingen.

Artikel 7

Deze Overeenkomst kan worden gewijzigd of aangevuld bij overeenkomst tussen de Bondsregering en de Regering van een staat van herkomst. Een zodanige wijziging of aanvulling is niet van invloed op de bepalingen van deze Overeenkomst voorzover het de betrekkingen tussen de Bondsrepubliek en de andere staten van herkomst betreft.

Artikel 8

Deze Overeenkomst wordt bekrachtigd of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden door de ondertekenende staten nedergelegd bij de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die iedere ondertekenende staat in kennis stelt van de datum van nederlegging.

Artikel 9

Deze Overeenkomst, die op dezelfde datum in werking treedt als de Aanvullende Overeenkomst, wordt nedergelegd in het archief van de Regering van de Verenigde Staten van Amerika, die daarvan aan iedere ondertekenende staat een gewaarmerkt afschrift toezendt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Bonn, de 3de augustus 1959, in de Duitse, Engelse en Franse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

BIJLAGE bij artikel 3

Aard van de oefening

Minimum-termijn vóór het begin van de oefening

voor de mededeling van de plannen aan de Duitse autoriteiten

voor de bepaling van het definitieve standpunt door de Duitse autoriteiten

1. Oefeningen, waaraan onderdelen tot de sterkte van een bataljon zullen deelnemen .......................

4 weken

2 weken

2. Oefeningen, waaraan onderdelen van grotere sterkte dan een bataljon en tot de sterkte van een brigade, een regimentsgevechtsgroep of een daaraan gelijkwaardige formatie zullen deelnemen .......................

6 weken

2 weken

3. Oefeningen, waaraan onderdelen van grotere sterkte dan een brigade, een regimentsgevechtsgroep of een daaraan gelijkwaardige formatie zullen deelnemen .......................

14 weken

6 weken