Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanhangsel VII (derde herziening): Wereldgezondheidsorganisatie bij het Verdrag nopens [...] en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, Minneapolis, 17-07-1958

Geldend van 18-03-1965 t/m heden

Aanhangsel VII (derde herziening): Wereldgezondheidsorganisatie bij het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties

Authentiek : EN

ANNEX VII. (3rd revised text)

World Health Organization

In their application to the World Health Organization (hereinafter called “the Organization”) the standard clauses shall operate subject to the following modifications:

  • 1. Article V and Section 25, paragraphs 1 and 2 (I), of Article VII shall extend to persons designated to serve on the Executive Board of the Organization, their alternates and advisers, except that any waiver of the immunity of any such persons under Section 16 shall be by the Board.

  • 2.

    • (i) Experts (other than officials coming within the scope of Article VI) serving on committees of, or performing missions for, the Organization shall be accorded the following privileges and immunities so far as is necessary for the effective exercise of their functions, including the time spent on journeys in connexion with service on such committees or missions:

      • (a) Immunity from personal arrest or seizure of their personal baggage;

      • (b) In respect of words spoken or written or acts done by them in the performance of their official functions, immunity from legal process of every kind, such immunity to continue notwithstanding that the persons concerned are no longer serving on committees of, or employed on missions for, the Organization;

      • (c) The same facilities in respect of currency and exchange restrictions and in respect of their personal baggage as are accorded to officials of foreign governments on temporary official missions;

      • (d) Inviolability for all papers and documents;

      • (e) For the purpose of their communications with the Organization, the right to use codes and to receive papers or correspondence by courier or in sealed bags.

    • (ii) The privileges and immunities set forth in paragraphs (b) and (e) above shall be accorded to persons serving on Expert Advisory Panels of the Organization in the exercise of their functions as such.

    • (iii) Privileges and immunities are granted to the experts of the Organization in the interests of the Organization and not for the personal benefit of the individuals themselves. The Organization shall have the right and the duty to waive the immunity of any expert in any case where in its opinion the immunity would impede the course of justice and it can be waived without prejudice to the interests of the Organization.

  • 3. Article V and Section 25, paragraphs 1 and 2 (I), of Article VII shall extend to the representatives of Associate Members participating in the work of the Organization in accordance with Articles 8 and 47 of the Constitution.

  • 4. The privileges, immunities, exemptions and facilities referred to in Section 21 of the standard clauses shall also be accorded to any Deputy Director-General, Assistant Director-General and Regional Director of the Organization.

Vertaling : NL

AANHANGSEL VII. (derde herziene tekst)

Wereldgezondheidsorganisatie

Bij hun toepassing op de Wereldgezondheidsorganisatie (hierna te noemen „de Organisatie”) zullen de standaardbepalingen van kracht zijn met inachtneming van het hieronder bepaalde:

  • 1. Artikel V en § 25, lid 1 en 2 (I), van artikel VII zullen ook gelden voor personen aangewezen om deel uit te maken van de Uitvoerende Raad van de Organisatie, hun plaatsvervangers en adviseurs, met die uitzondering dat elke opheffing van de immuniteit van zulke personen krachtens § 16 zal geschieden door de Raad.

  • 2.

    • (i) Deskundigen (behalve functionarissen vallend onder artikel VI) die zitting hebben in commissies van, of zendingen vervullen voor, de Organisatie zullen de volgende privileges en immuniteiten worden toegekend voor zover deze noodzakelijk zijn voor een doeltreffende uitoefening van hun functies, met inbegrip van de tijd gebruikt voor reizen in verband met de uitoefening van hun functies in die commissies of bij het vervullen van die zendingen:

      • (a) immuniteit van persoonlijke arrestatie of van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage;

      • (b) met betrekking tot door hen in de uitoefening van hun officiële functies gesproken of geschreven woorden of door hen verrichte handelingen, vrijstelling van elke vorm van rechtsvervolging; deze immuniteit zal toegekend blijven ook wanneer de betrokken personen niet langer hun functies in de commissies van de Organisatie uitoefenen of zendingen vervullen voor de Organisatie;

      • (c) dezelfde faciliteiten met betrekking tot beperking nopens geld of het wisselen van geld en met betrekking tot hun persoonlijke bagage als worden toegekend aan functionarissen van vreemde regeringen die met een tijdelijke officiële zending zijn belast;

      • (d) onschendbaarheid van alle papieren en stukken;

      • (e) voor hun verbindingen met de Organisatie, het recht codes te gebruiken en papieren of correspondentie te ontvangen per koerier of in verzegelde postzakken.

    • (ii) De voorrechten en immuniteiten vermeld in de §§ (b) en (e) hierboven zullen worden toegekend aan personen voorkomende op lijsten van raadgevende deskundigen van de Organisatie bij de uitoefening van hun functies als zodanig.

    • (iii) Voorrechten en immuniteiten worden aan de deskundigen van de Organisatie toegekend in het belang van de Organisatie en niet voor het persoonlijk voordeel van de individuele deskundigen. De Organisatie heeft het recht en de plicht afstand te doen van de immuniteit van een deskundige in elk geval waarin naar haar mening de immuniteit aan de loop van de gerechtigheid in de weg zou staan en van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de Organisatie te benadelen.

  • 3. Artikel V en § 25, lid 1 en 2 (I), van artikel VII zullen ook gelden voor de vertegenwoordigers van Toegevoegde Leden die deelnemen in het werk van de Organisatie in overeenstemming met de artikelen 8 en 47 van het Statuut.

  • 4. De voorrechten, immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten genoemd in § 21 van de standaardbepalingen worden ook toegekend aan iedere adjunct-Directeur-Generaal, onder-Directeur-Generaal en regionale Directeur van de Organisatie.