Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanhangsel II: Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (herziening) [...] en immuniteiten van de gespecialiseerde Organisaties, Rome, 20-11-1959

Geldend van 28-06-1965 t/m heden

Aanhangsel II: Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (herziening) bij het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde Organisaties

Authentiek : EN

ANNEX II. Food and Agriculture Organization of the United Nations

In their application to the Food and Agriculture Organization of the United Nations (hereinafter called “the Organization”) the standard clauses shall operate subject to the following provisions:

  • 1. Article V and section 25, paragraphs 1 and 2 (I) of Article VII shall extend to the Chairman of the Council of the Organization, except that any waiver of the immunity of the Chairman under section 16 shall be by the Council of the Organization.

  • 2.

    • (i) Experts (other than officials coming within the scope of Article VI) serving on committees of, or performing missions for, the Organization shall be accorded the following privileges and immunities so far as is necessary for the effective exercise of their functions, including the time spent on journeys in connection with service on such committees or missions:

      • (a) immunity from personal arrest or seizure of their personal baggage;

      • (b) in respect of words spoken or written or acts done by them in the performance of their official functions, immunity of legal process of every kind, such immunity to continue notwithstanding that the persons concerned are no longer serving on committees of, or employed on missions for the Organization;

      • (c) the same facilities in respect of currency and exchange restrictions and in respect of their personal baggage as are accorded to officials of foreign Governments on temporary official missions;

      • (d) inviolability of their papers and documents relating to the work on which they are engaged for the Organization.

    • (ii) In connection with (d) of 2 (i) above, the principle contained in the last sentence of section 12 of the standard clauses shall be applicable.

    • (iii) Privileges and immunities are granted to the experts in the interests of the Organization and not for the personal benefit of the individuals themselves. The Organization shall have the right and the duty to waive the immunity of any experts in any case where in its opinion the immunity would impede the course of justice, and it can be waived without prejudice to the interests of the Organization.

  • 3. The privileges, immunities, exemptions and facilities referred to in section 21 of the standard clauses shall also be accorded to any Deputy Director-General of the Organization.”

Vertaling : NL

AANHANGSEL II. Voedsel- en Landbouworganisatie der Verenigde Naties

Bij haar toepassing op de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (hierna te noemen „de Organisatie”) zullen de standaardbepalingen met inachtneming van het hieronder bepaalde van kracht zijn:

  • 1. Artikel V en § 25, lid 1 en 2(I) van Artikel VII zullen ook gelden voor de Voorzitter van de Raad van de Organisatie, met die uitzondering dat elke opheffing van de immuniteit van de Voorzitter krachtens § 16 zal geschieden door de Raad van de Organisatie.

  • 2.

    • (i) Deskundigen (behalve de functionarissen vallend onder Artikel VI) die zitting hebben in commissies van, of zendingen vervullen voor, de Organisatie zullen de volgende privileges en immuniteiten worden toegekend voor zover deze noodzakelijk zijn voor een doeltreffende uitoefening van hun functies, met inbegrip van de tijd gebruikt voor reizen in verband met de uitoefening van hun functies in die commissies of bij het vervullen van die zendingen:

      • (a) immuniteit van persoonlijke arrestatie of van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage;

      • (b) met betrekking tot door hen in de uitoefening van hun officiële functies gesproken of geschreven woorden of door hen verrichte handelingen, vrijstelling van elke vorm van rechtsvervolging; deze immuniteit zal toegekend blijven ook wanneer de betrokken personen niet langer hun functies in de commissies van de Organisatie uitoefenen of zendingen vervullen voor de Organisatie;

      • (c) dezelfde faciliteiten met betrekking tot beperking nopens geld of het wisselen van geld en met betrekking tot hun persoonlijke bagage als worden toegestaan aan functionarissen van vreemde regeringen die met een tijdelijke officiële zending zijn belast;

      • (d) onschendbaarheid van hun papieren en stukken betrekking hebbende op het werk waarmede zij voor de Organisatie bezig zijn.

    • (ii) In verband met (d) van 2 (i) hierboven zal het beginsel vervat in de laatste zin van § 12 van de standaardbepalingen van toepassing zijn.

    • (iii) Voorrechten en immuniteiten worden aan de deskundigen van de Organisatie toegekend in het belang van de Organisatie en niet voor het persoonlijk voordeel van de individuele deskundigen. De Organisatie heeft het recht en de plicht afstand te doen van de immuniteit van een deskundige in elk geval waarin naar haar mening de immuniteit aan de loop van de gerechtigheid in de weg zou staan en van de immuniteit afstand kan worden gedaan zonder de belangen van de Organisatie te benadelen.

  • 3. De privileges, immuniteiten, vrijstellingen en faciliteiten genoemd in § 21 van de standaardbepalingen zullen ook worden toegekend aan iedere adjunct Directeur-Generaal van de Organisatie.