Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, Brussel, 06-10-2010

Geldend van 01-01-2016 t/m heden

Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Authentiek : NL

Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

de Europese Unie,

enerzijds, en

de Republiek Korea, hierna „Korea” genoemd,

anderzijds,

Erkennende dat zij een langdurig en sterk partnerschap hebben, dat is gebaseerd op de gemeenschappelijke beginselen en waarden die zijn weergegeven in de Kaderovereenkomst,

Geleid door de wens, consistent met het kader van hun algemene betrekkingen, hun nauwe economische banden verder aan te halen, en ervan overtuigd dat deze overeenkomst een nieuw klimaat voor de ontwikkeling van de wederzijdse handel en investeringen door de partijen tot stand zal brengen,

Ervan overtuigd dat deze overeenkomst een uitgebreidere en betrouwbare markt voor goederen en diensten alsmede een stabiel en voorspelbaar investeringsklimaat tot stand zal brengen, en aldus het concurrentievermogen van hun ondernemingen op mondiale markten zal versterken,

Opnieuw bevestigende dat zij het Handvest van de Verenigde Naties, ondertekend te San Francisco op 26 juni 1945, en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties vastgesteld op 10 december 1948, ten volle onderschrijven,

Opnieuw bevestigende dat zij zich inzetten voor een duurzame ontwikkeling, en ervan overtuigd dat de internationale handel bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht, met inbegrip van de economische ontwikkeling, het terugdringen van armoede, volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen, alsmede de bescherming en het behoud van het milieu en de natuurlijke hulpbronnen,

Erkennende dat de partijen, zoals in deze overeenkomst is vastgelegd, het recht hebben om op basis van het door hen passend geachte beschermingsniveau maatregelen te treffen die nodig zijn ter verwezenlijking van legitieme doelstellingen van overheidsbeleid, mits dergelijke maatregelen geen middel tot ongerechtvaardigde discriminatie of een verkapte beperking van de internationale handel vormen,

Vastbesloten transparantie te bevorderen ten aanzien van alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van de particuliere sector en organisaties van het maatschappelijk middenveld,

Geleid door de wens de levensstandaard te verhogen, economische groei en stabiliteit te bevorderen, nieuwe mogelijkheden voor werkgelegenheid te scheppen en het algemene welzijn te verbeteren door liberalisering en uitbreiding van de wederzijdse handel en investeringen,

Met het oog op de vaststelling van duidelijke en over en weer tot voordeel strekkende regels voor hun handel en investeringen en ter vermindering of afschaffing van de belemmeringen voor de wederzijdse handel en investeringen,

Vastbesloten bij te dragen aan de harmonische ontwikkeling en de uitbreiding van de wereldhandel door met deze overeenkomst handelsbelemmeringen weg te nemen en tussen hun grondgebieden nieuwe handels- of investeringsbelemmeringen die de voordelen van deze overeenkomst zouden kunnen beperken, te vermijden,

Geleid door de wens de arbeids- en milieuwetgeving alsmede het werkgelegenheids- en milieubeleid verder te ontwikkelen en te handhaven, fundamentele rechten van werknemers en een duurzame ontwikkeling te bevorderen en deze overeenkomst ten uitvoer te leggen op een wijze die strookt met deze doelstellingen, en

Voortbouwend op hun respectieve rechten en verplichtingen ingevolge de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994, hierna „WTO-Overeenkomst” genoemd, en andere multilaterale, regionale en bilaterale overeenkomsten en uitvoeringsregelingen waarbij zij partij zijn,

Zijn het volgende overeengekomen1:

HOOFDSTUK EEN. DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE DEFINITIES

Artikel 1.1. Doelstellingen

  • 1 De partijen brengen hiermee overeenkomstig deze overeenkomst een vrijhandelsgebied met betrekking tot goederen, diensten en vestiging alsmede bijbehorende regels tot stand.

  • 2 De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

    • a. de handel in goederen tussen de partijen te liberaliseren en te bevorderen, in overeenstemming met artikel XXIV van de Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel 1994, hierna „GATT 1994” genoemd;

    • b. de wederzijdse handel in diensten en investeringen door de partijen te liberaliseren, in overeenstemming met artikel V van de Algemene overeenkomst betreffende handel en diensten, hierna „GATS 1994” genoemd;

    • c. de mededinging in hun economieën te bevorderen, met name op het gebied van de economische betrekkingen tussen de partijen;

    • d. de markten voor overheidsopdrachten van de partijen op wederzijdse basis verder te liberaliseren;

    • e. intellectuele-eigendomsrechten adequaat en doeltreffend te beschermen;

    • f. bij te dragen aan de harmonische ontwikkeling en uitbreiding van de wereldhandel, door het wegnemen van handelsbelemmeringen en door een omgeving te ontwikkelen die een toename van investeringsstromen bevordert;

    • g. erkennende dat duurzame ontwikkeling een overkoepelende doelstelling is, een zodanige ontwikkeling van de internationale handel na te streven dat aan de doelstelling van duurzame ontwikkeling wordt bijgedragen, alsmede dat met deze doelstelling rekening wordt gehouden en dat zij tot uitdrukking komt op elk niveau van de handelsbetrekkingen tussen de partijen; en

    • h. buitenlandse directe investeringen aan te moedigen zonder dat, bij de toepassing en handhaving van milieu- en arbeidswetgeving van de partijen, milieunormen, arbeidsnormen of normen inzake gezondheid en veiligheid op het werk naar beneden worden bijgesteld of worden afgezwakt.

Artikel 1.2. Algemene definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

de partijen: de Europese Unie of haar lidstaten of de Europese Unie en haar lidstaten, binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zoals deze voortvloeien uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „EU” genoemd), enerzijds, en Korea anderzijds;

de kaderovereenkomst: de Kaderovereenkomst inzake handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, ondertekend te Luxemburg op 28 oktober 1996 dan wel enige overeenkomst waarbij die kaderovereenkomst wordt geactualiseerd, gewijzigd of vervangen; en onder

de douaneovereenkomst: de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Korea betreffende samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, ondertekend te Brussel op 10 april 1997.

HOOFDSTUK TWEE. NATIONALE BEHANDELING EN MARKTTOEGANG VOOR GOEDEREN

AFDELING A. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 2.1. Doel

Gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, wordt de handel in goederen door de partijen geleidelijk en wederzijds geliberaliseerd, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT 1994.

Artikel 2.2. Toepassingsgebied

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen2tussen de partijen.

Artikel 2.3. Douanerechten

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onder douanerechten verstaan alle rechten en heffingen ter zake van of in verband met de invoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende belastingen of heffingen ter zake van dergelijke invoer3. Onder douanerechten worden niet verstaan:

  • a. heffingen gelijkwaardig aan interne belastingen die overeenkomstig artikel 2.8 worden geheven ter zake van soortgelijke interne goederen of ter zake van goederen waaruit de ingevoerde goederen geheel of gedeeltelijk zijn vervaardigd of geproduceerd;

  • b. rechten die overeenkomstig hoofdstuk drie (Handelsmaatregelen) worden opgelegd ingevolge de wet- en regelgeving van een partij;

  • c. vergoedingen die worden verlangd of andere heffingen die worden opgelegd in overeenstemming met artikel 2.10, ingevolge de wet- en regelgeving van een partij; of

  • d. rechten opgelegd ingevolge de wet- en regelgeving van een partij in overeenstemming met artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw, die is opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst.

Artikel 2.4. Indeling van goederen

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de tariefnomenclatuur van elk van beide partijen, uitgelegd in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem, hierna „GS” genoemd, dat is ingesteld bij het op 14 juni 1983 te Brussel ondertekende Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen.

AFDELING B. AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN

Artikel 2.5. Afschaffing van douanerechten

  • 1 Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, schaft elk van beide partijen haar douanerechten op goederen van oorsprong uit de andere partij af, overeenkomstig haar lijst die is opgenomen in bijlage 2-A.

  • 2 Voor elk goed is het basisdouanerecht waarop ingevolge lid 1 de achtereenvolgende verlagingen worden toegepast, het recht dat in de lijsten in bijlage 2-A is vermeld.

  • 3 Indien een partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst op enig tijdstip het door haar toegepaste recht voor meest begunstigde natie (hierna „MBN” genoemd) verlaagt, dan geldt dat recht voor handel waarop deze overeenkomst van toepassing is, indien en zolang het lager is dan het overeenkomstig haar lijst in bijlage 2-A berekende recht.

  • 4 Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst treden de partijen, indien een van hen daarom verzoekt, in overleg om te bezien of douanerechten ter zake van invoer tussen hen versneld en in ruimere mate kunnen worden afgeschaft. Met een besluit van de partijen in het Handelscomité, naar aanleiding van zulk overleg, dat een douanerecht op een goed versneld en in ruimere mate wordt afgeschaft, worden douanerechten of afbouwcategorieën die voor dat goed overeenkomstig hun lijsten in bijlage 2-A zijn vastgesteld, vervangen.

Artikel 2.6. Status-quo

Tenzij in deze overeenkomst anders is bepaald, met inbegrip van hetgeen uitdrukkelijk in de in bijlage 2-A opgenomen lijst van elk van beide partijen is vermeld, mag geen van hen bestaande douanerechten verhogen of nieuwe douanerechten vaststellen op een goed van oorsprong uit de andere partij. Dit sluit niet uit dat elk van beide partijen een douanerecht na een eenzijdige verlaging mag verhogen tot het in haar lijst in bijlage 2-A vastgelegde niveau.

Artikel 2.7. Beheer en toepassing van tariefcontingenten

  • 2 Elk van beide partijen waarborgt dat:

    • a. haar procedures voor het beheer van haar tariefcontingenten transparant zijn, beschikbaar worden gesteld aan het publiek, tijdig voorhanden zijn en niet discrimineren, adeqaat op de marktomstandigheden inspelen, zo min mogelijk een last voor het handelsverkeer vormen, en rekening houden met de voorkeuren van de eindgebruikers;

    • b. iedere persoon van een partij die aan de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de partij van invoer voldoet, een aanvraag voor een tariefcontingent kan indienen en voor toewijzing hiervan door de partij in aanmerking kan komen. Tenzij de partijen bij beslissing van het Comité voor de handel in goederen anders overeenkomen, kan elke verwerker, elke detailhandelaar, elk restaurant, elk hotel, elke maaltijdverstrekker of instelling, en elke andere persoon verzoeken om en in aanmerking komen voor toewijzing van een tariefcontingent. Elke vergoeding voor diensten in verband met een verzoek om toewijzing van een tariefcontingent wordt beperkt tot de daadwerkelijke kosten van de verleende diensten;

    • c. zij, behoudens het bepaalde in aanhangsel 2-A-1 van haar lijst in bijlage 2-A, geen deel van een tariefcontingent aan een producentengroepering toewijst, de toewijzing van een tariefcontingent niet afhankelijk stelt van de aankoop van interne producten, en niet alleen verwerkers in aanmerking laat komen voor een tariefcontingent; en

    • d. zij tariefcontingenten toewijst in commercieel haalbare ladingen en zoveel mogelijk in de hoeveelheden waarom importeurs verzoeken. Tenzij met betrekking tot elk tariefcontingent en de toepasselijke tarieflijn in aanhangsel 2-A-1 van de in bijlage 2-A opgenomen lijst van een partij anders is bepaald, geldt elke toewijzing van een tariefcontingent voor elk goed of elke mix van goederen waarvoor een bepaald tariefcontingent bestaat, ongeacht de omschrijving van het betrokken goed of de indeling ervan, en wordt deze niet afhankelijk gesteld van het voorgenomen eindgebruik of de verpakkingsgrootte van het goed of de mix.

  • 3 Elk van beide partijen wijst de instanties aan die verantwoordelijk zijn voor het beheer van haar tariefcontingenten.

  • 4 Elk van beide partijen stelt alles in het werk om haar tariefcontingenten op zodanige wijze te beheren dat importeurs deze ten volle kunnen benutten.

  • 5 Geen van beide partijen mag de aanvraag voor of het gebruik van een toegewezen tariefcontingent afhankelijk stellen van de wederuitvoer van een goed.

  • 6 Indien een van de partijen daar schriftelijk om verzoekt, plegen de partijen overleg met betrekking tot het beheer door een partij van haar tariefcontingenten.

  • 7 Tenzij in aanhangsel 2-A-1 van haar in bijlage 2-A opgenomen lijst anders is bepaald, stelt elk van beide partijen de volledige, in dat aanhangsel vastgestelde hoeveelheid van het tariefcontingent beschikbaar voor aanvragers, met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst gedurende het eerste jaar en met ingang van de verjaardag van de inwerkingtreding van deze overeenkomst wat elk opvolgend jaar betreft. In de loop van elk jaar maakt de beheersinstantie van de partij van invoer binnen een redelijke termijn de benuttingspercentages en resterende hoeveelheden voor elk tariefcontingent bekend op haar daartoe aangewezen, voor het publiek toegankelijke website.

AFDELING C. NIET-TARIFAIRE MAATREGELEN

Artikel 2.8. Nationale behandeling

Elk van beide partijen behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen erop. Hiertoe worden artikel III van de GATT 1994 en de aantekeningen erop mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel 2.9. Invoer- en uitvoerbeperkingen

In overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop mag geen van beide partijen verboden of beperkingen invoeren of handhaven, tenzij het gaat om rechten, belastingen of andere heffingen, ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of van de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd. Hiertoe worden artikel XI van de GATT 1994 en de aantekeningen erop mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel 2.10. Vergoedingen en andere heffingen ter zake van de invoer

Elk van beide partijen draagt er zorg voor dat alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook (andere dan douanerechten en de items die niet onder de definitie van een douanerecht in de zin van artikel 2.3, onder a), b) en d), vallen) ter zake van of in verband met invoer worden beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten, niet op een ad-valorembasis worden berekend en geen indirecte bescherming van interne producten of een belasting op de invoer voor fiscale doeleinden vormen.

Artikel 2.11. Rechten, belastingen en andere vergoedingen en heffingen ter zake van de uitvoer

Geen van beide partijen mag rechten, belastingen of andere vergoedingen en heffingen handhaven of instellen ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen naar de andere partij; hetzelfde geldt voor interne belastingen, vergoedingen en heffingen ter zake van de uitvoer van goederen naar de andere partij die hoger zijn dan de rechten of belastingen die op soortgelijke, voor verkoop in het binnenland bestemde producten worden geheven.

Artikel 2.12. Douanewaarde

De Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van GATT 1994, die zich in bijlage IA bij de WTO-Overeenkomst bevindt, hierna „Overeenkomst inzake de douanewaarde” genoemd, wordt mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen. De voorbehouden en opties van artikel 20 en de punten 2 tot en met 4 van bijlage III bij de Overeenkomst inzake de douanewaarde zijn niet van toepassing.

Artikel 2.13. Staatshandelsondernemingen

  • 2 Indien een partij de andere partij verzoekt om inlichtingen over individuele staatshandelsondernemingen, hun activiteiten en de gevolgen daarvan voor de bilaterale handel, houdt de partij aan wie inlichtingen zijn gevraagd, rekening met de noodzaak een zo groot mogelijke transparantie te waarborgen, onverminderd artikel XVII, lid 4, onder d), van de GATT 1994 betreffende vertrouwelijke inlichtingen.

Artikel 2.14. Afschaffing van sectorspecifieke niet-tarifaire maatregelen

  • 1 De partijen komen hun verbintenissen na ten aanzien van sectorspecifieke niet-tarifaire maatregelen met betrekking tot goederen overeenkomstig de bijlagen 2-B tot en met 2-E.

  • 2 Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst treden de partijen, indien een van hen daarom verzoekt, in overleg om te bezien of hun verbintenissen met betrekking tot sectorspecifieke niet-tarifaire maatregelen ten aanzien van goederen kunnen worden uitgebreid.

AFDELING D. SPECIFIEKE UITZONDERINGEN MET BETREKKING TOT GOEDEREN

Artikel 2.15. Algemene uitzonderingen

  • 1 De partijen bevestigen dat hun bestaande rechten en verplichtingen ingevolge artikel XX van de GATT 1994 en de aantekeningen erop, die in deze overeenkomst zijn opgenomen, van overeenkomstige toepassing zijn op de onder deze overeenkomst vallende handel in goederen.

  • 2 De partijen komen overeen dat alvorens een onder i) en j) van artikel XX van de GATT 1994 bedoelde maatregel te nemen, de partij die voornemens is maatregelen te nemen de andere partij alle relevante informatie verstrekt, teneinde een oplossing te zoeken die voor beide partijen aanvaardbaar is. De partijen kunnen besluiten tot elke maatregel die aan de moeilijkheden een einde maakt. Indien binnen 30 dagen na het verstrekken van dergelijke informatie geen overeenstemming is bereikt, kan de partij krachtens dit artikel ten aanzien van het betrokken goed maatregelen toepassen. Wanneer door uitzonderlijke, kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk de voorzorgsmaatregelen nemen die nodig zijn om de situatie aan te pakken, en stelt zij de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis.

AFDELING E. INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel 2.16. Comité voor de handel in goederen

  • 1 Het Comité voor de handel in goederen dat is opgericht krachtens lid 1 van artikel 15.2 (Gespecialiseerde comités), komt bijeen indien een partij of het Handelscomité hierom verzoekt, teneinde alle aangelegenheden te behandelen waarop dit hoofdstuk van toepassing is, en bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen.

  • 2 Het Comité heeft onder meer de volgende taken:

    • a. bevorderen van de handel in goederen tussen de partijen, met inbegrip van overleg over versnelde en verdergaande rechtenafschaffing, over verdergaande verbintenissen met betrekking tot niet-tarifaire maatregelen ingevolge deze overeenkomst, alsmede, in voorkomend geval, over andere kwesties; en

    • b. tarifaire en niet-tarifaire maatregelen ten aanzien van de handel in goederen tussen de partijen treffen en, in voorkomend geval, zulke aangelegenheden voorleggen aan het Handelscomité, opdat dit zich hierover buigt,

    voor zover deze taken niet zijn opgelegd aan de desbetreffende, krachtens lid 1 van artikel 15.3 opgerichte werkgroepen, hierna „werkgroepen” genoemd.

Artikel 2.17. Bijzondere bepalingen inzake administratieve samenwerking

  • 1 De partijen zijn het erover eens dat administratieve samenwerking van essentieel belang is voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferentiële tariefbehandeling die op grond van dit hoofdstuk wordt verleend, en zij benadrukken dat zij gebonden zijn om onregelmatigheden en fraude op het gebied van douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden.

  • 2 Indien een partij op grond van objectieve informatie tot de bevinding is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude hebben voorgedaan, komt, indien die partij daarom verzoekt, het Douanecomité binnen 20 dagen nadat een dergelijk verzoek is gedaan bijeen teneinde met spoed een oplossing voor de situatie te vinden. Het overleg in het kader van het Douanecomité wordt geacht dezelfde functie te hebben als overleg op grond van artikel 14.3 (Overleg).

HOOFDSTUK DRIE. HANDELSMAATREGELEN

AFDELING A. BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel 3.1. Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen

  • 1 Indien, wegens de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst, goederen van oorsprong uit een partij naar het grondgebied van een andere partij in dermate toegenomen hoeveelheden, in absolute zin of in verhouding tot de interne productie, en onder zodanige voorwaarden worden ingevoerd dat de interne industrie die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt, ernstige schade lijdt of dreigt te lijden, kan de partij van invoer in overeenstemming met de in deze afdeling vervatte voorwaarden en procedures maatregelen vaststellen als bedoeld in lid 2.

  • 2 De partij van invoer kan een bilaterale vrijwaringsmaatregel treffen tot:

    • a. opschorting van de in deze overeenkomst voorziene verdere verlaging van het douanerecht ter zake van het betrokken goed; of

    • b. verhoging van het douanerecht ter zake van het goed tot een niveau dat niet hoger ligt dan het laagste van de volgende rechten:

      • i. het ter zake van het goed toegepaste meestbegunstigingsrecht dat van kracht is op het tijdstip waarop de maatregel wordt getroffen; of

      • ii. het basisdouanerecht dat overeenkomstig lid 2 van artikel 2.5 (Afschaffing van douanerechten) is vastgelegd in de lijsten in bijlage 2-A (Afschaffing van douanerechten).

Artikel 3.2. Voorwaarden en beperkingen

  • 1 Een partij stelt de andere partij schriftelijk in kennis van de opening van een onderzoek als omschreven in lid 2, en overlegt met haar zo vroeg mogelijk vóór de toepassing van een bilaterale vrijwaringsmaatregel, teneinde de informatie die uit het onderzoek naar voren komt, te toetsen en standpunten over de maatregel uit te wisselen.

  • 4 Elk van beide partijen waarborgt dat haar bevoegde autoriteiten dit onderzoek afsluiten binnen een jaar na de datum waarop het is geopend.

  • 5 De partijen mogen een bilaterale vrijwaringsmaatregel slechts toepassen met inachtneming van de volgende beperkingen:

    • a. de maatregel mag enkel worden toegepast voor zover en zo lang zij noodzakelijk is om ernstige schade te voorkomen of te herstellen en om aanpassing te vergemakkelijken;

    • b. de maatregel mag niet langer dan twee jaar worden toegepast, maar deze periode kan met maximaal twee jaar worden verlengd indien de bevoegde autoriteiten van de partij van invoer overeenkomstig de in dit artikel gespecificeerde procedures vaststellen dat de maatregel noodzakelijk blijft om ernstige schade te voorkomen of te herstellen en aanpassing te vergemakkelijken, en er bewijs is dat de industrie zich aanpast, waarbij de totale toepassingsperiode van een vrijwaringsmaatregel, met inbegrip van de initiële toepassingsperiode en elke verlenging daarvan, niet langer mag zijn dan vier jaar; en

    • c. na afloop van de overgangsperiode mag de maatregel enkel met instemming van de andere partij worden toegepast.

  • 6 Wanneer een partij een bilaterale vrijwaringsmaatregel niet langer toepast, is het douanerecht het recht dat overeenkomstig de lijst van die partij in bijlage 2-A (Afschaffing van douanerechten) bij ontbreken van de maatregel van kracht zou zijn geweest.

Artikel 3.3. Voorlopige maatregelen

In kritieke omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken, mag een partij een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel toepassen nadat voorlopig is vastgesteld dat er duidelijke bewijzen zijn voor een toename van de invoer van een goed van oorsprong uit de andere partij als gevolg van de verlaging of afschaffing van een douanerecht ingevolge deze overeenkomst, en dat dergelijke invoer ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de interne industrie. De duur van een voorlopige maatregel mag niet meer bedragen dan 200 dagen, gedurende welke periode de partij aan de voorschriften van artikel 3.2, leden 2 en 3, moet voldoen. De partij betaalt tariefverhogingen onverwijld terug indien het in artikel 3.2, lid 2, omschreven onderzoek niet uitwijst dat de voorwaarden van artikel 3.1 zijn vervuld. De duur van een voorlopige maatregel wordt gerekend als een deel van de in artikel 3.2, lid 5, onder b), vastgelegde periode.

Artikel 3.4. Compensatie

  • 1 Een partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel toepast, treedt in overleg met de andere partij, teneinde overeenstemming te bereiken over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel die de vorm heeft van concessies met in wezen gelijkwaardige gevolgen voor de handel of die gelijkwaardig is aan de bijkomende rechten die de vrijwaringsmaatregel naar verwachting met zich zal brengen. De partij biedt uiterlijk 30 dagen na de toepassing van de bilaterale vrijwaringsmaatregel gelegenheid voor dergelijk overleg.

  • 2 Indien het overleg als bedoeld in lid 1 niet binnen 30 dagen na aanvang ervan leidt tot overeenstemming over een passende compensatie in het kader van de liberalisering van de handel, mag de partij wiens goederen voorwerp van de vrijwaringsmaatregel zijn, de toepassing opschorten van in wezen gelijkwaardige concessies aan de partij die de vrijwaringsmaatregel toepast.

  • 3 Het in lid 2 bedoelde opschortingsrecht wordt niet uitgeoefend in de eerste 24 maanden waarin een bilaterale vrijwaringsmaatregel van kracht is, mits de vrijwaringsmaatregel in overeenstemming is met deze overeenkomst.

Artikel 3.5. Definities

Voor de toepassing van deze afdeling:

hebben ernstige schade en dreiging van ernstige schade dezelfde betekenis als in artikel 4, lid 1, onder a) en b), van de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Hiertoe worden de punten a) en b) van artikel 4, lid 1, mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen; en

wordt onder overgangsperiode verstaan een periode met betrekking tot een goed vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst tot 10 jaar na de datum waarop de tariefverlaging of -afschaffing voor het betrokken goed is voltooid.

AFDELING B. LANDBOUWVRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel 3.6. Landbouwvrijwaringsmaatregelen

  • 1 Een maatregel in de vorm van een hoger invoerrecht op een landbouwproduct van oorsprong dat in de in bijlage 3 opgenomen lijst van een partij wordt vermeld, kan door die partij in overeenstemming met de leden 2 tot en met 8 worden toegepast, indien het totale invoervolume voor dat product in een jaar een drempelvolume als vastgelegd in haar lijst in bijlage 3 overstijgt.

  • 2 Het in lid 1 bedoelde recht is niet hoger dan het laagste van de volgende tarieven: het gebruikelijke meestbegunstigingstarief, het meestbegunstigingstarief dat van kracht is op de datum die direct aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst voorafgaat, of het tarief dat in de lijst van een partij in bijlage 3 is vermeld.

  • 3 De rechten die elk van beide partijen ingevolge lid 1 toepast, worden vastgesteld overeenkomstig de lijsten van elk van beide partijen in bijlage 3.

  • 5 Een partij legt landbouwvrijwaringsmaatregelen op een transparante wijze ten uitvoer. Binnen 60 dagen na het opleggen van een landbouwvrijwaringsmaatregel stelt de partij die de maatregel toepast, de andere partij daarvan schriftelijk in kennis en verstrekt zij haar relevante data aangaande de maatregel. Indien de partij van uitvoer hier schriftelijk om verzoekt, plegen de partijen overleg over de toepassing van de maatregel.

  • 6 De tenuitvoerlegging en de werking van dit artikel kunnen binnen het in artikel 2.16 (Comité voor de handel in goederen) bedoelde Comité voor de handel in goederen voorwerp van discussie en onderzoek zijn.

  • 7 Geen van beide partijen mag een landbouwvrijwaringsmaatregel ten aanzien van een landbouwproduct van oorsprong toepassen of handhaven indien:

    • a. de periode die is omschreven in de landbouwvrijwaringsbepalingen van haar in bijlage 3 opgenomen lijst, is verstreken; of

    • b. de maatregel het contingentrecht verhoogt ter zake van een product waarvoor een tariefcontingent geldt als vermeld in aanhangsel 2-A-1 van haar in bijlage 2-A opgenomen lijst (Afschaffing van douanerechten).

  • 8 Leveranties van de betrokken producten die onderweg waren op grond van een contract dat is afgesloten voordat het aanvullende recht op grond van de leden 1 tot en met 4 is ingevoerd, worden van dat recht vrijgesteld, met dien verstande dat die leveranties met het oog op toepassing van de bepalingen van lid 1 in het volgende jaar mogen worden gerekend tot het invoervolume van de betrokken producten in dat jaar.

AFDELING C. ALGEMENE VRIJWARINGSMAATREGELEN

Artikel 3.7. Algemene vrijwaringsmaatregelen

  • 1 Elk van beide partijen behoudt haar rechten en verplichtingen ingevolge artikel XIX van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen. Tenzij in het onderhavige artikel anders is bepaald, verleent de onderhavige overeenkomst de partijen geen aanvullende rechten en legt hen geen aanvullende verplichtingen op met betrekking tot maatregelen getroffen op grond van artikel XIX van de GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.

  • 2 De partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te treffen, geeft op verzoek van de andere partij en op voorwaarde dat deze daar aanmerkelijk belang bij heeft, onmiddellijk ad hoc schriftelijk kennis van alle relevante informatie over de opening van een vrijwaringsonderzoek, alsmede van de voorlopige en de definitieve resultaten van dat onderzoek.

  • 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt een partij geacht aanmerkelijk belang te hebben wanneer zij, uitgedrukt in absoluut volume of waarde, in de meest recente periode van drie jaar tot de vijf grootste leveranciers van het ingevoerde goed behoorde.

  • 4 Geen van beide partijen mag met betrekking tot hetzelfde goed tegelijkertijd:

  • 5 Geen van beide partijen kan voor geschillen die in het kader van deze afdeling ontstaan, een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen).

AFDELING D. ANTIDUMPINGRECHTEN EN COMPENSERENDE RECHTEN

Artikel 3.8. Algemene bepalingen

  • 2 De partijen komen overeen dat bij gebruikmaking van antidumpingrechten en compenserende rechten de relevante WTO-voorschriften volledig moeten worden gerespecteerd en dat die rechten op een eerlijk en doorzichtig systeem moeten worden gebaseerd ten aanzien van procedures die van invloed zijn op goederen van oorsprong uit de andere partij. Hiertoe waarborgen de partijen dat onmiddellijk nadat voorlopige maatregelen zijn ingesteld en in elk geval vóór de uiteindelijke vaststelling ervan, de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de beslissing tot toepassing van maatregelen ten grondslag liggen, volledig en duidelijk worden meegedeeld, onverminderd artikel 6.5 van de Antidumpingovereenkomst en artikel 12.4 van de SCM-Overeenkomst. Informatie moet schriftelijk worden verstrekt, en er moet belanghebbenden voldoende tijd worden gelaten om hun opmerkingen in te dienen.

  • 3 Teneinde de grootst mogelijke doelmatigheid bij antidumping- of antisubsidieonderzoeken te waarborgen, en in het bijzonder gelet op een adequaat recht van verweer, aanvaarden de partijen het gebruik van de Engelse taal voor documenten die in het kader van antidumping- of antisubsidieonderzoeken in het dossier worden opgenomen. Niets in dit lid belet Korea te verzoeken om een in het Koreaans geschreven verduidelijking, indien:

    • a. de betekenis van de in het dossier opgenomen documenten door Korea's onderzoeksautoriteiten niet voldoende duidelijk wordt geacht voor het antidumping- of antisubsidieonderzoek; en

    • b. het verzoek strikt beperkt is tot het deel dat niet voldoende duidelijk is voor het antidumping- of antisubsidieonderzoek.

  • 4 Belanghebbenden krijgen, mits zulks het onderzoek niet onnodig vertraagt, de gelegenheid te worden gehoord opdat zij gedurende het antidumping- of antisubsidieonderzoek hun standpunt kenbaar kunnen maken.

Artikel 3.9. Kennisgeving

  • 1 Nadat de bevoegde autoriteiten van een partij een naar behoren gestaafd verzoek tot instelling van antidumpingmaatregelen ter zake van invoer uit de andere partij hebben ontvangen, stelt die partij uiterlijk 15 dagen voor opening van een onderzoek de andere partij er schriftelijk van in kennis dat zij het verzoek heeft ontvangen.

  • 2 Na ontvangst door de bevoegde autoriteiten van een partij van een naar behoren gestaafd verzoek tot instelling van compenserende maatregelen ter zake van invoer uit de andere partij, en alvorens een onderzoek te openen, stelt die partij de andere partij er schriftelijk van in kennis dat zij het verzoek heeft ontvangen, en biedt zij de andere partij gelegenheid haar bevoegde autoriteiten voor overleg over het verzoek te ontmoeten.

Artikel 3.10. Algemene belangen

De partijen trachten rekening te houden met de algemene belangen alvorens antidumping- of compenserende maatregelen in te stellen.

Artikel 3.11. Onderzoek na beëindiging van een maatregel naar aanleiding van een nieuw onderzoek

De partijen komen overeen om elk verzoek tot opening van een antidumpingonderzoek met betrekking tot een goed van oorsprong uit de andere partij ten aanzien waarvan antidumpingmaatregelen in de voorafgaande 12 maanden naar aanleiding van een nieuw onderzoek zijn beëindigd, met bijzondere aandacht te onderzoeken. Tenzij hierbij blijkt dat de omstandigheden zijn gewijzigd, vindt het antidumpingonderzoek niet plaats.

Artikel 3.12. Cumulatieve beoordeling

Indien invoer uit meer dan één land gelijktijdig voorwerp is van een antidumping- of antisubsidieonderzoek, gaat een partij bijzonder zorgvuldig na of het in het licht van de concurrentievoorwaarden tussen de ingevoerde goederen en die tussen de ingevoerde en de soortgelijke interne goederen passend is, de gevolgen van de invoer van de andere partij cumulatief te beoordelen.

Artikel 3.13. De-minimisnorm voor nieuw onderzoek

  • 2 Indien individuele marges worden vastgesteld overeenkomstig artikel 9.5 van de Antidumpingovereenkomst, wordt geen recht opgelegd aan de exporteurs of producenten in de partij van uitvoer voor wie op basis van de representatieve exportverkoop wordt vastgesteld dat de dumpingmarge lager is dan de de-minimisdrempel die is vastgelegd in artikel 5.8 van de Antidumpingovereenkomst.

Artikel 3.14. Regel van het laagste recht

Indien een partij besluit om een antidumping- of compenserend recht in te stellen, overschrijdt het bedrag van dit recht niet de dumping- of subsidiemarge, en is het lager dan die marge wanneer door een lager recht de schade voor de interne industrie kan worden opgeheven.

Artikel 3.15. Beslechting van geschillen

Geen van beide partijen kan voor geschillen die in het kader van deze afdeling ontstaan, een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen).

AFDELING E. INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel 3.16. Werkgroep samenwerking bij handelsmaatregelen

  • 1 De Werkgroep samenwerking bij handelsmaatregelen, die is opgericht krachtens lid 1 van artikel 15.3 (Werkgroepen), is een forum voor dialoog over samenwerking bij handelsmaatregelen.

  • 2 De werkgroep heeft tot taak:

    • a. de kennis van een partij over en diens inzicht in de wet- en regelgeving inzake handelsmaatregelen, het handelsbeleid en de handelspraktijken van de andere partij te vergroten;

    • b. toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van het bepaalde in dit hoofdstuk;

    • c. de samenwerking te verbeteren tussen de voor aangelegenheden betreffende handelsmaatregelen verantwoordelijke autoriteiten van de partijen;

    • d. de partijen een forum te bieden voor de uitwisseling van informatie over kwesties die verband houden met antidumpingmaatregelen, subsidies en compenserende maatregelen alsmede vrijwaringsmaatregelen;

    • e. de partijen een forum te bieden voor het bespreken van andere relevante onderwerpen van wederzijds belang, waaronder:

      • i. internationale kwesties die verband houden met handelsmaatregelen, met inbegrip van kwesties die verband houden met de onderhandelingen over WTO-regels in het kader van de Doha-ronde; en

      • ii. praktijken van de bevoegde autoriteiten van de partijen met betrekking tot antidumping- en antisubsidieonderzoeken zoals het hanteren van „beschikbare feiten” en verificatieprocedures; en

    • f. samen te werken bij andere aangelegenheden ten aanzien waarvan de partijen het eens zijn dat zij samenwerking behoeven.

  • 3 De werkgroep komt normaalgesproken jaarlijks bijeen en, indien noodzakelijk, kunnen op verzoek van een van de partijen aanvullende vergaderingen worden georganiseerd.

HOOFDSTUK VIER. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN

Artikel 4.1. Bevestiging van de TBT-Overeenkomst

De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, hierna „TBT-Overeenkomst” genoemd, die zich bevindt in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst en mutatis mutandis in deze overeenkomst is opgenomen.

Artikel 4.2. Toepassingsgebied en definities

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op het opstellen, het aannemen en de toepassing van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures zoals omschreven in de TBT-Overeenkomst, die de handel in goederen tussen de partijen kunnen beïnvloeden.

Artikel 4.3. Samenwerking

  • 1 De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectieve systemen te verbeteren en de toegang tot hun respectieve markten te vergemakkelijken. Hiertoe kunnen zij zowel op horizontaal als op sectorniveau dialogen over regelgeving tot stand brengen.

  • 2 Bij hun bilaterale samenwerking streven de partijen ernaar om handelsbevorderende initiatieven in kaart te brengen, te ontwikkelen en te bevorderen die met name, doch niet uitsluitend, het volgende kunnen inhouden:

    • a. versterking van de samenwerking op regelgevingsgebied door, bijvoorbeeld, de uitwisseling van informatie, ervaringen en gegevens alsmede door wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de kwaliteit en het niveau van hun technische voorschriften te verbeteren en beter gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;

    • b. vereenvoudiging, in voorkomend geval, van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

    • c. wanneer de partijen het hier over eens zijn in voorkomend geval, bijvoorbeeld wanneer er geen internationale norm bestaat, vermijden van onnodig uiteenlopende benaderingen van voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, en ernaar streven dat technische vereisten kunnen convergeren of op elkaar kunnen worden afgestemd; en

    • d. bevordering en aanmoediging van bilaterale samenwerking tussen hun respectieve openbare of particuliere instellingen voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditatie.

  • 3 Indien een partij voorstellen doet voor samenwerking in het kader van dit hoofdstuk, zal de andere partij deze desgevraagd naar behoren in overweging nemen.

Artikel 4.4. Technische voorschriften

  • 1 De partijen komen overeen dat zij optimaal gebruik maken van goede regelgevingspraktijken als bedoeld in de TBT-Overeenkomst. De partijen komen met name overeen:

    • a. hun transparantieverplichtingen als aangegeven in de TBT-Overeenkomst na te komen;

    • b. relevante internationale normen te gebruiken als basis voor technische voorschriften, met inbegrip van conformiteitsbeoordelingsprocedures, tenzij dergelijke internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de nagestreefde legitieme doelstellingen, en indien internationale normen niet als basis zijn gebruikt, aan de andere partij desgevraagd uit te leggen waarom dergelijke normen ondoelmatig of ongeschikt voor het nagestreefde doel zijn geacht;

    • c. indien een partij een technisch voorschrift heeft vastgesteld of voornemens is vast te stellen, aan de andere partij desgevraagd beschikbare informatie over het doel, de rechtsgrondslag en de grondgedachte van het technische voorschrift te verstrekken;

    • d. mechanismen vast te stellen voor het verstrekken van betere informatie over technische voorschriften (onder meer via een openbare website) aan de martkdeelnemers uit de andere partij, en in het bijzonder schriftelijke informatie te verstrekken alsmede, in voorkomend geval en voor zover beschikbaar, desgevraagd onverwijld aan de andere partij of de marktdeelnemers uit die partij schriftelijke aanwijzingen te verstrekken over de wijze waarop aan hun technische voorschriften kan worden voldaan;

    • e. naar behoren rekening te houden met de standpunten van de andere partij indien een onderdeel van het proces voor de ontwikkeling van een technisch voorschrift aan een openbare raadpleging is onderworpen, en op de opmerkingen van de andere partij desgevraagd schriftelijk te antwoorden;

    • f. indien overeenkomstig de TBT-Overeenkomst kennisgevingen worden gedaan, te voorzien in een periode van ten minste 60 dagen na de kennisgeving, gedurende welke de andere partij schriftelijke opmerkingen over het voorstel kan indienen; en

    • g. aan marktdeelnemers uit de andere partij tussen de bekendmaking van technische voorschriften en de inwerkingtreding ervan voldoende tijd voor aanpassing te laten, tenzij er zich dringende problemen inzake veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid voordoen of dreigen voor te doen, en, voor zover mogelijk, redelijke verzoeken tot verlenging van de termijn waarbinnen opmerkingen kunnen worden gemaakt, in overweging te nemen.

  • 2 Elk van beide partijen waarborgt dat marktdeelenemers en andere belanghebbenden uit de andere partij aan elke formele openbare raadpleging inzake de ontwikkeling van technische voorschriften kunnen deelnemen, op voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan die welke voor haar eigen natuurlijke of rechtspersonen gelden.

  • 3 Elk van beide partijen streeft ernaar om technische voorschriften op haar gehele grondgebied op eenvormige wijze en consequent toe te passen. Indien Korea de EU in kennis stelt van een handelskwestie die lijkt voort te vloeien uit afwijkingen tussen de wet- en regelgevingen van de lidstaten van de Europese Unie, die Korea niet verenigbaar met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie acht, zal de EU alles in het werk stellen om tijdig aandacht aan deze kwestie te besteden.

Artikel 4.5. Normen

  • 1 De partijen herbevestigen dat zij ingevolge artikel 4.1 van de TBT-Overeenkomst dienen te waarborgen dat hun normalisatie-instellingen de in bijlage 3 bij de TBT-Overeenkomst opgenomen praktijkrichtlijn voor het opstellen, het aannemen en de toepassing van normen aanvaarden en naleven, en zij slaan tevens acht op de beginselen die sinds 1 januari 1995 zijn uiteengezet in de Besluiten en aanbevelingen van de WTO-Commissie technische handelsbelemmeringen, G/TBT/1/rev. 8, van 23 mei 2002, Afdeling IX (Besluit van de Commissie inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 en bijlage 3 [bij] de overeenkomst).

  • 2 De partijen verbinden zich ertoe informatie uit te wisselen over:

    • a. hun gebruik van normen in samenhang met technische voorschriften;

    • b. hun normalisatieprocessen, en in hoeverre zij internationale normen als basis voor hun nationale en regionale normen gebruiken; en

    • c. samenwerkingsovereenkomsten die door een van de partijen in het kader van normalisatie ten uitvoer worden gelegd, bijvoorbeeld wisselen zij informatie uit over normalisatiekwesties in het kader van vrijhandelsovereenkomsten met derden.

Artikel 4.6. Conformiteitsbeoordeling en accreditatie

  • 1 De partijen erkennen dat er een brede verscheidenheid aan mechanismen bestaat die ervoor zorgen dat de resultaten van de op het grondgebied van de andere partij verrichte conformiteitsbeoordelingen gemakkelijker worden aanvaard, waaronder:

    • a. overeenkomsten betreffende wederzijdse aanvaarding van de resultaten van conformiteitsbeoordelingen die specifieke technische voorschriften betreffen en door op het grondgebied van de andere partij gevestigde instanties zijn verricht;

    • b. accreditatieprocedures voor het toelaten van conformiteitsbeoordelingsinstanties die op het grondgebied van de andere partij zijn gevestigd;

    • c. aanwijzing van overheidswege van op het grondgebied van de andere partij gevestigde conformiteitsbeoordelingsinstanties;

    • d. erkenning door een partij van de resultaten van op het grondgebied van de andere partij verrichte conformiteitsbeoordelingen;

    • e. vrijwillige regelingen tussen conformiteitsbeoordelingsinstanties op het grondgebied van elk van beide partijen; en

    • f. aanvaarding, door de partij van invoer, van een conformiteitsverklaring van een leverancier.

  • 2 Gelet op met name deze aspecten verbinden de partijen zich ertoe:

    • a. hun uitwisseling van informatie over deze en soortgelijke mechanismen te intensiveren, teneinde de aanvaarding van de resultaten van conformiteitsbeoordelingen te vergemakkelijken;

    • b. informatie over conformiteitsbeoordelingsprocedures uit te wisselen, met name over de criteria die worden gehanteerd om voor specifieke producten passende conformiteitsbeoordelingsprocedures te kiezen;

    • c. informatie uit te wisselen over het accreditatiebeleid, en te beoordelen hoe optimaal gebruik kan worden gemaakt van internationale accreditatienormen en van internationale overeenkomsten waarbij de accreditatie-instellingen van de partijen betrokken zijn, bijvoorbeeld met behulp van de mechanismen van de International Laboratory Accreditation Co-operation en het International Accreditation Forum; en

    • d. overeenkomstig artikel 5.1.2 van de TBT-Overeenkomst conformiteitsbeoordelingsprocedures te verlangen die niet strikter zijn dan noodzakelijk is.

  • 3 Principes en procedures die in verband met de ontwikkeling en de vaststelling van technische voorschriften in artikel 4.4 zijn neergelegd om onnodige handelsbelemmeringen te vermijden en transparantie en non-discriminatie te waarborgen, zijn tevens op verplichte conformiteitsbeoordelingsprocedures van toepassing.

Artikel 4.7. Markttoezicht

De partijen wisselen van gedachten over markttoezicht en handhavend optreden.

Artikel 4.8. Vergoedingen voor conformiteitsbeoordeling

De partijen herbevestigen dat zij ingevolge artikel 5.2.5 van de TBT-Overeenkomst erop moeten toezien dat vergoedingen voor de verplichte conformiteitsbeoordeling van ingevoerde producten billijk zijn in vergelijking met de vergoedingen die voor de conformiteitsbeoordeling van soortgelijke producten van nationale oorsprong of van producten van oorsprong uit andere landen worden gevraagd, met inachtneming van de kosten van communicatie, vervoer en andere kosten die het gevolg zijn van het feit dat de bedrijfsruimten van de aanvrager en die van de conformiteitsbeoordelingsinstantie op verschillende plaatsen zijn gevestigd, en zij verbinden zich ertoe, dit beginsel op de door dit hoofdstuk bestreken gebieden toe te passen.

Artikel 4.9. Merktekens en etikettering

  • 1 De partijen nemen nota van punt 1 van bijlage 1 bij de TBT-Overeenkomst, waarin is vermeld dat een technisch voorschrift geheel of ten dele betrekking kan hebben op merktekens of etikettering, en zij zijn het erover eens dat voor zover hun technische voorschriften voorzien in verplichte merktekens of etikettering, zij de beginselen van artikel 2.2 van de TBT-Overeenkomst zullen eerbiedigen dat technische voorschriften niet worden opgesteld met het doel onnodige belemmeringen voor de internationale handel te creëren en dat zij evenmin tot het ontstaan van dergelijke belemmeringen mogen leiden, en dat die voorschriften niet meer beperkingen voor het handelsverkeer mogen inhouden dan nodig is om een legitiem doel te bereiken.

  • 2 Met name komen de partijen overeen dat wanneer een partij merktekens of etikettering van producten verplicht stelt:

    • a. deze partij ernaar zal streven om haar vereisten voor merktekens of etikettering tot een minimum te beperken, tenzij het gaat om merktekens of etikettering die voor consumenten of gebruikers van belang zijn. Indien etikettering voor andere, bijvoorbeeld fiscale doeleinden wordt vereist, wordt een dergelijk vereiste zodanig geformuleerd dat het de handel niet meer beperkt dan nodig is om een legitiem doel te bereiken;

    • b. deze partij de vorm van de etiketten of de merktekens mag specificeren, maar in dit verband geen voorafgaande goedkeuring, registratie of certificering mag verlangen. Deze bepaling doet niet af aan het recht van de partij om voorafgaande goedkeuring te verlangen voor de specifieke informatie die in het licht van het geldende interne voorschrift op het etiket of het merkteken moet worden vermeld;

    • c. deze partij, indien zij verlangt dat marktdeelnemers een uniek identificatienummer gebruiken, zo een nummer onverwijld en op niet-discriminerende grondslag aan de marktdeelnemers van de andere partij toekent;

    • d. het deze partij vrij blijft staan om te verlangen dat de informatie op de merktekens of etiketten in een bepaalde taal wordt gesteld. Wanneer de partijen een internationaal nomenclatuursysteem hebben aanvaard, mag ook dit worden gebruikt. Het gelijktijdige gebruik van andere talen wordt niet verboden, op voorwaarde dat de informatie in de andere talen identiek aan die in de bepaalde taal is, of de informatie in de bijkomende taal niet misleidend is ten aanzien van het product; en

    • e. deze partij ernaar streeft om, wanneer zij meent dat legitieme doelstellingen van de TBT-Overeenkomst hierdoor niet in gevaar komen, niet-permanente of verwijderbare etiketten dan wel merktekens of etiketten in de begeleidende documentatie in plaats van op of aan het product zelf of aan het product verbonden te aanvaarden.

Artikel 4.10. Coördinatiemechanisme

  • 1 De partijen komen overeen TBT-coördinatoren te benoemen en de andere partij naar behoren in kennis te stellen van eventuele wijzigingen terzake. De TBT-coördinatoren werken nauw samen om de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk en samenwerking tussen de partijen bij alle aangelegenheden die met dit hoofdstuk verband houden, te vergemakkelijken.

  • 2 De coördinator heeft onder meer tot taak:

    • a. toezicht te houden op de tenuitvoerlegging en het beheer van dit hoofdstuk, waarbij hij onverwijld een onderzoek instelt wanneer door een van de partijen een kwestie wordt voorgelegd in verband met het ontwikkelen, het vaststellen, de toepassing of de handhaving van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, en op verzoek van een van beide partijen overleg pleegt over kwesties die met dit hoofdstuk verband houden;

    • b. nauwer samen te werken bij de ontwikkeling en verbetering van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

    • c. overeenkomstig artikel 4.3 er in voorkomend geval voor zorg te dragen dat dialogen over regelgeving tot stand komen;

    • d. ervoor te zorgen dat werkgroepen worden opgericht die met niet in overheidsdienst zijnde deskundigen en met belanghebbenden kunnen overleggen of waarvan dezen deel kunnen uitmaken, al naar gelang dat door beide partijen onderling is overeengekomen;

    • e. informatie uit te wisselen over ontwikkelingen in niet-gouvernementele, regionale en multilaterale fora die verband houden met normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures; en

    • f. dit hoofdstuk in het licht van met de TBT-Overeenkomst verband houdende ontwikkelingen te toetsen.

  • 3 De coördinatoren communiceren met elkaar via een overeengekomen, voor het doelmatig en daadwerkelijk vervullen van hun taken geëigende methode.

HOOFDSTUK VIJF. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN

Artikel 5.1. Doel

  • 1 Het doel van dit hoofdstuk is om de negatieve gevolgen van sanitaire en fytosanitaire maatregelen voor de handel te beperken en tegelijkertijd het leven of de gezondheid van mens, dier of plant op de grondgebieden van de partijen te beschermen.

  • 2 Voorts heeft dit hoofdstuk tot doel de samenwerking tussen de partijen op het gebied van vraagstukken van dierenwelzijn te versterken, waarbij acht wordt geslagen op diverse factoren, zoals de voorwaarden waaronder op het grondgebied van de partijen veehouderij kan worden bedreven.

Artikel 5.2. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle sanitaire en fytosanitaire maatregelen van een partij die de handel tussen de partijen al dan niet rechtstreeks kunnen beïnvloeden.

Artikel 5.3. Definitie

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder sanitaire of fytosanitaire maatregel verstaan een maatregel als omschreven in punt 1 van bijlage A bij de SPS-Overeenkomst.

Artikel 5.4. Rechten en verplichtingen

De partijen bevestigen hun bestaande rechten en verplichtingen ingevolge de SPS-overeenkomst.

Artikel 5.5. Transparantie en uitwisseling van informatie

De partijen:

  • a. streven doorzichtigheid na op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die op de handel van toepassing zijn;

  • b. verbeteren het wederzijdse begrip van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen van elk van beide partijen en de toepassing ervan;

  • c. wisselen informatie uit over aangelegenheden die verband houden met de ontwikkeling en de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen die de handel tussen de partijen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, opdat de negatieve gevolgen ervan voor de handel zoveel mogelijk worden beperkt; en

  • d. delen op verzoek van een partij de op de invoer van specifieke producten toepasselijke voorschriften mede.

Artikel 5.6. Internationale normen

De partijen:

  • a. werken op verzoek van een partij samen voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke benadering van de toepassing van internationale normen op gebieden die de handel tussen hen beïnvloeden of kunnen beïnvloeden, teneinde de negatieve gevolgen op de handel tussen hen zoveel mogelijk te beperken; en

  • b. werken samen aan de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen.

Artikel 5.7. Invoervereisten

  • 1 De algemene invoervereisten van een partij gelden voor het gehele grondgebied van de andere partij.

  • 2 De partij van invoer mag jegens de gehele of een deel van de partij van uitvoer specifieke invoervereisten opleggen op basis van de vaststelling van de dier- of plantgezondheidsstatus in de partij van uitvoer of een deel daarvan, overeenkomstig de richtsnoeren en normen van de SPS-Overeenkomst, de Codex Alimentarius Commissie, de Wereldorganisatie voor diergezondheid en het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten.

Artikel 5.8. Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren

  • 1 De partijen aanvaarden het concept van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen overeenkomstig de normen van de SPS-Overeenkomst, de Wereldorganisatie voor diergezondheid alsmede het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten, en voeren een passende procedure in ter erkenning van die gebieden, waarbij met relevante internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen rekening wordt gehouden.

  • 2 Bij de vaststelling van die gebieden wordt rekening gehouden met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologisch toezicht en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden.

  • 3 Voor vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen, brengen de partijen een nauwe samenwerking tot stand om vertrouwen in de door elk van beide partijen voor die vaststelling gevolgde procedures te verkrijgen. Zij streven ernaar dit opbouwen van vertrouwen binnen ongeveer twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te voltooien. De succesvolle voltooiing van de vertrouwen opbouwende samenwerking wordt door het in artikel 5.10 bedoelde Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen bevestigd.

  • 4 Bij de vaststelling van de desbetreffende gebieden baseert de partij van invoer haar eigen vaststelling van de veterinaire of plantgezondheidsstatus van de partij van uitvoer of gedeelten daarvan in beginsel op de door de partij van uitvoer overeenkomstig de normen van de SPS-Overeenkomst, de Wereldorganisatie voor diergezondheid en het Internationaal Verdrag voor de Bescherming van Planten verstrekte informatie, en houdt zij rekening met de vaststelling die de partij van uitvoer heeft gedaan. Indien een partij in dit verband niet de door de andere partij gedane vaststelling aanvaardt, zet zij de redenen hiervoor uiteen en is zij bereid in overleg te treden.

  • 5 De partij van uitvoer levert aan de partij van invoer het nodige bewijs dat de desbetreffende gebieden ziekte- of plagenvrij, respectievelijk gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen zijn en dat waarschijnlijk ook blijven. Hiertoe wordt aan de partij van invoer desgevraagd redelijke toegang verleend voor inspectie, proeven en andere relevante procedures.

Artikel 5.9. Samenwerking op het gebied van dierenwelzijn

De partijen:

  • a. wisselen informatie, deskundigheid en ervaringen op het gebied van dierenwelzijn uit en stellen voor dergelijke activiteiten een werkprogramma vast; en

  • b. werken voor de ontwikkeling van normen voor dierenwelzijn in internationale fora samen, met name op het gebied van het verdoven en slachten van dieren.

Artikel 5.10. Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen

  • 1 Het Comité voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen dat is opgericht overeenkomstig lid 1 van artikel 15.2 (Gespecialiseerde comités) kan:

    • a. de procedures of regelingen ontwikkelen die voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk nodig zijn;

    • b. toezicht houden op de voortgang bij de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk;

    • c. bevestigen dat de vertrouwen opbouwende werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.8, lid 3, zijn voltooid;

    • d. procedures ontwikkelen voor de erkenning van inrichtingen voor producten van dierlijke oorsprong en, in voorkomend geval, van productielocaties voor producten van plantaardige oorsprong; en

    • e. een forum bieden voor discussie over problemen die zich voordoen door de toepassing van bepaalde sanitaire of fytosanitaire maatregelen, teneinde wederzijds aanvaardbare alternatieven te formuleren. Op verzoek van een partij komt het comité in dit verband met spoed bijeen voor overleg.

  • 2 De Commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen en komt eens per jaar op een onderling afgesproken datum bijeen. De plaats van vergadering wordt in onderling overleg bepaald. De agenda wordt vóór de vergadering overeengekomen. Het voorzitterschap wordt door de partijen beurtelings vervuld.

Artikel 5.11. Beslechting van geschillen

Geen van beide partijen kan voor geschillen die in het kader van dit hoofdstuk ontstaan, een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen)

HOOFDSTUK ZES. DOUANE EN HANDELSBEVORDERING

Artikel 6.1. Doelstellingen en beginselen

De partijen komen, ter vergemakkelijking van de handel en ter bevordering van douanesamenwerking op een bilaterale en multilaterale basis, overeen om samen te werken en hun invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures voor goederen op basis van de volgende doelstellingen en beginselen vast te stellen en toe te passen:

  • a. om te waarborgen dat invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures voor goederen efficiënt en evenredig zijn,

    • i. worden door elk van beide partijen versnelde douaneprocedures vastgesteld of gehandhaafd, waarbij zij passende douanecontrole- en -selectieprocedures blijven toepassen;

    • ii. zijn invoer-, uitvoer- en doorvoervereisten en -procedures in administratief opzicht niet omslachtiger en niet beperkender voor de handel dan nodig is om legitieme doelstellingen te bereiken;

    • iii. zorgt elk van beide partijen ervoor dat goederen met een minimum aan documentatie kunnen worden ingeklaard, en dat elektronische systemen voor gebruikers toegankelijk zijn;

    • iv. maakt elk van beide partijen gebruik van informatietechnologie die procedures voor het in het vrije verkeer brengen van goederen bespoedigt;

    • v. waarborgt elk van beide partijen dat haar douaneautoriteiten en -instanties die met grenscontrole, met inbegrip van invoer-, uitvoer- en doorvoeraangelegenheden, zijn belast, samenwerken en hun werkzaamheden coördineren; en

    • vi. voorziet elk van beide partijen erin dat inschakeling van douane-expediteurs facultatief is;

  • b. invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures worden gebaseerd op door de partijen aanvaarde internationale instrumenten en normen op het gebied van de handel en van douane:

    • i. indien er op handels- en douanegebied internationale instrumenten en normen bestaan, vormen deze de basis voor invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures, tenzij die instrumenten en normen niet passend of doeltreffend voor het bereiken van de legitieme doelstellingen zijn; en

    • ii. voorschriften die betrekking hebben op data alsmede dataverwerkingsprocessen worden in toenemende mate in overeenstemming met het Customs Data Model en de bijbehorende aanbevelingen en richtsnoeren van de Werelddouaneorganisatie, hierna „WDO” genoemd, gebruikt en toegepast;

  • c. voorschriften en procedures zijn voor importeurs, exporteurs en andere belanghebbenden transparant en voorspelbaar;

  • d. elk van beide partijen treedt met vertegenwoordigers van de handelssector en andere belanghebbenden tijdig in overleg, onder meer over belangrijke nieuwe of gewijzigde voorschriften en procedures voordat deze worden vastgesteld;

  • e. beginselen of procedures inzake risicobeheersing worden toegepast om handhavingsinspanningen te concentreren op transacties die speciale aandacht behoeven;

  • f. elk van beide partijen verleent haar medewerking en wisselt informatie uit om eraan bij te dragen dat de handelsbevorderende maatregelen waarover in het kader van deze overeenkomst overeenstemming is bereikt, worden toegepast en nageleefd; en

  • g. handelsbevorderende maatregelen ondermijnen niet het bereiken van legitieme beleidsdoelstellingen, zoals de bescherming van de nationale veiligheid, gezondheid en het milieu.

Artikel 6.2. In het vrije verkeer brengen van goederen

  • 1 Elk van beide partijen stelt vereenvoudigde en doelmatige douane- en andere handelsgerelateerde voorschriften en procedures vast om de handel tussen de partijen te bevorderen.

  • 2 Overeenkomstig het bepaalde in lid 1 draagt elk van beide partijen ervoor zorg dat haar douaneautoriteiten, grensdiensten en andere bevoegde autoriteiten toepassing geven aan voorschriften en procedures:

    • a. die voorzien in de vrijgave van goederen binnen een tijdvak dat niet langer is dan vereist om te waarborgen dat aan haar douane- en andere handelsgerelateerde wetgeving en formaliteiten wordt voldaan. Elk van beide partijen werkt eraan de vrijgave van goederen verder te versnellen;

    • b. die erin voorzien dat informatie vóór de fysieke aankomst van goederen elektronisch kan worden ingediend en vervolgens ook elektronisch kan worden verwerkt, zodat goederen bij aankomst in het vrije verkeer kunnen worden gebracht;

    • c. waardoor importeurs goederen vrijgegeven kunnen krijgen vóór en onverminderd de definitieve vaststelling door haar douaneautoriteiten van de toepasselijke douanerechten, belastingen en heffingen4; en

    • d. waardoor goederen in het vrije verkeer kunnen worden gebracht op de plaats van aankomst, zonder tijdelijke verplaatsing naar entrepots of andere faciliteiten.

Artikel 6.3. Vereenvoudigde douaneprocedure

De partijen streven ernaar voor handelaren of marktdeelnemers die aan specifieke, door een partij vastgestelde criteria voldoen, vereenvoudigde invoer- en uitvoerprocedures toe te passen waardoor in het bijzonder goederen sneller kunnen worden vrijgegeven en ingeklaard, met onder meer elektronische indiening en verwerking van informatie vóór de fysieke aankomst van zendingen, minder fysieke inspecties en bevordering van de handel door bijvoorbeeld vereenvoudigde aangiften met een minimum aan documentatie.

Artikel 6.4. Risicobeheersing

Elk van beide partijen maakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg, gebruik van risicobeheersingsystemen voor de risicoanalyse en -oriëntatie zodat haar douaneautoriteiten hun inspectiewerkzaamheden kunnen concentreren op goederen met een hoog risico, en de inklaring en het in het verkeer brengen van goederen met een laag risico worden vereenvoudigd. Elk van beide partijen zal voor haar risicobeheersingprocedures de herziene Overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures van 1999, hierna „Overeenkomst van Kyoto” genoemd, alsmede de WDO-Richtsnoeren voor risicobeheersing, als uitgangspunt nemen.

Artikel 6.5. Transparantie

  • 1 Elk van beide partijen waarborgt dat haar douane- en andere handelsgerelateerde wet- en regelgeving, haar algemene administratieve procedures en andere voorschriften, met inbegrip van die inzake vergoedingen en heffingen, voor alle belanghebbenden via een officieel aangewezen medium en waar haalbaar en mogelijk via een officiële website, gemakkelijk toegankelijk zijn.

  • 2 Elk van beide partijen wijst een of meer onderzoeks- of informatiecentra aan of houdt deze in stand, waaraan belanghebbenden vragen over douane- en andere handelsgerelateerde aangelegenheden kunnen stellen.

  • 3 Elk van beide partijen overlegt met en verstrekt informatie aan vertegenwoordigers van de handelssector en andere belanghebbenden. Dat overleg en deze informatie hebben betrekking op belangrijke nieuwe of gewijzigde voorschriften en procedures, waarbij vóórr de vaststelling hiervan de mogelijkheid tot het maken van opmerkingen wordt geboden.

Artikel 6.6. Besluiten vooraf

  • 1 Op schriftelijk verzoek van handelaren brengt elk van beide partijen via haar douaneautoriteiten voorafgaand aan de invoer van een goed in haar grondgebied en overeenkomstig haar wet- en regelgeving, een schriftelijk besluit uit over de tariefindeling, de oorsprong of enige andere aangelegenheid als die haars inziens hiervoor in aanmerking komt.

  • 2 Elk van beide partijen maakt haar besluiten vooraf inzake tariefindeling en enige andere aangelegenheid die haars inziens hiervoor in aanmerking komt, in overeenstemming met de vertrouwelijkheidsvereisten ingevolge haar wet- en regelgeving, bekend, bijvoorbeeld via internet.

  • 3 Ter bevordering van de handel houden de partijen elkaar in hun bilaterale dialoog regelmatig op de hoogte van wijzigingen in hun respectieve wetgeving met betrekking tot de in de leden 1 en 2 bedoelde aangelegenheden.

Artikel 6.7. Beroepsprocedures

  • 1 Elk van beide partijen waarborgt dat de betrokkenen ten aanzien waarvan door haar vaststellingen in douanezaken en andere invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures worden gedaan, tegen die vaststellingen bezwaar kunnen aantekenen of in beroep kunnen gaan. Een partij mag verlangen dat alvorens tegen een beslissing bij een hogere onafhankelijke instantie, bijvoorbeeld een rechterlijke autoriteit of een bestuursrechter beroep kan worden ingesteld, daartegen eerst bij dezelfde instelling, de toezichthoudende autoriteit daarvan of een rechterlijke autoriteit moet worden opgekomen.

  • 2 De producent of exporteur kan, indien de autoriteit waarbij tegen de beslissing wordt opgekomen hem daarom verzoekt, informatie rechtstreeks verstrekken aan de partij waarin het administratieve bezwaar of beroep wordt behandeld. De producent of exporteur die de informatie verschaft, mag de partij waarin het administratieve bezwaar of beroep wordt behandeld, verzoeken die informatie overeenkomstig haar wet- en regelgeving vertrouwelijk te behandelen.

Artikel 6.8. Vertrouwelijkheid

  • 1 Informatie die overeenkomstig dit hoofdstuk door personen of autoriteiten van een partij aan de autoriteiten van de andere partij is verstrekt, wordt, onder meer wanneer daarom krachtens artikel 6.7 wordt verzocht, vertrouwelijk behandeld in overeenstemming met de in elk van beide partijen toepasselijke wet- en regelgeving. Zij valt onder de officiële geheimhoudingsplicht en wordt beschermd overeenkomstig de wet- en regelgeving voor dergelijke informatie op het grondgebied van de ontvangende partij.

  • 2 Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden doorgegeven indien de ontvangende partij zich ertoe verbindt deze te beschermen op een wijze die ten minste gelijkwaardig is aan de bescherming van dergelijke gegevens in de partij die de gegevens verstrekt. De persoon die de informatie verstrekt, stelt geen eisen die verder gaan dan die welke in zijn rechtsgebied gelden.

  • 3 De in lid 1 bedoelde informatie wordt door de autoriteiten van de partij die deze heeft ontvangen, niet gebruikt voor andere doelen dan waarvoor zij is verstrekt, tenzij de persoon of de autoriteit die de informatie heeft verstrekt, hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend.

  • 4 Behoudens uitdrukkelijke toestemming van de persoon of de autoriteit die de in lid 1 bedoelde informatie heeft verstrekt, zal deze niet worden gepubliceerd of anderszins worden bekendgemaakt, tenzij zulks ingevolge de wet- en regelgeving van de partij die de informatie in verband met gerechtelijke procedures heeft ontvangen, verplicht of toegestaan is. De persoon of autoriteit die de informatie heeft verstrekt, wordt zo mogelijk vooraf van een dergelijke bekendmaking in kennis gesteld.

  • 5 Indien een autoriteit van een partij overeenkomstig dit hoofdstuk om informatie verzoekt, deelt zij de personen tot wie het verzoek is gericht, mede dat die informatie in verband met gerechtelijke procedures mogelijk bekend zal worden gemaakt.

  • 6 Tenzij anders overeengekomen met de persoon die de informatie heeft verstrekt, treft de verzoekende partij in voorkomend geval alle krachtens haar wet- en regelgeving mogelijke maatregelen om de informatie geheim te houden, en beschermt zij persoonsgegevens tegen verzoeken van derden of van andere autoriteiten om bekendmaking van die informatie.

Artikel 6.9. Vergoedingen en heffingen

Met betrekking tot alle in verband met in- of uitvoer opgelegde vergoedingen en heffingen, van welke aard ook, andere dan douanerechten en zaken die van de definitie van een douanerecht in artikel 2.3 (Douanerechten) zijn uitgesloten, geldt het volgende:

  • a. vergoedingen en heffingen worden enkel opgelegd ter zake van in verband met de betrokken in- of uitvoer verleende diensten of een met die in- of uitvoer verband houdende formaliteit waaraan moet worden voldaan;

  • b. het bedrag van vergoedingen en heffingen gaat niet de geschatte kosten van de verleende dienst te boven;

  • c. vergoedingen en heffingen worden niet op een ad-valoremgrondslag berekend;

  • d. voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen verlangd;

  • e. de informatie over vergoedingen en heffingen wordt via een officieel aangewezen medium, en waar haalbaar en mogelijk via een officiële website, bekendgemaakt. Deze informatie omvat de reden voor de vergoeding of de heffing ter zake van de verleende dienst, de verantwoordelijke autoriteit, de vergoedingen en heffingen die zullen worden toegepast, en het tijdstip en de wijze waarop de betaling moet worden verricht; en

  • f. nieuwe of gewijzigde vergoedingen en heffingen worden niet opgelegd totdat informatie overeenkomstig e) bekend is gemaakt en gemakkelijk beschikbaar is.

Artikel 6.10. Inspectie vóór verzending

Geen der partijen zal inspecties of gelijkwaardige maatregelen vóór verzending verlangen.

Artikel 6.11. Douanecontrole achteraf

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat handelaren kunnen verzoeken om douanecontrole achteraf. Het verzoek om douanecontrole achteraf mag voor handelaren geen ongegronde of ongerechtvaardigde eisen of lasten meebrengen.

Artikel 6.12. Douanewaarde

De Overeenkomst inzake de douanewaarde wordt, zonder de voorbehouden en opties waarin in artikel 20 en de leden 2 tot en met 4 van bijlage III bij die Overeenkomst is voorzien, mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.

Artikel 6.13. Douanesamenwerking

  • 1 De partijen breiden hun samenwerking op het gebied van douane en daarmee verband houdende aangelegenheden uit.

  • 2 De partijen verbinden zich ertoe om handelsbevorderende acties op het gebied van douane te ontwikkelen, rekening houdend met het werk dat in dit verband door internationale organisaties wordt gedaan. Dit kan het testen van nieuwe douaneprocedures omvatten.

  • 3 De partijen bevestigen hun verbintenis het legitieme goederenverkeer te bevorderen en expertise uit te wisselen over maatregelen ter verbetering van douanetechnieken en -procedures en over geautomatiseerde systemen, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst.

  • 4 De partijen verbinden zich ertoe:

    • a. de harmonisatie, in overeenstemming met internationale normen, van in de handel gebruikte documentatie en data-elementen te bevorderen, teneinde hun onderlinge handelsstromen in douaneaangelegenheden met betrekking tot de invoer, uitvoer en doorvoer van goederen te vergemakkelijken;

    • b. de samenwerking tussen hun douanelaboratoria en wetenschappelijke diensten te intensiveren en aan de harmonisatie van de door douanelaboratoria gebruikte methoden te werken;

    • c. douanepersoneel uit te wisselen;

    • d. voor de ambtenaren die rechtstreeks met douaneprocedures te maken hebben, gezamenlijk opleidingsprogramma's op het gebied van met douane verband houdende aangelegenheden te organiseren;

    • e. doeltreffende mechanismen voor communicatie met de handels- en zakenwereld te ontwikkelen;

    • f. elkaar zoveel mogelijk bij te staan in zaken van tariefindeling, waardebepaling en vaststelling van de oorsprong voor preferentiële tariefbehandeling van ingevoerde goederen;

    • g. een krachtige en doeltreffende handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten bij invoer, uitvoer, wederuitvoer, doorvoer, overlading en andere douaneprocedures te stimuleren, met name waar het gaat om nagemaakte goederen; en

    • h. de veiligheid van het vervoer per zeecontainer en van andere zendingen, ongeacht hun herkomst, die in het grondgebied van de partijen worden ingevoerd, op dat grondgebied worden overgeladen of via dat grondgebied worden doorgevoerd, te verbeteren zonder afbreuk te doen aan de bevordering van de handel. De partijen komen overeen dat de intensievere en ruimere samenwerking onder meer maar niet uitsluitend het volgende tot doel heeft:

      • i. samen streven naar versterking van de douaneaspecten voor meer zekerheid in de logistieke keten in de internationale handel; en

      • ii. een zo groot mogelijke coördinatie van standpunten in multilaterale fora waar kwesties in verband met de veiligheid van containers op geëigende wijze naar voren worden gebracht en worden besproken.

  • 5 De partijen erkennen dat technische samenwerking tussen hen fundamenteel is om naleving van de in deze overeenkomst opgenomen verbintenissen te vergemakkelijken en de handel in sterke mate te bevorderen. De partijen komen door middel van hun douaneautoriteiten overeen een programma voor technische samenwerking te ontwikkelen, waarbij zij de voorwaarden met betrekking tot het toepassingsgebied, het tijdschema en de kosten van samenwerkingsmaatregelen op douanegebied en daarmee verband houdende aangelegenheden onderling overeenkomen.

  • 6 Voor het bevorderen van de handel relevante internationale initiatieven, die onder andere werkzaamheden in de WTO en de WDO kunnen omvatten, worden door de partijen via hun respectieve douaneautoriteiten en andere grensautoriteiten opnieuw onderzocht om uit te maken op welke gebieden nadere gezamenlijke actie de handel tussen de partijen en gezamenlijke multilaterale doelstellingen zou bevorderen. De partijen werken samen om in internationale organisaties op het gebied van douane en van handelsbevordering, met name in de WTO en de WDO, waar mogelijk gezamenlijke standpunten te formuleren.

Artikel 6.14. Wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Artikel 6.15. Douanecontactcentra

  • 2 De contactcentra streven ernaar operationele aangelegenheden die door dit hoofdstuk worden bestreken, door middel van overleg op te lossen. Indien een aangelegenheid niet door de contactcentra kan worden opgelost, wordt deze naar het in dit hoofdstuk bedoelde Douanecomité verwezen.

Artikel 6.16. Douanecomité

  • 3 Het Douanecomité stelt zijn reglement van orde vast en komt jaarlijks beurtelings bij een van de partijen bijeen.

HOOFDSTUK ZEVEN. HANDEL IN DIENSTEN, VESTIGING EN ELEKTRONISCHE HANDEL

AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 7.1. Doelstelling en toepassingsgebied

  • 1 De partijen herbevestigen hun respectieve rechten en verplichtingen ingevolge de WTO-Overeenkomst, en leggen hierbij de noodzakelijke regels vast voor geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel in diensten, van het recht van vestiging en voor samenwerking op het gebied van elektronische handel.

  • 2 Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij een verplichting inhoudt met betrekking tot overheidsopdrachten.

  • 3 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op door een partij verstrekte subsidies of toelagen, met inbegrip van leningen, garanties en verzekeringen die door de overheid worden gesteund.

  • 4 Overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk behoudt elk van beide partijen het recht nieuwe regelingen op te stellen en in te voeren om legitieme beleidsdoelstellingen te bereiken.

  • 5 Dit hoofdstuk is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een partij zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

  • 6 Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een partij maatregelen toe te passen tot regeling van de toegang of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op haar grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit van haar grenzen of voor het verzekeren van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, maar deze maatregelen mogen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die de andere partij op grond van een specifieke verbintenis in dit hoofdstuk en de bijlagen erbij toekomen, daardoor worden teniet gedaan of uitgehold5.

Artikel 7.2. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt het volgende:

  • a. onder maatregel wordt verstaan elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • b. onder door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen worden verstaan maatregelen genomen door:

    • i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en

    • ii. niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • c. onder persoon wordt verstaan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;

  • d. onder natuurlijke persoon wordt verstaan een onderdaan van Korea of van een van de lidstaten van de Europese Unie volgens hun respectieve wetgeving;

  • e. onder rechtspersoon wordt verstaan elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • f. onder rechtspersoon uit een partij wordt verstaan:

    • i. een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van een van de lidstaten van de Europese Unie respectievelijk Korea is opgericht, en die op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn respectievelijk op dat van Korea zijn statutaire zetel, hoofdbestuur6of hoofdvestiging heeft. Wanneer de rechtspersoon op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn of op dat van Korea alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft, wordt hij niet als rechtspersoon uit de Europese Unie respectievelijk Korea beschouwd, tenzij hij op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn respectievelijk op dat van Korea omvangrijke zakelijke transacties verricht7; of

    • ii. ingeval van vestiging als bedoeld in artikel 7.9, onder a), een rechtspersoon die eigendom is van of voorwerp van zeggenschap door natuurlijke personen uit de EU respectievelijk Korea of een rechtspersoon uit de Europese Unie respectievelijk Korea als hiervoor onder i) bedoeld.

    Een rechtspersoon is:

    • i. eigendom van personen uit de EU of Korea indien meer dan 50 procent van het aandelenkapitaal in het bezit is van personen uit de EU respectievelijk Korea die volledig over hun aandeel kunnen beschikken;

    • ii. voorwerp van zeggenschap door personen uit de EU of Korea wanneer deze bevoegd zijn een meerderheid van zijn bestuurders te benoemen of de handelingen van de rechtspersoon anderszins te sturen;

    • iii. met een andere persoon verbonden wanneer hij zeggenschap heeft over die persoon of die persoon over hem, of wanneer over zowel hemzelf als de andere persoon zeggenschap wordt uitgeoefend door een en dezelfde persoon;

  • g. onverminderd het hiervoor onder f) bepaalde vallen buiten de EU of Korea gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Korea zeggenschap hebben, tevens onder deze overeenkomst indien hun schepen overeenkomstig de respectieve wetgeving van die lidstaat of van Korea zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van Korea voeren8;

  • h. onder overeenkomst inzake economische integratie wordt verstaan een overeenkomst waarbij de handel in diensten en het recht van vestiging conform de WTO-Overeenkomst, met name de artikelen V en V bis van de GATS, aanzienlijk worden geliberaliseerd;

  • i. onder reparatie en onderhoud van vliegtuigen worden verstaan alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen vliegtuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenaamde lijnonderhoud;

  • j. onder diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen wordt verstaan dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, en met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen kunnen worden uitgegeven;

  • k. onder verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten wordt verstaan de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie. De tarifering van luchtvervoerdiensten en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden vallen niet onder deze activiteiten; en

  • l. onder dienstverlener wordt verstaan een persoon die een dienst verleent of aanbiedt, met inbegrip van personen die dit als investeerder doen.

Artikel 7.3. Comité voor de handel in diensten en voor vestiging en elektronische handel

  • 1 Het krachtens lid 1 van artikel 15.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in diensten en voor vestiging en elektronische handel bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. De hoofdvertegenwoordiger van een partij in het Comité is een ambtenaar van de met de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk belaste autoriteit van die partij.

  • 2 Het comité:

    • a. houdt toezicht op en evalueert de tenuitvoerlegging van het bepaalde in dit hoofdstuk;

    • b. onderzoekt kwesties met betrekking tot dit hoofdstuk die haar door een partij worden voorgelegd; en

    • c. stelt de betrokken autoriteiten in de gelegenheid om in verband met artikel 7.46 informatie over prudentiële maatregelen uit te wisselen.

AFDELING B. GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING

Artikel 7.4. Toepassingsgebied en definities

  • 1 Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening met uitzondering van:

    • a. audiovisuele diensten9;

    • b. nationale cabotage in het zeevervoer; en

    • c. interne en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

      • i. reparatie en onderhoud van vliegtuigen;

      • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

      • iii. diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen; en

      • iv. andere aan luchtvervoerdiensten verwante diensten zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.

  • 2 Tot maatregelen die van invloed zijn op grensoverschrijdende dienstverlening behoren onder meer maatregelen die van invloed zijn op:

    • a. de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst;

    • b. de aankoop, de betaling of het gebruik van een dienst;

    • c. de met het verlenen van een dienst samenhangende toegang tot en gebruikmaking van netwerken of diensten waarvan de partijen eisen dat zij algemeen aan het publiek worden aangeboden; en

    • d. de aanwezigheid op het grondgebied van een partij van een dienstverlener uit de andere partij.

  • 3 Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a. grensoverschrijdende dienstverlening: het verlenen van een dienst:

      • i. vanaf het grondgebied van een partij op het grondgebied van de andere partij; en

      • ii. op het grondgebied van een partij ten behoeve van de gebruiker van de dienst uit de andere partij;

    • b. diensten: alle diensten in elke sector behalve de bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten; en

    • c. een bij de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst: elke dienst die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners wordt verleend.

Artikel 7.5. Markttoegang

  • 1 Ten aanzien van de markttoegang voor grensoverschrijdende dienstverlening behandelt elk van beide partijen diensten en dienstverleners uit de andere partij niet minder gunstig dan is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de in bijlage 7-A vermelde specifieke verbintenissen.

  • 2 Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in bijlage 7-A, omschreven als:

    • a. beperkingen van het aantal dienstverleners in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte10;

    • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte; en

    • c. beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of het totale volume van de dienstenoutput, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte11.

Artikel 7.6. Nationale behandeling

  • 1 Elk van beide partijen behandelt in de sectoren waarvoor verbintenissen inzake de markttoegang in bijlage 7-A zijn opgenomen, met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, diensten en dienstverleners uit de andere partij in het kader van alle maatregelen die op de grensoverschrijdende dienstverlening van invloed zijn, niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners.

  • 2 Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners uit de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners toekent.

  • 3 Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn, indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners uit een partij, in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners uit de andere partij.

  • 4 De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende diensten of dienstverleners.

Artikel 7.7. Lijsten van verbintenissen

  • 1 De door elk van beide partijen ingevolge deze afdeling geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners uit de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage 7-A vermeld.

  • 2 Geen van beide partijen mag, met betrekking tot diensten of dienstverleners uit de andere partij, nieuwe of meer maatregelen vaststellen die discrimineren ten opzichte van de behandeling die uit hoofde van de overeenkomstig lid 1 aangegane specifieke verbintenissen wordt toegekend.

Artikel 7.8. Meestbegunstiging12

  • 1 Wat onder deze afdeling vallende maatregelen die van invloed zijn op de grensoverschrijdende dienstverlening betreft, behandelt elk van beide partijen, tenzij in dit artikel anders is bepaald, diensten en dienstverleners uit de andere partij niet minder gunstig dan dat zij soortgelijke diensten en dienstverleners uit derde landen in het kader van een na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ondertekende overeenkomst inzake economische integratie behandelt.

  • 2 De verplichting van lid 1 geldt ook voor de behandeling die door een partij overeenkomstig een overeenkomst inzake regionale economische integratie aan diensten en dienstverleners uit een derde land wordt toegekend, tenzij deze behandeling wordt toegekend krachtens sectorale of horizontale verbintenissen waarvoor die overeenkomst een aanzienlijk hoger niveau van verplichtingen oplegt dan geldt voor de verbintenissen die in het kader van deze afdeling zijn aangegaan en in bijlage 7-B zijn vermeld.

  • 3 Onverminderd lid 2 zijn de uit lid 1 voortvloeiende verplichtingen niet van toepassing op de behandeling die wordt toegekend in het kader van:

    • a. maatregelen met betrekking tot de erkenning van kwalificaties, vergunningen of prudentiële maatregelen in overeenstemming met artikel VII van de GATS of de bijlage betreffende financiële diensten daarbij;

    • b. een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing; of

    • c. maatregelen die onder de in bijlage 7-C vermelde meestbegunstigingsvrijstellingen vallen.

  • 4 De bepalingen van dit hoofdstuk worden niet zodanig uitgelegd dat een partij hierdoor wordt verhinderd aangrenzende landen voordelen toe te staan of te verlenen om het handelsverkeer dat beperkt is tot plaatselijk voortgebrachte en verbruikte diensten in naast elkaar liggende grenszones, te vergemakkelijken.

AFDELING C. VESTIGING

Artikel 7.9. Definities

Voor de toepassing van deze afdeling geldt het volgende:

  • a. onder vestiging wordt verstaan:

    • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon13; of

    • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging

    op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te voeren;

  • b. onder investeerder wordt verstaan een persoon die door middel van het opzetten van een vestiging tracht een economische activiteit uit te oefenen of een dergelijke activiteit uitoefent14;

  • c. een economische activiteit omvat alle economische activiteiten behoudens activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, d.w.z. activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;

  • d. onder dochteronderneming van een rechtspersoon uit een partij wordt verstaan een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft; en

  • e. onder filiaal van een rechtspersoon wordt verstaan een vestiging zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de vestiging die de voorpost vormt.

Artikel 7.10. Toepassingsgebied

Deze afdeling heeft tot doel het onderlinge investeringsklimaat en met name de wederzijdse voorwaarden voor vestiging te verbeteren en is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op vestiging15in alle economische activiteiten, met uitzondering van:

  • a. de winning, vervaardiging en verwerking16van nucleair materiaal;

  • b. de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel17;

  • c. audiovisuele diensten18;

  • d. nationale cabotage in het zeevervoer; en

  • e. interne en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i. reparatie en onderhoud van vliegtuigen;

    • ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;

    • iii. diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen; en

    • iv. andere aan luchtvervoerdiensten verwante diensten zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.

Artikel 7.11. Markttoegang

  • 1 Ten aanzien van de markttoegang in het kader van vestiging behandelt elk van beide partijen vestigingen en investeerders uit de andere partij niet minder gunstig dan is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de in bijlage 7-A vermelde specifieke verbintenissen.

  • 2 Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan worden de maatregelen die een partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in bijlage 7-A, omschreven als:

    • a. beperkingen van het aantal vestigingen in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve rechten of van andere eisen ten aanzien van vestigingen, zoals een onderzoek naar de economische behoefte;

    • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • c. beperkingen van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte19;

    • d. beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal, uitgedrukt als een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen;

    • e. maatregelen die specifieke soorten juridische entiteiten of joint ventures via welke een investeerder uit de andere partij een economische activiteit kan uitoefenen, vereisen of ten aanzien van die entiteiten of joint ventures beperkingen opleggen; en

    • f. beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen, anders dan stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs als omschreven in artikel 7.17, dat in een bepaalde sector in dienst mag zijn of dat een investeerder in dienst mag hebben, en dat nodig is voor en rechtstreeks verband houdt met het uitvoeren van de economische activiteit, in de vorm van een maximum aantal of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.

Artikel 7.12. Nationale behandeling20

  • 1 Elk van beide partijen behandelt in de in bijlage 7-A vermelde sectoren en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, vestigingen en investeerders uit de andere partij in het kader van alle maatregelen die van invloed op vestiging zijn, niet minder gunstig dan haar soortgelijke eigen vestigingen en investeerders.

  • 2 Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan vestigingen en investeerders uit de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar soortgelijke eigen vestigingen en investeerders toekent.

  • 3 Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van vestigingen of investeerders uit de partij, in vergelijking met soortgelijke vestigingen of investeerders uit de andere partij.

  • 4 De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende vestigingen of investeerders.

Artikel 7.13. Lijsten van verbintenissen

  • 1 De door elk van beide partijen ingevolge deze afdeling geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor vestigingen en investeerders uit de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage 7-A vermeld.

  • 2 Geen van beide partijen mag, met betrekking tot vestigingen en investeerders uit de andere partij, nieuwe of meer maatregelen vaststellen die discrimineren ten opzichte van de behandeling die uit hoofde van de overeenkomstig lid 1 aangegane specifieke verbintenissen wordt toegekend.

Artikel 7.14. Meestbegunstiging21

  • 1 Wat onder deze afdeling vallende maatregelen die van invloed zijn op vestiging betreft, behandelt elk van beide partijen tenzij in dit artikel anders is bepaald, vestigingen en investeerders uit de andere partij niet minder gunstig dan dat zij soortgelijke vestigingen en investeerders uit derde landen in het kader van een na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ondertekende overeenkomst inzake economische integratie behandelt22.

  • 2 De verplichting van lid 1 geldt ook voor de behandeling die door een partij overeenkomstig een overeenkomst inzake regionale economische integratie aan vestigingen en investeerders uit een derde land wordt toegekend, tenzij deze behandeling wordt toegekend krachtens sectorale of horizontale verbintenissen waarvoor die overeenkomst een aanzienlijk hoger niveau van verplichtingen oplegt dan geldt voor verbintenissen die in het kader van deze afdeling zijn aangegaan en in bijlage 7-B zijn vermeld.

  • 3 Onverminderd lid 2 zijn de uit lid 1 voortvloeiende verplichtingen niet van toepassing op de behandeling die wordt toegekend in het kader van:

    • a. maatregelen met betrekking tot de erkenning van kwalificaties, vergunningen of prudentiële maatregelen in overeenstemming met artikel VII van de GATS of de bijlage betreffende financiële diensten daarbij;

    • b. een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing; of

    • c. maatregelen die onder een in bijlage 7-C vermelde meestbegunstigingsvrijstelling vallen.

  • 4 De bepalingen van dit hoofdstuk worden niet zodanig uitgelegd dat een partij hierdoor wordt verhinderd aangrenzende landen voordelen toe te staan of te verlenen om het handelsverkeer dat beperkt is tot plaatselijk voortgebrachte en verbruikte diensten in naast elkaar liggende grenszones, te vergemakkelijken.

Artikel 7.15. Andere overeenkomsten

Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt geacht:

  • a. de rechten te beperken van investeerders uit de partijen op een gunstigere behandeling waarin in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en Korea partij zijn, is voorzien; en

  • b. af te wijken van de internationale juridische verplichtingen van de partijen ingevolge die overeenkomsten die investeerders uit de partijen een gunstigere behandeling toekennen dan door de onderhavige overeenkomst wordt toegekend.

Artikel 7.16. Evaluatie van het rechtskader voor investeringen

  • 1 Met het oog op de geleidelijke liberalisering van investeringen evalueren de partijen de wetgeving inzake investeringen23, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en vervolgens met regelmatige tussenpozen in overeenstemming met hun uit internationale overeenkomsten voortvloeiende verbintenissen.

  • 2 In het kader van de in lid 1 bedoelde evaluatie onderzoeken de partijen welke belemmeringen voor investeringen zich hebben voorgedaan en treden zij in onderhandeling om op dergelijke belemmeringen te reageren, met het oogmerk de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van algemene beginselen van investeringsbescherming, uit te diepen.

AFDELING D. TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN

Artikel 7.17. Toepassingsgebied en definities

  • 1 Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen betreffende de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van stafpersoneel, afgestudeerde stagiairs, verkopers van zakelijke diensten, dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep waarop artikel 7.1, lid 5, van toepassing is.

  • 2 Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

    • a. stafpersoneel: natuurlijke personen die bij een rechtspersoon uit een partij, niet zijnde dan een organisatie zonder winstoogmerk, werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel voor een goed toezicht op, een goede administratie en exploitatie van een vestiging. Tot het stafpersoneel behoren tevens „zakelijke bezoekers” die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging en „binnen de onderneming overgeplaatste personen”;

      • i. zakelijke bezoekers: natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron die in de gastpartij is gevestigd; en onder

      • ii. binnen de onderneming overgeplaatste personen: natuurlijke personen die tenminste een jaar werknemer of partner (niet zijnde meerderheidsaandeelhouder) van een rechtspersoon uit een partij zijn en die tijdelijk naar een vestiging (met inbegrip van dochterondernemingen, filialen of bijkantoren) op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst. De betrokken natuurlijke persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren.

        Managers

        Natuurlijke personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder natuurlijke personen die:

        • A. leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;

        • B. toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en deze werkzaamheden controleren; en

        • C. persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan, of indienstneming of ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen.

        Specialisten

        Binnen een rechtspersoon werkzame natuurlijke personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging. Voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;

    • b. afgestudeerde stagiairs: natuurlijke personen die ten minste een jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit een partij, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst24;

    • c. verkopers van zakelijke diensten: natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een dienstverlener uit een partij die tijdelijke toegang tot het grondgebied van de andere partij beoogt om over de verkoop van diensten te onderhandelen of voor die dienstverlener overeenkomsten voor de verkoop van diensten te sluiten. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een in de gastpartij gevestigde bron;

    • d. dienstverleners op contractbasis: natuurlijke personen in dienst bij een rechtspersoon van een partij die geen vestiging op het grondgebied van de andere partij heeft en die een bonafide contract voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij heeft gesloten, zodat de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract25; en

    • e. beoefenaars van een vrij beroep: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een partij zijn gevestigd, geen vestiging op het grondgebied van de andere partij hebben en een bonafide contract voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij hebben gesloten, zodat hun tijdelijke aanwezigheid aldaar vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract26.

Artikel 7.18. Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs

  • 1 Voor elke overeenkomstig afdeling C geliberaliseerde sector staat elk van beide partijen, behoudens de in bijlage 7-A opgenomen voorbehouden, investeerders van de andere partij toe natuurlijke personen uit die andere partij naar hun vestiging over te plaatsen, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel dan wel afgestudeerd stagiair als omschreven in artikel 7.17 zijn. De duur van het tijdelijke verblijf van stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs bedraagt ten hoogste drie jaar voor binnen de onderneming overgeplaatste personen27, ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers28en ten hoogste een jaar voor afgestudeerde stagiairs.

  • 2 Voor elke overeenkomstig afdeling C geliberaliseerde sector worden de maatregelen (tenzij anders bepaald in bijlage 7-A) die een partij niet mag handhaven of vaststellen, omschreven als beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen dat een investeerder als stafpersoneel of als afgestudeerde stagiairs in een bepaalde sector mag overplaatsen, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en als discriminerende beperkingen29.

Artikel 7.19. Verkopers van zakelijke diensten

Voor elke overeenkomstig afdeling B of C geliberaliseerde sector staat elk van beide partijen, behoudens de in bijlage 7-A opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden30.

Artikel 7.20. Dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep

  • 1 De partijen herbevestigen hun respectieve verplichtingen ingevolge de door hen in het kader van de GATS aangegane verbintenissen ten aanzien van de toegang en het tijdelijke verblijf van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep.

  • 2 Uiterlijk twee jaar na het voltooien van de onderhandelingen overeenkomstig artikel XIX van de GATS en de Ministerial Declaration van de WTO Ministeriële Conferentie als vastgesteld op 14 november 2001, neemt het Handelscomité een besluit over een lijst met verbintenissen met betrekking tot de toegang van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep uit een partij tot het grondgebied van de andere partij. Deze verbintenissen strekken tot wederzijds voordeel en zijn relevant voor de handel, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van die onderhandelingen in het kader van de GATS.

AFDELING E. REGELGEVINGSKADER

ONDERAFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 7.21. Wederzijdse erkenning

  • 1 Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en/of de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.

  • 2 De partijen moedigen de desbetreffende representatieve beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan gezamenlijk aanbevelingen over wederzijdse erkenning te ontwikkelen en aan het Handelscomité voor te leggen, opdat dienstverleners en investeerders in dienstensectoren volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door elk van beide partijen toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan dienstverleners en investeerders in dienstensectoren en voor de werkzaamheden en de certificering van dezen, in het bijzonder op het gebied van zakelijke dienstverlening, met inbegrip van het verlenen van tijdelijke vergunningen.

  • 3 Wanneer het Handelscomité een aanbeveling als bedoeld in lid 2 ontvangt, onderzoekt het deze binnen een redelijke termijn om vast te stellen of zij met deze overeenkomst in overeenstemming is.

  • 4 Wanneer overeenkomstig de procedure van lid 3 wordt vastgesteld dat een in lid 2 bedoelde aanbeveling in overeenstemming met deze overeenkomst is en er een voldoende mate van analogie tussen de desbetreffende regelingen van de partijen bestaat, onderhandelen zij via hun bevoegde autoriteiten over een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning, hierna „MRA” genoemd, van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen, teneinde deze aanbeveling ten uitvoer te leggen.

  • 6 De krachtens lid 1 van artikel 15.3 (Werkgroepen) opgerichte Werkgroep MRA werkt onder auspiciën van het Handelscomité en bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Ter vergemakkelijking van de in lid 2 bedoelde werkzaamheden komt de Werkgroep, tenzij de partijen anders overeenkomen, binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen.

    • a. De Werkgroep onderzoekt voor diensten in het algemeen en in voorkomend geval voor afzonderlijke diensten de volgende aangelegenheden:

      • i. procedures om de desbetreffende representatieve organisaties op hun respectieve grondgebied aan te moedigen hun belang bij wederzijdse erkenning te onderzoeken; en

      • ii. procedures om het ontwikkelen van aanbevelingen over wederzijdse erkenning door de desbetreffende representatieve organisaties te stimuleren.

    • b. De werkgroep fungeert als contactpunt voor door de desbetreffende beroepsorganisaties uit een partij aan de orde gestelde kwesties betreffende wederzijdse erkenning.

Artikel 7.22. Transparantie en vertrouwelijke informatie

  • 1 De partijen beantwoorden met gebruikmaking van de krachtens hoofdstuk twaalf (Transparantie) ingevoerde mechanismen onverwijld alle verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over:

    • a. internationale overeenkomsten of regelingen, met inbegrip van die inzake wederzijdse erkenning, die op onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben; en over

    • b. normen en criteria voor het verlenen van vergunningen aan en de certificering van dienstverleners, met inbegrip van informatie over welke regelgevende of andere instantie over zulke normen en criteria dient te worden geraadpleegd. De normen en criteria omvatten eisen met betrekking tot opleiding, onderzoek, ervaring, gedrag en ethiek, beroepsopleiding en hercertificering, praktijkervaring, plaatselijke kennis en consumentenbescherming.

  • 2 Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen.

  • 3 De regelgevende autoriteiten van elk van beide partijen maken de vereisten, waaronder die inzake documentatie, voor het indienen van aanvragen die op dienstlevering betrekking hebben, openbaar.

  • 4 Op verzoek van een aanvrager stelt een regelgevende autoriteit van een partij die aanvrager in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de autoriteit aanvullende informatie van de aanvrager verlangt, stelt zij deze daarvan onverwijld in kennis.

  • 5 Op verzoek van een afgewezen aanvrager stelt een regelgevende autoriteit die een aanvraag heeft afgewezen, de aanvrager voor zover mogelijk in kennis van de redenen voor afwijzing van de aanvraag.

  • 6 De regelgevende autoriteit van een partij neemt over een ingediende aanvraag van een investeerder of een verlener van grensoverschrijdende diensten uit de andere partij binnen 120 dagen een administratief besluit inzake het verlenen van diensten, en stelt de aanvrager onverwijld van dat besluit in kennis. Een aanvraag wordt pas als ingediend beschouwd wanneer alle relevante hoorzittingen zijn gehouden en alle vereiste informatie is ontvangen. Wanneer een besluit niet binnen 120 dagen kan worden genomen, stelt de regelgevende autoriteit de aanvrager hiervan onverwijld in kennis en tracht zij het besluit binnen een redelijk tijdvak daarna te nemen.

Artikel 7.23. Interne regelgeving

  • 1 Indien voor de verlening van een dienst of voor vestiging waarvoor een specifieke verbintenis is aangegaan een vergunning vereist is, delen de bevoegde autoriteiten van een partij de aanvrager binnen een redelijke termijn na de indiening van de volgens de interne wet- en regelgeving als ingediend beschouwde aanvraag mede welk besluit zij ten aanzien van die aanvraag hebben genomen. De bevoegde autoriteiten van de partij geven de aanvrager, op diens verzoek, zonder onredelijke vertraging informatie over de stand van zaken betreffende de aanvraag.

  • 2 Elk van beide partijen voert gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve tribunalen of procedures in, of houdt deze in stand, waarmee op verzoek van een betroffen investeerder of dienstverlener administratieve beslissingen met betrekking tot het recht van vestiging, de grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken terstond kunnen worden onderzocht en, indien gerechtvaardigd, passende maatregelen kunnen worden genomen. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, zien de partijen erop toe dat de procedures feitelijk in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.

  • 3 Teneinde te waarborgen dat maatregelen in verband met kwalificatievereisten en -procedures, technische normen en vergunningsvereisten geen onnodige belemmeringen voor de handel in diensten vormen, maar met erkenning van het recht nieuwe regelingen inzake dienstverlening op te stellen en in te voeren om doelstellingen van overheidsbeleid te bereiken, streeft elk van beide partijen ernaar om op een voor elke sector passende wijze te waarborgen dat zulke maatregelen:

    • a. gebaseerd zijn op objectieve en transparante criteria, zoals bekwaamheid en het vermogen de dienst te verlenen; en

    • b. in geval van vergunningsprocedures, op zich geen beperking voor de verlening van de dienst vormen.

  • 4 Dit artikel wordt naar gelang van het geval, na overleg tussen de partijen, gewijzigd om de resultaten van de onderhandelingen ingevolge lid 4 van artikel VI van de GATS of de resultaten van soortgelijke onderhandelingen die in andere multilaterale fora zijn gevoerd en waaraan beide partijen deelnemen, in deze overeenkomst te integreren zodra zij rechtswerking hebben.

Artikel 7.24. Governance

Elk van beide partijen waarborgt voor zover uitvoerbaar dat internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector en voor de strijd tegen belastingfraude en -ontwijking op haar grondgebied ten uitvoer worden gelegd en worden toegepast. Dergelijke internationaal overeengekomen normen zijn onder meer de Core Principle for Effective Banking Supervision van het Bazels Comité voor het bankentoezicht, de Insurance Core Principles and Methodology, te Singapore op 3 oktober 2003 goedgekeurd door de International Association of Insurance Supervisors, de Objectives and Principles of Securities Regulation van de International Organisation of Securities Commissions, de Agreement on Exchange of Information on Tax Matters van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, hierna „OESO” genoemd, de Statement on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes van de G20, en de Veertig aanbevelingen inzake het witwassen van geld en de Negen bijzondere aanbevelingen inzake terrorismefinanciering van de Financial Action Task Force.

ONDERAFDELING B. DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS

Artikel 7.25. Diensten in verband met computers

  • 1 Bij de liberalisering van de handel in diensten in verband met computers overeenkomstig de afdelingen B tot en met D, onderschrijven de partijen de in de volgende leden neergelegde afspraak.

  • 2 CPC3184, de VN-code voor diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten in verband met computers, met inbegrip van computerprogramma's die worden omschreven als de instructies waardoor computers kunnen werken en communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan), gegevensverwerking en -opslag, alsmede aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van klanten. Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket van aanverwante diensten dat alle of een deel van deze basisfuncties kan omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing uit een combinatie van basisfuncties van de diensten in verband met computers.

  • 3 Ongeacht of zij via een netwerk zoals internet worden geleverd, omvatten de diensten in verband met computers alle diensten op het gebied van:

    • a. advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;

    • b. computerprogramma's plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma's;

    • c. de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;

    • d. onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers; of

    • e. opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma's, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.

  • 4 Diensten in verband met computers maken het verlenen van andere diensten, zoals bankieren, elektronisch of anderszins, mogelijk. De partijen erkennen dat er een groot verschil is tussen de ondersteunende dienst zoals webhosting of applicatiehosting, en de inhouds- of hoofddienst die elektronisch wordt geleverd, zoals bankieren, en dat in die gevallen de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84 valt.

ONDERAFDELING C. POST- EN KOERIERSDIENSTEN

Artikel 7.26. Uitgangspunten van de regelgeving

Het Handelscomité legt ter waarborging van de mededinging in de post- en koeriersdiensten waarvoor in elk van beide partijen geen monopoliepositie is voorbehouden, uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de uitgangspunten voor het ten aanzien van die diensten toepasselijke regelgevingskader vast. Met deze uitgangspunten wordt beoogd te reageren op kwesties als met de mededinging strijdige praktijken, universele dienst, afzonderlijke vergunningen en de aard van de regelgevende autoriteit32.

ONDERAFDELING D. TELECOMMUNICATIEDIENSTEN

Artikel 7.27. Toepassingsgebied en definities

  • 1 Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor de basistelecommunicatiediensten33, met uitzondering van uitzendingen, die in overeenstemming met de afdelingen B tot en met D van dit hoofdstuk zijn geliberaliseerd.

  • 2 Voor de toepassing van deze onderafdeling gelden de volgende definities:

    • a. telecommunicatiediensten: alle diensten bestaande in de transmissie en ontvangst van elektromagnetische signalen, maar niet de economische activiteit bestaande in de levering van inhoud die voor het transport afhankelijk is van telecommunicatie;

    • b. openbare telecommunicatiedienst: elke telecommunicatiedienst ten aanzien waarvan een partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden;

    • c. openbaar telecommunicatienetwerk: de openbare telecommunicatie-infrastructuur waardoor telecommunicatie tussen bepaalde eindpunten van een netwerk mogelijk wordt gemaakt;

    • d. regelgevende autoriteit in de telecommunicatiesector: de instantie of instanties die belast is/zijn met de telecommunicatieregelgeving als bedoeld in deze onderafdeling;

    • e. essentiële faciliteiten: faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst die:

      • i. uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal leveranciers; en

      • ii. bij het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;

    • f. grote leverancier in de telecommunicatiesector: een leverancier die de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor telecommunicatiediensten door zijn controle over essentiële faciliteiten of door aanwending van zijn marktpositie, in belangrijke mate kan beïnvloeden;

    • g. interconnectie: de koppeling met leveranciers die openbare telecommunicatienetwerken of -diensten aanbieden zodat gebruikers van een leverancier kunnen communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten, voor zover specifieke verbintenissen zijn aangegaan;

    • h. universele dienst: het pakket van diensten dat op het grondgebied van een partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar moet zijn voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie34;

    • i. eindgebruiker: een eindgebruiker of abonnee van een openbare telecommunicatiedienst, andere dienstverleners dan leveranciers van openbare telecommunicatiediensten daaronder begrepen;

    • j. niet discriminerend: niet minder gunstig dan de behandeling die in vergelijkbare omstandigheden aan andere gebruikers van soortgelijke openbare telecommunicatienetwerken of -diensten wordt toegekend; en

    • k. nummerportabiliteit: de mogelijkheid voor eindgebruikers van openbare telecommunicatiediensten om op dezelfde locatie dezelfde telefoonnummers te houden zonder dat de kwaliteit, de betrouwbaarheid of het gemak er onder leidt wanneer binnen dezelfde categorie leveranciers van openbare telecommunicatiediensten van leverancier wordt veranderd.

Artikel 7.28. Regelgevende autoriteit

  • 1 Regelgevende autoriteiten voor telecommunicatiediensten zijn juridisch en functioneel onafhankelijk van leveranciers van telecommunicatiediensten.

  • 2 De regelgevende autoriteit heeft voldoende bevoegdheden om de telecommunicatiedienstensector te reguleren. De taken van een regelgevende autoriteit worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan een instantie met die taken belast is.

  • 3 De besluiten die de regelgevende autoriteit neemt en de procedures die zij toepast, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

Artikel 7.29. Vergunning voor telecommunicatiediensten

  • 1 Vergunningen voor het verlenen van diensten worden zoveel mogelijk via een vereenvoudigde vergunningprocedure afgegeven.

  • 2 Er kan een vergunning vereist zijn in verband met kwesties betreffende de toekenning van frequenties, nummers en doorgangsrechten. De desbetreffende vergunningsvoorwaarden worden algemeen bekendgemaakt.

  • 3 Wanneer een vergunning vereist is:

    • a. worden alle vergunningscriteria en de redelijke periode die normaliter nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, algemeen bekendgemaakt;

    • b. worden de redenen voor afwijzing van een vergunning de aanvrager op diens verzoek schriftelijk bekendgemaakt; en

    • c. zijn de door een partij verlangde vergoedingen voor het verlenen van een vergunning35niet hoger dan de administratieve kosten die normaliter met het beheer van, het toezicht op en de handhaving van de desbetreffende vergunningen gemoeid zijn36.

Artikel 7.30. Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers

Er zullen passende maatregelen worden gehandhaafd om te voorkomen dat leveranciers die alleen of met anderen gezamenlijk een grote leverancier zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen. In dit verband wordt onder meer onder concurrentiebeperkende praktijken verstaan:

  • a. het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring37;

  • b. het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; en

  • c. het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel 7.31. Interconnectie

  • 1 Elk van beide partijen waarborgt dat leveranciers van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied al dan niet rechtstreeks op dat grondgebied aan leveranciers van openbare telecommunicatiediensten uit de andere partij de gelegenheid bieden om te onderhandelen over interconnectie. In beginsel worden afspraken over interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken ondernemingen.

  • 2 De regelgevende autoriteiten zien erop toe dat leveranciers die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere onderneming ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd verstrekt en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.

  • 3 Op elk punt in het netwerk waar dat technisch haalbaar is, moet worden gezorgd voor interconnectie met een grote leverancier. Deze interconnectie moet worden geleverd:

    • a. op niet-discriminerende voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen niet-discriminerende tarieven, en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten, voor soortgelijke diensten van niet-verbonden dienstverleners of voor soortgelijke diensten van dochterondernemingen of andere verbonden ondernemingen;

    • b. binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen op de kosten gebaseerde tarieven die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de leverancier niet behoeft te betalen voor netwerkonderdelen en -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft; en

    • c. op verzoek, via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.

  • 4 De procedures voor interconnectie met een grote leverancier worden algemeen bekendgemaakt.

  • 5 Grote leveranciers maken hun interconnectieovereenkomsten of hun referentie-aanbiedingen voor interconnectie algemeen bekend38.

Artikel 7.32. Nummerportabiliteit

Elk van beide partijen waarborgt dat verleners van openbare telecommunicatiediensten op haar grondgebied, andere dan verleners van diensten in verband met het „Voice over Internet Protocol”, voor zover technisch haalbaar en onder redelijke voorwaarden nummerportabiliteit aanbieden.

Artikel 7.33. Toewijzing en gebruik van schaarse middelen

  • 1 Alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden tijdig op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze toegepast.

  • 2 De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

Artikel 7.34. Universele dienst

  • 1 Elk van beide partijen heeft het recht vast te stellen welke universeledienstverplichtingen zij wenst te handhaven.

  • 2 Deze verplichtingen worden op zich niet concurrentiebeperkend geacht, mits zij op transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal met betrekking tot de mededinging en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door elk van beide partijen wordt vastgesteld.

Artikel 7.35. Vertrouwelijke informatie

Elk van beide partijen waarborgt het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk en via openbare telecommunicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel 7.36. Beslechting van telecommunicatiegeschillen

Toegang tot onafhankelijke autoriteit

  • 1 Elk van beide partijen waarborgt dat:

    • a. verleners van diensten geschillen tussen verleners van diensten of tussen verleners en gebruikers van diensten over de in deze onderafdeling bedoelde aangelegenheden in het kader van beslechting daarvan aan een regelgevende autoriteit of andere relevante instantie uit de partij kunnen voorleggen; en

    • b. wanneer tussen leveranciers van openbare telecommunicatienetwerken of verleners van telecommunicatiediensten een geschil ontstaat in verband met uit deze onderafdeling voortvloeiende rechten en verplichtingen, geeft de betrokken regelgevende autoriteit op verzoek van een van de partijen bij het geschil een bindende beslissing om het geschil zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen een redelijke termijn op te lossen.

Bezwaar en beroep

  • 2 Een dienstverlener wiens door het recht beschermde belangen worden geschaad door een vaststelling of beslissing van een regelgevende autoriteit:

    • a. kan tegen die vaststelling of die beslissing bezwaar aantekenen of beroep instellen bij een instantie waarbij bezwaar kan worden aangetekend respectievelijk beroep kan worden ingesteld39. Wanneer de instantie waarbij bezwaar is aangetekend of beroep is ingesteld geen rechterlijke instantie is, motiveert zij haar vaststelling of beslissing altijd schriftelijk en kunnen haar vaststellingen of beslissingen tevens door een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke autoriteit worden getoetst. Vaststellingen of beslissingen van instanties die beslissen op bezwaar of in beroep, worden daadwerkelijk ten uitvoer gelegd; en

    • b. kan tegen de vaststelling of beslissing beroep instellen bij een onpartijdige en onafhankelijke rechterlijke autoriteit van de partij. Geen van beide partijen mag het instellen van beroep als grond van niet-naleving van de vaststelling of de beslissing van de regelgevende autoriteit aanmerken, tenzij de desbetreffende rechterlijke autoriteit die vaststelling of die beslissing schorst.

ONDERAFDELING E. FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel 7.37. Toepassingsgebied en definities

  • 1 Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle financiële diensten die in overeenstemming met de afdelingen B tot en met D zijn geliberaliseerd.

  • 2 Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt verstaan onder:

    financiële dienst: elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten uit een partij. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

    • a. Verzekeringen en aanverwante diensten

      • i. directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):

        • A. levensverzekering;

        • B. schadeverzekering;

      • ii. herverzekering en retrocessie;

      • iii. verzekeringsbemiddeling, zoals makelaars en agentschappen; en

      • iv. ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals adviesverstrekking, actuariaat, risicobeoordeling en de regeling van schade-eisen; en

    • b. Bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):

      • i. aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

      • ii. alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

      • iii. financiële leasing;

      • iv. alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;

      • v. garanties en verbintenissen;

      • vi. transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:

        • A. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);

        • B. deviezen;

        • C. derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;

        • D. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;

        • E. verhandelbare effecten; en

        • F. andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;

      • vii. deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (openbaar dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;

      • viii. financiële bemiddeling;

      • ix. beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;

      • x. betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

      • xi. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software; en

      • xii. advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder i) tot en met xi) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;

    verlener van financiële diensten: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon uit een partij die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;

    openbare instantie:

    • a. een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of

    • b. een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;

    nieuwe financiële dienst: een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, doch die op het grondgebied van de andere partij wordt verleend.

Artikel 7.38. Prudentiële uitzonderingsbepaling40

  • 1 Elk van beide partijen kan maatregelen vaststellen of handhaven om prudentiële redenen41, waaronder:

    • a. de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is; en

    • b. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van de partij.

  • 2 Deze maatregelen zijn niet belastender dan nodig is voor het bereiken van hun doel, en worden, wanneer zij niet in overeenstemming zijn met de overige bepalingen van deze overeenkomst, niet gebruikt als middel om de verbintenissen of verplichtingen van elk van beide partijen ingevolge die bepalingen te ontwijken.

  • 3 Geen van de bepalingen van deze overeenkomst mag op zodanige wijze worden geïnterpreteerd dat zij een partij verplicht tot het verstrekken van informatie betreffende de zaken en de boekhouding van individuele consumenten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van openbare instanties.

  • 4 Onverminderd andere prudentiële regelgeving inzake grensoverschrijdende financiële dienstverlening, kan een partij registratie van verleners van grensoverschrijdende financiële diensten uit de andere partij verlangen.

Artikel 7.39. Transparantie

De partijen erkennen dat transparante regels en een transparant beleid ten aanzien van de activiteiten van verleners van financiële diensten van belang zijn om de toegang van buitenlandse verleners van financiële diensten tot, en hun activiteiten op, elkaars markten te bevorderen. Elke partij verbindt zich ertoe transparantie van regelgeving inzake financiële diensten te bevorderen.

Artikel 7.40. Zelfregulerende organisaties

Wanneer een partij het lidmaatschap van of deelneming in, dan wel toegang tot een zelfregulerende organisatie, effecten- of termijnbeurs of effecten- of termijnmarkt, verrekenkantoor of een andere organisatie of vereniging als voorwaarde stelt voor verleners van financiële diensten uit de andere partij om op voet van gelijkheid met haar eigen verleners van financiële diensten financiële diensten te kunnen verlenen, of wanneer zij dergelijke entiteiten direct of indirect voorrechten of voordelen voor de verlening van financiële diensten toekent, waarborgt zij dat de verplichtingen van de artikelen 7.6, 7.8, 7.12 en 7.14 door een dergelijke zelfregulerende organisatie worden nageleefd.

Artikel 7.41. Betalings- en clearingsystemen

Onder voorwaarden die nationale behandeling toelaat, verschaft elk van beide partijen aan op zijn grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij voor de toekenning van nationale behandeling toegang tot betalings- en clearingsystemen van openbare instanties, alsmede tot voor de normale bedrijfsvoering beschikbare officiële financierings- en herfinancieringsfaciliteiten. Dit artikel beoogt niet toegang te verschaffen tot de kredietfaciliteiten in laatste instantie van een partij.

Artikel 7.42. Nieuwe financiële diensten

Elk van beide partijen staat op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen waarvoor de partij haar eigen verleners van financiële diensten krachtens haar interne wetgeving onder soortgelijke omstandigheden toestemming zou geven, tenzij de introductie van de nieuwe financiële dienst tot nieuwe wetgeving of een wetswijziging noodzaakt. De partijen kunnen de institutionele en rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kunnen de betrokken dienstverlening aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend worden geweigerd om prudentiële redenen.

Artikel 7.43. Gegevensverwerking

Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en uiterlijk op de datum waarop soortgelijke verbintenissen op grond van andere overeenkomsten inzake economische integratie van kracht worden:

  • a. staat elk van beide partijen op haar grondgebied gevestigde verleners van financiële diensten uit de andere partij toe informatie in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar haar grondgebied te verzenden, wanneer deze gegevensverwerking noodzakelijk is in het kader van de normale bedrijfsvoering van de betrokken verleners van financiële diensten; en

  • b. stelt elk van beide partijen, herbevestigend dat zij zich heeft verbonden42tot bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, passende waarborgen vast voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonsgegevens.

Artikel 7.44. Specifieke uitzonderingen

  • 1 Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied exclusief activiteiten of diensten aan te bieden in het kader van een pensioenregeling van de overheid of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens haar interne regelgeving in concurrentie met openbare instanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

  • 2 Geen enkele bepaling in deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere openbare instantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

  • 3 Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij, met inbegrip van haar openbare instanties, een beletsel vormt om op haar grondgebied uitsluitend activiteiten of diensten aan te bieden voor rekening van of met garantiestelling door of gebruikmaking van de financiële middelen van de partij, tenzij verleners van financiële diensten deze activiteiten krachtens haar interne regelgeving in concurrentie met openbare instanties of particuliere instellingen kunnen aanbieden.

Artikel 7.45. Beslechting van geschillen

  • 1 Tenzij in dit artikel anders wordt bepaald is hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) van toepassing op de beslechting van geschillen over financiële diensten die uitsluitend in het kader van dit hoofdstuk ontstaan.

  • 2 Het Handelscomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkintreding van deze overeenkomst een lijst op van vijftien personen. Elk van beide partijen stelt vijf natuurlijke personen voor en de partijen kiezen tevens vijf natuurlijke personen die geen onderdaan van een van de partijen zijn en als voorzitter van het arbitragepanel fungeren. Deze personen beschikken over deskundigheid of ervaring op het gebied van de wetgeving betreffende of de praktijk van financiële diensten, waaronder in voorkomend geval de reglementering ten aanzien van verleners van financiële diensten, en leven de in bijlage 14-C opgenomen gedragscode (Gedragscode voor leden van arbitragepanels en bemiddelaars) na.

  • 3 Indien panelleden door loting worden aangewezen krachtens lid 3 van artikel 14.5 (Instelling van het arbitragepanel), lid 3 van artikel 14.9 (Redelijke termijn voor naleving), lid 3 van artikel 14.10 (Onderzoek van maatregelen getroffen tot naleving van de uitspraak van het arbitragepanel), lid 4 van artikel 14.11 (Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving), lid 3 van artikel 14.12 (Onderzoek van nalevingsmaatregelen getroffen na de opschorting van verplichtingen), of de artikelen 6.1, 6.3 en 6.4 (Vervanging) van bijlage 14-B (Procedureregels voor arbitrage), dan geschiedt de aanwijzing uit de in lid 2 bedoelde lijst.

  • 4 In afwijking van artikel 14.11 mag de klagende partij, indien een panel tot de conclusie komt dat een maatregel niet in overeenstemming met deze overeenkomst is en de maatregel waartegen wordt opgekomen, de financiële-dienstensector en enige andere sector beïnvloedt, voordelen in de financiële-dienstensector van gelijke werking als de maatregel in haar financiële-dienstensector opschorten. Wanneer een dergelijke maatregel uitsluitend een andere sector dan de financiële-dienstensector beïnvloedt, mag de klagende partij de voordelen in de financiële-dienstensector niet opschorten.

Artikel 7.46. Erkenning

  • 1 Een partij kan prudentiële maatregelen van de andere partij erkennen door te bepalen op welke wijze de maatregelen van de partij met betrekking tot financiële diensten worden toegepast. Deze erkenning, door harmonisatie of op andere wijze, kan op een overeenkomst of regeling tussen de partijen worden gebaseerd of autonoom geschieden.

  • 2 Een partij die bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst dan wel daarna partij is bij een in lid 1 bedoelde overeenkomst of regeling met een derde partij, geeft de andere partij voldoende gelegenheid om over haar toetreding tot die overeenkomst of regeling te onderhandelen of met haar over daarmee vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen in omstandigheden die tot gelijkwaardige resultaten leiden op het gebied van regelgeving, toezicht en tenuitvoerlegging van die regelgeving en, indien van toepassing, procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de partijen bij de overeenkomst of regeling. Wanneer een partij autonoom tot erkenning overgaat, geeft zij de andere partij voldoende gelegenheid aan te tonen dat deze omstandigheden bestaan.

ONDERAFDELING F. INTERNATIONAAL ZEEVERVOER

Artikel 7.47. Toepassingsgebied, definities en beginselen

  • 1 Deze onderafdeling bevat de beginselen voor de liberalisering, in overeenstemming met de afdelingen B tot en met D, van diensten die verband houden met internationaal zeevervoer.

  • 2 Voor de toepassing van deze onderafdeling:

    • a. omvat internationaal zeevervoer ook vervoer van deur tot deur, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan een wijze van vervoer, waaronder ook vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht rechtstreeks met dienstverleners voor andere wijzen van vervoer contracten te sluiten;

    • b. wordt onder behandeling van zeevracht verstaan activiteiten van stuwadoorsbedrijven en terminalexploitanten, maar zonder de activiteiten van dokwerkers, wanneer dezen niet door de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zijn tewerkgesteld. De hier bedoelde activiteiten omvatten de organisatie van en het toezicht op:

      • i. het laden en lossen van schepen;

      • ii. het sjorren en losmaken van vracht; en

      • iii. het in ontvangst nemen/afleveren en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing;

    • c. wordt onder in- en uitklaring verstaan de afhandeling van douaneformaliteiten namens een derde met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit van de dienstverlener is of een gebruikelijke aanvulling op diens hoofdactiviteit;

    • d. wordt onder diensten in verband met de opslag van containers verstaan de opslag van containers op haventerreinen, om ze te laden of te lossen, te repareren en gereed te maken voor verscheping; en

    • e. wordt onder diensten van scheepsagenten verstaan activiteiten waarbij de zakelijke belangen van een of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent worden behartigd voor de volgende doeleinden:

      • i. marketing en verkoop van zeevervoer en aanverwante diensten, van de prijsopgave tot de facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het kopen en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie; en

      • ii. het optreden namens ondernemingen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.

  • 3 Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de partijen op het gebied van het internationale zeevervoer:

    • a. passen de partijen het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminerende grondslag toe; en

    • b. kent elk van beide partijen aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of worden geëxploiteerd door dienstverleners van de andere partij, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke zij aan haar eigen vaartuigen toekent voor, onder meer, de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en ondersteunende havendiensten voor zeevervoer, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losinstallaties.

  • 4 Bij de toepassing van deze beginselen:

    • a. nemen de partijen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derden geen vrachtverdelingsregelingen op met betrekking tot zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, en zien zij ervan af dergelijke vrachtverdelingsregelingen te activeren wanneer deze in eerdere bilaterale overeenkomsten voorkomen; en

    • b. heffen de partijen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op die de vrije en eerlijke mededinging kunnen beperken of die een verkapte beperking zijn van of een discriminerend effect hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationale zeevervoer, en zien zij af van invoering ervan.

  • 5 Iedere partij staat verleners uit de andere partij van diensten in het internationale zeevervoer toe op haar grondgebied een vestiging te hebben onder voorwaarden, wat vestiging en exploitatie betreft, die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners uit derde landen, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten, toekent overeenkomstig de voorwaarden die in haar lijst van verbintenissen zijn opgenomen.

  • 6 Elk van beide partijen geeft verleners uit de andere partij van diensten in het internationale zeevervoer op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegang tot de volgende havendiensten:

    • a. loodsen;

    • b. hulp van duw- en sleepboten;

    • c. bevoorrading;

    • d. brandstof en water;

    • e. ophalen en verwerking van afval;

    • f. kapiteinsdiensten;

    • g. navigatiehulp; en

    • h. diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, water en elektriciteit, faciliteiten voor noodreparaties, verankering en aan- en afmeren.

AFDELING F. ELEKTRONISCHE HANDEL

Artikel 7.48. Doelstellingen en beginselen

  • 1 De partijen erkennen dat elektronische handel tot economische groei leidt en handelsmogelijkheden biedt, dat het van belang is belemmeringen voor het gebruik en de ontwikkeling ervan te vermijden, en dat de WTO-Overeenkomst op maatregelen met betrekking tot elektronische handel van toepasssing is, en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handel te bevorderen, met name door samenwerking op het gebied van de vraagstukken die in het kader van dit hoofdstuk door de elektronische handel worden opgeworpen.

  • 2 De partijen zijn het erover eens dat de ontwikkeling van de elektronische handel volledig in overeenstemming moet zijn met de internationale normen inzake gegevensbescherming, teneinde ervoor te zorgen dat de gebruikers vertrouwen in de elektronische handel hebben.

  • 3 De partijen komen overeen geen douanerechten te heffen op leveringen langs elektronische weg43.

Artikel 7.49. Samenwerking op het gebied van regelgeving

  • 1 De partijen onderhouden een dialoog over regelgevingskwesties in verband met de elektronische handel, onder meer over:

    • a. erkenning van aan het publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen en bevordering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;

    • b. aansprakelijkheid van intermediairs bij de doorgifte of opslag van informatie;

    • c. behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie;

    • d. consumentenbescherming op het gebied van de elektronische handel;

    • e. ontwikkeling van papierloze handel; en

    • f. andere kwesties die van belang zijn voor de ontwikkeling van de elektronische handel.

  • 2 De dialoog kan uitwisseling van informatie omvatten over de respectieve wetgeving van de partijen met betrekking tot deze kwesties en over de tenuitvoerlegging van die wetgeving.

AFDELING G. UITZONDERINGEN

Artikel 7.50. Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot een willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het recht van vestiging of van grensoverschrijdende diensten vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid of de openbare zeden of voor de handhaving van de openbare orde44;

  • b. noodzakelijk zijn voor de bescherming van het leven en de gezondheid van mens, dier of plant;

  • c. betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen met beperkingen voor interne investeerders of met beperkingen van het interne aanbod of verbruik van diensten gepaard gaan;

  • d. noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

  • e. noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

    • i. het voorkómen van misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren;

    • ii. de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens en op de bescherming van de vertrouwelijke aard van persoonlijke dossiers en rekeningen;

    • iii. de veiligheid;

  • f. strijdig zijn met de artikelen 7.6 en 7.12, mits het verschil in behandeling bedoeld is om directe belastingen op billijke of doeltreffende45wijze te kunnen opleggen of innen ten aanzien van economische activiteiten, investeerders of dienstverleners uit de andere partij.

HOOFDSTUK ACHT. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel 8.1. Lopende betalingen

De partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds toe te staan dat alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen ingezetenen van de partijen worden verricht in vrij converteerbare valuta, en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.

Artikel 8.2. Kapitaalverkeer

  • 1 Wat de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans betreft, verbinden de partijen zich ertoe het vrije kapitaalverkeer niet te beperken ten aanzien van in overeenstemming met de wetgeving van het gastland verrichte directe investeringen, overeenkomstig hoofdstuk zeven (Handel in diensten, vestiging en elektronische handel) geliberaliseerde investeringen en andere transacties, en de liquidatie en repatriëring van het aldus geïnvesteerde kapitaal en de opbrengsten daarvan.

  • 2 Onverminderd hetgeen elders in deze overeenkomst is bepaald, waarborgen de partijen met betrekking tot niet onder lid 1 vallende verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans overeenkomstig de wetgeving van het gastland het vrije verkeer van kapitaal voor investeerders uit de andere partij in verband met, onder meer:

    • a. kredieten in verband met commerciële transacties, waaronder het verlenen van diensten waaraan een ingezetene van een partij deelneemt;

    • b. financiële leningen en kredieten; of

    • c. deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon zonder intentie duurzame economische banden aan te knopen of te handhaven.

  • 3 Onverminderd het bepaalde in deze overeenkomst voeren de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer tussen ingezetenen van de partijen en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere beperkingen aan.

  • 4 De partijen kunnen overleg plegen teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer verder te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 8.3. Uitzonderingen

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen landen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van het kapitaalverkeer vormen, wordt geen bepaling van dit hoofdstuk uitgelegd als beletsel voor het vaststellen of toepassen door een van de partijen van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de bescherming van de openbare veiligheid en de openbare zeden of de handhaving van de openbare orde; of

  • b. noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

    • i. het voorkómen van overtredingen of misdrijven, misleidende of frauduleuze praktijken of op middelen om de gevolgen van de niet-nakoming van contracten te compenseren (faillissement, insolventie en crediteurenbescherming);

    • ii. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financiële stelsel van een partij;

    • iii. de uitgifte van, de handel in of de verhandeling van effecten, opties, futures of andere derivaten;

    • iv. de financiële verslaglegging of boekhouding van betalingen indien nodig om hulp te bieden in het kader van rechtshandhaving of aan financiële regelgevende autoriteiten; of

    • v. het verzekeren dat wordt voldaan aan beschikkingen of uitspraken in gerechtelijke of administratieve procedures.

Artikel 8.4. Vrijwaringsmaatregelen

  • 1 Wanneer in uitzonderlijke omstandigheden betalingen en kapitaalbewegingen tussen de partijen ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid46van Korea of van een of meer van de lidstaten van de Europese Unie, kunnen strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen47ten aanzien van kapitaalbewegingen worden genomen door de betrokken partijen48, voor een periode van ten hoogste zes maanden49.

  • 2 Het Handelscomité wordt onverwijld in kennis gesteld van de vaststelling van vrijwaringsmaatregelen en zo spoedig mogelijk van een tijdschema voor de intrekking ervan.

HOOFDSTUK NEGEN. OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel 9.1. ALGEMENE BEPALINGEN

  • 1 De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, die is opgenomen in bijlage 4 bij de WTO-Overeenkomst, hierna „de GPA 1994” genoemd, en hun belang bij een verdere uitbreiding van bilaterale handelsmogelijkheden op de markt voor overheidsopdrachten van elk van beide partijen.

  • 2 De partijen erkennen hun gedeelde belangstelling voor de bevordering van de internationale liberalisering van markten voor overheidsopdrachten in het kader van het geregulariseerde internationale handelsstelsel. De partijen zullen blijven samenwerken bij de herziening krachtens artikel XXIV, lid 7, van de GPA 1994 en in andere internationale fora ter zake.

  • 3 Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk wordt zo uitgelegd dat wordt afgeweken van de rechten of verplichtingen van een van de partijen uit hoofde van de GPA 1994 of van een overeenkomst ter vervanging daarvan.

  • 4 Voor alle opdrachten waarop dit hoofdstuk van toepassing is, passen de partijen de voorlopig overeengekomen herziene GPA-tekst50, hierna de „herziene GPA” genoemd, toe, met uitzondering van onderstaande bepalingen:

    • a. de meestbegunstigingsbehandeling voor goederen en diensten en leveranciers en dienstverleners van andere partijen (artikel IV, lid 1, onder b), en lid 2, van de herziene GPA);

    • b. de bijzondere en gedifferentieerde behandeling van ontwikkelingslanden (artikel V van de herziene GPA);

    • c. de voorwaarden voor deelname (artikel VIII, lid 2, van de herziene GPA), die worden vervangen door: „legt niet de voorwaarde op dat een leverancier of dienstverlener van een partij alleen aan een opdracht kan deelnemen of hem alleen een opdracht kan worden gegund wanneer de aanbestedende dienst van de andere partij hem eerder een of meer opdrachten heeft gegund of wanneer hij vroegere werkervaring op het grondgebied van die partij heeft, tenzij die vroegere werkervaring van wezenlijk belang is om aan de eisen van de opdracht te voldoen;”;

    • d. de instellingen (artikel XXI van de herziene GPA); en

    • e. de slotbepalingen (artikel XXII van de herziene GPA).

  • 5 Voor de toepassing van de herziene GPA ingevolge lid 4 wordt verstaan onder:

    • a. „overeenkomst” in de herziene GPA: „hoofdstuk”, behalve dat onder „landen die geen partij bij deze overeenkomst zijn” wordt verstaan „niet-partijen” en onder „partij bij de overeenkomst” „partij”;

    • b. „andere partijen” in de herziene GPA: „de andere partij”; en

    • c. „het comité” in de herziene GPA: „de werkgroep”.

Artikel 9.2. Toepassingsgebied en dekking

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op alle opdrachten waarop de bijlagen bij de GPA 1994 van elk van beide partijen alsmede alle aan die bijlagen gehechte aantekeningen, met inbegrip van de wijzigingen of vervangingen daarvan, van toepassing zijn.

  • 2 Voor de toepassing van deze overeenkomst is bijlage 9 van toepassing op build-operate-transfer-contracten, hierna „BOT-contracten” genoemd, en op concessies voor openbare werken, zoals gedefinieerd in bijlage 9.

Artikel 9.3. Werkgroep overheidsopdrachten

De Werkgroep overheidsopdrachten, opgericht krachtens lid 1 van artikel 15.3 (Werkgroepen) komt in onderling overleg of op verzoek van een van de partijen bijeen om:

  • a. problemen met betrekking tot overheidsopdrachten en BOT-contracten of concessies voor openbare werken te bestuderen, die een van de partijen aan de werkgroep heeft voorgelegd;

  • b. informatie uit te wisselen over de mogelijkheden die elk van de partijen biedt met betrekking tot overheidsopdrachten en BOT-contracten of concessies voor openbare werken; en

  • c. alle andere aangelegenheden met betrekking tot dit hoofdstuk te bespreken.

HOOFDSTUK TIEN. INTELLECTUELE EIGENDOM

AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 10.1. Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

  • a. het bevorderen van de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten in de partijen; en

  • b. het bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten.

Artikel 10.2. Aard en toepassingsgebied van de verplichtingen

  • 1 De partijen waarborgen een adequate en doeltreffende tenuitvoerlegging van de internationale verdragen inzake intellectuele eigendom waarbij zij partij zijn, met inbegrip van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die is opgenomen in bijlage 1C bij de WTO-Overeenkomst, hierna de „TRIPs-overeenkomst” genoemd. De bepalingen van dit hoofdstuk vormen een aanvulling op en specificatie van de tussen de partijen geldende rechten en verplichtingen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst.

  • 2 Voor de toepassing van deze overeenkomst behoren tot de intellectuele-eigendomsrechten:

    • a. auteursrechten, met inbegrip van auteursrechten op computerprogramma's en databanken, en naburige rechten;

    • b. rechten in verband met octrooien;

    • c. handelsmerken;

    • d. dienstmerken;

    • e. modellen;

    • f. ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen;

    • g. geografische aanduidingen;

    • h. kwekersrechten; en

    • i. bescherming van niet openbaar gemaakte informatie.

Artikel 10.3. Overdracht van technologie

  • 1 De partijen komen overeen standpunten en informatie uit te wisselen over hun praktijk en beleid met betrekking tot de overdracht van technologie, zowel binnen hun respectieve grondgebied als met derde landen. Dit omvat in het bijzonder maatregelen om informatiestromen, zakelijke partnerschappen, de verlening van licenties en onderaanbesteding te vergemakkelijken. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de voorwaarden die nodig zijn voor het scheppen van een passend gunstig klimaat voor technologieoverdracht in de gastlanden, met inbegrip van onder meer kwesties als de ontwikkeling van menselijk kapitaal en een juridisch kader.

  • 2 Elk van beide partijen neemt passende maatregelen om licentiepraktijken of -voorwaarden met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten te voorkomen of te regelen, voor zover deze praktijken of voorwaarden de internationale technologieoverdracht kunnen schaden en een misbruik van intellectuele-eigendomsrechten door de houders van die rechten vormen.

Artikel 10.4. Uitputting

Het staat de partijen vrij hun eigen regeling voor de uitputting van intellectuele-eigendomsrechten vast te stellen.

AFDELING B. NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

ONDERAFDELING A. AUTEURSRECHT EN NABURIGE RECHTEN

Artikel 10.6. Duur van auteursrechten

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat wanneer de duur van de bescherming van een werk op basis van het leven van een natuurlijk persoon moet worden berekend, deze duur niet korter is dan het leven van de auteur plus 70 jaar na de dood van de auteur.

Artikel 10.7. Omroeporganisaties

  • 1 De rechten van omroeporganisaties vervallen niet eerder dan 50 jaar na de eerste transmissie van een uitzending, ongeacht of de transmissie van deze uitzendingen plaatsvindt via de kabel of via de ether, via satelliet daaronder begrepen.

  • 2 Geen van beide partijen staat retransmissie van televisiesignalen (via terrestrische, kabel- of satellietverbinding) op internet toe zonder vergunning van de houder of houders (zo die er zijn) van het recht op de inhoud van het signaal en van het signaal zelf51.

Artikel 10.8. Samenwerking bij het collectieve beheer van rechten

De partijen streven ernaar de vaststelling van regelingen tussen hun respectieve auteursrechtenorganisaties te bevorderen, teneinde de toegang tot en de levering van inhoud tussen de partijen te vergemakkelijken en de wederzijdse overdracht van royalty's voor het gebruik van werken of ander door auteursrechten beschermd materiaal van de partijen te waarborgen. De partijen streven ernaar een hoog niveau van rationalisatie te bereiken en de transparantie met betrekking tot de uitvoering van de taak van hun respectieve auteursrechtenorganisaties te verbeteren.

Artikel 10.9. Uitzending en mededeling aan het publiek

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • a. uitzending: de draadloze transmissie van geluiden of van beelden en geluiden of van de weergaven daarvan voor ontvangst door het publiek; een dergelijke transmissie via satelliet wordt ook onder uitzending begrepen; de transmissie van gecodeerde signalen geldt als uitzending wanneer de middelen voor decodering aan het publiek worden geleverd door of met toestemming van de omroeporganisatie; en onder

    • b. mededeling aan het publiek: de overdracht aan het publiek door elk medium anders dan door uitzending, van geluiden van een uitvoering of de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden. Voor de toepassing van lid 5 wordt onder „mededeling aan het publiek” ook verstaan het voor het publiek hoorbaar maken van de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden.

  • 2 Elk van beide partijen verleent uitvoerende kunstenaars het uitsluitend recht om draadloze uitzending en mededeling aan het publiek van hun uitvoeringen toe te staan of te verbieden, behalve wanneer de uitvoering zelf al een uitgezonden uitvoering is of gemaakt is op basis van een vastlegging.

  • 3 Elk van beide partijen verleent uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen recht op een enkele billijke vergoeding voor het gebruik van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen of reproducties daarvan ten behoeve van draadloze uitzending of enigerlei mededeling aan het publiek.

  • 4 Elk van beide partijen neemt in haar wetgeving de bepaling op dat de enkele billijke vergoeding door de gebruiker verschuldigd is aan de uitvoerend kunstenaar, aan de producent van een fonogram, of aan beiden. De partijen kunnen in hun wetgeving de voorwaarden bepalen volgens welke uitvoerende kunstaars en producenten van fonogrammen de enkele billijke beloning verdelen wanneer hierover geen overeenstemming tussen de uitvoerend kunstenaar en de producent van een fonogram is bereikt.

  • 5 Elk van beide partijen verleent omroeporganisaties het uitsluitend recht om onderstaande handelingen toe te staan of te verbieden:

    • a. heruitzending van hun uitzendingen;

    • b. vastlegging van hun uitzendingen; en

    • c. mededeling aan het publiek van hun televisie-uitzendingen indien die mededeling geschiedt op plaatsen die tegen betaling van een entreeprijs voor het publiek toegankelijk zijn. De voorwaarden waaronder dit recht kan worden uitgeoefend, worden bepaald door het interne recht van de staat waar bescherming van dit recht wordt gevraagd.

Artikel 10.10. Volgrecht van kunstenaars

De partijen komen overeen van gedachten te wisselen en informatie uit te wisselen over de praktijk en het beleid met betrekking tot het volgrecht van kunstenaars. De partijen treden binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst opnieuw in overleg over de wenselijkheid en haalbaarheid van de invoering van het volgrecht van kunstenaars in Korea.

Artikel 10.11. Beperkingen en uitzonderingen

De partijen kunnen in hun wetgeving voorzien in beperkingen van en uitzonderingen op de in de artikelen 10.5 tot en met 10.10 bedoelde aan de houders van een recht verleende rechten in bepaalde bijzondere gevallen die niet in strijd zijn met een normale exploitatie van het werk en geen onredelijke inbreuk zijn op de rechtmatige belangen van de houders van het recht.

Artikel 10.12. Bescherming van technische voorzieningen

  • 1 Elk van beide partijen voorziet in een passende rechtsbescherming tegen het omzeilen van doeltreffende technische voorzieningen door een persoon die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij aldus handelt.

  • 2 Elk van beide partijen voorziet in een passende rechtsbescherming tegen de vervaardiging, invoer, distributie, verkoop, verhuur, reclame voor verkoop of verhuur, of het bezit voor commerciële doeleinden van inrichtingen, producten of onderdelen, of het verrichten van diensten die:

    • a. gestimuleerd, aangeprezen of in de handel gebracht worden om de bescherming te omzeilen van,

    • b. slechts een commercieel beperkt doel of nut hebben, naast de omzeiling van de bescherming van, of

    • c. in het bijzonder ontworpen, geproduceerd of aangepast zijn dan wel verricht worden met het doel de omzeiling mogelijk of gemakkelijker te maken van

    doeltreffende technische voorzieningen.

  • 3 Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder technologische voorzieningen verstaan technologie, inrichtingen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of ander materiaal, die niet zijn toegestaan door de houders van auteursrechten of in de wetgeving van elk van beide partijen vastgelegde naburige rechten. Technische voorzieningen worden geacht doeltreffend te zijn indien het gebruik van een beschermd werk of van ander beschermd materiaal door de rechthebbenden wordt gecontroleerd door toepassing van een controle op de toegang of een beschermingsprocédé zoals encryptie, versluiering of een andere transformatie van het werk of ander materiaal, of een kopieerbeveiliging die de beoogde bescherming bereikt.

  • 4 Elk van beide partijen kan in overeenstemming met haar wetgeving en de in artikel 10.5 genoemde internationale overeenkomsten ter zake voorzien in uitzonderingen op en beperkingen van maatregelen ter uitvoering van de leden 1 en 2.

Artikel 10.13. Bescherming van informatie over het beheer van rechten

  • 1 Elk van beide partijen voorziet in een passende rechtsbescherming tegen eenieder die opzettelijk op ongeoorloofde wijze een van de volgende handelingen verricht:

    • a. de verwijdering of wijziging van elektronische informatie betreffende het beheer van rechten,

    • b. de verspreiding, de invoer ter verspreiding, de uitzending, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling voor het publiek van werken of ander materiaal beschermd krachtens deze overeenkomst, waaruit op ongeoorloofde wijze elektronische informatie betreffende het beheer van rechten is verwijderd of waarin op ongeoorloofde wijze dergelijke informatie is gewijzigd,

    en die weet of redelijkerwijs behoort te weten dat hij zodoende aanzet tot een inbreuk op het auteursrecht of de in de wetgeving van de desbetreffende partij vastgestelde naburige rechten, dan wel een dergelijke inbreuk mogelijk maakt, vergemakkelijkt of verbergt.

  • 2 Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder informatie over het beheer van rechten verstaan alle door de houders van een recht verstrekte informatie die dient ter identificatie van het werk of het andere materiaal bedoeld in deze overeenkomst, dan wel van de auteur of een andere rechthebbende, of informatie betreffende de voorwaarden voor het gebruik van het werk of het andere materiaal, alsook de cijfers of codes waarin die informatie vervat ligt.

  • 3 Lid 2 is van toepassing wanneer bestanddelen van deze informatie zijn verbonden met een kopie, of kenbaar worden bij de mededeling aan het publiek, van een werk of ander materiaal bedoeld in deze overeenkomst.

Artikel 10.14. Overgangsbepaling

Korea legt de in de artikelen 10.6 en 10.7 bedoelde verplichtingen binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst volledig ten uitvoer.

ONDERAFDELING B. HANDELSMERKEN

Artikel 10.15. Registratieprocedure

De Europese Unie en Korea voorzien in een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij de redenen voor een weigering een handelsmerk te registreren schriftelijk aan de aanvrager wordt medegedeeld en hem ook elektronisch kan worden verstrekt, en de aanvrager de mogelijkheid krijgt die weigering aan te vechten en bij de rechter in beroep te gaan tegen een definitieve weigering. De Europese Unie en Korea zien er ook op toe dat belanghebbenden zich tegen aanvragen voor een handelsmerk kunnen verzetten. De Europese Unie en Korea voorzien in een openbaar toegankelijke databank voor aanvragen voor en de registratie van handelsmerken.

Artikel 10.16. Internationale overeenkomsten

De Europese Unie en Korea nemen het Verdrag inzake het handelsmerkenrecht (1994) in acht en stellen alles wat redelijkerwijs mogelijk is in het werk om het Verdrag van Singapore inzake handelsmerkenrecht (2006) in acht te nemen.

Artikel 10.17. Uitzonderingen op de rechten die zijn verbonden aan een handelsmerk

Elk van beide partijen voorziet in een eerlijk gebruik van beschrijvende termen als beperkte uitzondering op de rechten die verbonden zijn aan een handelsmerk en kan voorzien in andere beperkte uitzonderingen, mits bij die beperkte uitzonderingen rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

ONDERAFDELING C. GEOGRAFISCHE AANDUIDINGEN5253

Artikel 10.18. Erkenning van geografische aanduidingen voor landbouwproducten, levensmiddelen en wijn

  • 1 Na onderzoek van de Wet op de kwaliteitscontrole van landbouwproducten en de uitvoeringsbepalingen daarvan, voor zover deze betrekking hebben op de registratie van, het toezicht op en de bescherming van geografische aanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen in Korea, concludeert de Europese Unie dat deze wetgeving beantwoordt aan de in lid 6 neergelegde elementen.

  • 2 Na onderzoek van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad en de uitvoeringsbepalingen daarvan, voor zover deze betrekking hebben op de registratie van, het toezicht op en de bescherming van geografische aanduidingen van landbouwproducten en levensmiddelen in de Europese Unie, en van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector wijn concludeert Korea dat deze wetgeving beantwoordt aan de in lid 6 neergelegde elementen.

  • 3 Na onderzoek van een samenvatting van de specificaties van de landbouwproducten en levensmiddelen waarop de in bijlage 10-A opgenomen geografische aanduidingen van Korea die door Korea zijn geregistreerd krachtens de in lid 1 bedoelde wetgeving betrekking hebben, verbindt de Europese Unie zich ertoe de in bijlage 10-A opgenomen geografische aanduidingen van Korea te beschermen overeenkomstig het in dit hoofdstuk neergelegde beschermingsniveau.

  • 4 Na onderzoek van een samenvatting van de specificaties van de landbouwproducten en levensmiddelen waarop de in bijlage 10-A opgenomen geografische aanduidingen van de Europese Unie die door de Europese Unie zijn geregistreerd krachtens de in lid 2 bedoelde wetgeving betrekking hebben, verbindt Korea zich ertoe de in bijlage 10-A opgenomen geografische aanduidingen van de Europese Unie te beschermen overeenkomstig het in dit hoofdstuk neergelegde beschermingsniveau.

  • 5 Lid 3 is van toepassing op geografische aanduidingen voor wijn die zijn toegevoegd overeenkomstig artikel 10.24.

  • 6 De Europese Unie en Korea komen overeen dat de registratie van en het toezicht op in de leden 1 en 2 bedoelde geografische aanduidingen de volgende elementen omvatten:

    • a. een register waarin de op hun respectieve grondgebied beschermde geografische aanduidingen zijn opgenomen;

    • b. een administratieve procedure om te controleren dat de geografische aanduidingen aangeven dat waren hun oorsprong in een gebied, regio of plaats van een van beide partijen hebben wanneer een bepaalde kwaliteit, reputatie of ander kenmerk van die waren hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan hun geografische oorsprong;

    • c. het vereiste dat een geregistreerde naam overeenkomt met een specifiek product of met specifieke producten waarvoor een productspecificatie is vastgelegd die alleen kan worden gewijzigd volgens de daarvoor voorgeschreven administratieve procedure;

    • d. bepalingen inzake toezicht op de productie;

    • e. wettelijke bepalingen waarin is neergelegd dat een geregistreerde naam kan worden gebruikt door iedere marktdeelnemer die het landbouwproduct of het levensmiddel overeenkomstig de desbetreffende specificatie in de handel brengt; en

    • f. een bezwaarprocedure waarbij rekening wordt gehouden met de legitieme belangen van vroegere gebruikers van namen, ongeacht of deze namen als een vorm van intellectuele eigendom worden beschermd.

Artikel 10.19. Erkenning van specifieke geografische aanduidingen voor wijn54, gearomatiseerde wijn55en gedistilleerde dranken56

  • 1 In Korea worden de in bijlage 10-B opgenomen geografische aanduidingen van de Europese Unie beschermd voor producten waarvoor deze geografische aanduidingen overeenkomstig de desbetreffende wetgeving van de Europese Unie inzake geografische aanduidingen worden gebruikt.

  • 2 In de Europese Unie worden de in bijlage 10-B opgenomen geografische aanduidingen van Korea beschermd voor producten waarvoor deze geografische aanduidingen overeenkomstig de desbetreffende wetgeving van Korea inzake geografische aanduidingen worden gebruikt.

Artikel 10.20. Gebruiksrecht

Een uit hoofde van deze onderafdeling beschermde naam mag worden gebruikt door iedere marktdeelnemer die landbouwproducten, levensmiddelen, wijn, gearomatiseerde wijn of gedistilleerde dranken overeenkomstig de desbetreffende specificatie in de handel brengt.

Artikel 10.21. Omvang van de bescherming

  • 1 De in de artikelen 10.18 en 10.19 bedoelde geografische aanduidingen worden beschermd tegen:

    • a. het gebruik van middelen in de benaming of voorstelling van waren waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat de waren in kwestie hun oorsprong hebben in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de waren;

    • b. het gebruik van een geografische aanduiding ter benoeming van waren voor soortgelijke waren57die niet hun oorsprong hebben in de door de geografische aanduiding in kwestie aangeduide plaats, zelfs wanneer de werkelijke oorsprong van de waren is vermeld of de geografische aanduiding wordt gebruikt in vertaling of transcriptie of vergezeld gaat van uitdrukkingen zoals „soort”, „type”, „stijl”, „imitatie” en dergelijke; en

    • c. elk ander gebruik dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs.

  • 2 Deze overeenkomst doet op generlei wijze afbreuk aan het recht van een persoon om in het handelsverkeer zijn naam of de naam van zijn voorganger in zaken te gebruiken, behalve wanneer deze naam op zodanige wijze wordt gebruikt dat de consumenten daardoor wordt misleid.

  • 3 Indien de geografische aanduidingen van de partijen gelijkluidend zijn, wordt elke aanduiding beschermd mits deze te goeder trouw wordt gebruikt. De Werkgroep geografische aanduidingen bepaalt de praktische gebruiksvoorwaarden om gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consumenten niet mogen worden misleid. Indien een door deze overeenkomst beschermde geografische aanduiding gelijkluidend is met een geografische aanduiding van een derde land, bepaalt elk van beide partijen de praktische gebruiksvoorwaarden om gelijkluidende geografische aanduidingen van elkaar te onderscheiden, er rekening mee houdend dat de betrokken producenten een billijke behandeling moeten krijgen en de consumenten niet mogen worden misleid.

  • 4 Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht de Europese Unie of Korea ertoe een geografische aanduiding die in het land van oorsprong niet of niet meer wordt beschermd of er in onbruik is geraakt, te beschermen.

  • 5 De bescherming van een geografische aanduiding uit hoofde van dit artikel doet geen afbreuk aan het voortgezette gebruik van een handelsmerk dat op het grondgebied van een partij werd aangevraagd, geregistreerd of, indien de toepasselijke wetgeving in die mogelijkheid voorziet, door gebruik werd verworven vóór de datum waarop bescherming of erkenning van de geografische aanduiding werd aangevraagd, mits er in de wetgeving van de betrokken partij geen redenen voor de ongeldigheid of de herroeping van het handelsmerk zijn. De datum waarop de bescherming of erkenning van de geografische aanduiding werd aangevraagd, wordt bepaald overeenkomstig artikel 10.23, lid 2.

Artikel 10.22. Handhaving van bescherming

De partijen handhaven de in de artikelen 10.18 tot en met 10.23 bedoelde bescherming op eigen initiatief door passend optreden van hun autoriteiten. Ook handhaven zij die bescherming op verzoek van een belanghebbende.

Artikel 10.23. Verband met handelsmerken

  • 1 Wanneer registratie van een handelsmerk leidt tot een van de in artikel 10.21, lid 1, bedoelde situaties in verband met een beschermde geografische aanduiding voor soortgelijke waren, wordt deze registratie door de partijen alleen geweigerd of nietig verklaard mits de registratie van het handelsmerk is aangevraagd na de datum waarop bescherming of erkenning van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied werd aangevraagd.

  • 2 Voor de toepassing van lid 1 is de datum waarop bescherming of erkenning werd aangevraagd:

    • a. voor de in de artikelen 10.18 en 10.19 bedoelde geografische aanduidingen de datum waarop deze overeenkomst in werking treedt; en

    • b. voor de in artikel 10.24 bedoelde geografische aanduidingen de datum waarop een partij een verzoek van de andere partij ontvangt om een geografische aanduiding te beschermen of te erkennen.

Artikel 10.24. Toevoeging van beschermde geografische aanduidingen58

  • 1 De Europese Unie en Korea komen overeen om te beschermen geografische aanduidingen volgens de procedure van artikel 10.25 aan de bijlagen 10-A en 10-B toe te voegen.

  • 2 De Europese Unie en Korea komen overeen om verzoeken van de ander om te beschermen geografische aanduidingen aan de bijlagen toe te voegen, onverwijld te behandelen.

  • 3 Een naam kan niet als geografische aanduiding worden geregistreerd indien hij strijdig is met de naam van een plantenras, met inbegrip van een druivenras, of een dierenras en de consument daardoor zou kunnen worden misleid met betrekking tot de werkelijke oorsprong van het product.

Artikel 10.25. Werkgroep geografische aanduidingen

  • 1 De Werkgroep geografische aanduidingen, die is opgericht ingevolge lid 1 van artikel 15.3 (Werkgroepen), komt in onderling overleg of op verzoek van een van de partijen bijeen om de samenwerking tussen de partijen en de dialoog over geografische aanduidingen te intensiveren. De werkgroep kan bij consensus aanbevelingen doen en besluiten nemen.

  • 2 De werkgroep komt bij toerbeurt bij de ene of de andere partij bijeen. Zij komt bijeen op een plaats en een tijdstip en op een wijze, waaronder eventueel per videoconferentie, die onderling door de partijen wordt bepaald, maar niet later dan 90 dagen nadat het verzoek is gedaan.

  • 3 De werkgroep kan besluiten:

    • a. tot wijziging van de bijlagen 10-A en 10-B, teneinde hierin geval voor geval geografische aanduidingen van de Europese Unie of Korea op te nemen die, nadat de in artikel 10.18, leden 3 en 4, bedoelde procedure ter zake, indien van toepassing, werd afgesloten, ook volgens de andere partij geografische aanduidingen vormen en op het grondgebied van die andere partij zullen worden beschermd;

    • b. tot wijziging59van de onder a) bedoelde bijlagen, teneinde daaruit de geografische aanduidingen te verwijderen die in de partij van oorsprong niet meer worden beschermd60of die, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving, niet langer voldoen aan de voorwaarden om in de andere partij als geografische aanduiding te worden beschouwd; en

    • c. een verwijzing naar wetgeving in deze overeenkomst te beschouwen als een verwijzing naar die wetgeving zoals die op een bepaalde datum na de inwerkingtreding van deze overeenkomst gewijzigd, vervangen en van kracht is.

  • 4 De werkgroep vergewist zich ervan dat deze onderafdeling naar behoren functioneert, en kan aandacht besteden aan elke aangelegenheid met betrekking tot de uitvoering en de werking ervan. Zij is in het bijzonder bevoegd voor:

    • a. de uitwisseling van informatie over wetgevings- en beleidsontwikkelingen op het gebied van geografische aanduidingen;

    • b. de uitwisseling van informatie over specifieke geografische aanduidingen met het oog op hun eventuele bescherming in overeenstemming met deze overeenkomst; en

    • c. de uitwisseling van informatie met het oog op de optimale werking van deze overeenkomst.

  • 5 De werkgroep kan iedere kwestie van wederzijds belang op het gebied van geografische aanduidingen bespreken.

Artikel 10.26. Individuele toepassingen van de bescherming van geografische aanduidingen

De bepalingen van deze onderafdeling laten het recht om te streven naar erkenning en bescherming van een geografische aanduiding krachtens de wetgeving van de Europese Unie of Korea ter zake onverlet.

ONDERAFDELING D. MODELLEN

Artikel 10.27. Bescherming van geregistreerde modellen

  • 1 De Europese Unie en Korea voorzien in de bescherming van onafhankelijk ontworpen modellen die nieuw of oorspronkelijk zijn en een eigen karakter hebben61.

  • 2 In deze bescherming wordt voorzien door registratie, die de houder van het recht uitsluitende rechten overeenkomstig het bepaalde in deze onderafdeling verleent.

Artikel 10.28. Door registratie verkregen rechten

De eigenaar van een beschermd model heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben, ten minste te beletten artikelen te vervaardigen, op de markt aan te bieden, te verkopen, in of uit te voeren of te gebruiken, die het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dit om commerciële redenen gebeurt, wanneer hiermee zonder noodzaak afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het model of wanneer dit niet in overeenstemming is met een eerlijke handelspraktijk.

Artikel 10.29. Bescherming van niet-geregistreerde verschijningsvormen

De Europese Unie en Korea voorzien in rechtsmiddelen ter voorkoming van het gebruik van niet-geregistreerde verschijningsvormen van een product, mits het omstreden gebruik voortvloeit uit het kopiëren van de niet-geregistreerde verschijningsvorm van het product62. Een dergelijk gebruik omvat ten minste het aanbieden63en het in- en uitvoeren van goederen.

Artikel 10.30. Duur van de bescherming

  • 1 Na registratie bieden de partijen bescherming voor de duur van ten minste 15 jaar.

  • 2 Niet-geregistreerde verschijningsvormen worden in de Europese Unie en Korea gedurende ten minste drie jaar beschermd.

Artikel 10.31. Uitzonderingen

  • 1 De Europese Unie en Korea kunnen voorzien in beperkte uitzonderingen op de bescherming van modellen, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde modellen en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.

  • 2 De bescherming van modellen strekt zich niet uit tot modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn.

  • 3 Een model dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, is niet vatbaar voor bescherming door een recht inzake modellen.

Artikel 10.32. Verband met auteursrecht

Een model dat overeenkomstig deze onderafdeling door een in de Europese Unie of in Korea ingeschreven modelrecht wordt beschermd, kan vanaf de datum waarop het model is ontworpen of in een vorm is vastgelegd tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht dat op het grondgebied van de partijen van toepassing is64.

ONDERAFDELING E. OCTROOIEN

Artikel 10.33. Internationale overeenkomst

De partijen stellen, binnen redelijke grenzen, alles in het werk om te voldoen aan de artikelen 1 tot en met 16 van het Verdrag inzake octrooirecht (2000).

Artikel 10.34. Octrooien en volksgezondheid

  • 1 De partijen erkennen het belang van de Verklaring inzake de TRIPs-Overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 werd goedgekeurd door de ministeriële conferentie van de WTO (hierna de „Verklaring van Doha” genoemd). Voor de interpretatie en uitvoering van de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze onderafdeling zijn de partijen gerechtigd zich op de Verklaring van Doha te beroepen.

  • 2 Elk van beide partijen draagt bij aan de uitvoering van het Besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over punt 6 van de Verklaring van de Doha en het Protocol tot wijziging van de TRIPs-overeenkomst, dat op 6 december 2005 in Genève werd vastgesteld, en neemt deze in acht.

Artikel 10.35. Verlenging van de duur van de door de octrooibescherming verkregen rechten

  • 1 De partijen erkennen dat farmaceutische producten65en gewasbeschermingsmiddelen66die op hun respectieve grondgebied door een octrooi worden beschermd, aan een administratieve vergunnings- en registratieprocedure moeten worden onderworpen voordat zij er in de handel mogen worden gebracht.

  • 2 Op verzoek van de octrooihouder verlengen de partijen de duur van de door de octrooibescherming verleende rechten om hem te compenseren voor de verkorting van de effectieve duur van het octrooi als gevolg van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product op hun respectieve markt. De duur van de door de octrooibescherming verleende rechten mag met niet meer dan vijf jaar worden verlengd67.

Artikel 10.36. Bescherming van gegevens die zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van farmaceutische producten68te verkrijgen

  • 1 De partijen garanderen gegevens die zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product te verkrijgen, geheim te houden en niet openbaar te maken en de exclusiviteit ervan te waarborgen.

  • 2 Daartoe garanderen de partijen in hun respectieve wetgeving dat gegevens zoals bedoeld in artikel 39 van de TRIPs-overeenkomst, die betrekking hebben op de veiligheid en de doeltreffendheid en die voor de eerste keer door een aanvrager zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van een nieuw farmaceutisch product op het grondgebied van de respectieve partijen te verkrijgen, niet worden gebruikt om een andere vergunning voor het in de handel brengen van een farmaceutisch product te verlenen, tenzij bewijs wordt geleverd van de uitdrukkelijke toestemming van de vergunninghouder voor het gebruik van deze gegevens.

  • 3 De gegevens worden vanaf de datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen die op het grondgebied van de respectieve partij wordt verkregen, gedurende ten minste vijf jaar beschermd.

Artikel 10.37. Bescherming van gegevens die zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen te verkrijgen

  • 1 De partijen stellen veiligheids- en doeltreffendheidsvereisten vast voordat zij vergunning verlenen voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen op hun respectieve markt.

  • 2 De partijen zorgen ervoor dat tests, studieverslagen en informatie die voor het eerst door een aanvrager zijn ingediend om een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel te verkrijgen, niet door derden of door de desbetreffende autoriteiten worden gebruikt ten behoeve van een andere persoon die een vergunning voor het in de handel brengen van een gewasbeschermingsmiddel wil verkrijgen, tenzij bewijs wordt geleverd van de uitdrukkelijke toestemming van de eerste aanvrager voor het gebruik van deze gegevens. Deze bescherming wordt hierna gegevensbescherming genoemd.

  • 3 De gegevensbescherming geldt voor een periode van ten minste tien jaar vanaf de datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen bij de respectieve partij.

Artikel 10.38. Tenuitvoerlegging

De partijen nemen de nodige maatregelen om de volledige doeltreffendheid van de in deze onderafdeling bedoelde bescherming te waarborgen; zij werken op dit gebied actief samen en gaan een constructieve dialoog ter zake aan.

ONDERAFDELING F. ANDERE BEPALINGEN

Artikel 10.39. Kwekersrechten

Elk van beide partijen voorziet in de bescherming van kwekersrechten en voldoet aan haar verplichtingen uit hoofde van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekproducten (1991).

Artikel 10.40. Genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore

  • 1 Met inachtneming van hun wetgeving zorgen de partijen voor de eerbiediging, bescherming en instandhouding van de kennis, vernieuwingen en gebruiken van autochtone en plaatselijke gemeenschappen, waarop tradities zijn gebaseerd die van belang zijn voor het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit en voor de bevordering van de toepassing daarvan op grotere schaal, met de deelneming en instemming van de dragers van die kennis, vernieuwingen en gebruiken, alsmede voor de stimulering van de eerlijke verdeling van de voordelen van de toepassing van die kennis, vernieuwingen en gebruiken.

  • 2 De partijen komen overeen regelmatig van gedachten te wisselen en informatie uit te wisselen over multilaterale besprekingen ter zake:

    • a. in het kader van de WIPO, over onderwerpen die worden behandeld door het Intergouvernementeel Comité voor genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore;

    • b. in het kader van de WTO, over onderwerpen betreffende het verband tussen de TRIPs-overeenkomst en het Verdrag inzake biologische diversiteit, en de bescherming van traditionele kennis en folklore; en

    • c. in het kader van het Verdrag inzake biologische diversiteit, over onderwerpen betreffende een internationale regeling inzake toegang tot genetische hulpbronnen en het delen van de voordelen ervan.

  • 3 De partijen komen overeen om na afloop van de in lid 2 bedoelde multilaterale besprekingen ter zake dit artikel binnen het Handelscomité op verzoek van een van de partijen te herzien in het licht van de resultaten en de conclusie van die multilaterale besprekingen. Het Handelscomité kan elk besluit aannemen dat nodig is om gevolg te geven aan de resultaten van de herziening.

AFDELING C. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel 10.41. Algemene verplichtingen

  • 1 De partijen bevestigen hun verbintenissen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst, en met name deel III; zij vergewissen zich ervan dat hun wetgeving de volgende aanvullende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen biedt, zodat doeltreffend actie kan worden ondernomen tegen elke inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten69waarop deze overeenkomst van toepassing is.

  • 2 Deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

    • a. omvatten snelle rechtsmiddelen om inbreuken te voorkomen en rechtsmiddelen die verdere inbreuken ontmoedigen;

    • b. zijn eerlijk en billijk;

    • c. zijn niet onnodig ingewikkeld of kostbaar of houden geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen in; en

    • d. zijn doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend en worden zodanig toegepast dat geen belemmeringen voor legitiem handelsverkeer worden gecreëerd en wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen.

Artikel 10.42. Rechthebbenden

Elk van beide partijen erkent dat de volgende personen en instanties gerechtigd zijn te verzoeken om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen:

  • a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • b. alle andere personen die gemachtigd zijn die rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • c. instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht; en

  • d. een federatie of vereniging die rechtens representatief en bevoegd is om die rechten te doen gelden, voor zover dat wordt toegestaan door en in overeenstemming is met de toepasselijke wetgeving.

ONDERAFDELING A. CIVIELE MAATREGELEN, PROCEDURES EN RECHTSMIDDELEN

Artikel 10.43. Bewijsmateriaal

Elk van beide partijen treft de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, in voorkomend geval op verzoek van een partij overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel 10.44. Voorlopige maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal

  • 1 Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de bevoegde rechterlijke instanties, al voordat een bodemprocedure is begonnen, op verzoek van een partij die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd tot staving van haar beweringen dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

  • 2 Elk van beide partijen kan erin voorzien dat deze maatregelen de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de inbreuk makende goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten omvatten. Die maatregelen worden met name genomen, zo nodig zonder dat de wederpartij wordt gehoord, wanneer het aannemelijk is dat uitstel de houder van het recht onherstelbare schade zal berokkenen, of indien er een aantoonbaar gevaar bestaat dat bewijsmateriaal wordt vernietigd.

Artikel 10.45. Recht op informatie

  • 1 Elk van beide partijen ziet erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties in het kader van civiele procedures wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht naar aanleiding van een met redenen omkleed en proportioneel verzoek van de eiser kunnen gelasten dat de inbreukmaker en/of iedere andere persoon die partij of getuige bij een geschil is, informatie verstrekt over de oorsprong en het distributienetwerk van de goederen of diensten die een inbreuk op het intellectuele-eigendomsrecht vormen.

    • a. In dit lid wordt met „ieder ander persoon” een persoon bedoeld die:

      • i. de inbreuk makende goederen op commerciële schaal in zijn bezit blijkt te hebben;

      • ii. de inbreuk makende diensten op commerciële schaal blijkt te gebruiken;

      • iii. op commerciële schaal diensten blijkt te verlenen die bij inbreuk makende handelingen worden gebruikt; of

      • iv. door een in deze alinea bedoelde persoon is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van de goederen of bij het verlenen van de diensten.

    • b. De informatie omvat, naar gelang van het geval:

      • i. de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, leveranciers en andere eerdere bezitters van de goederen of diensten, alsmede van de beoogde groot- en detailhandelaren; of

      • ii. inlichtingen over de geproduceerde, vervaardigde, geleverde, ontvangen of bestelde hoeveelheden, alsmede over de voor de desbetreffende goederen of diensten verkregen prijs.

  • 2 Dit artikel geldt onverminderd andere wettelijke bepalingen waarbij:

    • a. de houder van het recht ruimere rechten op informatie worden toegekend;

    • b. het gebruik van de krachtens dit artikel medegedeelde informatie in civiele procedures of strafzaken wordt geregeld;

    • c. de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;

    • d. de mogelijkheid wordt geboden te weigeren gegevens te verstrekken die de in lid 1 bedoelde persoon zouden dwingen deelname door hemzelf of door naaste verwanten aan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht toe te geven; of

    • e. de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.

Artikel 10.46. Voorlopige en conservatoire maatregelen

  • 1 Elk van beide partijen ziet erop toe dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de eiser, een voorlopig bevel kunnen uitvaardigen dat bedoeld is om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen of om, indien wenselijk en indien haar wetgeving erin voorziet, op straffe van een dwangsom tijdelijk voortzetting van de vermeende inbreuk op dat intellectuele-eigendomsrecht te verbieden, dan wel om aan voortzetting de voorwaarde te verbinden dat zekerheid wordt gesteld voor schadeloosstelling van de houder van het recht. Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd tegen een tussenpersoon70wiens diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een auteursrecht of naburig recht, handelsmerk of geografische aanduiding.

  • 2 Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd om de inbeslagneming te gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, teneinde te voorkomen dat zij in het handelsverkeer worden gebracht of zich daarin bevinden.

  • 3 Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, in geval van inbreuk op commerciële schaal en indien de indiener van het verzoek omstandigheden aantoont die de schadevergoeding in gevaar dreigen te brengen, de rechterlijke instanties conservatoir beslag kunnen laten leggen op de roerende en onroerende goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van zijn bankrekeningen en andere tegoeden.

Artikel 10.47. Corrigerende maatregelen

  • 1 Elk van beide partijen ziet erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de houder van het recht wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, de vernietiging kunnen gelasten van de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat zij een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht vormen, dan wel andere maatregelen om die goederen definitief uit het handelsverkeer te verwijderen. In voorkomend geval kunnen de bevoegde rechterlijke instanties ook de vernietiging gelasten van materialen en werktuigen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het ontwerpen of vervaardigen van die goederen.

  • 2 De rechterlijke instanties gelasten dat deze maatregelen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.

  • 3 Bij de behandeling van een verzoek om corrigerende maatregelen wordt rekening gehouden met de noodzakelijke evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen en met de belangen van derden.

Artikel 10.48. Rechterlijke bevelen

  • 1 Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen.

  • 2 Wanneer de wetgeving erin voorziet, wordt bij niet-naleving van een rechterlijk bevel in voorkomend geval een dwangsom tot naleving van het verbod opgelegd. Elk van beide partijen zorgt ervoor dat de houders van het recht kunnen verzoeken om een rechterlijk bevel ten aanzien van tussenpersonen71wier diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een auteursrecht of naburig recht, een handelsmerk of een geografische aanduiding.

Artikel 10.49. Alternatieve maatregelen

Elk van beide partijen kan bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in voorkomend geval en op verzoek van degene aan wie de in artikel 10.47 of 10.48 vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald in plaats van toepassing van de maatregelen uit artikel 10.47 of 10.48, indien de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, indien uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en indien geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs bevredigend lijkt.

Artikel 10.50. Schadevergoeding

  • 1 Elk van beide partijen ziet erop toe dat wanneer de rechterlijke autoriteiten een schadevergoeding vaststellen:

    • a. zij rekening houden met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in voorkomend geval, andere elementen dan economische factoren, onder meer de morele schade die de houder van het recht door de inbreuk heeft geleden; of

    • b. zij deze als alternatief voor het bepaalde onder a) in voorkomend geval de schadevergoeding kunnen vaststellen als een vast bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het intellectuele-eigendomsrecht in kwestie te gebruiken.

  • 2 De partijen kunnen erin voorzien dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een vooraf vastgestelde schadevergoeding kunnen gelasten indien de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs had moeten weten dat hij inbreuk maakte.

  • 3 In het geval van civiele procedures kan elk van beide partijen, ten minste met betrekking tot door auteursrechten of naburige rechten beschermde werken, fonogrammen en uitvoeringen, alsmede in geval van de namaak van handelsmerken, vooraf vastgestelde schadevergoedingen vaststellen of handhaven, waarvan de houder van het recht desgewenst gebruik kan maken.

Artikel 10.51. Gerechtskosten

Elk van beide partijen zorgt ervoor dat, als algemene regel, redelijke en proportionele gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet.

Artikel 10.52. Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken