Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Notawisseling tussen de Nederlandse en de Australische Regering betreffende resterende intercustodiale geschillen, Canberra, 10-02-1956

Geldend van 01-07-1958 t/m heden

Notawisseling tussen de Nederlandse en de Australische Regering betreffende resterende intercustodiale geschillen

Authentiek : EN

I

EMBASSY OF THE

NETHERLANDS

Canberra, 14th October, 1955.

Sir,

I have the honour to refer to the Notes of the Department of External Affairs dated February 3rd, 1950, and January 5th, 1955, on the settlement of intercustodial conflicts between Australia and the Netherlands.

In this connection I have to state that to the knowledge of my Government the only intercustodial conflicts between our countries with regard to German enemy property concern the securities issued in Australia figuring on the list enclosed with the Department's Note of February 3rd, 1950, which securities have been confiscated by the Netherlands.

With reference to the above, I have been directed to inform you that the Netherlands Government is prepared to release the securities in question or the proceeds thereof to the Australian Government in accordance with the resolution of the Assembly of the Inter-Allied Reparation Agency, dated 12th March, 1948. This release will be effected by delivering the assets in question to the Australian Embassy at The Hague.

Moreover, I have been instructed to propose that this letter and your reply in the affirmative be deemed to constitute and be evidence of an agreement between our two Governments on the final settlement of Netherlands-Australian intercustodial conflicts, and that the agreement shall enter into force on the date the Australian Government receive a Note in which is stated on behalf of the Netherlands Government that the constitutional approval required in the Netherlands has been obtained.

I have the honour to be,

Sir,

Your obedient Servant,

(sd.) A. M. L. WINKELMAN

Ambassador of the Kingdom of the Netherlands. To: The Honorable Sir Philip McBride, Acting Minister of External Affairs, Canberra A.C.T.

II

MINISTER FOR EXTERNAL AFFAIRS

CANBERRA

10th February, 1956.

Your Excellency,

I have the honour to acknowledge the receipt of your Note of 14th October, 1955, which reads as follows:

[Red: (Zoals in No. 1)]

The Government of the Commonwealth of Australia concurs in the arrangements proposed by the Netherlands Government for the release of the securities in question, and agrees that this Note and your Excellency's Note of 14th October should be deemed to constitute and be evidence of an agreement between our two Governments on the final settlement of Netherlands-Australian intercustodial conflicts.

The Government of the Commonwealth of Australia also concurs in the proposal of the Netherlands Government that the agreement should enter into force on the date on which the Australian Government receives a Note stating, on behalf of the Netherlands Government, that the constitutional approval required in the Netherlands has been obtained.

I have the honour to be,

With high consideration,

Your Excellency's obedient servant,

(sd.) R. G. CASEY

His Excellency Mr. A.M.L. Winkelman, Ambassador Extraordinary and Plenipotentiary of The Netherlands, Royal Netherlands Embassy, 120 Empire Circuit, Canberra A.C.T.

Vertaling : NL

I

AMBASSADE DER

NEDERLANDEN

Canberra, 14 oktober 1955

Excellentie,

Ik heb de eer te verwijzen naar de nota's van het Ministerie van Buitenlandse Zaken de dato 3 februari 1950 en 5 januari 1955 inzake de regeling van intercustodiale geschillen tussen Australiƫ en Nederland.

In dit verband moet ik Uwer Excellentie mededelen, dat, voor zover aan mijn Regering bekend is, de enige intercustodiale geschillen tussen onze landen ten aanzien van Duits vijandelijk vermogen betrekking hebben op de in Australiƫ uitgegeven effecten, voorkomend in de bij de nota van het Ministerie van 3 februari 1950 ingesloten lijst, welke effecten door Nederland zijn geconfisqueerd.

Onder verwijzing naar het bovenstaande deel ik U in opdracht mede, dat de Nederlandse Regering bereid is, de betreffende effecten of de opbrengst daarvan vrij te geven ten gunste van de Australische Regering, in overeenstemming met de resolutie van de Vergadering van 12 maart 1948 der Intergeallieerde Organisatie voor Herstelbetalingen. Deze vrijgave zal geschieden door overdracht der betreffende activa aan de Australische Ambassade te 's-Gravenhage.

Bovendien heb ik opdracht ontvangen voor te stellen, dat deze brief en Uwer Excellentie's bevestigend antwoord zullen worden geacht een overeenkomst tussen onze beide Regeringen inzake de definitieve regeling van Nederlands-Australische intercustodiale geschillen te vormen en te doen blijken, en dat de overeenkomst in werking zal treden op de datum waarop de Australische Regering een nota ontvangt, waarin vanwege de Nederlandse Regering wordt verklaard, dat de in Nederland vereiste grondwettelijke goedkeuring is verkregen.

Ik heb de eer te zijn,

Excellentie,

Uw dienstwillige dienaar,

(w.g.) A. M. L. WINKELMAN

Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden Aan: Zijne Excellentie Sir Philip McBride, Minister van Buitenlandse Zaken a.i., Canberra A.C.T.

II

MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

CANBERRA

10 februari 1956

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellentie's nota van 14 oktober 1955, welke als volgt luidt:

[Red: (Zoals in No. I)]

De Regering van het Australische Gemenebest verenigt zich met de door de Nederlandse Regering voorgestelde regeling voor het vrijgeven van de betreffende effecten en stemt ermede in, dat deze nota en Uwer Excellentie's nota van 14 oktober zullen worden geacht een overeenkomst tussen onze beide Regeringen inzake de definitieve regeling van Nederlands-Australische intercustodiale geschillen te vormen en te doen blijken.

De Regering van het Australische Gemenebest verenigt zich eveneens met het voorstel van de Nederlandse Regering, dat de overeenkomst in werking treedt op de datum waarop de Australische Regering een nota ontvangt, waarin vanwege de Nederlandse Regering wordt verklaard, dat de in Nederland vereiste grondwettelijke goedkeuring is verkregen.

Ik heb de eer te zijn,

Met bijzondere hoogachting,

Uwer Excellentie's dienstwillige dienaar,

(w.g.) R. G. CASEY

Zijner Excellentie Mr. A. M. L. Winkelman, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden, Koninklijke Nederlandse Ambassade, 120 Empire Circuit, Canberra A.C.T.