Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering betreffende de ontwikkeling van speciale wapens, 's-Gravenhage, 04-06-1954

Geldend van 04-06-1954 t/m heden

Notawisseling tussen de Nederlandse en de Amerikaanse Regering betreffende de ontwikkeling van speciale wapens

Authentiek : EN

Nr. I

Excellency,

I have the honor to refer to the discussions which have recently taken place between representatives of our two Governments concerning the participation by your Government in a mutual program, in pursuance of the purposes and applicable provisions of the Mutual Defense Assistance Agreement, looking toward the development and furnishing of new and improved special weapons (other than nuclear weapons) for the defense of the North Atlantic area, by nations parties to the North Atlantic Treaty, including the United States.

The objective of the program is to strengthen further the defense of the North Atlantic area and thus to facilitate the effective participation of the parties to the Treaty in the United Nations system for collective security.

Your Government may now or in the future have under development a number of new and special items of military equipment. Certain of these projects may show such promise in the course of development that their early and successful completion would make available to NATO forces new and improved equipment which would greatly increase the ability of these forces to maintain the security of the North Atlantic area.

To help achieve this end, my Government is prepared to contribute assistance for such of these projects as are considered to possess the greatest potential contribution to NATO defense.

The assistance so to be provided to your Government, under the authority of the Mutual Security Act of 1951, as amended, will be furnished in pursuance of the purposes and applicable provisions of the Mutual Defense Assistance Agreement between our two Governments dated January 27, 1950, as amended and supplemented, and under such other applicable agreements or arrangements as may be in force between our two Governments.

When any item of military equipment to the development of which the United States shall have made a contribution, is ready for production, it is understood that your Government will, subject to financing therefor being arranged, be willing to undertake its production within the Netherlands and supply it under reasonable and equitable terms and conditions for forces raised for defense of the North Atlantic area; and that if this is not feasible, your Government will facilitate the production of such item of military equipment in other NATO countries willing and able to produce it, by transferring to them, for the purposes of NATO defense, under reasonable and equitable terms and conditions, the technical information and rights essential to production, to the end that the item of military equipment will be available to strengthen the defenses of the North Atlantic area.

It is further understood that your Government will accord to the Government of the United States for use by the armed forces of the United States only, the right to produce in the United States, and to use any item included within this program to which the Government of the United States has contributed. To the extent that your Government owns or can cause to be transferred the rights and technical information essential to the production of the item without incurring liability to the owner, these rights and technical information shall be without cost. To the extent that your Government incurs any liability to the owner of such rights or technical information in making such rights available to the Government of the United States at its request, reimbursement will be made to your Government. So far as concerns rights and technical information not owned or controlled by the Government of the Netherlands your Government will use its best efforts to insure that they be made available to the Government of the United States at charges no greater than made to your Government for its own use. It is understood that any payments by the Government of the United States to your Government will involve no profit for your Government.

In the carrying out of this program, our two Governments, acting through their appropriate officials, will enter into detailed agreements involving specific projects, including appropriate arrangements for preserving security as to items resulting from the respective development projects, and arrangements, to the fullest extent possible under United States law, for safeguarding privately owned proprietary rights and technical information.

It is further understood that this program does not have any relation to weapons or weapons systems falling within the scope of the United States Atomic Energy Act of 1946

It is proposed that if these understandings meet with the approval of your Government, the present note and Your Excellency's note in reply shall be considered as constituting a confirmation of these arrangements between our two Governments.

Please accept, Excellency, the renewed assurances of my highest consideration.

(Sd.) H. FREEMAN MATTHEWS

American Embassy, The Hague

June 4, 1954.

His Excellency Dr. J. W. Beyen, Minister for Foreign Affairs, Plein 23, The Hague.

Nr. II

MINISTRY OF FOREIGN AFFAIRS

The Hague, June 4, 1954

Excellency,

I have the honour to acknowledge receipt of Your Excellency's Note dated June 4, 1954 and reading as follows:

[Red: (zoals in Nr. I)]

I have the honour to inform your Excellency that the foregoing understandings meet with the approval of the Netherlands Government, and that Your Excellency's note and the present reply shall be considered as constituting a confirmation of these arrangements between our two Governments.

Please, accept Excellency, the renewed assurances of my highest consideration

(Sd.) J. W. BEYEN

His Excellency H. Freeman Matthews, Ambassador Extraordinary and Plenipotentiary of the U.S.A., The Hague.

Vertaling : NL

Nr. I

Excellentie,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen die onlangs hebben plaats gevonden tussen vertegenwoordigers van onze beide Regeringen betreffende de deelneming van Uw Regering aan een gemeenschappelijk programma, ingevolge de doelstellingen en toepasselijke bepalingen van het Verdrag tot wederzijdse hulpverlening inzake verdediging, dat gericht is op de ontwikkeling en de levering van nieuwe en verbeterde speciale wapens (uitgezonderd atoomwapens) voor de verdediging van het Noordatlantisch gebied door de landen welke partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, met inbegrip van de Verenigde Staten.

Het doel van het programma is, de verdediging van het Noordatlantisch gebied verder te versterken en aldus de doeltreffende deelneming van de partijen bij het Verdrag aan het systeem voor collectieve veiligheid der Verenigde Naties te vergemakkelijken.

Het is mogelijk, dat Uw Regering bezig is of later bezig zal zijn met de ontwikkeling van een aantal nieuwe en speciale militaire uitrustingsstukken. Bepaalde van deze projecten zouden tijdens hun ontwikkeling zo veelbelovend kunnen blijken, dat door hun vroegtijdige en succesvolle voltooiing nieuwe en verbeterde uitrustingsstukken aan de NAVO-strijdkrachten ter beschikking zouden kunnen worden gesteld, hetgeen het vermogen van deze strijdkrachten, de veiligheid in het Noordatlantisch gebied te handhaven, zeer zou vergroten.

Om tot dit doel bij te dragen is mijn Regering bereid, bijstand te verlenen voor dezulke dezer projecten, die beschouwd worden de grootste potentiële bijdrage tot de NAVO-verdediging te vormen.

De aldus aan Uw Regering te verlenen bijstand uit hoofde van de „Mutual Security Act” van 1951, als gewijzigd, zal worden verstrekt overeenkomstig de doelstellingen en toepasselijke bepalingen van het Verdrag tot wederzijdse hulpverlening inzake verdediging tussen onze beide Regeringen, gedateerd 27 januari 1950, als gewijzigd en aangevuld, en krachtens andere toepasselijke overeenkomsten of regelingen, welke eventueel tussen onze beide Regeringen van kracht zijn.

Er is overeengekomen, dat, wanneer enig militair uitrustingsstuk tot welks ontwikkeling de Verenigde Staten heeft bijgedragen, gereed is om in produktie te worden genomen, Uw Regering, op voorwaarde dat de financiering daarvan wordt geregeld, bereid zal zijn de produktie daarvan in Nederland ter hand te nemen en het op redelijke en billijke voorwaarden te leveren ten behoeve van strijdkrachten, op de been gebracht voor de verdediging van het Noordatlantisch gebied; en dat, indien zulks niet uitvoerbaar is, Uw Regering de produktie van een dergelijk militair uitrustingsstuk in andere NAVO-landen die bereid en in staat zijn het te produceren, zal vergemakkelijken door aan die landen, ten behoeve van de NAVO-verdediging, op redelijke en billijke voorwaarden de voor de produktie noodzakelijke rechten en technische inlichtingen over te dragen, opdat het militaire uitrustingsstuk beschikbaar zal komen ter versterking van de verdediging van het Noordatlantisch gebied.

Er is verder overeengekomen, dat Uw Regering, voor het uitsluitend gebruik door de strijdkrachten van de Verenigde Staten, aan de Regering van de Verenigde Staten het recht zal toekennen, ieder uitrustingsstuk dat onder dit programma valt en waartoe de Regering van de Verenigde Staten heeft bijgedragen, te gebruiken en in de Verenigde Staten te produceren. Voorzover Uw Regering de rechten en technische inlichtingen, welke noodzakelijk zijn voor de produktie van het uitrustingsstuk, in eigendom heeft, dan wel de overdracht daarvan kan bewerkstelligen zonder verplichtingen aan te gaan tegenover de eigenaar, zullen aan deze rechten en technische inlichtingen geen kosten verbonden zijn. Voorzover Uw Regering bij het beschikbaar stellen van zodanige rechten of technische inlichtingen aan de Regering van de Verenigde Staten, op verzoek van laatstgenoemde Regering, tegenover de eigenaar van zodanige rechten geldelijke verplichtingen aangaat, zal Uw Regering daarvoor terugbetaling ontvangen. Voorzover het rechten en technische inlichtingen betreft, welke de Nederlandse Regering niet in eigendom heeft of waarover zij geen zeggenschap heeft, zal Uw Regering al het mogelijke in het werk stellen om te verzekeren, dat zij ter beschikking van de Regering van de Verenigde Staten worden gesteld tegen kosten welke niet hoger zijn dan die, welke aan Uw Regering voor haar eigen gebruik in rekening worden gebracht. Er is overeengekomen, dat betalingen door de Regering van de Verenigde Staten aan Uw Regering geen winst voor Uw Regering zullen meebrengen.

Bij de uitvoering van dit programma zullen onze beide Regeringen, handelende door middel van hun daarvoor in aanmerking komende ambtenaren, terzake van speciale projecten gedetailleerde overeenkomsten aangaan, met inbegrip van passende regelingen tot het bewaren van de veiligheid ten aanzien van uitrustingsstukken welke voortkomen uit de onderscheidene ontwikkelingsprojecten, en regelingen welke zoveel als volgens het Amerikaanse recht mogelijk is, pariiculiere eigendomsrechten en technische inlichtingen beschermen.

Er is verder overeengekomen, dat dit programma generlei betrekking heeft op wapens of wapensystemen welke vallen binnen het gebied van de „United States Atomic Energy Act” van 1946.

Voorgesteld wordt dat, indien deze overeengekomen punten de goedkeuring van Uw Regering kunnen wegdragen, deze nota en Uwer Excellenties antwoord beschouwd zullen worden de bevestiging te vormen van deze regelingen tussen onze beide Regeringen.

Gelief, Excellentie, de hernieuwde verzekering van mijn bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) H. FREEMAN MATTHEWS

Amerikaanse Ambassade, 's-Gravenhage.

4 juni 1954

Zijner Excellentie mr. J. W. Beyen, Minister van Buitenlandse Zaken, Plein 23, 's-Gravenhage.

Nr. II

MINISTERIE VAN

BUITENLANDSE ZAKEN

's-Gravenhage, 4 juni 1954

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellenties nota van 4 juni 1954, luidende als volgt:

[Red: (zoals in Nr. I)]

Ik heb de eer Uwe Excellentie mede te delen, dat voorgaande overeengekomen punten de goedkeuring van de Nederlandse Regering kunnen wegdragen en dat Uwer Excellenties nota en dit antwoord beschouwd zullen worden, een bevestiging te vormen van de regelingen tussen onze beide Regeringen.

Gelief, Excellentie, de hernieuwde verzekering van mijn bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) J. W. BEYEN

Zijner Excellentie H. Freeman Matthews, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur der Verenigde Staten van Amerika, 's-Gravenhage.