Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering [...] Socialistische Sovjet Republieken betreffende luchtdiensten, 's-Gravenhage, 17-06-1958

Geldend van 31-05-1990 t/m heden

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken betreffende luchtdiensten

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken betreffende luchtdiensten

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken,

Geleid door de wens een overeenkomst te sluiten teneinde luchtdiensten in te stellen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

  • (1) Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht, de in de Bijlage I bij deze Overeenkomst omschreven luchtdiensten (hierna te noemen de „overeengekomen diensten”) te exploiteren.

  • (2) De Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken wijst de Algemene Afdeling van de Burgerluchtvloot onder de Raad van Ministers van de U.S.S.R. (hierna te noemen „Aeroflot”), en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden wijst de Koninklijke Nederlandse Luchtvaart Maatschappij K.L.M. (hierna te noemen „K.L.M.”) aan om de overeengekomen diensten te exploiteren.

  • (3) Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten zijn de aangewezen luchtvaartmaatschappijen gerechtigd om op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht uit te oefenen tot overvliegen (en tot landen voor andere dan verkeersdoeleinden) overeenkomstig de routes van de overeengekomen diensten in Bijlage I, alsook het recht tot commerciële binnenkomst en vertrek voor internationaal verkeer van passagiers, vracht en post op die overeengekomen diensten.

  • (4) De routes welke door de luchtvaartuigen die op de overeengekomen diensten vliegen binnen het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij moeten worden gevolgd, zullen door de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij worden vastgesteld. Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen geen genoegen neemt met de aldus door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij vastgestelde routes, zal zij het recht hebben om de exploitatie van de overeengekomen diensten op te schorten.

Artikel 2

Voor de veilige exploitatie van de overeengekomen diensten zullen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage II regelingen worden getroffen. De bepalingen van Bijlage II kunnen van tijd tot tijd door schriftelijke overeenstemming tussen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen worden gewijzigd.

Artikel 3

  • (1) De commerciële, technische en operationele aspecten van de overeengekomen diensten zullen onderwerp uitmaken van een overeenkomst tussen de K.L.M. en Aeroflot.

  • (2) Zodanige overeenkomst zal onder andere omvatten aangelegenheden betreffende commerciële samenwerking, hieronder begrepen de vaststelling van de dienstregelingen en frequenties, het technische onderhoud van luchtvaartuigen op de grond, financiële en verrekeningsregelingen, tarieven, verkeersafhandeling en regelingen inzake de verkoop van passagiersplaatsen en vrachtruimte in luchtvaartuigen.

Artikel 4

  • (1) Vrijstelling van douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke nationale of plaatselijke rechten en heffingen zal verleend worden voor het volgende:

    • (a) motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en voorraden, welke in het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij worden ingevoerd, of welke binnen dat grondgebied aan boord worden genomen door de luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij en welke uitsluitend bestemd zijn voor het gebruik door of in de luchtvaartuigen van die luchtvaartmaatschappij bij de exploitatie van de overeengekomen diensten;

    • (b) luchtvaartuigen gebezigd op de overeengekomen diensten;

    • (c) motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en voorraden, welke aan boord zijn van elk zodanig luchtvaartuig van de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij bij aankomst in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en welke aan boord blijven bij vertrek uit het grondgebied van die Partij of welke verbruikt worden gedurende vluchten over dat grondgebied op overeengekomen diensten;

  • (2) Aldus vrijgestelde goederen mogen slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Deze goederen, welke weer uitgevoerd moeten worden, zullen tot wederuitvoer onder douanetoezicht blijven.

Artikel 5

  • (1) De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen gebezigd in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen gebezigd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zullen door zodanige luchtvaartuigen bij binnenkomst in of vertrek uit of gedurende verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde Partij worden nagekomen.

  • (2) De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij zullen het recht hebben de exploitatie van de overeengekomen diensten door de luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij op te schorten, of zulke voorwaarden als zij noodzakelijk achten te stellen ten aanzien van de exploitatie door die luchtvaartmaatschappij, in elk geval waarin die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van de eerste Overeenkomstsluitende Partij na te komen of waarin die luchtvaartmaatschappij of de Overeenkomstsluitende Partij welke haar aanwijst, in gebreke blijft de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden na te komen; met dien verstande dat dit recht, tenzij onmiddellijke opschorting of het stellen van voorwaarden noodzakelijk is teneinde verdere overtreding van de wetten en voorschriften te voorkomen, slechts zal worden uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • (3) De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij inzake de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of vracht van luchtvaartuigen, zoals voorschriften inzake binnenkomst, immigratie, paspoorten, douane, deviezen en quarantaine zullen door of vanwege de passagiers, bemanning en vracht van luchtvaartuigen, welke door de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden gebruikt, worden nagekomen gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerstgenoemde Partij.

Artikel 6

  • (1) Elk luchtvaartuig gebezigd op de overeengekomen diensten zal

    • (a) voorzien zijn van de geëigende nationaliteits- en registratiekentekenen, en

    • (b) de volgende documenten aan boord hebben:

      • (i) zijn bewijs van inschrijving;

      • (ii) zijn bewijs van luchtwaardigheid;

      • (iii) de passende bewijzen van bevoegdheid voor elk bemanningslid;

      • (iv) de vergunning voor de radioinstallatie van het luchtvaartuig;

      • (v) indien het vracht vervoert, een manifest en gespecificeerde omschrijving van de vracht.

  • (2) Bewijzen van luchtwaardigheid en bewijzen van bevoegdheid welke zijn uitgereikt of geldig verklaard door een Overeenkomstsluitende Partij zullen door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig worden erkend.

Artikel 7

  • (1) In geval van een noodlanding of ander ongeval van een luchtvaartuig van de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied het voorval heeft plaats gehad, onverwijld de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis stellen van de bijzonderheden en omstandigheden van het voorval en alle noodzakelijke bijstand verlenen aan de bemanning en de passagiers.

  • (2) Indien een noodlanding of ander ongeval de dood of zware verwonding van enig persoon ten gevolge heeft of aanzienlijke beschadiging van een luchtvaartuig, zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied het voorval heeft plaats gehad bovendien:

    • (a) de bescherming van bewijsmateriaal verzekeren en de veilige bewaking van het luchtvaartuig en alles wat aan boord is, daaronder begrepen de post, bagage en vracht;

    • (b) onmiddellijk toegang verlenen tot het luchtvaartuig aan gevolmachtigde vertegenwoordigers van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij en aan gevolmachtigde vertegenwoordigers van de luchtvaartmaatschappij wier luchtvaartuig bij het voorval is betrokken;

    • (c) een onderzoek instellen naar de omstandigheden van het voorval;

    • (d) de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij volledige faciliteiten verlenen om bij het onderzoek vertegenwoordigd te zijn;

    • (e) indien daartoe verzocht door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, het luchtvaartuig en alles wat aan boord is (voorzover zulks redelijk mogelijk is) onaangeroerd laten in afwachting van de inspectie daarvan door een vertegenwoordiger van deze autoriteiten;

    • (f) het luchtvaartuig en alles wat aan boord is vrijgeven zodra het onderzoek dit toelaat;

    • (g) aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij een verslag van het onderzoek sturen zodra dit beschikbaar is.

Artikel 8

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het recht om binnen het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij het aantal technische, operationele en commerciële employés te hebben, dat de maatschappij in verband met de exploitatie van de overeengekomen diensten nodig heeft, en zij zal alle maatregelen en faciliteiten toestaan, welke deze employés voor de doeltreffende uitvoering van hun werk (zoals kantoren, huisvesting, auto's en bussen, rijbewijzen, telefoon, water, elektriciteit en gas), nodig hebben.

Artikel 9

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal de voorziening tegen een redelijke prijs verzekeren, of de invoer in haar grondgebied vergemakkelijken, van vliegtuigbenzine van de waarde, kwaliteit en specificatie zoals verlangd door de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 10

De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen samenwerken ten aanzien van alles wat noodzakelijk is om een veilige en doeltreffende exploitatie van de overeengekomen diensten te verzekeren, en zullen gezamenlijk overleg plegen in geval zich enige moeilijkheid voordoet bij de exploitatie daarvan.

Artikel 11

  • 1 Wijzigingen op of veranderingen in deze Overeenkomst overeengekomen door de Overeenkomstsluitende Partijen treden in werking op een in een diplomatieke notawisseling te bepalen datum en zijn afhankelijk van de voltooiing van de nationaal vereiste wettelijke procedures.

  • 2 Wijzigingen op of veranderingen in Bijlage I bij de Overeenkomst, alsook de verdere mogelijke verhoging van frequenties, dan wel de voorwaarden voor de exploitatie van de diensten, kunnen tot stand komen middels rechtstreekse overeenstemming tussen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 12

Indien een der aangewezen luchtvaartmaatschappijen zich in de onmogelijkheid bevindt om een overeengekomen dienst naar het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te exploiteren tengevolge van de weigering of intrekking van de noodzakelijke rechten door een derde staat, kan van de andere aangewezen luchtvaartmaatschappij worden verlangd, dat zij haar diensten naar het grondgebied van de eerste Overeenkomstsluitende Partij opschort of niet opent voor de duur van zodanige weigering of intrekking.

Artikel 13

Aanvullende en niet-geregelde vluchten met luchtvaartuigen welke toebehoren aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen, kunnen worden uitgevoerd na rechtstreeks verzoek van de luchtvaartmaatschappij aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Zodanige verzoeken zullen tenminste 24 uren voor het vertrek van het luchtvaartuig worden ingediend.

Artikel 14

Deze Overeenkomst zal voorlopig in werking treden op de datum van haar ondertekening; zij zal definitief in werking treden op een datum, vast te leggen bij een notawisseling waarin wordt vermeld, dat de krachtens de nationale wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten zijn vervuld. Zij zal van kracht blijven tot zes maanden na de ontvangst door een Overeenkomstsluitende Partij van een mededeling waarin het voornemen wordt uitgedrukt om haar te beëindigen, afgegeven door de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden zal de Overeenkomst slechts van toepassing zijn op het grondgebied in Europa.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te 's-Gravenhage, de zeventiende dag van juni 1958, in de Nederlandse, de Russische en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk gezaghebbend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) W. DREES

Voor de Regering van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken

(w.g.) ZJIGAREW

Bijlage I

Tabel I:

Routes te vliegen door Aeroflot:

  • 1. Moskou-Amsterdam v.v.

    • a. op een directe vlucht;

    • b. via een of meer tussenliggende punten op Pools, Deens of Duits grondgebied, met de toestemming van de betrokken landen.

  • 2. Moskou-Brussel, Parijs v.v. zonder tussenlanding of via Amsterdam voor technische landingen.

Tabel II:

Routes te vliegen door de K.L.M.:

  • 1. Amsterdam-Moskou v.v.

    • a. op een directe vlucht;

    • b. via een of meer van de volgende tussenliggende punten:

      • - Warschau

      • - Hamburg of Bremen of Hannover

      • - Berlijn

      • - Kopenhagen

      met de toestemming van de betrokken landen.

  • 2. K.L.M. luchtvaartuigen mogen over Sovjet grondgebied vliegen tussen de punten Staryava en Hust op een route van Amsterdam via tussenliggende punten naar Warschau en vandaar naar Boekarest en verderliggende punten.

Noot:

Een of meer van de bovenvermelde punten mag, naar verkiezing van de K.L.M., op enige of alle vluchten worden overgeslagen. De K.L.M. mag technische landingen maken te Riga of Wilna.

Bijlage II

Algemeen

1. De Overeenkomstsluitende Partijen nemen op zich alle nodige maatregelen te treffen om een veilige en doeltreffende uitvoering van de overeengekomen diensten te verzekeren. Hiertoe zal elke Overeenkomstsluitende Partij ten dienste van de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappij die door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen alle diensten op het gebied van radio, verlichting, technische uitrusting, meteorologie en dergelijke, welke nodig zijn om de overeengekomen diensten uit te voeren, ter beschikking stellen.

2. De inlichtingen en de hulp welke overeenkomstig de bepalingen van deze Bijlage door elke Overeenkomstsluitende Partij worden verschaft, zullen aan de redelijk te stellen eisen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij voldoen.

Verstrekking van inlichtingen

3. De door elke Overeenkomstsluitende Partij te verschaffen inlichtingen zullen omvatten bijzonderheden betreffende de voor de overeengekomen diensten te gebruiken luchtvaartterreinen en de uitwijkhavens, de routes welke binnen het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij moeten worden gevolgd, de beschikbare radio en andere navigatie hulpmiddelen, en andere faciliteiten en procedures op het gebied van de verkeersleiding.

4. De inlichtingen zullen mede omvatten alle terzake dienende meteorologische informaties welke vóór en gedurende vluchten op de overeengekomen diensten ter beschikking moeten worden gesteld. De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen elkaar op de hoogte stellen van de codes welke voor de verzending van meteorologische berichten worden gebruikt en zij zullen afspraken maken omtrent een passende geldigheidsduur van meteorologische verwachtingen, daarbij rekening houdende met de dienstregelingen welke voor de overeengekomen diensten zijn vastgesteld.

5. De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen voorzien in een doorlopende dienst om de inlichtingen welke volgens lid 3 en lid 4 van deze Bijlage worden verstrekt, steeds actueel te houden en onmiddellijk te waarschuwen, wanneer wijzigingen plaats vinden. Dit zal geschieden in de vorm van NOTAMS1, welke via de radio, per telex of per post worden verzonden, dit laatste echter alleen indien aan de geadresseerde tijdig van tevoren kennis kan worden gegeven. NOTAMS welke via de radio of per telex worden verzonden, zullen worden overgebracht in de Internationale NOTAM-code; gedrukte NOTAMS, welke per post worden verzonden, zullen worden verschaft in de Russische of de Engelse taal.

Vliegplannen en verkeersleidingsprocedures

6. De bemanningen van luchtvaartuigen welke op de overeengekomen diensten worden gebezigd door de luchtvaartmaatschappij aangewezen door een Overeenkomstsluitende Partij, zullen volledig op de hoogte zijn van de verkeersleidingsprocedures gebruikt door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

7. De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij zullen vóór iedere vlucht de bemanningen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij schriftelijk inlichten omtrent de omstandigheden op de route en zonodig deze inlichtingen mondeling aanvullen. Deze inlichtingen vóór de vlucht zullen inhouden informaties omtrent de toestand van de luchtvaartterreinen, de navigatiehulpmiddelen welke voor de uitvoering van de vlucht nodig zijn, alsmede verklaringen omtrent de weerstoestand op dat ogenblik op de gehele route en op de plaats van bestemming en de weersverwachting voor de plaats van bestemming.

8. Vóór iedere vlucht zal de gezagvoerder van het luchtvaartuig een vliegplan ter goedkeuring indienen bij de verkeersleidingsautoriteiten in het land waar de vlucht begint. De vlucht zal worden uitgevoerd overeenkomstig het goedgekeurde vliegplan. In het vliegplan zullen geen wijzigingen worden aangebracht dan met toestemming van de betrokken verkeersleidingsautoriteiten, tenzij zich noodgevallen voordoen waarbij onmiddellijk optreden is vereist; in zodanige gevallen zullen de desbetreffende verkeersleidingsautoriteiten zo spoedig mogelijk omtrent de wijziging in het vliegplan worden ingelicht.

9. De gezagvoerder van het luchtvaartuig zal ervoor zorgdragen, dat een voortdurende luisterdienst op de radiofrequenties van de desbetreffende verkeersleidingsinstanties wordt onderhouden en dat onmiddellijk op de frequenties van die autoriteiten kan worden uitgezonden.

10. Tenzij hieromtrent anders wordt overeengekomen tussen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen, zal de communicatie tussen luchtvaartuigen en verkeersleidingsautoriteiten plaats vinden door middel van radiotelefonie, in het Russisch of Engels wanneer gewerkt wordt met stations in de Sovjet Unie en in het Engels of Russisch wanneer gewerkt wordt met stations in Nederland. Als communicatie door middel van radiotelefonie onmogelijk is, zal door middel van radiotelegrafie worden gewerkt, waarbij gebruik wordt gemaakt van de internationale Q-code.

Uitrusting van luchtvaartuigen

11. De luchtvaartuigen, gebezigd op de overeengekomen diensten door de luchtvaartmaatschappij, aangewezen door elke Overeenkomstsluitende Partij, zullen voor zover mogelijk zodanig zijn uitgerust, dat zij gebruik kunnen maken van het „Instrumental Landing System” en van een of meer daartoe geëigende navigatiehulpmiddelen welke op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij ter beschikking staan.

12. De luchtvaartuigen, gebezigd op de overeengekomen diensten, zullen zijn uitgerust met radioapparatuur voor het onderhouden van de communicatie met de betrokken verkeersleidingsautoriteiten en met hulpmiddelen voor een veilige nadering van een luchtvaartterrein.

Vlucht- en Verkeersleidingsprocedures

13. Voor de doeleinden van deze Bijlage zullen de vlucht-, verkeersleidings- en andere procedures, welke binnen het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij van kracht zijn, toepassing vinden.

Internationale normen

14. In beginsel zullen voor de in deze Bijlage omschreven doeleinden de normen, procedures en codes worden gebruikt, welke door de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie (ICAO) (en, waar toepasselijk, de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO)) zijn vastgesteld of aanbevolen.

Telex faciliteiten

15. Voor de uitwisseling van inlichtingen welke noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de overeengekomen diensten, met inbegrip van de verzending van NOTAMS, en voor verkeersleidingsdoeleinden, zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen een directe tweezijdige radio- of kabelverbinding tot stand brengen tussen de op de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen gelegen eindpunten van de overeengekomen diensten.

Kosten en heffingen

16. De kosten en heffingen te betalen voor het gebruik binnen het grondgebied van elk van de Overeenkomstsluitende Partijen van luchthavens, installaties en technische hulpmiddelen zullen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij worden geheven overeenkomstig de tarieven en heffingen welke officieel vastgesteld en van kracht zijn in dat grondgebied.

Nr. II

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

's-Gravenhage, 17 juni 1958.

Hoogedelgestrenge Heer,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uwer Excellenties Nota van heden van de volgende inhoud:

„Met verwijzing naar de ondertekening van de Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van de U.S.S.R. en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, welke vandaag heeft plaats gehad, heb ik de eer de volgende tussen ons overeengekomen regelingen te bevestigen.

  • 1a. Alle verrekeningen tussen de luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de Overeenkomstsluitende Partijen, met betrekking tot de exploitatie van de overeengekomen diensten zullen plaats hebben overeenkomstig de tussen de U.S.S.R. en Nederland van kracht zijnde betalingsovereenkomst.

  • 1b. Aeroflot en de K.L.M. zullen gerechtigd zijn om de bedragen welke hun toekomen ingevolge de wederzijds overeengekomen betalingen, naar hun hoofdkantoren over te maken; genoemde bedragen zullen worden overgemaakt in guldens tegen de officiële wisselkoers. Deze bedragen zullen vrij mogen worden overgemaakt en zullen niet onderworpen zijn aan enige belasting, noch zullen zij onderworpen zijn aan enige andere beperking.

  • 1c. Bij de aankoop van plaatsbewijzen zullen de passagiers vrij zijn om vluchten van Aeroflot of de K.L.M. te kiezen en ongeacht hun nationaliteit of burgerschap zullen zij vrij zijn plaatsbewijzen te kopen tegen roebels in de Sovjet Unie of tegen guldens in Nederland. De bovenbedoelde regelingen zullen ook van toepassing zijn ten aanzien van vracht.

  • 2. De vertegenwoordigers, alsmede de bemanningen van de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door de Overeenkomstsluitende Partijen moeten de nationaliteit bezitten van de Overeenkomstsluitende Partijen. Het zal de K.L.M. zijn toegestaan om als bemanningsleden op haar vluchten op de overeengekomen diensten niet alleen personen te werk te stellen die de nationaliteit bezitten van de Overeenkomstsluitende Partijen, doch ook personen die de nationaliteit bezitten van die staten wier luchtvaartuigen ook vluchten naar de U.S.S.R. uitvoeren op grond van de bepalingen van luchtvaartovereenkomsten.

  • 3. Op verzoek van de luchtvaartautoriteiten van Nederland zal tijdelijk een Engelse vertaling worden gevoegd bij de NOTAMS2 welke haar worden verschaft.

  • 4. Het is wel verstaan, dat het de K.L.M. is toegestaan, passagiers, vracht en post aan boord gekomen in Hamburg (of Bremen of Hannover) en bestemd voor Moskou en v.v. te vervoeren.

Indien de Nederlandse Regering instemt met de bovenvermelde regelingen, heb ik de eer voor te stellen, dat deze Nota en Uwer Excellenties antwoord daarop zullen worden beschouwd te dezer zake een overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen.”

Ik heb de eer Uwer Excellentie mede te delen, dat de Nederlandse Regering instemt met de inhoud van bovenstaande Nota en Uwer Excellenties Nota en dit antwoord beschouwt te dezer zake een overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen.

Gelief, Hoogedelgestrenge Heer, de hernieuwde verzekering mijner zeer bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) W. DREES

Minister van Buitenlandse Zaken

a.i. van het Koninkrijk der Nederlanden

Zijner Excellentie P. F. Zjigarew, Hoofd van de Sovjet Regeringsdelegatie, Hoofdmaarschalk der Luchtmacht, 's-Gravenhage.
  • ^ [1]

    Onder een NOTAM wordt verstaan een „Notice to Airmen” („Bericht voor Luchtvarenden”).

  • ^ [2]

    Onder een NOTAM wordt verstaan een „Notice to Airmen” („Bericht voor Luchtvarenden”).