Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federale Republiek Zuidslavië, Belgrado, 11-08-1966

Geldend van 29-05-1967 t/m heden

Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federale Republiek Zuidslavië

Authentiek : EN

Cultural Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the Socialist Federal Republic of Yugoslavia

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Socialist Federal Republic of Yugoslavia, being desirous of promoting co-operation between the two countries in the fields of education, science and culture, and convinced that such cooperation will contribute to a better understanding between the peoples of the two countries, have decided to conclude a cultural agreement and have agreed as follows:

Article I

In order to promote co-operation between the two countries in the fields of science and education, the Contracting Parties undertake in particular, and on a basis of reciprocity:

  • a. to further the exchange of and contacts between university professors, other scholars and students, as well as co-operation between the universities and other scientific institutions;

  • b. to promote in similar fashion co-operation between specialists and institutions active in the field of secondary education, including technical and artistic education;

  • c. to provide scholarships in order to enable nationals of the other country to study at their scientific and educational institutions or to visit the respective countries for study purposes;

  • d. to consider the conditions under which it would be possible to recognize the equivalence of diplomas issued by universities and other institutions of higher education of the other country and to study the possibility of making separate arrangements to this effect.

Article II

In order to promote in their respective countries a better knowledge of the culture of the other country, the Contracting Parties shall encourage exchange visits and other contacts between persons prominent in the field of culture, such as authors, composers, choreographers, artists, art critics, and specialists in mass media, popular education, youth training and sports.

With the same object in view the Contracting Parties shall, on a basis of reciprocity, assist each other as much as possible in:

  • a. establishing and further developing professorships, lectureships and courses on the language, culture and civilization of the other country at their respective universities and other educational and research institutes;

  • b. having translations made of literary works from the other country;

  • d. organizing art exhibitions and other exhibitions of a cultural nature;

  • d. organizing conferences, concerts and theatrical performances;

  • e. organizing radio and television broadcasts and disseminating gramophone records and similar aids;

  • f. disseminating books, periodicals and other publications;

  • g. showing scientific, educational and cultural films.

Article III

The Contracting Parties shall set up a mixed committee whose duty it shall be, in application of Article I and II, to recommend to the two Governments a programme of activities for a period of two years at a time; the programme shall be accompanied by suggestions as to the financing of its various parts. Each Contracting Party shall submit its decisions concerning the recommendations and suggestions of the mixed committee to the other Party through the ordinary diplomatic channels.

Article IV

The committee shall consist of not more than ten members; each Contracting Party shall appoint an equal number of members.

Article V

The mixed committee shall in principle meet every two years, alternately in the Netherlands and in Yugoslavia.

The respective diplomatic representatives of each of the Contracting Parties shall be invited to attend the meetings of the committee. The members may be assisted at the meetings by a limited number of specialists.

The meetings shall be presided over by a member of the committee belonging to the country in which the meeting is held.

Article VI

As regards the Kingdom of the Netherlands the present Agreement shall apply to the Kingdom in Europe.

Article VII

The Agreement shall be ratified and the instruments of ratification shall be exchanged as soon as possible at The Hague.

The Agreement shall enter into force on the date on which the instruments of ratification are exchanged.

Article VIII

The present Agreement shall remain in force for a period of five years. If it has not been denounced six months before the date of its termination, it shall be tacitly renewed. However, either Contracting Party shall then have the right to denounce the Agreement at any time by giving six months' notice to the other Contracting Party.

IN WITNESS WHEREOF the respective plenipotentiaries have signed the present Agreement and affixed their seals thereto.

DONE at Beograd, on this 11th day of August, 1966, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) M. F. VIGEVENO

For the Government of the Socialist Federal Republic of Yugoslavia:

(sd.) I. VIPOTNIK

Vertaling : NL

Culturele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federale Republiek Zuidslavië

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Socialistische Federale Republiek Zuidslavië, de wens koesterend de samenwerking tussen beide landen op het gebied van onderwijs, wetenschap en cultuur te bevorderen, ervan overtuigd dat deze samenwerking mede zal kunnen bijdragen tot een beter begrip tussen de volken van de beide landen, hebben besloten een culturele overeenkomst te sluiten, en zijn de volgende bepalingen overeengekomen:

Artikel I

Ten einde de samenwerking tussen beide landen op het gebied van de wetenschapsbeoefening en het onderwijs te bevorderen, verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich met name ertoe op basis van wederkerigheid:

  • a. de uitwisseling van en contacten tussen hoogleraren, andere geleerden en studenten, alsmede de samenwerking tussen de universiteiten en andere instellingen van wetenschapsbeoefening te bevorderen;

  • b. op analoge wijze de samenwerking te bevorderen tussen deskundigen en instellingen op het gebied van het voortgezet onderwijs, daarbij inbegrepen het technisch onderwijs en het kunstonderwijs;

  • c. studiebeurzen in te stellen, ten einde onderdanen van het andere land in de gelegenheid te stellen aan hun instellingen van wetenschapsbeoefening en onderwijs te studeren of op andere wijze in hun land een studieverblijf door te brengen;

  • d. na te gaan onder welke voorwaarden het mogelijk zou zijn de gelijkwaardigheid te erkennen van door universiteiten en andere instellingen van hoger onderwijs van het andere land verleende diploma's en de mogelijkheid te onderzoeken daartoe afzonderlijke regelingen te treffen.

Artikel II

Ten einde in hun onderscheiden landen een betere kennis van de cultuur van het andere land te bevorderen, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen wederkerig de uitwisseling van bezoeken en andere contacten aanmoedigen tussen vooraanstaande persoonlijkheden uit het culturele leven, zoals schrijvers, componisten, choreografen, beeldende kunstenaars, kunstcritici, tussen deskundigen op het gebied van de massamedia, het volksontwikkelingswerk, de jeugdvorming en de sportbeoefening.

Met hetzelfde doel zullen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar op basis van wederkerigheid en zoveel als mogelijk is bijstaan bij:

  • a. het instellen en verder ontwikkelen van leerstoelen, lectoraten en cursussen aan hun universiteiten en andere instellingen van onderwijs en onderzoek, die betrekking hebben op de taal, de cultuur en de beschaving van de andere partij;

  • b. het doen tot stand komen van vertalingen van literaire werken uit het andere land;

  • c. het organiseren van tentoonstellingen op het gebied der kunst en andere tentoonstellingen met een cultureel karakter;

  • d. het organiseren van conferenties, concerten en toneelvoorstellingen;

  • e. het organiseren van radio- en televisie-uitzendingen, de verspreiding van grammofoonplaten en soortgelijke middelen;

  • f. de verspreiding van boeken, tijdschriften en andere publikaties;

  • g. het vertonen van films met een wetenschappelijk, opvoedkundig of cultureel karakter.

Artikel III

De Overeenkomstsluitende Partijen besluiten een gemengde commissie in te stellen die tot taak zal hebben ter uitvoering van de artikelen I en II van deze Overeenkomst aan de beide regeringen een programma van activiteiten telkens voor een periode van twee jaar aan te bevelen, vergezeld van suggesties betreffende de financiering van de verschillende onderdelen daarvan. Elke Overeenkomstsluitende Partij zal via de normale diplomatieke kanalen haar beslissing ten aanzien van de aanbevelingen en suggesties van de gemengde commissie aan de andere partij kenbaar maken.

Artikel IV

De commissie zal bestaan uit ten hoogste 10 leden; elke Overeenkomstsluitende Partij zal een gelijk aantal leden benoemen.

Artikel V

De gemengde commissie zal in beginsel eenmaal in de twee jaar bijeenkomen, beurtelings in Nederland en in Zuidslavië.

De diplomatieke vertegenwoordigers van elk der Overeenkomstsluitende Partijen zullen worden uitgenodigd de bijeenkomsten van de commissie bij te wonen.

De leden kunnen zich ter vergadering doen bijstaan door een beperkt aantal deskundigen.

De bijeenkomsten zullen worden voorgezeten door een commissielid van het land waar zij worden gehouden.

Artikel VI

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, zal de onderhavige Overeenkomst gelden voor het Rijk in Europa.

Artikel VII

De onderhavige Overeenkomst zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.

De Overeenkomst zal in werking treden op de datum van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

Artikel VIII

De onderhavige Overeenkomst zal van kracht blijven voor een tijdvak van vijf jaar. Indien zij niet zes maanden voor de datum van beëindiging is opgezegd, zal zij stilzwijgend worden verlengd, met dien verstande dat elk van de Overeenkomstsluitende Partijen zich in dat geval het recht voorbehoudt haar op ieder tijdstip op te zeggen met inachtneming van een termijn van zes maanden.

TEN BLIJKE WAARVAN de onderscheiden gevolmachtigden de onderhavige Overeenkomst hebben ondertekend en van hun zegels voorzien.

GEDAAN te Belgrado, de 11de augustus 1966 in tweevoud in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) M. F. VIGEVENO

Voor de Regering van de Socialistische Federale Republiek Zuidslavie:

(w.g.) J. VIPOTNIK