Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ecuador, Quito, 14-12-1954

Geldend van 26-04-2002 t/m heden

Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ecuador

Authentiek : NL

Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ecuador

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ecuador, bezield door de wens het burgerlijke en commerciële luchtvervoer tussen haar onderscheiden grondgebieden te bevorderen en gelet op de aanbeveling, uitgesproken door de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Conferentie, in vergadering bijeen te Chicago van 1 November tot 7 December 1944, welke aanbeveling is vervat in Resolutie VIII van 7 December 1944 en welke aanbeveelt om de grootst mogelijke eenvormigheid te verkrijgen tussen de Overeenkomsten inzake de luchtdiensten, welke de Staten overeenkomen, hebben besloten de volgende Overeenkomst inzake luchtvervoer te sluiten, welke de geregelde luchtdiensten omvat, welke in het hiernavolgende zijn omschreven, en ten blijke waarvan zij hebben aangewezen als hun Gevolmachtigden, te weten:

Namens de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Heer K. W. Reinink, Tijdelijk Zaakgelastigde te Quito;

Namens Zijne Excellentie de President van de Republiek Ecuador, de Heer Luis Antonio Peñaherrera, Minister van Buitenlandse Zaken;

die nadat zij hun volmachten aan elkander hebben overgelegd, welke in goede en behoorlijke vorm zijn bevonden, het navolgende zijn overeengekomen:

Artikel I

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar wederkerig de in deze Overeenkomst en haar Bijlage opgesomde rechten, teneinde de daarin vermelde internationale geregelde luchtdiensten, die hierna zullen worden aangeduid als „overeengekomen diensten”, in te stellen.

Artikel II

  • 1 Ieder van de „overeengekomen diensten” mag onmiddellijk worden ingesteld of op een latere datum, naar keuze van de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke de rechten worden verleend, maar niet voordat:

    • a) de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke de rechten worden verleend, een luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen heeft aangewezen voor de exploitatie van de vastgestelde luchtlijn(en);

    • b) de Overeenkomstsluitende Partij, welke de rechten verleent, de overeenkomstige exploitatie-vergunning heeft uitgereikt aan de luchtvaartmaatschappij(en), welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij is (zijn) aangewezen, hetgeen zonder uitstel zal geschieden, nadat aan de bepalingen van lid 2 van dit Artikel en aan die van Artikel VI is voldaan.

  • 2 Van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen kan worden verlangd, dat zij tegenover de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij, welke de rechten verleent, bewijzen, dat zij in staat zijn te voldoen aan de eisen voorgeschreven door de wetten en maatregelen, welke normaal door deze autoriteiten ten aanzien van de werkwijze van de commerciële luchtvaartmaatschappijen worden toegepast.

Artikel III

Teneinde bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, komen beide Overeenkomstsluitende Partijen overeen, dat:

  • 1) iedere Overeenkomstsluitende Partij voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten billijke en redelijke kosten kan opleggen of doen opleggen. Het is echter wel verstaan tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen, dat deze kosten niet hoger mogen zijn dan die, welke door haar eigen op soortgelijke internationale diensten gebezigde luchtvaartuigen worden betaald voor het gebruik van bedoelde luchthavens en faciliteiten;

  • 2) voor motorbrandstoffen, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en voorraden in het algemeen, uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door een van de Overeenkomstsluitende Partijen en door genoemde luchtvaartmaatschappijen of voor haar rekening ingevoerd op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of aan boord genomen in het genoemd gebied, teneinde gebruikt te worden door de luchtvaartuigen van genoemde luchtvaartmaatschappijen, van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, voor wat betreft het heffen van douanerechten, inspectiekosten of andere fiscale en nationale rechten of kosten, een behandeling wordt toegepast, welke niet ongunstiger is dan die, toegestaan aan de eigen luchtvaartuigen of aan die van de meestbegunstigde natie welke soortgelijke diensten exploiteert;

  • 3) de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij gebezigd bij de exploitatie van de „overeengekomen diensten” bij het binnenkomen en het verlaten van het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten of kosten. Eveneens worden de brandstoffen, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en voorraden in het algemeen en de proviand vrijgesteld, welke aan boord van die luchtvaartuigen blijven, zelfs indien zodanige voorraden verbruikt of geconsumeerd worden bij vluchten binnen dat grondgebied;

  • 4) de onder paragraaf 3 van dit artikel opgesomde goederen en die onder vorenbedoelde vrijstelling vallen, slechts mogen worden gelost met toestemming van de douane-autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. De geloste goederen, die weer zullen moeten worden uitgevoerd, blijven ter beschikking staan, maar zullen tot aan de wederuitvoer onder toezicht van de douane van de andere Overeenkomstsluitende Partij blijven.

Artikel IV

De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van bevoegdheid van het vliegend personeel, uitgereikt of geldig verklaard door een van de Overeenkomstsluitende Partijen, zullen wanneer ze nog geldig zijn, door de andere Overeenkomstsluitende Partij voor de exploitatie van de „overeengekomen diensten” als geldig worden erkend. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van bevoegdheid, door een andere Staat aan haar eigen onderdanen uitgereikt, te weigeren.

Artikel V

  • 1 De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in, het verblijf op haar grondgebied of het vertrek daaruit van de luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met die luchtvaartuigen binnen de grenzen van haar grondgebied, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen, welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn aangewezen.

  • 2 De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in, het verblijf op haar grondgebied of het vertrek daaruit van passagiers, bemanning of vracht van luchtvaartuigen, te weten de wetten en voorschriften, betreffende de binnenkomst, de in- en uitklaring, de landverhuizing, de politie, douane en quarantaine zullen toepasselijk zijn op de passagiers, bemanning of vracht van de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen, welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn aangewezen.

Artikel VI

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de uitoefening van de rechten, nader aangeduid in de Bijlage bij deze Overeenkomst, te ontzeggen of te herroepen ten opzichte van een luchtvaartmaatschappij, welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen, wanneer:

  • 1) zij geen voldoende bewijzen heeft dat een belangrijk deel van het eigendom of het daadwerkelijke toezicht van die onderneming berust bij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij;

  • 2) de maatschappij de wetten en voorschriften, genoemd in Artikel V of de voorwaarden volgens welke de rechten vastgesteld in deze Overeenkomst en haar Bijlage worden verleend, niet nakomt.

Artikel VII

Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht de voorwaarden, vermeld in de Bijlage bij deze Overeenkomst, te wijzigen of gebruik te maken van het recht voorzien in Artikel VI, zal zij een bespreking tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen kunnen bewerkstelligen, waarbij zij dit zo zal moeten regelen, dat een zodanige bespreking zal moeten beginnen binnen zestig (60) dagen gerekend van de datum van de betreffende kennisgeving. Wanneer genoemde autoriteiten onderling overeenkomen de Bijlage te wijzigen, zullen deze wijzigingen van kracht worden, nadat zij door middel van diplomatieke nota's zijn bevestigd.

Artikel VIII

Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlage, welke niet door onderling overleg kan worden opgelost, zal worden onderworpen aan de scheidsrechterlijke uitspraak van enig persoon, lichaam of tribunaal, bij accoord tussen beide Partijen aangewezen, of aan de uitspraak van het Internationale Gerechtshof. De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich de uitspraak, welke overeenkomstig dit artikel gegeven wordt, na te komen.

Artikel IX

Deze Overeenkomst zal door ieder van de Overeenkomstsluitende Partijen kunnen worden opgezegd door kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij. Deze beslissing zal gelijktijdig worden medegedeeld aan de Internationale Burgerluchtvaart Organisatie. Zodra deze kennisgeving is geschied, zal deze Overeenkomst een (1) jaar na de datum, waarop de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij is ontvangen, ophouden te bestaan, behalve wanneer die kennisgeving met wederzijds goedvinden vóór de vervaldag van deze periode wordt ingetrokken. Indien de Overeenkomstsluitende Partij de ontvangst van de kennisgeving niet bevestigt, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen 14 (veertien) dagen nadat deze in het Register van de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie is genoteerd.

Artikel X

Deze Overeenkomst, haar Bijlage en alle akten, welke daarop betrekking hebben zullen bij de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie worden geregistreerd.

Artikel XI

Met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlage zal (zullen):

  • 1) de uitdrukking „luchtvaartautoriteiten” in het geval van de Republiek Ecuador betekenen: De Directeur Generaal van de Burgerluchtvaart en in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden de Directeur Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, of in beide gevallen de behoorlijk gemachtigde personen en organen;

  • 2) de uitdrukking „aangewezen luchtvaartmaatschappij” betekenen iedere luchtvaartmaatschappij, waarvan de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen schriftelijk aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij hebben medegedeeld, dat zij aangewezen is, overeenkomstig Artikel II van deze Overeenkomst, om de „overeengekomen diensten” te exploiteren;

  • 3) de uitdrukking „grondgebied” de betekenis hebben, welke daaraan gegeven wordt in Artikel 2 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, getekend te Chicago op 7 December 1944;

  • 4) de definities vervat in de leden (a), (b) en (d) van Artikel 96 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, op 7 December 1944 te Chicago gesloten, op deze Overeenkomst van toepassing zijn.

Artikel XII

Deze Overeenkomst zal voorlopig worden toegepast met ingang van de datum waarop zij zal zijn ondertekend en zij zal in werking treden op de datum, vastgesteld bij een Nota-wisseling die zal geschieden te 's-Gravenhage, nadat aan de voorschriften van de binnenlandse wetgeving van elk der Overeenkomstsluitende Partijen is voldaan.

Ten blijke waarvan de ondergetekende Gevolmachtigden, behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend en van hun zegel voorzien.

Gedaan te Quito, de veertiende dag van de maand December van het jaar negentienhonderd vier en vijftig, in de Nederlandse en Spaanse taal, beide teksten gelijkelijk authentiek zijnde.

(w.g.) Luis Ant. PEÑAHERRERA

(w.g.) Kasper W. REININK

Bijlage

I

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden verleent aan de Regering van de Republiek Ecuador het recht door middel van een of meer hiertoe aangewezen luchtvaartmaatschappijen luchtdiensten te exploiteren op de routes vermeld in aangehecht Aanhangsel I.

II

De Regering van de Republiek Ecuador verleent aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het recht door middel van een of meer hiertoe aangewezen luchtvaartmaatschappijen luchtdiensten te exploiteren op de routes vermeld in aangehecht Aanhangsel II.

III

De luchtvaartmaatschappijen aangewezen door een Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig de bepalingen vervat in de Overeenkomst, zullen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht genieten om over te vliegen, om technische landingen te verrichten en om passagiers, post en vracht in internationaal verkeer op te nemen en af te zetten op ieder van de routes vermeld in de aangehechte Aanhangsels.

IV

  • 1 De tarieven welke door de luchtvaartmaatschappijen aangewezen door de beide Overeenkomstsluitende Partijen worden geheven, zullen op redelijke hoogte worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met alle terzake dienende factoren, zoals met de exploitatiekosten, met een redelijke winst, met tarieven geheven door de andere luchtvaartmaatschappijen en met de bijzondere eisen van iedere dienst.

  • 2 Deze tarieven zullen in onderlinge overeenstemming tussen de door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen worden vastgesteld, waarbij de aanbevelingen van de International Air Transport Association (IATA) terzake van het vaststellen van tarieven in aanmerking moeten worden genomen.

  • 3 Voor het geval dat de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming zouden kunnen komen over de vaststelling van de tarieven, zullen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen trachten tot een bevredigende regeling te geraken; indien dit niet mogelijk zou zijn, zal gehandeld worden in overeenstemming met hetgeen in Artikel VIII van deze Overeenkomst is bepaald.

V

Elke wijziging van luchtroutes vermeld in aangehechte Aanhangsels, met uitzondering van wijzigingen van landingsplaatsen in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zal niet als een wijziging van de Bijlage worden beschouwd. De luchtvaartautoriteiten van iedere Overeenkomstsluitende Partij zullen derhalve eenzijdig kunnen overgaan tot elke wijziging, mits hiervan onverwijld mededeling wordt gedaan aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

VI

Niets in de Overeenkomst en de huidige Bijlage daarbij belet de instelling van exclusieve diensten van geregelde of ongeregelde luchtvracht op de voor beide Overeenkomstsluitende Partijen vastgestelde routes. Elke Overeenkomstsluitende Partij deelt de andere Overeenkomstsluitende Partij mede welke luchtvaartmaatschappij(en) hiertoe conform de Overeenkomst is (zijn) uitgekozen.

Aanhangsel I. Ecuadoriaanse luchtroutes

  • A - Van Quito via tussenliggende punten naar Amsterdam en verdergelegen punten, in beide richtingen.

  • B - Van Guayaquil via tussenliggende punten naar Amsterdam en verdergelegen punten, in beide richtingen.

Elk van de punten, vermeld in de omschreven routes van dit aanhangsel, zal op een of alle vluchten naar verkiezing van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen kunnen worden overgeslagen.

Aanhangsel II. Nederlandse luchtroutes

  • A - Van Amsterdam via tussenliggende punten naar Quito en/ of Guayaquil en verdergelegen punten, in beide richtingen.

  • B [Red: De tekst van de wijziging is niet beschikbaar.]

Elk van de punten, vermeld in de omschreven routes van dit aanhangsel, zal op een of alle vluchten naar verkiezing van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen kunnen worden overgeslagen.