Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Internationale Vluchtelingenorganisatie [...] van 20 juni 1950 inzake bijstand aan vluchtelingen, 's-Gravenhage, 12-02-1951

Geldend van 12-02-1951 t/m heden

Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Internationale Vluchtelingenorganisatie houdende een aanvullende overeenkomst op de Overeenkomst van 20 juni 1950 inzake bijstand aan vluchtelingen

Authentiek : EN

International Refugee Organization

Netherlands Mission

The Hague, 12th February 1951.

't Hoenstraat 1.

Sir,

I have the honour to refer to the discussions which have taken place between the Ministry of Foreign Affairs and the International Refugee Organization and to confirm that the International Refugee Organization is desirous to see that the Agreement between the Netherlands Government and the International Refugee Organization of June 20, 1950, providing for the assistance to 30 aged refugees under the mandate of the International Refugee Organization, and to their 10 dependents, be extended to six additional aged refugees, who are beneficiaries under annuity insurance policies, issued by the Life Assurance Company of the Netherlands Insurance Company.

I am in the position to state that the International Refugee Organization agrees to pay the total cost of the premium of these policies, or Dutch guilders 16.751 (sixteen thousand seven hundred and fifty-one).

I have the honour to refer in particular to article 2 of the Agreement of June 20, 1950, and to enquire whether the Netherlands Government would be agreeable to the extension of this article to the six aged refugees in question and, if so, I may suggest that this Note and Your Excellency's reply thereto should be regarded as constituting an Additional Agreement to the Agreement concluded on June 20, 1950.

Accept, Excellency, the renewed assurance of my highest consideration,

For the International Refugee Organization,

(s.) H. M. L. H. SARK,

Netherlands Representative.

His Excellency the Minister of Foreign Affairs The Hague.

Ministry of Foreign Affairs

The Hague

International Organizations

Department/EZ

No. 6284

The Hague, 12th February 1951.

Sir,

I have the honour to refer to your Note of today, in which you were good enough to inform me:

  • 1) that the International Refugee Organization is desirous to see that the Agreement between the Netherlands Government and the International Refugee Organization of June 20, 1950, providing for the assistance to 30 aged refugees under the mandate of the International Refugee Organization and to their 10 dependents, be extended to six additional aged refugees, who are beneficiaries under annuity insurance policies, issued by the Life Assurance Company of the Netherlands Insurance Company;

  • 2) that the International Refugee Organization agrees to pay the total cost of the premium of these policies, or Dutch guilders 16.751 (sixteen thousand seven hundred and fifty-one).

I have the honour to confirm the Netherlands Government's acceptance of this extension and their concurrence in your suggestion that your Note, and the present Note in reply thereto, should be regarded as constituting an Additional Agreement to the Agreement between the Netherlands Government and the International Refugee Organization of June 20, 1950.

Accept, Sir, the renewed assurance of my high consideration,

(s.) STIKKER,

Minister of Foreign Affairs.

To the Netherlands Representative of the International Refugee Organization The Hague.

Vertaling : NL

Internationale Vluchtelingen Organisatie

Vertegenwoordiging voor Nederland

's-Gravenhage, 12 Februari 1951.

't Hoenstraat 1.

Excellentie,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen die hebben plaats gevonden tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Internationale Vluchtelingen Organisatie en te bevestigen, dat de Internationale Vluchtelingen Organisatie gaarne zag dat de Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Internationale Vluchtelingen Organisatie van 20 Juni 1950, welke voorziet in de ondersteuning van 30 bejaarde vluchtelingen onder mandaat van de Internationale Vluchtelingen Organisatie en aan hun tien gezinsleden, eveneens gold voor nog zes bejaarde vluchtelingen, die begunstigden zijn krachtens lijfrente-verzekeringspolissen, uitgegeven door de Levensverzekeringmaatschappij van de Nederlandse Verzekering Maatschappij.

Ik kan verklaren dat de Internationale Vluchtelingen Organisatie ermede accoord gaat de totale kosten van de premie van deze polissen te betalen, te weten 16 751 (zestien duizend zevenhonderd een en vijftig) Nederlandse guldens.

Ik heb de eer in het bijzonder te verwijzen naar Artikel 2 van de Overeenkomst van 20 Juni 1950 en te vragen of de Nederlandse Regering instemt met de uitbreiding van dit Artikel tot de betreffende zes bejaarde vluchtelingen, en in het bevestigende geval moge ik voorstellen om deze Nota en Uwer Excellentie's antwoord daarop te beschouwen als vormend een Aanvullende Overeenkomst op de Overeenkomst van 20 Juni 1950.

Gelief, Excellentie, de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzonder hoogachting te aanvaarden.

Voor de Internationale Vluchtelingen

Organisatie,

(w.g.) H. M. L. H. SARK,

Vertegenwoordiger voor Nederland.

Zijner Excellentie de Minister van Buitenlandse Zaken, 's-Gravenhage.

Ministerie van Buitenlandse Zaken

's-Gravenhage

Directie Internationale Organisaties/EZ

No. 6284

's-Gravenhage, 12 Februari 1951.

Hoogedelgestrenge Heer,

Ik heb de eer te verwijzen naar Uw Nota dd. heden waarin U mij wel heeft willen mededelen:

  • 1) dat de Internationale Vluchtelingen Organisatie gaarne zag dat de Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Internationale Vluchtelingen Organisatie van 20 Juni 1950 welke voorziet in de ondersteuning van 30 bejaarde vluchtelingen onder mandaat van de Internationale Vluchtelingen Organisatie en aan hun tien gezinsleden eveneens gold voor nog zes bejaarde vluchtelingen, die begunstigden zijn krachtens lijfrente-verzekeringspolissen, uitgegeven door de Levensverzekeringmaatschappij van de Nederlandse Verzekering Maatschappij;

  • 2) dat de Internaionale Vluchtelingen Organisatie ermede accoord gaat de totale kosten van de premie van deze polissen te betalen, te weten 16 751 (zestien duizend zevenhonderd een en vijftig) Nederlandse guldens.

Ik heb de eer te bevestigen dat de Nederlandse Regering deze uitbreiding aanvaardt en dat zij instemt met Uw voorstel om Uw Nota en dit antwoord daarop te beschouwen als vormend een Aanvullende Overeenkomst op de Overeenkomst tussen de Nederlandse Regering en de Internationale Vluchtelingen Organisatie van 20 Juni 1950.

Gelief, Hoogedelgestrenge Heer, de hernieuwde verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

(w.g.) STIKKER,

Minister van Buitenlandse Zaken.

Aan de Vertegenwoordiger van de Internationale Vluchtelingen Organisatie voor Nederland, 's-Gravenhage.