Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland [...] van de Herziene Rijnvaartakte van 1868 (Akte van Mannheim), 's-Gravenhage, 08-04-1960

Geldend van 01-08-1963 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot aanvaarding van de verplichte rechtsmacht van het Internationale Gerechtshof voor geschillen inzake de uitlegging of toepassing van de Herziene Rijnvaartakte van 1868 (Akte van Mannheim)

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot aanvaarding van de verplichte rechtsmacht van het Internationale Gerechtshof voor geschillen inzake de uitlegging of toepassing van de Herziene Rijnvaartakte van 1868 (Akte van Mannheim)

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland hebben overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen:

Artikel 1

  • 1 Geschillen welke tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen mochten zijn gerezen of mochten rijzen inzake de uitlegging of toepassing van de op 17 oktober 1868 te Mannheim ondertekende Herziene Rijnvaartakte, zoals nadien gewijzigd, kunnen door beide Overkomstsluitende Partijen bij wege van een daartoe gesloten bijzondere overeenkomst, of door een van hen door middel van een rekwest, ter beslissing aan het Internationale Gerechtshof worden voorgelegd.

  • 2 De bepalingen van het op 20 mei 1926 te 's-Gravenhage ondertekende Nederlands-Duitse Arbitrage- en Verzoeningsverdrag zijn niet van toepassing op geschillen als bedoeld in lid 1.

Artikel 2

Onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zal de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden haar aan de Griffier van het Internationale Gerechtshof mededelen.

Artikel 3

De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zal binnen twee maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst bij de Griffier van het Internationale Gerechtshof een verklaring nederleggen als bedoeld in de op 15 oktober 1946 door de Veiligheidsraad der Verenigde Naties krachtens artikel 35, tweede lid, van het Statuut van het Internationale Gerechtshof aangenomen resolutie.

Artikel 4

  • 1 Onmiddellijk na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zullen de Regeringen van de Overeenkomstsluitende Partijen haar aan de overige in de Centrale Commissie voor de Rijnvaart vertegenwoordigde Regeringen mededelen.

  • 2 Indien de Overeenkomstsluitende Partijen of een van hen voornemens zijn een geschil als bedoeld in artikel 1 aan het Internationale Gerechtshof voor te leggen, worden de in het voorgaande lid bedoelde Regeringen daarvan in kennis gesteld.

TEN BLIJKE WAARVAN de gevolmachtigden der Overeenkomstsluitende Partijen deze Overeenkomst, die deel uitmaakt van het heden ondertekende Algemene Verdrag, hebben ondertekend.

Gedaan te 's-Gravenhage, 8 april 1960, in tweevoud, in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. LUNS

(w.g.) H. R. VAN HOUTEN

Voor de Bondsrepubliek Duitsland:

(w.g.) VON BRENTANO

(w.g.) LAHR