Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek tot het Verdrag betreffende [...] Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Luxemburg, 25-10-1982

Geldend van 01-04-1989 t/m heden

Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Authentiek : NL

Verdrag inzake de toetreding van de Helleense Republiek tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Preambule

De Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Overwegende dat de Helleense Republiek, door lid te worden van de Gemeenschap, zich verplicht heeft om toe te treden tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en tot het Protocol betreffende de uitlegging van dat Verdrag door het Hof van Justitie, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en te dien einde onderhandelingen met de Lid-Staten van de Gemeenschap te beginnen om daarin de noodzakelijke aanpassingen aan te brengen,

Hebben besloten dit Verdrag te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

  • Jean Gol,

  • Vice-eerste Minister,

  • Minister van Justitie en institutionele hervormingen;

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:

  • Erik Ninn-Hansen,

  • Minister van Justitie;

De President van de Bondsrepubliek Duitsland:

  • Hans Arnold Engelhard,

  • Bondsminister van Justitie;

  • Dr. Günther Knackstedt,

  • Ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland in Luxemburg

De President van de Helleense Republiek:

  • Georges-Alexandre Mangakis,

  • Minister van Justitie;

De President van de Franse Republiek:

  • Robert Badinter,

  • Zegelbewaarder,

  • Minister van Justitie;

De President van Ierland:

  • Seân Doherty,

  • Minister van Justitie;

De President van de Italiaanse Republiek:

  • Clelio Darida,

  • Minister van Justitie;

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

  • Colette Flesch,

  • Vice-president van de Regering,

  • Minister van Justitie;

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

  • J. de Ruiter,

  • Minister van Justitie;

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannie en Noord-Ierland:

  • Peter Lovat Fraser, Esquire,

  • Solicitor-general voor Schotland,

  • Departement van de Lord Advocate;

Die, in het kader van de Raad bijeen, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

Omtrent de volgende bepalingen overeenstemming hebben bereikt:

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1

  • 1 De Helleense Republiek treedt toe tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Brussel op 27 september 1968, hierna te noemen „het Verdrag van 1968”, en tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, ondertekend te Luxemburg op 3 juni 1971, hierna te noemen „het Protocol van 1971”, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie, ondertekend te Luxemburg op 9 oktober 1978, hierna te noemen „het Verdrag van 1978”.

  • 2 De toetreding van de Helleense Republiek heeft inzonderheid betrekking op artikel 25, lid 2, en de artikelen 35 en 36 van het Verdrag van 1978.

Artikel 2

De aanpassingen die ingevolge het onderhavige Verdrag worden aangebracht in het Verdrag van 1968 en het Protocol van 1971, zoals deze zijn gewijzigd bij het Verdrag van 1978, zijn opgenomen in de titels II tot en met IV.

TITEL II. Aanpassingen van het Verdrag van 1968

Artikel 3

[Red: Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.]

Artikel 4

[Red: Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.]

Artikel 5

[Red: Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.]

Artikel 6

[Red: Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.]

Artikel 7

[Red: Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.]

Artikel 8

[Red: Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.]

TITEL III. Aanpassing van het Protocol bij het Verdrag van 1968

Artikel 9

[Red: Wijzigt het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Brussel, 27 september 1968.]

TITEL IV. Aanpassingen van het Protocol van 1971

Artikel 10

[Red: Wijzigt het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Luxemburg, 3 juni 1971.]

Artikel 11

[Red: Wijzigt het Protocol betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken; Luxemburg, 3 juni 1971.]

TITEL V. Overgangsbepalingen

Artikel 12

  • 1 Het Verdrag van 1968 en het Protocol van 1971, als gewijzigd bij het Verdrag van 1978 en bij dit Verdrag, zijn slechts van toepassing op rechtsvorderingen ingesteld en op authentieke akten verleden na de inwerkingtreding van dit Verdrag in de Staat van herkomst en, wanneer wordt verzocht om erkenning of tenuitvoerlegging van een beslissing of een authentieke akte, in de aangezochte Staat.

  • 2 Evenwel worden in de betrekkingen tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat de beslissingen gegeven na de dag van inwerkingtreding van dit Verdrag naar aanleiding van vóór deze dag ingestelde vorderingen, erkend en ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van Titel III van het Verdrag van 1968, als gewijzigd bij het Verdrag van 1978 en het onderhavige Verdrag, indien de bevoegdheid berustte op regels die overeenkomen met de bepalingen van de gewijzigde Titel II van het Verdrag van 1968, of met de bepalingen neergelegd in een verdrag dat tussen de Staat van herkomst en de aangezochte Staat van kracht was op het ogenblik dat de vordering werd ingesteld.

TITEL VI. Slotbepalingen

Artikel 13

De Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen zendt aan de Regering van de Helleense Republiek een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse taal toe van het Verdrag van 1968, van het Protocol van 1971 en van het Verdrag van 1978.

De teksten van het Verdrag van 1968, van het Protocol van 1971 en van het Verdrag van 1978 die zijn opgesteld in de Griekse taal, worden aan dit Verdrag gehecht. De teksten die zijn opgesteld in de Griekse taal, zijn op gelijke wijze authentiek als de overige teksten van het Verdrag van 1968, het Protocol van 1971 en het Verdrag van 1978.

Artikel 14

Dit Verdrag wordt door de ondertekenende Staten bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen.

Artikel 15

Dit Verdrag treedt tussen de Staten die het hebben bekrachtigd, in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op het nederleggen van de laatste akte van bekrachtiging door de Helleense Republiek en die Staten die het Verdrag van 1978 overeenkomstig artikel 39 daarvan in werking hebben doen treden.

Voor elke Lid-Staat die het Verdrag later bekrachtigt, treedt het in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op het nederleggen van zijn akte van bekrachtiging.

Artikel 16

De Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staat in kennis van:

  • a) het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging;

  • b) de data van inwerkingtreding van dit Verdrag voor de Verdragsluitende Staten.

Artikel 17

Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, welke acht teksten gelijkelijk authentiek zijn, zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Raad der Europese Gemeenschappen. De Secretaris-Generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat.

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, hun handtekening onder dit Verdrag hebben geplaatst.

GEDAAN te Luxemburg, de vijfentwintigste oktober negentienhonderdtweeëntachtig.