Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Chili inzake luchtdiensten, Santiago de Chile, 13-07-1962

Geldend van 21-05-1966 t/m heden

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Chili inzake luchtdiensten

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Chili inzake luchtdiensten

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Chili, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen,

Geleid door de wens een Overeenkomst te sluiten met het doel commerciële luchtdiensten tussen hun onderscheidene grondgebieden in te stellen en te onderhouden,

Komen het volgende overeen:

Artikel I

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent aan de andere de rechten welke zijn omschreven in de onderhavige Overeenkomst en zijn Bijlagen met het doel geregelde internationale commerciële luchtdiensten, hierna te noemen de „overeengekomen diensten”, in te stellen op de routes die zijn aangegeven in Bijlage B, hierna te noemen de „omschreven routes”.

Artikel II

  • 1 Elk van de overeengekomen diensten zal in exploitatie kunnen worden genomen zodra de Overeenkomstsluitende Partij aan welke de rechten zijn verleend één of meer luchtvaartmaatschappijen van zijn nationaliteit heeft aangewezen om één of meer van de omschreven routes te bedienen.

  • 2 De andere Overeenkomstsluitende Partij zal verplicht zijn zonder uitstel aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen de betreffende exploitatie-vergunning te verlenen, mits de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen voldoen aan de voorwaarden welke worden gesteld door zijn wetten en reglementen welke normaliter de vergunningen voor internationale luchttransportdiensten regelen.

Artikel III

Teneinde bevoorrechtende praktijken te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren komen beide Overeenkomstsluitende Partijen overeen:

  • a. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen zal voor het gebruik van zijn openbare luchthavens en andere installaties onder zijn beheer of gezag billijke en redelijke kosten kunnen heffen of laten heffen. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen neemt echter op zich dat al deze kosten niet hoger zullen zijn dan die welke voor het gebruik van zodanige luchthavens en installaties worden betaald door de nationale luchtvaartuigen, gebezigd op soortgelijke internationale diensten;

  • b. De motorbrandstof, oliën, smeermiddelen en reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand, ingevoerd of aan boord genomen in het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen door de aangewezen maatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of voor hun rekening, uitsluitend ten behoeve van het gebruik door hun luchtvaartuigen, zullen, wat betreft douanerechten, inspectiekosten en andere nationale heffingen of kosten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, in welks grondgebied zij zijn ingevoerd of aan boord genomen, dezelfde behandeling genieten als die, welke wordt toegepast op de eigen internationale luchtvaartmaatschappijen of op die van de meestbegunstigde natie. De betreffende Overeenkomstsluitende Partij zal kunnen verlangen dat voormelde goederen onder toezicht zullen blijven van de douane-autoriteiten;

  • c. De luchtvaartuigen welke worden gebruikt bij de exploitatie van de overeengekomen diensten, de motorbrandstof, oliën, smeermiddelen en reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord blijven van de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, aangewezen om de omschreven routes te exploiteren, zullen bij binnenkomst in of vertrek uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zijn van douanerechten, inspectiekosten of andere gelijksoortige heffingen of rechten, zelfs indien zodanige voorraden door luchtvaartuigen worden gebruikt of verbruikt gedurende de vlucht boven vermeld grondgebied;

  • d. De motorbrandstof, oliën, smeermiddelen en reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke zich aan boord bevinden van de luchtvaartuigen van beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts kunnen worden gelost met de toestemming van douaneautoriteiten van dat grondgebied, die zullen kunnen verlangen dat deze goederen onder hun toezicht worden gesteld tot het moment, waarop zij zullen worden wederuitgevoerd of dat daarover beschikt wordt in overeenstemming met de douane-reglementen.

Artikel IV

  • 1 De wetten en reglementen van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de binnenkomst in, het verblijf binnen en het vertrek uit zijn grondgebied van de luchtvaartuigen welke worden gebezigd in het internationale luchtverkeer of betreffende de exploitatie van en het vliegen met die luchtvaartuigen binnen de grenzen van dat grondgebied, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij; deze luchtvaartuigen zullen deze wetten en reglementen moeten naleven bij de binnenkomst in, bij het vertrek uit en terwijl zij zich bevinden binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 2 De wetten en reglementen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de binnenkomst in, het verblijf binnen en het vertrek uit zijn grondgebied van passagiers, bemanning of vracht van luchtvaartuigen, zoals die betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, landverhuizing, paspoorten, douane en quarantaine, zullen van toepassing zijn op de passagiers, bemanning en vracht van de luchtvaartuigen, gebezigd op de overeengekomen diensten.

Artikel V

  • 1 Beide Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij te weigeren of in te trekken:

    • a. In het geval zij van mening zijn dat er geen voldoende bewijzen zijn dat een belangrijk deel van de eigendom of het daadwerkelijk toezicht van die luchtvaartmaatschappij toebehoort aan onderdanen van die Overeenkomstsluitende Partij;

    • b. Wanneer de aangewezen luchtvaartmaatschappij niet voldoet aan de wetten of reglementen van de Overeenkomstsluitende Partij over welks grondgebied hij exploiteert, overeenkomstig de bepalingen van de Artikelen II en IV van deze Overeenkomst; en

    • c. Wanneer op enigerlei andere wijze bedoelde luchtvaartmaatschappij niet voldoet aan de voorwaarden waarop de rechten in overeenstemming met de onderhavige Overeenkomst en zijn Bijlagen zijn verleend.

  • 2 In geval van intrekking van een verleende vergunning zal, alvorens gehandeld wordt volgens punt 1) van dit artikel, een schriftelijke mededeling van de voorgenomen actie worden gedaan, welke de redenen daarvoor vermeldt. Indien de consultaties die voortvloeien uit deze mededeling niet tot overeenstemming leiden binnen zestig (60) dagen na ontvangst van die mededeling zal de intrekking van kracht worden.

Artikel VI

  • 1 Wanneer een van de Overeenkomstsluitende Partijen het noodzakelijk acht de exploitatie-vergunning van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te wijzigen, zal hij hiervan aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling doen, welke de redenen daarvoor vermeldt.

  • 2 Indien het uit deze mededeling voortvloeiende overleg niet binnen honderdtwintig (120) dagen, gerekend van de datum van ontvangst van genoemde mededeling, tot overeenstemming zal leiden, zal de wijziging van kracht worden.

Artikel VII

De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich de bevoegdheid voor de oorspronkelijk aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen te vervangen door andere nationale luchtvaartmaatschappijen. Op de nieuw aangewezen luchtvaartmaatschappij zullen alle bepalingen van de onderhavige Overeenkomst en zijn Bijlagen van toepassing zijn.

Artikel VIII

  • 1 In geval een van beide Overeenkomstsluitende Partijen het gewenst acht de routes of voorwaarden, omschreven in de onderhavige Overeenkomst te wijzigen, zal hij kunnen verzoeken om overleg tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen, hetwelk zal moeten beginnen binnen een tijdvak van zestig (60) dagen, te rekenen van de datum van dit verzoek.

  • 2 De wijzigingen van Bijlage B zullen rechtstreeks overeengekomen kunnen worden door de betreffende luchtvaartautoriteiten en zij zullen in werking treden zodra zij bevestigd zijn door een diplomatieke nota-wisseling.

  • 3 Wijzigingen met betrekking tot de inhoud van de Overeenkomst en Bijlage A zullen kunnen worden overeengekomen door de bevoegde autoriteiten en zullen van kracht worden zodra zij bevestigd zijn door diplomatieke nota-wisseling, waarin wordt vermeld, dat de krachtens de nationale wetgeving van elke Overeenkomstsluitende Partij vereiste formaliteiten zijn vervuld.

Artikel IX

  • 1 Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van de onderhavige Overeenkomst en zijn Bijlagen, hetwelk niet door onderling overleg kan worden opgelost zal worden voorgelegd aan de Raad van de Internationale Burgerlijke Luchtvaart Organisatie (ICAO) of aan een scheidsgerecht door deze Raad aangewezen, tenzij beide Overeenkomstsluitende Partijen een ander bijzonder scheidsgerecht aanwijzen.

  • 2 De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich de beslissingen op grond van punt 1 van dit artikel te aanvaarden.

Artikel X

De onderhavige Overeenkomst en alle overeenkomsten welke hem aanvullen of wijzigen zullen bij de ICAO worden geregistreerd.

Artikel XI

Deze Overeenkomst zal kunnen worden opgezegd door elk van de Overeenkomstsluitende Partijen door kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij. Deze beslissing zal gelijktijdig worden medegedeeld aan de ICAO. Zodra deze kennisgeving is geschied zal deze Overeenkomst één jaar na de datum, waarop de mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij is gedaan, ophouden te bestaan, behalve wanneer die kennisgeving met wederzijds goedvinden vóór de vervaldag van deze periode wordt ingetrokken. Indien de Overeenkomstsluitende Partij de ontvangst van de kennisgeving niet bevestigt, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen nadat deze in het register van de ICAO is genoteerd.

Artikel XII

Bij het in werking treden van een multilaterale overeenkomst betreffende commerciële luchtvaart welke bekrachtigd zou zijn door de twee Overeenkomstsluitende Partijen zal de onderhavige Overeenkomst en zijn Bijlagen onderworpen worden aan de wijzigingen, welke uit bedoelde multilaterale overeenkomst voortvloeien.

Artikel XIII

Met betrekking tot de toepassing van de onderhavige Overeenkomst en zijn Bijlagen zal:

  • a. De uitdrukking „luchtvaartautoriteiten” betekenen:

    • 1. In het geval van het Koninkrijk der Nederlanden, voor Nederland de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst; voor Suriname het Hoofd van de Luchtvaartdienst; en voor de Nederlandse Antillen de Minister van Verkeer en Vervoer; dan wel de personen of organen die gemachtigd zijn de taken, toegekend aan bedoelde autoriteiten, uit te voeren; en

    • 2. In het geval van de Republiek Chili, de Raad van de Burgerlijke Luchtvaart dan wel de personen of organen die gemachtigd zijn de taken, toegekend aan bedoelde autoriteiten uit te voeren;

  • b. De uitdrukking „aangewezen luchtvaartmaatschappij” betekenen iedere luchtvaartmaatschappij, die door een van de Overeenkomstsluitende Partijen zal zijn gemachtigd voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op een of meer van de omschreven routes en ten aanzien van welke langs diplomatieke weg een schriftelijke mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij is gedaan in overeenstemming met het bepaalde in Artikel II van de onderhavige Overeenkomst;

  • c. De uitdrukking „geregelde internationale luchtdienst” betekenen elke internationale dienst, welke uitgevoerd wordt door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen op de omschreven routes, met geregelde frequenties en te voren vastgestelde dienstregelingen;

  • d. De uitdrukking „wijziging van de capaciteit van het vliegtuig” betekenen dat na een bepaald tussenlandingspunt het verkeer bewerkstelligd wordt door dezelfde luchtvaartmaatschappij, doch met een luchtvaartuig van een capaciteit, welke verschilt van die, welke gebezigd is op dezelfde route vóór dat tussenlandingspunt;

  • e. De uitdrukking „regionaal verkeer” betekenen het internationale luchtverkeer, bewerkstelligd tussen een punt in het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen en één of meer punten, gelegen in een aangrenzend land.

Artikel XIV

De onderhavige Overeenkomst en Bijlage „A” zullen geratificeerd worden overeenkomstig de grondwettelijke bepalingen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen en zal van kracht worden 30 dagen na de uitwisseling van de ratificaties, welke zal plaatsvinden te Santiago de Chile. Beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen in het kader van hun onderscheidene administratieve bevoegdheden ernaar streven de bepalingen van de onderhavige Overeenkomst toe te passen vanaf de datum van ondertekening.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende Gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, de onderhavige Overeenkomst hebben ondertekend, in twee exemplaren, in de Nederlandse en de Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, te Santiago de Chile, op de dertiende dag van de maand juli van het jaar negentienhonderd twee en zestig.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) VOÛTE

Voor de Regering van de Republiek Chili:

(w.g.) C.M. SOTOMAYOR

Bijlage „A”

De Overeenkomstsluitende Partijen komen het volgende overeen:

I

De door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen, die de omschreven routes exploiteren, zullen eerlijke en gelijke gelegenheid hebben de overeengekomen diensten te onderhouden.

II

  • 1. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen zullen bij het exploiteren van de omschreven routes het recht genieten passagiers, vracht en post op te nemen of af te zetten, bestemd voor of komend uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of van derde landen.

  • 2. De Overeenkomstsluitende Partijen kennen elkaar het recht toe de uitoefening van de vijfde vrijheid te regelen met het doel te voorkomen, dat het regionale verkeer van één van hen onredelijk getroffen wordt.

  • 3. Het is wel te verstaan dat zodanige regelingen geen onderscheid zullen maken tussen de overeengekomen diensten van de andere Overeenkomstsluitende Partij en gelijksoortige niet-regionale diensten, geëxploiteerd door luchtvaartmaatschappijen van derde landen.

  • 4. Cabotage binnen het grondgebied van elk der Overeenkomstsluitende Partijen blijft voorbehouden aan de luchtvaartmaatschappijen van de betreffende nationaliteit.

III

De luchtvervoerscapaciteit aangeboden door de luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door beide Overeenkomstsluitende Partijen, zal nauw verband moeten houden:

  • a. Met de behoefte aan vervoersgelegenheid tussen het land van herkomst en de landen van bestemming;

  • b. Met de eisen, welke de exploitatie van een lange-afstandsroute stelt;

  • c. Met de behoefte aan vervoersgelegenheid van het gebied, waarover de luchtlijn wordt geëxploiteerd, nadat rekening is gehouden met de regionale diensten.

IV

De door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen moeten rekening houden met hun wederzijdse belangen bij de exploitatie van de omschreven routes of gemeenschappelijke trajecten van deze routes teneinde hun onderscheidene diensten niet onredelijk te treffen.

V

De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zullen op verzoek van één van hen onderling overleg kunnen plegen teneinde na te gaan of de beginselen, neergelegd in deze Bijlage, door de luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de Overeenkomstsluitende Partijen, worden nageleefd.

VI

De overeengekomen diensten zullen van alle voor internationaal luchtverkeer opengestelde luchtwegen, die de punten, vermeld in Bijlage B verbinden, gebruik kunnen maken, zonder dat in dit opzicht onderscheid gemaakt kan worden tussen nationale of buitenlandse luchtvaartmaatschappijen.

VII

  • 1. De tarieven, reducties en vrijstellingen, die de door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen zullen toepassen voor het vervoer naar en van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zullen worden vastgesteld op redelijke hoogten, waarbij behoorlijk rekening zal worden gehouden met alle in aanmerking komende factoren, inclusief de kosten van exploitatie, redelijke diensten en de hoedanigheden van de dienst.

  • 2. De tarieven, waarop punt 1 van deze paragraaf betrekking heeft, zullen worden overeengekomen door de daarbij betrokken door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen, in overleg met andere luchtvaartmaatschappijen, die de gehele route of een deel daarvan exploiteren.

  • 3. De aldus overeengekomen tarieven zullen ter goedkeuring worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen tenminste dertig (30) dagen vóór de voorgestelde datum van ingang; in buitengewone gevallen kan deze periode verkort worden, afhankelijk van overeenstemming tussen genoemde autoriteiten.

  • 4. Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming zullen kunnen komen over de bepaling van enig zodanig tarief, of indien om een of andere reden een tarief niet zal kunnen worden vastgesteld in overeenstemming met het gestelde in punt 2 van deze paragraaf, of indien het overeengekomen tarief niet, overeenkomstig het gestelde in punt 3 van deze paragraaf, binnen een periode van vijftien (15) dagen, gerekend vanaf zijn voorlegging, wordt goedgekeurd door de betrokken luchtvaartautoriteit, of indien deze een ander tarief vaststelt, zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen trachten de tarieven door middel van onderlinge overeenstemming te bepalen.

  • 5. Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming komen betreffende de goedkeuring van enig tarief dat aan hen is voorgelegd overeenkomstig punt 3 van deze paragraaf, en over de bepaling van enig tarief volgens punt 4, zal het geschil worden opgelost volgens het gestelde in Artikel IX van de onderhavige Overeenkomst.

  • 6. De tarieven, vastgesteld in overeenstemming met het gestelde in deze paragraaf zullen van kracht blijven totdat andere nieuwe tarieven zijn vastgesteld volgens het gestelde in deze paragraaf.

VIII

Iedere wijziging van de capaciteit van het vliegtuig moet worden goedgekeurd door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Zij zal worden toegestaan wanneer zij plaats vindt om economische redenen en geen wijziging brengt in het lange-afstandskarakter van een dienst en verenigbaar is met de beginselen, neergelegd in de onderhavige Overeenkomst en zijn Bijlagen.

Bijlage „B”

  • 1. De door de Regering van de Republiek Chili aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen zullen in beide richtingen diensten kunnen exploiteren op de navolgende routes:

    • a. Van Chili, via tussenliggende punten in Zuid-Amerika, in Centraal-Amerika en in het Caraïbische gebied naar de Nederlandse Antillen, Suriname en verder;

    • b. Van Chili, via tussenliggende punten in Argentinië, Uruguay, Paraguay, Brazilië, Ghana, Liberia, Guinea, Senegal, Las Palmas, Marokko en tussenliggende punten in Europa naar Amsterdam en verder; en

    • c. Van Chili via tussenliggende punten in Peru, Ecuador, Panama, Colombia, Venezuela, en in het Caraïbische gebied, de Nederlandse Antillen, Suriname, de Azoren en tussenliggende punten in Europa naar Amsterdam en verder.

  • 2. De door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen zullen in beide richtingen diensten kunnen exploiteren op de volgende routes:

    • a. Van Nederland, via tussenliggende punten in Europa, Marokko, Las Palmas, Senegal, Guinea, Liberia, Ghana, Brazilië, Paraguay, Uruguay en Argentinië naar Santiago de Chile; en

    • b. Van Nederland, via tussenliggende punten in Europa, de Azoren, Suriname, de Nederlandse Antillen, tussenliggende punten in het Caraïbisch gebied, Venezuela, Colombia, Panama, Ecuador en Peru naar Santiago de Chile.

  • 3. Op elk der omschreven routes zullen één of meer van de genoemde tussenliggende punten kunnen worden overgeslagen, met uitzondering van de landingen in Suriname of in de Nederlandse Antillen, opgenomen in de omschreven route onder letter b) van punt 2 van deze Bijlage, waarvan een van beide noodzakelijkerwijze moet worden uitgevoerd door de voor deze route aangewezen luchtvaartmaatschappij.

  • 4. De onder letter b) van punt 2 omschreven route van de onderhavige Bijlage zal slechts door één door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvaartmaatschappij kunnen worden geëxploiteerd.