Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Culturele Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen, Warschau, 22-08-1967

Geldend van 08-05-1968 t/m heden

Culturele Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen

Authentiek : EN

Cultural Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Polish People's Republic

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Polish People's Republic, being desirous of promoting co-operation between the two countries in the fields of education, science and culture, and convinced that such co-operation will contribute to a better understanding between the two nations, have decided to conclude a cultural agreement and have agreed as follows:

Article I

In order to promote co-operation between the two countries in the sphere of education, as well as in the fields of the practice and application of science, the Contracting Parties undertake in particular, and on a basis of reciprocity:

  • a. to further the exchange of and contacts between university professors, other scholars and students, as well as co-operation between the universities and other scientific institutions;

  • b. to promote in similar fashion co-operation between specialists and institutions active in the field of secondary education, including technical and artistic education;

  • c. to provide scholarships in order to enable nationals of the other country to study at their scientific and educational institutions or to visit the respective countries for study purposes;

  • d. to consider the conditions under which it would be possible to recognize the equivalence of diplomas issued by universities and other institutions of higher education of the other country and to study the possibility of making separate arrangements to that effect;

  • e. to further the exchange of delegations and individual experts in various technical fields to be agreed upon in joint consultation.

Article II

In order to promote in their respective countries a better knowledge of the culture of the other country, the Contracting Parties shall encourage exchange visits and other contacts between persons prominent in the field of culture, such as authors, composers, choreographers, artists, art critics, and specialists in mass media, popular education, youth training and sports.

With the same object in view the Contracting Parties shall, on a basis of reciprocity, assist each other as much as possible in:

  • a. establishing and further developing professorships, lectureships and courses on the language, culture and civilisation of the other country at their respective universities and other educational and research institutes;

  • b. having translations made of literary works from the other country;

  • c organizing art exhibitions and other exhibitions of a cultural nature;

  • d. organizing conferences, concerts and theatrical performances;

  • e. organizing radio and television broadcasts and disseminating gramophone records and similar aids;

  • f. disseminating books, periodicals and other publications;

  • g. showing scientific, educational and cultural films;

  • h. promoting tourism by facilitating free contacts and other means that may contribute to a better understanding of the way of life, work and culture of the other country.

Article III

The Contracting Parties shall set up a mixed committee whose duty it shall be, in application of Articles I and II, to recommend to the two Governments a programme of activities for a period of two years at a time; the programme shall be accompanied by suggestions as to the financing of its various parts. Each Contracting Party shall submit its decisions concerning the recommendations and suggestions of the mixed committee to the other Party through the ordinary diplomatic channels.

Article IV

The committee shall consist of not more than ten members; each Contracting Party shall appoint an equal number of members.

Article V

The mixed committee shall in principle meet every two years, alternately in the Netherlands and in Poland.

The respective diplomatic representatives of each of the Contracting Parties shall be invited to attend the meetings of the committee. The members may be assisted at the meetings by a limited number of specialists.

The meetings shall be presided over by a member of the committee belonging to the country in which the meeting is held.

Article VI

As regards the Kingdom of the Netherlands the present Agreement shall apply to the Kingdom in Europe.

Article VII

The present Agreement shall be ratified and the instruments of ratification shall be exchanged as soon as possible at the Hague.

The present Agreement shall enter into force on the date on which the instruments of ratification are exchanged.

Article VIII

The present Agreement shall be concluded for a period of five years. It shall be tacitly renewed for subsequent periods of five years if neither Contracting Party gives notice of its denunciation six months prior to the expiration of the current five-year period.

IN WITNESS WHEREOF the respective plenipotentiaries, duly authorized by their respective Governments have signed the present Agreement and affixed their seals thereto.

DONE at Warsaw, on the 22 day of August 1967, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) J. LUNS

For the Government of the Polish People's Republic,

(sd.) A. RAPACKI

Vertaling : NL

Culturele Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen, de wens koesterend de samenwerking tussen de beide landen op het gebied van onderwijs, wetenschap en cultuur te bevorderen, en ervan overtuigd dat deze samenwerking zal kunnen bijdragen tot een beter begrip tussen de volken van de beide naties, hebben besloten een culturele overeenkomst te sluiten, en zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I

Ten einde de samenwerking tussen de beide landen, zowel op het gebied van het onderwijs, als op dat van de beoefening en de toepassing van wetenschap, te bevorderen, verbinden de Overeenkomstsluitende Partijen zich met name ertoe op basis van wederkerigheid:

  • a. de uitwisseling van en contacten tussen hoogleraren, andere geleerden en studenten, alsmede de samenwerking tussen de universiteiten en andere instellingen van wetenschapsbeoefening te bevorderen;

  • b. op overeenkomstige wijze de samenwerking te bevorderen tussen deskundigen en instellingen op het gebied van het voortgezet onderwijs, waaronder begrepen het technisch onderwijs en het kunstonderwijs;

  • c. studiebeurzen te verstrekken, ten einde onderdanen van het andere land in de gelegenheid te stellen aan hun instellingen van wetenschapsbeoefening en onderwijs te studeren of hun onderscheiden landen voor studiedoeleinden te bezoeken;

  • d. na te gaan onder welke omstandigheden het mogelijk zou zijn de gelijkwaardigheid te erkennen van door universiteiten en andere instellingen van hoger onderwijs van het andere land verleende diploma's, en de mogelijkheid te onderzoeken daartoe afzonderlijke regelingen te treffen;

  • e. de uitwisseling te bevorderen van afvaardigingen en particuliere deskundigen in verschillende, in onderling overleg nader te bepalen, takken van techniek.

Artikel II

Ten einde in hun onderscheiden landen een betere kennis van de cultuur van het andere land te bevorderen, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen de uitwisseling van bezoeken en andere contacten aanmoedigen tussen vooraanstaande persoonlijkheden uit het culturele leven, zoals schrijvers, componisten, choreografen, beeldende kunstenaars en kunstcritici, naast deskundigen op het gebied van de massamedia, de volksontwikkeling, de jeugdvorming en de sport.

Met hetzelfde doel voor ogen zullen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar op basis van wederkerigheid zoveel mogelijk bijstaan bij:

  • a. het instellen en verder ontwikkelen van leerstoelen, lectoraten en cursussen aan hun universiteiten en andere instellingen van onderwijs en onderzoek, die betrekking hebben op de taal, cultuur en beschaving van het andere land;

  • b. het doen tot stand komen van vertalingen van literaire werken uit het andere land;

  • c. het organiseren van tentoonstellingen op kunstgebied en andere tentoonstellingen met een cultureel karakter;

  • d. het organiseren van conferenties, concerten en toneelvoorstellingen;

  • e. het organiseren van radio- en televisie-uitzendingen, de verspreiding van grammofoonplaten en soortgelijke middelen;

  • f. de verspreiding van boeken, tijdschriften en andere publikaties;

  • g. het vertonen van films met een wetenschappelijk, opvoedkundig of cultureel karakter;

  • h. het bevorderen van het vreemdelingenverkeer door het vergemakkelijken van vrije contacten en met andere middelen die kunnen bijdragen tot een beter begrip van de leefwijze, het werk en de cultuur van het andere land.

Artikel III

De Overeenkomstsluitende Partijen stellen een gemengde commissie in, die tot taak heeft ter uitvoering van de artikelen I en II van deze Overeenkomst aan beide Regeringen een programma van activiteiten, telkens voor een periode van twee jaar, aan te bevelen, vergezeld van suggesties, de financiering van de verschillende onderdelen daarvan betreffende. Elke Overeenkomstsluitende Partij maakt via de normale diplomatieke kanalen haar beslissing ten aanzien van de aanbevelingen en suggesties van de gemengde commissie aan de andere partij kenbaar.

Artikel IV

De commissie bestaat uit ten hoogste tien leden; elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een gelijk aantal leden.

Artikel V

De gemengde commissie komt in beginsel eenmaal in de twee jaar bijeen, afwisselend in Nederland en Polen.

De respectieve diplomatieke vertegenwoordigers van elk der Overeenkomstsluitende Partijen worden uitgenodigd de bijeenkomsten van de commissie bij te wonen. De leden kunnen zich ter vergadering doen bijstaan door een beperkt aantal deskundigen.

De bijeenkomsten worden voorgezeten door een commissielid van het land waar zij worden gehouden.

Artikel VI

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft geldt deze Overeenkomst voor het Rijk in Europa.

Artikel VII

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

Artikel VIII

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een tijdvak van vijf jaar. Zij wordt stilzwijgend telkens voor vijf jaar verlengd, indien geen der Overeenkomstsluitende Partijen zes maanden voordat het lopende tijdvak van vijf jaar verstrijkt kennis van opzegging heeft gegeven.

TEN BLIJKE WAARVAN de onderscheiden gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend en van hun zegels voorzien.

GEDAAN te Warschau, de 22e augustus 1967, in twee exemplaren in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. LUNS

Voor de Regering van de Volksrepubliek Polen,

(w.g.) A. RAPACKI