Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek inzake de dienstplicht van bipatriden, Rome, 24-01-1961

Geldend van 18-10-1962 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek inzake de dienstplicht van bipatriden

Authentiek : FR

Convention entre le Royaume des Pays-Bas et la République italienne concernant le service militaire des bipatrides

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement de la République italienne,

étant désireux de régler, d'un commun accord, les obligations militaires de leurs ressortissants respectifs qui possèdent également la nationalité de l'autre Etat,

les soussignés, après avoir échangé leurs pouvoirs reconnus en bonne et due forme,

sont convenus des dispositions suivantes:

Article 1

Les dispositions de la présente Convention s'appliquent aux ressortissants de chacun des deux Etats qui possèdent concurremment les nationalités néerlandaise et italienne en vertu des lois en vigueur dans chacun des deux Etats.

Article 2

Les ressortissants de chacun des deux Etats, visés par la présente Convention, doivent satisfaire à leurs obligations militaires dans celui des deux Etats dans lequel ils ont leur demeure habituelle.

Néanmoins ils peuvent, au moment où ils participent aux opérations de recensement pour le service militaire, et au plus tard avant la date d'appel sous les drapeaux de la fraction de classe à laquelle ils appartiennent en raison de leur âge, déclarer qu'ils s'engagent à satisfaire à leurs obligations militaires dans les forces armées de l'autre Etat. A cet effet, ils souscrivent une déclaration en double exemplaire, dont le premier reste entre les mains de l'autorité qui a reçu ladite déclaration et le second est adressé aux autorités compétentes de l'autre Etat pour l'adoption des mesures nécessaires.

Article 3

Les ressortissants de chacun des deux Etats, visés par la présente Convention, qui ont satisfait à leurs obligations militaires dans l'un des deux Etats, sont considérés comme ayant satisfait aux obligations militaires dans l'autre Etat s'ils en justifient par la production d'un certificat authentique délivré, sur leur demande, par les autorités compétentes de l'une ou de l'autre Partie contractante.

Article 4

Les ressortissants qui, conformément à l'article 2 de la présente Convention, déclarent qu'ils s'engagent à satisfaire à leurs obligations militaires dans les forces armées de l'Etat dans lequel ils n'ont pas leur demeure habituelle, ne peuvent invoquer le bénéfice de l'article 3 que s'ils justifient, avant l'âge de vingt-deux ans, d'avoir commencé leur service militaire actif légal, par la production d'un certificat authentique délivré, sur leur demande, par les autorités compétentes dudit Etat.

Si le commencement du service susmentionné est retardé en conséquence de sursis accordés par les autorités compétentes de l'une ou de l'autre Partie contractante, ces sursis sont reconnus de part et d'autre.

Article 5

Les ressortissants de chacun des deux Etats, visés par la présente Convention, qui ont contracté un engagement volontaire, dûment accepté, dans les forces armées de l'un de ces Etats pour une durée qui ne sera pas inférieure à celle du service militaire actif légal dans cet Etat à l'époque de leur engagement, sont également considérés comme ayant satisfait à leurs obligations militaires.

Article 6

Les ressortissants de chacun des deux Etats, visés par la présente Convention, qui ne sont pas obligés de faire le service militaire selon les dispositions légales en vigueur dans l'Etat où ils ont leur demeure habituelle, sont considérés comme ayant satisfait à leurs obligations militaires dans l'autre Etat s'ils justifient de leur situation par la production d'un certificat authentique délivré, sur leur demande, par les autorités compétentes de l'Etat où ils ont leur demeure habituelle.

Article 7

Les dispositions de la présente Convention ne mettent pas obstacle à ce que les autorités compétentes de chacun des deux Etats prescrivent, en cas de mobilisation, l'appel sous les drapeaux des personnes visées par cette Convention et, si nécessaire, l'inscription de leurs noms sur les contrôles des réserves, dans l'Etat où elles demeurent habituellement.

Article 8

Les autorités compétentes des Ministères de la Défense des Parties contractantes pourront correspondre directement pour fixer les modalités d'application de la présente Convention.

Article 9

Les autorités compétentes des deux Etats fourniront gratuitement aux ressortissants visés par la présente Convention les attestations relatives à leurs obligations militaires.

La libération des obligations militaires, sur la base de la présente Convention, n'entraînera pas de frais pour l'intéressé.

Article 10

L'application des dispositions de la présente Convention n'affecte en rien la condition juridique des intéressés en matière de nationalité.

Article 11

Les ressortissants des deux Etats, visés par la présente Convention, qui ont satisfait à leurs obligations militaires dans l'un des deux Etats avant la date d'entrée en vigueur de cette Convention bénéficieront des dispositions de la Convention.

Article 12

Toutes les difficultés qui peuvent surgir de l'application de la présente Convention seront réglées entre les Parties contractantes par la voie diplomatique.

Article 13

La présente Convention sera ratifiée; elle entrera en vigueur le jour de l'échange des instruments de ratification qui aura lieu à Rome aussitôt que possible.

Elle est conclue sans limitation de durée, chacune des Parties contractantes pouvant la dénoncer à tout moment sur préavis d'un an.

EN FOI DE QUOI, les plénipotentiaires des Parties contractantes ont signé la présente Convention et y ont apposé leur sceau.

FAIT à Rome, en double exemplaire en langue française, le 24 janvier 1961.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

(s.) W. VAN BYLANDT

Pour le Gouvernement de la République Italienne

(s.) FERDINANDO STORCHI

Vertaling : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek inzake de dienstplicht van bipatriden

Aangezien de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Italiaanse Republiek verlangend zijn in gemeenschappelijk overleg de militaire verplichtingen van hun onderscheidene onderdanen die tevens de nationaliteit van de andere Staat bezitten, te regelen,

hebben de ondergetekenden, na hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben uitgewisseld, overeenstemming bereikt ten aanzien van de volgende bepalingen:

Artikel 1

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn van toepassing op de onderdanen van elk der beide Staten die, ingevolge de in elk van beide Staten geldende wetten, zowel de Nederlandse als de Italiaanse nationaliteit bezitten.

Artikel 2

De in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen van elk der beide Staten dienen hun militaire verplichtingen te vervullen in die Staat waarin zij hun vaste woonplaats hebben.

Niettemin kunnen zij, op het tijdstip waarop zij voor de dienstplicht worden ingeschreven en uiterlijk vóór de datum waarop het deel van de lichting waartoe zij uit hoofde van hun leeftijd behoren, onder de wapenen wordt geroepen, verklaren dat zij zich verbinden hun militaire verplichtingen te vervullen bij de krijgsmacht van de andere Staat. Te dien einde ondertekenen zij een verklaring in tweevoud, waarvan een exemplaar blijft berusten bij de autoriteit die bedoelde verklaring heeft ontvangen, en het andere exemplaar wordt verzonden aan de bevoegde autoriteiten van de andere Staat voor het treffen van de nodige maatregelen.

Artikel 3

De in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen van elk der beide Staten, die hun militaire verplichtingen in een der beide Staten hebben vervuld, worden beschouwd als aan hun militaire verplichtingen in de andere Staat te hebben voldaan, indien zij ten bewijze daarvan een op hun verzoek door de bevoegde autoriteiten van de ene of van de andere Overeenkomstsluitende Partij afgegeven officiële schriftelijke verklaring overleggen.

Artikel 4

De onderdanen die overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst verklaren dat zij zich verbinden om hun militaire verplichtingen te vervullen bij de krijgsmacht van de Staat waarin zij niet hun vaste woonplaats hebben, kunnen zich slechts op het bepaalde in artikel 3 beroepen, indien zij, voordat zij de leeftijd van 22 jaar hebben bereikt, aantonen dat zij hun eerste oefening hebben aangevangen, zulks door het overleggen van een op hun verzoek door de bevoegde autoriteiten van genoemde Staat afgegeven officiële schriftelijke verklaring.

Indien de bovengenoemde eerste oefening later wordt aangevangen wegens een door de bevoegde autoriteiten van de ene of van de andere Overeenkomstsluitende Partij verleend uitstel, zullen dergelijke uitstellen over en weer worden erkend.

Artikel 5

De in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen van elk der beide Staten, die een vrijwillige en als geldig aanvaarde verbintenis zijn aangegaan om bij de krijgsmacht van een van deze Staten te dienen voor een tijdvak dat niet korter is dan de bij de wet voorgeschreven duur der eerste oefening in die Staat op het tijdstip waarop zij hun verbintenis aangaan, worden eveneens beschouwd als aan hun militaire verplichtingen te hebben voldaan.

Artikel 6

De in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen van elk der beide Staten die volgens de wettelijke bepalingen die van kracht zijn in de Staat waar zij hun vaste woonplaats hebben geen dienstplicht behoeven te vervullen, worden beschouwd als in de andere Staat aan hun militaire verplichtingen te hebben voldaan, indien zij een op hun verzoek door de bevoegde autoriteiten van de Staat waar zij hun vaste woonplaats hebben afgelegde schriftelijke verklaring overleggen betreffende hun verhouding tot de dienstplicht.

Artikel 7

De bepalingen van deze Overeenkomst verhinderen niet dat de bevoegde autoriteiten van elk der beide Staten in geval van mobilisatie kunnen gelasten dat de in deze Overeenkomst bedoelde personen onder de wapenen worden geroepen en, zo nodig, worden ingeschreven in de registers der grootverlofgangers in de Staat waar zij hun vaste woonplaats hebben.

Artikel 8

De bevoegde autoriteiten van de Ministeries van Defensie van de Overeenkomstsluitende Partijen kunnen rechtstreeks corresponderen om de wijze van tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst vast te stellen.

Artikel 9

De bevoegde autoriteiten van beide Staten geven aan de in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen de verklaringen met betrekking tot hun militaire verplichtingen kosteloos af.

De vrijstelling van militaire verplichtingen op grond van deze Overeenkomst brengt voor de belanghebbende geen kosten mede.

Artikel 10

De toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst tast de rechtstoestand der betrokken personen ten aanzien van hun nationaliteit op generlei wijze aan.

Artikel 11

De bepalingen van deze Overeenkomst gelden eveneens voor de in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen die hun militaire verplichtingen in een der beide Staten hebben vervuld vóór de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt.

Artikel 12

Alle moeilijkheden die uit de toepassing van deze Overeenkomst kunnen voortvloeien, zullen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen langs diplomatieke weg worden opgelost.

Artikel 13

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd; zij treedt in werking op de dag van de uitwisseling der akten van bekrachtiging, die zo spoedig mogelijk te Rome zal plaatsvinden.

De Overeenkomst is voor onbepaalde tijd gesloten; elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan haar te allen tijde opzeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van een jaar.

TEN BLIJKE WAARVAN de gevolmachtigden der Overeenkomstsluitende Partijen deze Overeenkomst hebben ondertekend en van hun zegel hebben voorzien.

GEDAAN te Rome, in tweevoud, in de Franse taal, de 24ste januari 1961.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) W. VAN BYLANDT

Voor de Regering van de Italiaanse Republiek

(w.g.) FERDINANDO STORCHI