Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering [...] de beide landen nog bestaande financiële vraagstukken, 's-Gravenhage, 07-09-1966

Geldend van 21-05-1969 t/m heden

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake de tussen de beide landen nog bestaande financiële vraagstukken

Authentiek : EN

Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Indonesia concerning the financial problems still outstanding between the two countries

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Indonesia;

desirous of settling the outstanding financial problems between the two countries;

considering that this end should be accomplished in a single, all-inclusive agreement, which shall include the payment of a lump sum;

considering that such an agreement should be based on principles of justice, humanity and equity;

have agreed as follows:

Article 1

  • 1 In the present Agreement the term “outstanding financial problems” shall include all financial claims of either of the Contracting Parties and of its nationals against the other Contracting Party and its nationals, either based on bilateral agreements or resulting from other causes, pension-rights included, as far as these claims originated before August 15, 1962.

  • 2 The term “outstanding financial problems” shall not comprise any rights and obligations deriving from (normal) trade relations between the two countries and from the existing bilateral payments agreement, nor does the term comprise the obligations which either of the Parties has towards nationals of the other Party as a consequence of contractual relations or decisions of the national courts of either country.

  • 3 The present Agreement shall also cover the losses sustained by Netherlands nationals as a consequence of the factual impossibility of exercising their property rights in West-Irian, as mentioned in article XXII, paragraph 3, of the Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Indonesia concerning West New Guinea (West-Irian).

Article 2

The two Contracting Parties shall refrain both from itemizing their respective claims and from evaluating or acknowledging the claims of the other Party.

Article 3

  • 1 The Contracting Parties agree that the payment by the Indonesian Government of six hundred million Dutch guilders to the Netherlands Government will constitute a full and final settlement of all outstanding financial problems.

  • 2 The Indonesian Government shall pay the amount of six hundred million Dutch guilders reduced by the amount of 36 million guilders, which was set aside as an initial payment on a special account in the name of “De Nederlandsche Bank N.V.” on the books of “De Indonesische Overzeese Bank N.V.” in 1965, in instalments as specified in Article 4 of the present Agreement.

Article 4

  • 1 In view of the present circumstances the remaining amount of five hundred and sixty four million Dutch guilders shall be paid as follows.

  • 2 Beginning on 31st December 1973 the Republic of Indonesia shall pay the amount mentioned in paragraph 1 in thirty equal annual instalments. The outstanding amounts will bear interest at a rate of 1 percent a year as from 1st January 1974 onwards, the first payment of interest to be made on 31st December 1974.

  • 3 All payments shall be made into the account of the Netherlands Government with “De Nederlandsche Bank N.V.”.

Article 5

  • 1 The implementation of the present Agreement will relieve the Contracting Parties and their nationals from any and all obligations towards each other, as far as these obligations result directly or indirectly from the implementation by the Republic of Indonesia of legislative and/or administrative measures, affecting Netherlands interests and taken before August 15, 1962.

  • 2 The provision of paragraph 1 of this Article does not apply to rights and obligations as defined in paragraph 2 of Article 1.

Article 6

The Netherlands Government shall decide at its discretion what natural and corporate bodies shall be entitled to the funds made available by the Republic of Indonesia and what amounts shall be received by each of them.

Article 7

The present Agreement shall come into force on the date on which both Governments have informed each other in writing that the formalities constitutionally required in their respective countries have been complied with.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement.

DONE at The Hague, this seventh day of September 1966, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) J. LUNS

For the Government of Republic of Indonesia,

(sd.) HAMENGKU BUWONO

Vertaling : NL

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake de tussen de beide landen nog bestaande financiële vraagstukken

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië;

Verlangende, de nog tussen deze landen bestaande financiële vraagstukken te regelen;

Overwegende dat dit dient te geschieden in een enkele, alles omvattende overeenkomst, die voorziet in de betaling van een forfaitair bedrag;

Overwegende dat een zodanige overeenkomst dient te zijn gebaseerd op beginselen van rechtvaardigheid, menselijkheid en billijkheid;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

  • 1 In deze Overeenkomst omvat de uitdrukking „bestaande financiële vraagstukken” alle financiële vorderingen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen en haar onderdanen op de andere Overeenkomstsluitende Partij en haar onderdanen, hetzij uit hoofde van bilaterale overeenkomsten, hetzij uit anderen hoofde, onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen vóór 15 augustus 1962 zijn ontstaan.

  • 2 De uitdrukking „bestaande financiële vraagstukken” omvat niet rechten en verplichtingen die voortspruiten uit de (normale) handelsbetrekkingen tussen beide landen en uit de bestaande bilaterale betalingsovereenkomst, noch de verplichtingen die elk der Partijen heeft tegenover onderdanen van de andere Partij als gevolg van contractuele betrekkingen of van uitspraken van de nationale rechters van een van beide landen.

  • 3 Deze Overeenkomst heeft eveneens betrekking op de verliezen, geleden door Nederlandse onderdanen, als gevolg van de feitelijke onmogelijkheid hun eigendomsrechten, bedoeld in het derde lid van artikel XXII van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake Westelijk Nieuw-Guinea (West-Irian), in West-Irian uit te oefenen.

Artikel 2

De twee Overeenkomstsluitende Partijen onthouden zich ervan hun onderscheiden vorderingen te specificeren en de vorderingen der andere Partij te toetsen of te erkennen.

Artikel 3

  • 1 De Overeenkomstsluitende Partijen zijn het erover eens dat door betaling door de Indonesische Regering van een bedrag van zeshonderd miljoen Nederlandse gulden aan de Nederlandse Regering alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief zullen zijn geregeld.

  • 2 De Indonesische Regering betaalt het bedrag van zeshonderd miljoen Nederlandse gulden, verminderd met het bedrag van 36 miljoen gulden dat in 1965 als eerste betaling werd gereserveerd op een bijzondere rekening ten name van De Nederlandsche Bank N.V., in de boeken van De Indonesische Overzeese Bank N.V., in de termijnen vermeld in artikel 4 van deze Overeenkomst.

Artikel 4

  • 1 Met het oog op de huidige omstandigheden, wordt het resterende bedrag van vijfhonderd vierenzestig miljoen Nederlandse gulden als volgt betaald.

  • 2 Te beginnen op 31 december 1973 betaalt de Republiek Indonesië het in lid 1 genoemde bedrag in dertig gelijke jaarlijkse termijnen. Over de openstaande bedragen is met ingang van 1 januari 1974 een rente van 1 procent per jaar verschuldigd. De eerste rentebetaling dient te geschieden op 31 december 1974.

  • 3 Alle betalingen geschieden door storting op de rekening van de Nederlandse Regering bij De Nederlandsche Bank N.V.

Artikel 5

  • 1 De uitvoering van deze Overeenkomst ontslaat de Overeenkomstsluitende Partijen en hun onderdanen van alle verplichtingen tegenover elkaar voorzover deze verplichtingen direct of indirect voortvloeien uit de uitvoering door de Republiek Indonesië van vóór 15 augustus 1962 genomen wetgevende en/of administratieve maatregelen waardoor Nederlandse belangen zijn getroffen.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op de in het tweede lid van artikel 1 omschreven rechten en verplichtingen.

Artikel 6

Het staat de Nederlandse Regering vrij te beslissen welke natuurlijke personen en welke rechtspersonen recht hebben op de door de Republiek Indonesië ter beschikking gestelde gelden en welke bedragen aan elk van hen zullen worden betaald.

Artikel 7

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop beide Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat de in hun onderscheiden landen grondwettelijk voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld.

TEN BLIJKE WAARVAN de daartoe door hun onderscheiden Regeringen behoorlijk gevolmachtigde ondergetekenden deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 7de september 1966, in twee exemplaren, in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. LUNS

Voor de Regering van de Republiek Indonesië,

(w.g.) HAMENGKU BUWONO