Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Andorra inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken, 's-Gravenhage, 06-11-2009

Geldend van 01-01-2011 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Andorra inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Andorra inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van het Vorstendom Andorra,

Geleid door de wens de uitwisseling van informatie met betrekking tot belastingen te vergemakkelijken;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doelstelling en reikwijdte van het Verdrag

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar bijstand door middel van de uitwisseling van informatie die naar verwachting van belang zullen zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de Verdragsluitende Partijen die betrekking hebben op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze informatie omvatten informatie die naar verwachting van belang zullen zijn voor de bepaling, vaststelling en inning van deze belastingen, de invordering en tenuitvoerlegging van belastingvorderingen of het onderzoek naar of de vervolging van belastingzaken. informatie worden uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en worden vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 8. De uit hoofde van de wetgeving of bestuursrechtelijke praktijk van de aangezochte Partij aan personen toegekende rechten en waarborgen blijven van toepassing voor zover zij de doeltreffende uitwisseling van informatie niet onnodig verhinderen of vertragen.

Artikel 2. Rechtsmacht

Een aangezochte Partij is niet verplicht informatie te verstrekken die noch in het bezit zijn van haar autoriteiten, noch in het bezit of onder de macht van personen die zich binnen haar territoriale rechtsgebied bevinden.

Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

  • 1 De belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is betreffen belastingen van elke soort en benaming.

  • 2 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie waarop dit Verdrag van toepassing is.

Artikel 4. Begripsomschrijvingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:

    • a. wordt verstaan onder de uitdrukking „Verdragsluitende Partij” Andorra of Nederland, al naargelang de context vereist;

    • b. wordt verstaan onder de uitdrukking „Andorra” het Vorstendom Andorra; gebezigd in aardrijkskundige zin omvat deze uitdrukking het grondgebied volgens de Andorrese wetgeving waarbinnen Andorra, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsbevoegdheid heeft of soevereine rechten uitoefent;

    • c. wordt verstaan onder „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsbevoegdheid heeft of soevereine rechten uitoefent met betrekking tot de zeebodem, de ondergrond daarvan en de bovengelegen wateren en hun natuurlijke rijkdommen;

    • d. wordt verstaan onder de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:

      • i. wat Andorra betreft, de minister belast met Financiën of de bevoegde vertegenwoordiger van de minister;

      • ii. wat Nederland betreft, de minister van Financiën of de bevoegde vertegenwoordiger van de minister;

    • e. wordt verstaan onder de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen;

    • f. wordt verstaan onder de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;

    • g. wordt verstaan onder de uitdrukking „beursgenoteerd lichaam” een lichaam waarvan de voornaamste aandelencategorie aan een erkende effectenbeurs staat genoteerd mits de ter beurze genoteerde aandelen direct door het publiek gekocht of verkocht kunnen worden. Aandelen kunnen „door het publiek” worden gekocht of verkocht indien de aankoop of verkoop van aandelen niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;

    • h. wordt verstaan onder de uitdrukking „voornaamste aandelencategorie” de aandelencategorie of -categorieën die een meerderheid van het totale aantal stemmen en de waarde van het lichaam vertegenwoordigen;

    • i. wordt verstaan onder de uitdrukking „erkende effectenbeurs” een effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen overeenkomen;

    • j. wordt verstaan onder de uitdrukking „collectief beleggingsfonds of collectieve beleggingsregeling” elk gezamenlijk beleggingsinstrument, ongeacht de rechtsvorm. De uitdrukking „openbaar collectief beleggingsfonds of openbare collectieve beleggingsregeling” omvat elk collectief beleggingsfonds of elke collectieve beleggingsregeling, mits de eenheden, aandelen of andere belangen in het fonds of de regeling direct door het publiek kunnen worden gekocht, verkocht of afgelost. Eenheden, aandelen of andere belangen in het fonds of de regeling kunnen direct „door het publiek” worden gekocht, verkocht of afgelost indien de aankoop, verkoop of aflossing niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;

    • k. wordt verstaan onder de uitdrukking „belasting” elke belasting waarop dit Verdrag van toepassing is;

    • l. wordt verstaan onder de uitdrukking „verzoekende Partij” de Verdragsluitende Partij die om informatie verzoekt;

    • m. wordt verstaan onder de uitdrukking „aangezochte Partij” de Verdragsluitende Partij die verzocht wordt informatie te verstrekken;

    • n. wordt verstaan onder de uitdrukking „maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie” wetten en bestuursrechtelijke of gerechtelijke procedures die een Verdragsluitende Partij in staat stellen de gevraagde informatie te verkrijgen en te verstrekken;

    • o. wordt verstaan onder de uitdrukking „informatie” alle feiten, verklaringen of stukken ongeacht in welke vorm;

    • p. wordt verstaan onder de uitdrukking „fiscale delicten” belastingzaken waarbij sprake is van opzettelijke gedragingen die vervolgd kunnen worden krachtens de strafwetten van de verzoekende Partij;

    • q. wordt verstaan onder de uitdrukking „strafwetten” alle strafrechtelijke bepalingen die krachtens de nationale wetgeving als zodanig worden aangeduid, ongeacht of zij zijn opgenomen in belastingwetten, het wetboek van strafrecht of andere wetten.

  • 2 Wat betreft de toepassing van dit Verdrag door een Verdragsluitende Partij op enig moment heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die Partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die Partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die Partij aan die uitdrukking wordt gegeven.

Artikel 5. Uitwisseling van informatie op verzoek

  • 1 De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij verstrekt op verzoek informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen. Dergelijke informatie worden uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze in de aangezochte Partij zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte Partij als misdrijf zouden worden aangemerkt.

  • 2 Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij niet toereikend zijn om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft die Partij alle toepasselijke maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende Partij de verlangde informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte Partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie hoeft te beschikken.

  • 3 Indien de bevoegde autoriteit van een verzoekende Partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan in overeenstemming met haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.

  • 4 Elke Verdragsluitende Partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteiten ten behoeve van de in artikel 1 van dit Verdrag omschreven doelstellingen, over de bevoegdheid beschikken het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:

    • a. informatie die berusten bij banken, overige financiële instellingen, of personen die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreden, met inbegrip van gevolmachtigden en trustees;

    • b. informatie met betrekking tot de eigendom van lichamen, vennootschappen, trusts, stichtingen, „Anstalten” en andere rechtspersonen, met inbegrip van, binnen de beperkingen van artikel 2, informatie inzake de eigendom met betrekking tot al deze rechtspersonen binnen een eigendomsketen; in het geval van trusts, informatie met betrekking tot instellers, trustees en begunstigden; en in het geval van stichtingen, informatie met betrekking tot stichters, leden van het bestuur en begunstigden. Dit Verdrag schept daarnaast geen verplichting voor de Verdragsluitende Partijen informatie inzake de eigendom te verkrijgen of te verstrekken met betrekking tot beursgenoteerde lichamen of openbare collectieve beleggingsfondsen of openbare collectieve beleggingsregelingen tenzij deze informatie kunnen worden verkregen zonder tot onevenredige moeilijkheden te leiden.

  • 5 De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij verstrekt de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij wanneer de eerstgenoemde Partij uit hoofde van dit Verdrag een verzoek om informatie doet, teneinde aan te tonen dat deze naar verwachting van belang zullen zijn voor het verzoek:

    • a. de identiteit van de persoon op wie de controle of het onderzoek betrekking heeft;

    • b. een verklaring omtrent de verlangde informatie met inbegrip van de aard ervan en de vorm waarin de verzoekende Partij de informatie van de aangezochte Partij wenst te ontvangen;

    • c. het fiscale doel waarvoor om de informatie wordt verzocht;

    • d. de redenen om te veronderstellen dat de gevraagde informatie in de aangezochte Partij of in het bezit of onder de macht zijn van een persoon die zich in het rechtsgebied van de aangezochte Partij bevindt;

    • e. de namen en adresgegevens, voor zover bekend, van personen waarvan verondersteld wordt dat zij in het bezit zijn van de gevraagde informatie;

    • f. een verklaring dat het verzoek in overeenstemming is met de wetgeving en de bestuursrechtelijke praktijk van de verzoekende Partij, dat indien de gevraagde informatie zich in het rechtsgebied van de verzoekende Partij zouden bevinden, de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij deze informatie volgens de wetten van de verzoekende Partij of volgens de normale gang van zaken in de bestuursrechtelijke praktijk zou kunnen verkrijgen, en dat het verzoek om informatie in overeenstemming is met dit Verdrag;

    • g. een verklaring dat de verzoekende Partij op haar eigen grondgebied alles in het werk heeft gesteld om de informatie te verkrijgen, tenzij dit zou leiden tot onevenredige moeilijkheden.

  • 6 De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij doet de gevraagde informatie zo spoedig mogelijk toekomen aan de verzoekende Partij. Teneinde een snel antwoord te waarborgen bevestigt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij de ontvangst van een verzoek schriftelijk aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij en stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek in kennis van eventuele gebreken in het verzoek.

  • 7 Indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij niet in staat is de informatie binnen 90 dagen na ontvangst van het verzoek te verkrijgen en te verstrekken, onder meer omdat zij belemmeringen ondervindt bij het verstrekken van de informatie dan wel weigert de informatie te verstrekken, stelt zij de verzoekende Partij daarvan onverwijld op de hoogte, onder vermelding van de oorzaken van de onmogelijkheid, de aard van de belemmeringen of de redenen voor haar weigering.

Artikel 6. Belastingcontrole in het buitenland

  • 1 Een Verdragsluitende Partij kan vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij toestaan het grondgebied van de eerstgenoemde Partij binnen te komen teneinde, met schriftelijke toestemming van de betrokkenen, personen te ondervragen en stukken te onderzoeken. De bevoegde autoriteit van de als tweede genoemde Partij stelt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Partij in kennis van het tijdstip en de locatie van de ontmoeting met de betrokken personen.

  • 2 Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de ene Verdragsluitende Partij kan de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Partij toestaan aanwezig te zijn bij het daarvoor in aanmerking komende deel van een belastingcontrole in de als tweede genoemde Partij.

  • 3 Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Partij die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de andere Partij zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de locatie van de controle, de autoriteit of functionaris die de controle zal uitvoeren en de door de eerstgenoemde Partij ten behoeve van de controle vereiste procedures en voorwaarden. Alle beslissingen met betrekking tot het uitvoeren van de belastingcontrole worden genomen door de Partij die de controle uitvoert.

Artikel 7. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen

  • 1 Van de aangezochte Partij kan niet worden verlangd dat zij informatie verkrijgt of verstrekt die de verzoekende Partij krachtens haar eigen wetgeving niet zou kunnen verkrijgen ten behoeve van de toepassing of handhaving van haar eigen belastingwetten. De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij kan verzoeken om bijstand die niet in overeenstemming met dit Verdrag gedaan zijn afwijzen.

  • 2 De bepalingen van dit Verdrag mogen een Verdragsluitende Partij niet verplichten informatie te verstrekken waardoor een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel, commercieel of beroepsgeheim of handelsproces zou worden onthuld. Niettegenstaande het voorgaande zullen de informatie zoals bedoeld in artikel 5, vierde lid, niet als geheim of handelsproces worden behandeld uitsluitend op grond van het feit dat zij aan de in dat lid gestelde criteria voldoen.

  • 3 De bepalingen van dit Verdrag mogen een Verdragsluitende Partij niet verplichten informatie te verkrijgen of te verstrekken waardoor vertrouwelijke communicatie tussen een cliënt en een advocaat of een andere erkende juridische vertegenwoordiger zou worden onthuld indien dergelijke communicatie:

    • a. plaatsvindt ten behoeve van het verzoeken om of verstrekken van juridisch advies; of

    • b. plaatsvindt ten behoeve van bestaande of mogelijk in te stellen gerechtelijke procedures.

  • 4 De aangezochte Partij kan een verzoek om informatie afwijzen indien openbaarmaking van de informatie in strijd zou zijn met de openbare orde.

  • 5 Een verzoek om informatie wordt niet geweigerd op grond van het feit dat de belastingvordering die aanleiding gaf tot het verzoek wordt betwist.

  • 6 De aangezochte Partij kan een verzoek om informatie afwijzen indien de informatie door de verzoekende Partij worden gevraagd om een bepaling van de belastingwetgeving van de verzoekende Partij ten uitvoer te leggen of te handhaven die, of een daarmee verband houdend vereiste dat, discriminatie inhoudt van een onderdaan van de aangezochte Partij ten opzichte van een onderdaan van de verzoekende Partij die zich in dezelfde omstandigheden bevindt.

Artikel 8. Vertrouwelijkheid

Alle uit hoofde van dit Verdrag door een Verdragsluitende Partij ontvangen informatie worden vertrouwelijk behandeld en worden uitsluitend ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (met inbegrip van rechterlijke en bestuursrechtelijke instanties) die onder de rechtsmacht van de desbetreffende Verdragsluitende Partij vallen en betrokken zijn bij de vaststelling of inning van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, of het toezicht daarop. Deze personen of autoriteiten mogen uitsluitend voor deze doeleinden van deze informatie gebruikmaken. Zij mogen de informatie bekendmaken in openbare rechtszittingen of in gerechtelijke beslissingen. De informatie mogen niet ter kennis worden gebracht van enige andere persoon, instelling, autoriteit of gerechtelijke instantie zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

Artikel 9. Kosten

De Verdragsluitende Partijen bereiken overeenstemming over kosten die voortvloeien uit het verlenen van bijstand.

Artikel 10. Uitvoeringswetgeving

De Verdragsluitende Partijen stellen alle wetgeving vast die noodzakelijk is om te voldoen aan en ter uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 11. Taal

Verzoeken om bijstand en antwoorden daarop worden in het Engels of Catalaans gesteld.

Artikel 12. Regeling voor onderling overleg

  • 1 De bevoegde autoriteiten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen tussen de Verdragsluitende Partijen met betrekking tot de toepassing of de uitlegging van dit Verdrag gezamenlijk op te lossen.

  • 2 Naast de in het eerste lid bedoelde inspanningen kunnen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen in onderling overleg de krachtens de artikelen 5 en 6 te hanteren procedures vaststellen.

  • 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde overeenstemming als bedoeld in dit artikel te bereiken.

  • 4 De Verdragsluitende Partijen kunnen ook overeenstemming bereiken over andere vormen van geschillenregeling.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking nadat beide Partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat de vereiste interne procedures voor de inwerkingtreding ervan zijn afgerond. Vanaf de inwerkingtreding is dit Verdrag van toepassing op:

  • a. fiscale delicten vanaf die datum; en

  • b. alle overige aangelegenheden vanaf die datum waarop artikel 1 van toepassing is, zij het uitsluitend met betrekking tot belastingtijdvakken beginnend op of na die datum, of bij ontbreken van een belastingtijdvak, alle belastingvorderingen ontstaan op of na die datum.

Artikel 14. Beëindiging

  • 1 Elk van de Verdragsluitende Partijen kan dit Verdrag beëindigen door middel van een kennisgeving hetzij langs diplomatieke weg hetzij per nota aan de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Deze beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van beëindiging door de andere Verdragsluitende Partij.

  • 3 Niettegenstaande de beëindiging van dit Verdrag, blijven de Verdragsluitende Partijen gebonden door de voorwaarden van artikel 8 ten aanzien van alle uit hoofde van dit Verdrag verkregen informatie.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Den Haag op 6 november 2009 in de Nederlandse, de Catalaanse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

JAN KEES DE JAGER

Staatssecretaris van Financiën

Voor de Regering van het Vorstendom Andorra

XAVIER ESPOT MIRÓ

Minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Betrekkingen