Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering [...] van vorderingen tot schadeloosstelling wegens oorlogsschade, 's-Gravenhage, 28-06-1972

Geldend van 18-05-1979 t/m heden

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Italiaanse Republiek inzake de definitieve regeling van vorderingen tot schadeloosstelling wegens oorlogsschade

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Italiaanse Republiek inzake de definitieve regeling van vorderingen tot schadeloosstelling wegens oorlogsschade

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Italiaanse Republiek,

Verlangende een definitieve regeling te treffen voor alle financiële en economische vraagstukken die voortvloeien uit de toepassing van het op 10 februari 1947 te Parijs gesloten Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië (hierna te noemen: „het Vredesverdrag”) en de op 15 juni 1951 te Rome tussen de beide Regeringen gesloten Overeenkomst tot regeling van bepaalde kwesties welke voortvloeien uit de economische bepalingen van het Vredesverdrag (hierna te noemen: „de Overeenkomst”),

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

  • a) De Regering van de Italiaanse Republiek betaalt, ter algehele en definitieve afdoening van de in artikel 2 bedoelde vorderingen, aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden een bedrag van een miljoen Nederlandse guldens.

  • b) Voor de betaling bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt het bedrag van een miljoen Nederlandse guldens bestemd, dat op grond van het bepaalde in de Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Italiaanse Regering van 6 december 1949 is gestort bij de Nederlandsche Bank N.V. en waarop artikel 9, letter d, van de Overeenkomst van toepassing is.

Artikel 2

De vorderingen tot schadeloosstelling die door de in artikel 1 van deze Overeenkomst bedoelde betaling worden geregeld, zijn de vorderingen die ten behoeve van Nederlandse natuurlijke personen en rechtspersonen door de Nederlandse Regering bij de Italiaanse Regering zijn ingediend ter zake van de ladingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in havens in de voormalige Italiaanse grondgebieden in Afrika zijn aangehouden en die nadien ten gevolge van de oorlog verloren zijn gegaan, en ter zake van de ladingen die zich bij het begin van deze oorlog aan boord van de Italiaanse schepen „Anfora” en „Fusyama” bevonden en die eveneens verloren zijn gegaan.

Artikel 3

Na de betaling bedoeld in artikel 1 zal de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden geen verdere vordering tot schadeloosstelling gebaseerd op artikel 75, artikel 76, tweede lid, en artikel 78 van het Vredesverdrag en de bepalingen van de Overeenkomst, of gebaseerd op de in artikel 2 van deze Overeenkomst vermelde feiten, bij de Italiaanse Regering indienen, noch op enige wijze steunen.

Artikel 4

De bevoegdheid tot verdeling van het in artikel 1 genoemde bedrag tussen de rechthebbenden berust uitsluitend bij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 5

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt deze Overeenkomst voor het gehele Koninkrijk.

Artikel 6

Deze Overeenkomst treedt in werking 15 dagen na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, op 28 juni 1972, in twee exemplaren in de Nederlandse, de Italiaanse en de Franse taal. In geval van geschil omtrent de uitlegging is de Franse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) TH. E. WESTERTERP

Voor de Regering van de Italiaanse Republiek:

(w.g.) L. THEODOLI

Nr. I

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Directie Verdragen

DVE/VV - 131166

's-Gravenhage, 28 juni 1972.

Mijnheer de Ambassadeur,

Verwijzend naar de ondertekening op heden van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Italiaanse Republiek inzake de definitieve regeling van vorderingen tot schadeloosstelling wegens oorlogsschade, heb ik de eer U te berichten dat de Nederlandse Regering de procedures die aanhangig zijn bij de Nederlands-Italiaanse Verzoeningscommissie, die overeenkomstig artikel 83 van het Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië is ingesteld, zal staken, zodra de genoemde Overeenkomst overeenkomstig het in artikel 6 bepaalde in werking treedt.

De Vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verzoeningscommissie trekt bijgevolg na de inwerkingtreding van de Overeenkomst al zijn verzoeken om schadeloosstelling in die aan de genoemde Commissie zijn voorgelegd.

Ik zou het op prijs stellen indien U mij zou willen bevestigen dat Uw Regering met het voorafgaande instemt.

Gelief, Mijnheer de Ambassadeur, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) TH. E. WESTERTERP

(Drs. Th. E. Westerterp),

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Aan Zijne Excellentie L. Theodoli, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur van de Italiaanse Republiek, te 's-Gravenhage

Nr. II

AMBASCIATA D'ITALIA

L'Aja, 28 giugno 1972

Signor Segretario di Stato,

ho l'onore di accusare ricevuta della nota di V.E. in data 28 giugno 1972, la cui traduzione in italiano ha il seguente tenore:

„Con riferimento alla firma, avvenuta in data di oggi, dell'Accordo italo-olandese relativo al regolamento definitivo delle domande di indennizzo di danni di guerra, ho l'onore di informar La che il Governo olandese rinuncerà ai procedimenti pendenti presso la Commissione di conciliazione italo-olandese costituita in applicazione dell'art. 83 del Trattato di Pace tra l'Italia e le Potenze Alleate ed Associate, dal momento in cui l'Accordo sopracitato sarà entrato in vigore, conformemente a quanto previsto dall'art. 6 dell'Accordo stesso.

„L'Agente del Regno dei Paesi Bassi presso la Commissione di conciliazione ritirerà pertanto, dopo l'entrata in vigore dell'Accordo, tutte le sue richieste di indennizzo presentate alla suddetta Commissione.

„La prego volermi confermare che il Suo Governo approva quanto precede”.

Al riguardo La informo che il Governo italiano è d'accordo su quanto precede.

Voglia gradire, Signor Segretario di Stato, l'assicurazione della mia alta considerazione.

(fdo.) L. THEODOLI

Livio Theodoli

Ambasciatore d'Italia

Sua Eccellenza Th. E. Westerterp, Segretario di Stato degli Esteri, L'Aja