Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van Swaziland inzake [...] voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, Mbabene, 12-02-1975

Geldend van 16-06-1976 t/m heden

Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Regering van Swaziland inzake de toepassing van het op 31 mei 1932 te Londen tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten Verdrag, houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken

Authentiek : EN

Nr. I

(Nota van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Swaziland aan de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Pretoria)

Note No. 16

The Department of Foreign Affairs of the Kingdom of Swaziland presents its compliments to the Royal Netherlands Embassy and has the honour to refer to the Convention between the United Kingdom and the Netherlands regarding Legal Proceedings in Civil and Commercial Matters, signed at London on 31 May 1932 and applied to the Kingdom of Swaziland prior to the restoration of its Independence on 6 September 1968.

The Government of the Kingdom of Swaziland, after having examined and considered the said Convention, has decided to accept the rights, obligations and responsibilities of the Convention and shall regard it as binding between the Netherlands and the Kingdom of Swaziland.

With respect to the Kingdom of Swaziland, the Convention should be modified by substituting “Registrar of the High Court” for “Senior Master of the Supreme Court of Judicature” wherever the latter appears in the Convention.

The Department wishes to propose that this note and a reply indicating concurrence by the Government of the Netherlands shall constitute an agreement between the two Governments in this matter.

The Department of Foreign Affairs of the Kingdom of Swaziland avails itself of this opportunity to renew to the Royal Netherlands Embassy the assurance of its highest consideration.

Mbabane

3rd September, 1970.

Nr. II

(Nota van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Pretoria gericht aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken te Mbabane)

No. 4056

The Royal Netherlands Embassy presents its compliments to the Department of Foreign Affairs of the Kingdom of Swaziland and has the honour to refer to the Latter's Note No. 16 of 3 September 1970, which reads as follows:

[Red: (zoals in Nr. I)]

The Embassy has the honour to inform the Department that the Government of the Kingdom of the Netherlands accepts the proposal of the Government of the Kingdom of Swaziland that the Treaty between the Kingdom of the Netherlands and the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland concerning the mutual assistance in the conduct of proceedings in civil and commercial matters, signed at London on 31 May 1932, shall be binding between their countries, it being understood that with respect to the Kingdom of Swaziland the Convention shall be modified by substituting the words “Registrar of the High Court” for “Senior Master of the Supreme Court of Judicature”, wherever the latter appear in the text.

The Embassy has the honour further to inform the Department that the Government of the Kingdom of the Netherlands is prepared to conclude an agreement to that effect with the Government of the Kingdom of Swaziland.

The Netherlands Government however proposes that this agreement, which shall be constituted by the Department's Note No. 16 of 3 September 1970, this Note and the Department's Note in reply concurring therein, shall be applied in such a way that requests of the competent judicial authority in one country to the competent judicial authority in the other country for service of judicial and extra-judicial documents or for the taking of evidence may either be addressed and sent in accordance with the regime provided for in and under the Treaty of 1932 or be communicated directly between these judicial authorities.

The Netherlands Government further proposes that this agreement shall enter into force on the date on which the Government of the Kingdom of the Netherlands has notified the Government of the Kingdom of Swaziland in writing that the procedures constitutionally required in the Kingdom of the Netherlands in respect of this agreement have been complied with and shall apply, as regards the Kingdom of the Netherlands, to the territory of the Kingdom in Europe, but may be extended to Surinam and the Netherlands Antilles by a notification addressed to the Government of the Kingdom of Swaziland.

The Royal Netherlands Embassy avails itself of this opportunity to renew to the Department of Foreign Affairs of the Kingdom of Swaziland the assurance of its highest consideration.

Pretoria, 13th July 1973

Nr. III

KINGDOM OF SWAZILAND

DEPARTMENT OF FOREIGN AFFAIRS

No. 4

The Department of Foreign Affairs of the Kingdom of Swaziland presents its compliments to the Royal Netherlands Embassy and has the honour to acknowledge receipt of the Embassy's Notes Nos. 6233 of 23 October and 7231 of 3 December, 1974.

The Department has the honour to inform the Embassy that the Government of the Kingdom of Swaziland agrees that the Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Kingdom of Swaziland, which is constituted by the Department's Note No. 16 of 3 September 1970, the Embassy's Note No. 4056 of 13 July 1973 and this Note, according to which the Treaty between the Kingdom of the Netherlands and the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland regarding Legal Proceedings in Civil and Commercial Matters, signed at London on 31 May 1932, shall be binding between their countries, shall be applied in such a way that requests of the competent judicial authority in country to the competent judicial authority in the other country for service of judicial and extra-judicial documents or for the taking of evidence may either be addressed and sent in accordance with the regime provided for in and under the Treaty of 1932 or be communicated directly between these judicial authorities. The Government of the Kingdom of Swaziland further agrees that this Agreement shall enter into force on the date on which the Government of the Kingdom of the Netherlands has notified the Government of the Kingdom of Swaziland in writing that the procedures constitutionally required in the Kingdom of the Netherlands in respect of this Agreement have been complied with and shall apply, as regards the Kingdom of the Netherlands, to the territory of the Kingdom in Europe, but may be extended to Surinam and the Netherlands Antilles by a notification addressed to the Government of the Kingdom of Swaziland.

The Department of Foreign Affairs of the Kingdom of Swaziland avails itself of this opportunity to renew to the Royal Netherlands Embassy the assurances of its highest consideration.

Mbabane

12 February, 1975

Vertaling : NL

Nr. I

Nota No. 16

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Swaziland biedt de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden zijn complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar het op 31 mei 1932 te Londen ondertekende Verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland inzake rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, dat van toepassing was op het Koninkrijk Swaziland voor het verkrijgen van zijn onafhankelijkheid op 6 september 1968.

Na bestudering van bedoeld Verdrag heeft de Regering van het Koninkrijk Swaziland besloten de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van het Verdrag te aanvaarden en zij zal het als bindend beschouwen tussen Nederland en het Koninkrijk Swaziland.

Met betrekking tot het Koninkrijk Swaziland dient het Verdrag te worden gewijzigd door de woorden „Senior Master of the Supreme Court of Judicature” te vervangen door „Registrar of the High Court”, overal waar deze in het Verdrag voorkomen.

Het Ministerie stelt voor dat deze Nota en een antwoord waarin de Nederlandse Regering hiermee haar instemming betuigt, een overeenkomst tussen de beide Regeringen inzake deze aangelegenheid zal vormen.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Swaziland moge van deze gelegenheid gebruik maken om de verzekering van zijn zeer bijzondere hoogachting jegens de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te hernieuwen.

Mbabane

3 september 1970

Nr. II

No. 4056

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Swaziland haar complimenten aan en heeft de eer te verwijzen naar haar Nota No. 16 van 3 september 1970, die als volgt luidt:

[Red: (zoals in Nr. I)]

De Ambassade heeft de eer het Ministerie mede te delen, dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het voorstel van de Regering van het Koninkrijk Swaziland aanvaardt, dat het op 31 mei 1932 te Londen ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland houdende bepalingen tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, bindend zal zijn tussen hun landen, met dien verstande dat met betrekking tot het Koninkrijk Swaziland het Verdrag zal worden gewijzigd door de woorden „Senior Master of the Supreme Court of Judicature” te vervangen door „Registrar of the High Court”, overal waar deze in de tekst voorkomen.

De Ambassade heeft de eer het Ministerie verder mede te delen dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden bereid is een overeenkomst in dien zin aan te gaan met de Regering van het Koninkrijk Swaziland.

De Nederlandse Regering stelt echter voor, dat deze overeenkomst, die zal worden gevormd door Nota No. 16 van 3 september 1970 van het Ministerie, deze Nota en de Nota van het Ministerie als bevestigend antwoord daarop, op zodanige wijze zal worden toegepast, dat aanvragen van de bevoegde rechterlijke autoriteit in het ene land aan de bevoegde rechterlijke autoriteit in het andere land om betekening van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken of om bewijslevering, kunnen worden geadresseerd en verzonden in overeenstemming met het bepaalde in en krachtens het Verdrag van 1932, dan wel rechtstreeks kunnen geschieden tussen deze rechterlijke autoriteiten.

De Nederlandse Regering stelt verder voor, dat deze overeenkomst van kracht zal worden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van het Koninkrijk Swaziland schriftelijk heeft medegedeeld, dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden voor deze overeenkomst grondwettelijk vereiste procedures is voldaan, en dat deze overeenkomst ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden van toepassing zal zijn op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa, maar kan worden uitgebreid tot Suriname en de Nederlandse Antillen door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk Swaziland gerichte kennisgeving.

De Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden moge van deze gelegenheid gebruik maken om de verzekering van haar zeer bijzondere hoogachting jegens het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Swaziland te hernieuwen.

Pretoria, 13 juli 1973

Nr. III

KONINKRIJK SWAZILAND

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

No. 4

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Swaziland biedt de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden zijn complimenten aan en heeft de eer de ontvangst te bevestigen van de Nota's No. 6233 van 23 oktober en No. 7231 van 3 december 1974 van de Ambassade.

Het Ministerie heeft de eer de Ambassade mede te delen dat de Regering van het Koninkrijk Swaziland ermede instemt dat de overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Swaziland, die wordt gevormd door Nota No. 16 van 3 september 1970 van het Ministerie, Nota No. 4056 van 13 juli 1973 van de Ambassade en deze Nota, volgens welke het op 31 mei 1932 te Londen ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake rechtsgedingen in burgerlijke en handelszaken, bindend zal zijn tussen hun landen en op zodanige wijze zal worden toegepast dat aanvragen van de bevoegde rechterlijke autoriteit in het ene land aan de bevoegde rechterlijke autoriteit in het andere land om betekening van gerechtelijke of buitengerechtelijke stukken of om bewijslevering, kunnen worden geadresseerd en verzonden in overeenstemming met het bepaalde in en krachtens het Verdrag van 1932, dan wel rechtstreeks kunnen geschieden tussen deze rechterlijke autoriteiten. De Regering van het Koninkrijk Swaziland stemt er voorts mede in dat deze overeenkomst van kracht zal worden op de datum waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van het Koninkrijk Swaziland schriftelijk heeft medegedeeld dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden voor deze overeenkomst grondwettelijk vereiste procedures is voldaan, en dat deze overeenkomst wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft van toepassing zal zijn op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa, maar kan worden uitgebreid tot Suriname en de Nederlandse Antillen door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk Swaziland gerichte kennisgeving.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Swaziland moge van deze gelegenheid gebruik maken om de verzekering van zijn zeer bijzondere hoogachting jegens de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te hernieuwen.

Mbabane

12 februari 1975